Ontwerp projectbesluit N284 Reusel - Hapert

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 5.44 van de Omgevingswet;

Overwegende dat

  • ●

    er een opgave ligt bij de N284 vanwege de noodzaak tot verbetering van de verkeersveiligheid, verbetering van de doorstroming van het verkeer en verbetering van de leefbaarheid langs de weg.;

  • ●

    er een verkenning naar deze opgave plaats heeft gevonden inclusief een participatietraject;

  • ●

    daarbij voldoende informatie is verkregen om een ontwerp-projectbesluit op te kunnen stellen;

  • ●

    de onderbouwing is opgenomen in de Motivering van het besluit;

besluiten:

Artikel I Vaststelling Ontwerp projectbesluit N284 Reusel - Hapert

De ontwerpregeling Projectbesluit N284 Reusel - Hapert zoals is aangegeven in bijlage A', vast te stellen;

Artikel II Wijziging omgevingsplan gemeente Bladel

Het ontwerp tijdelijk regelingdeel, zoals aangegeven in bijlage B, vast te stellen, waardoor het omgevingsplan van gemeente Bladel wordt gewijzigd;

Artikel III Wijziging omgevingsplan gemeente Reusel- De Mierden

Het ontwerp tijdelijk regelingdeel, zoals aangegeven in bijlage C, vast te stellen, waardoor het omgevingsplan van gemeente Reusel-De Mierden wordt gewijzigd;

Artikel IV Terinzagelegging

Het ontwerp-projectbesluit ter inzage te leggen met ingang van 2 oktober 2026 tot en met 12 november 2026. In deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. Meer informatie over de terinzagelegging en het indienen van zienswijzen volgt in de kennisgeving die volgende week (week 40) in het provinciaal blad staat.

Aldus besloten op:

22 september 2026

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Bijlage A Bijlage voor 'Projectbesluit N284 Reusel - Hapert'

Projectbesluit N284 Reusel - Hapert

Hoofdstuk 1 Beschrijving van het project

§ 1.1 Inleiding

De N284 vormt een belangrijke oost-westverbinding in de Brabantse Kempen en verbindt Reusel, Bladel en Hapert met de A67. De weg is van groot belang voor regionale bereikbaarheid, woon-werkverkeer en vrachtvervoer richting bijvoorbeeld Kempisch Bedrijvenpark (KBP) en Brainport Eindhoven. Daarnaast is de N284 een belangrijke route voor fietsverkeer, waaronder scholierenstromen richting Bladel.

Uit de verkenningsfase (2016-2020) en de daaropvolgende planstudie (2020-2025) blijkt dat de huidige inrichting van de N284 niet langer voldoet aan de eisen van een duurzame, veilige en toekomstbestendige infrastructuur. Er zijn structurele knelpunten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, leefbaarheid en langzaam verkeer. De kruispunten Castersedijk en Raambrug lopen tijdens de spits vaak tegen doorstroomproblemen aan. Ook is er sprake van geluid- en trillinghinder voor omwonenden van de weg, draagt het landbouwverkeer bij aan onveilige situaties en vertragingen en is de fietsinfrastructuur onvoldoende aaneengesloten.

Een integrale herinrichting is noodzakelijk, waarin het traject zich gaat richten op een toekomstbestendige inrichting van de weg, het verbeteren van de verkeersveiligheid, het vergroten van de doorstroming, het versterken van de fietsstructuur en oversteekbaarheid.

De doelstelling van het project is het toekomstbestendige herinrichten van de N284 tussen Reusel en Hapert, waarbij de verkeersveiligheid, de doorstroming en de leefbaarheid op en rond de weg worden verbeterd. Om deze herinrichting planologisch mogelijk te maken is dit Projectbesluit opgesteld.

§ 1.2 Projectbeschrijving

De huidige inrichting van de N284 voldoet niet langer aan de eisen voor een duurzame, veilige en efficiënte gebiedsontsluitingsweg. Om de weg beter te laten functioneren voor zowel gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer als openbaar vervoer, worden maatregelen getroffen.

De verbeteringen zijn nodig om de volgende doelen te bereiken:

  • ●

    de doorstroming op de N284 te verbeteren;

  • ●

    de verkeersveiligheid te vergroten, door het terugdringen van conflicten tussen weggebruikers en het verbeteren van de weginrichting;

  • ●

    de kwaliteit van de fietsstructuur te versterken;

  • ●

    de oversteekbaarheid van de N284 voor fietsers te verbeteren;

  • ●

    de kwaliteit en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer te verhogen;

  • ●

    vertragingen en onveiligheid door landbouwverkeer weg te nemen;

  • ●

    de toegankelijkheid van functies en bedrijventerreinen te verbeteren;

  • ●

    de kwaliteit van het cultuurlandschap te versterken en de weg beter landschappelijk in te passen;

  • ●

    de technische staat van de weg op te waarderen naar een onderhoudsarme constructie voor minimaal tien jaar.

Om deze doelstelling te realiseren, wordt een samenhangend pakket van maatregelen uitgevoerd, dat in het Voorkeursalternatief (VKA) 2022 is vastgesteld en in het voorlopig ontwerp (VO, zie figuur 1 en bijlage II) verder is uitgewerkt. De maatregelen worden nader omschreven in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.

Afbeelding Figuur 1 - Voorontwerp vereenvoudigd weergegeven
afbeelding binnen de regeling
Figuur 1. Voorontwerp vereenvoudigd weergegeven

§ 1.3 Projectgebied

Dit projectbesluit regelt het treffen van maatregelen in het projectgebied.

§ 1.4 Opbouw projectbesluit

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de te treffen permanente maatregelen in de uiteindelijke gebruiksfase van de opnieuw ingerichte N284. In hoofdstuk 3 volgt de beschrijving van de tijdelijke maatregelen die nodig zijn tijdens de realisering van het project en geeft voorschriften die aan de toestemming voor het realiseren van het project verbonden zijn. In hoofdstuk 4 wordt toegelicht hoe het projectbesluit werkt, op welke besluiten het projectbesluit ziet en hoe de omgevingsplannen van de gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel gewijzigd worden. 

De motivering van dit projectbesluit en de daarbij behorende bijlagen zijn te raadplegen via de bekendmaking in het provinciaal blad.

Hoofdstuk 2 Permanente maatregelen en voorzieningen

§ 2.1 Inleiding

Het projectbesluit betreft de volgende maatregelen:

  • 1.

    Het aanhouden van een duurzaam-veilig wegprofiel: enkelbaans weg met een dwarsprofiel van 1x2 rijstroken (gebiedsontsluitingsweg 1x2) met obstakelvrije bermen en een ontwerpsnelheid van 80 km/uur. Hierbij wordt de bestaande ligging van de hoofdrijbaan behouden en alleen waar nodig verbreed.

  • 2.

    Het optimaliseren van de kruispunten Raambrug, Lange Trekken, de Wijer en Castersedijk.

  • 3.

    Aanleggen van een vrij liggend tweerichtingsfietspad aan de zuidzijde van de volledige N284 Reusel-Hapert en aansluiting daarvan op de regionale fietsroute F67.

  • 4.

    Integratie van de doorfietsroute in de Oude Provincialeweg ter hoogte van de Castersedijk door middel van een fietsstraat.

  • 5.

    Realisatie van ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang bij de Egyptische Poort. 

  • 6.

    Verbreding middenberm voor fietsers bij Lange Trekken om een veiligere oversteek te creëren.

  • 7.

    Afsluiten ‘koude oversteek’ bij de Uitgang – Dwarsstraat om onveilige situaties te voorkomen.

  • 8.

    Herinrichting van het kruispunt Castersedijk tot een tangentconstructie bestaande uit twee T‑aansluitingen.

  • 9.

    Optimalisatie van het kruispunt Raambrug–Postelweg, onder andere door extra opstelstroken voor rechtdoor verkeer, afgestemd op de toekomstige verkeersintensiteiten.

  • 10.

    Toevoegen extra linksafstrook op het kruispunt De Wijer om aansluiting op het bedrijventerrein te verbeteren.

  • 11.

    Realisatie van nieuwe aansluiting De Sleutel om bereikbaarheid te verbeteren op het bedrijventerrein 

  • 12.

    Verbeteren en verplaatsen bushaltes en het creëren van meer ruimte voor toekomstige HOV-voorzieningen.

  • 13.

    Verlegging van de Groote Beerze.

  • 14.

    Inpassen van een beekdalpassage over de Groote Beerze met een losliggende fietsbrug en open lichtinval.

  • 15.

    Realiseren van klimaatadaptieve elementen langs de N284 zoals wadi’s, verbrede bermsloten en extra waterberging.

  • 16.

    Opwaarderen technische staat van de weg door verbeteringen aan de verharding aan te brengen.

  • 17.

    Realiseren van geluidgeleiderails. 

Ten gevolge van deze (weg)aanpassingen zijn voorts de volgende maatregelen nodig:

  • 1.

    Aanleg natuurcompensatie voor aan te tasten Natuur Netwerk Brabant (NNB).

  • 2.

    Sloop van bestaande bouwwerken:

    • 1.

      Woning aan de Rondweg 2 (Bladel) en verbod tot herbouw,

    • 2.

      Woning aan de Castersedijk 4 (Hapert) en verbod tot herbouw,

    • 3.

      Bestaande duiker/brug over de Groote Beerze. 

  • 1.

    Kappen en herplanten van bomen.

  • 2.

    Vervangen van duikers.

  • 3.

    Aanpassen, verleggen en aanleggen van watergangen en andere oppervlaktewaterlichamen.

  • 4.

    Opbreken en opnieuw aanleggen van delen van de bestaande weg en aanliggende infrastructuur.

De maatregelen zijn zichtbaar in het wegontwerp, zoals opgenomen in Bijlage II.

§ 2.2 Maatregel: aanleggen duurzaam-veilig wegprofiel

Voor de locatie N284 Reusel - Hapert wordt een duurzaam-veilig wegprofiel aangehouden. De weg is een enkelbaans weg met een dwarsprofiel van 1x2 rijstroken (gebiedsontsluitingsweg 1x2) met obstakelvrije bermen en een ontwerpsnelheid van 80 km/uur. Hierbij wordt de bestaande ligging van de hoofdrijbaan behouden en alleen waar nodig verbreed.

§ 2.3 Maatregel: optimalisatie kruispunten

Op de locatie Optimalisatie kruispunt (zie de vijf afbeeldingen hieronder) wordt de inrichting van de kruispunten Raambrug, Lange Trekken, de Wijer en Castersedijk geoptimaliseerd.  

Het kruispunt Raambrug wordt onder andere geoptimaliseerd door het aanleggen van extra opstelstroken voor rechtdoorgaand verkeer. Deze herinrichting is afgestemd op de toekomstige verkeersintensiteiten.  

Op het kruispunt bij de Lange Trekken wordt de middenberm verbreed om zo voor fietsers een veiligere oversteek te creëren.   

Op het kruispunt met de Wijer wordt een extra linksafstrook toegevoegd op het kruispunt om zo de aansluiting op het bedrijventerrein te verbeteren.  

Het kruispunt Castersedijk wordt heringericht tot een tangentconstructie bestaande uit twee T‑aansluitingen.

Afbeelding optimalisering kruising_Page_1
afbeelding binnen de regeling
Optimalisering kruising - 1
Afbeelding optimalisering kruising_Page_2
afbeelding binnen de regeling
Optimalisering kruising - 2
Afbeelding optimalisering kruising_Page_3
afbeelding binnen de regeling
Optimalisering - 3
Afbeelding optimalisering kruising_Page_4
afbeelding binnen de regeling
Optimalisatie kruising - 4
Afbeelding optimalisering kruising_Page_5
afbeelding binnen de regeling
Optimalisatie - 5

§ 2.4 Maatregel: aanleggen vrij liggend tweerichtingsfietspad

Op de locatie aanleggen vrij liggend fietspad wordt een vrij liggend tweerichtingsfietspad aangelegd aan de zuidzijde van de volledige N284. Deze sluit daarmee aan op de regionale fietsroute F67. Ter hoogte van de Castersedijk wordt de doorfietsroute geïntegreerd in de Oude Provincialeweg door middel van een inrichting als fietsstraat.

§ 2.5 Maatregel: bouwen ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang

Op de locatie bouwen ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang wordt een ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang gerealiseerd bij de Egyptische Poort. Deze onderdoorgang krijgt vorm als een tunnel onder de N284 door.

§ 2.6 Maatregel: aanleggen verbrede middenberm

Op de locatie N284 Reusel – Hapert wordt de middenberm op locaties verbreed. Bij de kruising met de Lange Trekken wordt de middenberm verbreedt om voor fietsers een veiligere oversteek te creëren.

§ 2.7 Maatregel: opbreken oversteek en doorzetten watergang

Op de locatie opbreken oversteek en doorzetten watergang wordt de ‘koude oversteek’ bij de Uitgang – Dwarsstraat afgesloten om onveilige situaties te voorkomen. Ter plaatse wordt de bestaande duiker vervangen door een watergang, daarmee wordt de bestaande watergang doorgezet als oppervlaktewater.

§ 2.8 Maatregel: aanleggen aansluiting

Op de locatie aanleggen aansluiting wordt een nieuwe aansluiting op bedrijventerrein De Sleutel gerealiseerd om de bereikbaarheid van het bedrijventerrein te verbeteren.

§ 2.9 Maatregel: aanleggen bushaltes

Op de locatie Aanleggen bushaltes worden langs de N284 bushaltes verbeterd en verplaatst. Er wordt meer ruimte gecreëerd voor toekomstige voorzieningen voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV).

§ 2.10 Maatregel: bouwen beekdalpassage

Op de locatie bouwen beekdalpassage wordt een beekdalpassage over de beek de Groote Beerze gebouwd. De beekdalpassage bestaat uit een brug voor gemotoriseerd verkeer en een losliggende fietsbrug. Door twee bruggen aan te leggen, blijft er voldoende lichtinval bestaan voor de Groote Beerze en de natuur onder de beekdalpassage.

§ 2.11 Maatregel: aanleggen beekverlegging

Op de locatie aanleggen beekverlegging wordt de beek de Groote Beerze verlegd. In de huidige situatie is de Groote Beerze gekanaliseerd. De beek gaat op deze locatie meer meanderen en zal daardoor verlegd worden naar de westzijde van de huidige loop van de beek.

§ 2.12 Maatregel: aanleggen klimaatadaptieve elementen

Op de locatie N284 Reusel – Hapert worden klimaatadaptieve elementen gerealiseerd langs de N284. Het betreft hier onder andere wadi’s, verbrede bermsloten en extra waterberging.

§ 2.13 Maatregel: aanbrengen verbeteringen in verharding

Op de locatie N284 Reusel – Hapert wordt de technische staat van de weg opgewaardeerd door verbeteringen aan de verharding aan te brengen.

§ 2.14 Maatregel: bouwen geluidgeleiderails

Op de locatie bouwen geluidgeleiderail worden geluidgeleiderails gerealiseerd. Dit zijn geleiderails die afschermend worden uitgevoerd. Hiermee kan het geluid bij de achterliggende woningen gemiddeld met 2 tot 3 dB worden verlaagd.   

Geluidscherm

In het wegontwerp is ook een geluidscherm opgenomen als maatregel. Het realiseren van dit geluidscherm maakt geen onderdeel uit van het projectbesluit, aangezien deze al planologisch mogelijk is op basis van het omgevingsplan van rechtswege.

§ 2.15 Maatregel: aanleggen natuur

Op de locatie aanleggen natuur wordt nieuwe natuur aangelegd ter compensatie van het teniet doen van een klein areaal Natuurnetwerk Brabant ter plaatse van de locatie vervallen NNB ten behoeve van het aanleggen van de nieuwe aansluiting bij De Sleutel.

§ 2.16 Maatregel: slopen woningen

Op de locaties slopen woning worden twee bestaande woningen gesloopt ter uitvoering van de herinrichting van de N284.

§ 2.17 Maatregel: slopen duiker en brug

Op de locatie N284 Reusel – Hapert worden diverse bouwwerken gesloopt. Zo wordt de brug ter hoogte van de beek de Groote Beerze gesloopt en worden verschillende duikers gesloopt en deels vervangen door grotere duikers.

§ 2.18 Maatregel: kappen en herplanten bomen

Op de locatie N284 Reusel – Hapert worden diverse bomen gekapt en worden bomen herplant.

§ 2.19 Maatregelen: geluidreductie

De provincie is op grond van de Omgevingswet bevoegd om de overbelaste geluidsituatie bij woningen te saneren. Ook langs de N284 staan zogenaamde saneringswoningen. In het kader van het Actieplan Geluid Provincie Noord-Brabant is onderzocht welke maatregelen doelmatig zijn om de bestaande geluidbelasting bij deze woningen te verminderen.    

Als meekoppelkans worden binnen het project herinrichting N284 de volgende geluidmaatregelen getroffen:

  • 1.

    Op de locatie N284 Reusel - Hapert wordt op het hele traject SMA-NL 8G+ asfalt aangebracht (uitgezonderd de kruisingsvlakken). Dit wegdek reduceert het geluid met circa 3-4 dB.

  • 2.

    Op de negen locaties bouwen geluidgeleiderail wordt de geleiderail, die verkeerskundig vereist is, uitgevoerd als een afschermende geluidgeleiderail. Deze levert gemiddeld 2-3 dB geluidreductie op bij de achterliggende woningen.

§ 2.20 Maatregelen: waterberging

Op de locaties waterberging wordt voorzien in waterberging.    

Deze waterberging wordt als volgt vormgegeven:

  • 1.

    Voor de toename van de verharde oppervlakte wordt waterberging gerealiseerd van minimaal 0,1 m per m2 en, in lijn met de uitgangspunten van het waterschap en klimaatadaptatiebeleid. Hiermee wordt voorkomen dat extra afvoer leidt tot wateroverlast in het omliggende gebied.

  • 2.

    Hemelwater afkomstig van de weg wordt zoveel mogelijk lokaal afgevoerd naar bermsloten en geïnfiltreerd in de bodem. Hiermee wordt afwenteling van wateroverlast voorkomen en wordt het watersysteem robuust en klimaatbestendig ingericht.

  • 3.

    Watergangen binnen het projectgebied worden behouden en waar nodig verlegd, met behoud van bergingscapaciteit en afvoercapaciteit. Bij verlegging wordt minimaal het bestaande profiel hersteld, zodat het functioneren van het watersysteem gewaarborgd blijft.

  • 4.

    Waar noodzakelijk worden aanvullende voorzieningen gerealiseerd, wadi’s, infiltratiegreppels, waterbuffers en grindkoffers, om piekafvoeren op te vangen en water lokaal vast te houden.

  • 5.

    Om de kwaliteit van het oppervlakte water te beschermen en waar mogelijk te verbeteren, worden wadi's en ondiepe greppels gerealiseerd waarin afstromend wegwater kan infiltreren. Hierdoor wordt de direct afvoer naar het oppervlaktewatersysteem beperkt en neemt de belasting van sloten en watergangen af. Dit leidt lokaal tot een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit.

Aanvullend op de locaties waar voorzien wordt in waterberging wordt de fietsonderdoorgang bij de Egyptische Poort op de locatie bouwen ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang uitgevoerd met voldoende pompcapaciteit, afgestemd op extreme neerslag (T100-bui), zodat wateroverlast en stremming van de route worden voorkomen.

§ 2.21 Maatregelen: behoud en versterken van landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit

Op de locatie projectgebied worden landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit behouden en versterkt:

  • 1.

    De landschappelijke en ruimtelijke inpassing van het project zijn uitgewerkt in het ruimtelijk kwaliteitskader en het landschappelijk inpassingsplan. Hierin zijn uitgangspunten en concrete maatregelen vastgelegd voor het behoud en zo veel mogelijk versterken van landschappelijke structuren zoals beekdalen, groene entrees van de kernen, laanbeplantingen en zichtrelaties. Bij de herinrichting wordt er zorgvuldig omgegaan met bestaande groenelementen en karakteristieke beplantingen. Op locaties waar ingrepen noodzakelijk zijn, wordt voorzien in landschappelijke compensatie en een passende vormgeving van de weg en bijbehorende voorzieningen. 

    Daarnaast zijn maatregelen opgenomen om de barrièrewerking van de weg te verminderen, onder meer door het realiseren van onderdoorgangen en het verbeteren van noord-zuidverbindingen voor mens en natuur. Dit betreft met name de nieuwe beekdalpassage over de Groote Beerze en ongelijkvloerse fietsonderdoorgang bij de Egyptische Poort. e draagt de landschappelijke inpassing bij aan behoud en versterking van de kernkwaliteiten van het Kempisch landschap.

  • 2.

    Het Landschapsplan beschrijft de landschappelijke inpassing en bevat de verplichte inpassingsmaatregelen die zijn gekoppeld aan het wegontwerp.

§ 2.22 Maatregel: beperken gevolgen voor Natuurnetwerk Brabant

Maatregel met betrekking tot het beperken van gevolgen:

  • 1.

    Binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden maatregelen getroffen om de effecten van het ruimtebeslag zo veel mogelijk te beperken. Er wordt zo veel mogelijk binnen het bestaande wegprofiel gewerkt om onnodige aantasting van de natuurwaarde te beperken. Binnen het plangebied kan een groot deel van de geraakte natuurbeheertypen terugkomen. Daarnaast is compensatie voor het areaal dat niet kan terugkomen voorzien in een perceel grenzend aan het NNB, nabij de projectlocatie waar N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos terugkomt. Dit in combinatie met de compensatie binnen het projectgebied op de locatie aanleggen natuur zorgt uiteindelijk voor een positief effect door uitbreiding van de NNB. De compensatie is uitgewerkt in een afzonderlijk natuurcompensatieplan (Bijlage_III). De compensatiemaatregelen zijn gericht op het duurzaam herstellen dan wel versterken van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant, zodat de samenhang en functioneren van het netwerk behouden blijven.

§ 2.23 Maatregelen: soortenbescherming

Maatregelen met betrekking tot soortenbescherming:

  • 1.

    Op de locatie aanleggen beekverlegging wordt de bestaande duiker verlegd en vervangen door een ecologisch ingerichte beekdalpassage, waarmee een bestaande barrièrewerking wordt weggenomen en de ecologische verbinding binnen het beekdal wordt versterkt.

  • 2.

    Op de locatie N284 Reusel - De Hapert wordt voor vleermuizen de functionaliteit van vlieg- en foerageerroutes behouden of hersteld, onder meer door het zorgvuldig omgaan met lijnvormige elementen zoals bomenrijen en groenstructuren. Ter hoogte van de nieuwe aansluiting van De Sleutel worden aanvullende bomen aangeplant om deze structuren te versterken.

§ 2.24 Maatregel: bescherming houtopstanden

Op de locatie N284 Reusel - De Hapert worden bomen gekapt. Als gevolg van de kap van bomen is een herplantplicht van toepassing. De bomen worden gecompenseerd in aantallen en sortiment.

§ 2.25 Voorschriften

De toestemming voor de herinrichting van de N284 zoals beschreven in dit projectbesluit wordt gegeven voor onbepaalde tijd. Aan de herinrichting zijn vanuit het bevoegd gezag, de Provincie Noord-Brabant, voorschriften verbonden. Deze voorschriften zijn in dit hoofdstuk vermeld.

§ 2.25.1 Voorschrift 1: Landschappelijke inpassing

Voorschrift Landschappelijke inpassing:

  • 1.

    Het gebruik van gronden, het aanleggen van voorzieningen en het bouwen van bouwwerken ten behoeve van het project zoals omschreven in dit projectbesluit in het gebied N284 Reusel - Hapert is uitsluitend toegestaan indien de landschapsmaatregelen, weergegeven middels ruimtelijke structuur, inpassingsmaatregelen, principeprofielen en principekruisingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk Beeldkwaliteitsplan van het 'Ruimtelijk Kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' zoals opgenomen in Bijlage_IV, binnen 2 jaar na openstelling van de weg zijn gerealiseerd en duurzaam beheerd en in stand worden gehouden.

  • 2.

    Afwijken van de in lid 1 genoemde maatregelen is toegestaan indien de uitvoering van de landschapsmaatregelen als opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteitsplan van het ‘Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan’ op onderdelen redelijkerwijs niet mogelijk is en er naar oordeel van een onafhankelijke landschapsdeskundige naar aard en omvang een gelijkwaardige landschappelijke inpassing wordt bereikt.

§ 2.25.2 Voorschrift 2: Natuurcompensatie

Ter plaatse van de locatie aanleggen natuur wordt binnen 2 jaar na openstelling van de weg overeenkomstig de in Bijlage_III opgenomen Nee, tenzij-toets en compensatieplan minimaal 159 m2 natuur van het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, minimaal 166 m2 natuur van het beheertype N12.05 Kruiden- of faunarijke akker en 3.572 m2 natuur van het beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbossen wordt aangelegd en duurzaam in stand gehouden.

§ 2.26 Flexibiliteit

§ 2.26.1 Flexibiliteit nadere uitwerking ontwerp

Ten behoeve van dit project is een voorlopig ontwerp wegontwerp (VO) opgesteld (Bijlage_II). Het VO zal worden uitgewerkt tot een definitief ontwerp (DO) en uitvoeringsontwerp (UO).

De volgende zaken dienen in het DO en UO in ieder geval nader gedetailleerd of uitgewerkt te worden:

  • ●

    de exacte wegprofielen;

  • ●

    de locaties en afmetingen van tijdelijke werkterreinen;

  • ●

    de keuze van de materialisatie voor top-, uitvul- en filterlagen;

  • ●

    de keuze van de materialisatie van kunstwerken.

Maatvoering 

Het is niet uit te sluiten dat tijdens de uitwerking naar het DO en UO kleine afwijkingen ontstaan ten opzichte van de maatvoering zoals opgenomen in het VO. Dit kan het gevolg zijn van een (kleine) fout tijdens het inmeten van het terrein. Bij de uitwerking naar het DO en UO mag worden afgeweken van het ruimtebeslag dat volgt uit het VO. Die afwijking is echter alleen toegestaan met de volgende marges: een meter voor de horizontale maatvoering (alle richtingen vanuit dat ruimtebeslag bezien, gemeten op maaiveldniveau). Tevens maximaal 10 centimeter omhoog of omlaag voor wat betreft de verticale maatvoering (gemeten loodrecht). 

§ 2.26.2 Randvoorwaarden voor flexibiliteit

De flexibiliteit zoals bedoeld in paragraaf 2.26.1 is slechts toelaatbaar indien die in overeenstemming is met de navolgende randvoorwaarden:

  • ●

    het ruimtebeslag van de permanente werkzaamheden, zoals beschreven in hoofdstuk 2, dient binnen het projectgebied te blijven, vermeerderd met de afwijkingsmogelijkheid van een meter als bedoeld onder het kopje ‘maatvoering’;

  • ●

    de aan het DO en UO verbonden milieu- en omgevingseffecten mogen niet groter zijn, althans niet in betekende mate, dan de milieu- en omgevingseffecten die zijn beschreven in hoofdstuk 4 van de motivering;

  • ●

    de landschappelijke hoofdstructuur en beeldkwaliteit moeten onverminderd worden gerealiseerd;

  • ●

    er is geen sprake van onevenredige negatieve gevolgen voor de omgeving.

Hoofdstuk 3 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen

§ 3.1 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen

Om het project te kunnen realiseren, worden tijdelijke maatregelen en voorzieningen getroffen. In het uitvoeringsontwerp, dat zal worden opgesteld door de aannemer, zullen zo nodig bouwwegen, werkterreinen en omleidingsroutes worden opgenomen. Eventuele (uitvoerings-)vergunningen worden te zijner tijd aangevraagd en gecommuniceerd met de omgeving.

