Provinciaal blad van Drenthe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 14839 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drenthe | Provinciaal blad 2026, 14839 | beleidsregel |
Exploitatieplan provincie Drenthe
Gedeputeerde Staten van Drenthe;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
het beleidsmatig kader voor het beheer en de verpachting van provinciale grond is vastgelegd in de Nota grondbeleid Drenthe, vastgesteld door Provinciale Staten op 3 april 2024. Hierin is uitgewerkt op welke wijze de provincie haar grondpositie inzet ter ondersteuning van provinciale opgaven in het landelijk gebied, zoals natuurontwikkeling, landbouwstructuurverbetering, bodem en water;
De provincie heeft grond in bezit voor de realisatie van verschillende opgaven in het landelijk gebied. De gronden zijn gelegen in het Natuurnetwerk (NNN) of daarbuiten, de ruilgronden. Gronden waar wij zuinig op moeten zijn, omdat zij bepaalde natuurwaarden bevatten of omdat ze moeten kunnen worden ingezet als ruilgrond. Deze gronden worden (kortlopend) verpacht of op een andere wijze tijdelijk in gebruik gegeven.
In afwijking van de afgelopen jaren, waarin het exploitatieplan een product was van Prolander, wordt het exploitatieplan opgesteld en vastgesteld door de provincie Drenthe. Er wordt een striktere scheiding aangebracht tussen beleid (provincie) en uitvoering (Prolander). Het beleid en de voorwaarden van de exploitatie zijn in dit plan verwoord en worden door Gedeputeerde Staten (GS) vastgesteld.
De uitvoering hiervan, waaronder het beheer en de gronduitgifte, is belegd bij Prolander en vindt plaats binnen een afzonderlijk uitvoeringskader.
Dit exploitatieplan vormt dus het beleidsmatig kader voor de tijdelijke inzet van provinciale gronden en wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringskader van Prolander.
De provincie koopt gronden aan voor de realisatie van haar opgaven in het landelijk gebied. Als de gronden een agrarische bestemming hebben worden deze op verschillende manieren ingezet. Als ze binnen het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN) liggen, worden deze omgevormd naar natuur. Buiten NNN worden deze als ruilgrond of als landingslocatie voor een verplaatsende boer gebruikt.
De provincie koopt gronden aan om zij mogelijk later weer in een gebiedsproces te kunnen inzetten.
Dit exploitatieplan geeft richting aan het tijdelijk beheer en de uitgifte van provinciale gronden, inclusief pacht, gebruik en aanverwante vormen van inzet.
Grond is een middel om provinciale doelen te realiseren.
De voorbereiding van gebiedsprocessen kost tijd. In de tijd tussen het aankopen van de grond en het inzetten in een gebiedsproces wordt de grond tijdelijk verpacht aan agrariërs. Hiermee wordt voorzien in doelmatig beheer en blijft de grond langer beschikbaar voor de landbouw.
2. BELEIDSMATIG EN WETTELIJK KADER
Het wettelijk kader voor de verpachting van provinciale grond is de geldende Europese en landelijke wet- en regelgeving en bijbehorende jurisprudentie.
Hierbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met het pachtrecht zoals opgenomen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (waaronder de geliberaliseerde pacht ex artikel 7:397 BW), alsmede met jurisprudentie omtrent transparante en non-discriminatoire gronduitgifte (Didam-arrest).
Daarnaast zijn algemene beginselen van behoorlijk bestuur, staatssteunregels en aanbestedingsrechtelijke uitgangspunten richtinggevend bij de inrichting van het pachtbeleid.
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving, waaronder de voorgenomen herziening van het nationale pachtstelsel door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid en Natuur, worden gevolgd en kunnen aanleiding vormen tot aanpassing van het pachtbeleid. De herziening bevindt zich ten tijde van vaststelling nog in voorbereiding en heeft op dit moment geen directe doorwerking in het beleid.
