Inleiding
Op de N508, tussen hmp 15.1 en hmp 15.2, bevindt zich een uitweg die toegang biedt tot een woning. Ter plaatse parkeren regelmatig voertuigen waarvan de bestuurders dan gebruikmaken van het aangrenzende recreatiegebied. Hierdoor wordt de uitweg belemmert en is de toegang tot de woning niet vrij.
Over de parkeersituatie ter plaatse zijn klachten ontvangen. Geparkeerde voertuigen belemmeren de uitweg van het perceel. Hierdoor is het perceel minder goed bereikbaar. Ook kan dit de toegang voor hulpdiensten tijdens een calamiteit bemoeilijken.
Handhavend optreden is momenteel niet mogelijk.
Maatregelen en motivering
Op de uitweg wordt regelmatig geparkeerd. Hierdoor kunnen andere voertuigen de uitweg niet passeren. Dit leidt tot bereikbaarheidsproblemen voor bewoners en hulpdiensten. Bij een calamiteit kunnen geparkeerde voertuigen de inzet van hulpdiensten belemmeren.
Als wegbeheerder zijn wij verantwoordelijk voor een veilige en goed bereikbare wegomgeving. Daarbij gaat het om verkeersveiligheid en algemene veiligheid. De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten bij calamiteiten is een zwaarwegend belang.
Om de bereikbaarheid van het perceel en de toegang voor nood- en hulpdiensten te waarborgen, is in overleg met de politie besloten een parkeerverbod in te stellen. Dit gebeurt door plaatsing van verkeersbord E2 bij de uitweg. Het verbod maakt voor bestuurders duidelijk dat parkeren niet is toegestaan. Hierdoor blijft de woning bereikbaar voor de eigenaar, bezoekers en hulpdiensten
Noodzaak en doelstelling
Op grond van artikel 15, lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) moet voor het plaatsen van het bord E2 van bijlage I van het RVV 1990, een verkeersbesluit worden genomen.
De doelstelling van dit verkeersbesluit is het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid ervan. Deze belangen zijn genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994.
Advies politie
Over een verkeersbesluit moet op grond van artikel 24 van het BABW overleg worden gevoerd met de korpschef van het betrokken politiekorps. Dit besluit is voorgelegd aan de daartoe gemachtigde medewerker Verkeersadvisering van de politie. Deze heeft een positief advies uitgebracht.
Afweging belangen
Het instellen van een parkeerverbod bij de uitweg draagt bij aan een goede bereikbaarheid van de woning. De maatregel voorkomt dat voertuigen de uitweg blokkeren en zorgt ervoor dat bewoners en hulpdiensten de woning kunnen bereiken. Het belang van een vrije en veilige toegang weegt hierbij zwaarder dan het belang van weggebruikers om op deze locatie te parkeren.
Bevoegdheid
De weg waarop dit verkeersbesluit betrekking heeft, valt onder het beheer van de provincie Noord-Holland. Daarom zijn wij, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, het bevoegde bestuursorgaan om dit besluit te nemen, op grond van artikel 18, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het besluit is gebaseerd op deze wet en bijbehorende regelgeving, zoals het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW).
Volgens artikel 15 van de Wegenverkeerswet is een verkeersbesluit vereist voor de plaatsing of verwijdering van verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.