Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 12022 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 12022 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling archeologie en samenleving Zuid-Holland
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;
Overwegende dat provincie Zuid-Holland het door het Rijk ondertekende Verdrag van Faro, waarin actieve betrokkenheid van burgers bij erfgoed centraal staat, onderschrijft;
Overwegende dat gedeputeerde staten op 8 juli 2025 het Beleidsperspectief Erfgoed en Cultuur 2025-2030 hebben vastgesteld en dat provinciale staten op 15 oktober 2025 met dit beleidsperspectief als richtinggevend kader hebben ingestemd;
Overwegende dat op grond van het beleidsperspectief de inzet op publieksbereik, publieksparticipatie en het bereiken van nieuwe doelgroepen wenselijk is;
Overwegende dat gedeputeerde staten op 12 mei 2026 de Uitvoeringsagenda Erfgoed en Cultuur 2026-2030, als uitwerking van het beleidsperspectief, hebben vastgesteld;
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door natuurlijke personen en privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen.
In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidie-aanvragen ingediend van 15 augustus tot 1 december 2026.
Artikel 11 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidie-ontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:
Desgevraagd toont de subsidie-ontvanger aan dat de activiteit, waarvoor subsidie is verleend, is verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Artikel 13 Intrekking en overgangsrecht
De Subsidieregeling Publieksbereik Archeologie Zuid-Holland 2020 wordt ingetrokken, met dien verstande dat de Subsidieregeling Publieksbereik Archeologie Zuid-Holland 2020, zoals die luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.
Den Haag, 7 juli 2026
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris
M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter
Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van DOS-2026-0002785 PZH-2026-893473607, houdende regels voor subsidiëring van activiteiten gericht op het verbinden van archeologie met het breek publiek of een specifiek publiek in Zuid-Holland (Subsidieregeling archeologie en samenleving Zuid-Holland)
De provincie heeft op grond van de Erfgoedwet en de Omgevingswet taken op het terrein van archeologie, waaronder het beschermen, behouden en ontsluiten van archeologisch erfgoed. De provincie vindt het bevorderen van de betrokkenheid van de samenleving als onderdeel van een zorgvuldige omgang met archeologisch erfgoed belangrijk. Veel mensen koesteren een fascinatie voor het verborgen verleden onder hun voeten. Actieve betrokkenheid bij de lokale archeologie verbindt mensen met hun directe leefomgeving en geeft hen een gevoel van identiteit.
Met het beleidsperspectief Erfgoed en Cultuur 2025-2030 zet de provincie in op het versterken van de relatie tussen archeologie en de samenleving. Daarbij staat de mens centraal en wordt ingezet op participatie, het bereiken van nieuwe doelgroepen en het vergroten van de maatschappelijke betekenis van archeologie.
Met de Subsidieregeling archeologie en samenleving Zuid-Holland wordt actieve betrokkenheid van de samenleving bij archeologie benadrukt, in lijn met het Verdrag van Faro. Publieksbereik en participatie zijn daarbij belangrijke middelen. Ook wordt archeologie steeds vaker ingezet in relatie tot actuele maatschappelijke vraagstukken en de kwaliteit van de leefomgeving.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door natuurlijke personen en privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen. Het is niet vereist dat de aanvrager ervaring heeft met archeologie, zolang aan de activiteit ten minste één natuurlijk persoon of rechtspersoon is verbonden met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van archeologie, hetgeen is vastgelegd in artikel 4 ‘Subsidievereisten’.
In artikel 4 zijn de subsidievereisten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, vastgelegd. Voor alle drie de activiteiten geldt dat deze moeten zijn gericht op het breed publiek of een specifiek publiek en dat daaraan ten minste één natuurlijk persoon of rechtspersoon is verbonden met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van archeologie. Dit laatste kan op verzoek bijvoorbeeld worden aangetoond middels diploma's of certificaten van opleidingen of cursussen, of via een bewijsstuk van werkervaring.