Het beleidsmatig kader voor het beheer en de verpachting van provinciale grond is vastgelegd in de Nota grondbeleid Drenthe, vastgesteld door PS op 3 april 2024. Hierin is uitgewerkt op welke wijze de provincie haar grondpositie inzet ter ondersteuning van provinciale opgaven in het landelijk gebied, zoals natuurontwikkeling, landbouwstructuurverbetering, bodem en water.
Het Grondstrategieplan Landelijk Gebied (GSP) beschrijft de werkwijze om de door PS vastgestelde doelen en de wettelijke doelen voor het landelijk gebied te bereiken.
Het exploitatieplan vormt de beleidsmatige uitwerking van het grondbeleid voor de tijdelijke uitgifte van gronden. In het exploitatieplan worden de kaders, uitgangspunten en voorwaarden voor verpachting nader geconcretiseerd en door GS vastgesteld.
Het provinciale beleid voor het landelijk gebied is sturend voor het tijdelijk beheer van provinciale gronden. Beleidsdoelen worden vertaald naar toetsbare randvoorwaarden voor tijdelijk gebruik, zodat de inzet van gronden via pacht (en mogelijk andere gebruiksvormen) bijdraagt aan provinciale opgaven.
Voor alle vastgoedtransacties waarbij de provincie betrokken is, gelden de uitgangspunten van marktconformiteit, transparantie, openbaarheid en rechtmatigheid. Integriteit wordt op ambtelijk en bestuurlijk niveau geborgd door middel van vastgestelde procedures en scheiding van rollen tussen beleid en uitvoering. De provincie werkt uitsluitend samen met integere partijen en borgt dit onder meer via toepassing van relevante wettelijke instrumenten (wet Bibob).
Grondbezit brengt rechten en verplichtingen met zich mee. Onder het tijdelijk beheer vallen, naast verpachting, ook andere gebruiksrechten die samenhangen met het eigendom en het publieke belang.
Daarnaast wordt aangesloten bij de uitgangspunten en maatregelen uit het vastgestelde Plan van Aanpak Invasieve Exoten 2026-2030.
Het beheer van provinciale gronden die zijn verworven ten behoeve van gebiedsprocessen omvat agrarische gronden, natuurgronden en overige gronden. Binnen dit beheer wordt onderscheid gemaakt tussen gronden die tijdelijk inzetbaar zijn en gronden die dat, gelet op hun bestemming of gebruik, niet zijn. Het beheer is belegd bij Prolander. Prolander handelt binnen de door de provincie gestelde beleidskaders.
De tijdelijke uitgifte van gronden vindt voornamelijk plaats via pacht, binnen de kaders van het provinciale beleid en het geldende wettelijke kader.
De provincie biedt ruimte voor innovatieve toepassingen en ontwikkeling van beleid door middel van pilots en initiatieven op het gebied van onder meer natuurontwikkeling en toekomstbestendige landbouw. In het uitvoeringskader wordt hiervoor een nadere uitwerking gegeven met een maximum van 10% van het totale areaal. In dergelijke gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van reguliere uitgiftesystematiek.
De provincie stelt de hoofdlijnen vast voor de systematiek van de gunning en toewijzing, waaronder de te hanteren criteria en de wijze van weging. De nadere uitwerking van het proces vindt plaats binnen het uitvoeringskader van Prolander. Onder ‘toestemming van de provincie’ wordt mede begrepen toestemming die binnen het mandaat van Prolander wordt verleend.
De uitgifte en het gebruik van provinciale gronden vinden plaats op basis van de volgende uitgangspunten.
Als dit mogelijk en beleidsmatig wenselijk is, en er geen behoefte bestaat aan flexibele inzet van de grond, kan worden gekozen voor meerjarige geliberaliseerde pacht. Daarbij wordt een tussentijdse opzeggingsmogelijkheid opgenomen op basis van objectieve criteria, zoals verkoop of inrichting van de grond. In beginsel wordt maximaal vier jaar achtereen aan dezelfde pachter toegewezen.