§ 3.1.1 Maatregel: Wegblokkades/ inritten/ omleidingsroutes

Percelen van bedrijven en bewoners blijven gedurende de uitvoering bereikbaar. Bij werkzaamheden aan of direct voor de erfaansluiting, is het mogelijk dat een perceel één dag niet bereikbaar is. In principe dient de uitvoering zo gefaseerd te worden dat er te allen tijde een rijstrook beschikbaar is. Eventuele afsluitingen gaan in overleg. Omleidingsroutes lopen via minimaal gelijkwaardige wegen en worden uitsluitend toegepast als dit niet leidt tot toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

§ 3.2 Compensatiemaatregelen

De volgende maatregelen ter voorkoming, beperking of compensatie van nadelige gevolgen worden in het projectgebied genomen:

§ 3.2.1 Maatregel: bodemsanering

Op enkele locaties in het projectgebied zijn verhoogde waarden aangetroffen. Hiervoor wordt in de uitvoeringsfase op basis van de resultaten van eventueel vervolgonderzoek bepaald of lokale sanering of afvoer van grond noodzakelijk is.

§ 3.2.2 Maatregel: grondwaterverontreiniging

Bij werkzaamheden waarbij grondwater wordt verplaatst of onttrokken, wordt zorgvuldig omgegaan met de op één locatie aangetroffen grondwaterverontreiniging. Er worden passende veiligheidsmaatregelen gevolgd.

§ 3.2.3 Maatregel: behoud van cultureel erfgoed en aardkundige waarden

Voor het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat langs het tracé sprake is van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting en dat de voorgenomen bodemingrepen kunnen reiken tot in het archeologisch relevante niveau. 

Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat, afhankelijk van de ligging van de ingrepen en de mate van bodemverstoring, voorafgaand aan de uitvoering aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk kan zijn. Dit betreft in eerste instantie verkennend booronderzoek. Indien daaruit blijkt dat sprake is van (deels) intacte bodemopbouw, kan vervolgonderzoek nodig zijn in de vorm van proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding tijdens de uitvoering.

§ 3.2.4 Maatregel: soortenbescherming

Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd vinden plaats buiten het broedseizoen of worden voorafgegaan door een ecologische inspectie. 

Indien noodzakelijk wordt gewerkt onder begeleiding van een ecologisch deskundige. 

Ter hoogte van de Groote Beerze wordt de bestaande duiker verlegd en vervangen door een ecologisch ingerichte beekdalpassage, waarmee een bestaande barrièrewerking wordt weggenomen en de ecologische verbinding binnen het beekdal wordt versterkt. 

Voor vleermuizen wordt de functionaliteit van vlieg- en foerageerroutes behouden of hersteld, onder meer door het zorgvuldig omgaan met lijnvormige elementen zoals bomenrijen en groenstructuren. Ter hoogte van nieuwe aansluiting van De Sleutel worden aanvullende bomen aangeplant om deze structuren te versterken. 

Voor algemene zoogdieren en amfibieën worden zorgplichtmaatregelen toegepast, zoals het gefaseerd uitvoeren van werkzaamheden en het bieden van vluchtmogelijkheden.

Hoofdstuk 4 Reikwijdte besluit

§ 4.1 Inleiding

Dit projectbesluit zorgt ervoor dat het project N284 Reusel-Hapert uitgevoerd kan worden en wijzigt omgevingsplannen voor zover die in strijd zijn met het uitvoeren van het project. Op de wijziging van omgevingsplannen is de overgangsrechtelijke bepaling van artikel 22.16 lid 1 Omgevingswet van toepassing. Dit houdt in dat de provincie in de overgangsfase van het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar een nieuw deel van het omgevingsplan met het projectbesluit het omgevingsplan niet hoeft te wijzigen. In die fase geldt het projectbesluit als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). 

In een projectbesluit kan worden opgenomen dat het tegelijkertijd geldt als een in het Omgevingsbesluit aangewezen besluit (artikel 5.7 Omgevingsbesluit), zoals de vaststelling van een geluidproductieplafond, een maatwerkvoorschrift, een verkeersbesluit of een onttrekking van een weg aan de openbaarheid. In die gevallen moet het projectbesluit aan de regels over die besluiten voldoen. Dit is hier niet aan de orde. 

Op grond van artikel 5.52, tweede lid, onder a Omgevingswet geldt dit projectbesluit tevens als een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. 

Voor zover activiteiten aan de orde zijn die op een andere grondslag dan het omgevingsplan vergunningplichtig zijn, kunnen deze mee worden gecoördineerd met het projectbesluit. Van die mogelijkheid wordt met dit projectbesluit echter geen gebruik gemaakt.

§ 4.2 Projectbesluit als BOPA

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hadden gemeenten nog geen omgevingsplan volgens de regels van de Omgevingswet. Er ontstond door het overgangsrecht een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel bestaat uit de op dat moment geldende bestemmingsplannen en daarmee vergelijkbare instrumenten (waaronder inpassingsplannen) en uit de bruidsschat. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar een nieuw deel van het omgevingsplan.  

In deze overgangsfase hoeft de provincie met het projectbesluit het omgevingsplan niet te wijzigen. Dit volgt uit artikel 22.16, lid 1, eerste zin, van de Omgevingswet.  

Voor zover het projectbesluit in strijd is met het omgevingsplan, geldt het projectbesluit dan als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 22.16, lid 1, tweede zin, Omgevingswet). 

§ 4.3 Wijziging omgevingsplannen

Dit projectbesluit wijzigt het omgevingsplan gemeente Reusel-De Mierden en het omgevingsplan gemeente Bladel voor zover deze in strijd zijn met het projectbesluit.  

Oorspronkelijk was het de bedoeling om met het projectbesluit de regels van het omgevingsplan direct te wijzigen, maar dit is technisch niet haalbaar op dit moment. Vandaar dat gewerkt moet worden met een tijdelijk regelingdeel. Dit vormt een soort 'oplegger' boven op het omgevingsplan. In het tijdelijk regelingdeel is in de voorrangsregel aangegeven wat de verhouding is met de overige regels van het omgevingsplan. De regels in het tijdelijk regelingdeel wijken inhoudelijk namelijk af van de overige regels van het omgevingsplan. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden en de gemeente Bladel afwijken van de regels waarmee het tijdelijk regelingdeel van het projectbesluit N284 Reusel-Hapert het omgevingsplan wijzigt, gelden uitsluitend de regels die door het projectbesluit zijn toegevoegd. 

De tijdelijk regelingdelen zijn in de landelijke 'Regels op de kaart' viewer te bekijken bij het omgevingsplan van de gemeente Bladel en van Reusel-De Mierden, onder het tabblad 'overzicht'. Het ontwerp van het tijdelijk regelingdeel is te vinden door op 'Geldende versie' te klikken en dan naar het ontwerpbesluit van het projectbesluit te gaan. De tijdelijk regelingdelen kunnen ook ingezien worden in de provinciale viewer: https://noord-brabant.viewer.ow.planoview.nl/projectbesluit_n284.

Voor wat betreft de wijziging van het omgevingsplan gemeente Reusel-De Mierden gaat het om de delen die voor 1 januari 2024 bekend waren als:

  • ●

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, vastgesteld 24 september 2024 door de gemeenteraad van Reusel-De Mierden.

Voor wat betreft de wijziging van het omgevingsplan gemeente Bladel gaat het om de delen die voor 1 januari 2024 bekend waren als:

  • ●

    Bestemmingsplan Buitengebied 1998 Sportpark De Smagtenbocht Bladel, vastgesteld 17 december 1998 door de gemeenteraad van Bladel;

  • ●

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, vastgesteld 27 mei 2024 door de gemeenteraad van Bladel;

  • ●

    Bestemmingsplan Kom Hapert 2021, vastgesteld 20 mei 2021 door de gemeenteraad van Bladel.

De omgevingsplannen worden gewijzigd daar waar het gebruik, het bouwen of het uitvoeren van een werk zoals beschreven in het projectbesluit in strijd is met de regels van de omgevingsplannen.

Het betreft:

  • ●

    Het verbreden van de N284 op locaties waar geen wegen, alleen bestaande wegen of alleen wegen ten behoeve van de agrarische functie zijn toegestaan.

  • ●

    Het verbreden van de N284 waar het aanbrengen van oppervlakteverharding niet is toegestaan zonder een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA).

  • ●

    Het aanleggen van bermsloten waar geen water is toegestaan of waar alleen water ten behoeve van de agrarische functie is toegestaan.

  • ●

    Het aanleggen van bermsloten waar graven niet is toegestaan zonder een OPA.

  • ●

    Het kappen van bomen en houtopstanden waar dat niet is toegestaan.

  • ●

    Het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde – Archeologie. In het kader van dit projectbesluit zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd waarmee aangetoond wordt dat het uitvoeren van een werk geen negatieve effecten heeft. Dit geldt echter niet voor archeologie. Er heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat dit onderzoek het aantreffen van archeologische vondsten op voorhand niet kan uitsluiten, blijft voor gronden met een archeologische verwachtingswaarde een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk bestaan.

  • ●

    Het mogelijk maken van de functie Natuur om natuurcompensatie mogelijk te maken en duurzaam in stand te moeten houden. Gelijktijdig worden andere functies dan die bijdragen aan natuur onmogelijk gemaakt (wegbestemd). Op deze manier kan de nieuw ingerichte natuur niet meer in gebruik genomen worden als functie die afbreuk doet aan de natuurwaarde.

  • ●

    Het mogelijk maken van de functie Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden ter plaatse van de te slopen woning Rondweg 2 te Bladel. Gelijktijdig wordt de woonfuncties onmogelijk gemaakt (wegbestemd). Op deze manier kan de resterende woonkavel niet meer in gebruik genomen worden voor het wonen. Wonen is hier immers onwenselijk geworden doordat de N284 hier te dicht langs deze woningen zou lopen. De functie Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden sluit aan bij de omliggende gronden.

  • ●

    Het mogelijk maken van de functie Groen ter plaatse van de te slopen woning Castersedijk 4 te Hapert. Gelijktijdig wordt de woonfuncties onmogelijk gemaakt (wegbestemd). Hiervoor geldt dezelfde reden als voor de te slopen woning Rondweg 2. De functie Groen sluit aan bij de omliggende gronden.

  • ●

    Het bouwen van verkeerskundige voorzieningen en overige bouwwerken waar alleen agrarische bouwwerken of bouwwerken ten behoeve van bos- en natuurbeheer, extensief recreatief medegebruik of een dagrecreatieterrein zijn toegestaan.

In hoofdstuk 6 en 7 zijn de tijdelijke regelingdelen voor respectievelijk de gemeente Reusel-De Mierden en de gemeente Bladel ter informatie opgenomen.

§ 4.4 Termijn gemeente geen belemmerende regels in omgevingsplan

Tot 10 jaar na vaststelling van dit projectbesluit worden in het omgevingsplan gemeente Reusel-De Mierden en het omgevingsplan gemeente Bladel geen regels opgenomen die het uitvoeren of instandhouding van het project belemmeren.

Bijlagen

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Aanleggen aansluiting

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_568b169445164efa8f2b72f956e9ea28/nld@2026‑09‑22;1

Aanleggen beekverlegging

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_6e6ad497d30b470cbb06ba72fcb21fd1/nld@2026‑09‑22;1

Aanleggen bushaltes

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_ec47449729134f4282143a6b27dfe7bf/nld@2026‑09‑22;1

Aanleggen natuur

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_d82f78d51a2340ef8fa9b66ccce230f1/nld@2026‑09‑22;1

Aanleggen vrij liggend fietspad

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_830f69885e0f45f790d39b5d4b4c001e/nld@2026‑09‑22;1

Bijlage_II_-_Wegontwerp.pdf

/join/id/regdata/pv30/2026/Bijlage_II___Wegontwerp/nld@2026‑09‑22;1

Bijlage_III_-_Nee,_tenzij_en_compensatieplan.pdf

/join/id/regdata/pv30/2026/Bijlage_III___Nee__tenzij_en_compensatieplan/nld@2026‑09‑22;1

Bijlage_IV_Ruimtelijk_kwaliteitskader,_Landschapsplan_en_Beeldkwaliteitsplan.pdf

/join/id/regdata/pv30/2026/Bijlage_IV_Ruimtelijk_kwaliteitskader__Landschapsplan_en_Beeldkwaliteitsplan/nld@2026‑09‑22;1

Bouwen beekdalpassage

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_f8b46e30b35e4851a4f51e2bc6f49177/nld@2026‑09‑22;1

Bouwen geluidgeleiderail

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_f5d4d79bfa3448bb85022aac7b5b39f2/nld@2026‑09‑22;1

Bouwen ongelijkvloerse fiets en voetgangersdoorgang

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_830233baf6a64e558c2f46aab2f34da8/nld@2026‑09‑22;1

N284 Reusel - Hapert

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_2a02de8f830e4fa0993366572bcb4c24/nld@2026‑09‑22;1

Opbreken oversteek en doorzetten watergang

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_7f67f4195bfc406f90f98fcb5b10bff3/nld@2026‑09‑22;1

Projectgebied

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_fb82cf2ccf33442ea9b247b9b2e9a8cb/nld@2026‑09‑22;1

Slopen woning

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_9cf1243f3bcf4759bc5ee68162fe3f36/nld@2026‑09‑22;1

Waterberging

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_8be784393fbe44368d34d240f072d19c/nld@2026‑09‑22;1

Bijlage II Wegontwerp

Bijlage_II_-_Wegontwerp.pdf

Bijlage III Nee, tenzij toets en compensatieplan

Bijlage_III_-_Nee,_tenzij_en_compensatieplan.pdf

Bijlage IV Ruimtelijk Kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan

Bijlage_IV_Ruimtelijk_kwaliteitskader,_Landschapsplan_en_Beeldkwaliteitsplan.pdf

Bijlage V Begrippen

projectbesluit

het projectbesluit N284 Reusel-Hapert van de provincie Noord-Brabant;

tijdelijk regelingdeel

een afzonderlijk onderdeel van een omgevingsdocument, waarmee een ander bestuursorgaan dan de gemeente (zoals het Rijk of een provincie) regels kan wijzigen van een gemeentelijk omgevingsplan;

Bijlage B Regels voor de gemeente Bladel

Omgevingsplanregels Bladel vanwege projectbesluit N284 Reusel - Hapert, provincie Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Bladel afwijken van de regels waarmee het projectbesluit N284 Reusel - Hapert het omgevingsplan wijzigt, hebben de regels die door het projectbesluit zijn toegevoegd voorrang.

Hoofdstuk 1 Regels N284 Reusel – Hapert

Artikel 1.1 N284 Reusel – Hapert

Ter plaatse van het projectgebied⁠ mogen, naast elders in dit omgevingsplan toegelaten activiteiten, activiteiten worden verricht die rechtstreeks verband houden met het uitvoeren van het project, alsmede met het in stand houden van de ingevolge dat project gerealiseerde werken.

Artikel 1.2 Vrijstelling uitvoeren van werken en werkzaamheden in het kader van N284 Reusel – Hapert

  • 1.

    Voor zover het omgevingsplan ter plaatse van het projectgebied bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit N284 Reusel-Hapert.

  • 2.

    De vrijstelling als bedoeld onder 1 ziet niet op activiteiten en handelingen die archeologische waarden kunnen aantasten binnen de in het omgevingsplan voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden, tenzij uit archeologisch vervolgonderzoek is gebleken dat er geen archeologisch waarde aanwezig zijn.

Artikel 1.3 Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen

  • 1.

    Het gebruik van gronden, het aanleggen van voorzieningen en het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de uitvoering van het projectbesluit N284 Reusel - Hapert ter plaatse van het projectgebied is uitsluitend toegestaan indien de landschapsmaatregelen, weergegeven middels ruimtelijke structuur, inpassingsmaatregelen, principeprofielen en principekruisingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteitsplan van het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' zoals opgenomen in bijlage II binnen twee jaar na openstelling van de weg zijn gerealiseerd en duurzaam beheerd en in stand worden gehouden.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning andere landschapsmaatregelen te realiseren dan bedoeld in lid 1.

  • 3.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 2 wordt verleend als wordt voldaan aan het volgende:

    • a.

      de uitvoering van de landschapsmaatregelen als opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteitsplan van het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' is op onderdelen redelijkerwijs niet mogelijk;

    • b.

      er wordt een rapportage overlegd, waaruit blijkt dat er naar het oordeel van een onafhankelijke landschapsdeskundige naar aard en omvang een minimaal gelijkwaardige landschappelijke inpassing wordt bereikt.

  • 4.

    Er kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 2 voorschriften worden verbonden die de realisatie van de landschapsmaatregelen als bedoeld in lid 1 op een andere wijze mogelijk maakt. Voorschriften kunnen inhouden dat voor openstelling van de weg door een onafhankelijke landschapsdeskundige vastgesteld dient te worden dat de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit zijn gerealiseerd overeenkomstig de uitgangspunten en ontwerpprincipes uit het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' (opgenomen in bijlage II).

Hoofdstuk 2 Functies

Afdeling 2.1 Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden

Artikel 2.1 Toepassingsbereik
Artikel 2.2 Gebruiksactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan, die inhouden het in stand houden van en gebruiken voor:

    • a.

      een agrarische bedrijfsuitoefening;

    • b.

      het behoud, herstel of de ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden en kenmerken;

    • c.

      extensief dagrecreatief medegebruik;

    • d.

      agrarisch natuurbeheer;

    • e.

      bij de functie behorende terreinen;

    • f.

      bij de functie behorende paden, wegen en parkeervoorzieningen;

    • g.

      bij de functie behorende groenvoorzieningen;

    • h.

      bij de functie behorende water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

  • 2.

    In het gebied Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden is het verboden de gronden en/of opstallen te gebruiken voor:

    • a.

      opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

    • b.

      het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

    • c.

      kamperen.

Artikel 2.3 Bouwactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden is uitsluitend het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde toegestaan. Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      erf- en terreinafscheidingen ten behoeve van afrastering van het agrarisch grondgebruik zijn toegestaan tot een maximum hoogte van 2 meter;

    • b.

      biodiversiteitsdoelen, zoals ooievaarspalen, bijenkasten, insectenhotels zijn toegestaan tot een maximum hoogte van 6 meter;

    • c.

      het bouwen van andere bouwwerken dan in sub a en b is aangegeven, is niet toegestaan.

Afdeling 2.2 Groen

Artikel 2.4 Toepassingsbereik
  • 1.

    De regels in deze afdeling zijn van toepassing in het gebied Groen.

  • 2.

    De gronden in het gebied Groen hebben de functie groen, gericht op het gebruik als openbaar groen.

Artikel 2.5 Gebruiksactiviteiten

In het gebied Groen zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan, die inhouden het in stand houden van en gebruiken voor:

  • a.

    groenvoorzieningen;

  • b.

    speelvoorzieningen;

  • c.

    water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  • d.

    voorzieningen voor verkeer.

Artikel 2.6 Bouwactiviteiten

In het gebied Groen is uitsluitend het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde toegestaan.

Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    de bouwhoogte van bewegwijzeringen en lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter;

  • b.

    de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter.

Afdeling 2.3 Verkeer

Artikel 2.7 Toepassingsbereik
  • 1.

    De regels in deze afdeling zijn van toepassing in het gebied Verkeer.

  • 2.

    De gronden in het gebied Verkeer hebben de functie verkeer, gericht op het gebruik voor verkeer en verkeerskundige voorzieningen.

Artikel 2.8 Gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van Verkeer  zijn, naast elders in dit omgevingsplan toegelaten activiteiten, de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan, die inhouden het gebruiken voor:

  • a.

    wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie;

  • b.

    voet- en rijwielpaden;

  • c.

    groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

  • d.

    straatmeubilair;

  • e.

    voorzieningen van algemeen nut;

  • f.

    kunstwerken;

  • g.

    water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  • h.

    (voorzieningen ten behoeve van) biodiversiteitsdoeleinden.

Artikel 2.9 Bouwactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Verkeer is, naast elders in dit omgevingsplan toegestaan, het bouwen van bouwwerken toegestaan onder de volgende voorwaarden.

    Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

    • a.

      op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;

    • b.

      de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4 meter;

    • c.

      de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 10 m².

  • 2.

    Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

    • a.

      de maximale bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 10 meter;

    • b.

      de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 4 meter.

Bijlagen bij regels

Bijlage II: Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan

Ruimtelijk_kwaliteitskader_Landschapsplan_Beeldkwaliteitsplan.pdf

Artikelsgewijze Toelichting

Voorrangsbepaling

Het projectbesluit wijzigt het omgevingsplan voor zover de regels in dat plan een belemmering opleveren voor het uitvoeren van het project. 

Het projectbesluit wijzigt het omgevingsplan van de gemeente door een 'tijdelijk regelingdeel' aan het omgevingsplan toe te voegen. Oorspronkelijke was het de bedoeling om met het projectbesluit de regels van het omgevingsplan direct te wijzigen, maar dit is technisch niet haalbaar op moment van vaststellen. Het tijdelijk regelingdeel geldt als een vorm van een oplegger boven op het omgevingsplan. 

In het tijdelijk regelingdeel is in de voorrangsregel aangegeven wat de verhouding is met de overige regels van het omgevingsplan. De regels in het tijdelijk regelingdeel wijken inhoudelijk namelijk af van de overige regels van het omgevingsplan. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Bladel afwijken van de regels waarmee het tijdelijk regelingdeel van het projectbesluit N284 Reusel - Hapert het omgevingsplan wijzigt, gelden de regels die door het projectbesluit zijn toegevoegd.

Hoofdstuk 1 Regels N284 Reusel – Hapert

Het tijdelijk regelingdeel bevat nieuwe regels voor het projectbesluitgebied welke voor gaan op de bestaande regels in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan. 

Voor het opstellen van de regels in het tijdelijk regelingdeel is zoveel mogelijk aangesloten bij de formuleringen in het omgevingsplan van de gemeente. Het is niet wenselijk dat terminologie en opzet van de regels van het tijdelijk regelingdeel afwijkt van de regeling die is opgenomen in de omgevingsplannen. 

Voor de uitvoering van het projectbesluit zijn omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden niet meer nodig op basis van het artikel in hoofdstuk 1. De landschappelijke inpassing, bodem en natuurwaarden zijn vooraf onderzocht. Om deze reden is een algemeen vrijstellingsartikel opgenomen in de regels voor het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar in het omgevingsplan een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde – Archeologie. Er heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat dit onderzoek het aantreffen van archeologische vondsten op voorhand niet kan uitsluiten, blijft voor gronden met een archeologische verwachtingswaarde een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk bestaan. 

Voor het overige ziet het tijdelijk regelingdeel uitsluitend op die delen van het wegontwerp die niet passen binnen het omgevingsplan en op die delen waar ten gevolge van het wegontwerp de functie gewijzigd moet worden. In dit geval is dat de nieuw te realiseren natuurcompensatie. De overige geldende omgevingsplanregels blijven van toepassing op grond van het gemeentelijke omgevingsplan. 

Alle beschreven maatregelen in het projectbesluit worden grotendeels mogelijk gemaakt binnen de bestemming ‘Verkeer’ uit het geldende omgevingsplan en zijn daarmee al planologisch toegestaan. 

Daar waar het gebruik, het bouwen of het uitvoeren van een werk zoals beschreven in het projectbesluit in strijd is met de regels van de omgevingsplannen worden de omgevingsplannen gewijzigd.  

Het betreft:

  • 1.

    Het verbreden van de N284 op locaties waar alleen bestaande wegen of alleen wegen ten behoeve van de agrarische functie zijn toegestaan.

  • 2.

    Het verbreden van de N284 waar het aanbrengen van oppervlakteverharding niet is toegestaan zonder een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA).

  • 3.

    Het aanleggen van bermsloten waar graven niet is toegestaan zonder een OPA.

  • 4.

    Het kappen van bomen en houtopstanden waar dat niet is toegestaan.

  • 5.

    Het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde – Archeologie.

  • 6.

    Het mogelijk maken van de functie Natuur en gelijktijdig het onmogelijk maken van andere functies om natuurcompensatie mogelijk te maken en duurzaam in stand te moeten houden. Op deze manier kan de nieuw ingerichte natuur niet meer in gebruik genomen worden als functie die afbreuk doet aan de natuurwaarde.

  • 7.

    Het bouwen van verkeerskundige voorzieningen en overige bouwwerken waar alleen agrarische bouwwerken of bouwwerken ten behoeve van bos- en natuurbeheer of extensief recreatief medegebruik zijn toegestaan.

Hoofdstuk 2 Functies

Afdeling 2.1 Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden
Artikel 2.1 Toepassingsbereik

De functie Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden vervangt de bestaande functie Wonen om te voorzien in het slopen van de ter plaatse aanwezige woning Rondweg 2 te Bladel en de gronden te kunnen gebruiken overeenkomstig de omliggende gronden die ook de functie Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden hebben. Door het vervangen van de functie kan er geen woning meer gebouwd worden die te dicht op de N284 zal staan en daarmee het gebruik van de N284 kan hinderen.

Afdeling 2.2 Groen
Artikel 2.4 Toepassingsbereik

De functie Groen vervangt de bestaande functie Wonen om te voorzien in het slopen van de ter plaatse aanwezige woning Castersedijk 4 te Hapert en de gronden te kunnen gebruiken overeenkomstig gronden in de nabijheid die ook de functie Groen hebben. Door het vervangen van de functie kan er geen woning meer gebouwd worden die te dicht op de N284 zal staan en daarmee het gebruik van de N284 kan hinderen.

Afdeling 2.3 Verkeer
Artikel 2.7 Toepassingsbereik

De functie Verkeer wordt toegevoegd aan de bestaande omgevingsplanregels. Met de regels voor Verkeer wordt voorzien in het realiseren en gebruiken van de weg, kunstwerken, bermen en sloten en bijbehorende bouwwerken.

Bijlage C Regels voor de gemeente Reusel-De Mierden

Omgevingsplanregels Reusel-De Mierden vanwege projectbesluit N284 Reusel - Hapert, provincie Noord-Brabant

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden afwijken van de regels waarmee het projectbesluit N284 Reusel - Hapert het omgevingsplan wijzigt, hebben de regels die door het projectbesluit zijn toegevoegd voorrang.

Hoofdstuk 1 Regels N284 Reusel – Hapert

Artikel 1.1 N284 Reusel – Hapert

Ter plaatse van het projectgebied  mogen, naast elders in dit omgevingsplan toegelaten activiteiten, activiteiten worden verricht die rechtstreeks verband houden met het uitvoeren van de maatregelen behorende bij het project zoals opgenomen in het projectbesluit N284 Reusel - Hapert, alsmede met het in stand houden van de ingevolge dat project gerealiseerde werken.

Artikel 1.2 Vrijstelling uitvoeren van werken en werkzaamheden in het kader van N284 Reusel – Hapert

Vrijstelling uitvoeren van werken en werkzaamheden in het kader van N284 Reusel – Hapert

  • a.

    Voor zover het omgevingsplan ter plaatse van het projectgebied bepaalt dat voor het uitvoeren van activiteiten en handelingen een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid, geldt die bepaling niet voor de uitvoering van het projectbesluit N284 Reusel-Hapert.

  • b.

    De vrijstelling als bedoeld onder 1 ziet niet op activiteiten en handelingen die archeologische waarden kunnen aantasten binnen de in het omgevingsplan voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden, tenzij uit archeologisch vervolgonderzoek is gebleken dat er geen archeologisch waarde aanwezig zijn.

