Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 1395 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2026, 1395 | beleidsregel |
Wijziging Beleidsregels soortenbescherming Gelderland
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Gelet op artikel 158 van de Provinciewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegende dat in verband met de ontwikkeling van het Soortenmanagementplan en de vaststelling van de handreiking ‘Soortenmanagementplan Gelderland’ de beleidsregel voor het verlenen van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning moet worden geactualiseerd.
I De Beleidsregels Soortenbescherming Gelderland als volgt te wijzigen:
Artikel 2 lid 1 komt als volgt te luiden: Gedeputeerde Staten kunnen aan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in de artikelen 11.37, 11.38, 11.46, 11.47 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving
Er wordt een nieuw artikel 3 ingevoegd onder vernummering van de overige artikelen. Het nieuwe artikel 3 komt als volgt te luiden:
Artikel 3 (tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning op basis van de pre-SMP methodiek);
Bijlage I wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Bijlage 1: soortenmanagementplan
Om de aanvraag om een gebiedsgerichte omgevingsvergunning te kunnen beoordelen, verstrekt de aanvrager een soortenmanagementplan (hierna: SMP). Het SMP bevat in elk geval de volgende informatie:
Een omschrijving van de voorgenomen monitoring en evaluatie voor een periode van 10 jaar (monitoringplan). Gezien de relatieve onbekendheid met de effectiviteit van sommige maatregelen dient het SMP te voorzien in een tussentijdse evaluatie na 5 jaar. Voor zover hieruit zou blijken dat maatregelen tekortschieten, worden aanvullende maatregelen uitgewerkt, zodat het doel alsnog gehaald wordt.
De toelichting op de beleidsregels wordt als volgt gewijzigd:
De artikelsgewijze toelichting op artikel 2 komt als volgt te luiden:
Artikel 2 (gebiedsgerichte omgevingsvergunning)
Bij de inzet van een gebiedsgerichte omgevingsvergunning wordt beoogd een soort duurzaam te beschermen en tegelijk ruimte te verschaffen voor ontwikkelingen waarvan op voorhand nog niet precies duidelijk is hoe, waar en wanneer deze zullen worden uitgevoerd. De aanvrager weet vooraf nog niet precies wat hij tijdens het uitvoeren van activiteiten zal aantreffen. Het is daarbij belangrijk om de meest wezenlijke functionaliteiten van een gebied voor het voortbestaan van de soort in beeld te hebben. Als een soort, afhankelijk van de tijd van het jaar, verschillende gebieden gebruikt dan moeten de verschillende functies afzonderlijk in beeld zijn. Het gaat hierbij dus nadrukkelijk om het behoud van de soort en de gunstige staat van instandhouding. De inventarisatie die aan het soortenmanagementplan voorafgaat, hoeft daarom niet met grote zekerheid ieder individu in beeld te hebben gebracht.
In bijlage 1 zijn de eisen opgenomen waar een soortenmanagementplan aan moet voldoen. Aan deze eisen wordt in ieder geval voldaan, als het soortenmanagementplan wordt opgesteld conform de handreiking ‘Soortenmanagementplan Gelderland’, te vinden via https://www.gelderland.nl/vergunningen/soortenmanagementplanSoortenmanagementplan
Onder de artikelsgewijze toelichting op artikel 2 wordt de volgende toelichting opgenomen op het nieuwe artikel 3, onder vernummering van de overige artikelsgewijze toelichtingen:
Artikel 3 (tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning op basis van de pre-SMP methodiek)
Op grond van artikel 2 kan een gebiedsgerichte omgevingsvergunning worden verleend op basis van een Soortenmanagementplan. Een Soortenmanagementplan heeft echter een ontwikkeltijd van 1-2 jaar en is daarmee niet op korte termijn inzetbaar. Om populaties gebouwbewonende soorten duurzaam in stand te houden én de geambieerde verduurzaming van particuliere woningen mogelijk te maken, is gezocht naar een op korte termijn inzetbare werkwijze die praktisch uitvoerbaar is bij particuliere isolatie en tegelijkertijd de lange termijn oplossing van een Soortenmanagementplan stimuleert.
Uiteindelijk wordt de methodiek ‘pre-SMP’ toegepast om onder voorwaarden een tijdelijke (24 maanden) gebiedsgerichte omgevingsvergunning te kunnen verlenen waarmee gemeenten direct aan de slag kunnen met verduurzaming en tevens de populaties duurzaam in stand blijven.
In artikel 3 zijn verschillende voorwaarden opgenomen waaraan deze tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning moet voldoen. De aanvraag wordt hierbij getoetst aan de rapportage ‘Natuurvriendelijke isoleren van particuliere woningen onder het pre-Soortenmanagementplan’ en bijbehorende bijlagen. Indien aan de eisen wordt voldaan kan de omgevingsvergunning worden verleend. De rapportage is te vinden via Soortenmanagementplan
Voorwaarde 1: Compensatie (kraam)verblijfplaatsen door gemeente
De gemeente beschrijft in een pre-SMP hoe het verlies aan kraamverblijfplaatsen door de gemeente wordt gecompenseerd. Het effect van de verduurzaming en de gemeentelijke compensatietaakstelling wordt door de provincie met de pre-SMP methodiek modelmatig berekend.
Voorwaarde 2: Verplichting tot opstellen Soortenmanagementplan
Omdat op lange termijn deze SMP-werkwijze de meest wenselijke oplossing is, wordt aan de kortetermijnoplossing in de vorm van een pre-SMP de verplichting gekoppeld dat de aanvrager aantoonbaar bezig is met het opstellen van een SMP.
Voorwaarde 3: Aantal en soort deelnemende woningen.
Per CBS-buurt mag maar een maximum aan individuele grondgebonden woningen in particulier eigendom worden geïsoleerd. Dus geen gestapelde woningen in de vorm van een appartementencomplex of flatgebouwen. Het maximale aantal deelnemende woningen over twee jaar tijd wordt onderverdeeld in maximaal twee fasen. Deze beperkingen zijn opgenomen om de gunstige staat van instandhouding niet aan te tasten. Het maximum van het aantal te isoleren woningen per fase volgt uit de handreiking ‘Natuurvriendelijk isoleren van particuliere woningen onder het pre-Soortenmanagementplan’.
Voorwaarde 4: De werkzaamheden worden conform de pre-SMP methodiek uitgevoerd.
In de rapportage en bijbehorende handreiking zijn eisen opgenomen over de activiteiten en de uitvoering daarvan. De verduurzamingmaatregelen moeten conform deze pre-SMP methodiek worden uitgevoerd, anders kan er geen vergunning worden verleend. De rapportage is te vinden via Soortenmanagementplan
In de vierde alinea van de artikelsgewijze toelichting op artikel 5 wordt de zinsnede ‘artikel 5’ vervangen door ‘artikel 6’
In de artikelsgewijze toelichting op artikel 6 wordt de zinsnede ‘artikel 6’ vervangen door ‘artikel 7’.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-1395.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.