U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Omgevingsverordening Drenthe

Artikel I

Dit besluit betreft de wijzigingen in 'bijlage A'.

Artikel II

Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. 

Bijlage A Omgevingsverordening provincie Drenthe

A

Artikel 3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie

B

Na afdeling 4.4.1 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling 4.4.2 Stikstofemissie melkveehouderijen

Artikel 4.33 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op melkveehouderijen die melkvee houden dat is gehuisvest in dierenverblijven in Drenthe.

Artikel 4.34 Emissienorm ammoniak stal en mestopslag

Vanaf 1 januari 2035 bedraagt de stal- en opslagemissie van een melkveehouderij maximaal 0,227 kilogram NH3 per fosfaatrecht benodigd voor melkvee dat is gehuisvest in dierenverblijven in Drenthe.

Artikel 4.35 Uitzonderingen

  • 1

    De in artikel 4.34 genoemde norm is niet van toepassing als het aantal in Drenthe gehouden stuks melkvee van de melkveehouderij met ten minste 50% blijvend is afgenomen ten opzichte van het grootste aantal feitelijk gehouden stuks melkvee dat op enig moment in 2019 in Drenthe gelijktijdig aanwezig was en rechtmatig kon worden gehouden, terwijl daar geen andere bronnen van stikstofemissie voor in de plaats zijn gekomen.

  • 2

    Gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen met een maatwerkvoorschrift afwijken van de in artikel 4.34 genoemde norm en bepalen dat een minder strenge norm van toepassing is. Een maatwerkvoorschrift is alleen mogelijk als de totale stal- en opslagemissie vanaf 1 januari 2035 met ten minste 30% blijvend is afgenomen ten opzichte van 2019.

C

Na artikel 6.18 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6.19 Driftreductie gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken bij de teelt van lelies en daarbij een techniek toe te passen die op de locatie waarop de activiteit wordt verricht een driftreductie bereikt van minder dan 95% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c van het Besluit activiteiten leefomgeving.

D

Het opschrift van artikel 6.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 6.19 6.20 Overgangsrecht

E

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen

ammoniakemissie

emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH3 per jaar

bedrijventerrein

Cluster van aaneengesloten percelen met een minimumoppervlakte van ten minste 1 hectare bruto dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening, met uitzondering van terreinen voor agrarische doeleinden en terreinen voor afvalstort;

beeldkwaliteitsplan

plan dat eisen en aanbevelingen bevat met betrekking tot inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de karakteristieken en kwaliteiten van een gebied en met betrekking tot stedenbouwkundige en architectonische vorm, massa en (wegen)structuur van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen, met het oogmerk de kwaliteit van die ruimtelijke ontwikkelingen te waarborgen alsmede de wijze waarop deze in hun omgeving worden ingepast en dat juridisch deel uitmaakt van het omgevingsplan waarop het betrekking heeft

behoefteraming bedrijventerreinen

een provinciale of gemeentelijke prognose c.q. raming voor de planning van regionale bedrijventerreinen. Het omvat een raming van de vraag naar bedrijventerreinen en analyse van het bestaande aanbod. Deze raming is richtinggevend voor de te maken programmeringsafspraken met (regio)gemeenten en provincie over de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen.

beplanting

opgaande gewassen bestaande uit bomen of struiken, inclusief het wortelstelsel en worteldruk. Beplanting kan het beheer van de provinciale structuur beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat wortels deze raken. Beplanting kan het beheer beïnvloeden doordat zichtlijnen worden beperkt

boorput

met daartoe geschikte werktuigen aangebrachte put, daaronder begrepen een in de grond gecontroleerd en mechanisch aangebrachte sondering

bord

opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of een combinatie daarvan, of ander als bord te gebruiken materiaal, inclusief de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of steunconstructies

boskern

een aaneengesloten houtopstand met in totaal een oppervlakte van ten minste 5 hectare bos. Singels en houtwallen die aansluiten op een bos zijn geen onderbreking van de boskern. Een beplanting is aansluitend wanneer er geen onderbrekingen in zitten die groter zijn dan 8 meter van stam tot stam gemeten aan de binnenkant van beide stammen

centrumgebied

Concentratiegebied met 5 of meer winkels of andere voorzieningen op korte afstand van elkaar, zoals bijvoorbeeld een binnenstad of buurt- en wijkcentrum.

dierenverblijf

Dierenverblijf als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

explainmodule

een verklaring waarin gemotiveerd is afgeweken van de kwaliteitscriteria zoals verwoord in de 'Handreiking bij Drentse Verordening kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht', versie 1, 15 mei 2016

fosfaatrecht

Fosfaatrecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet.

gewasbeschermingsmiddelen

hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

grond- of funderingswerken

een werk in de bodem, daaronder begrepen het plaatsen of verwijderen van palen, damwanden of folies

grondgebonden agrarisch bedrijf

agrarisch bedrijf waarvan de exploitatie geheel of grotendeels gebonden is aan aanwezige gronden, met uitzondering van varkens-, pluimvee- en geitenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen

grondwatersanering

het beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater

intensieve veehouderij

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en die gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, of geitenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van melkrundveehouderij, rundveemesterij waarbij de feitelijke bedrijfsvoering grondgebonden is, vleeskalverhouderij waarbij de feitelijke bedrijfsvoering grondgebonden is, en het biologisch houden van dieren conform de Landbouwkwaliteitswet;

kwaliteitscriteria

de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde vigerende kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de betrokken wetten zijn belast

landgoed

een landschappelijk ontwikkeld gebied met één wooneenheid, eventueel in combinatie met ondergeschikte functies, die het voornamelijk door architectonische verbintenis met een landgoedontwerp allure en uitstraling verkrijgt

landschappelijk inpassingsplan

juridisch bindend plan dat aangeeft op welke wijze inpassing van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt. Tot deze inpassing behoren situering van de opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap. Het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap. Een en ander uit zich in een ontwerpgerichte benadering waarin de karakteristieken en kwaliteiten verder worden versterkt

Lokaal bedrijventerrein

en bedrijventerrein dat:

1. plaats biedt aan bedrijven met een lokale oriëntatie om reden van de sociale binding aan de kern en haar directe omgeving (veelal doordat de eigenaar daar in de buurt woonachtig is) vooral qua arbeidsmarkt en qua toelevering- en afnemersrelaties;

2. bedrijven huisvest die kleinschalig zijn;

3. plaats biedt aan bedrijfsbebouwing die qua kwaliteit, volume en kavelgrootte aansluiten bij de kwaliteit van de directe omgeving;

4. geen ruimte biedt voor significant milieubelastende activiteiten (maximaal categorie 3.1 volgens VNG-uitgave 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering'), waarbij geldt dat op basis van duidelijke gemotiveerd uitzonderingsbeleid de vestiging van categorie-4-bedrijven eventueel ook mogelijk is;

maatschappelijk belang

een belang dat educatief, sociaal-medisch, sociaaleconomisch, sociaal-cultureel, recreatief of levensbeschouwelijk van aard is, de duurzaamheid bevordert, dan wel gerelateerd is aan sport of aan openbare dienstverlening

maximale emissiewaarde

de hoogste ammoniakemissie per dierplaats, die volgens het Besluit activiteiten leefomgeving bij een diercategorie is toegestaan

melkrundvee

- melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie, met inbegrip van dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie worden gemest dan wel zijn drooggezet en worden afgemest, en 

- vrouwelijk vleesvee ouder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren.

melkrundveehouderij

veehouderij die uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig houden van melkrundvee

melkvee

Melkvee als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet.

melkveehouderij

Bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, waar melkvee wordt gehouden.

natuurbegraafplaats

een natuurlijk terrein, anders dan een reguliere begraafplaats, waar menselijke stoffelijke overschotten in een eeuwigdurende grafrust ter aarde worden besteld in een graf of urn van natuurlijke, biologisch afbreekbare materialen, waarbij de graven schijnbaar willekeurig verspreid en ingepast in het landschap liggen en niet zijn voorzien van een traditionele grafsteen

neventak

activiteiten die niet rechtstreeks tot de bedrijfsvoering van de agrarische hoofdactiviteit behoren en die op basis van de standaardopbrengst (SO) norm daaraan ondergeschikt zijn

omgevingsplan

omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;

ondergeschikte detailhandel

detailhandel die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge het omgevingsplan/bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie (activiteit) en uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van een onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de onderneming.

