Provinciaal blad van Limburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2026, 12295 | verkeersbesluit of -mededeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Limburg | Provinciaal blad 2026, 12295 | verkeersbesluit of -mededeling |
VERKEERSBESLUIT PROVINCIALE WEG N297 (BORN-MILLEN)
Tijdelijke verkeersmaatregelen t.b.v. instellen tijdelijke DDI
(TIJDELIJKE VERKEERSMAATREGELEN)
GEDEPUTEERDE STATEN VAN LIMBURG
Gelet op artikel 18 eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW1994) zijn Gedeputeerde Staten bevoegd tot het nemen van verkeersbesluiten in de provincie Limburg.
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.
Op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
Overeenkomstig artikel 2, lid 1, sub a t/m d, van de WVW1994 en artikel 21 Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) op de bovengenoemde weg maatregelen dienen te worden genomen met als doel:
het verzekeren van de veiligheid op de weg;
het beschermen van weggebruikers en passagiers;
het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
Op basis van bovenstaande overweging en met inachtneming van:
de Algemene wet bestuursrecht;
het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer;
het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens;
het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten zijn wij bevoegd dit besluit te nemen.
De N297 (BORN-MILLEN) is in eigendom van en in beheer en onderhoud bij de Provincie Limburg. Dit verkeersbesluit heeft betrekking op het stuk weg gelegen tussen kilometrering 10,0 en 10,7 aan beide kanten van de weg. Boskalis Nederland B.V. heeft op 5 mei 2026 een verkeersbesluit aangevraagd voor dit stuk weg. In de periode na 5 mei jl. is de aanvraag aangevuld en wel laatstelijk op 18 juni 2026.
In het kader van het project ‘Verbreding A2 Het Vonderen-Kerensheide’ dienen aldaar de twee naast elkaar gelegen viaducten in de N297 vervangen te worden. Het vervangen van de viaducten gebeurt achtereenvolgens, waardoor telkens één viaduct voor het verkeer in bedrijf blijft. Door het toepassen van een zogenaamde tijdelijke “DDI” (Diverging Diamond Interchange) kan de verkeersafwikkeling op peil gehouden worden als het wordt afgewikkeld over dit enkele viaduct. Met het toepassen van een DDI blijft het mogelijk dat alle verkeersstromen behouden blijven en geen omleidingen ingesteld hoeven te worden. Er is voor toepassing van de DDI gekozen, omdat naast de veiligheid en voldoende ruimte voor de bouwwerkzaamheden, deze optie het verkeer het minst hindert.
De voorgenomen maatregelen worden, zoals het er nu naar uitziet, toegepast van 20 juli 2026 tot 27 november 2027 (inclusief de reserveperiode). De werkzaamheden kunnen uiteraard, onder invloed van verschillende factoren, eerder starten en/of langer duren. De maatregelen blijven van kracht tot de bouw van de viaducten gereed zijn en het project ter plaatse ten einde is gekomen.
Maatregelen op de provinciale weg
De verkeersmaatregelen zijn vastgelegd op een tweetal tekeningen met nummers 19916-FA-KW11-SIT-9103 en 19916-FA-KW11-SIT-9104, allebei gedateerd 1 juli 2026.
De maatregelen gaan hinder met zich brengen voor weggebruikers, omwonenden en bedrijven in de vorm van werkzaamheden op de route naar hun woning of bedrijf. Tijdens alle fasen blijft de bereikbaarheid wel gewaarborgd. Er zal enige hinder en ongemak ontstaan. Men zal er dus rekening mee moeten houden dat de reistijd langer of de bereikbaarheid minder kan worden.
Door de maatregelen kan er efficiënt en veilig worden gewerkt. De provincie heeft daarom het belang van het plaatsen van de tijdelijke maatregelen en het belang van de verkeersveiligheid zwaarder laten wegen dan de periode van hinder voor weggebruikers, bedrijven en omwonenden.
Volgens vaste jurisprudentie moeten tijdelijke maatregelen worden beschouwd als een normale maatschappelijke ontwikkeling, waarmee iedereen kan worden geconfronteerd. De nadelige gevolgen van dergelijke maatregelen mogen echter niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De tijdelijke verkeersmaatregelen van het onderhavige verkeersbesluit leiden niet tot onevenredige hinder of overlast. Doordat de bereikbaarheid gewaarborgd is, kan het bestemmingsverkeer (bewoners, bezoekers én bedrijven) en verkeer hun bestemming bereiken en doorgang blijven vinden, waardoor de hinder van de werkzaamheden zo veel mogelijk wordt beperkt.
Niet is gebleken dat belanghebbenden onevenredig worden benadeeld dan wel dat door de te nemen maatregelen een onduidelijke verkeerssituatie zou ontstaan. Indien het besluit niettemin schade veroorzaakt die uitgaat boven het maatschappelijk risico dan wel ondernemersrisico, en de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen, kan deze benadeelde de provincie verzoeken deze onevenredige schade te vergoeden. Hierover wordt later in dit besluit nog meer informatie gegeven.
De aanvrager van het verkeersbesluit heeft of zal nog met aanliggende bedrijven, omwonenden en de nood- en hulpdiensten overleggen.