Beheer- en gebruiksvoorwaarden
Bij het stellen van gebruiksvoorwaarden wordt onderscheid gemaakt naar de ligging en functie van gronden, waaronder het onderscheid tussen gronden binnen en buiten het NNN (zie bijlage 1 en 2). Voor alle provinciale gronden geldt een restrictief beleid ten aanzien van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Het gebruik van glyfosaat is niet toegestaan, tenzij vooraf schriftelijke toestemming is verleend voor een pleksgewijze toepassing onder voorwaarden.
Landschapselementen, zoals poelen, esranden, oeverwallen, ruggen, kommen, solitaire bomen en rijen van bomen en/of struiken op of binnen de perceelsgrenssloten, maken integraal onderdeel uit van de pachtverplichting. Deze elementen dienen in stand te worden gehouden. Als tijdens het pachtjaar schade ontstaat, is de pachter verantwoordelijk voor herstel conform de eisen van de verpachter.
Voor reeds ingerichte gronden, of gronden die binnen het lopende seizoen worden ingericht, kunnen (al dan niet meerjarige) beheerafspraken met de pachter worden overeengekomen. In dat kader kunnen beschikbare SNL-vergoedingen, in overleg, worden ingezet en worden verrekend met de provinciale middelen, onder aftrek van de eigenaarslasten. De hiervoor geldende regeling vormt ook de basis voor het beschikbaar stellen van de betreffende subsidiemiddelen.
De algemene uitgangspunten uit paragraaf 5.2 worden vertaald naar gebruiksvoorwaarden per grondcategorie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ruilgronden buiten het NNN en gronden binnen het NNN. De concrete voorwaarden zijn opgenomen in de bijlagen.
3.3.1 Gebruiksvoorwaarden ruilgrond (buiten NNN)
Voor gronden buiten het NNN staat het behoud van de landbouwkundige functie centraal, in combinatie met het beperken van negatieve effecten op bodem, water en biodiversiteit. Gebruik van deze gronden vindt plaats onder voorwaarden die zijn gericht op duurzaam bodembeheer, beperking van milieubelasting en het behoud van landschappelijke en ecologische waarden.
In bijlage 1 zijn de gebruiksvoorwaarden buiten het NNN weergegeven.
3.3.2 Gebruiksvoorwaarden gronden binnen het NNN
Voor gronden binnen het NNN zijn gebruiksvoorwaarden primair gericht op de realisatie van natuurdoelen, zoals vastgelegd in het vigerend natuurbeheerplan, vooruitlopend op de realisatie van Nieuwe Natuur. Het gebruik van deze gronden vindt plaats onder voorwaarden die aansluiten bij de beoogde natuurdoelen en kan variëren afhankelijk van het type beheer en de ontwikkelingsfase van de gronden. Voor gronden binnen het NNN kunnen specifieke (meerjarige) beheerafspraken worden gemaakt, passend bij de natuurdoelstelling en beschikbare instrumenten.
Binnen het NNN is het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Daarnaast geldt voor alle provinciale gronden een restrictief beleid ten aanzien van het gebruik van glyfosaat. Slechts in uitzonderlijke gevallen en na schriftelijke toestemming van de provincie kan hiervan worden afgeweken.
In bijlage 2 zijn de gebruiksvoorwaarden binnen het NNN weergegeven.
De uitgifte van pachtgronden vindt in beginsel plaats via een openbare en transparante procedure, waarbij gelijke kansen worden geboden aan geïnteresseerde partijen.
Belangstellenden kunnen zich aanmelden via een daartoe ingericht registratiesysteem. Deelname aan de procedure geldt als uitgangspunt voor toewijzing van pachtgrond. Wanneer hiervan wordt afgeweken, worden aanvragen die buiten de reguliere procedure zijn ingediend met lagere prioriteit beoordeeld. De gunning van gronden vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde, objectieve en toetsbare criteria. Deze criteria zijn gericht op een doelmatige en rechtmatige inzet van gronden en sluiten aan bij provinciale beleidsdoelstellingen, waaronder duurzaamheid, landbouwstructuur en gebiedsgerichte opgaven.
