Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Subsidieregeling recreatie, toerisme, sport en gezondheid Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het gewenst is vanuit de ambitie bij te dragen aan een gezond voedselsysteem, de gezondheid van haar inwoners te verbeteren en gezondheidsverschillen tussen haar inwoners te verkleinen;

 

Besluiten vast te stellen, de volgende regeling:

 

Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

 

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (EU/2023/2831);

  • -

    leerlijn: een leerroute waarin met een beredeneerde opeenvolging van doelen en inhoud bepaalde leerdoelen worden bereikt;

  • -

    onderneming: iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die goederen of diensten op een markt aanbiedt waarop sprake is van concurrentie;

  • -

    voedseleducatie: educatie die bijdraagt aan kennis over gezond voedsel en bevordert om deze kennis in de praktijk te brengen;

  • -

    voedselvaardigheden: vaardigheden die voorzien in kennis over gezond eten, de herkomst van voedsel, het bereiden van een gezonde maaltijd en bijdragen aan het maken van gezonde voedselkeuzes.

  • -

    Schooltuin: een educatieve tuin waar leerlingen als onderdeel van het onderwijs moestuinieren en praktische kennis opdoen over het telen, oogsten en bereiden van voedsel, met als doel bewustwording over gezonde en duurzame voeding te vergroten;

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor het ontwikkelen of het aanbieden van activiteiten die bijdragen aan een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden, gericht op het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot een betere gezondheid van inwoners, een gezonder voedselsysteem en het verkleinen van gezondheidsverschillen.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een samenwerkingsverband.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

Onverminderd artikel 2.2 van de Asv gaat een aanvraag voor subsidie door een onderneming vergezeld van een ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het initiatief voorziet in het ontwikkelen of aanbieden van een doorlopende leerlijn op het gebied van voedseleducatie of voedselvaardigheden in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs of het praktijkonderwijs;

  • b.

    de activiteiten op het gebied van voedseleducatie als bedoeld in artikel 2 eerste lid wordt voor ten minste drie jaar voortgezet;

  • c.

    het initiatief heeft toegevoegde waarde naast of ten opzichte van eventuele reeds bestaande initiatieven;

  • d.

    het initiatief maakt waar mogelijk gebruik van reeds aanwezige kennis op het gebied van voedselonderwijs;

  • e.

    het initiatief draagt bij aan een gezondere eetcultuur door het zichtbaar maken en delen van, en communiceren over het initiatief.

Artikel 6 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd indien:

  • a.

    voor dezelfde activiteit subsidie door de provincie Zuid-Holland is verleend;

  • b.

    een onderneming niet voldoet aan de De-minimisverordening.

Artikel 7 Aanvraagperiode

  • 1.

    In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend binnen de tenderperiode van 2 april 2026 tot en met 12 mei 2026.

  • 2.

    Een aanvraag voor subsidie wordt niet behandeld indien deze na 12 mei 2026 wordt ontvangen.

  • 3.

    Per aanvrager kan maximaal één aanvraag worden ingediend.

Artikel 8 Deelplafond

Het deelplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt € 275.000,-.

Artikel 9 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000,-.

Artikel 10 Verdelingswijze

  • 1.

    Het beschikbare bedrag wordt verdeeld aan de hand van een weging op basis van de volgende criteria zoals nader uitgewerkt in de bijlage:

    • a.

      criterium a: verbinding met de praktijk en ontwikkeling van voedselvaardigheden, te waarderen met ten hoogste 45 punten;

    • b.

      criterium b: het bereik van het initiatief, te waarderen met ten hoogste 35 punten;

    • c.

      criterium c: de sociaaleconomische status van de wijk waarin de activiteit wordt uitgevoerd conform de kaart in de bijlage, te waarderen met ten hoogste 20 punten;

    • d.

      criterium d: verbinding aan een schooltuin, met aandacht voor voedselverspilling of verbinding met lokale voedselproducenten, te waarderen met ten hoogste 15 punten.

  • 2.

    Aanvragen waaraan minder dan 60 punten zijn toegekend, worden geweigerd.

  • 3.

    Gedeputeerde staten rangschikken aanvragen waarop niet geweigerd is beslist hoger, naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

  • 4.

    Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van die aanvragen bepaald door het aantal punten voor criterium a.

  • 5.

    Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangorde van de aanvragen bepaald door loting.

  • 6.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat door verlening van een subsidieaanvraag geen evenwichtige spreiding over de verschillende gemeenten in de provincie Zuid-Holland gerealiseerd kan worden, kunnen gedeputeerde staten besluiten de aanvraag niet te honoreren tot er sprake is van een evenwichtige spreiding.

Artikel 11 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de kosten voor de uitvoering van de activiteit voor subsidie in aanmerking.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op artikel 3.1 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    na subsidieverlening wordt er binnen 6 maanden gestart met het uitvoeren van de activiteiten;

  • b.

    de activiteiten zijn binnen twee jaar na de subsidieverlening uitgevoerd;

  • c.

    de subsidieontvanger maakt de resultaten van de activiteiten openbaar en verstrekt deze resultaten desgevraagd aan belanghebbenden binnen de provincie Zuid-Holland;

Artikel 13 De-minimis

Op subsidie aangevraagd door een onderneming is de De-minimisverordening onverkort van toepassing.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht

Dit openstellingsbesluit vervalt op 1 januari 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026.

Den Haag, 20 januari 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Bijlage bij artikel 9 van het Openstellingsbesluit voedseleducatie 2026

 

Bijgaande tabel geeft toelichting op de nadere uitwerking van de criteria in het eerste lid van artikel 9.

 

Categorie

Criteria

Max. punten

a. Verbinding met de praktijk & ontwikkeling voedselvaardigheden

  • 1.