Artikel 1.3 Voorwaardelijke verplichting landschapsmaatregelen

  • 1.

    Het gebruik van gronden, het aanleggen van voorzieningen en het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de uitvoering van het projectbesluit N284 Reusel - Hapert ter plaatse van het projectgebied is uitsluitend toegestaan indien de landschapsmaatregelen, weergegeven middels ruimtelijke structuur, inpassingsmaatregelen, principeprofielen en principekruisingen, zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteitsplan van het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' zoals opgenomen in bijlage II binnen twee jaar na openstelling van de weg zijn gerealiseerd en duurzaam beheerd en in stand worden gehouden.

  • 2.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning andere landschapsmaatregelen te realiseren dan bedoeld in lid 1.

  • 3.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 2 wordt verleend als wordt voldaan aan het volgende:

    • a.

      de uitvoering van de landschapsmaatregelen als opgenomen in hoofdstuk 3 Landschapsplan en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteitsplan van het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan' is op onderdelen redelijkerwijs niet mogelijk;

    • b.

      er wordt een rapportage overlegd, waaruit blijkt dat er naar het oordeel van een onafhankelijke landschapsdeskundige naar aard en omvang een minimaal gelijkwaardige landschappelijke inpassing wordt bereikt.

  • 4.

    Er kunnen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 2 voorschriften worden verbonden die de realisatie van de landschapsmaatregelen als bedoeld in lid 1 op een andere wijze mogelijk maakt. Voorschriften kunnen inhouden dat voor openstelling van de weg door een onafhankelijke landschapsdeskundige vastgesteld dient te worden dat de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit zijn gerealiseerd overeenkomstig de uitgangspunten en ontwerpprincipes uit het 'Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan'.

Hoofdstuk 2 Functies

Afdeling 2.1 Natuur

Artikel 2.4 Toepassingsbereik

Toepassingsbereik

  • a.

    De regels in deze afdeling zijn van toepassing in het gebied Natuur.

  • b.

    De gronden in het gebied Natuur hebben de functie natuur, gericht op het ontwikkelen, herstellen en in stand houden van natuur.

Artikel 2.5 Gebruiksactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Natuur zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan, die inhouden het in stand houden van en gebruiken voor:

    • a.

      behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur/landschapselementen en de bijbehorende groeiplaats, van de landschappelijke waarden en natuurwaarden, van de hydrologische waarden en de hydrologische betekenis en van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant;

    • b.

      behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden en de cultuurhistorische gebiedswaarden;

    • c.

      water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

    • d.

      nutsvoorzieningen;

    • e.

      bij de functie behorende bouwwerken en voorzieningen.

  • 2.

    De in lid 1 genoemde gebruiksactiviteiten zijn alleen toegestaan voor zover de inrichting voldoet aan de Nee, tenzij-toets en compensatieplan zoals opgenomen in bijlage III. 

Artikel 2.6 Bouwactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Natuur is uitsluitend het bouwen van een bouwwerken ten behoeve van bos- en natuurbeheer alsmede ten behoeve van extensief recreatief medegebruik toegestaan. Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde is toegestaan onder de volgende voorwaarden.

    In het gebied Natuur is het bouwen van gebouwen ten behoeve van bos- en natuurbeheer alsmede ten behoeve van extensief recreatief medegebruik toegestaan onder de volgende voorwaarden

    • a.

      de goothoogte bedraagt maximaal 3,2 meter;

    • b.

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter;

    • c.

      de oppervlakte bedraagt maximaal 20 m2 per 2,5 hectare bosgebied;

    • d.

      de inhoud bedraagt maximaal 60 m3.

  • 2.

    In het gebied Natuur is het bouwen van vleermuizentorens toegestaan onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 meter;

    • b.

      de oppervlakte bedraagt maximaal 8 m2.

  • 3.

    In het gebied Natuur is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter;

    • b.

      de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 meter.

  • 4.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning, in afwijking van het bepaalde in lid 3, in een grotere maatvoering te bouwen dan is bepaald in lid 3.

  • 5.

    De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria:

    • a.

      de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 5 meter waarbij geldt dat de bouwhoogte van een brandtoren/uitkijktoren maximaal 30 meter bedraagt;

    • b.

      de oppervlakte bedraagt maximaal 50 m2;

    • c.

      het bouwwerk mag geen aantasting geven van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant;

    • d.

      het bevoegd gezag dient advies te hebben ingewonnen bij een onafhankelijke natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden en natuurwaarden door het verlenen van de omgevingsvergunning niet onevenredig c.q. onherstelbaar worden aangetast.

Afdeling 2.2 Verkeer

Artikel 2.7 Toepassingsbereik
  • 1.

    De regels in deze afdeling zijn van toepassing in het gebied Verkeer.

  • 2.

    De gronden in het gebied Verkeer hebben de functie verkeer, gericht op het gebruik voor verkeer en verkeerskundige voorzieningen.

Artikel 2.8 Gebruiksactiviteiten
  • 1.

    Ter plaatse van Verkeer  zijn, naast elders in dit omgevingsplan toegelaten activiteiten, de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan, die inhouden het gebruiken voor:

    • a.

      wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie;

    • b.

      voet- en rijwielpaden;

    • c.

      parkeervoorzieningen;

    • d.

      groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

    • e.

      straatmeubilair;

    • f.

      voorzieningen van algemeen nut;

    • g.

      kunstwerken;

    • h.

      water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

  • 2.

    De volgende gebruiksactiviteiten zijn mede toegestaan:

    • a.

      het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en halfverhardingen;

    • b.

      het verwijderen van houtopstanden.

Artikel 2.9 Bouwactiviteiten
  • 1.

    In het gebied Verkeer is, naast elders in dit omgevingsplan toegestaan, het bouwen van bouwwerken toegestaan onder de volgende voorwaarden.

    Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

    • a.

      op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;

    • b.

      de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 4 meter;

    • c.

      de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 10 m².

  • 2.

    Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

    • a.

      de maximale bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 10 meter;

    • b.

      de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 4 meter.

Bijlagen bij regels

Bijlage II: Ruimtelijk kwaliteitskader, Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan

Ruimtelijk_kwaliteitskader_Landschapsplan_Beeldkwaliteitsplan.pdf

Bijlage III: Nee, tenzij-toets en compensatieplan

Bijlage_III_-_Nee,_tenzij_en_compensatieplan.pdf

Artikelsgewijze Toelichting

Voorrangsbepaling

Het projectbesluit wijzigt het omgevingsplan voor zover de regels in dat plan een belemmering opleveren voor het uitvoeren van het project. 

Het projectbesluit wijzigt het omgevingsplan van de gemeente door een 'tijdelijk regelingdeel' aan het omgevingsplan toe te voegen. Oorspronkelijke was het de bedoeling om met het projectbesluit de regels van het omgevingsplan direct te wijzigen, maar dit is technisch niet haalbaar op moment van vaststellen. Het tijdelijk regelingdeel geldt als een vorm van een oplegger boven op het omgevingsplan. 

In het tijdelijk regelingdeel is in de voorrangsregel aangegeven wat de verhouding is met de overige regels van het omgevingsplan. De regels in het tijdelijk regelingdeel wijken inhoudelijk namelijk af van de overige regels van het omgevingsplan. Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden afwijken van de regels waarmee het tijdelijk regelingdeel van het projectbesluit N284 Reusel - Hapert het omgevingsplan wijzigt, gelden de regels die door het projectbesluit zijn toegevoegd.

Hoofdstuk 1 Regels N284 Reusel – Hapert

Het tijdelijk regelingdeel bevat nieuwe regels voor het projectbesluitgebied welke voor gaan op de bestaande regels in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan. 

Voor het opstellen van de regels in het tijdelijk regelingdeel is zoveel mogelijk aangesloten bij de formuleringen in het omgevingsplan van de gemeente. Het is niet wenselijk dat terminologie en opzet van de regels van het tijdelijk regelingdeel afwijkt van de regeling die is opgenomen in de omgevingsplannen. 

Voor de uitvoering van het projectbesluit zijn omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden niet meer nodig op basis van artikel 1.2. De landschappelijke inpassing, bodem en natuurwaarden zijn vooraf onderzocht. Om deze reden is een algemeen vrijstellingsartikel opgenomen in de regels voor het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar in het omgevingsplan een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde – Archeologie. Er heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat dit onderzoek het aantreffen van archeologische vondsten op voorhand niet kan uitsluiten, blijft voor gronden met een archeologische verwachtingswaarde een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk bestaan. 

Voor het overige ziet het tijdelijk regelingdeel uitsluitend op die delen van het wegontwerp die niet passen binnen het omgevingsplan en op die delen waar ten gevolge van het wegontwerp de functie gewijzigd moet worden. In dit geval is dat de nieuw te realiseren natuurcompensatie. De overige geldende omgevingsplanregels blijven van toepassing op grond van het gemeentelijke omgevingsplan. 

Alle beschreven maatregelen in het projectbesluit worden grotendeels mogelijk gemaakt binnen de bestemming ‘Verkeer’ uit het geldende omgevingsplan en zijn daarmee al planologisch toegestaan. 

Daar waar het gebruik, het bouwen of het uitvoeren van een werk zoals beschreven in het projectbesluit in strijd is met de regels van de omgevingsplannen worden de omgevingsplannen gewijzigd.  

Het betreft:

  • 1.

    Het verbreden van de N284 op locaties waar alleen bestaande wegen of alleen wegen ten behoeve van de agrarische functie zijn toegestaan.

  • 2.

    Het verbreden van de N284 waar het aanbrengen van oppervlakteverharding niet is toegestaan zonder een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA).

  • 3.

    Het aanleggen van bermsloten waar graven niet is toegestaan zonder een OPA.

  • 4.

    Het kappen van bomen en houtopstanden waar dat niet is toegestaan.

  • 5.

    Het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde – Archeologie.

  • 6.

    Het mogelijk maken van de functie Natuur en gelijktijdig het onmogelijk maken van andere functies om natuurcompensatie mogelijk te maken en duurzaam in stand te moeten houden. Op deze manier kan de nieuw ingerichte natuur niet meer in gebruik genomen worden als functie die afbreuk doet aan de natuurwaarde.

  • 7.

    Het bouwen van verkeerskundige voorzieningen en overige bouwwerken waar alleen agrarische bouwwerken of bouwwerken ten behoeve van bos- en natuurbeheer of extensief recreatief medegebruik zijn toegestaan.

Hoofdstuk 2 Functies

Afdeling 2.1 Natuur
Artikel 2.4 Toepassingsbereik

De functie Natuur vervangt de bestaande functie Agrarisch met waarden - Landschap om te voorzien in natuurcompensatie als gevolg van het teloorgaan van Natuur Netwerk Brabant elders in het projectgebied. Door het vervangen van deze functie kan de nieuw ingerichte natuur niet meer in gebruik genomen worden als functie die afbreuk doet aan de natuurwaarde. De regeling voorziet in de bescherming van natuurwaarden.

Afdeling 2.2 Verkeer
Artikel 2.7 Toepassingsbereik

De functie Verkeer wordt toegevoegd aan de bestaande omgevingsplanregels. Met de regels voor Verkeer wordt voorzien in het realiseren en gebruiken van de weg, kunstwerken, bermen en sloten en bijbehorende bouwwerken.

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

§ 1.1 Aanleiding

Het projectbesluit is opgesteld voor de herinrichting van de N284 tussen Reusel en Hapert. Het betreft het traject tussen de rotonde N284/N269 bij Reusel en de aansluiting op het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) bij Hapert (km 4,92 tot km 12,25). De N284 vormt een belangrijke oost-westverbinding in de Brabantse Kempen en de regio De Kempen en verbindt Reusel, Bladel en Hapert met de A67. De weg is van groot strategisch belang voor regionale bereikbaarheid, woon-werkverkeer en vrachtvervoer richting economische hotspots zoals het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) en Brainport Eindhoven. Daarnaast is de N284 een belangrijke route voor fietsverkeer, met name voor scholierenstromen tussen Reusel, Bladel en Hapert richting het Pius X-College in Bladel.  

Uit de verkenningsfase (2016-2020) en de daaropvolgende planstudie (2020-2025) blijkt dat de huidige inrichting van de N284 niet langer voldoet aan de eisen van een duurzame, veilige en toekomstbestendige infrastructuur. Er zijn structurele knelpunten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, leefbaarheid en langzaam verkeer. Naast verkeerskundige knelpunten spelen ook aspecten van leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit een rol. De weg doorsnijdt landschappelijke structuren en vormt lokaal een barrière voor zowel natuur als de verbinding tussen kernen. Een integrale herinrichting is noodzakelijk, waarin het project zich gaat richten op een toekomstbestendige inrichting van de weg, het verbeteren van de verkeersveiligheid, het vergroten van de doorstroming, het versterken van de fietsstructuur en oversteekbaarheid. Om het project mogelijk te maken is een provinciaal projectbesluit nodig. 

§ 1.1.1 Huidige situatie

Het tracé van de N284 binnen het projectgebied heeft een lengte van ongeveer 7,3 kilometer (km 4,92 bij Reusel tot km 12,25 bij Hapert) en strekt zich uit van de rotonde N284/N269 bij Reusel tot aan de aansluitende weg over het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) bij Hapert. De weg functioneert als enkelbaans gebiedsontsluitingsweg, waarbij over vrijwel het gehele traject één rijstrook per richting aanwezig is zonder middenberm of andere fysieke rijbaanscheiding.  

Langs het tracé bevinden zich meerdere kruispunten, inritten en aansluitingen op lokale wegen, zoals de kruispunten Raambrug, Lange Trekken, De Wijer en Castersedijk. De verkeersintensiteiten op de N284 zijn hoog, met meer dan 20.000 motorvoertuigen per etmaal op verschillende wegvlakken en een relatief groot aandeel vrachtverkeer.  

De N284 is van groot strategisch belang voor de regionale bereikbaarheid, zeker als verbinding met economische hotspots zoals Brainport Eindhoven en het Kempisch Bedrijvenpark (KBP). De weg vervult een belangrijke functie voor zowel lokaal verkeer, woon-werkverkeer als vrachtverkeer. Daarnaast is er met name tussen Reusel, Bladel en Hapert tijdens de spitsuren sprake van druk fietsverkeer, waarbij scholierenstromen richting het Pius X-College in Bladel een belangrijke rol spelen.

Afbeelding Figuur 1 Bestaande situatie Cyclo
Figuur 1: Bestaande situatie (bron: Street Smart - Cyclomedia)
§ 1.1.2 Probleemanalyse

De huidige inrichting van de weg kent meerdere knelpunten op het gebied van doorstroming, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. De kruispunten met Castersedijk en Raambrug functioneren onvoldoende bij piekbelasting. De fietsinfrastructuur is versnipperd en niet overal afgestemd op de intensiteit van het gebruik. Ook de inpassing van het openbaar vervoer en de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer zijn suboptimaal. Hieronder volgt een toelichting op de verschillende problemen.

Doorstroming van de N284

De N284 tussen Bladel en Hapert kent structurele problemen met de verkeersdoorstroming. De huidige wegindeling biedt onvoldoende capaciteit om het huidige én toekomstige verkeersaanbod goed te verwerken in de spitsuren. Vooral de kruispunten Castersedijk en Raambrug functioneren momenteel ondermaats: tijdens de avondspits liggen de verzadigingsgraden hier boven de norm, wat leidt tot vertragingen en wachtrijen.

De verkeersintensiteit op dit traject overschrijdt op meerdere wegvakken de 20.000 motorvoertuigen per etmaal. Daarnaast vormt het vrachtverkeer een extra belasting: op sommige delen ligt het aandeel vrachtverkeer boven de 3.000 voertuigen per etmaal, wat de capaciteit en de bereikbaarheid in het algemeen en specifiek voor de bedrijfsterreinen verder onder druk zet. 

Hoewel de I/C-verhouding (intensiteit/capaciteit) op wegvakniveau onder de 0,7 blijft - wat betekent dat de afwikkeling op de wegvakken zelf voldoende is - doen zich doorstromingsproblemen voor bij de kruispunten. De verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in De Kempen zullen de verkeersdruk verder doen toenemen, wat de urgentie voor capaciteitsuitbreiding versterkt.

Oversteekbaarheid voor langzaam verkeer

De oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers langs de N284 is op meerdere locaties problematisch, vooral bij drukke kruispunten zoals Lange Trekken en Raambrug. Deze locaties vormen een barrière in de route, waarbij langzaam verkeer moeite heeft om veilig en vlot over te steken. De gemiddelde wachttijden voor voetgangers variëren van meer dan 30 seconden en uitschieters tot 117 seconden. Deze tijdsduur leidt tot frustratie en verhoogt de kans op risicovol oversteekgedrag.

Met name ter hoogte van De Kuil in Hapert en Leemskuilen ontbreken formele oversteekvoorzieningen, waardoor ongewenste en onveilige oversteekbewegingen ontstaan. Bij de bushalte aan de Nijverheidsstraat is wél een formele oversteekvoorziening aanwezig, maar hier is de infrastructuur onvoldoende afgestemd op de behoeften van langzaam verkeer. Dit leidt tot ongeregelde oversteekbewegingen, wat de verkeersveiligheid en bereikbaarheid negatief beïnvloedt.

Om de oversteekbaarheid te verbeteren, worden maatregelen getroffen zoals het aanleggen van middenbermen en een onderdoorgang bij de Egyptische Poort, zodat fietsers en voetgangers gefaseerd en veiliger kunnen oversteken. Deze ingrepen zijn essentieel om de barrièrewerking van de N284 te verminderen en de leefbaarheid en verkeersveiligheid in de aangrenzende dorpskernen te verbeteren.

De Uitgang vormt een dusdanig knelpunt voor de verkeersveiligheid, dat deze zogenaamde koude oversteek wordt verwijderd.

Openbaar Vervoer

Uit eerdere verkenningen en analyses naar het gebruik van het openbaar vervoer (OV) binnen het projectgebied is naar voren gekomen dat deze laag is. De reistijd met het OV is in vergelijking met de reistijd met de auto veel langer en daardoor niet aantrekkelijk. Als voorbeeld is richting Eindhoven het OV gemiddeld twee tot vier keer trager dan de auto. Het grootste aandeel van reistijdverlies ligt echter buiten de N284 en dit vraagt dan om maatregelen buiten de N284. De beperkte doorstroming van de N284 hindert het OV wel, dat knelpunt wordt dan ook opgepakt.

Hoewel de OV-potentie binnen een straal van 400 meter rond haltes redelijk wordt benut, blijven veel haltes binnen 800 meter achter in gebruik. Dit komt onder andere door het ontbreken van voorzieningen zoals fietsenstallingen, dynamische reisinformatiesystemen (DRIS) en comfortabele wachtruimtes. Eerder is geconcludeerd dat voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) meer haltevoorzieningen nodig zijn. Omdat de lijn voorlopig niet wordt opgewaardeerd naar HOV, wordt het reguliere haltevoorzieningenniveau aangebracht, in lijn met de instapdata. Wel wordt rekening gehouden met de benodigde ruimtereservering om zo in de toekomst eventuele, aanvullende HOV-haltervoorzieningen niet onmogelijk te maken.

Lijn 319 is de belangrijkste OV-verbinding in het gebied, maar mist een directe aansluiting op het bedrijventerrein van Hapert. Een alternatieve route via dit terrein is onderzocht, maar blijkt vervoerskundig niet rendabel. Hierdoor blijft de aansluiting op belangrijke bestemmingen beperkt, wat de effectiviteit van het OV in de regio ondermijnd. Deze combinatie van lange reistijden, lange wachttijden en beperkte voorzieningen vormt een duidelijke belemmering voor een aantrekkelijk en efficiënt OV-systeem langs de N284.

Veiligheid

De huidige inrichting van de N284 leidt tot aanzienlijke veiligheidsrisico’s, met name door de vermenging van verschillende verkeersstromen zoals gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer en langzaam verkeer. Deze vermenging zorgt op diverse locaties voor onveilige situaties. 

Een globale ongevallenanalyse laat zien dat er tussen 2017 en 2024 205 geregistreerde ongevallen plaatsvonden op de gehele N284, waarvan 12 met letsel en 3 met dodelijke afloop.

Landbouwverkeer

Het streven van de provincie Noord-Brabant is om in de basis geen landbouwverkeer toe te laten op N-wegen. Echter als er geen geschikte alternatieve routes voor deze doelgroep aanwezig is, wordt deze toegelaten. Om deze reden zit landbouwverkeer op de N284.

Een belangrijk veiligheidsrisico is het ontstaan van gevaarlijke inhaalmanoeuvres, vooral wanneer langzaam rijdende landbouwvoertuigen worden ingehaald door sneller verkeer. Daarnaast kruist landbouwverkeer regelmatig met fietsverkeer, wat de kans op conflicten vergroot. 

Hoewel slechts één agrarisch bedrijf directe ontsluiting heeft op de N284, zijn er meerdere inritten naar landbouwgronden, die gebruik van de weg door landbouwverkeer noodzakelijk maken. Parallelwegen worden genoemd als een veiliger alternatief, maar deze zijn niet overal beschikbaar of vanwege de benodigde ruimte niet mogelijk.

N284 als barrière in landschap en de leefbaarheid woonkernen

Naast de verkeersproblematiek is ook de landschappelijke context en de leefbaarheid van het gebied van belang. De weg doorkruist gevarieerde landschappen. De weg zelf is oost-west georiënteerd, terwijl veel landschappelijke kenmerken een noord-zuid richting hebben, zo ook natuurgebieden als de Groote Beerze en de Raamloop. De weg is daarmee een barrière. Niet alleen voor natuur, maar ook de woonfuncties van de dorpen die aan weerszijden van de weg liggen. Echter is de weg al een oude weg, een historische lijn in het landschap en daarmee een karakteristiek landschapselement. De weg is een essentieel onderdeel van het cultuurhistorische landschap, de oude eiken laanbeplanting karakteriseert de weg over grote delen van het tracé. De nieuw in te passen maatregelen zoals verhardingen, waterbergingen, kunstwerken en geluidsmaatregelen worden landschappelijk ingepast in het Voorlopig Ontwerp.

§ 1.1.3 Wettelijk kader

Het projectbesluit is één van de zes kerninstrumenten van de Omgevingswet (Ow). Het projectbesluit is geregeld in Afdeling 5.2 Ow. Daarin staat dat voor het uitvoeren van een project van provinciaal belang en het in werking hebben of in stand houden daarvan een projectbesluit kan worden vastgesteld. Een projectbesluit wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten. 

Voor het opstellen van het projectbesluit is de projectprocedure (Omgevingswet, afd. 5.2; Omgevingsbesluit, H5) gevolgd. De projectprocedure start door kennisgeving van het voornemen en de participatie. Tijdens deze fase worden de opgave en mogelijke oplossingsrichtingen verkend met een daaraan gekoppeld participatieproces voor belanghebbenden. Met de informatie uit deze verkenning wordt het projectbesluit opgesteld. Op basis van afdeling 3.4 in de Algemene wet bestuursrecht kunnen zienswijzen worden ingediend op het ontwerp projectbesluit. Er staat beroep open bij de Raad van State.

Het projectbesluit:

  • ●

    Komt in de plaats van het (voorheen) provinciaal inpassingsplan uit de Wro;

  • ●

    Is een concrete toestemming voor het uitvoeren en het in werking hebben of in stand houden van een ‘project’, waarmee wordt bedoeld:

    • ○

      Het bouwen van bouwwerken of de totstandbrenging van installaties of werken;

    • ○

      Andere activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen, inclusief activiteiten voor de winning van delfstoffen;

    • ○

      Is met name bedoeld voor de realisatie van complexe projecten met een publiek belang;

    • ○

      Is een geconcentreerde en gecoördineerde besluitvorming die alle toestemmingen voor een project in één besluit kan vatten;

    • ○

      Is een bevoegdheid van GS (Ow, art. 5.44 lid 1);

    • ○

      Wijzigt het omgevingsplan tot de mate waarin dat nodig is voor het uitvoeren en in werking hebben of in stand houden van een zeker project (Ow, art 5.52 lid 1);

    • ○

      Kan gelden als omgevingsvergunning (Ow, art 5.52 lid 2a);

    • ○

      Kan gelden als een ander besluit. In het Omgevingsbesluit wordt aangewezen welke besluiten dit kunnen zijn (Ow, art 5.52 lid 2b; Omgevingsbesluit (Ob), art 5.7);

    • ○

      Komt tot stand na een wettelijke procedure: de projectprocedure (Ow, afd 5.2; Ob, H5);

    • ○

      Verplicht tot vroegtijdige participatie (o.a. Ow, art 5.47; Ob, art 5.3);

    • ○

      Heeft een korte beslistermijn bij de bestuursrechter (6 maanden) en beroep in één instantie (Ow, art 16.87);

    • ○

      Verplicht het bevoegd gezag tot toezicht en handhaving van gestelde regels in de omgevingsvergunning als het projectbesluit als omgevingsvergunning geldt (Ow, art 18.2).

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten nog geen omgevingsplan volgens de regels van de Omgevingswet. Zij hebben wel het tijdelijke deel van het omgevingsplan, het zogenaamde omgevingsplan van rechtswege. In deze overgangsfase hoeft het Rijk, de provincie of het waterschap met het projectbesluit het omgevingsplan niet te wijzigen. Dit volgt uit artikel 22.16, lid 1, eerste zin, Omgevingswet. Voor zover het projectbesluit in strijd is met het omgevingsplan, geldt het projectbesluit dan als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 22.16, lid 1, tweede zin, Omgevingswet). Rijk, provincie en waterschap hoeven wijzigingen in het omgevingsplan dan nog niet zelf aan te brengen. De gemeente moet er dan voor zorgen dat zij het nieuwe deel van het omgevingsplan in overeenstemming brengt met deze omgevingsvergunning. Dit moet uiterlijk aan het einde van de overgangsfase zijn gebeurd of binnen 5 jaar na het vaststellen van het projectbesluit (artikel 4.17 en 22.5 en 22.16, lid 2 Omgevingswet).

§ 1.2 Doelen en maatregelen

De doelstelling van het project is het toekomstbestending herinrichten van de N284, waarbij de verkeersveiligheid, de doorstroming en de leefbaarheid op en rond de weg worden verbeterd. 

De huidige inrichting voldoet niet langer aan de eisen voor een duurzame, veilige en efficiënte gebiedsontsluitingsweg. Om de weg beter te laten functioneren voor zowel gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer als openbaar vervoer, worden maatregelen getroffen die aansluiten bij de projectopgaven. 

De verbeteringen zijn nodig om de volgende doelen te bereiken:

  • 1.

    De doorstroming op de N284 te verbeteren;

  • 2.

    De verkeersveiligheid te vergroten, door het terugdringen van conflicten tussen weggebruikers en het verbeteren van de weginrichting;

  • 3.

    De kwaliteit van de fietsstructuur te versterken;

  • 4.

    De oversteekbaarheid van de N284 voor fietsers te verbeteren;

  • 5.

    De kwaliteit en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer te verhogen;

  • 6.

    Vertragingen en onveiligheid door landbouwverkeer weg te nemen;

  • 7.

    De toegankelijkheid van functies en bedrijventerreinen te verbeteren;

  • 8.

    De kwaliteit van het cultuurlandschap te versterken en de weg beter landschappelijk in te passen;

  • 9.

    De technische staat van de weg op te waarderen naar een onderhoudsarme constructie voor minimaal tien jaar;

  • 10.

    Realiseren Beekdalpassage Groote Beerze.