openbare weg

hetgeen in artikel 1, eerste lid, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt verstaan onder het begrip ‘wegen’, met uitzondering van die wegen die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 alleen openstaan voor voetgangers en fietsers

plancapaciteit

de directe vestigingsmogelijkheden voor detailhandel die zijn vastgelegd in een juridisch bindend planologisch kader, zoals vastgestelde Omgevingsplannen/bestemmingsplan, uitwerkingsplannen, gebieden zonder omgevingsplan (witte vlekken) en verleende omgevingsvergunningen.

redengevende omschrijving

De cultuurhistorische waardenstelling en -omschrijving op basis waarvan een provinciaal monument is aangewezen, zoals bekend gemaakt in het Provinciaal blad en opgenomen in de Provinciale monumentenlijst Drenthe, te raadplegen via www.provincie.drenthe.nl/provincialemonumenten

Regionaal bedrijventerrein

een bedrijventerrein of locatie voor kantoren die plaats biedt aan bedrijven met een bovenlokale oriëntatie, zowel qua arbeidsmarkt als qua toelevering- en afnemersrelaties, en die is gelegen in een bedrijvenregio dan wel het VAM/MERA-terrein te Wijster betreft

regionale programmeringsafspraken

een regionaal beleidsdocument met intergemeentelijke en provinciale afspraken over de (her)ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen. Wezenlijk onderdeel van de afspraken is de wijze van afstemming over de programmering van de geraamde vraag naar bedrijventerreinen versus het bestaande aanbod

regionale waterkering

een waterkering, niet zijnde een primaire waterkering als bedoeld in de Waterwet, die beveiliging biedt tegen overstroming en die als zodanig is aangewezen in deze verordening

ruimte-voor-ruimte regeling

regeling ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in landelijk gebied door het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing met een bedrijfsmatige of maatschappelijke functie, die geen functie meer heeft en waarvoor ter compensatie van de sloop een of meerdere woning(en) mag (mogen) worden gebouwd

signaleringsparameter

waarde voor stoffen in het grondwater waarbij sprake is van een grondwaterverontreiniging (voormalige interventiewaarden voor grondwater). De signaleringsparameters zijn opgenomen in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

stal- en opslagemissie 

De totale jaarlijkse ammoniakemissie naar de lucht afkomstig van de dierenverblijven en mestopslagen in Drenthe.

vakantiepark

een terrein of een plaats van enige omvang, al dan niet geheel of gedeeltelijk met gemeenschappelijke voorzieningen ingericht en blijkens die inrichting en juridische bestemming bedoeld om meerdere recreatiewoningen of campings te plaatsen of geplaatst te houden

vrijkomende agrarische bebouwing

bebouwing op een bestaand agrarisch bouwperceel dat door (gedeeltelijke) beëindiging van het agrarische bedrijf vrij komt voor invulling met een niet-agrarische functie, dan wel gebouwen die als agrarisch gebouw zijn opgericht met een voormalige overeenkomstige bestemming en ook agrarisch in gebruik zijn geweest, maar inmiddels een niet-agrarische functie hebben

waterleidingmaatschappij

een bedrijf dat grond- of oppervlaktewater wint met het doel dit te gebruiken voor de bereiding van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening

weidevogel

alle grondbroedende vogelsoorten op percelen die in agrarisch gebruik zijn

windturbine

door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit

F

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Overzicht Informatieobjecten

Aangewezen Foerageergebieden

/join/id/regdata/pv22/2026/gebiedsaanwijzing_2841ea038aee44f7bc5a0fe6757413c8/nld@2026‑07‑14;1

aardkundige waarden beschermingsniveau hoog

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio297/nld@2024‑02‑13;69

aardkundige waarden beschermingsniveau middel

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio295/nld@2024‑02‑13;69

akkerbouw

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio309/nld@2026‑07‑14;70

bebouwd gebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio313/nld@2026‑07‑14;70

beekdal

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio208/nld@2024‑02‑13;69

bergingsgebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio211/nld@2024‑02‑13;69

bestaand stedelijk gebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio206/nld@2024‑02‑13;69

Cultuurhistorie - 1. De kop van Drenthe - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_88bc15f028e44ed39352e2ef84edbd05/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_88bc15f028e44ed39352e2ef84edbd05/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 1. De kop van Drenthe - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e769e22ea9334d47aadc2f39e9ab7a90/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e769e22ea9334d47aadc2f39e9ab7a90/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 1. De kop van Drenthe - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_49343eed79204b6cba53531ccaee7a64/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_49343eed79204b6cba53531ccaee7a64/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 1. De kop van Drenthe - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_276bd04f7b2f422ca90f29a8ce33e651/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_276bd04f7b2f422ca90f29a8ce33e651/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 2. Drentsche Aa - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_72eb44f493554647a71ccd295225cc0c/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_72eb44f493554647a71ccd295225cc0c/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 2. Drentsche Aa - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7605ec9fd9d1419b96ccb340d0e75b87/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7605ec9fd9d1419b96ccb340d0e75b87/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 2. Drentsche Aa - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2c66eb22bba3475f90019f27e956123a/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2c66eb22bba3475f90019f27e956123a/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 2. Drentsche Aa - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2807aca68c4049e7a1d53999bd17711f/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2807aca68c4049e7a1d53999bd17711f/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 3. Hondsrug en Hunzedal - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_640c933f255f42c38c48d4eb41b47091/nld@2026‑07‑14;1

Cultuurhistorie - 3. Hondsrug en Hunzedal - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_3b2f12b596c445a1b23fba54d0bad190/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_3b2f12b596c445a1b23fba54d0bad190/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 3. Hondsrug en Hunzedal - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2e63dde2bcc3453e9e8f191120b49099/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2e63dde2bcc3453e9e8f191120b49099/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 3. Hondsrug en Hunzedal - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_17e04657da66402992b1b598bf952005/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_17e04657da66402992b1b598bf952005/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 4. De Drentse Monden - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_3241ae04157f46debc8866d442668c30/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_3241ae04157f46debc8866d442668c30/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 4. De Drentse Monden - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_43ad14f9dfc94f9899097d52e434efb9/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_43ad14f9dfc94f9899097d52e434efb9/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 4. De Drentse Monden - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_38ddafbb3f974aff93b2b7e86e50d984/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_38ddafbb3f974aff93b2b7e86e50d984/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 5. De Drentse Hoofdvaart - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9f608af4e4354c8f92c4b6e2f4bb9e03/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9f608af4e4354c8f92c4b6e2f4bb9e03/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 5. De Drentse Hoofdvaart - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7a3405574c454594814ce1d1e7f03f10/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7a3405574c454594814ce1d1e7f03f10/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 5. De Drentse Hoofdvaart - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_0a20660d9812435e9423b9e580c128b6/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_0a20660d9812435e9423b9e580c128b6/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 5. De Drentse Hoofdvaart - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_37f1972f3cfc4bcf8b9a24182f377f30/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_37f1972f3cfc4bcf8b9a24182f377f30/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 6. De velden in centraal Drenthe - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_25bd828547d14266939d53485f31cc27/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_25bd828547d14266939d53485f31cc27/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 6. De velden in centraal Drenthe - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_917bc83d24934c109e1ac380afb8ec3a/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_917bc83d24934c109e1ac380afb8ec3a/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 6. De velden in centraal Drenthe - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9cdb13fb97b5408989efd477addf95ce/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9cdb13fb97b5408989efd477addf95ce/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 6. De velden in centraal Drenthe - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_bd95e62b9f554bac8856ad7b7dc0f5ba/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_bd95e62b9f554bac8856ad7b7dc0f5ba/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 7. Mars en Westerstroom - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2539b1e7fffd4c35ad009df2b38c29a8/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2539b1e7fffd4c35ad009df2b38c29a8/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 7. Mars en Westerstroom - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2df307012b654f9fb57930566a792dbc/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_2df307012b654f9fb57930566a792dbc/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 7. Mars en Westerstroom - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_93fa17237e0642ca88f5d98d0573b41b/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_93fa17237e0642ca88f5d98d0573b41b/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 7. Mars en Westerstroom - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7b54b7bfcf4c47f19c9805fb6fac759e/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7b54b7bfcf4c47f19c9805fb6fac759e/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 8. De Reest en Meppel - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_a15d99f055cc426d8e80f35e8f0ce66a/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_a15d99f055cc426d8e80f35e8f0ce66a/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 8. De Reest en Meppel - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_277cc2349bfb458bb8300e715e27cb93/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_277cc2349bfb458bb8300e715e27cb93/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 8. De Reest en Meppel - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_250a8ea9100c4ae3adc0a6adb40551fc/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_250a8ea9100c4ae3adc0a6adb40551fc/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 8. De Reest en Meppel - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_f38c4245e96a4735b5d388ed895d0320/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_f38c4245e96a4735b5d388ed895d0320/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 9. Het Hollandscheveld en Hoogeveen - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e3d8cecb19e341099a080c13aa7c4631/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_e3d8cecb19e341099a080c13aa7c4631/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 9. Het Hollandscheveld en Hoogeveen - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_034c571dfd1a49a68cc3f7211f17de4d/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_034c571dfd1a49a68cc3f7211f17de4d/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 9. Het Hollandscheveld en Hoogeveen - Rekening houden me

