Provinciaal blad van Flevoland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 11792 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Flevoland | Provinciaal blad 2026, 11792 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid provincie Flevoland 2026
Artikel 3 – Frequentie en reikwijdte
Gedeputeerde Staten onderzoeken jaarlijks de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. Zij doen dit door jaarlijks een opdracht te geven voor een dergelijk onderzoek naar een deel van het gevoerde bestuur.
Vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten van 1 juli 2026.
de griffier,
de voorzitter,
Deze toelichting geeft uitleg bij de artikelen van de verordening en beschrijft de achterliggende gedachte en het doel van de bepalingen. Artikel 217a van de Provinciewet bepaalt dat Gedeputeerde Staten periodiek onderzoek uitvoeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur.
Dit artikel is in de Provinciewet opgenomen als gevolg van de invoering van de Wet Dualisering (2003). Deze verordening is voor het eerst in Flevoland vastgesteld in 2004. Ook de rekenkamer van de provincie verricht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van provinciaal handelen. Hoewel dit in de praktijk een overlap kan hebben met 217a onderzoek, heeft de rekenkamer doorgaans de kaderstellende en controlerende rol van PS als vertrekpunt van onderzoek, terwijl 217a onderzoek zich eerder richt op bestuur en de uitvoering van beleid zoals dat door GS wordt gevoerd. Anders dan het onderzoek door de rekenkamer (artikel 79a en volgende van de Provinciewet) gaat het bij het onderzoek op grond van artikel 217a van de Provinciewet om zelfonderzoek. Overigens zullen naast doelmatigheid en doeltreffendheid als centrale aspecten ook andere elementen aan bod komen. Om dat goed te onderzoeken wordt een thema of een specifiek deel van beleid als onderwerp gekozen.
Dit artikel definieert de kernbegrippen die in de verordening worden gebruikt. Het doel is om interpretatieverschillen te voorkomen en duidelijkheid te bieden over de reikwijdte van de bepalingen.
Artikel 2 – Doel van de verordening
Hier wordt het wettelijke kader benoemd: artikel 217a Provinciewet. De bepaling benadrukt dat de verordening bedoeld is om de kwaliteit van het provinciale bestuur te waarborgen.
Artikel 3 – Frequentie en reikwijdte
Dit artikel legt vast dat er ieder jaar ten minste een onderzoek plaatsvindt. Daartoe is bepaald dat jaarlijks opdracht wordt gegeven voor een dergelijk onderzoek. Deze termijn zorgt ervoor dat dergelijke onderzoeken voortdurend een aandachtspunt zijn voor het college. Ook in andere provincies is een jaarlijks onderzoek gebruikelijk. De focus in de onderzoeken richt zich op doelmatigheid dan wel doeltreffendheid. Centrale vraag is daarbij primair gericht op een efficiënter en effectiever bestuur. Dit biedt ruimte voor brede thematische onderzoeken of een afgebakend inhoudelijk onderwerp. Gedeputeerde Staten bepalen wat wordt onderzocht. Indien gewenst kan daarover afstemming plaatsvinden met een commissie die zich bezighoudt met planning en control, dan wel audit.
De uitvoering ligt bij Gedeputeerde Staten, die verantwoordelijk zijn voor het dagelijks bestuur. De mogelijkheid om externe deskundigen in te schakelen om het onderzoek uit te voeren waarborgt onafhankelijkheid en kwaliteit. Hiervan wordt dan ook in de regel gebruik gemaakt. Daartoe is een jaarlijks budget in de begroting beschikbaar.
Gedeputeerde Staten stellen per 217a onderzoek een onderzoeksplan vast. Vanzelfsprekend willen Provinciale Staten weten wat onderzocht wordt. Daarom worden na vaststelling van het onderzoeksplan Provinciale Staten en eveneens de rekenkamer op de hoogte gesteld. Dit gebeurt via een samenvatting van het onderzoeksplan. Deze informatie wordt opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering van de Programmabegroting. Zo hebben de staten gelegenheid daarop invloed uit te oefenen. In afwijking daarvan kan worden gekozen om Provinciale Staten op andere wijze schriftelijk op de hoogte te stellen.
Het onderzoeksonderwerp wordt dusdanig omschreven dat duidelijk aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. De reikwijdte van ieder onderzoek heeft in beginsel betrekking op een onderdeel, een thema of deelaspect van het door Gedeputeerde Staten gevoerde bestuur. Het onderzoek kan evaluerend van aard zijn, maar ook is ontwerpend en actiegericht onderzoek denkbaar. Het kan bovendien betrekking hebben op organen, organisatie-eenheden en instellingen waarvoor de provincie bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten door de provincie geheel of in belangrijke mate door de provincie worden bekostigd. De reikwijdte kan worden ingeperkt door het aangeven van het te onderzoeken tijdvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en instellingen.
Onderzoeken moeten op onafhankelijke wijze worden uitgevoerd. Dit kan door derden een opdracht te geven voor dit onderzoek. Een andere mogelijkheid is dat een onderzoek wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie, al of niet met inbreng van deskundigheid van derden. Wanneer medewerkers van de ambtelijke organisatie een onderzoek uitvoeren, dan moeten in de onderzoeksopzet duidelijke waarborgen voor objectiviteit en onafhankelijkheid worden ingebouwd voor de bevindingen, de analyse en/of aanbevelingen voor verbetering.
De rapportage van het onderzoek wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Provinciale Staten worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de uitkomsten van het uitgevoerde 217a onderzoek. Dit kan in de vorm van een samenvatting of door een afschrift van de rapportage. Dit schriftelijke verslag moet volgens artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet bij de jaarrekening en het jaarverslag te worden gevoegd.
De informatieplicht zorgt voor transparantie richting Provinciale Staten. In ieder geval wordt verslag uitgebracht via het jaarverslag of op vergelijkbare wijze. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een Mededeling aan Provinciale Staten.
Deze informatie bestaat uit een verslag van het verloop van het onderzoek, de feitelijke bevindingen, een analyse van deze bevindingen, de conclusies en de aanbevelingen. De aanbevelingen worden gemonitord en daarbij kan de doorwerking van de aanbevelingen ook als onderwerp van onderzoek worden opgepakt.
Door periodieke evaluatie van de verordening blijft zij actueel; ze kan worden aangepast aan nieuwe inzichten of wettelijke verplichtingen.
De bepaling regelt het moment van inwerkingtreding en sluit aan bij de gebruikelijke publicatie in het Provinciaal Blad.
De citeertitel maakt het mogelijk om eenvoudig naar de verordening te verwijzen in andere documenten en besluiten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-11792.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.