Gronden worden in beginsel uitsluitend toegewezen aan grondgebonden agrarische bedrijven die een Gecombineerde Opgave hebben ingediend. Het is daarom van belang dat de belangstellende bij zijn inschrijving het KvK-nummer vermeldt dat wordt gebruikt voor de Gecombineerde Opgave, inclusief de daarbij behorende SBI-code.
Uitgangspunt van de provincie is om de beschikbare gronden onder een zo groot mogelijke groep agrarische ondernemers te verdelen. Om die reden komt per agrarisch bedrijf waarvoor een afzonderlijke Gecombineerde Opgave wordt ingediend maximaal 15 ha grond voor toewijzing in aanmerking. Om praktische knelpunten in de toewijzing te voorkomen, wordt een marge van maximaal 5 ha gehanteerd. Indien de eigendomspercelen van de belangstellende zijn geregistreerd onder een ander KvK-nummer dan het KvK-nummer dat wordt gebruikt voor de Gecombineerde Opgave, dient dit op het belangstellingsregistratieformulier te worden vermeld.
Een kadastraal eigendomsrecht waarop een erfpachtrecht rust, wordt bij de analyse ten behoeve van de grondtoewijzing buiten beschouwing gelaten.
Bij de beoordeling kan de provincie nadere informatie opvragen om de relatie tussen KvK-nummers, eigendomspercelen en de ingediende Gecombineerde Opgave vast te stellen.
De besluitvorming over de toewijzing van gronden is transparant en navolgbaar ingericht. Belangstellenden worden schriftelijk geïnformeerd over de uitkomst van de procedure.
De provincie hanteert als uitgangspunt dat pachtcontracten worden aangegaan binnen de geldende juridische kaders. Daarbij wordt gestreefd naar een passende balans tussen flexibiliteit en continuïteit in het gebruik van gronden, in lijn met de beleidsdoelstellingen.
De uitvoering van de gunning, inclusief de toepassing van de vastgestelde criteria en procedures, is belegd bij Prolander en vindt plaats binnen het uitvoeringskader.
Om te waarborgen dat pachtgronden in hoofdzaak ten goede komen aan agrarische bedrijven in de nabijheid van het perceel, wordt het vestigingsadres zwaarder gewogen dan kadastraal bezit. Hiermee wordt strategisch grondgebruik op grotere afstand minder interessant en wordt bijgedragen aan een evenwichtige en gebiedsgerichte verdeling van pachtgronden.
De toewijzing van gronden vindt plaats op basis van criteria die objectief meetbaar en toetsbaar zijn. Bij de toepassing wordt gestreefd naar een evenwichtige afweging, waarbij bedrijfseconomische aspecten (ligging en afstand) als de bijdrage aan provinciale doelen (zoals natuur, water, duurzaamheid) een rol spelen. Deze criteria kunnen dus onder meer betrekking hebben op:
De provincie bepaalt de hoofdlijnen van de te hanteren toewijzingscriteria en de onderlinge weging ervan. De nadere uitwerking en toepassing van de toewijzingscriteria vindt plaats binnen het uitvoeringskader.
De provincie geeft gronden uit in geliberaliseerde pacht, waarbij de pachtprijs vrij kan worden vastgesteld binnen de geldende wettelijke kaders.
De pachtprijs is marktconform. Daarbij geldt dat de provincie geen doelstelling heeft tot opbrengstmaximalisatie, maar primair stuurt op een doelmatige inzet van gronden, een goede pachtrelatie en zorgvuldig beheer van haar eigendommen.
De provincie waarborgt de marktconformiteit van pachtprijzen door periodieke toetsing door onafhankelijke deskundigen. Op basis hiervan kunnen bandbreedtes worden vastgesteld die richting geven aan de prijsstelling.
Bij de bepaling van de pachtprijs kan rekening worden gehouden met gebied specifieke omstandigheden, zoals gebruiksbeperkingen, kwaliteit van de grond en beheervoorwaarden. Dit kan aanleiding geven tot differentiatie in de pachtprijs.