Om deze doelstelling te realiseren, wordt een samenhangend pakket van maatregelen uitgevoerd, dat in het Voorkeursalternatief (VKA) 2022 is vastgesteld en in het Voorlopig ontwerp (VO) (Bijlage_III) verder is geoptimaliseerd en uitgewerkt (zie figuur 2). Enkele maatregelen uit het VKA hebben daarmee in het definitieve VO een andere uitwerking gekregen. Zo wordt een bypass bij de rotonde die de N284 en de N269 bij Reusel met elkaar verbindt niet gerealiseerd. Het VO betreft het ruimtelijke ontwerp voor de herinrichting dat zijn beslag krijgt in het projectbesluit. De maatregelen zijn uitgewerkt op de doelen die hierboven beschreven zijn.

De belangrijkste maatregelen zijn:

  • 1.

    Het aanhouden van een duurzaam-veilig wegprofiel: enkelbaans weg met een dwarsprofiel van 1x2 rijstroken (GOW 1x2) met obstakelvrije bermen en een ontwerpsnelheid van 80 km/uur. Hierbij wordt de bestaande ligging van de hoofdrijbaan behouden en alleen waar nodig verbreed.

  • 2.

    Het optimaliseren van kruispunten: Raambrug, Europalaan – N284 - Bredasebaan Lange Trekken, de Wijer en Castersedijk.

  • 3.

    Aanleggen van een vrij liggend tweerichtingsfietspad aan de zuidzijde van de volledige N284 Reusel-Hapert en aansluiting daarvan op de regionale fietsroute F67.

  • 4.

    Integratie van de doorfietsroute in de Oude Provincialeweg ter hoogte van de Castersedijk door middel van een fietsstraat.

  • 5.

    Realisatie van ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang bij de Egyptische Poort.

  • 6.

    Verbreding middenberm fietsers bij Lange Trekken om een veiligere oversteek te creëren.

  • 7.

    Afsluiten ‘koude oversteek’ bij de Uitgang – Dwarsstraat om onveilige situaties te voorkomen.

  • 8.

    Herinrichting van het kruispunt Castersedijk tot een tangentconstructie bestaande uit twee T‑aansluitingen.

  • 9.

    Optimalisatie van het kruispunt Raambrug–Postelweg, onder andere door extra opstelstroken voor rechtdoor verkeer, afgestemd op de toekomstige verkeersintensiteiten.

  • 10.

    Toevoegen extra linksafstrook op het kruispunt De Wijer om aansluiting op het bedrijventerrein te verbeteren.

  • 11.

    Realisatie van nieuwe aansluiting bij het kruispunt De Sleutel om bereikbaarheid te verbeteren op het bedrijventerrein.

  • 12.

    Realisatie van een duiker met faunapassage ter hoogte van het kruispunt De Sleutel ter verbetering van de ecologische verbindingen.

  • 13.

    Verbeteren van openbaarvervoervoorzieningen door het verplaatsen en aanpassen van bushaltes, het realiseren van een busbaan bij het kruispunt Europalaan – N284 – Bredasebaan en het creëren van ruimte voor toekomstige HOV-voorzieningen.

  • 14.

    Realisatie van natuurcompensatie ten behoeve van het Natuur Netwerk Brabant (NNB).

  • 15.

    Verlegging van de Groote Beerze.

  • 16.

    Inpassen van een beekdalpassage over de Groote Beerze met een losliggende fietsbrug en open lichtinval.

  • 17.

    Realiseren van klimaatadaptieve elementen langs de N284 zoals wadi’s, verbrede bermsloten en extra waterberging.

  • 18.

    Opwaarderen technische staat van de weg door verbeteringen aan de verharding aan te brengen.

  • 19.

    Realiseren van geluidgeleiderails.

Afbeelding Figuur_2_Voorlopig_Ontwerp_N284__VO__dat_wordt_vastgelegd_met_dit_projectbesluit
afbeelding binnen de regeling
Figuur 2: Voorlopig Ontwerp N284 (VO) dat wordt vastgelegd met dit projectbesluit

Ten gevolge van deze wegaanpassingen zijn verder de volgende maatregelen nodig om deze verbeteringen mogelijk te maken:

  • 1.

    Sloop van bestaande bouwwerken, zoals:

    • 1.

      Woning aan de Rondweg 2 (Bladel) en verbod tot herbouw,

    • 2.

      Woning aan de Castersedijk 4 (Hapert) en verbod tot herbouw,

    • 3.

      De bestaande duiker/brug over de Groote Beerze;

  • 2.

    Het kappen en herplanten van bomen;

  • 3.

    Het vervangen van duikers;

  • 4.

    Het aanpassen, verleggen en aanleggen van watergangen en andere oppervlaktewaterlichamen;

  • 5.

    Het opbreken en opnieuw aanleggen van delen van de bestaande weg en aanliggende infrastructuur.

Flexibiliteit nadere uitwerking ontwerp

Ten behoeve van dit project is een voorlopig ontwerp wegontwerp (VO) opgesteld (Bijlage III). Het VO zal worden uitgewerkt tot een definitief ontwerp (DO) en uitvoeringsontwerp (UO).

De volgende zaken dienen in het DO en UO in ieder geval nader gedetailleerd of uitgewerkt te worden:

  • 1.

    De exacte wegprofielen;

  • 2.

    De locaties en afmetingen van tijdelijke werkterreinen;

  • 3.

    De keuze van de materialisatie voor top-, uitvul- en filterlagen;

  • 4.

    De keuze van de materialisatie van kunstwerken.

§ 1.2.1 Permanente maatregelen

De maatregelen binnen het project kunnen op onderdelen worden toegeschreven aan het gehele tracé en op onderdelen aan aparte tracédelen: 

Tracédeel 1: De rotonde Reusel tot aansluiting De Sleutel 

Tracédeel 2: Nieuwe aansluiting De Sleutel tot kruising Raambrug/Postelweg 

Tracédeel 3: kruising Raambrug tot Egyptische Poort 

Tracédeel 4: Egyptische Poort tot kruising Lange Trekken 

Tracédeel 5: kruising Lange Trekken tot en met de beekdalpassage Groote Beerze    

Tracédeel 6: Castersedijk tot tunnel Burgemeester Van Woenseldreef 

Tracédeel 7: Tunnel Burgemeester Van Woenseldreef t/m De Wijer 

In figuur 3 is een overzicht opgenomen van de tracédelen. Vervolgens worden de maatregelen op basis van deze verdeling nader beschreven. 

Afbeelding Figuur_3_Tracedelen_project_N284
afbeelding binnen de regeling
Figuur 3: Tracédelen project N284

Maatregelen volledige tracé

N284, enkelbaans gebiedsontsluitingsweg volgens Duurzaam Veilig 

De N284 vormt een belangrijke schakel in de regionale infrastructuur van de Brabantse Kempen. De weg verbindt de gemeente Reusel-De Mierden via de gemeente Bladel met de A67 en fungeert daarmee als gebiedsontsluitingsweg (GOW). 

In het VKA 2020 is gekozen voor een inrichting van de N284 conform het standaardprofiel voor gebiedsontsluitingswegen met een ontwerpsnelheid van 80 km/uur, zoals beschreven in Bouwsteen B2.2 (pagina 23 van 84) van het CROW Handboek Wegontwerp 2013. Daarbij is nadrukkelijk gekozen voor Wegtype II: een enkelbaans weg met een dwarsprofiel van 1x2 rijstroken (momenteel heet dit GOW type 1x2 volgens handboek Wegontwerp buiten de bebouwde kom versie 3 januari 2025). Deze keuze sluit aan bij het principe van ‘Duurzaam Veilig’, waarbij herkenbaarheid, voorspelbaarheid en vergevingsgezindheid centraal staan. 

De keuze om niet te verbreden naar een 2x2-profiel (Wegtype I) blijkt op basis van een eerdere scenariobeoordeling (VKA 2020), waaruit blijkt dat grootschalige capaciteitsuitbreiding weliswaar bijdraagt aan de doorstroming, maar niet noodzakelijk is voor het oplossen van de verkeerskundige knelpunten. Bovendien scoort dit scenario negatief op ecologische impact en landschappelijke beleving.

Het vastgesteld VKA 2022 biedt een robuuste en toekomst vaste oplossing door in te zetten op slimme verkeersoplossingen, optimalisatie van kruispunten en het verbeteren van fiets- en OV-voorzieningen. 

Daarbij is gekozen voor een kosteneffectieve aanpak, waarbij de hoofdrijbaan zoveel mogelijk op de bestaande ligging wordt gehandhaafd en de bestaande rijbaanbreedte wordt behouden, mits deze voldoet aan de minimale eisen.

Deze ontwerpkeuze levert meerdere voordelen op:

  • 1.

    Behoud van meer bestaande bomen en landschappelijke structuren mogelijk.

  • 2.

    Minimale grondverwerving.

  • 3.

    Behoud en hergebruik van de bestaande wegopbouw, wat materiaalgebruik minimaliseert. 

De inrichting volgens Duurzaam Veilig is verder geconcretiseerd in de VO-fase. Hierbij is onder andere gekeken naar obstakelvrije bermen, beperking van erfaansluitingen en toepassing van herkenbare wegprofielen. De toetsing van de resterende levensduur van de bestaande verharding en bepalen van de nieuwe constructieopbouw maakt onderdeel uit van de nadere technische uitwerking.

Doorfietsroute als onderdeel van F67 

De Kempen-gemeenten en de provincie Noord-Brabant hebben op 9 maart 2022 een bestuursovereenkomst ondertekend voor de realisatie van een doorfietspad van Eindhoven naar Bergeijk en Reusel, aangeduid als de F67 Kempenroute. Voor het trajectdeel van de doorfietsroute langs de N284 tussen Reusel en Hapert is al eerder bestuurlijk vastgelegd dat dit onderdeel vormt van het project N284. Dit deel is daarom buiten beschouwing gelaten in het F67-project, zowel inhoudelijk als qua financiering. 

De ligging van de doorfietsroute is bij optimalisatie van het VKA in 2022 bepaald. De doorfietsroute ligt langs het volledige traject aan de zuidzijde van de N284. Deze ligging minimaliseert het aantal kruisingen met intensieve verkeersstromen zoals bij de rotonde Reusel, Bredasebaan, Lange Trekken en de Wijer het geval is. Om naadloos aan te sluiten op het al bestaande fietspad in Eersel, blijft het fietspad aan de zuidzijde liggen.

Bij de nieuwe aansluiting van De Sleutel komt aan de westzijde een dubbele fietsoversteek, voornamelijk voor het schoolverkeer. De scholieren hebben dan de mogelijkheid via een extra tweerichtingsfietspad aan de noordzijde via de Bleijenhoek naar het PIUS X College te fietsen. De scholieren betreft het overgrote deel van de fietsers op dit deel waardoor het aantal oversteekbewegingen haaks op de kruising lager ligt. Daarnaast wordt de bereikbaarheid van bedrijventerrein De Sleutel en het centrum van Hapert vanwege de zuidelijke ligging van het fietspad verbeterd.

Het voordeel van een zuidzijde-ligging is dat het aantal conflictsituaties wordt beperkt doordat de zuidelijke zijwegen minder intensief bereden worden dan de noordelijke zijwegen van de N284. Hierdoor wordt de kans op interactie tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer verkleind en daarmee wordt de verkeersveiligheid verhoogd. Een ander voordeel is dat de zuidzijde een gunstigere verkeersafwikkeling biedt op de kruispunten, wat bijdraagt aan een betere doorstroming voor alle modaliteiten.

Geluidgeleiderails

Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de herinrichting van de N284 niet leidt tot een overschrijding van de geldende geluidproductieplafonds (GPP’s). Vanuit de herinrichting zelf bestaat daarom geen noodzaak om aanvullende geluidsmaatregelen te treffen. 

De provincie is op grond van de Omgevingswet bevoegd om de overbelaste geluidsituatie bij woningen te saneren. Ook langs de N284 staan zogenaamde saneringswoningen. In het kader van het Actieplan Geluid Provincie Noord-Brabant is onderzocht welke maatregelen doelmatig zijn om de bestaande geluidbelasting bij deze woningen te verminderen. Als meekoppelkans wordt binnen het project herinrichting N284 het realiseren van geluidwerende voorzieningen in de vorm van geluidgeleiderails mogelijk gemaakt. 

Langs het tracé worden op verschillende locaties aan de zuid- dan wel noordzijde van de N284 geluidgeleiderails gerealiseerd. Dit zijn geleiderails die afschermend worden uitgevoerd. Hiermee kan het geluid bij de achterliggende woningen gemiddeld met 2 tot 3 dB worden verlaagd. Daarnaast wordt binnen het project geluid reducerend asfalt toegepast, waarmee invulling wordt gegeven aan een deel van de geluidssaneringsopgave. 

Ter hoogte van De Uitgang in tracédeel 4 wordt – aanvullend aan de geluidgeleiderails – in verband met de geluidsaneringsopgave van woningen een geluidsscherm gerealiseerd. Dit geluidsscherm maakt geen onderdeel uit van dit projectbesluit. Voor woningen waar na toepassing van doelmatige maatregelen nog sprake is van een hoge geluidbelasting, wordt in een later stadium beoordeeld of aanvullende gevelmaatregelen noodzakelijk zijn.

Maatregelen per tracédeel

Tracédeel 1: De rotonde Reusel tot aansluiting De Sleutel

Tweerichtingsfietspad

Aan de zuidzijde van de rotonde wordt een tweerichtingsfietspad gerealiseerd. Het fietsverkeer kruist niet met de drukste tak van de rotonde (N269), maar met de takken met de laagste intensiteit van autoverkeer (figuur 4). 

De in het VKA voorziene bypass is op basis van het doorlopen proces in de verdere verkenningsfase uiteindelijk niet als maatregel in het VO opgenomen.

Afbeelding Figuur 4 Rotonde Reusel tot aansluiting De Sleutel 
afbeelding binnen de regeling
Figuur 4: Rotonde Reusel tot aansluiting De Sleutel 

Tracédeel 2: Nieuwe aansluiting De Sleutel tot kruising Raambrug/Postelweg

Nieuwe aansluiting De Sleutel

De nieuwe aansluiting De Sleutel komt te liggen ter hoogte van De Hoeven 26 (figuur 4). Dit zorgt voor een ontsluiting van de ontwikkeling De Hoeven 26 (migrantenhotel) en van de bedrijventerreinen De Sleutel en De Kleine Hoeven. Hierdoor worden beide bedrijventerreinen tweezijdig bereikbaar.

Afbeelding Figuur 5 Nieuwe aansluiting De Sleutel
afbeelding binnen de regeling
Figuur 5: Nieuwe aansluiting De Sleutel

Industrieweg deels afsluiten 

De aansluitingen van de Industrieweg op de N284 (westelijke kop) en op de Raambrug (oostelijke kop) worden afgesloten (figuur 5). Door de afsluitingen treden minder verstoringen (afslagbewegingen) op de N284 en Raambrug op, waardoor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid verbeteren. Bovendien is de afsluiting nodig om de doorfietsroute ruimtelijk in te passen en de verkeersveiligheid voor fietsers te verbeteren. Fietsverkeer wordt niet meer gekruist. Fietsverkeer wordt met een tweerichtingenfietspad aan de noordzijde van kruising De Sleutel naar de Raamloop geleid.

De bestemmingen gelegen aan de Industrieweg zijn door de afsluitingen minder direct bereikbaar. Met de realisatie van de nieuwe aansluiting ‘De Sleutel’ wordt het bedrijventerrein vanuit het westen beter bereikbaar gemaakt. Bestemmingsverkeer moet omrijden via de Hallenstraat-Nijverheidsstraat en via de Hallenstraat-Ambachtsweg.

Bushalte toevoegen

De bushalte bij het kruispunt met Raamburg vervalt en wordt verplaatst naar de nieuwe aansluiting bij De Sleutel.

Afbeelding Figuur 6 Industrieweg
afbeelding binnen de regeling
Figuur 6: Industrieweg

Tracédeel 3: kruising Raambrug tot Egyptische Poort 

Extra opstelstroken

Op het kruispunt Raambrug – Postelweg zijn extra opstelstroken voor rechtdoor op de N284 voorzien inclusief middenbermen. Opstelstroken worden verlengd voor een betere doorstroming. 

Bushalte verwijderen

De bushalte bij het kruispunt met Raamburg vervalt en wordt verplaatst naar de nieuwe aansluiting bij De Sleutel.

Afbeelding Figuur 7 Kruising Postelweg-Raambrug
afbeelding binnen de regeling
Figuur 7: Kruising Postelweg-Raambrug

Tracédeel 4: Egyptische Poort tot kruising Lange Trekken 

Nieuwe fiets- en voetgangersonderdoorgang Egyptische Poort

Bij de kruising met de Egyptische Poort is een ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang voorzien. Door de aanleg van de ongelijkvloerse fiets- en voetgangersonderdoorgang worden zowel het kruispunt ontlast en het langzaam verkeer volledig ongelijkvloers afgewikkeld. Hierdoor hoeft het langzaam verkeer niet langer haaks de N284 over te steken en is capaciteitsuitbreiding niet nodig. 

De beoogde ligging verbetert ook de bereikbaarheid van de nabijgelegen bushalte, waarmee de fiets- en voetgangersonderdoorgang bijdraagt aan een veilige overstap tussen fiets- en openbaar vervoer. 

De onderdoorgang komt schuin onder de N284 door te liggen om redenen van zoveel mogelijk vergroten verkeersveiligheid en sociale veiligheid.

Afbeelding Figuur 8 Ongelijkvloerse fietsonderdoorgang Egyptische Poort
afbeelding binnen de regeling
Figuur 8: Ongelijkvloerse fietsonderdoorgang Egyptische Poort

Kruising Europalaan – Bredasebaan 

De fiets- en voetgangersoversteken over de N284 ter plaatse van de kruising N284/Europalaan-Bredasebaan komen te vervallen. Daarvoor komt een fiets- en voetgangersonderdoorgang terug ten westen van de kruising (zie hiervoor Egyptische Poort). De aansluiting van de Rondweg op Europalaan vervalt. 

Het busstation wordt vervangen voor twee bushaltehavens gelegen aan de eigen rijrichting en er komt een rijstrook voor de bus bij vanaf de zuidelijke halte tot aan de kruising. Opstelstroken worden verlengd voor verbeterde doorstroming.

Afbeelding Figuur 9 Kruising Europalaan-Bredaselaan
afbeelding binnen de regeling
Figuur 9: Kruising Europalaan – Bredasebaan 

Afsluiten koude oversteek De Uitgang/Dwarsstraat en vervallen noordelijke fietspad

Om de verkeersveiligheid te verbeteren wordt de ‘koude oversteek’ bij De Uitgang/Dwarsstraat afgesloten. Voor het gemotoriseerde verkeer is deze verbinding niet meer inpasbaar en daarmee komen te vervallen. 

Daarnaast vervalt ook het fietspad aan de noordzijde vanwege het beoogde tweerichtingsfietspad aan de zuidzijde van de N284. 

Afbeelding Figuur 10 Afsluiting De Uitgang
afbeelding binnen de regeling
Figuur 10: Afsluiting De Uitgang

Onbemand benzineverkooppunt Bladel 

De opgave is om het aantal conflicten rondom het benzineverkooppunt de verminderen. De huidige situatie levert gevaarlijke situaties bij op- en afrijden van de hoofdrijbaan in beide richtingen. 

Door deze bewegingen onmogelijk te maken, verdwijnen deze risico’s en verbetert de verkeersveiligheid. Het plaatsen van een verhoogde middenberm is daarmee wenselijk. Het instellen van een eenrichtingsregime op het tankstation, ingaand vanaf noord en richting zuid uitgaand, is bovendien aan te bevelen. 

Het benzineverkooppunt wordt volledig afgesloten van de rijrichting west-oost (zuidelijke rijstrook). 

De afsluiting wordt fysiek versterkt d.m.v. een verhoogde middengeleider. 

Afbeelding Figuur 11 Benzineverkooppunt Bladel
afbeelding binnen de regeling
Figuur 11: Benzineverkooppunt Bladel

Tracédeel 5: kruising Lange Trekken tot en met de beekdalpassage Groote Beerze

Kruispunt N284 – Lange Trekken

Om de doorstroming te bevorderen wordt de fietsoversteek van Lange Trekken voorzien aan de westzijde van het kruispunt, het betreft een tweerichtingsoversteek om de doorfietsroute te bereiken. Het aantal fietsoversteken wordt daarmee verminderd en gebundeld. Het bestaande ruiterpad, dat onderdeel uitmaakt van de knooppuntroutes van Brabant, blijft behouden en is tevens aan de westzijde voorzien. 

Aan het kruispunt met Lange Trekken wordt in beide richtingen een nieuwe bushalte beoogd en de landbouwaansluiting op de kruising blijft gehandhaafd. Opstelstroken worden verlengd voor verbeterde doorstroming en er komen fysieke middengeleiders voor verbetering van de verkeersveiligheid. 

Afbeelding Figuur 12 Kruispunt Lange Trekken
afbeelding binnen de regeling
Figuur 12: Kruispunt Lange Trekken

Meekoppelkans beekdalpassage Groote Beerze

Een meekoppelkans die wordt meegenomen in het project is de realisatie van een nieuwe passage over het beekdal van de Groote Beerze. Hier wordt ingezet op een bredere, ecologisch ingerichte onderdoorgang van vijftien meter breed, die de waterhuishouding en ecologische verbindingen, waaronder voor dieren, versterkt. Deze maatregel sluit aan op uitvoering van het beekherstel door Waterschap de Dommel, waarbij de Groote Beerze wordt verlegd naar de oorspronkelijke loop.

Afbeelding Figuur 13 Beekdalpassage Groote Beerze
afbeelding binnen de regeling
Figuur 13: Beekdalpassage Groote Beerze

Tracédeel 6: Castersedijk tot tunnel Burgemeester Van Woenseldreef 

Kruispunt N284 - Castersedijk

Dit kruispunt is in de huidige situatie het grootste knelpunt in de doorstroming op de N284. Vanwege ruimtelijke inpasbaarheid is gekozen om de huidige kruising op te splitsen in een dubbele T-aansluiting, die fungeert als één kruising. Hierdoor wordt de capaciteit vergroot met een zo beperkt mogelijk beslag op gronden van derden. De doorfietsroute wordt aan de zuidzijde geïntegreerd in de Oude Provincialeweg, die als fietsstraat wordt ingericht. Om de extra lus ten noorden van de hoofdweg te kunnen realiseren wordt de woning aan de Castersedijk gesloopt.

Afbeelding Figuur 14 Dubbele T-aansluiting Castersedijk
afbeelding binnen de regeling
Figuur14: Dubbele T-aansluiting Castersedijk

Tracédeel 7: Tunnel Burgemeester Van Woenseldreef t/m De Wijer 

Kruispunt N284 - De Wijer 

Op dit kruispunt, gelegen aan de Energieweg bij bedrijventerrein De Wijer, is in de avondspits sprake van structurele opstoppingen. Hier wordt daarom een extra rijstrook voor linksaf verkeer van het bedrijventerrein af richting N284 (oostzijde) gemaakt. Deze maatregel vergroot de afwikkelcapaciteit en draagt bij aan een toekomstbestendige ontsluiting van het bedrijventerrein.

Afbeelding Figuur 15 Kruising De Wijer
afbeelding binnen de regeling
Figuur 15: Kruising De Wijer

Locatie natuurcompensatie Natuurnetwerk Brabant

Ter hoogte van de nieuwe aansluiting voor De Sleutel en de beekdalpassage over de Groote Beerze vallen maatregelen voor het project voor een deel samen met het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor zover daar sprake is van permanente aantasting van het NNB (een deel kan worden teruggebracht na gereedkomen van de herinrichting) worden de natuurwaarden, in de vorm van (N15.02) Dennen-, eiken- en beukenbos, gecompenseerd op een perceel ten noorden van het projectgebied, nabij de kern Hulsel in de gemeente Reusel de Mierden (kadastraal bekend MDE02-H-2420). 

Afbeelding Figuur 16 Compensatielocatie Natuurnetwerk Brabant
afbeelding binnen de regeling
Figuur 16: Compensatielocatie Natuurnetwerk Brabant
§ 1.2.2 Tijdelijke maatregelen

Om het project te kunnen realiseren, worden tijdelijke maatregelen en voorzieningen getroffen. In het uitvoeringsontwerp, dat zal worden opgesteld door de aannemer, zullen zo nodig bouwwegen, werkterreinen en omleidingsroutes worden opgenomen. Eventuele (uitvoerings-)vergunningen worden te zijner tijd aangevraagd en gecommuniceerd met de omgeving. 

Tijdelijke maatregelen zijn aan de orde in de aanlegfase van het project. Het betreft tijdelijke wegblokkades, inritblokkades en omleidingsroutes. Percelen van bedrijven en bewoners blijven gedurende de uitvoering zoveel mogelijk bereikbaar. Bij werkzaamheden aan of direct voor de erfaansluiting, is het mogelijk dat een perceel voor korte tijd niet bereikbaar is. Eventuele afsluitingen gaan in overleg. Omleidingsroutes lopen via minimaal gelijkwaardige wegen en worden uitsluitend toegepast als dit niet leidt tot toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

§ 1.3 Toetsing aan omgevingsplannen van gemeenten Reusel – de Mierden en Bladel

De in paragraaf 1.2 beschreven verbeteringen passen niet geheel in de geldende omgevingsplannen van de gemeenten Reusel – de Mierden en Bladel.

Het gaat om:

  • ●

    Het aanpassen en uitbreiden van kruispunten, onder andere de kruispunten Raambrug – Postelweg, Europalaan, Lange Trekken, Castersedijk en De Wijer;

  • ●

    De realisatie van een nieuwe aansluiting op het bedrijventerrein De Sleutel;

  • ●

    De aanleg van een doorfietsroute (tweerichtingsfietspad) langs het tracé;

  • ●

    De aanleg van een fiets- en voetgangersonderdoorgang bij de Egyptische Poort;

  • ●

    Verlegging van de Groote Beerze;

  • ●

    De realisatie van een nieuwe beekdalpassage bij de Groote Beerze;

  • ●

    Aanpassingen aan het wegprofiel en de inrichting van de N284, waarbij de rijstroken en opstelstroken worden geoptimaliseerd en de verkeersveiligheid en doorstroming worden verbeterd.

Daarnaast is ten behoeve van de borging van enkele met de herinrichting samenhangende en randvoorwaardelijke maatregelen een regeling in het projectbesluit en omgevingsplan noodzakelijk.

Dit betreft:

  • ●

    Het wijzigen van de functie van twee te slopen woningen, aangezien deze in de toekomst niet meer als woonlocatie kunnen dienen;

  • ●

    Het borgen van de natuurfunctie voor het perceel waar de compensatie van de aantasting van het Natuurnetwerk Brabant plaatsvindt.

Voor deze onderdelen is het projectbesluit nodig om afwijkingen van het omgevingsplan juridisch mogelijk te maken. Andere maatregelen uit het project passen wel binnen de bestaande omgevingsplannen en behoeven daarom geen aanvullende planregels.

Binnen het besluitgebied geldt daarnaast voor de uitvoering van dit project een algemene vrijstelling van omgevingsvergunningen voor werken, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningen), omdat uit onderzoek blijkt dat deze uitvoerbaar zijn en dat waarden worden gecompenseerd.

Het totale pakket aan maatregelen binnen het project voor de herinrichting van de N284 is gelegen binnen de hieronder genoemde bestemmingsplannen, die onderdeel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Reusel-de Mierden en gemeente Bladel. Een deel van de maatregelen past niet (geheel) binnen de regels van enkele van deze bestemmingsplannen. 