Gelet op artikel 24 van het BABW is overleg gepleegd met de politie inzake de handhaafbaarheid. In deze heeft de politie inzake de handhaafbaarheid verwezen naar een document uit 2018 met kenmerk PP2018 d.d. 28-08-2018. De politie komt daarmee tot de slotsom dat ze geen positief advies kan afgeven. De aanvrager heeft kennisgenomen van het standpunt van de politie en merkt op dat na de zienswijze van de politie uit 2018, men in de ontwerpfase van de DDI wel degelijk rekening gehouden heeft met dit schrijven, zo ook in onderhavig DDI-ontwerp.
De genoemde punten in deze zienswijze zijn op de volgende manier meegenomen, ook in de toepassing van de onderhavige DDI:
er is voor weggebruikers extra aandacht in het onderhavige ontwerp voor de minder gebruikelijke voorrangsituatie. Zo wordt de hoek van de kruising zo groot mogelijk gedimensioneerd ten opzichte van de beschikbare openbare ruimte, wordt met RVV-bebording de toegestane route verduidelijkt, is gebruik gemaakt van aanvullende markeringspijlen op het wegdek alsook van een zogenaamde barriër als langs geleiding (met duidelijk vorming in de hoeken), is via het “Human Factors-principe" onderzocht hoe de wegindeling, bebording en routevinding zo intuïtief mogelijk kunnen worden vormgegeven om fouten te voorkomen en wordt een noodvoorziening ingezet (back-up batterij systeem) om zoveel mogelijk de functionaliteit van de verkeersregelinstallatie te kunnen garanderen;
tevens wordt gebruik gemaakt van de toepassing van een zichtscherm. Het toepassen van een zichtscherm op het scheidingsdeel waar men “tegengesteld” gaat rijden is bedoeld om twijfel bij weggebruikers te ontnemen. Dit houdt de doorstroming op gang en verlaagt de mentale last van de bestuurder, die zich zo volledig op de inrichting van de DDI kan focussen.
Ook benadrukt de aanvrager dat de situatie waarvoor de politie de bedoelde zienswijze afgegeven heeft, een significant andere situatie is dan de onderhavige. Zo merkt de aanvrager op dat de zienswijze geschreven is voor een definitieve situatie, terwijl nu sprake is van een tijdelijke situatie. Daarbovenop is handhaafbaarheid niet het enige criterium waarnaar gekeken wordt bij het instellen van maatregelen. Doorstroming en bereikbaarheid zijn ook criteria die een rol spelen. Deze criteria zijn ook van belang voor de hulp- en nooddiensten (waaronder de politie zelf) en de veiligheidsregio.
Gelet op artikel 25 van het BABW is overleg gepleegd met de gemeente Sittard-Geleen.
Overige direct belanghebbenden (bedrijven en om- en aanwonenden) zijn of worden hetzij door middel van een informatiebijeenkomst, hetzij schriftelijk dan wel mondeling door de aanvrager geïnformeerd.
Gelet op artikel 26 van het BABW wordt dit besluit bekendgemaakt door publicatie in het Provinciaal blad en is voor eenieder in te zien op de website van het Provinciaal blad.
Op grond van vorenstaande overwegingen besluiten:
de voorgenomen maatregelen worden toegepast van 20 juli 2026 tot 27 november 2027. De werkzaamheden kunnen uiteraard, onder invloed van verschillende factoren, eerder starten en/of langer duren. De maatregelen blijven van kracht tot de bouw van de viaducten gereed zijn en het project ter plaatse ten einde is gekomen
Indien het besluit niettemin schade veroorzaakt, die uitgaat boven het maatschappelijk risico, dan wel ondernemersrisico, en de benadeelde in vergelijking met andere onevenredig zwaar wordt getroffen, kan deze benadeelde de provincie verzoeken deze onevenredige schade te vergoeden. De provincie zal op dit verzoek een separaat besluit nemen. Dit verzoek moet worden gericht aan gedeputeerde staten van Limburg, Juridische Zaken en Inkoop team aansprakelijkheid, postbus 5700, 6202 MA Maastricht.
RechtsbeschermingAls dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u bezwaar maken. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is gepubliceerd een bezwaarschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht alsmede de redenen van het bezwaar (motivering). Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Limburg, Juridische Zaken en Inkoop, team Rechtsbescherming, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.limburg.nl.
Als uw bezwaar is gericht tegen een besluit van het College van Gedeputeerde Staten, is naast het indienen van uw bezwaarschrift per post ook de elektronische weg opengesteld. U dient dan gebruik te maken van een daartoe ontwikkeld webformulier. Aan het webformulier is een DigiD-module (voor particulieren) dan wel eHerkenning-module (voor ondernemers en organisaties, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) gekoppeld zodat u het bezwaarschrift digitaal kunt ondertekenen. Op deze wijze wordt onder andere gewaarborgd dat het elektronisch verkeer op een betrouwbare en vertrouwelijke manier plaatsvindt. De webformulieren zijn geplaatst op de website van de Provincie Limburg en te raadplegen via www.limburg.nl/loket/producten-diensten/@606/bezwaar-beslissing/ onder ‘Hoe dient u uw bezwaar in?’
De directe link naar de DigiD-module (voor particulieren) is: formulieren.limburg.nl/provincielimburg/Bezwaar_Indienen_D
De directe link naar de eHerkenning-module (voor ondernemers en organisaties, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) is: formulieren.limburg.nl/provincielimburg/Bezwaar_Indienen_eH
Als u een bezwaarschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen bij:
de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, locatie Roermond, Sector Bestuursrecht; Postbus 950, 6040 AZ Roermond. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl
Aldus besloten te Maastricht, 16 juli 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12295.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.