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9f06b9747ba94fc99838f027e38c9f55/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_9f06b9747ba94fc99838f027e38c9f55/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 9. Het Hollandscheveld en Hoogeveen - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_c65220e90e80474d91f8ad78002e8f5a/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_c65220e90e80474d91f8ad78002e8f5a/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 10. Emmen en haar venen - Betrekken bij

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_56c18c64cabc49fab6896bdb8d43e011/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_56c18c64cabc49fab6896bdb8d43e011/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 10. Emmen en haar venen - In acht nemen

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7ff6ed19c81f4460af18f65799bf6e26/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_7ff6ed19c81f4460af18f65799bf6e26/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 10. Emmen en haar venen - Rekening houden met

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_76c8b565ebef4b3092ba4242fa317ed1/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_76c8b565ebef4b3092ba4242fa317ed1/nld@2026‑09‑16;2

Cultuurhistorie - 10. Emmen en haar venen - Zorgplicht

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_b67f7ba091584cfd9f442f7c8347a395/nld@2026‑07‑14;1

/join/id/regdata/pv22/2026/locatiegroep_b67f7ba091584cfd9f442f7c8347a395/nld@2026‑09‑16;2

esdorpenlandschap

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio283/nld@2024‑02‑13;69

esgehuchtenlandschap

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio197/nld@2024‑02‑13;69

glastuinbouw

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio217/nld@2024‑02‑13;69

glastuinbouwgebieden

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio311/nld@2026‑07‑14;70

grasland

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio224/nld@2026‑07‑14;70

grondgebonden agrarische bedrijvigheid

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio279/nld@2024‑02‑13;69

grondwaterbeschermingsgebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio228/nld@2026‑07‑14;70

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio228/nld@2026‑09‑16;71

grondwaterbeschermingsgebied drentsche aa - spuitvrije zone

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio223/nld@2024‑02‑13;69

grondwaterbeschermingsgebied drentsche aa vaarweg

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio216/nld@2024‑02‑13;69

harde grens stad en land

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio222/nld@2024‑02‑13;69

landbouwgebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio285/nld@2024‑02‑13;69

landelijk gebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio261/nld@2024‑02‑13;69

landgoed overcingel

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio255/nld@2024‑02‑13;69

landschap van de kolonien van weldadigheid

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio254/nld@2024‑02‑13;69

landschap van de veenkoloniën

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio289/nld@2024‑02‑13;69

macrogradiënt

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio264/nld@2024‑02‑13;69

nationaal park drentsche aa

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio267/nld@2024‑02‑13;69

natuur en open water

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio315/nld@2026‑07‑14;70

natuurnetwerk nederland

/join/id/regdata/pv22/2024/gio34d92f31-caaa-4d8c-820c-399230e770a8/nld@2024‑10‑22;324

/join/id/regdata/pv22/2024/gio34d92f31-caaa-4d8c-820c-399230e770a8/nld@2026‑09‑16;325

omgevingswaarde - provinciale weg

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio245/nld@2024‑02‑13;69

oranje gebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio319/nld@2026‑07‑14;70

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio319/nld@2026‑09‑16;71

provinciale vaarweg

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio243/nld@2024‑02‑13;69

provinciale weg

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio247/nld@2024‑02‑13;69

regionale kering norm 1:100

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio268/nld@2024‑02‑13;69

regionale kering norm 1:200

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio269/nld@2024‑02‑13;69

stiltegebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio250/nld@2024‑02‑13;69

unesco werelderfgoed koloniën van weldadigheid

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio262/nld@2024‑02‑13;69

Verbodszone diepe boring Annen Breevenen, Kruidhaars en De Groeve

/join/id/regdata/pv22/2026/gebiedsaanwijzing_64dd3ef2ace749cfa058a18c8ec69f1d/nld@2026‑07‑14;1

verbodszone diepe boring assen

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio252/nld@2026‑07‑14;70

verbodszone diepe boring hoogeveen holtien en zuidwolde

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio251/nld@2026‑07‑14;70

verbodszone diepe boring nietap

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio242/nld@2026‑07‑14;70

voor verzuring gevoelig gebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio241/nld@2024‑02‑13;69

voorbeschermd provinciaal monument

/join/id/regdata/pv22/2025/locatiegroep_e2eb5d3ebaa946c38b13d66b756c997d/nld@2025‑06‑27;1

waarde-archeologie 1

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio233/nld@2024‑02‑13;69

waarde-archeologie 2

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio238/nld@2024‑02‑13;69

waarde-archeologie 3

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio321/nld@2024‑02‑13;69

waterwingebied

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio236/nld@2026‑07‑14;70

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio236/nld@2026‑09‑16;71

wegdorpenlandschap van de laagveenontginning

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio291/nld@2024‑02‑13;69

wegdorpenlandschap van de veenrandontginning

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio235/nld@2024‑02‑13;69

wegpanorama

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio293/nld@2024‑02‑13;69

Wezenlijke kenmerken en Waarden Natuur

/join/id/regdata/pv22/2026/W2412_325_DLG_Wezenlijke_kenmerken_en_Waarden_Natuur_HR/nld@2026‑07‑14;1

zonering radioastronomie zone i

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio240/nld@2024‑02‑13;69

zonering radioastronomie zone ii

/join/id/regdata/pv22/2024/30gio231/nld@2024‑02‑13;69

G

Na sectie 4.4.1 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Afdeling 4.4.2 Stikstofemissie melkveehouderijen

Op 1 juli 2026 hebben provinciale staten het ‘Programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe’ (TLGD) vastgesteld. Dat programma beschrijft welke maatregelen worden getroffen in de opgave om te werken aan herstel van de natuur en Drenthe stapsgewijs van het stikstofslot te krijgen. Een van die maatregelen is een stikstofnorm voor melkveehouderijen in 2035. Melkveehouderijen zijn binnen de landbouw goed voor ongeveer 50% van de totale ammoniakemissie en hebben daarmee ook de grootste opgave met betrekking tot de reductie van die emissies. Met deze maatregel wordt ten opzichte van 2019 een generieke emissiereductie van 30% in 2035 beoogd. Deze emissiereductie wordt in recente rapporten als haalbaar en betaalbaar beschouwd. Boeren krijgen daarmee dus een realistisch en haalbaar doel voor stikstofemissie. Ook krijgen zij voldoende tijd en ruimte om dat doel te bereiken.

Om te komen tot een emissienorm zijn verschillende opties afgewogen (zie programma TLGD, p. 77-78). Uiteindelijk is gekozen voor een norm per fosfaatrecht. Deze norm is gekoppeld aan de melkproductie per koe en de hoogte van de melkproductie houdt weer direct verband met de hoogte van de ammoniakemissie.

De norm geldt alleen voor ammoniakemissies naar de lucht, afkomstig van stallen en mestopslagen. Vooralsnog wordt er geen norm gesteld voor emissies op landbouwgrond (veldemissies). Gebleken is dat die veldemissies al gestaag dalen als gevolg van bestaande maatregelen en de verwachting is dat die daling verder zal doorzetten. Het lijkt daarom vooralsnog niet nodig ook voor veldemissies een norm te introduceren. Mocht uit monitoring blijken dat de veldemissies onvoldoende dalen, dan zal worden bezien of het ook nodig is daarvoor een norm te stellen of aanvullend maatregelen te treffen.