De bestemmingsplannen waarmee het project in strijd is, zijn onderstreept.

Gemeente Reusel – de Mierden: 

  • ●

    Buitengebied 2023

  • ●

    Stedelijk gebied 2018 en Stedelijk gebied Veegplan 2022

  • ●

    Stedelijk gebied de Hoeven 2, Reusel

  • ●

    Kleine Hoeven 2012

Gemeente Bladel: 

  • ●

    Bedrijventerrein De Sleutel 2011

  • ●

    Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022

  • ●

    Kom Bladel 2019

  • ●

    Bestemmingsplan Buitengebied 1998, Sportpark de Smagtenbocht, Bladel

  • ●

    Stedelijk gebied 2019

  • ●

    Kempenland Bladel 2018

  • ●

    Kom Hapert 2021

  • ●

    Bedrijventerrein Hapert

  • ●

    KBP 2008, herziening 2011

Voor de hiervoor genoemde onderdelen die niet passen binnen de huidige functies en regels in de omgevingsplannen is een projectbesluit noodzakelijk. Daarom wordt de volledige wegaanpassing als geheel binnen dit projectbesluit opgenomen, terwijl alleen voor specifieke locaties een formele functiewijziging of aanvullende planregel in het omgevingsplan van beide gemeenten nodig is. In hoofdstuk 7 worden de aan de orde zijnde wijzigingen van het omgevingsplan nader geduid en toegelicht.

§ 1.4 Planbeschrijving

In paragraaf 1.2 is het besluitgebied van het projectbesluit beschreven.   

Binnen het besluitgebied worden de volgende functies geregeld:

  • 1.

    Binnen en buiten de bestemming verkeer worden de projectmaatregelen zoals omschreven bij recht mogelijk gemaakt. 

  • 2.

    Voor twee te amoveren woningen worden andere functies mogelijk gemaakt:

    • 1.

      Woning Rondweg 2: wijzigt naar functie ‘agrarisch met waarden-natuur en landschapswaarden’

    • 2.

      Woning Castersedijk 4: wijzigt naar functie ‘groen’    

  • 3.

    Op een perceel ten noorden van het projectgebied, in de omgeving van Hulsel, kadastraal bekend MDE02H2420, wordt de compensatie van natuurnetwerk mogelijk gemaakt en geborgd. Hiervoor wordt de huidige agrarische functie gewijzigd naar de functie ‘Natuur’.

§ 1.5 Bevoegdheid

De Omgevingswet verplicht niet tot het vaststellen van een projectbesluit voor de aanpassing van een provinciale weg.   

Voor een projectbesluit geldt dat de grenzen van artikel 2.3 Ow in acht moeten worden genomen.    

Het tweede lid bepaalt dat een bestuursorgaan van een provincie een taak of een bevoegdheid alleen uitoefent als dat nodig is met het oog op:

  • 1.

    Een provinciaal belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd;

  • 2.

    Een doelmatige en doeltreffende taak- of bevoegdheidsuitoefening.

Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel bereikt wordt’ en onder doelmatig wordt verstaan ‘het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen’.  

Ad 1) Het gaat om een provinciale weg. Het provinciale belang is de doorstroming en de verkeersveiligheid op de provinciale weg. Dit belang zou in theorie door de gemeenten kunnen worden behartigd, maar de planvorming en uitvoering ligt bij de provincie, waardoor dit doelmatiger is om in één hand te houden, in plaats van het toe te delen aan de betrokken gemeenten. Voorts is sprake van één project dat zich uitstrekt over meerdere gemeenten. De projectdoelen worden alleen gehaald als alle maatregelen worden getroffen. Daarvoor is toedeling naar één bevoegd gezag een noodzakelijke voorwaarde. 

Ad 2) Beide gemeenten hebben nog het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Er zou een tijdelijk hoofdstuk aan de omgevingsplannen van beide gemeenten kunnen worden toegevoegd, of de gemeenten zouden een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) kunnen verlenen. Dat betekent dat iedere gemeente afzonderlijk de procedures moet gaan voeren, waarbij de provincie de voorbereiding en uitvoering voor zijn rekening neemt. Het is wat betreft procedure tijd (één procedure projectbesluit i.p.v. twee procedures wijziging omgevingsplan of BOPA met bijbehorende risico’s op beroepsprocedures) en inzet van middelen efficiënter om dit in één hand te houden en één projectbesluit te nemen met één beroepsprocedure.

§ 1.6 Projectbesluit Light

Het projectbesluit heeft uitsluitend tot doel het omgevingsplan te wijzigen, zodanig dat de juridisch-planologische belemmeringen voor de naderhand te verlenen omgevingsvergunning(en) zijn opgeheven. De wijziging van het omgevingsplan ziet alleen op het uitvoeren, in werking hebben en in stand houden van het project en is beperkt tot die delen van het projectbesluit die met de regels van het omgevingsplan in strijd zijn. Het projectbesluit omvat het besluit tot het vaststellen van het project en wijzigt het omgevingsplan voor zover het in strijd is met het projectbesluit. Het gaat om het ruimtelijke planologische deel dat mogelijk wordt gemaakt. Er worden nog geen andere omgevingsvergunningen geïntegreerd, zoals een kapvergunning of een watervergunning.   

In het geval van de N284 kan worden volstaan met het projectbesluit light, aangezien in de fase van het projectbesluit het realisatiecontract nog niet gereed is. Het opnemen van alle benodigde deeltoestemmingen in het projectbesluit heeft daardoor geen meerwaarde. Volstaan kan worden met het projectbesluit inclusief, waar nodig, wijziging van het omgevingsplan. De andere toestemmingen kunnen dan in een later stadium, eventueel in fasen, worden aangevraagd en zo nodig ook gecoördineerd.   

Enkele verkeersbesluiten die direct samenhangen met de maatregelen aan de N284 worden wel zoveel mogelijk in samenhang met het projectbesluit voorbereid. De provincie Noord-Brabant streeft ernaar deze procedures qua planning zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen en gelijktijdig te doorlopen.  

Omdat gemeenten momenteel nog werken met het tijdelijke deel van het omgevingsplan (bestaande uit bestemmingsplannen, verordeningen en de bruidsschat), kunnen projectbesluiten als bedoeld in artikel 5.52, eerste lid, van de Omgevingswet nog niet de regels van het permanente omgevingsplan wijzigen. Daarom wordt gebruikgemaakt van een zogenoemd tijdelijk regelingdeel. Dit tijdelijke regelingdeel wordt toegevoegd aan het omgevingsplan van iedere betrokken gemeente en bevat regels die, via een voorrangsbepaling, voorgaan op de bestaande regels van het omgevingsplan. Hiermee kunnen bestaande functies waar nodig worden gewijzigd of beëindigd. Het tijdelijke regelingdeel heeft een overgangskarakter; het is de bedoeling dat de gemeenten de regels binnen vijf jaar na vaststelling van het projectbesluit definitief verwerken in het (permanente) omgevingsplan.

§ 1.7 Het gevoerde proces

In 2016 is de provincie gestart met de verkenningsfase (behorende bij de projectprocedure) voor de herinrichting van de N284. In deze fase onderzocht de provincie samen met de gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel op welke wijze de doelen voor doorstroming, verkeersveiligheid en leefbaarheid konden worden bereikt. Hierbij is een uitgebreid participatieproces doorlopen, waarbij inwoners, ondernemers en andere betrokkenen konden meedenken over knelpunten en oplossingsrichtingen.   

In deze verkenningsfase zijn verschillende oplossingsrichtingen onderzocht, die hebben geleid tot een (eerste) voorkeursalternatief (VKA 2020). Dit voorkeursalternatief is vervolgens in een vervolgfase geoptimaliseerd tot het vastgestelde VKA 2022, waarbij onder andere is gestuurd op ruimtelijke inpasbaarheid, verkeerskundige werking en kosten.  

Parallel aan deze stappen is het participatieproces voortgezet en verder verdiept, waarbij omgeving, bedrijven en andere stakeholders zijn betrokken bij de nadere uitwerking van de maatregelen en ontwerpkeuzes.  

De bevindingen uit de verkenning, in combinatie met de participatie, hebben bijgedragen aan de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief. Een nadere toelichting op de verkenningsfase, de totstandkoming van het voorkeursalternatief en het participatieproces is opgenomen in hoofdstuk 6 van deze motivering en in de bijbehorende rapportages en verslagen die als bijlage bij het projectbesluit zijn gevoegd.  

Op 24 januari 2025 is de Kennisgeving voornemen en participatie gepubliceerd en daarmee de verkenning gestart. In oktober 2026 wordt het Ontwerp‑Projectbesluit ter inzage gelegd zodat zienswijzen kunnen worden ingediend. Na verwerking van de zienswijzen wordt het definitieve projectbesluit vastgesteld. In hoofdstuk 6 wordt het doorlopen proces en de participatie nader toegelicht.

§ 1.8 Leeswijzer

In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding, het doel en de nut en noodzaak beschreven. Ook wordt ingegaan op het gevoerde proces. Vervolgens is in hoofdstuk 2 de toets aan het rijksbeleid en het provinciale beleid opgenomen. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende kader voor mer en de hoofdconclusie van de project-mer-beoordeling en gaat daarnaast over de verkenning en het komen tot een VO (ruimtelijk ontwerp) dat zijn beslag krijgt in het projectbesluit. In hoofdstuk 4 zijn de aspecten van de fysieke leefomgeving beschreven en de project-mer-beoordeling. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de motivering van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 5 gaat over de financiële en economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de gevoerde participatie. In hoofdstuk 7 wordt ten slotte ingegaan op de omgevingssplanwijzigingen.

Hoofdstuk 2 Toets aan beleid en regelgeving

§ 2.1 Rijksbeleid

Nationale omgevingsvisie (NOVI, 2020)    

Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten:

  • 1.

    Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.

  • 2.

    Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel.

  • 3.

    Sterke en gezonde steden en regio's.

  • 4.

    Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Dit projectbesluit biedt het kader voor een aanpassing van een bestaande provinciale weg, die verbeterd wordt. Deze ontwikkeling past binnen de nationale belangen in de NOVI en sluit aan bij alle vier de prioriteiten.  

Allereerst bevat het project diverse klimaat adaptieve maatregelen, zoals extra waterberging, verbeterde watergangen en toepassing van klimaatbestendige materialen waardoor de weg beter bestand is tegen extreme neerslag en droogte.  

De reconstructie verbetert de bereikbaarheid van de regionale bedrijventerreinen De Sleutel en de Wijer. Verder draagt de verbetering met een duurzaam wegontwerp en hergebruik van bestaande wegconstructies bij aan de toekomstbestendige economie. De weg wordt veiliger en ingericht voor een betere doorstroming, waarbij de nadruk ligt op betere fiets- en OV-voorzieningen waardoor de leefkwaliteit en bereikbaarheid binnen de regio versterkt worden.  

Het ontwerp versterkt landschappelijke en ecologische structuren door behoud van karakteristieke beplanting, landschappelijke inpassing en de robuuste beekdalpassage over de Groote Beerze, waardoor de kwaliteit en veerkracht van het landelijke gebied worden vergroot. 

Nota Ruimte (Ontwerp Nota, 2025)

De Nota Ruimte bevat de visie voor Nederland tot 2050 en vervangt daarmee de NOVI. De Nota Ruimte zal naar verwachting later in 2026 vastgesteld zijn. Momenteel heeft de Nota Ruimte nog een ontwerp status, Ontwerp-Nota Ruimte 2025.  

In de Ontwerp-Nota Ruimtezet het Rijk in op een robuuste, veilige, toekomstbestendige hoofdinfrastructuur en het efficiënt benutten en waar nodig versterken van bestaande netwerken. De aanpassing van de N284 draagt hieraan bij door de verkeersveiligheid en doorstroming te verbeteren en regionale economische knooppunten beter te ontsluiten. 

Zoals de Nota voorschrijft, worden water en bodem leidend in de inrichting. De ontwikkeling bevat daarom maatregelen voor waterberging, infiltratie en klimaatadaptatie, passend bij de zandgronden waar droogte en piekbuien steeds grotere opgaven vormen. Hiermee wordt aangesloten op de landelijke eis om nieuwe infrastructuur klimaatrobuust en toekomstbestendig te realiseren. 

Daarnaast sluit het project aan bij de rijksopgave voor ruimtelijke kwaliteit en herkenbare landschappen. Door het behouden en versterken van de landschappelijke structuren langs de weg en het realiseren van de robuuste beekdalpassage over de Groote Beerze, wordt invulling gegeven aan dit streven naar een robuust natuursysteem en groenblauwe dooradering. 

Ten slotte draagt het project bij aan de regionale economie door bestaande bedrijventerreinen beter bereikbaar te maken, geheel in lijn met de Nota, die vraagt om het versterken van regionale ecosystemen, het zuinig omgaan met ruimte en het verduurzamen van bestaande netwerken. 

Besluit Kwaliteit Leefomgeving en Omgevingsregeling

In hoofdstuk 4 wordt ook getoetst aan het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en Omgevingsregeling, waardoor dit hier niet apart beschreven wordt. 

§ 2.2 Provinciaal beleid

Brabantse omgevingsvisie

De Omgevingsvisie Noord-Brabant geeft richting aan gewenste ontwikkelingen en bevat strategische ambities op het gebied van mobiliteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Voor provinciale infrastructuurprojecten wordt specifiek gestuurd op een samenhangend regionaal mobiliteitssysteem en een klimaatbestendig ingericht landschap.  

De Omgevingsvisie benadrukt dat Brabant werkt aan een samenhangend regionaal mobiliteitsnetwerk met betrouwbare, veilige en duurzame verbindingen tussen stedelijke en regionale kernen. De N284 vervult hierin een belangrijke schakel in de regio, waar de provincie inzet op verbetering van doorstroming en verkeersveiligheid. Door het optimaliseren van het tracé en het realiseren van veilige fietsverbindingen draagt het project direct bij aan de provinciale ambitie voor slimme en duurzame mobiliteit.  

De visie stelt ook dat Brabant klimaatbestendig en water robuust moet worden ingericht, met specifieke aandacht voor het vasthouden en bergen van water. De N284 ligt in een gebied waar deze opgave nadrukkelijk speelt. De herinrichting voorziet in hydrologisch neutrale maatregelen, extra infiltratie en een ecologisch functionerende beekdalpassage bij de Groote Beerze, waarmee het project aansluit op de provinciale koers voor klimaatadaptatie. 

Beleidskader mobiliteit: Koers 2030

De Mobiliteitskoers 2030 geeft aan dat het Brabants mobiliteitssysteem tegen zijn grenzen aanloopt door toenemende verplaatsingsstromen, druk op regionale verbindingen en negatieve gevolgen voor veiligheid en leefomgeving. Voor een toekomstbestendig mobiliteitssysteem is daarom een omslag nodig naar betrouwbare, veilige en duurzame regionale verbindingen. De N284 vervult een belangrijke functie binnen dit regionale netwerk in de Kempen. Het project draagt bij aan deze koers door de doorstroming en verkeersveiligheid te verbeteren, de fietsinfrastructuur te versterken en aan te sluiten op de provinciale ambitie voor een robuust en multimodaal mobiliteitssysteem. Hiermee past het project binnen de beleidslijn om mobiliteit in Brabant slimmer, schoner en toekomstbestendig te organiseren richting 2030.  

Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur (KOPI) 

Met het programma Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur (KOPI) werkt de provincie Noord-Brabant aan het behouden en verbeteren van de kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van haar infrastructuur. Uitgangspunt hierbij is dat provinciale wegen en bijbehorende voorzieningen duurzaam, veilig en doelmatig in stand worden gehouden. 

De herinrichting van de N284 sluit aan bij deze doelstelling. Binnen het project wordt de technische staat van de weg verbeterd door de verharding te vernieuwen en waar nodig de constructie van de weg aan te passen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om de infrastructuur toekomstbestendig en onderhoudsarm uit te voeren. Het project draagt daarmee niet alleen bij aan de verkeerskundige doelstellingen, maar ook aan het provinciale beleid voor beheer en onderhoud van infrastructuur. 

Omgevingsverordening

Op basis van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (d.d. 7 maart 2026) geldt een aantal omgevingswaarden, regels voor beperkingengebiedactiviteiten en instructieregels voor het omgevingsplan die relevant zijn binnen het projectgebied. Dit projectbesluit ziet uitsluitend op het uitvoeren, in werking hebben en in stand houden van het project en is beperkt tot de onderdelen die in strijd zijn met regels uit gemeentelijke omgevingsplannen. Er worden geen andere regels opgenomen, tenzij die nodig zijn voor de uitvoerbaarheid. Het projectbesluit betreft uitsluitend het mogelijk maken van de specifieke reconstructie van de N284. Bij de motivering van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) zijn de normen en waarden uit de provinciale Omgevingsverordening betrokken. De normen en waarden uit de omgevingsverordening zijn meegenomen in Hoofdstuk 4, waarin de aspecten van de fysieke leefomgeving zijn beschreven en onderzocht.   

De volgende normen en waarden uit de omgevingsverordening raken het plangebied:

  • 1.

    Zorgplicht voor goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7): Bij de planvorming voor de N284 is invulling gegeven aan de zorgplicht uit artikel 5.7 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarbij zijn zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering, meerwaardecreatie en de diep-rond-breed-benadering integraal meegenomen. Het project volgt grotendeels het bestaande wegtracé en beperkt extra ruimtebeslag tot waar dit noodzakelijk is voor verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid. Daarnaast draagt de reconstructie bij aan onder meer de doorfietsroute, klimaatadaptieve waterberging, ecologische verbindingen, natuurcompensatie en landschappelijke inpassing. Een nadere onderbouwing is opgenomen in paragraaf 4.5.3.

  • 2.

    Attentiezone waterhuishouding (artikel 5.41): Een omgevingsplan ter plaatse van Het omgevingsplan in deze zone is gericht op bescherming van de waterhuishouding (met name in relatie tot natuurdoelen van het Natuurnetwerk Brabant). Voor de N284 is in de planuitwerking en mer-beoordeling uitgewerkt dat de toename van verharding wordt gecompenseerd via verbreding/ opschuiven van watergangen, het aanbrengen van wadi’s en het borgen van bergings- en infiltratiecapaciteit. Negatieve hydrologische effecten worden hierbij niet verwacht.

  • 3.

    Behoud en herstel van watersystemen (artikel 5.42): Er gelden op de locatie beperkingen voor bebouwing, verharding en ophogingen. Hierbij moet bijgedragen worden aan het behoud en herstel van watergebonden ecologische en hydrologische waarden. De N284 ligt ter hoogte van onder andere de Groote Beerze binnen deze zone. Het project draagt bij aan een robuuster watersysteem doordat de passage wordt verbeterd met aparte bruggen voor wegverkeer en fietsverkeer en doordat natuurvriendelijke oevers en voldoende doorstroomprofiel wordt gerealiseerd.

  • 4.

    Diep grondwaterlichaam (artikel 3.11): Deze artikelen bevatten regels voor milieubelastende activiteiten die diepe grondwaterlichamen kunnen beïnvloeden. De aanpassing van de N284 omvat uitsluitend werkzaamheden in de bovenste bodemlagen en er vinden geen boringen of onttrekkingen plaats die het diepe grondwater bereiken. Hierdoor worden geen effecten op het diepe grondwaterlichaam verwacht.

  • 5.

    Groenblauwe waarden (artikel 5.46):

    Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken en bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. De reconstructie van de N284 vindt grotendeels plaats binnen het bestaande tracé waarbij ontwerp, waar mogelijk, de aanwezige groenblauwe structuren behoudt. Waar ingrepen noodzakelijk zijn, worden effecten beperkt en wordt voorzien in herstel of versterking van water- en natuurstructuren. Hiermee wordt invulling gegeven aan de provinciale doelstellingen en is er geen sprake van strijd met artikel 5.46.

  • 6.

    Landelijk gebied (artikelen 5.11, 5.13 en 5.60):

    Binnen het Landelijk gebied moet het omgevingsplan bijdragen aan behoud en verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Op grond van artikel 5.60 van de Omgevingsverordening kan in het Landelijk gebied worden voorzien in de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg, mits de noodzaak van de ontwikkeling en de gekozen oplossing worden onderbouwd. De reconstructie van de N284 maakt gebruik van het bestaande tracé en beperkt nieuw ruimtebeslag tot locaties waar dit noodzakelijk is voor verkeersveiligheid en doorstroming. De reconstructie is noodzakelijk vanwege bestaande knelpunten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, oversteekbaarheid en bereikbaarheid. De landschappelijke inpassing wordt versterkt door gebiedseigen beplanting en een zorgvuldig ingericht profiel (zie ook paragraaf 4.5.3) Hierdoor is geen sprake van aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling voldoet aan de toepasselijke regels voor Landelijk gebied en werkt niet in strijd met de provinciale doelstellingen. 

  • 7.

    Natuurnetwerk Nederland:

    Het Natuurnetwerk Nederland vormt het landelijke beleidskader voor samenhangende natuurgebieden en wordt door de provincie verder uitgewerkt in het NNB. De reconstructie past binnen dit kader omdat het project binnen het bestaande tracé blijft en waar effecten op natuur optreden, deze worden gemitigeerd of gecompenseerd volgens de provinciale richtlijnen.

  • 8.

    Natuur Netwerk Brabant (artikel 5.30): 

    De N284 raakt delen van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) waar de weg in een bestaande situatie doorheen voert. In de planuitwerking is beoordeeld dat het project binnen het bestaande tracé blijft en dat bij onvermijdelijk ruimtebeslag ecologische maatregelen worden getroffen. De negatieve effecten worden waar mogelijk beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig met artikel 5.34 ‘Toepassing van het Nee, tenzij-principe’. Hierdoor blijven de natuurwaarden gewaarborgd.

  • 9.

    Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone (artikel 5.40): 

    Een omgevingsplan ter plaatse van Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone heeft als doel de continuïteit en doorlaatbaarheid van ecologische verbindingen te borgen waarbij als uitgangspunt geldt dat de zone een breedte heeft van ten minste 50 m in Stedelijk Gebied of in Landelijk gebied waar een stedelijke ontwikkeling is voorzien en ten minste 25 m in alle overige gebieden. De N284 kruist een ecologische verbindingszone ter hoogte van de Groote Beerze. In het wegontwerp is rekening gehouden met deze structuur door een brede en ecologisch functionerende passage te realiseren met gescheiden bruggen voor autoverkeer en fietsverkeer, ten behoeve van doorlaten van licht. De maatregel versterkt de verbindingszone en belemmert de ecologische functie niet.

  • 10.

    Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied (artikel 2.2):

    Binnen Norm wateroverlast stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen. De N284 loopt deels door buiten stedelijk gebied waar deze norm van toepassing is. Het project realiseert via verbrede sloten en infiltratievoorzieningen extra bergingscapaciteit, waardoor de afvoer en berging in balans blijven. Hiermee blijft de functie van het regionale watersysteem in stand. De ontwikkeling voldoet aan artikel 2.3 en de waterhuishouding wordt niet nadelig beïnvloed.

  • 11.

    Norm wateroverlast stedelijk gebied (artikel 2.2):

    Artikel 2.2 bevat een norm voor wateroverlast in stedelijk gebied, waar de kans op wateroverlast kleiner moet zijn dan in het buitengebied. Delen van het initiatief liggen binnen stedelijke contouren. De planuitwerking laat zien dat in deze zones infiltratie en berging worden toegepast zodat geen extra belasting op het stedelijk watersysteem ontstaat. Hiermee blijft de omgevingswaarde voor wateroverlast onder de toegestane grens. De ontwikkeling voldoet aan artikel 2.2 en de norm voor stedelijk gebied blijft geborgd.

  • 12.

    Provinciale weg (artikel 3.108-3.113):

    De regels in de omgevingsverordening zijn gesteld met het oog op: het behoud van de functie van de provinciale weg als stroomweg, gebiedsontsluitingsweg of erf- toegangsweg, het behoud van de kwaliteit van de provinciale weg, het beschermen van de doorstroming en verkeersveiligheid van het verkeer op de provinciale weg en het beschermen van de provinciale weg tegen negatieve invloeden op of rond die weg, zoals het belang tot onderhoud, verruiming of wijziging van de provinciale weg. Activiteiten die door of in opdracht van de provincie worden uitgevoerd worden niet gezien als beperkingengebiedactiviteiten binnen de locatie Provinciale weg (het gaat om alle activiteiten die aan, op, onder, langs of over de provinciale weg plaatsvinden, anders dan het gebruik voor verkeersdoeleinden). Het verbeteren van de N284 past hierbinnen en is daarmee geen beperkingengebiedactiviteiten.

  • 13.

    Reservering waterberging (artikel 5.50):

    Artikel 5.50 borgt dat ruimtereserveringen voor toekomstige waterberging behouden blijven. Het initiatief raakt geen aangewezen reserveringsgebieden en belemmert toekomstige waterbergingsopgaven niet. De aanpassing van de weg voorziet in lokale maatregelen die de regionale wateropgave ondersteunen. Hiermee blijft de reserveringsfunctie intact. De ontwikkeling voldoet aan dit artikel en heeft geen nadelige invloed op provinciale reserveringen.

  • 14.

    Stedelijk gebied:

    Binnen stedelijk gebied moet het omgevingsplan bijdragen aan een veilig ingerichte leefomgeving en aan zorgvuldig ruimtegebruik. De aanpassing van de N284 binnen stedelijke zones voorziet in een verbetering van verkeersveiligheid en een doelmatige inrichting van mobiliteit. De werkzaamheden blijven binnen bestaand ruimtegebruik en versterken de functie van de weg binnen de stedelijke structuur. Hiermee past de ontwikkeling binnen de provinciale kaders voor stedelijk gebied en worden de beleidsdoelen niet geraakt.

Hoofdstuk 3 Verkenning en mer

§ 3.1 Verkenningsfase projectprocedure

In de verkenningsfase is voor de N284 een brede analyse uitgevoerd van mogelijke oplossingsrichtingen voor de structurele knelpunten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, oversteekbaarheid, fietsstructuur en de positie van het openbaar vervoer. De verkenning bestond uit een systematische vergelijking van varianten, waaronder maatregelenpakketten gericht op groot onderhoud, kruispuntoptimalisaties, capaciteitsuitbreiding en het aanleggen van nieuwe infrastructuur. Uit deze fase is gebleken dat geen enkel scenario op zichzelf voldeed aan de projectdoelstellingen. Daarom is gekozen voor een combinatie van kruispuntverbeteringen, capaciteitsuitbreiding op strategische locaties en een volwaardige, doorlopende fietsstructuur. Deze combinatie is vastgelegd in het Voorkeursalternatief (VKA 2020).  

In de periode 2020–2022 is het VKA verder verdiept en aangepast op basis van technische en ruimtelijke inpassing. Daarbij is vastgesteld dat onderdelen van het oorspronkelijke VKA te veel ruimtebeslag kenden, niet binnen budget pasten of onvoldoende verkeerskundige werking boden. Alternatieve oplossingen zijn onderzocht in het verkeerskundig onderzoek VKA N284, waarbij de effectiviteit van opstelstroken, VRI‑optimalisaties, veilige fietsoversteken, een doorfietsroute aan de zuidzijde en ongelijkvloerse kruisingen opnieuw is beoordeeld. Op basis hiervan is een geoptimaliseerd maatregelenpakket vastgesteld als VKA 2022, met onder andere een verbeterde inrichting van de belangrijkste kruispunten, de aanleg van de doorfietsroute F67 aan de zuidzijde en een veilige ongelijkvloerse fietsonderdoorgang bij de Egyptische Poort.   