De provincie ziet toe op de naleving van de in pachtovereenkomsten opgenomen voorwaarden. Het toezicht op het gebruik van gronden vindt plaats op een wijze die aansluit bij de aard en het doel van het gebruik, waarbij zowel eigen medewerkers als externe partijen kunnen worden ingezet.
De naleving van gebruiks- en contractvoorwaarden wordt juridisch geborgd in de pacht- en gebruiksovereenkomsten. Bij niet-naleving kan de provincie gebruik maken van contractuele handhavingsinstrumenten. De provincie hanteert hierbij een stapsgewijze benadering, waarbij afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding passende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit financiële sancties en, indien daartoe aanleiding bestaat, uitsluiting van deelname aan toekomstige pachtuitgifte.
De nadere uitwerking van toezicht en handhaving vindt plaats binnen het uitvoeringskader en de contractvorming.
7. Jacht, beheer en schadebestrijding
De provincie stelt jacht, beheer en schadebestrijding zodanig in dat deze bijdragen aan een doelmatig beheer van provinciale gronden en aansluiten bij wettelijke en ecologische kaders.
Het jachtrecht wordt in beginsel voor een langere termijn en gebiedsgericht verhuurd via de daarvoor aangewezen Wildbeheereenheden (WBE’s). Beheer en schadebestrijding maken hier onderdeel van uit en worden uitgevoerd in samenhang met het gebruik van de gronden.
De provincie borgt daarbij continuïteit in deze rechten. Bij aan- en verkoop van gronden worden bestaande jachtrechten gerespecteerd en overgedragen conform geldende juridische uitgangspunten.
Voor gronden binnen Natura 2000-gebieden geldt een aangepaste benadering, waarbij jacht beperkt wordt en uitsluitend plaatsvindt voor zover dit noodzakelijk is voor beheer en schadebestrijding en past binnen de natuurdoelstellingen. Voor het gebruik van jachtrechten wordt een passende vergoeding gevraagd.
Voor de TLGD-opgave wordt hetzelfde jachtbeleid gehanteerd als binnen de NNN-opgave.
De provincie is eigenaar van de gebouwen en erven die zijn verworven in het kader van haar gebiedsopgaven. Namens de provincie verzorgt Prolander het beheer van de gebouwen. Het doel is om het vastgoed op een slimme en efficiënte manier in te zetten, met oog voor kwaliteit, kosten en toekomstige mogelijkheden.
Prolander verzekert minimaal de te behouden gebouwen (woonhuis en eventueel karakteristieke bijgebouwen) tegen herbouwwaarde en overige bijgebouwen tegen milieuschade (bijvoorbeeld asbest opruimen na brand en dergelijke).
Bij verwerving van gebouwen wordt zo spoedig mogelijk bepaald wat het beoogde gebruik of de bestemming is. Uitgangspunt is dat tijdig duidelijkheid wordt gecreëerd over het toekomstperspectief, om risico’s en beheerkosten te beperken. Het beheer van gebouwen is afhankelijk van het doel van de aankoop en kan bestaan uit behoud, hergebruik of sloop. Hierbij wordt gestuurd op het voorkomen van waardeverlies en het beheersen van onderhouds- en verzekeringsrisico’s.
Gebouwen zijn uit te splitsen in woonhuizen en bedrijfsgebouwen.
Indien woonhuizen niet direct worden ingezet voor de beoogde opgave, kan tijdelijk gebruik door derden worden toegestaan, mogelijk via een leegstandsbeheerder. Dit gebeurt onder voorwaarden die aansluiten bij het tijdelijke karakter van het gebruik en waarbij juridische en financiële risico’s worden beperkt.
Bij bedrijfsgebouwen is het uitgangspunt dat het niet in bruikleen wordt gegeven in verband met de verzekeringsvoorwaarden en risico op het claimen van pacht. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk bij tijdelijke inzet vanuit maatschappelijk oogpunt of het realiseren van provinciale doelen. Een dergelijke uitgifte wordt eerst bestuurlijk voorgelegd.