De hoogte van de norm is tot stand gekomen door de totale stal- en opslagemissie van de Drentse melkveestapel in 2019 (1.832 ton) te delen door het minimale aantal fosfaatrechten dat er in dat jaar onder die veestapel aanwezig moet zijn geweest (5.641.621). Dit geeft een waarde van 0.325 kg NH3 per fosfaatrecht in 2019. Een emissiereductie van 30% in 2035 betekent een norm van 0,227 kg NH3 per fosfaatrecht in 2035. Voor een uitgebreidere toelichting op deze norm en de totstandkoming daarvan wordt verwezen naar het programma TLGD.

In het op 26 juni 2026 gepresenteerde maatregelenpakket 'Weer ruimte voor boer, natuur en bouw' heeft het kabinet voorgesteld om voor melkveehouderijen een norm per fosfaatrecht te hanteren. Meer concreet stelt het kabinet een bedrijfsspecifieke emissienorm voor van 0,164 kg NH3 en 92 kg CO2-eq uit stallen en mestopslag per fosfaatrecht voor de melkveehouderij in 2035. De emissienorm per fosfaatrecht, waarvoor in Drenthe is gekozen, sluit dus ook aan bij het systeem dat landelijk is voorgesteld. Die beoogde norm van het kabinet is aanmerkelijk strenger dan in Drenthe. Het is nog niet zeker of door het kabinet voorgestelde norm er gaat komen en zo ja wanneer. Daar willen en kunnen we als provincie niet op wachten. Uiteraard worden de ontwikkelingen op rijksniveau nauwlettend in de gaten gehouden.

Artikel 4.33 Toepassingsbereik

Dit artikel maakt duidelijk dat de in deze afdeling genoemde norm alleen van toepassing is op melkveehouderijen die melkvee houden dat is gehuisvest in dierenverblijven in Drenthe. 

De begrippen ‘melkveehouderij’, ‘melkvee’ en ‘dierenverblijf’ zijn opgenomen in de begripsbepalingen in Bijlage I. De definitie van het begrip ‘melkvee’ is beperkter dan die van het al bestaande begrip ‘melkrundvee’. Bij melkvee gaat het, kortgezegd, om koeien die primair worden gehouden voor de productie van melk, terwijl melkrundvee ook betrekking heeft op koeien die worden gehouden voor de vleesproductie. Bedoeld is de norm alleen van toepassing te laten zijn op melkveehouderijen, aangezien die categorie binnen de landbouw de grootste opgave heeft met betrekking tot de reductie van ammoniakemissie. 

Deze afdeling is van toepassing op alle melkveehouderijen die melkvee houden in een of meerdere dierenverblijven in Drenthe en geldt dus voor de hele provincie. Ook melkveehouderijen die, naast dierenverblijven in Drenthe, beschikken over dierenverblijven in andere provincies vallen binnen het bereik van deze afdeling. Uit artikel 4.34 volgt dat in die gevallen alleen de ammoniakemissies afkomstig van de dierenverblijven en mestopslagen in Drenthe worden betrokken.

Artikel 4.34 Emissienorm ammoniak stal en mestopslag

De in dit artikel genoemde norm is van toepassing op de ammoniakemissie van een melkveehouderij, voor zover afkomstig van dierenverblijven en mestopslagen die zijn gelegen in Drenthe. Het werkelijk aantal kilogram NH3 per fosfaatrecht wordt bepaald door die totale emissie van stallen en mestopslagen in Drenthe te delen door het aantal op het bedrijf rustende fosfaatrechten voor melkvee dat is gehuisvest in dierenverblijven in Drenthe. De uitkomst daarvan mag niet hoger zijn dan 0,227.

Tot 2035 wordt op provinciaal niveau gemonitord of de gewenste emissiedaling wordt ingezet. Het tussendoel in 2030 komt te liggen op 15% daling. Dit kunnen we in de zomer van 2031 beoordelen via de mei-tellingen, en in de zomer van 2030 op basis van 2029 zicht krijgen op de ontwikkelingen richting 2030. Monitoring per 2035 vindt in beginsel plaats op basis van gegevens afkomstig uit de Kringloopwijzer, maar kan ook op andere wijze geschieden als blijkt dat die wijze meer geschikt is. Vanaf 2035 zal ook per melkveehouderij worden beoordeeld of aan de norm wordt voldaan. In de komende maanden en jaren wordt bezien welk(e) instrument of methode daarvoor het meest geschikt is. Als dat duidelijk is, worden daarover nadere regels opgenomen in deze verordening.

Artikel 4.35 Uitzonderingen

De in artikel 4.34 genoemde norm is niet in alle gevallen geschikt. Denkbaar is dat melkveehouders, al dan niet om bedrijfseconomische redenen, geen (kostbare) maatregelen willen treffen maar in plaats daarvan minder dieren willen houden en op die manier hun bijdrage leveren aan een reductie van de stikstofemissie. Als die reductie van het aantal dieren leidt tot een navenante reductie van fosfaatrecht, helpt dat de melkveehouder niet om aan de norm te voldoen. De ammoniakuitstoot per fosfaatrecht blijft dan immers ongeveer gelijk.

De huidige norm kan mogelijk alleen door reductie van het aantal dieren worden bereikt, als de melkveehouder de bij die dieren behorende fosfaatrechten behoudt. Dat laatste is echter onwenselijk omdat dit erg kostbaar is. Om tegemoet te kunnen komen aan melkveehouders die hun bijdrage willen leveren door reductie van het aantal dieren, is daarom een uitzondering op de norm nodig.

Het is niet de bedoelding voor iedere reductie van het aantal dieren een uitzondering op te nemen. Het moet gaan om een substantiële afname van het aantal stuks melkvee, waardoor een in aanmerking te nemen bijdrage aan de stikstofreductie wordt geleverd. Om die reden geldt de in het eerste lid genoemde uitzondering alleen bij een structurele reductie van het aantal stuks melkvee van minimaal 50%. Dat wordt beoordeeld ten opzichte van het hoogste aantal stuks melkvee van de melkveehouderij dat op enig moment in 2019 in Drenthe aanwezig was en rechtmatig kon worden gehouden (op basis van een melding of vergunning). Bijkomend vereiste is dat voor die reductie uiteraard geen andere bronnen van stikstofemissie, zoals dieren van een andere diercategorie, in de plaats komen. De melkveehouder moet op basis van objectieve gegevens aantonen dat hij onder deze uitzondering valt. Het (maximale) aantal gehouden dieren kan bijvoorbeeld blijken uit informatie afkomstig uit het landelijke Identificatie en Registratiesysteem (I&R).

Op grond van het tweede lid kunnen gedeputeerde staten met een maatwerkvoorschrift bepalen dat de norm uit artikel 4.34 niet van toepassing is. Dit betreft een discretionaire bevoegdheid. Op dit moment is onduidelijk of gedeputeerde staten van deze bevoegdheid gebruik zullen maken en zo ja, in welke gevallen. Hoe dan ook is duidelijk dat toepassing alleen aan de orde is in bijzondere gevallen én de totale stal- en opslagemissie ten minste 30% is afgenomen ten opzichte van 2019. Dat laatste moet op basis van objectieve gegevens worden aangetoond.

H

Na sectie 6.18 wordt een sectie ingevoegd, luidende:

Artikel 6.19 Driftreductie gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies

Dit artikel beschermt de kwaliteit van het oppervlaktewater en de gezondheid tegen verwaaiing (drift) van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies. Bij het bespuiten van lelies waait een deel van het gebruikte gewasbeschermingsmiddel mee met de wind en komt terecht buiten het perceel waarop de activiteit wordt verricht. Voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies geldt landelijk al een verplichting tot het toepassen van een driftreducerende techniek; dit artikel scherpt die verplichting voor de teelt van lelies aan. 

Het artikel geldt voor de gehele provincie Drenthe en is niet beperkt tot een aangewezen gebied, zoals een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied. Het artikel is uitsluitend van toepassing op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies; het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij andere teelten valt niet onder dit artikel. 

Dit artikel bevat een maatwerkregel op artikel 4.723c van het Besluit activiteiten leefomgeving. Die landelijke bepaling verplicht bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht tot het toepassen van een techniek die een driftreductie bereikt van ten minste 75% ten opzichte van een referentietechniek, aangewezen in tabel 4.723c van dat besluit. Voor de teelt van lelies verhoogt dit artikel die eis naar een driftreductie van ten minste 95% ten opzichte van diezelfde referentietechniek. Wordt met de toegepaste techniek een driftreductie van 95% of meer bereikt, dan is voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen omgevingsvergunning op grond van dit artikel nodig; wordt die 95% niet gehaald, dan is voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies een omgevingsvergunning nodig, ook als de toegepaste techniek al wel voldoet aan de landelijke eis van 75%. 