Het VKA 2022 vormt de basis voor het Voorontwerp (VO). In de VO‑fase zijn de keuzes uit het VKA technisch uitgewerkt. Het is getoetst op verkeerskundige prestatie, hydrologie, ecologie, veiligheid, kabels en leidingen, beheerbaarheid en ruimtelijke inpassing. De set maatregelen uit het VKA is daarbij verfijnd tot uitvoerbare ontwerpkeuzes per tracédeel, zoals de exacte kruispuntconfiguraties bij De Sleutel, Raambrug, Europalaan en Lange Trekken, de positionering van bushaltes en de uitwerking van de beekdalpassage Groote Beerze en ongelijkvloerse fietsonderdoorgang. Hiermee is het VKA omgezet in een integraal en technisch haalbaar ontwerp dat, inclusief de mitigerende en compenserende maatregelen, als basis dient voor het projectbesluit. 

§ 3.2 Mer(beoordelings)-plicht

Of een besluit over een project project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, volgt uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 2 is aangegeven in welke gevallen sprake is van een mer-plicht, in kolom 3 wanneer een mer-beoordelingsplicht aan de orde is. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. Het projectbesluit is een besluit, waarmee toestemming voor het project wordt verleend.   

Voor projecten geldt voor mer-(beoordelings)plichtige activiteiten een project-mer-plicht. De aanpassing van de N284 valt onder rij J1 uit Bijlage V uit het Omgevingsbesluit, wat de N284 project-mer-beoordelingsplichtig maakt. Deze beoordeling uitgevoerd in de vorm van een aanmeldnotitie project-mer-beoordeling. 

§ 3.3 Resultaten project-mer-beoordeling

Voor het project is een project‑mer‑beoordeling met onderzoeken uitgevoerd en aanmeldnotitie opgesteld, welke is bijgevoegd in bijlage II:

Hieruit volgt dat de herinrichting van de N284 niet leidt tot aanzienlijke nadelige milieugevolgen. Een milieueffectrapport (MER) is daarom niet vereist.  

De project‑mer‑beoordeling vormt de integrale milieubeoordeling van het project. In hoofdstuk 4 worden de relevante milieuaspecten nader gemotiveerd in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Hoofdstuk 4 Onderzoek fysieke leefomgeving

§ 4.1 Inleiding

De onderzoekslast voor het projectbesluit volgt uit diverse wettelijke grondslagen. Artikel 5.6 Omgevingsbesluit bevat een beschrijving van de onderdelen die het projectbesluit moet bevatten.    

Het projectbesluit bevat in ieder geval

  • 1.

    Een beschrijving van het project;

  • 2.

    De voor de fysieke leefomgeving relevante permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen om het project te realiseren (bijvoorbeeld wegafsluitingen, bouwlocaties); en

  • 3.

    De maatregelen die zijn gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van het project of van het in werking hebben of in stand houden daarvan voor de fysieke leefomgeving.

Dit betekent dat het onderzoek inzichtelijk moet maken welke nadelige gevolgen het project kan veroorzaken voor de fysieke leefomgeving en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dergelijke gevolgen te voorkomen, te beperken of te compenseren. Bij de presentatie van de onderzoeken is het niet genoeg om alleen samen te vatten wat er in de rapporten staat. Het projectbesluit moet ook duidelijk maken welke maatregelen nodig zijn om negatieve effecten te voorkomen, te beperken of te compenseren. Deze maatregelen moeten vervolgens overzichtelijk en als één geheel worden beschreven. 

Daarnaast is voor het projectbesluit Hoofdstuk 9 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van toepassing. Artikel 9.1 Bkl bepaalt dat vrijwel de gehele Afdeling 5.1 Bkl, de instructieregels die zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), ook van toepassing is op een projectbesluit. 

Dit betekent dat alle relevante thema’s uit Afdeling 5.1 Bkl (geluid, luchtkwaliteit, trillingen, bodem, water, externe veiligheid, gezondheid, geur, slagschaduw enz.) moeten worden onderzocht en gemotiveerd binnen dit projectbesluit. 

Deze verplichting sluit aan bij artikel 2.34, onder 2b, van de Omgevingswet, waarin is bepaald dat instructieregels uitsluitend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kunnen worden gesteld. 

Daarmee moet ook het projectbesluit aantonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat geen onaanvaardbare nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan. 

In de verdere paragrafen van dit hoofdstuk zijn per thema de relevante instructieregels, de uitgevoerde onderzoeken en de noodzakelijke maatregelen weergegeven.

§ 4.2 Bescherming van gezondheid en milieu

§ 4.2.1 Inleiding

In artikel 2.1 van de Omgevingswet is aangegeven dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden moet worden met het belang van het beschermen van de gezondheid.   

Zoals hierboven toegelicht, is Afdeling 5.1 Bkl volledig van toepassing op een projectbesluit (art. 9.1 Bkl). Daarmee zijn ook de instructieregels uit paragraaf 5.1.4 Bkl, gericht op het beschermen van gezondheid en milieu, direct relevant voor dit projectbesluit.  

In paragraaf 5.1.4 van het Bkl wordt ingegaan op het beschermen van de gezondheid en het milieu.     

Er worden instructieregels gegeven voor:

  • 1.

    De kwaliteit van de buitenlucht (luchtkwaliteit)

  • 2.

    Geluid door activiteiten

  • 3.

    Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

  • 4.

    Geluid rond luchthavens

  • 5.

    Trillingen

  • 6.

    Slagschaduw van windturbines

  • 7.

    Bodemkwaliteit

  • 8.

    Geur

Naast de klassieke milieuthema’s gaat gezondheid ook over mogelijkheid tot bewegen, ontmoeten en ontspannen. Binnen het traject wordt een hoogwaardige, doorlopende snelfietsroute gerealiseerd langs de zuidzijde van de N284, die aansluit op de regionale doorfietsroute F67. Dit versterkt de actieve mobiliteit en heeft daarmee een licht positief effect op gezondheid door het stimuleren van beweging, dagelijkse vitaal vervoer en recreatief fietsen.

§ 4.2.2 Verkeer

De verkeerseffecten van de reconstructie van de N284 zijn in een verkeerskundige analyse (Bijlage 1 bij mer-beoordeling - Verkeerskundige analyse) onderzocht met behulp van het verkeersmodel Brabant Brede Model Aanpak (BBMA) van de provincie Noord‑Brabant (versie 2024). In dit model zijn autonome ontwikkelingen, zoals woningbouw en bedrijventerreinen, meegenomen en is het ontwerp van de N284 doorgerekend voor het zichtjaar 2040. 

Per saldo blijft de verkeersintensiteit op het traject vergelijkbaar met de autonome situatie en trekt de gereconstrueerde N284 geen extra doorgaand verkeer aan. De effecten van het project op verkeer zijn daarmee beperkt en hoofdzakelijk gericht op een betere afwikkeling van bestaand verkeer. 

Effect op milieu en gezondheid

Omdat geen sprake is van een relevante toename van verkeersintensiteiten, leidt de reconstructie niet tot een verslechtering van milieuthema’s zoals geluid, luchtkwaliteit en stikstof (Natura2000). De effecten op de leefomgeving zijn per saldo neutraal tot licht positief, doordat de doorstroming verbetert en het aantal stagnaties en optrekbewegingen afneemt. 

De effecten op geluid, luchtkwaliteit en stikstof (Natura2000) zijn nader onderbouwd in paragraaf 4.2.3. Geluid, paragraaf 4.2.6 Luchtkwaliteit en paragraaf 4.6.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant. 

§ 4.2.3 Geluid

Ten behoeve van de reconstructie van de N284 tussen Reusel en Hapert is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is gecombineerd met het akoestisch onderzoek naar te saneren locaties langs het traject. De te saneren locaties dienen gesaneerd te worden op basis van de bestaande situatie. De reconstructie van de N284 leidt zelf niet tot nieuwe saneringslocaties.

Een aantal te treffen maatregelen in het kader van de saneringsopgave wordt getroffen binnen het project tot reconstructie van de N284.

Het akoestisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 bij mer-beoordeling - Akoestisch onderzoek project-MER-beoordeling.

Wettelijk kader   

De N284 is een provinciale weg. Op grond van artikel 2.13a Omgevingswet zijn geluidproductieplafonds (GPP’s) vastgesteld, die als toetsingskader dienen voor het geluid van provinciale wegen. De standaardwaarde en grenswaarde (art. 3.34 en 3.35 Bkl) bedragen respectievelijk 50 Lden en 65 Lden.

Geluid- standaard waarden en grenswaarden 

Standaardwaarde

Grenswaarde aanleg of aanpassing van geluidsbron

Geluidsbronsoort 

Rijkswegen, provinciale wegen 

50 Lden

65 

Gemeentewegen, waterschapswegen

53 Lden / heersende waarde

70 

Tabel 1: Standaard- en grenswaarden geluid Besluit kwaliteit leefomgeving

Daarnaast vereist artikel 3.38 Bkl voor provinciale wegen (en art. 5.78p Bkl voor gemeentelijke wegen) dat bij de bestuurlijke afweging ook het gecumuleerde geluid wordt beoordeeld. 

Verder geldt het Actieplan Geluid Provincie Noord‑Brabant 2024–2029, waarin buiten de bebouwde kom een plandrempel van 60 dB is vastgesteld. Deze plandrempel is bepalend voor sanering en voor de afweging of geluidbelastingen hoger dan 60 dB zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. 

Projecteffect 

Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 2 bij mer-beoordeling - Akoestisch onderzoek) blijkt dat de reconstructie van de N284 niet leidt tot nieuwe geluidknelpunten. Uit de toetsing aan de geluidproductieplafonds blijkt dat op één beperkt wegvak (tussen kruising met de Wijer en de aansluitende weg over het Kempische Bedrijvenpark) een overschrijding kan optreden van maximaal 0,8 dB. Door toepassing van SMA-NL 8G+ op dit wegvak wordt ook daar voldaan aan de geldende geluidproductieplafonds. De verkeerskundige wijzigingen en de aanpassing van de weginrichting leiden niet tot overschrijding van de bestaande geluidproductieplafonds. 

De projectsituatie blijft, met toepassing van SMA-NL 8G+, binnen de geldende GPP’s. 

Daarmee is sprake van een akoestisch aanvaardbaar projecteffect. 

Het project veroorzaakt dus geen nieuwe geluidknelpunten. 

Bestaande geluidsopgave (sanering)

Naast het projecteffect bestaat langs het tracé een al bestaande geluidsopgave.     

Het betreft:

  • 1.

    Categorie‑A‑woningen waar de geluidbelasting hoger is dan 65 dB (wettelijke saneringsplicht).

  • 2.

    Categorie‑C‑woningen met geluidbelastingen tussen 60–65 dB (beleidsmatige saneringsopgave uit het Actieplan Geluid).

Deze situatie is niet ontstaan door het project, maar door de huidige belasting van de bestaande N284. 

Omdat het project een reconstructie omvat, is beoordeeld of saneringsmaatregelen doelmatig, technisch mogelijk en ruimtelijk inpasbaar zijn (“werk met werk maken”). Hierdoor ontstaat geen juridische plicht binnen het project, maar wel een uitvoeringskans om geluidknelpunten te reduceren. 

Maatregelen

De toets aan de GPP’s in de projectsituatie 2040 laat zien dat, met toepassing van SMA‑NL 8G+ op het hele traject, overal aan de geldende plafondwaarden kan worden voldaan. Aanpassing van de GPP’s is daarom niet noodzakelijk. 

Bij de reconstructie worden, waar doelmatig en ruimtelijk mogelijk, geluidreducerende maatregelen meegenomen die zowel bijdragen aan het beperken van eventuele projecteffecten als aan het verminderen van bestaande saneringsopgaven.    

Binnen het project worden de volgende maatregelen getroffen:

  • 1.

    Op het volledige traject wordt SMA‑NL 8G+ aangebracht (uitgezonderd kruisingsvlakken). Dit wegdek reduceert het geluid met circa 3–4 dB.

  • 2.

    Op negen locaties wordt de geleiderail, die verkeerskundig vereist is, uitgevoerd als een afschermende geleiderail. Deze levert gemiddeld 2–3 dB geluidreductie op bij de achterliggende woningen.

  • 3.

    Op één locatie (Dwarsstraat) is een geluidscherm doelmatig en ruimtelijk inpasbaar; hiermee kan een reductie tot circa 10 dB worden bereikt. Deze maatregel maakt geen onderdeel uit van het projectbesluit, aangezien deze al planologisch mogelijk is op basis van het omgevingsplan van rechtswege.

De reconstructie maakt het mogelijk om deze maatregelen nu reeds te combineren met de werkzaamheden, waardoor uitvoering eenvoudiger en kostenefficiënter kan zijn. 

Voor woningen waar de geluidbelasting na toepassing van alle doelmatige maatregelen nog steeds hoger blijft dan 60 dB, volgt conform Bkl een verplicht vervolgonderzoek naar de binnenwaarde en de noodzaak van gevelmaatregelen. Met deze maatregelen is geborgd dat het aspect geluid binnen het project op een aanvaardbaar niveau wordt beheerst en voldoet aan de toepasselijke wettelijke en beleidsmatige kaders.

§ 4.2.4 Bodemkwaliteit

Wettelijk kader 

In paragraaf 5.1.4.5 Bkl zijn instructieregels opgenomen voor bodemkwaliteit bij het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Binnen het plangebied wordt geen bodemgevoelig gebouw gerealiseerd waarin mensen meer dan twee uur per dag verblijven en er is geen sprake van een bodemgevoelige locatie. Daarmee wordt aan deze instructieregels voldaan. 

Voor werkzaamheden waarbij grond wordt verplaatst, gelden de regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), paragraaf 3.2.21 tot en met 3.2.23. Graven in de bodem is niet toegestaan zonder voorafgaand bodemonderzoek. Dit onderzoek is noodzakelijk om zorgvuldig te kunnen ontgraven en vrijkomende partijen grond op kwaliteit te kunnen scheiden. 

Het verkennend (water)bodemonderzoek voor de N284 (2023) vormt de basis voor de beoordeling van de bodemkwaliteit binnen het projectgebied.  

Resultaat onderzoek 

Uit het verkennend water- en bodemonderzoek (Bijlage 10 bij mer-beoordeling - Verkennend water- en bodemonderzoek) blijkt dat de bodem in de wegbermen voornamelijk bestaat uit zand, waarbij lokaal bijmenging met baksteen, beton, asfalt en slakken voorkomt. Dit is typerend voor bermen langs een provinciale weg. In de bovengrond worden lichte verhogingen van zware metalen, PAK, PCB en minerale olie aangetroffen. Deze vallen overwegend binnen de kwaliteitsklasse Industrie of beter. De brede bodemkwaliteit vormt daarmee in algemene zin geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 

Op enkele locaties zijn echter hogere waarden gemeten die mogelijk nader onderzoek vereisen. Het gaat onder andere om een sterk verhoogd zinkgehalte in de noordelijke berm tussen km 7,10 en 8,20, en matig verhoogde gehalten PAK en zink in delen van de zuidelijke berm. Daarnaast is ter hoogte van peilbuis B230 (km 8,3) een sterk verhoogde concentratie minerale olie in het grondwater aangetroffen, waarvan de herkomst nog onbekend is. Deze bevinding vraagt aandacht bij werkzaamheden die het grondwater kunnen beïnvloeden. 

De PFAS‑waarden liggen ruim onder de toepassingsnormen en vormen geen beperking voor hergebruik van grond binnen of buiten het projectgebied (met uitzondering van grondwaterbeschermingsgebieden). Asbest is niet visueel aangetroffen, en de geanalyseerde monsters blijven eveneens ruimschoots beneden de interventiewaarde. 

Maatregelen

De uitkomsten van het verkennend bodemonderzoek geven aan dat de bodemkwaliteit overwegend geschikt is voor de voorgenomen werkzaamheden. Voor enkele locaties waar verhoogde waarden zijn aangetroffen, wordt in de uitvoeringsfase op basis van de resultaten van eventueel vervolgonderzoek bepaald of lokale sanering of afvoer van grond noodzakelijk is. Ook geldt dat bij werkzaamheden waarbij grondwater wordt verplaatst of onttrokken, zorgvuldig moet worden omgegaan met de ter hoogte van peilbuis B230 aangetroffen grondwaterverontreiniging en dat passende veiligheidsmaatregelen moeten worden gevolgd. Deze vervolgstappen behoren tot de uitvoering en laten de planologische beoordeling van het projectbesluit onverlet.

§ 4.2.5 Ontplofbare oorlogsresten

Wettelijk kader

Onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is niet vereist op grond van het Bkl of een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze vormen alleen in het kader van de uitvoering van het project een relevant aspect. 

Resultaat onderzoek

Voor het project is door een onderzoek (Bijlage 13 bij mer-beoordeling - Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten) uitgevoerd om in kaart te brengen of en zo ja in welke delen van het projectgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten, op basis waarvan een advies wordt gegeven voor de omgang daarmee in de uitvoeringsfase van het project.  

Uit het onderzoek komt naar voren dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Het projectgebied is daarmee gedeeltelijk verdacht op ontplofbare oorlogsresten. 

Maatregelen tijdens aanleg

De herinrichting van de N284 brengt tijdens de aanlegfase risico’s met zich mee voor de veiligheid van personeel en omgeving wanneer werkzaamheden plaatsvinden binnen de vastgestelde verdachte zones. Deze risico’s kunnen volledig worden beheerst door het uitvoeren van een projectgebonden detectieonderzoek, een risicoanalyse of een pragmatische opsporingsanalyse, conform het CS‑VROO. 

In de gebruiksfase ontstaan geen nieuwe risico’s, mits grondroerende activiteiten binnen verdachte zones ook in de toekomst slechts plaatsvinden na aanvullend OO‑onderzoek. 

Het aspect Onontplofte Oorlogsresten vormt daarmee geen belemmering voor de herinrichting van de N284, mits de voorgeschreven onderzoeks- en veiligheidsmaatregelen worden gevolgd.

§ 4.2.6 Luchtkwaliteit

Wettelijk kader

In het Bkl zijn omgevingswaarden opgenomen voor de luchtkwaliteit in paragraaf 2.2.1.1. Voor NO₂, PM₁₀ en PM₂.₅ geldt de volgende grenswaarde voor jaargemiddelde concentratie:   

Omgevingswaarden luchtkwaliteit

NO₂ 

PM₁₀ 

PM₂.₅ 

Grenswaarde voor 

jaargemiddelde concentratie 

40,0 

40,0 

25,0 

Tabel 2: Grenswaarde voor jaargemiddelde concentratie in de lucht

De gemeenten Reusel‑De Mierden en Bladel liggen niet binnen een aandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.5.1, tweede lid, Bkl. Dit betekent dat de beoordeling van luchtkwaliteit kan worden beperkt tot toetsing aan de geldende omgevingswaarden. 

Resultaat onderzoek 

Uit het luchtkwaliteitsonderzoek (Bijlage 3 bij mer-beoordeling - Luchtkwaliteitsonderzoek) blijkt dat de aanpassingen aan de N284 slechts een beperkte invloed hebben op de verkeersintensiteiten en het heersende verkeersbeeld. De wijzigingen leiden niet tot een relevante toename van verkeersemissies. Eventuele tijdelijke effecten tijdens de uitvoeringsfase, zoals de inzet van mobiele werktuigen of omleidingsverkeer, zijn van korte duur en dragen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. 

De jaargemiddelde concentraties in de omgeving van de N284 liggen bovendien ruim onder de geldende omgevingswaarden. Op basis van gegevens uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) bedragen de maximale concentraties in de zichtjaren 2023, 2025 en 2030 circa 15–17 μg/m³ voor NO₂, 16–17 μg/m³ voor PM₁₀ en 9–10 μg/m³ voor PM₂.₅. Deze concentraties laten een dalende trend zien, onder meer als gevolg van strengere emissie‑eisen voor verkeer en industrie. Ook in relatie tot de aangescherpte Europese grenswaarden die vanaf 2030 gelden, blijven de concentraties binnen de normen. 

Maatregelen

De aanpassingen aan de N284 leiden niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De omgevingswaarden worden ruim gehaald en er zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen noodzakelijk. Eventuele tijdelijke emissies tijdens de uitvoering zijn beperkt en hebben geen structurele invloed op de luchtkwaliteit in de omgeving.

§ 4.2.7 Trillingen

Wettelijk kader 

Paragraaf 5.1.4.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor trillingen. Op grond van artikel 5.79, onder 2(d), zijn deze regels niet van toepassing op verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Dit betekent dat er voor de N284 geen wettelijke verplichting geldt om trillingen in het kader van het project te onderzoeken. 

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet) kan het bevoegd gezag er echter wel voor kiezen trillingen bij de ruimtelijke afweging te betrekken. In dat geval kan worden aangesloten bij de SBR‑richtlijnen voor trillingen. Voor verkeerstoepassingen gelden hiervoor geen instructieregels van het Rijk, zodat de beoordeling beleidsruimte kent.  

Resultaat onderzoek en maatregelen

Op grond van het Bkl geldt geen onderzoeksplicht voor de herinrichting van de N284. Ook voor een onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is er geen aanleiding om trillingen nader te onderzoeken. Gezien de aard van de herinrichting van de N284, waarbij het bestaande tracé wordt gehandhaafd en de wegas niet wordt verplaatst, zijn geen negatieve trillingseffecten te verwachten. Daarbij worden op verschillende locaties delen van de bestaande betonnen wegconstructie vervangen en wordt over vrijwel het gehele traject SMA-NL 8G+ toegepast. Door de vlakke verhardingsstructuur en het verminderen van oneffenheden kan lokaal zelfs sprake zijn van een lichte verbetering van de trillinghinder ten opzichte van de bestaande situatie. Nader onderzoek of aanvullende maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk.

§ 4.3 Bescherming van waterbelangen

§ 4.3.1 Inleiding

Het kader voor deze paragraaf wordt gevormd door paragraaf 5.1.3.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), waarin instructieregels zijn opgenomen voor het beschermen van waterbelangen. Daarnaast zijn in de provinciale omgevingsverordening regels opgenomen voor onder andere grondwater, oppervlaktewater en waterberging. 

Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het watersysteem en vindt afstemming plaats met het waterschap De Dommel, als beheerder van het regionale watersysteem.

§ 4.3.2 Water

Wettelijk kader 

De instructieregels uit artikel 5.37 Bkl bepalen dat bij ruimtelijke besluiten rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen en dat de opvattingen van de waterbeheerder hierbij worden betrokken. Het waterschap De Dommel is betrokken bij het ontwerp van de N284 en heeft input geleverd voor de waterhuishoudkundige inrichting.   

Waterberging en hemelwaterafvoer 

Als gevolg van de herinrichting neemt het verhard oppervlak lokaal toe. Hierdoor neemt de afvoer van hemelwater toe en ontstaat een extra belasting van het watersysteem.  

Uit de klimaatadaptatieanalyse (Bijlage 18 bij mer-beroordeling - Ontwerpnotitie planstudie en contract klimaatadaptatie) volgt dat het project voldoet aan de uitgangspunten van het waterschap en het provinciale beleid. Voor het extra verhard oppervlak wordt waterberging gerealiseerd volgens de norm van minimaal 60 mm per m² en, waar mogelijk, 70 mm per m², passend bij een T100‑bui (Bijlage 12 bij mer-beoordeling - Verhard oppervlak toe- en afname waterberging). Echter heeft het Waterschap op dit moment een aanpassing van de waterschapsverordening in voorbereiding. In de ontwerp waterschapsverordening wordt de waterbergingseis opgehoogd van 60 mm per m² naar 100 mm per m². In het ontwerp wordt met de voorziene waterberging ook aan deze nieuwe eis voldaan.   

Hemelwater van de weg wordt zoveel mogelijk lokaal afgevoerd naar bermsloten en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Hiermee wordt afwenteling van wateroverlast op de omgeving voorkomen en blijft het watersysteem robuust.   

Daarnaast is de inrichting zodanig dat bij extreme buien geen water op de rijbaan blijft staan en voldoende afvoercapaciteit wordt geborgd.  

Grondwater

Het projectgebied kent lokaal een hoge grondwaterstand. In de nieuwe situatie wordt voldaan aan de provinciale eis voor drooglegging van minimaal 1,0 meter voor wegen en 0,7 meter voor fietspaden. Voor de fietsonderdoorgang bij de Egyptische Poort wordt in de verdere uitwerking voorzien in een robuuste oplossing, waarbij rekening wordt gehouden met grondwaterstromen en voldoende pompcapaciteit.   

Resultaat onderzoek 

In het kader van de aanleg van de fietsonderdoorgang is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 11 bij mer-beoordeling - Geohydrologische effecten). Hierin is met behulp van een grondwatermodel de huidige en toekomstige grondwatersituatie (bij gemiddelde hoogste grondwaterstand, GHG) vergeleken.  

Uit het onderzoek blijkt dat de realisatie van de fietstunnel leidt tot zeer beperkte veranderingen in de grondwaterstanden. Aan de zuidwestzijde, stroomopwaarts, treedt een lichte opstuwing op van circa 1 cm, terwijl aan de noordoostzijde, stroomafwaarts, een lichte verlaging optreedt van maximaal circa 2 cm.   

De berekende veranderingen blijven daarmee onder de waarde waarbij effecten op de omgeving te verwachten zijn. Ook uit de inventarisatie van grondwaterafhankelijke belangen blijkt dat binnen het invloedsgebied aanwezige objecten, zoals infrastructuur en stedelijk groen, geen noemenswaardige negatieve effecten ondervinden. 

Maatregelen

Om de effecten op het watersysteem en -kwaliteit te beperken en te voldoen aan de geldende beleids- en wettelijke kaders, worden binnen het project de volgende maatregelen getroffen:

  • 1.

    Voor de toename van de verharde oppervlakte wordt waterberging gerealiseerd van minimaal 100 mm per m², in lijn met de uitgangspunten van het waterschap en klimaatadaptatiebeleid. Hiermee wordt voorkomen dat extra afvoer leidt tot wateroverlast in het omliggende gebied.

  • 2.

    Hemelwater afkomstig van de weg wordt zoveel mogelijk lokaal afgevoerd naar bermsloten en geïnfiltreerd in de bodem. Hiermee wordt afwenteling van wateroverlast voorkomen en wordt het watersysteem robuust en klimaatbestendig ingericht.

  • 3.

    Watergangen binnen het projectgebied worden behouden en waar nodig verlegd, met behoud van bergingscapaciteit en afvoercapaciteit. Bij verlegging wordt minimaal het bestaande profiel hersteld, zodat het functioneren van het watersysteem gewaarborgd blijft.

  • 4.

    Waar noodzakelijk worden aanvullende voorzieningen gerealiseerd, zoals wadi’s, infiltratiegreppels en waterbuffers, om piekafvoeren op te vangen en water lokaal vast te houden.

  • 5.

    De fietsonderdoorgang bij de Egyptische Poort wordt uitgevoerd met voldoende pompcapaciteit, afgestemd op extreme neerslag (T100‑bui), zodat wateroverlast en stremming van de route worden voorkomen.

  • 6.

    Om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beschermen en waar mogelijk te verbeteren, worden wadi’s en ondiepe greppels gerealiseerd waarin afstromend wegwater kan infiltreren. Hierdoor wordt de directe afvoer naar het oppervlaktewatersysteem beperkt en neemt de belasting van sloten en watergangen af. Dit leidt lokaal tot een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit.