De nadere uitwerking van het vastgoedbeheer vindt plaats binnen het uitvoeringskader van Prolander.
Gedeputeerde Staten voornoemd,
drs. A.H. Mulder, voorzitter
W.F. Brenkman MSc, secretaris
Assen, 25 augustus 2026
Kenmerk 4.3/2026001178
Bijlage 1 Gebruiksvoorschriften gronden buiten het NNN
Voor de gronden buiten het NNN is het verplicht om onderstaande bijzondere voorwaarden op te nemen.
Indien nodig wordt op een hoogte van minimaal 20 cm gemaaid, in de periode 1 september tot 1 maart, met inachtneming van de volgende uitgangspunten:
maaien gaat uitsluitend in overleg met de beheermedewerker/het AND om zo verruiging tegen te gaan en alleen ingeval van onkruidprobleem. Onderzoek de bufferstrook regelmatig of er sprake is van onkruiddruk. Beheer onkruid meteen. Als de onkruiddruk te hoog wordt, direct melden en ga in overleg met de beheermedewerker/het AND. Maaisel hoeft niet te worden afgevoerd;
er worden in principe geen bestrijdingsmiddelen gebruikt op de beheereenheid, echter naast maaien is beperkt gebruik van herbiciden soms noodzakelijk. In ANLb is tot 5% pleksgewijs zonder melding mogelijk, volvelds alleen na invullen protocol en goedkeuring/controle door AND/Beheermedewerker. Mogelijkheid tot bespuiting is van belang om te voorkomen dat, binnen een aantal jaren de randen zo sterk verruigd zijn dat akkerranden/gewassen er niet meer op zullen slagen;
de beheereenheid dient zo weinig mogelijk te worden bereden. Alleen bij (sloot) beheer, waarbij de uitvoering van slootbeheer en maaien van het talud na 1 september plaatsvindt. De slootbagger van hooguit één slootkant mag op de rand worden gedeponeerd. De voorkeur heeft afvoer of verspreiding over het land en niet op de rand; Uitsluitend pleksgewijze mechanische onkruidbestrijding is toegestaan bij haarden van akkerdistel, ridderzuring, haagwinde, heermoes, kleefkruid, kweek, melganzevoet, bijvoet of Japanse duizendknoop;
De beheereenheid dient zo weinig mogelijk te worden bereden. Alleen bij (sloot)beheer, waarbij de uitvoering van slootbeheer en maaien van het talud na 1 september plaatsvindt. De slootbagger van hooguit één slootkant mag op de rand worden gedeponeerd. De voorkeur heeft afvoer of verspreiding over het land en niet op de rand.
Bijlage 2 Gebruiksvoorschriften gronden binnen het NNN
Gebruiksvoorschriften voor de pachtgronden binnen het NNN zijn:
binnen het NNN is het de pachter niet toegestaan gebruik te maken van chemische gewasbeschermingsmiddelen op het gepachte. Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van verpachter is onder voorwaarden pleksgewijze behandeling met chemische gewasbeschermingsmiddelen mogelijk;
voor het beheer van al ingerichte of in het seizoen in te richten gronden kunnen (eventueel meerjarige) beheerafspraken met de pachter worden gemaakt. De daarvoor geldende SNL-vergoedingen kunnen in overleg worden aangewend en ten laste worden gebracht van de provinciale subsidiemiddelen onder verrekening van de eigenaarslasten. Hiertoe zal jaarlijks een lijst van gronden worden vastgelegd in het exploitatieplan. Deze lijst vormt ook de basis voor het beschikbaar komen van de betreffende subsidiemiddelen;
vooruitlopend op de realisatie van nieuwe natuur, worden voor de gronden binnen de begrenzing van het NNN-gebruiksvoorwaarden in het pachtcontract gehanteerd die zijn afgestemd op de doelen die in het vigerende Natuurbeheerplan zijn aangegeven. De gebruiksvoorwaarden zijn beschreven in verschillende pakketten. Pakket Rood, Blauw & Groen.
Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen
Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen
Gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-14839.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.