Van de vergunningplicht is dus steeds sprake zodra bij de teelt van lelies gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt met een techniek die niet aan de drempel van 95% driftreductie voldoet, ongeacht de precieze reden waarom die drempel niet wordt gehaald. Voor de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning gelden de algemene regels van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. 

Ter illustratie: past een teler bij het bespuiten van een lelieperceel een spuittechniek toe die een driftreductie van 80% bereikt, dan voldoet die techniek al aan de landelijke eis van 75%, maar is voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies toch een omgevingsvergunning nodig, omdat de 95% van dit artikel niet wordt gehaald. Past de teler een techniek toe die 95% of meer driftreductie bereikt, dan geldt de vergunningplicht van dit artikel niet.

Motivering

1 Werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland

1.1 Aanleiding en grondslag

Artikel 7.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving draagt op om bij omgevingsverordening de gebieden aan te wijzen die het natuurnetwerk Nederland vormen en de geometrische begrenzing daarvan vast te leggen. Artikel 2.1 van de verordening wijst die gronden aan; de begrenzing ligt vast in het geometrische informatieobject Natuurnetwerk Nederland. 

De begrenzing wordt jaarlijks geactualiseerd, normaal gelijktijdig met het Natuurbeheerplan. Dit jaar lopen die processen niet gelijk op, omdat de verordening waarvan de kaart deel uitmaakt pas in juli 2026 is vastgesteld. De actualisatie 2026 verwerkt ontwikkelingen uit gebiedsprocessen, wijzigingen die deels samenhangen met het Natuurbeheerplan 2027, correcties waarmee de kaart in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie, en enkele topografische grenscorrecties. Het gaat om achtentwintig genummerde wijzigingen en een reeks grenscorrecties. In bijlage 1 bij deze motivering wordt elke wijziging afzonderlijk gemotiveerd. 

Gedeputeerde staten zijn bevoegd op grond van artikel 6, eerste lid, van het Delegatiebesluit. Dat lid staat wijziging van de begrenzing alleen toe voor een verbetering van de samenhang of de planologische inpassing van Natuurnetwerk Nederland (onder a), voor een kleinschalige ontwikkeling (onder b), of voor de krachtens artikel 3.31 gestelde regels (onder c). De toevoegingen ronden bestaande natuurgebieden af, vullen gaten in de begrenzing op, leggen ecologische verbindingen en stapstenen vast en brengen de kaart in overeenstemming met terreinen die al als natuur zijn ingericht.

1.2 Artikel 2.3, tweede lid, van de Omgevingswet

Dit onderdeel berust op een verplichte grondslag. Artikel 7.6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving draagt de aanwijzing en de begrenzing dwingend op aan de provincie. Er is op dit punt geen eigen beleidskeuze over de vraag of de provincie regelt. De afweging van artikel 2.3, tweede lid, van de Omgevingswet is daarom niet aan de orde.

1.3 Effecten

Op de toegevoegde gronden gaat het beschermingsregime van de artikelen 3.30 en 3.31 gelden; op de ontgrensde gronden vervalt dat regime. Gemeenten gaan bij een volgende wijziging van het omgevingsplan uit van de gewijzigde begrenzing; hetzelfde geldt voor projectbesluiten. Voor eigenaren van toegevoegde gronden werkt het regime door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De begrenzing is daarnaast bepalend voor de gebieden waarbinnen subsidie voor natuurbeheer en natuurontwikkeling op grond van het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer mogelijk is, voor zover die gebieden in het Natuurbeheerplan zijn aangegeven. 

Een deel van de wijzigingen komt voort uit lopende gebiedsprocessen, waaronder het gebiedsproces Peizerdiep, en uit afspraken over grondruil en boscompensatie. De actualisatie legt die afspraken planologisch vast.

1.4 Doorwerking

De artikelen 3.30 en 3.31 van de verordening zijn instructieregels die het omgevingsplan en het projectbesluit binden. Artikel 7.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving schrijft dat beschermingsregime voor en verlangt dat kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk niet achteruitgaan, dat de samenhang behouden blijft en dat nadelige gevolgen tijdig worden gecompenseerd. Een gewijzigde begrenzing verandert het bereik van die instructieregels, niet de inhoud ervan.

2 Kaart cultuurhistorie

Dit onderdeel betreft een technische correctie van de werkingsgebieden die horen bij cultuurhistorie. Per abuis zijn op 1 juli 2027 niet de juiste en laatste versie van werkingsgebieden vastgesteld. Op kadastraal niveau lopen lijnen op de huidige werkingsgebieden niet helemaal correct waardoor technische problemen kunnen ontstaan en zijn enkele overeenkomende en aansluitende werkingsgebieden samengevoegd waardoor minder datasets nodig zijn. Dit probleem wordt nu gecorrigeerd. 

Gedeputeerde staten zijn bevoegd op grond van artikel 5 van het delegatiebesluit om de werkingsgebieden bij de omgevingsverordening te wijzigen.

3 Stikstofemissie melkveehouderijen (afdeling 4.4.2)

3.1 Aanleiding en grondslag

Provinciale staten hebben het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe op 1 juli 2026 vastgesteld. Het programma voorziet erin dat de melkveehouderij in 2035 via generiek beleid dertig procent emissiereductie realiseert. Om die maatregelen te borgen noemt het programma drie stappen: een keuze voor een norm, een bepaalde hoogte van die norm in een absolute eenheid, en het juridisch vastleggen van de norm in een provinciale omgevingsverordening. Het programma vult de eerste twee stappen in; dit onderdeel vult de derde in. 

Het programma heeft gekozen voor een norm die de stal- en opslagemissies uitdrukt per fosfaatrecht. De hoogte is als volgt bepaald. De stal- en opslagemissies van de Drentse melkveestapel bedroegen in 2019 1.832 ton ammoniak. De forfaitaire fosfaatexcretie van diezelfde stapel bedroeg in dat jaar 5.641.621 kilogram, waaraan ten minste een gelijk aantal fosfaatrechten is gekoppeld. Dat geeft een uitgangswaarde van 0,325 kilogram ammoniak per kilogram fosfaatrecht. Met dertig procent reductie komt de norm voor 2035 uit op 0,227. Voor 2030 noemt het programma een tussendoel van vijftien procent daling, ofwel 0,27. 

De artikeltekst zoals die wordt voorgesteld voor deze omgevingsverordening, legt dit vast in een nieuwe afdeling 4.4.2 in titel 4.4 (Ammoniak en veehouderij). De afdeling bevat bepalingen over het toepassingsbereik (artikel 4.33), de emissienorm (artikel 4.34) en uitzonderingen (artikel 4.35), en voegt aan Bijlage I de begrippen dierenverblijf, fosfaatrecht, stal- en opslagemissie, melkvee en melkveehouderij toe. 

De grondslag is artikel 4.1, eerste lid, van de Omgevingswet, dat toestaat dat bij omgevingsverordening met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, binnen de grenzen van artikel 2.3, tweede lid (artikel 4.1, derde lid).

3.2 Keuze voor deze uitwerking

Wij hebben de norm getoetst aan zeven eisen. Zij moet voor de melkveehouderij als geheel daadwerkelijk dertig procent reductie opleveren in 2035 ten opzichte van 2019, stapsgewijs opgebouwd, en zij mag niet op papier beïnvloedbaar zijn. Bedrijfskeuzes moeten meetellen: de ondernemer moet zijn emissie kunnen verlagen met management, met innovatie of door minder dieren te houden. De norm moet uitvoerbaar en uitlegbaar zijn en door zowel de ondernemer als ons te monitoren. Zij moet juridisch te borgen zijn. Elk bedrijf moet een evenredige bijdrage leveren, waarbij de nog resterende opgave mag verschillen naargelang wat een bedrijf al heeft gedaan. Afwenteling, bijvoorbeeld naar de waterkwaliteit, moet zoveel mogelijk worden beperkt. En de norm moet passen bij het Drentse landbouwsysteem, waaronder de samenwerking tussen akkerbouw en melkveehouderij. 