    Een initiatief krijg meer punten wanneer praktijkgericht leren (bijv. schooltuin, kookles, voedselketen bezoeken) en ontwikkeling van voedselvaardigheden (telen, bereiden, proeven) centraal staan.

  • 2.

    Een initiatief krijgt meer punten wanneer er aandacht is voor integratie in het onderwijsprogramma en aansluiting op kerndoelen.

  • 3.

    Een initiatief krijg meer punten wanneer de aanpak of methodiek is gevalideerd (bijv. erkende educatieve materialen of evaluatie van leeropbrengsten).

40

b. Bereik

Duidelijke beschrijving van doelgroep en verwachte impact. Een initiatief krijgt meer punten naar mate een grotere doelgroep bereikt.

30

c. Sociaaleconomische score

Bereik van kinderen en jongeren in kwetsbare of lage SES-wijken. Een initiatief krijgt meer punten naar mate de activiteit plaatsvindt in een wijk met een lagere sociaaleconomische status.

20

d. Verbinding

  • 1.

    Project is verbonden aan een schooltuin

  • 2.

    Project bevat aandacht voor voedselverspilling

  • 3.

    Project toont sterke verbinding tussen voedseleducatie lokale voedselproducenten

10

 

 

100

 

Bijgaande kaart geeft de sociaaleconomische status per wijk in Zuid-Holland weer bij het eerste lid van artikel 9.

 

 

Toelichting  

Zuid-Holland scoort landelijk het laagst als het gaat om levensverwachting in goed ervaren gezondheid. Dit brengt naast persoonlijk leed ook hoge maatschappelijke kosten met zich mee. Omdat gezondheid de optelsom van verschillende factoren is, hebben veel partijen een rol bij het creëren van een gezonde samenleving. Ook de Provincie Zuid-Holland kan vanuit haar taken een bijdrage leveren aan een gezonde samenleving. De provincie wil bijdragen aan de gezondheid van haar inwoners en gezondheidsverschillen verkleinen. Om die reden werkt de provincie aan het ‘Programma Gezondheid en Welzijn’. Het programma is opgebouwd uit drie programmalijnen:

 

  • 1.

    Gezonde leefomgeving. In samenspraak met gemeenten en andere partijen dragen we bij aan het realiseren van een leefomgeving die ontmoeting en een gezonde leefstijl ondersteunt.

  • 2.

    Voedsel. Met portefeuilles als landbouw, tuinbouw en circulair kan de provincie een positieve bijdrage leveren aan een gezonde voedselomgeving.

  • 3.

    Kennisinfrastructuur. De provincie verbindt kennis vanuit verschillende partners, zodat deze benut kan worden voor de gezondheid van inwoners in Zuid-Holland.

Binnen de programmalijn Voedsel is de ambitie dat inwoners gezond eten. Gezonde voeding is een belangrijk element van een gezonde leefstijl. Overconsumptie van ongezonde voeding is oorzaak van overgewicht. Dit kan leiden tot ziekten zoals diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Naast individueel lijden leidt dit tot hoge ziektekosten en kosten als gevolg van verzuim. In Zuid-Holland heeft meer dan de helft van de volwassenen en bijna 1 op de 7 kinderen overgewicht. Het RIVM verwacht dat dit zal doorstijgen naar 62% in 2040 bij ongewijzigd beleid. Een ongezond voedingspatroon ontstaat door een combinatie van individuele keuzes en de voedselomgeving, waar de ongezonde keuze vaak de makkelijkste keuze is. Veel partijen, zoals gemeenten, artsen en het onderwijs hebben een rol in het bijdragen aan een gezonder voedingspatroon. De provincie Zuid-Holland streeft naar een voedselomgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke en betaalbare keuze is. Hiertoe werkt provincie Zuid-Holland samen met diverse partners aan een gezonde voedselomgeving, een gezond voedselaanbod en voedseleducatie. Ook is er aandacht voor voedselverspilling.

 

Kennis over gezond voedsel, een gezonde eetcultuur en toegang tot gezond voedsel zijn cruciaal voor een gezond Zuid-Holland. Een gezonde voedselomgeving en het beschikken over voedselvaardigheden kunnen bijdragen aan gezonde voedselkeuzes en bewustzijn over ons voedselsysteem. Om kansen te verzilveren voor een gezonder voedselsysteem, is samenwerking met een groot aantal partijen van belang. De provincie speelt hierin een verbindende en stimulerende rol door initiatieven te ondersteunen en samenwerkingen te faciliteren. Bottom-up initiatieven kunnen de verbinding tussen mensen en hun voedsel versterken, zodat we weten wat we eten en gezond voedsel toegankelijk maken voor iedereen. Verschillende sociale vraagstukken kunnen hier samenkomen. Met deze subsidieregeling zet de provincie Zuid-Holland in op een voedselvaardige generatie. De provincie wil graag subsidie verlenen voor voedseleducatie in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Er wordt op dit moment op het basisonderwijs al regelmatig aandacht gegeven aan voedsel en voedseleducatie. Op het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs is daarvoor minder aandacht, terwijl het hier een leeftijdsgroep betreft die juist zelf keuzes gaat maken. Het betreft hier bovendien vaak onderwijsinstellingen met een bovenlokaal of regionaal karakter. Om die reden subsidieert de provincie initiatieven die gericht zijn op het organiseren van voedseleducatie en/of voedselvaardigheden in het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Het doel van deze activiteiten is om leerlingen met structureel voedselonderwijs en een gezonde voedselomgeving op scholen te leren over gezonde voeding en het aanleren van voedselvaardigheden. Daarbij moedigen wij aan tot bredere verbinding met de praktijk, bijvoorbeeld door verbinding met schoolmoestuinen, kooklessen.

Naar boven