Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 12469 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 12469 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, houdende vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten (Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026)
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3.1 en 3.2 van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 en de artikelen 1.3, vierde lid, en 1.4, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
Overwegende dat het wenselijk is plant- en diersoorten die van nature niet in Zuid-Holland voorkomen terug te dringen;
Besluiten vast te stellen het volgende besluit:
Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026
In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
beheersen: treffen van maatregelen gericht op het terugdringen van de verspreiding van een invasieve exoot in het geval dat volledige bestrijding niet langer mogelijk is, zoals uittrekken, maaien en (druk)begrazen;
bestrijding: treffen van maatregelen gericht op het volledig en permanent verwijderen van een populatie van de invasieve exoot;
invasieve exoot: soort opgenomen in Bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
Natura 2000 gebied: gebied dat:
door de bevoegde autoriteit van het land waarin het gebied is gelegen is aangewezen als speciale beschermingszone, ter uitvoering van de artikelen 3, tweede lid, onder a, en 4, eerste en tweede lid, van de vogelrichtlijn of de artikelen 3, tweede lid, en 4, vierde lid, van de habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, PbEG 1992, L 206), of
overgangszone: zone van één kilometer rondom een Natura 2000 gebied;
Het deelplafond voor 2026 bedraagt € 300.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 worden ingediend van 1 september 2026 tot en met 30 september 2026.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, komt een activiteit gericht op herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door een of meer invasieve exoten uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien benodigd plant- en zaaigoed dat wordt gebruikt om het ecosysteem weerbaarder te maken tegen exoten, inheems, autochtoon en van regionale afkomst is.
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in elk geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 2.5 van de Asv zijn de volgende kosten niet subsidiabel:
De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,-.
Indien toepassing van het eerste en tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, en het plafond met toekenning van deze aanvragen zou worden overschreden, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald aan de hand van de hoogste scores op achtereenvolgens de volgende criteria:
In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv en in afwijking van de artikelen 1.4, eerste lid, en 1.5 van de Srg heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.
Den Haag, 7 juli 2026
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter
Bijlage 1 behorende bij artikel 11 van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026
Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van 7 juli 2026, PZH-2026-893003132, tot vaststelling van het Openstellingsbesluit bestrijding invasieve exoten Zuid-Holland 2026
In toenemende mate heeft de provincie Zuid-Holland te maken met plant- en diersoorten die hier van nature niet thuishoren. Zij komen met transporten mee, of worden naar ons land gebracht om als plant of huisdier gehouden te worden. Een deel van deze soorten kan zich goed vestigen in onze natuur en kan daar voor problemen zorgen. Denk bijvoorbeeld aan het wegconcurreren van inheemse flora of fauna, belemmering van de doorstroom van watergangen, of aantasting van gebouwen of constructies. In dit geval spreken we van invasieve exoten. Omdat deze invasieve exoten een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit is het van belang deze soorten terug te dringen.
Met het openstellen van deze subsidie verwacht het college van Gedeputeerde Staten invasieve exoten in overgangszones (zones van 1 kilometer rondom Natura 2000 gebieden) effectief terug te dringen. Dit vormt een invulling van hoofdstuk 5 van het Aanvalsplan Exoten Zuid‑Holland1.
Dit openstellingsbesluit is vastgesteld op grond van de Subsidieregeling groen Zuid-Holland 2016 (Srg) en de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in het openstellingsbesluit is vastgelegd, maar in de Srg en de Asv. In de Asv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten. Daarnaast geldt op grond van de Asv een meldingsplicht: als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig of geheel, of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit ingevolge artikel 3.2 van de Asv te melden bij Gedeputeerde Staten. Verder zijn de verplichtingen met betrekking tot de prestatieverantwoording en bevoorschotting en betaling uit de Srg van toepassing.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Het gaat hierbij om planten of dieren die niet zelfstandig, maar door menselijk handelen Nederland hebben kunnen bereiken, en die grote schade toebrengen aan inheemse soorten of risico’s opleveren voor humane of veterinaire gezondheid, hoogwaterveiligheid, hydrologie of economie. In dit openstellingsbesluit zijn de activiteiten beperkt tot invasieve exoten die zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit vanwege de beperkte omvang van de subsidiehoogte.
De aanvrager vermeldt in het aanvraagformulier de volgende informatie:
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
De activiteit bedoeld in het eerste lid vindt plaats in de vorm van bestrijdings- of beheersprojecten in overgangszones. Deze overgangszones bevinden zich rondom Natura 2000 gebieden. Binnen de Natura 2000 gebieden moet het exotenbeheer landen in beheerplannen. Omdat het budget voor exotenbeheer buiten Natura 2000 gebieden beperkt is, richt deze subsidiemogelijkheid zich op deze overgangszones.
Het tweede lid maakt duidelijk dat een project, naast bestrijding of beheersing, ook herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door invasieve exoten kan betreffen. Het nemen van herstelmaatregelen zorgt ervoor dat de kans op nieuwe vestiging van exoten verder afneemt.
Deze doelgroepen hebben als terreineigenaar in verschillende mate te maken met overlast van exoten. Met behulp van deze subsidie kunnen deze grondeigenaren helpen de provinciale doelstellingen te bereiken.
In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv zijn in artikel 6 van dit openstellingsbesluit diverse weigeringsgronden opgenomen.
Onderdeel a, wettelijke of praktische belemmeringen
Hierbij gaat het bijvoorbeeld niet toegestane methoden, of niet toegestane bestrijdingsmiddelen voor het verwijderen van soorten.
De subsidievereisten dienen als waarborg dat de subsidie ten goede komt aan projecten die effect hebben. Het tweede lid bevat de eis dat het voor herstel van biodiversiteit gebruikte plant- en zaaigoed inheems, autochtoon en van regionale afkomst is. Deze eis zorgt ervoor dat inheemse aanplant wordt gestimuleerd, en dat geen exoten worden aangeplant na het verwijderen van exoten.
Artikel 9 Niet-subsidiabele kosten
In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv zijn in artikel 9 van dit openstellingsbesluit enkele soorten kosten opgenomen die niet voor subsidie in aanmerking komen. Voor de kosten in onderdelen a tot en met c spreekt dit voor zich. Voor de kosten in onderdeel d geldt dat deze samenhangen met het beoordelingscriterium bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b (de haalbaarheid van de activiteit). Het leveren van nazorg in de vorm van monitoring levert een hogere score op. Als de kosten daarvoor subsidiabel zouden zijn, zou dit beoordelingscriterium geen waarde hebben.
De activiteit wordt binnen 1 jaar na subsidieverlening gestart en binnen 3 jaar gerealiseerd.
Dit omdat de subsidie is bedoeld voor het aanpakken van exoten. Het betreft geen lange onderzoekstrajecten, maar korter lopende trajecten met concrete output.
Het gevraagde foto- of videomateriaal van de situatie na het project wordt gebruikt om een vergelijking te kunnen maken met de situatie voor het project (artikel 7, eerste lid, onder d). Dit geeft een eerste beeld van het resultaat van de inzet van de subsidiegelden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12469.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.