§ 4.4 Waarborgen van de veiligheid

§ 4.4.1 Inleiding

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gelden er instructieregels van het Rijk voor veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl). Deze instructieregels zijn met name relevant wanneer een plan nieuwe risicoveroorzakende activiteiten mogelijk maakt of wanneer nieuwe (zeer of beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties worden toegelaten. 

Het projectbesluit voor de N284 laat geen nieuwe risicoveroorzakende activiteiten toe en maakt geen nieuwe risicobronnen mogelijk. Daarmee zijn niet alle instructieregels over externe veiligheid relevant voor dit projectbesluit. In de omgeving van het tracé zijn wel enkele risicovolle objecten aanwezig, maar het projectbesluit wijzigt de bestaande externe veiligheidssituatie niet.

§ 4.4.2 Externe veiligheid

Wettelijk kader

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over veiligheid (paragraaf 5.1.2 van het Bkl). Het projectbesluit laat geen nieuwe risico veroorzakende activiteiten toe. Daarom zijn niet alle instructieregels over veiligheid relevant voor dit projectbesluit. Het projectbesluit laat geen nieuwe risicobronnen toe. In de omgeving liggen wel enkele risicovolle objecten. 

Resultaat onderzoek 

Uit het onderzoek naar externe veiligheid (Bijlage 5 bij mer-beoordeling - Notitie externe veiligheid) blijkt dat de N284 niet is aangewezen als route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De herinrichting van de weg leidt niet tot een wijziging in het gebruik van de weg en introduceert geen structureel transport van gevaarlijke stoffen. 

Daarnaast maakt het projectbesluit geen (zeer of beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties mogelijk. Hierdoor spelen het plaatsgebonden risico en eventuele aandachtsgebieden rondom risicovolle activiteiten geen beperkende rol. De aanwezige risicovolle objecten in de omgeving hebben geen invloed op de uitvoerbaarheid van het project. 

Maatregelen

Aangezien het projectbesluit geen nieuwe risicobronnen introduceert, de N284 is geen route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk maakt, zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen noodzakelijk.

§ 4.5 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed

§ 4.5.1 Inleiding

In paragraaf 5.1.5 van het Bkl gaat het over het ‘beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed’. Voor het projectbesluit zijn daarbij o.a. van belang het behoud van cultureel erfgoed en archeologische waarden en de wijze waarop het project wordt ingepast in het landschap en zorgdraagt voor een goede ruimtelijke kwaliteit.

§ 4.5.2 Cultureel erfgoed en aardkundige waarden

Wettelijk kader

Bij het projectbesluit moet rekening worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden (artikel 5.130 lid 1 Bkl). Hierbij wordt o.a. gekeken naar de dubbelbestemmingen voor archeologie uit het omgevingsplan van rechtswege. Deze dubbelbestemmingen borgen de bescherming van gebieden met een archeologische waarde of verwachting en bepalen dat bij bodemingrepen, afhankelijk van de omvang en diepte, archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk kan zijn.  

Vanaf het westen naar het oosten en het zuiden doorkruist het plangebied voornamelijk gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.  

In de provinciale omgevingsverordening zijn voor de N284 zelf en de (directe) omgeving geen cultuurhistorische waarden aangewezen in de provinciale omgevingsverordening, die beschermd worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is bij de planontwikkeling de cultuurhistorie van de weg en omgeving beschouwd. 

In de verordening is een deel van de N284 aangeduid als ‘groenblauwe waarden’. Het beleid strekt zich tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en daarmee de samenhangende ecologische waarden en kernmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken.

Bij de toedeling van functies en activiteiten wordt rekening gehouden met de aanwezige waarden en kenmerken en betrekt daarbij de mogelijkheden om die waarden te versterken.

Aardkundige waarden zijn in het projectgebied niet aanwezig en vormen daarom geen beoordelingsaspect.    

Resultaat onderzoek 

  • 1.

    Cultuurhistorische geografie: Langs het tracé van de N284 komen cultuurhistorische waardevolle landschappelijke structuren voor die samenhangen met het Kempische dekzandlandschap, de beekdalen en historische routepatronen. De weg ligt deels parallel aan de historische trambaan tussen Eindhoven-Reusel. De historische bebouwing ligt ook voornamelijk langs het tracé van deze trambaan. Verder maken laanbeplanting en groene structuren onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur en van de cultuurhistorische context langs de weg. De herinrichting tast deze landschappelijke hoofdstructuren grotendeels niet aan. De aan de weg grenzende landschapstypen blijven zo veel mogelijk intact, maar door extra ruimtebeslag zoals bij kruispunten, aansluitingen en voorzieningen zullen er kleine aanpassingen komen. 

  • 2.

    Cultuurhistorische stedenbouwkundige waarden: In de omgeving van de N284 bevinden zich enkele gemeentelijk beschermde objecten en historische waardevolle gebouwen en structuren. Het projectbesluit omvat geen sloop van rijks- of gemeentelijke monumenten. De bestaande cultuurhistorische en monumentale stedenbouwkundige waarden blijven behouden en worden door het ontwerp niet aangetast. Er wordt aangesloten bij de bestaande ruimtelijke structuur dichtbij bebouwing of dorpsranden waar herinrichting plaatsvindt. Hierdoor blijft de herkenbaarheid van de kernen en relatie met het omliggend landschap behouden.

  • 3.

    Archeologie: Langs het tracé van de N284 is op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek sprake van een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde (Bijlage 8 bij mer-beoordeling - Archeologisch vooronderzoek). Deze verwachting hangt samen met de landschappelijke ligging (dekzandruggen en beekdalen) en de aanwezigheid van bekende archeologische waarden en vindplaatsen in de omgeving. Archeologische resten uit verschillende perioden (van het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd) kunnen in het plangebied voorkomen en bevinden zich naar verwachting vanaf circa 30 cm tot 1,0 m onder maaiveld, afhankelijk van de bodemopbouw en de aanwezigheid van een esdek. De voorgenomen bodemingrepen reiken tot in dit archeologisch relevante niveau, waardoor eventuele aanwezige resten kunnen worden verstoord. Op basis van het bureauonderzoek kan niet worden vastgesteld of en waar daadwerkelijk intacte archeologische waarden aanwezig zijn, mede vanwege mogelijke verstoringen in delen van het plangebied. Daarom blijft de kans op het aantreffen van archeologische resten aanwezig, afhankelijk van de exacte ligging en omvang van de inbegrepen zones met archeologische verwachting, is er verder archeologisch vervolgonderzoek nodig.

Maatregelen

  • 1.

    Cultuurhistorie: De aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn, als onderdeel van de herkomstwaarde in het gebied, betrokken in het ontwerp en de ruimtelijke inpassing van het project. De maatregelen die gericht zijn op behoud en zorgvuldige omgang met de historische structuren, groenstructuren en laanbeplantingen zijn uitgewerkt in de paragrafen over landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit. Het projectbesluit maakt geen ingrepen mogelijk die leiden tot aantasting van beschermde cultuurhistorische objecten. 

  • 2.

    Archeologie: Voor het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat langs het tracé sprake is van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting en dat de voorgenomen bodemingrepen kunnen reiken tot in het archeologisch relevante niveau. 

Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat, afhankelijk van de ligging van de ingrepen en de mate van bodemverstoring, voorafgaand aan de uitvoering aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk kan zijn. Dit betreft in eerste instantie verkennend booronderzoek. Indien daaruit blijkt dat sprake is van (deels) intacte bodemopbouw, kan vervolgonderzoek nodig zijn in de vorm van proefsleuvenonderzoek of archeologische begeleiding tijdens de uitvoering. 

De omgang met archeologische waarden is geborgd via de regels van het omgevingsplan en het geldende archeologiebeleid.

§ 4.5.3 Landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit

Wettelijk kader

Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (art. 1.3 Ow) is het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. 

In de provinciale verordening is (in artikel 5.7) de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit opgenomen. Daarbij moet sprake zijn van toepassing van de principes zorgvuldig ruimtegebruik, lagenbenadering en meerwaardecreatie, waarbij de provincie in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening pleit voor een "diep, rond en breed" manier van kijken. Dit betekent dat onderzocht wordt hoe ontwikkelingen samenhangen met natuurlijke en ruimtelijke ondergrond, integraal (in plaats van sectoraal) belangen worden meegewogen en naast belangen van de initiatiefnemer ook belangen van andere partijen. 

De reconstructie van de N284 tussen Reusel en Hapert voldoet aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 5.7 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. In het Ruimtelijk Kwaliteitskader en vervolgens Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan is expliciet invulling gegeven aan de provinciale principes van zorgvuldig ruimtegebruik, lagenbenadering, meerwaardecreatie met een diep-rond-breed-benadering. Deze principes vormen bovendien een expliciet uitgangspunt voor de ruimtelijke kwaliteitsanalyse en de ontwerpuitwerking van het project. Hieronder wordt dit nader uiteengezet.

Resultaat onderzoek

1. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8)

Het project betreft primair een reconstructie van een bestaande provinciale verkeerscorridor. De ontwikkeling vindt daarmee grotendeels plaats binnen het bestaande tracé en het bestaande ruimtebeslag van de N284. Nieuwe infrastructuur wordt zoveel mogelijk geïntegreerd binnen de bestaande wegzone, terwijl slechts daar waar verkeersveiligheid, doorstroming, fietsveiligheid of ecologische maatregelen dit noodzakelijk maken sprake is van beperkte uitbreidingen. 

Het zorgvuldig ruimtegebruik blijkt onder meer uit:

  • ●

    Het benutten van het bestaande wegtracé als basis voor de reconstructie, waarbij geen nieuw regionaal tracé wordt aangelegd.

  • ●

    Het zoveel mogelijk behouden van bestaande laanstructuren, bosschages, watergangen en landschappelijke elementen.

  • ●

    Het combineren van functies binnen hetzelfde ruimtebeslag, zoals verkeersruimte, waterberging, ecologische verbindingen, fietsinfrastructuur en landschappelijke inpassing. Wadi’s, zaksloten en ecologische verbindingen worden geïntegreerd in het wegprofiel.

  • ●

    Het behoud van open ruimten tussen de kernen Reusel, Bladel en Hapert, waardoor verstedelijking van het tussenliggende landschap wordt voorkomen en het zelfstandige karakter van de dorpen behouden blijft.

Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand ruimtebeslag plaatsvinden en efficiënt gebruik maken van de beschikbare ruimte.

2. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9)

Het plan is nadrukkelijk opgebouwd vanuit een analyse van de ondergrond, het watersysteem, de ecologische structuren, de cultuurhistorie en de gebruiksfuncties van het gebied. Daarmee is sprake van een integrale toepassing van de lagenbenadering.

Ondergrondlaag (abiotische systemen)

Bij het ontwerp is uitgegaan van de geomorfologische opbouw van het Kempische landschap met de afwisseling tussen beekdalen en dekzandruggen. De weg kruist onder meer het beekdal van de Raamloop, de Groote Beerze, de Rouwenbogtloop en het Wagenbroeksloopje. Deze landschappelijke systemen zijn richtinggevend geweest voor de landschappelijke inpassing. 

Daarnaast wordt het watersysteem versterkt door:

  • ●

    behoud en herstel van waterbergingscapaciteit;

  • ●

    aanleg en uitbreiding van wadi’s en zaksloten;

  • ●

    vergroting van de klimaatbestendigheid van het wegprofiel;

  • ●

    behoud van hydrologische samenhang binnen de beekdalen. 

Netwerklaag (biotische systemen)

Het ontwerp houdt expliciet rekening met het Natuurnetwerk Brabant, Natura 2000-gebied Kempenland-West en de Groenblauwe Mantel. 

De reconstructie vermindert de huidige barrièrewerking van de weg door:

  • ●

    realisatie van een ecologische passage bij de Groote Beerze;

  • ●

    aanleg van een faunaduiker bij de Raamloop;

  • ●

    versterking van noord-zuidverbindingen voor fauna;

  • ●

    toepassing van gebiedseigen en inheemse beplanting ter versterking van biodiversiteit.

Occupatielaag (menselijk gebruik)

De weg vervult een belangrijke regionale functie voor verkeer, fietsers, openbaar vervoer en economische bereikbaarheid van De Kempen.

Het ontwerp verbetert:

  • ●

    verkeersveiligheid;

  • ●

    doorstroming;

  • ●

    fietsverbindingen;

  • ●

    oversteekbaarheid van de weg;

  • ●

    leefbaarheid van de aangrenzende kernen.

Tijdsdimensie

De verordening en de Omgevingsvisie vragen ook aandacht voor de tijdsdimensie. Het plan voorziet daarin door een toekomstbestendige inrichting gericht op klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzaam beheer en robuuste ecologische systemen. Het ontwerp wordt expliciet omschreven als een duurzame verbinding die adaptief, beheerbaar en klimaatbestendig is. 

Geconcludeerd wordt dat de lagenbenadering integraal is toegepast en aantoonbaar heeft doorgewerkt in de ontwerpkeuzes.

3. Meerwaardecreatie (artikel 5.10)

De reconstructie beperkt zich niet tot een verkeerskundige opgave, maar wordt benut als kans om meerdere maatschappelijke en ruimtelijke doelstellingen tegelijkertijd te realiseren.

De meerwaardecreatie blijkt uit:

Landschappelijke kwaliteitsverbetering

  • ●

    herstel en versterking van laanstructuren;

  • ●

    toepassing van het Kempische landschap als ruimtelijk uitgangspunt;

  • ●

    behoud van zichtlijnen op open landschappen;

  • ●

    aanleg van nieuwe hagen, bosschages en bloemrijke bermen.

Ecologische kwaliteitsverbetering

  • ●

    versterking van het Natuurnetwerk Brabant;

  • ●

    verbetering van de ecologische verbinding langs de Groote Beerze;

  • ●

    faunapassages bij Groote Beerze en Raamloop;

  • ●

    toepassing van gevarieerde inheemse soorten.

Water en klimaat

  • ●

    extra waterberging;

  • ●

    vergroting van infiltratiecapaciteit;

  • ●

    aanleg van wadi’s;

  • ●

    klimaatadaptieve inrichting van wegbermen en groenstructuren. 

Verkeersveiligheid en leefbaarheid

  • ●

    verbetering van doorstroming;

  • ●

    veilige fietsverbindingen;

  • ●

    fietsonderdoorgang bij Bladel;

  • ●

    vermindering van barrièrewerking voor langzaam verkeer;

  • ●

    geluidsmaatregelen ter bescherming van woongebieden.

Hiermee ontstaat een aantoonbare kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies tegelijk, volledig in lijn met artikel 5.10 (en ook artikel 5.60) van de Omgevingsverordening. 

Resultaat onderzoek

Ruimtelijke kwaliteit

De reconstructie van de N284 tussen Reusel, Bladel en Hapert is ontwikkeld vanuit de kwaliteitsbenadering van de Brabantse Omgevingsverordening. Daarbij is expliciet invulling gegeven aan de vier waarden van een goede omgevingskwaliteit: herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Deze waarden vormen het fundament van het Ruimtelijk Kwaliteitskader, het Landschapsplan en het Beeldkwaliteitsplan die aan het project ten grondslag liggen.

Herkomstwaarde  betreft de leesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis en identiteit van een gebied, en omvat zowel de natuurlijke ontstaansgeschiedenis als de cultuurhistorische ontwikkeling van een gebied.

Bij de planvorming is nadrukkelijk rekening gehouden met de ontstaansgeschiedenis van het Kempische landschap en de cultuurhistorische identiteit van het gebied. De N284 volgt gedeeltelijk historische verbindingen tussen de Kempendorpen en ligt deels op of nabij het voormalige tramtracé tussen Eindhoven en Reusel. Daarnaast doorsnijdt de route de karakteristieke afwisseling van dekzandruggen en beekdalen die bepalend is voor de landschappelijke identiteit van het gebied. 

In het ontwerp worden deze kwaliteiten behouden en versterkt door:

  • ●

    het behoud en herstel van de karakteristieke laanstructuren langs de N284;

  • ●

    het zichtbaar houden van de opeenvolging van landschapstypen, zoals beekdalen, coulissenlandschappen, open ontginningen en dorpsranden;

  • ●

    het respecteren van historische structuren en oude ontsluitingswegen;

  • ●

    het toepassen van gebiedseigen en inheemse beplanting die aansluit op het karakter van de Kempen.

Hierdoor blijft het verhaal van het landschap herkenbaar en wordt de identiteit van het gebied versterkt.

Belevingswaarde  betreft de manier waarop mensen een gebied ervaren, zowel als gebruiker (van de N284) als vanuit de omgeving (rond de N284). Daarnaast vormt de herkenbaarheid van de N284 als zelfstandig element in het landschap een derde component van belevingswaarde.

De belevingswaarde van de N284 kan vanuit drie perspectieven worden onderscheiden. Voor de weggebruiker wordt de weg ervaren als een groene en afwisselende route, gekenmerkt door brede bermen, laanbeplanting en een opeenvolging van verschillende landschappen zoals beekdalen, coulisselandschappen, open agrarische gebieden en dorpsranden. Deze afwisseling maakt het landschap van De Kempen vanaf de weg goed beleefbaar. 

Vanuit de omgeving heeft de N284 een relatief bescheiden aanwezigheid. Door de brede groenstructuren, bomenrijen en bosschages ligt de weg op veel plaatsen verscholen in het landschap en vormt zij eerder een groene corridor dan een dominant infrastructureel element. 

Als zelfstandig landschappelijk element ontleent de N284 haar identiteit aan de herkenbare bomenlaan en de doorgaande oost-weststructuur tussen Reusel, Bladel en Hapert. De weg fungeert als een verbindende lijn die de verschillende Kempische landschappen doorsnijdt en daarmee de karakteristieke afwisseling van beekdalen, dekzandruggen, natuur en dorpen zichtbaar en beleefbaar maakt.

Het plan versterkt de algehele belevingswaarde door:

  • ●

    het voortzetten en aanvullen van de karakteristieke bomenlaan langs grote delen van het tracé;

  • ●

    het behouden van bestaande waardevolle bosschages en groene structuren;

  • ●

    het creëren van bloemrijke bermen, hagen en boszoomvegetaties;

  • ●

    het behouden van zichtvensters op open landschappen, met name ten zuiden van Bladel;

  • ●

    het zorgvuldig vormgeven van dorpsentrees, kruisingen en infrastructuur zodat deze aansluiten bij de omgeving. 

Hierdoor blijft de route herkenbaar als groene verkeersader door het Kempische landschap en wordt de ruimtelijke beleving voor bewoners, recreanten en weggebruikers verbeterd. 

Gebruikswaarde  betreft de mate waarin een gebied geschikt, functioneel en toegankelijk is voor menselijk gebruik en verschillende functies.

De reconstructie heeft als primaire doelstelling het verbeteren van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. De N284 vervult een belangrijke regionale verbindingsfunctie tussen Reusel, Bladel, Hapert en de A67. Tegelijkertijd vormde de bestaande situatie op meerdere locaties een belemmering voor de doorstroming en voor de veilige oversteekbaarheid van de weg.

De gebruikswaarde wordt versterkt door:

  • ●

    een duurzaam en verkeersveilig wegprofiel;

  • ●

    verbeterde doorstroming voor autoverkeer;

  • ●

    hoogwaardige fietsvoorzieningen en een doorfietsroute;

  • ●

    aanleg van een fiets-onderdoorgang bij Bladel;

  • ●

    betere oversteekmogelijkheden voor langzaam verkeer;

  • ●

    een herkenbare en uniforme inrichting van weg, kruisingen en aansluitingen;

  • ●

    behoud van een goede ontsluiting van woongebieden en bedrijventerreinen.

Hierdoor ontstaat een efficiënter en veiliger functionerend verkeerssysteem dat beter aansluit bij de behoeften van gebruikers. 

Toekomstwaarde  betreft de mate waarin een gebied waardevol, robuust en aanpasbaar blijft voor toekomstige ontwikkelingen, opgaven en generaties. 

De reconstructie is nadrukkelijk gericht op een duurzame en toekomstbestendige inrichting van de infrastructuur en haar omgeving. Daarbij wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterhuishouding en ecologische samenhang.

Dit komt onder meer tot uitdrukking in:

  • ●

    het verminderen van de barrièrewerking van de weg voor mens en natuur;

  • ●

    de realisatie van faunapassages en ecologische verbindingen bij de Groote Beerze en de Raamloop;

  • ●

    versterking van het Natuurnetwerk Brabant en de groenblauwe structuren;

  • ●

    aanleg van wadi's, watergangen en extra waterbergingsvoorzieningen;

  • ●

    toepassing van klimaatbestendige en gevarieerde inheemse beplanting;

  • ●

    behoud van de open ruimten tussen de dorpen om verstedelijking en het aaneengroeien van de kernen tegen te gaan;

  • ●

    toepassing van duurzame en onderhoudsarme materialen en inrichtingselementen.

Hiermee draagt het project niet alleen bij aan de huidige kwaliteit van het gebied, maar ook aan een duurzaam, robuust en klimaatadaptief landschap voor de lange termijn.

Afbeelding Figuur 17 Toegepaste ruimtelijke ontwerpprincipes N284
afbeelding binnen de regeling
Figuur 17: Toegepaste ruimtelijke ontwerpprincipes N284

Maatregelen

De landschappelijke en ruimtelijke inpassing van het project zijn uitgewerkt in het Ruimtelijk Kwaliteitskader en het Landschapsplan. Hierin zijn gehanteerde uitgangspunten en concrete maatregelen vastgelegd voor het behoud en zo veel mogelijk versterken van landschappelijke structuren zoals beekdalen, groene entrees van de kernen, laanbeplantingen en zichtrelaties. 

Bij de herinrichting wordt er zorgvuldig omgegaan met bestaande groenelementen en karakteristieke beplantingen. Op locaties waar ingrepen noodzakelijk zijn, wordt voorzien in landschappelijke compensatie en een passende vormgeving van de weg en bijbehorende voorzieningen. 

Daarnaast zijn maatregelen opgenomen om de barrièrewerking van de weg te verminderen, onder meer door het realiseren van onderdoorgangen en het verbeteren van noord‑zuidverbindingen voor mens en natuur. Dit betreft met name de nieuwe beekdalpassage over de Groote Beerze en ongelijkvloerse fietsonderdoorgang bij de Egyptische poort.

Het Landschapsplan beschrijft de landschappelijke inpassing en bevat de verplichte inpassingsmaatregelen die zijn gekoppeld aan het wegontwerp (Bijlage 9 bij mer-beoordeling - Ruimtelijk kwaliteitskader Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan). Deze maatregelen zorgen ervoor dat de nieuwe weg zorgvuldig in het landschap wordt ingepast. Het Landschapsplan en het Beeldkwaliteitsplan zijn als juridisch bindend onderdeel opgenomen in het projectbesluit en de tijdelijke regelingdelen. Een onafhankelijke landschapsdeskundige dient te beoordelen of voldaan wordt aan de inrichtingsmaatregelen zoals opgenomen in het Landschapsplan en het Beeldkwaliteitsplan en of hiermee landschappelijke waarden en structuren worden behouden en versterkt. 

Deze landschapsdeskundige toetst daarbij onder andere aan de volgende indicatoren:

  • ●

    behoud en toename van laanbeplanting;

  • ●

    versterking van ecologische verbindingen;

  • ●

    verbetering van zichtrelaties op het Kempisch landschap;

  • ●

    herstel van cultuurhistorische structuren;

  • ●

    afname van de barrièrewerking van de N284.

De verdere uitwerking van het voorlopig ontwerp (VO) naar een definitief ontwerp (DO) en vervolgens uitvoeringsontwerp (UO) wordt aan dit kader getoetst.

Met de uitvoering van deze maatregelen wordt de ruimtelijke kwaliteit langs en rondom de N284 geborgd en sluit de herinrichting aan bij de landschappelijke structuur en identiteit van het gebied, in overeenstemming met de uitgangspunten uit het Ruimtelijk Kwaliteitskader en Landschapsplan.

§ 4.6 Natuurbescherming

§ 4.6.1 Inleiding

In afdeling 3.7. Bescherming habitats en soorten van het Bkl is zowel de ecologische gebiedsbescherming (Natura 2000) als de soortenbescherming geregeld. Aanvullend zijn in hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving regels gesteld voor Activiteiten die de natuur betreffen. 

Ook in de provinciale verordening zijn hier regels voor opgenomen, namelijk in paragraaf 5.2.5 Natuur Netwerk Brabant. Een omgevingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, bepaalt in aanvulling op het Besluit activiteiten leefomgeving dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd.

§ 4.6.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant

Natura 2000 (stikstof)

Het projectgebied raakt voor een klein deel een Natura 2000‑gebied, namelijk de noordelijk van de N284 gelegen loop van de Groote Beerze. De Groote Beerze maakt onderdeel uit van Natura 2000‑gebied Kempenland‑West. Andere Natura 2000‑gebieden, zoals Leenderbos, De Plateaux en de Groote Heide, liggen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied.

Voor het project is de stikstofdepositie van de aanlegfase en de gebruiksfase in nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend met het rekeninstrument AERIUS Calculator 2025.0.1 (Bijlage 4 bij mer-beoordeling - Onderzoek stikstofdepositie). 

Uit de uitgevoerde stikstofberekeningen volgt dat zowel tijdens de aanleg- als de gebruiksfase geen toename van stikstofdepositie optreedt op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden (<0,00 mol N/ha/jaar). 

Als uitgangspunt voor de stikstofdepositieberekening voor de gebruiksfase zijn de verkeersmodellen van de provincie Noord-Brabant gehanteerd. Deze modellen geven een betrouwbaar beeld van het verkeer nu en in de toekomst en van het effect van het project op het verkeersbeeld. Ze geven aan dat er in de gebruiksfase geen toename van verkeer plaatsvindt en daarom ook geen extra stikstofdepositie.

De hoogte van de stikstofdepositie in de aanlegfase wordt voornamelijk bepaald door de uitvoeringswijze, de fasering van de werkzaamheden en de inzet van werkmaterieel. Er is ten behoeve van dit stikstofonderzoek een faseringsplan met omleidingsroutes uitgewerkt. Gezien de fase waarin het project zich bevindt, hebben deze nog geen definitieve status. Op het moment dat het project in uitvoering gaat, wordt door de aannemer een definitief faserings- en omleidingsplan uitgewerkt. Op basis van dit faseringsplan en de inzet van een redelijk percentage zero-emissie materieel (circa 60%) is een werkbaar scenario mogelijk waarmee een toename van stikstofdepositie in de aanlegfase wordt voorkomen. 

In voornoemde faseringsplan is uitgegaan van traditionele bouwmethoden en reguliere werk- en doorlooptijden. Hierin zijn optimalisaties mogelijk, zoals meer in de nacht werken, slimmere omleidingswijzen of de inzet van innovatieve bouwmethoden (zoals prefab), waardoor bijvoorbeeld minder inzet van zero-emissiematerieel nodig is. Een andere optie is het gefaseerd uitvoeren van de werkzaamheden over meer dan twee jaar. Dit is te zijner tijd aan de aannemer om definitief uit te werken. 

Negatieve effecten op Natura 2000‑gebieden als gevolg van stikstofdepositie kunnen daardoor uitgesloten worden. Er is geen Natura 2000‑vergunning (op grond van artikel 5.1 onder e van de Omgevingswet) vereist.

Naast stikstof maakt ook de verlegging van de Groote Beerze onderdeel uit van het project. Deze maatregel sluit aan bij het beekherstelproject van Waterschap De Dommel en draagt bij aan de ecologische en hydrologische doelen voor het beekdal. Eventuele effecten op beschermde habitattypen en soorten zijn betrokken in de ecologische beoordeling van het project.