Die eisen bepalen het karakter van de norm. Wij leggen een resultaat vast in een norm op bedrijfsniveau en schrijven geen reductiepercentage per bedrijf voor. Hoe een ondernemer dat resultaat bereikt, laten wij aan hem. Wij vergelijken dat met de opgave dat alle Drentse woningen in 2035 een energielabel B hebben: het niveau ligt vast, de weg ernaartoe niet, en per object verschilt wat daarvoor nodig is. Daarom werken wij ook niet met een referentiejaar op bedrijfsniveau. 

Om dezelfde reden scheiden wij stal- en opslagemissies van veldemissies. Stalemissies zijn altijd aan het bedrijf gerelateerd en vragen andere maatregelen dan veldemissies. Deze afdeling ziet daarom alleen op de stal- en opslagemissie. 

Wij kiezen voor de norm per fosfaatrecht. Die houdt rekening met de melkproductie per koe, en omdat die productie direct samenhangt met de ammoniakemissie, valt de opgave voor intensieve en extensieve bedrijven vergelijkbaar uit. Dat is precies wat wij met de eis van de evenredige bijdrage beogen. De norm is verhandelbaar en beter uitlegbaar dan een norm per forfaitaire fosfaatexcretie. 

Aan die keuze zit één gevolg dat wij onder ogen hebben gezien. Een ondernemer die zijn emissie verlaagt door minder dieren te houden, heeft de bijbehorende fosfaatrechten voor de mestwetgeving niet meer nodig. Verkoopt hij ze, dan daalt zijn noemer en haalt hij de norm niet. Wij vinden het niet aanvaardbaar dat een ondernemer die substantieel minder dieren houdt zijn fosfaatrechten zou moeten aanhouden om aan de norm te voldoen. Daarom bevat artikel 4.35 voor deze bedrijven een uitweg: het eerste lid stelt de norm buiten toepassing bij een afname van ten minste vijftig procent ten opzichte van 2019, en het tweede lid maakt een maatwerkvoorschrift mogelijk. Voor die bedrijven hanteren wij dus wel een referentiejaar, terwijl de norm zelf dat niet kent. Wij verwachten dat het grootste deel van de bedrijven de opgave binnen de bestaande bedrijfsvoering met maatregelen kan realiseren.

3.3 Artikel 2.3, tweede lid, van de Omgevingswet

Het gaat om het verminderen van de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Drenthe, zodat de instandhoudingsdoelstellingen binnen bereik komen en de toestemmingverlening weer op gang komt. Het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe legt dat belang vast en werkt het uit in een opgave per sector en per gebied. De melkveehouderij heeft binnen de landbouw het grootste aandeel in de Drentse ammoniakemissie: van de 6.789 ton landbouwemissie in 2019 komt 3.390 ton voor rekening van de melkveehouderij, waarvan 1.832 ton uit stallen en opslagen. 

De emissie van een individueel bedrijf slaat neer op natuurgebieden die buiten de gemeentegrens en soms buiten de provincie liggen. Een gemeente kan de depositie op die gebieden niet beïnvloeden en beschikt niet over het overzicht van de provinciale opgave dat nodig is om een evenredige bijdrage per bedrijf te bepalen. Twaalf afzonderlijke gemeentelijke normen zouden bovendien leiden tot verschillende eisen voor vergelijkbare bedrijven en tot een norm die per gemeente kan verschillen voor bedrijven die in meerdere gemeenten gronden en vestigingen hebben. 

De norm is nodig voor de uitoefening van provinciale taken en bevoegdheden: de toestemmingverlening voor Natura 2000-activiteiten en de gebiedsgerichte aanpak. Zonder geborgde generieke reductie ontbreekt de onderbouwing die nodig is om die toestemmingverlening weer mogelijk te maken. 

Het programma heeft vijf mogelijkheden voor de norm afgewogen: de totale ammoniakemissie per hectare bedrijfsareaal, een bedrijfsemissieplafond, de stal- en opslagemissies per grootvee-eenheid, per forfaitaire fosfaatexcretie en per fosfaatrecht. Het bedrijfsemissieplafond borgt de emissie het meest zeker, maar vergt een peildatum per bedrijf; het programma wijst dat af vanwege de discussie die een peildatum oproept en vanwege het risico dat latente ruimte wordt opgevuld. De norm per fosfaatrecht houdt rekening met de melkproductie per koe, is verhandelbaar en laat de ondernemer vrij in de wijze waarop hij eraan voldoet. Een lichter instrument in de vorm van alleen een informatieplicht of een melding is niet toereikend, omdat het programma juist vraagt om borging van een resultaat en niet alleen om zicht op de ontwikkeling. Binnen de norm zelf is de last beperkt gehouden: de norm geldt pas vanaf 1 januari 2035, geldt niet als het aantalin Drenthe gehouden stuks melkvee van de melkveehouderij met ten minste vijftig procent is afgenomen ten opzichte van 2019, en gedeputeerde staten kunnen in bijzondere gevallen met een maatwerkvoorschrift een minder strenge norm van toepassing verklaren, mits de totale stal- en opslagemissie vanaf 1 januari 2035 met ten minste dertig procent blijvend is afgenomen ten opzichte van 2019.

3.4 Instrumentkeuze

Gekozen is voor een rechtstreeks werkende regel over een activiteit, met daarnaast een bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. 

Artikel 4.2, tweede lid, van de Omgevingswet, dat regels in de omgevingsverordening alleen toestaat als een instructieregel of instructie niet doelmatig en doeltreffend is, ziet op regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze norm ziet niet op de toedeling van functies aan locaties maar op de emissie van een bedrijf, zodat die bepaling niet van toepassing is. Los daarvan zou een instructieregel de norm afhankelijk maken van de vaststelling van twaalf omgevingsplannen en daarmee van het tempo en de invulling van twaalf gemeenten, terwijl de opgave provinciebreed is belegd en aan een termijn is gebonden.

4 Driftreductie bij de teelt van lelies

Dit besluit betreft niet de vaststelling van het voorbereidingsbesluit zelf — dat is op 9 april 2026 in werking getreden — maar de vaststelling van de wijziging van de omgevingsverordening waarmee de inhoud van dat voorbereidingsbesluit permanent in de omgevingsverordening wordt geborgd. Gedeputeerde staten zijn bevoegd tot deze bestendiging op grond van artikel 10 van het Delegatiebesluit Omgevingsverordening Drenthe 2023. 

In artikel 4.723c. (water en gezondheid: driftreducerende technieken bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen) van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is geregeld dat bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht een techniek toegepast die een driftreductie bereikt van ten minste 75% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c van het Bal. Deze verplichting tot driftreductie tot 75% is genomen met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en het beschermen van de gezondheid. Op grond van artikel 4.6 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.12 van het Bal kunnen Provinciale Staten een maatwerkregel in de provinciale omgevingsverordening opnemen om af te wijken van artikel 4.723c Bal. 

Onder delen van de Drentse bevolking bestaan zorgen over de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op hun eigen gezondheid en die van hun naasten. Daarbij geldt dat er met name zorgen zijn over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de lelieteelt, nu dit in de praktijk vaak een teelt is met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met een bijbehorende hoge milieubelasting. Daarnaast zijn er zorgen over de waterkwaliteit, waarvoor wij samen met onze medeoverheden de doelen uit de Kaderrichtlijn Water moeten behalen. Tevens zijn er zorgen over de eventuele effecten van gewasbeschermingsmiddelen op het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. De meeste Drentse lelietelers passen –mede daarom– op dit moment al technieken toe om een driftreductie van 95% in plaats van de landelijk voorgeschreven 75% te bereiken. Bij andere teelten ligt dit vaak anders, en kan dit bijvoorbeeld betekenen dat gewasbeschermingsmiddelen met werkzame stoffen met minder impact op het milieu en de gezondheid worden vervangen door gewasbeschermingsmiddelen met werkzame stoffen met meer impact, omdat een driftreductie bij deze middelen met meer impact beter haalbaar is. Dit betekent dat bij andere teelten dan lelieteelt een verhoging van de driftreductie niet zonder meer tot een lagere milieubelasting zal leiden. Om die reden wordt de landelijk voorgeschreven driftreductie voor andere teelten dan de teelt van lelies vooralsnog niet provinciaal aangescherpt. In de toekomst kan dit worden heroverwogen indien daarvoor aanleiding wordt gezien. 