Verder gelden voor de drie activiteiten nog afzonderlijke vereisten. Bij activiteiten gericht op het publieksbereik van archeologie in Zuid-Holland, kan onder meer worden gedacht aan de organisatie van tentoonstellingen, rondleidingen en lezingen, of aan het maken van documentaires, podcasts en publicaties. Ook verbeelding van archeologie in de publieke ruimte past onder deze activiteit.
Bij activiteiten gericht op publieksparticipatie bij archeologie in Zuid-Holland kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het betrekken van een breed publiek of een specifiek publiek bij opgravingen, of aan de organisatie van workshops voor jongeren waarbij zij archeologische werktuigen of instrumenten namaken. Andere voorbeelden kunnen zijn de organisatie van meekijkdagen, co-creatieprojecten met de lokale gemeenschap of interactieve museale activiteiten. Bij dergelijke activiteiten staat archeologie centraal.
Bij activiteiten gericht op de maatschappelijke toepassing van archeologie in Zuid-Holland, tot slot, staan zowel archeologie, als het actuele maatschappelijke vraagstuk, waaraan met archeologie wordt bijgedragen, centraal. Archeologie is hierbij gekoppeld aan brede maatschappelijke opgaven, zoals sociale cohesie, inclusie, gezondheid, educatie en het tegengaan van eenzaamheid. Archeologie kan in dit geval bijvoorbeeld als middel worden ingezet om buurtbewoners met elkaar in contact te brengen, of worden ingezet bij activiteiten in een verzorgingstehuis. Verder kan archeologie bijvoorbeeld ook als middel worden ingezet ter bevordering van mentale gezondheid, zingeving en activering.
Artikel 9 (Subsidiabele kosten)
Artikel 9 ziet op de subsidiabele kosten. Subsidiabel zijn de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie. Kosten voor noodzakelijk wetenschappelijk onderzoek waarbij het breed publiek of een specifiek publiek niet is betrokken, en kosten in het kader van verbetering van fysieke toegankelijkheid van de locatie, zijn beperkt subsidiabel. Wat betreft laatstgenoemde kostenpost, kan worden gedacht aan het plaatsen van een lift of roltrap in een pand ter verbetering van de fysieke toegankelijkheid.
Artikel 10 (Niet-subsidiabele kosten)
Op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, komt vergoeding van vrijwilligersuren niet voor subsidie in aanmerking. Het tweede lid vult aan dat onverminderd het eerste lid, vrijwilligersuren, voor een bedrag van €35,– per uur, worden betrokken bij de berekening van het totaalbedrag van subsidiabele kosten. Bij de berekening van de hoogte van de subsidie wordt rekening gehouden met de inzet van vrijwilligers, maar er zal geen subsidie worden verleend voor deze kosten. Deze uren worden gekapitaliseerd tegen het fictief uurtarief van €35,– en tellen alleen mee als co-financiering voor de uitvoering van de activiteit. De werkelijke arbeidstijd dient te worden bijgehouden, zodat deze gecontroleerd kan worden.
Hieronder volgt ter verduidelijking een voorbeeld.
Stel de subsidiabele kosten van een activiteit zijn € 20.000,00. Hiervan bedraagt € 11.250,00 voor kosten voor materialen en kosten in het kader van communicatie. Een bedrag van € 8.750,00 is in de begroting opgenomen als gekapitaliseerde vrijwilligersuren (zijnde 250 uur inzet vrijwilligers waarbij wij een fictief uurtarief van € 35,00 aanhouden). De hoogte van de subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten en komt uit op € 15.000,00. Echter, omdat de gekapitaliseerde vrijwilligersuren van € 8.750,00 als co-financiering wordt gezien, kunnen we niet meer dan € 11.250,00 aan subsidie verstrekken. De werkelijke kosten (die in de toekomst aan u gefactureerd worden) bedragen namelijk maximaal € 11.250,00.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12022.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.