Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 december 2025, PZH-2025-882274288, tot wijziging van de Subsidieregeling regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is de looptijd van de Subsidieregeling regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland te verlengen en enkele redactionele en technische verbeteringen aan te brengen;

 

Besluiten:

Artikel I

De Subsidieregeling regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

In artikel 5 vervalt onderdeel d, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt.

 

B.

In artikel 10 wordt, onder verlettering van de onderdelen b tot en met d tot c tot en met e, een onderdeel ingevoegd, luidende:

 

  • b.

    de activiteit is binnen vier jaar na de start van het project uitgevoerd;

C.

Artikel 11 vervalt.

 

D.

Artikel 16 vervalt.

 

E.

In artikel 18 wordt ‘1 januari 2026’ vervangen door ‘1 januari 2032’.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Den Haag, 2 december 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 december 2025, PZH-2025-882274288, tot wijziging van de Subsidieregeling regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland

Algemeen

De Subsidieregeling regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland heeft tot doel netwerken van bedrijven, kennisinstellingen of overheden te versterken ten behoeve van innovatie in Zuid-Holland.

 

De huidige regeling kent een looptijd tot 1 januari 2026. Het is wenselijk deze looptijd te verlengen tot 1 januari 2032, zodat de regeling ook de komende jaren kan worden toegepast. Daarnaast worden enkele redactionele en technische verbeteringen aangebracht, waaronder het schrappen van overbodige bepalingen en het verduidelijken van de looptijd van projecten.

 

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A (artikel 5, onderdeel d)

Onderdeel d van artikel 5 bevatte een weigeringsgrond die bepaalde dat aanvragen werden geweigerd als het subsidiebedrag lager was dan € 50.000 of hoger dan € 400.000. Deze bepaling is overbodig.

In artikel 8, eerste lid, is immers al bepaald dat de maximale subsidiehoogte € 400.000 bedraagt, en uit artikel 8, derde lid, volgt dat geen subsidie wordt verstrekt als het subsidiebedrag minder dan € 50.000 bedraagt. De weigeringsgrond is daarom vervallen.

 

Artikel I, onderdeel B (artikel 10)

In artikel 10 is een nieuwe verplichting opgenomen die bepaalt dat een project binnen vier jaar na de start moet zijn afgerond. Deze bepaling verduidelijkt de uitvoeringsperiode en voorkomt dat projecten te lang blijven doorlopen.

 

Artikel I, onderdeel C (artikel 11)

Artikel 11 bevatte regels voor de verantwoording van verleende subsidies. Deze regels zijn overbodig, omdat de artikelen 4.2 en 4.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland reeds voorzien in de vereisten voor de aanvraag tot subsidievaststelling bij subsidies vanaf € 25.000.

Daarin is geregeld welke stukken moeten worden overgelegd, zoals een inhoudelijk en financieel verslag. Bij bedragen vanaf 125.000,- moet een accountantsverklaring worden overlegd.

 

Artikel I, onderdeel D (artikel 16)

Artikel 16 bevatte overgangsrecht dat betrekking had op subsidies verleend op grond van de voorloper van deze regeling. Aangezien er geen subsidies meer lopen onder die oude regeling, is dit artikel achterhaald en kan het vervallen.

 

Artikel I, onderdeel E (artikel 18)

De looptijd van de regeling wordt verlengd tot 1 januari 2032.

Hierdoor blijft de regeling de komende jaren beschikbaar voor nieuwe subsidierondes.

Naar boven