Het voorgaande betekent dat een driftreductie van 95% van gewasbeschermingsmiddelen bij de teelt van lelies zowel wenselijk als mogelijk is. Om die reden zijn wij voornemens omnemen wij met dit besluit in de provinciale omgevingsverordening Drenthe een dergelijke bepaling op te nemen waarbij in het geval van de teelt van lelies in afwijking van artikel 4.723c van het Bal een techniek moet worden toegepast die op de locatie waarop de activiteit wordt verricht een driftreductie bereikt van ten minste 95% ten opzichte van een referentietechniek als bedoeld in tabel 4.723c van het Bal. 

Omdat het opnemen van een bepaling in de provinciale omgevingsverordening in de praktijk de nodige tijd kost, bestaat op grond van artikel 4.15 van de Omgevingswet de mogelijkheid om deze verplichting tot driftreductie van 95% voor de teelt van lelies vast te leggen in een voorbereidingsbesluit waarmee de provinciale omgevingsverordening wordt gewijzigd met een voorbeschermingsregel.Omdat het opnemen van een bepaling in de provinciale omgevingsverordening in de praktijk de nodige tijd kost, is deze verplichting tot driftreductie van 95% voor de teelt van lelies eerder op grond van artikel 4.15 van de Omgevingswet vastgelegd in een voorbereidingsbesluit, waarmee de provinciale omgevingsverordening tijdelijk is gewijzigd met een voorbeschermingsregel. Met dit besluit wordt die voorbeschermingsregel vervangen door een definitieve regeling in de omgevingsverordening zelf. Gezien de artikelen 4.14 lid 3 en 4.15 lid 3 van het Bal kan dit door het opnemen van een verbod om zonder melding of zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten. Omdat het gebruik van een driftreductie van minder dan 95% bij de teelt van lelies als onwenselijk wordt gezien en hooguit bij hoge uitzondering en onder bijzondere omstandigheden zal worden toegestaan, is besloten dat hiervoor een omgevingsvergunning nodig is en wordt dus niet gekozen voor een meldingsstelsel.kiezen wij er ook in de omgevingsverordening voor dat hiervoor een omgevingsvergunning nodig is, op grond van artikel 4.4, tweede lid, van de Omgevingswet, en wordt dus niet gekozen voor een meldingsstelsel. 

Het is naar het oordeel van Provinciale Staten in het licht van artikel 2.3 lid 2 Omgevingswet nodig om een provinciale regeling op te stellen en de regeling hiervan niet aan de gemeentebesturen over te laten, omdat en het niet wenselijk, doelmatig of doeltreffend is indien op gemeentelijk niveau eigen regels worden vastgesteld. De meeste lelietelers telen in diverse gemeenten en het is ook voor hen duidelijker dat de regels in heel Drenthe op dit punt gelijkluidend zijn zodat zij niet met verschillende gemeentelijke regelingen te maken krijgen. 

Gezien artikel 4.14 lid 4 en artikel 4.15 lid 3 van het Bal zal de voorbeschermingsregel na anderhalf jaar van rechtswege vervallen. Dit betekent dat voor die tijd een definitieve wijziging van de provinciale omgevingsverordening zal moeten worden aangenomen en in werking treden, opdat de maatregel van 95%-driftreductie in de lelieteelt van kracht zal blijven.Gezien artikel 4.14, vierde lid, en artikel 4.15, derde lid, van de Omgevingswet vervalt de voorbeschermingsregel van rechtswege na anderhalf jaar, dat wil zeggen op 9 oktober 2027. Met dit besluit wordt de definitieve wijziging van de provinciale omgevingsverordening vastgesteld, zodat de maatregel van 95%-driftreductie in de lelieteelt zonder onderbreking van kracht blijft nadat de voorbeschermingsregel is vervallen.

5 Aanpassing kaarten grondwaterbescherming

Op 26 januari 2026 is de definitieve vergunning voor uitbreiding van de drinkwaterwinning Beilen verstrekt en op 5 juni 2026 is de bestaande vergunning geactualiseerd. Omdat de maximaal te onttrekken hoeveelheid water van 4 miljoen m3 per jaar naar 5 miljoen m3 per jaar is uitgebreid, is er een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd om de effecten van deze uitbreiding vast te stellen. Hierbij is ook nieuwste kennis van de bodemopbouw en hydrologie gebruikt. Uit dit geohydrologisch onderzoek blijkt dat de huidige beschermingsgebieden rond winning Beilen deze winning in onvoldoende mate beschermen. Vanuit de wettelijk taak om drinkwaterwinningen te beschermen is het dus van groot belang om de nieuwe beschermingsgebieden vast te stellen. 

De nieuwe beschermingsgebieden zijn vastgesteld op basis van de nieuw berekende effecten (100-jaars zone / intrekgebied) van winning Beilen. Daarnaast is het voornemen om deze nieuwe beschermingsgebieden vast te stellen als onderdeel van de vergunningprocedure, tijdens een bewoners avond op 2 oktober 2025 met belanghebbenden en omwonenden gedeeld.

Bijlage 1 – NNN verschillenkaart met motivering

In deze bijlage worden de wijziging van het NNN genummerd weergegeven met daarbij een motivering waarom wordt voorgesteld de begrenzing te wijzigen. 

afbeelding binnen de regeling

Wijziging

Omschrijving

Erbij (ha)

Eraf (ha)

1

Natuurmonumenten heeft verzocht om twee landbouwpercelen tussen de weg en het Friesche Veen als NNN te begrenzen. Hiermee ronden wij het NNN logisch af en ontstaan betere mogelijkheden voor hydrologisch herstel en versterking van de ecologische samenhang rond het Friesche Veen. Tegelijkertijd ontgrenzen wij 2,8 hectare die niet bijdraagt aan deze afronding: de parkeerplaats bij Loetje en het bosje tussen de woningen aan de zuidzijde van Vennebroek.

2,0

2,8

2

In het gebiedsproces Peizerdiep zijn afspraken gemaakt om een perceel van Staatsbosbeheer te ontgrenzen, zodat een grondruil met een agrariër in het gebied mogelijk wordt. Met deze grondruil kan een deel van het Peizerdiep worden ingericht voor natuur. Het te ontgrenzen natuurperceel wordt gecompenseerd in Achter het Hout bij Norg. Deze toevoeging sluit aan op het bestaande NNN en versterkt daar de samenhang en robuustheid van het natuurnetwerk.

8,6

3,9

3

Natuurmonumenten heeft verzocht om één perceel dat grenst aan Schansduinen, als NNN te begrenzen. Het perceel ligt in de ecologische verbinding 12 Roderesch-Een-Bakkerveen en vormt daarmee een belangrijke schakel. Met de begrenzing verbeteren wij de verbinding tussen natuurgebieden.

4,5

 

4

Een aantal woningen met daarachter gelegen landbouwpercelen maakt deel uit van het NNN. Deze percelen liggen buiten het beekdal, sluiten daardoor niet logisch aan op de natuuropgave in het gebied en dragen onvoldoende bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN. Daarom stellen wij voor om juist deze percelen te ontgrenzen.

 

8,5

5

De natuurgebieden rondom Assen zijn gedeeltelijk als NNN begrensd. Het gaat om bestaande natuurterreinen, waaronder percelen van Stichting Landgoed Valkenstijn, waarvan de feitelijke situatie nog niet overal overeenkomt met de NNN-begrenzing. Door ontbrekende delen toe te voegen, vullen wij gaten op en ontstaat een robuuster en samenhangender netwerk. Tegelijkertijd ontgrenzen wij circa 0,9 hectare vanwege grenscorrecties, zodat de begrenzing logisch aansluit op de feitelijke terreinsituatie.

55,2

0,9

6

Wij hebben vakantiepark Landal Roodewoud ontgrensd. Het terrein is in gebruik als vakantiepark, ligt aan de rand van het NNN en sluit niet aan op omliggende natuurgebieden. Daardoor draagt het niet bij aan de robuustheid en samenhang van het NNN.

 

2,8

7

Wij begrenzen het natuurgebied langs de Anderenseweg als NNN. Samen met een grondeigenaar is het laatste landbouwperceel in dit gebied bebost, waardoor een aaneengesloten natuurgebied is ontstaan en hierdoor een bijdrage aan leefgebied voor soorten. De begrenzing versterkt daarmee de samenhang en robuustheid van het NNN. Daarnaast brengen wij de begrenzing in overeenstemming met de afspraken die met de eigenaren zijn gemaakt in het kader van de groenruil.

19,1

 

8

Wij ontgrenzen vakantiepark De Lente van Drenthe en bungalowpark De Kremmer. Deze percelen liggen aan de rand van Boswachterij Gieten-Borger en waren slechts gedeeltelijk als NNN begrensd. Door het gebruik als vakantiepark en de ligging aan de buitenrand dragen zij niet bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN.