Natura 2000-gebied Groote Beerze

De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel hebben geconcludeerd dat de bestaande duiker onder de N284 niet meer voldoet aan de ambities voor natuurontwikkeling, waterbeheer en een robuust beekdalsysteem. Daarom wordt ingezet op een nieuwe beekdalpassage bij de Groote Beerze.

De beekdalpassage Groote Beerze is noodzakelijk om de bestaande barrièrewerking van de N284 voor natuur, water en landschap op te heffen. De huidige duiker voldoet constructief nog, maar sluit niet meer aan bij de ambities voor een robuust beekdalsysteem. De duiker belemmert de migratie van diersoorten binnen een belangrijke ecologische verbindingszone tussen de Belgische grens en de Maas en vormt een obstakel binnen het beoogde beekherstel van de Groote Beerze. Daarnaast beperkt de bestaande situatie de robuustheid van het watersysteem door risico's op opstuwing en aanzanding. De nieuwe beekdalpassage maakt een natuurlijke inrichting van het beekdal mogelijk, verbetert de ecologische verbindingen, ondersteunt de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en draagt bij aan klimaatadaptatie door voldoende afvoercapaciteit te bieden bij extreme neerslag. Door de koppeling met de reconstructie van de N284 kan deze maatregel efficiënt en integraal worden gerealiseerd, waarmee een belangrijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit en natuurverbinding binnen het beekdal van de Groote Beerze wordt bereikt.

De voorgenomen werkzaamheden vinden plaats ter hoogte van de Groote Beerze, direct grenzend aan Natura 2000-gebied Kempenland-West. In samenhang met het groot onderhoud aan de N284 wordt op deze locatie een beekherstelmaatregel uitgevoerd, waarbij de Groote Beerze gedeeltelijk wordt verlegd naar haar historische loop. Deze maatregel maakt onderdeel uit van het beheerplan voor Natura 2000-gebied Kempenland-West en draagt bij aan het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de beek.

Voor de relevante instandhoudingsdoelstellingen is beoordeeld (Bijlage 19 bij mer-beoordeling - Effecten Natura 2000 verlegging Groote Beerze en aanleg beekdalpassage) of negatieve effecten kunnen optreden. Ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden zijn geen aangewezen habitattypen of leefgebieden van aangewezen soorten aanwezig. Voor het habitattype H3260A (Beken en rivieren met waterplanten) geldt dat dit momenteel niet aanwezig is op de projectlocatie en dat het beekherstel juist de omstandigheden voor toekomstige ontwikkeling verbetert. Ook voor de habitatrichtlijnsoorten kleine modderkruiper (H1149) en drijvende waterweegbree (H1831) zijn negatieve effecten uitgesloten, omdat deze soorten niet voorkomen binnen het betreffende traject van de Groote Beerze en de maatregelen bijdragen aan een verbetering van de habitatkwaliteit.

Op basis hiervan zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Kempenland-West uitgesloten. Mitigerende maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk.

Natuur- en beschermde gebieden: Natuurnetwerk Brabant

Delen van het projectgebied liggen binnen de grenzen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De voorgenomen werkzaamheden leiden lokaal tot ruimtebeslag binnen het NNB. De effecten zijn hoofdzakelijk fysiek van aard en hangen samen met de aanleg van de infrastructuur. 

Voor de aantasting van NNB-gronden is een “Nee-tenzij-toets” uitgevoerd (Bijlage 15 bij mer-beoordeling - Nee, tenzij en compensatieplan). Hieruit blijkt dat sprake is van een groot openbaar belang, omdat het project gericht is op het oplossen van verkeersknelpunten op de N284, het verbeteren van de verkeersveiligheid, de doorstroming en de bereikbaarheid van omliggende kernen en bedrijventerreinen, en het versterken van de fiets- en OV-structuur. Daarnaast blijkt dat reële alternatieven ontbreken, aangezien in het vastgestelde voorkeursalternatief is gekozen voor optimalisatie van het bestaande tracé en er geen alternatieve locaties of oplossingen beschikbaar zijn die de ingreep buiten het NNB mogelijk maken of de aantasting volledig voorkomen. Eventuele negatieve effecten worden waar mogelijk beperkt en resterend verlies wordt gecompenseerd aan de hand van het provinciale beleid.

In figuur 18 is het ruimtebeslag van het project N284 weergegeven ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant. De figuur toont op hoofdlijnen waar het tracé en de bijbehorende ingrepen het NNB raken. Uit de figuur blijkt dat het ruimtebeslag grotendeels samenvalt met het bestaande wegtracé en dat aantasting van natuurwaarden voornamelijk samenhangt met lokale verbredingen, kruispuntaanpassingen en de beekdalpassage over de Groote Beerze.    

Afbeelding FIguur 19 Ruimtebeslag NNB als gevolg van het project N284
afbeelding binnen de regeling
Figuur 18: Ruimtebeslag NNB als gevolg van het project N284 

Maatregelen

  • 1.

    De uitgevoerde stikstofberekeningen laten zien dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie (0,0 mol N/ha/jaar). Negatieve effecten op Natura 2000‑gebieden zijn daarmee uitgesloten. Aanvullende mitigerende of compenserende maatregelen ten aanzien van stikstof zijn daarom niet noodzakelijk.

  • 2.

    Binnen het NNB worden maatregelen getroffen om de effecten van het ruimtebeslag zo veel mogelijk te beperken. Er wordt zo veel mogelijk binnen het bestaande wegprofiel gewerkt om onnodige aantasting van de natuurwaarde te beperken. Binnen het plangebied kan een groot deel van de geraakte natuurbeheertypen na realisatie van de herinrichting weer terugkomen. Daarnaast is compensatie voor het areaal dat niet kan terugkomen voorzien nabij Hulsel op een perceel grenzend aan het NNB (kadastraal bekend MDE02-H-2420), nabij de projectlocatie (zie figuur 19). Dit perceel sluit aan op bos uit het NNB (Droog bos met productie N16.03) Hiermee worden gronden buiten het Natuur Netwerk Brabant omgevormd tot (N15.02) Dennen-, eiken- en beukenbos en aan de NNB toegevoegd. Dit in combinatie met de compensatie binnen het projectgebied zorgt uiteindelijk voor een positief effect door uitbreiding van de NNB. De compensatie is uitgewerkt in een afzonderlijk natuurcompensatieplan Bijlage 15 bij mer-beoordeling - Nee, tenzij en compensatieplan). De compensatiemaatregelen zijn gericht op het duurzaam herstellen dan wel versterken van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant, zodat de samenhang en functioneren van het netwerk behouden blijven. 

Afbeelding Figuur 20 Compensatieperceel (roze) met daarbinnen compensatielocatie (rood)
afbeelding binnen de regeling
Figuur 19: Compensatieperceel (roze) met daarbinnen compensatielocatie (rood gearceerd)
§ 4.6.3 Soortenbescherming

In het kader van het project is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en het mogelijke effect van de voorgenomen werkzaamheden op deze soorten. Uit de uitgevoerde quickscan (Bijlage 6 bij mer-beoordeling - Quickscan beschermde natuurwaarden) en aanvullende soortgerichte onderzoeken Bijlage 7 bij mer-beoordeling - Aanvullend onderzoek flora en fauna) volgt dat binnen en in de directe omgeving van het projectgebied geschikte leefgebieden aanwezig zijn voor verschillende beschermde soorten, waaronder algemene broedvogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren.  

De werkzaamheden kunnen tijdens de aanlegfase leiden tot tijdelijke verstoring van individuen en leefgebieden, bijvoorbeeld door grondverzet, bouwverkeer en het verwijderen van begroeiing. In de gebruiksfase zijn geen negatieve effecten te verwachten, aangezien het gebruik van de weg vergelijkbaar blijft met de huidige situatie en geen structurele toename van verstoring plaatsvindt.  

Met het treffen van passende maatregelen worden overtredingen van verbodsbepalingen uit de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving voorkomen of gemitigeerd. Soortenbescherming vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.  

Maatregelen

Om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken, worden de volgende maatregelen getroffen:

  • 1.

    Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd vinden plaats buiten het broedseizoen of worden voorafgegaan door een ecologische inspectie.

  • 2.

    Indien noodzakelijk wordt gewerkt onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

  • 3.

    Ter hoogte van de Groote Beerze wordt de bestaande beekdalpassage verlegd en vervangen door een ecologisch ingerichte passage, waarmee een bestaande barrièrewerking wordt weggenomen en de ecologische verbinding binnen het beekdal wordt versterkt.

  • 4.

    Voor vleermuizen wordt de functionaliteit van vlieg- en foerageerroutes behouden of hersteld, onder meer door het zorgvuldig omgaan met lijnvormige elementen zoals bomenrijen en groenstructuren. Ter hoogte van de Sleutel worden aanvullende bomen aangeplant om deze structuren te versterken.

  • 5.

    Voor algemene zoogdieren en amfibieën worden zorgplichtmaatregelen toegepast, zoals het gefaseerd uitvoeren van werkzaamheden en het bieden van vluchtmogelijkheden;

  • 6.

    Ter hoogte van de Sleutel en bij de nieuwe beekdalpassage wordt een faunapassage gerealiseerd, waarmee dieren zich veilig tussen noord- en zuidzijde van de weg kunnen verplaatsen.

§ 4.6.4 Bescherming houtopstanden (bosgebieden buiten NNB)

Voor de realisatie van de verbreding van de weg zal een aanzienlijk aantal bomen gerooid worden. Hierom scoort het voornemen beperkt negatief op houtopstanden. Als gevolg van de kap van bomen is een herplantplicht van toepassing. Door de herplant van de gekapte bomen is het resteffect neutraal.

Ter hoogte van de Sleutel worden daarnaast bomen aangeplant, mede ter versterking van landschappelijke structuren en ecologische functies (vleermuizen).

Maatregelen

Als gevolg van de kap van bomen is een herplantplicht van toepassing. De bomen worden gecompenseerd in aantallen en sortiment, zie ook Sub paragraaf 4.5.3 Landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit.

§ 4.7 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen

§ 4.7.1 Inleiding

Paragraaf 5.1.7 in het Bkl gaat over het 'behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten', betreft de volgende infrastructuur of voorzieningen:

  • 1.

    Landsverdediging en nationale veiligheid - o.a. militaire terreinen en objecten.

  • 2.

    Elektriciteitsvoorziening - o.a. locaties voor elektriciteitsvoorziening, energieopwekking en hoogspanning.

  • 3.

    Rijksvaarwegen - o.a. vrijwaringsgebieden langs rijksvaarwegen.

  • 4.

    Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart - beperking apparatuur.

  • 5.

    Landelijke fiets- en wandelroutes - behoud van de routes.

  • 6.

    Hyperscale datacentra - uitsluitingsgebieden van hyperscale datacentra.

  • 7.

    Gebruik van bouwwerken - aanwijzing woningbouwcategorieën.

Het projectbesluitgebied valt niet in de beperkingengebieden van deze zones en activiteiten. Op dit punt volgen geen beperkingen of voorwaarden voor het project.

§ 4.7.2 Kabels en leidingen

De reconstructie van de N284 vindt plaats binnen het bestaande tracé van de weg. Ter hoogte van de beekdalpassage en te verleggen beekloop geldt een dubbelbestemming voor een aanwezige rioolleiding geldend met bijbehorende beschermingszone op grond van het bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening. Hier gelden beperkingen voor bouwen en een omgevingsvergunningplicht voor werken en werkzaamheden (aanleggen). De aanleg van de beekdalpassage en verlegging van de beekloop vallen onder de algemene vrijstelling van omgevingsvergunningen voor werken en werkzaamheden (aanlegvergunningen) van dit projectbesluit.   

Een beperkt deel van het tracé ligt binnen een vrijwaringszone, zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de gemeente Reusel‑De Mierden. Deze vrijwaringszone ziet op het vrijhouden van de ondergrond voor bestaande of toekomstige functies. De voorgenomen reconstructie past binnen deze zone, omdat geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd en de werkzaamheden zich beperken tot reconstructie en aanpassing van de bestaande infrastructuur.  

Eventuele aanwezigheid van niet‑planologisch vastgelegde kabels en leidingen wordt in een later stadium nader onderzocht.     

 In de uitvoeringsfase wordt dit geborgd door:

  • 1.

    Het uitvoeren van een KLIC‑melding;

  • 2.

    Afstemming met betrokken netbeheerders;

  • 3.

    Het zo nodig treffen van beschermende maatregelen en/of verleggingen tijdens de werkzaamheden.

Hiermee is geborgd dat kabels en leidingen geen belemmering vormen voor de uitvoering van het project en dat eventuele risico’s zorgvuldig worden beheerst.

§ 4.8 Toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

In paragraaf 5.1.8 van het Bkl draait het om het Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In art. 5.163 is aangegeven dat, voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in het omgevings- plan rekening wordt gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.  

Hiermee zal zo mogelijk rekening worden gehouden in de uitvoering van de herinrichting van de N284.

§ 4.9 Motivering ETFAL

In hoofdstuk 4 is gemotiveerd dat wordt voldaan aan de instructieregels in het kader van het Bkl, die gesteld zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies.   

Hieruit blijkt:

  • 1.

    Gezondheid: Het project leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s en heeft op onderdelen een positief effect. Onder meer door verbetering van de doorstroming en stimulering van fietsgebruik. 

  • 2.

    Geluid: Langs de N284 is sprake van een bestaande geluidsopgave (sanering). De herinrichting veroorzaakt geen nieuwe geluidknelpunten en waar mogelijk een mitigerend effect op de bestaande situatie door toepassing van geluid reducerende maatregelen

  • 3.

    Bodem: De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het project en wordt in de uitvoering zorgvuldig beheerd, met aandacht voor lokaal aanwezige verontreinigen.

  • 4.

    Luchtkwaliteit: De luchtkwaliteit blijft binnen de geldende normen en verslechtert niet als gevolg van het project.

  • 5.

    Trillingen: Aangezien er geen wijzigingen zijn voorzien in het tracé en wegas zijn geen negatieve effecten te verwachten voor trillingen.

  • 6.

    Water: De waterhuishouding blijft geborgd door voldoende waterberging, infiltratie en behoud van watergangen Het project heeft slecht zeer beperkte gevolgen voor het grondwater, die niet leiden tot nadelige effecten.

  • 7.

    Externe veiligheid: Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het project, omdat geen nieuwe gevoelige situaties worden gecreëerd als gevolg van de herinrichting van de weg.

  • 8.

    Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed: Binnen het project zijn negatieve effecten op aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden zoveel mogelijk voorkomen en beperkt. Waar effecten onvermijdelijk zijn, zoals lokaal ruimtebeslag, het verwijderen van bomen en aanpassingen aan bestaande groen- en laanstructuren, worden deze zorgvuldig ingepast en waar nodig gecompenseerd. Voor archeologische waarden wordt, indien noodzakelijk, aanvullend onderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de uitvoering van werkzaamheden. Met het opgestelde landschappelijke inpassingsplan wordt invulling gegeven aan een goede ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing.

  • 9.

    Ecologie: Voor zover het project gevolgen heeft voor ecologische waarden, zoals flora en fauna, Natuurnetwerk en houtopstanden, worden deze gemitigeerd en gecompenseerd.

  • 10.

    Staat en werking infrastructuur en voorzieningen: Het project ligt niet binnen een beperkingengebied, waardoor hiervoor geen voorwaarden aan de orde zijn. Het project houdt rekening met planologisch beschermde leidingen.

  • 11.

    Toegankelijkheid personen: In de realisatie van het project wordt zoveel rekening gehouden met de toegankelijkheid van personen.

Hoofdstuk 5 Financiële en economische uitvoerbaarheid

§ 5.1 Niet evident onuitvoerbaarheid

Het benodigde budget voor de realisatie van de herinrichting van de N284 is beschikbaar en opgenomen in de provinciale begroting. Daarnaast leveren een aantal samenwerkingspartners een financiële bijdrage. Over deze financiële bijdragen zijn afspraken gemaakt en partijen hebben hun bijdrage opgenomen in hun begroting. Daarmee is de financiële dekking geborgd en het project uitvoerbaar. 

Er zijn overigens ook middelen gereserveerd voor het kunnen indexeren van de investeringskosten tot het moment van uitvoering van het project.

Hoofdstuk 6 Proces en participatie

§ 6.1 Inleiding

In het projectbesluit wordt verslag gedaan van participatie, zie Bijlage I. Dit betekent dat het bevoegd gezag in de motivering aangeeft hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van het project zijn betrokken en wat de resultaten zijn van het doorgelopen participatieproces. Daarbij wordt ingegaan op de door derden voorgedragen aandachtspunten en mogelijke oplossingen en de wijze waarop deze zijn meegenomen in de afwegingen en de verdere uitwerking van het project. 

Het participatieproces en de resultaten daarvan zijn vastgelegd in een participatieverslag dat als Bijlage I bij deze motivering is opgenomen. 

§ 6.2 Participatie tijdens planvoorbereiding

De herinrichting van de N284 kent een lange voorgeschiedenis. In de periode van 2016-2020 zijn, in samenwerking met de gemeente Bladel en Reusel – de Mierden, meerdere oplossingsrichtingen voor de weg onderzocht. Dit heeft geleid tot een voorkeursalternatief, dat in 2021 is vastgesteld en in 2022 verder is uitgewerkt. Vanwege onvoldoende oplossend vermogen en budgettaire beperkingen is het project in 2022 tijdelijk stilgelegd. In 2024 is een herzien voorkeursalternatief vastgesteld dat in de planstudiefase is uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp.  

Tijdens deze planvoorbereiding is een uitgebreid participatieproces doorlopen met informatiebijeenkomsten, meedenksessies en gesprekken met bewoners, bedrijven, grondeigenaren, belangenorganisaties en bestuursorganen. Het doel hiervan was om aandachtspunten, zorgen en suggesties uit de omgeving op te halen en deze te betrekken bij de verdere uitwerking van het ontwerp en de besluitvorming. Een samenvatting van de belangrijkste participatiemomenten en uitkomsten daarvan is opgenomen in het participatieverslag en bijbehorende bijlagen (Bijlage I). 

De participatie heeft geleid tot inhoudelijke aandachtspunten op onder meer verkeersveiligheid, bereikbaarheid, fietsvoorzieningen, de inrichting en werking van kruispunten en rotondes, openbaar vervoer, het vervallen van bestaande aansluitingen en de gevolgen voor bedrijven en agrarisch verkeer. Deze input is betrokken bij de verdere uitwerking van het ontwerp en heeft geleid tot verdere afwegingen en aanscherpingen. Zo zijn onderdelen van het ontwerp verduidelijkt of aangepast, zijn keuzes in de verkeersstructuur en afsluitingen nader onderbouwd en is aanvullende aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor hulpdiensten, bedrijven en landbouwverkeer. Niet alle wensen konden worden overgenomen, bijvoorbeeld wanneer deze niet pasten binnen de projectdoelstellingen, verkeersveiligheid, juridische randvoorwaarden of het beschikbare budget. In die gevallen is gemotiveerd toegelicht waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. De participatie heeft daarmee bijgedragen aan het verder verfijnen, onderbouwen en bestuurlijk zorgvuldig vastleggen van het vastgestelde ontwerp. 

Na afronding van de planvoorbereiding blijft participatie onderdeel van het project, onder meer ten behoeve van de uitvoering en het proces van grondverwerving. 

§ 6.3 Formele procedure

(gereserveerd)

§ 6.4 Vaststellingsfase

(gereserveerd)

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsplannen

§ 7.1 Wijzigingen

Met het projectbesluit worden via het tijdelijke regelingdeel de regels van de omgevingsplannen van gemeenten Reusel-De Mierden en Bladel gewijzigd. Er is een voorrangsbepaling opgenomen, waarin de verhouding is vastgelegd tussen het tijdelijk regelingdeel en de hoofdregeling van het omgevingsplan dat door het projectbesluit wordt gewijzigd. 

De tijdelijke regelingdelen wijzigen de volgende omgevingsplanregels:       

Gemeente Reusel-De Mierden:

  • 1.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 3.1;

  • 2.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 3.3.2 onder b;

  • 3.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 3.3.4;

  • 4.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 3.7; 

  • 5.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 4;     

  • 6.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 8.1;      

  • 7.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 8.2.2; 

  • 8.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 8.4;        

  • 9.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 11.1;     

  • 10.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 11.2.2;

  • 11.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 11.4;      

  • 12.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 46.2.6;            

  • 13.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 46.2.7;   

  • 14.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 46.3.1;       

  • 15.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 46.3.6;   

  • 16.

    Bestemmingsplan Buitengebied 2023, artikel 46.3.8.

Gemeente Bladel:

  • 1.

    Bestemmingsplan Buitengebied 1998 Sportpark De Smagtenbocht Bladel, artikel 1.10 onder A

  • 2.

    Bestemmingsplan Buitengebied 1998 Sportpark De Smagtenbocht Bladel, artikel 1.10 onder B;

  • 3.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 3.1;

  • 4.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 3.2.2;

  • 5.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 7.1;   

  • 6.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 32;   

  • 7.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 37.4;  

  • 8.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 38.4;    

  • 9.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 51.3;  

  • 10.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 51.7;   

  • 11.

    Bestemmingsplan Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022, artikel 51.15;      

  • 12.

    Bestemmingsplan Kom Hapert 2021, artikel 16.           

In het tijdelijk regeldeel worden regels gewijzigd die gaan over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 

Omdat in het kader van het projectbesluit onderzoeken hebben plaatsgevonden naar landschappelijke inpassing, bodem en natuurwaarden, en voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in het tijdelijk regelingdeel, zijn aparte omgevingsvergunningen voor werken en werkzaamheden ten behoeve van bescherming van landschaps- en natuurwaarden niet meer nodig. Hiervoor is een algemeen vrijstellingsartikel opgenomen in de regels, dat geldt voor het hele wegontwerp. 

 Voor het overige zit het tijdelijk regelingdeel uitsluitend op die delen van het ontwerp die niet passen binnen de omgevingsplannen van Reusel-De Mierden en Bladel. 

Alle beschreven maatregelen in paragraaf 1.2 worden grotendeels mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Verkeer' uit de geldende omgevingsplannen en zijn daarmee al planologisch toegestaan. 

Daar waar het gebruik, het bouwen of het uitvoeren van een werk zoals beschreven in het projectbesluit in strijd is met de regels van de omgevingsplannen worden de omgevingsplannen gewijzigd.   

Het betreft:

  • 1.

    Het verbreden van de N284 op locaties waar alleen bestaande wegen of alleen wegen ten behoeve van de agrarische functie zijn toegestaan.

  • 2.

    Het verbreden van de N284 waar het aanbrengen van oppervlakteverharding niet is toegestaan zonder een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA).

  • 3.

    Het aanleggen van bermsloten waar geen water is toegestaan of waar alleen water ten behoeve van de agrarische functie is toegestaan.

  • 4.

    Het aanleggen van bermsloten waar graven niet is toegestaan zonder een OPA.

  • 5.

    Het kappen van bomen en houtopstanden waar dat niet is toegestaan.

  • 6.

    Het vergunningvrij uitvoeren van een werk daar waar een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van een werk. Deze vrijstelling geldt niet ter plaatse van de functie Waarde - Archeologie. In het kader van dit projectbesluit zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd waarmee aangetoond wordt dat het uitvoeren van een werk geen negatieve effecten heeft. Dit geldt echter niet voor archeologie. Er heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Omdat dit onderzoek het aantreffen van archeologische vondsten op voorhand niet kan uitsluiten, blijft voor gronden met een archeologische verwachtingswaarde een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk bestaan.

  • 7.

    Het mogelijk maken van de functie Natuur en gelijktijdig het onmogelijk maken van andere functies om natuurcompensatie mogelijk te maken en duurzaam in stand te moeten houden. Op deze manier kan de nieuw ingerichte natuur niet meer in gebruik genomen worden als functie die afbreuk dot aan de natuurwaarde.

  • 8.

    Het mogelijk maken van de functie Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden en gelijktijdig het onmogelijk maken van andere functies ter plaatse van de te slopen woning Rondweg 2 te Bladel. Op de deze manier kan de resterende woonkavel niet meer in gebruik genomen worden voor het wonen. Wonen is hier immers onwenselijk geworden doordat de N284 hier te dicht langs deze woningen zou lopen. De functie Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden sluit aan bij de omligggende gronden.

  • 9.

    Het mogelijk maken van de functie Groen en gelijktijdig het onmogelijk maken van andere functies ter plaatse van de te slopen Castersedijk 4 te Hapert. Hiervoor geldt dezelfde reden als voor de te slopen woning Rondweg 2. De functie Groen sluit aan bij de omliggende gronden.

  • 10.

    Het bouwen van verkeerskundige voorzieningen en overige bouwwerken waar alleen agrarische bouwwerken of bouwwerken ten behoeve van bos- en natuurbeheer, extensief recreatief medegebruik of een dagrecreatieterrein zijn toegestaan.

Bijlagen bij motivering

Bijlage I Participatieverslag

Bijlage I: Participatieverslag

Bijlage II Aanmeldnotitie project-MER-beoordeling

Aanmeldnotitie project-MER-beoordeling

Aanmeldnotitie_project-MER-beoordeling.pdf

Bijlage 4 Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 4 bij mer-beoordeling - Onderzoek stikstofdepositie

Bijlage 5 Notitie externe veiligheid

Bijlage 5 bij mer-beoordeling - Notitie externe veiligheid

Bijlage 6 Quickscan beschermde natuurwaarden

Bijlage 6 bij mer-beoordeling - Quickscan beschermde natuurwaarden

Bijlage 7 Aanvullend onderzoek flora en fauna

Bijlage 7 bij mer-beoordeling - Aanvullend onderzoek flora en fauna

Bijlage 8 Archeologisch vooronderzoek

Bijlage 8 bij mer-beoordeling - Archeologisch vooronderzoek

Bijlage 9 Ruimtelijk kwaliteitskader Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 9 bij mer-beoordeling - Ruimtelijk kwaliteitskader Landschapsplan en Beeldkwaliteitsplan

Bijlage 10 Verkennend water- en bodemonderzoek

Bijlage 10 bij mer-beoordeling - Verkennend water- en bodemonderzoek

Bijlage 11 Geohydrologische effecten

Bijlage 11 bij mer-beoordeling - Geohydrologische effecten

Bijlage 12 Verhard oppervlak toe- en afname waterberging

Bijlage 12 bij mer-beoordeling - Verhard oppervlak toe- en afname waterberging

Bijlage 13 Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 13 bij mer-beoordeling - Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

Bijlage 14 Verslag Ambitiewegsessie

Bijlage 14 bij mer-beoordeling - Verslag Ambitiewebsessie

Bijlage 15 Nee, tenzij en compensatieplan

Bijlage 15 bij mer-beoordeling - Nee, tenzij en compensatieplan

Bijlage 17 Groote Beerze - Beekdalpassage

Bijlage 17 bij mer-beoordeling - Groote Beerze - Beekdalpassage

Bijlage 18 Ontwerpnotitie planstudie en contract klimaatadaptatie

Bijlage 18 bij mer-beroordeling - Ontwerpnotitie planstudie en contract klimaatadaptatie

Bijlage 19 Effecten Natura 2000 verlegging Groote Beerze en aanleg beekdalpassage

Bijlage 19 bij mer-beoordeling - Effecten Natura 2000 verlegging Groote Beerze en aanleg beekdalpassage

Bijlage III Wegontwerp

Bijlage_III_-_Wegontwerp.pdf

Naar boven