 

9,9

9

Mandelanden bij Borger vormt het brongebied van de Hunze. Aangrenzend liggen enkele landbouwpercelen die als NNN zijn begrensd. Deze percelen maken noch deel uit van het beekdal, noch van de natuuropgave. Daarom stellen wij voor om de percelen te ontgrenzen.

 

4,0

10

Tussen Valthe en Weerdinge ligt een landbouwgebied met enkele woningen en huiskavels dat als NNN is begrensd. De woonerven en huiskavels hebben geen natuurfunctie, sluiten niet logisch aan op de natuuropgave en dragen daardoor onvoldoende bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN. Daarom ontgrenzen wij dit gebied.

 

7,7

11

Een terrein van het Waterwinbedrijf Drenthe bij het Valtherbos is als NNN begrensd. De aanwezige waterpartijen zijn kunstmatig aangelegd voor waterzuivering en hebben geen natuurfunctie. Daardoor draagt het terrein onvoldoende bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN. Daarom ontgrenzen wij dit gebied.

 

2,6

12

Staatsbosbeheer heeft onlangs, grenzend aan de Boswachterij Sleenerzand, een perceel bos aangelegd. Het bos draagt bij aan extra leefgebied voor soorten en draagt bij aan robuust NNN. Daarom begrenzen wij het perceel als NNN.

5,4

 

13

Wij begrenzen een bosperceel in De Fliers, nabij Wezup, als NNN. Het perceel vormt een belangrijke ecologische stapsteen tussen Boswachterij Sleenerzand en de natuurgebieden in het beekdal van het Drostendiep en versterkt daarmee de samenhang van het NNN.

3,4

 

14

Op verzoek van Staatsbosbeheer en Waterschap Drents Overijsselse Delta begrenzen wij het beekdal van de Westerborkerstroom als NNN. Het beekdal bestaat uit een kleinschalig en ecologisch waardevol landschap met een afwisseling van hooilanden en oude landschapselementen. Door dit gebied opnieuw te begrenzen, versterken wij de samenhang en kwaliteit van het NNN. De percelen waren bij de herijking van de EHS in het verleden ontgrensd, maar zijn al geruime tijd als natuur in gebruik.

60,8

 

15

Op verzoek van Landgoed De Kaamp begrenzen wij enkele percelen als NNN. Het landgoed ligt ten zuiden van het Mantingerbos. Door de begrenzing van dit landgoed wordt het NNN robuuster.

11,9

 

16

Vakantiepark Sonnevanck was gedeeltelijk als NNN begrensd. Het gebied heeft vanuit natuuroogpunt weinig meerwaarde door het gebruik als vakantiepark, is gelegen aan de rand van het NNN en draagt niet bij aan de robuustheid van het NNN. Daarom ontgrenzen wij dit gebied.

 

4,5

17

Aan de noordzijde van het Dwingelderveld, ten noorden van de Lheebroekerzandweg zijn een tweetal percelen van het landbouwgebied als NNN begrensd. De provincie heeft hier geen natuuropgave en de percelen dragen niet bij aan het robuust maken van het NNN. Daarom stellen wij voor om de percelen te ontgrenzen.

 

11,8

18

Een deel van camping/vakantiepark De Reeënwissel is als NNN begrensd. Het gebied heeft vanuit natuuroogpunt weinig meerwaarde door het gebruik als vakantiepark, is gelegen aan de rand van het NNN en draagt niet bij aan de robuustheid van het NNN. Daarom stellen wij voor om de percelen te ontgrenzen.

 

6,3

19

Op verzoek van Natuurmonumenten en een particuliere eigenaar begrenzen wij aan de noordzijde van het Holtingerveld enkele percelen als NNN. Deze toevoegingen dragen bij aan het hydrologisch herstel en een robuuste afronding van het Holtingerveld. Daarnaast ontgrenzen wij een landbouwperceel dat voor deze doelen niet nodig is. Zo ontstaat een logische begrenzing die aansluit op de ecologische opgave en de feitelijke situatie in het veld.

21,6

7,7

20

Het betreft een landbouwgebied in de benedenloop van de Wapserveensche Aa. Door de ligging benedenstrooms hebben natuur- en hydrologische maatregelen hier nauwelijks effect op het herstel van hoger gelegen natuurgebieden, zoals het Drents-Friese Wold. Het gebied heeft daarom geen actuele of toekomstige functie binnen de provinciale natuuropgave en draagt onvoldoende bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN. Daarom stellen wij voor om de percelen te ontgrenzen.

 

108,3

21

Schier is een es bij Havelte. Aan de rand van de es liggen esbosjes. Deze oude bossen zijn zeer waardevol, maar zijn slechts gedeeltelijk als NNN begrensd. Staatsbosbeheer heeft verzocht om de esbosjes volledig als NNN te begrenzen. Door de bosjes te begrenzen als NNN, wordt het NNN hier robuuster.

9,5

 

22

Wij ontgrenzen een landbouwperceel naast natuurgebied Broekhuizen. Het perceel heeft geen functie binnen de provinciale natuuropgave en is niet nodig voor de samenhang of robuustheid van het NNN. De eigenaren beheren het perceel via het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb), waardoor de natuurwaarden ook zonder NNN-begrenzing worden ondersteund. Daarom is een NNN-begrenzing hier niet noodzakelijk.

 

7,7

23

Wij begrenzen een nieuw aangelegd bos van een particuliere eigenaar als NNN. Het perceel sluit direct aan op bestaand bos binnen het NNN en vergroot daarmee het aaneengesloten natuurareaal. Hierdoor worden de samenhang en robuustheid van het NNN versterkt en brengen wij de begrenzing in overeenstemming met de feitelijke natuursituatie.

2,1

 

24

Twee particuliere eigenaren willen op hun percelen bos realiseren. Omdat deze percelen direct aansluiten op het bosgebied Hollandscheveld, begrenzen wij ze als NNN. De bosaanleg vergroot het aaneengesloten natuurareaal en zorgt voor een robuuste en logische afronding van het gebied. Een perceel van een andere particuliere eigenaar ontgrenzen wij, omdat de voorgenomen bosaanleg daar niet doorgaat en het perceel daardoor geen functie meer heeft binnen de natuuropgave.

4,0

11,7

25

Wij ontgrenzen een landbouwperceel nabij Gees. Het perceel ligt aan de noordzijde van de Plagmadijk en maakt deel uit van een groter landbouwgebied. Door de geïsoleerde ligging buiten het samenhangende natuurgebied draagt het onvoldoende bij aan de robuustheid en samenhang van het NNN.

 

2,6

26

Het landbouwperceel was vanwege een mogelijke inrichting opgenomen als onderdeel van Buffer Noord. Bij de verdere uitwerking bleek het perceel niet nodig voor de inrichting en levert het geen wezenlijke bijdrage aan de natuur- en hydrologische doelen van het NNN. Het perceel is inmiddels in het kader van een kavelruil overgedragen aan een agrariër. Daarom ontgrenzen wij het perceel.

 

7,6

27

Wij ontgrenzen de woonerven rondom Weitenveen. Het betreft percelen buiten de kade die feitelijk geen natuurfunctie hebben en veelal als tuin bij woningen in gebruik zijn. Deze percelen dragen niet bij aan de samenhang en robuustheid van het NNN. Met de ontgrenzing brengen wij de begrenzing in overeenstemming met het feitelijke gebruik.

 

11,7

28

Wij begrenzen de provinciale boscompensatie langs de ecologische verbinding Koelveen als NNN. De bosaanleg sluit aan op de ecologische verbindingszone en versterkt deze door extra leefgebied, dekking en een meer aaneengesloten route voor soorten te creëren. Daarmee verbetert de samenhang tussen de omliggende natuurgebieden.

8,8

 
 

Grenscorrecties: kleine, hoofdzakelijk topografische wijzigingen waarmee wij de NNN-begrenzing beter laten aansluiten op herkenbare grenzen in het veld. Zo leggen wij grenzen waar mogelijk langs wegen, watergangen en perceelsranden.

49,6

43,5

 

Totaal

266,5

266,5

Bijlage 2 – Kaartbeeld grondwaterbeschermingsgebieden

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 3 – Kaartbeeld cultuurhistorie

afbeelding binnen de regeling
Naar boven