Provinciaal blad van Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 11656 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 11656 | beleidsregel |
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland tot wijziging van de Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022
Artikel I Wijziging Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022
De beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022 worden als volgt gewijzigd:
Artikel 2.1 Toepassingsbereik komt te luiden:
Gedeputeerde Staten hanteren deze beleidsregels bij het beoordelen van een aanvraag voor een natuurvergunning, waarbij gebruik is gemaakt van salderen voor projecten die een effect kunnen hebben op N-depositie op relevante hexagonen in Natura 2000-gebieden.
Artikel 2.2 Natuurvergunning komt te luiden:
Gedeputeerde Staten verlenen een natuurvergunning in gevallen waarin bij de aanvraag gebruik is gemaakt van salderen uitsluitend indien wordt voldaan aan de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden.
Artikel 2.7 Plannen komt te luiden:
Indien reeds is gesaldeerd voor een plan als bedoeld in artikel 16.53c van de Wet, dan wel als gevolg van het plan activiteiten met stikstofemissie(s) worden beëindigd, kan deze saldering dan wel dit planeffect tevens worden ingezet voor een aanvraag voor een natuurvergunning ter invulling van dit plan.
Na afdeling 3.3 worden twee nieuwe afdelingen toegevoegd, luidende:
Afdeling 3.4 Tijdelijke natuur
Artikel 3.12 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Tijdelijke Natuur: natuur die zich voor een beperkt aantal jaren spontaan ontwikkelt, al dan niet na eenmalige inrichtingsmaatregelen en onder extensief beheer, op gronden die wachten op realisatie van ruimtelijke bestemmingen zoals industrie, of op gronden die tijdelijk niet gebruikt worden als landbouwgrond.
Artikel 3.14 Indieningsvereisten
Een volledige vergunningaanvraag voor Tijdelijke Natuur bevat tenminste de volgende onderdelen:
Artikel 3.15 Beoordelingskader
Gedeputeerde staten hanteren bij de beoordeling van de vergunningaanvraag de volgende voorwaarden:
Artikel 3.16 Vergunningvoorschriften
Gedeputeerde staten verbinden aan een vergunning Tijdelijke Natuur in ieder geval de volgende voorschriften:
Artikel 3.17 Looptijd en verlenging
Afdeling 3.5 Jaarrond beschermde vogelnesten
Artikel 3.18 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
Balts: balts bij vogels verwijst naar het paringsgedrag waarbij mannelijke vogels verschillende rituelen en gedragingen vertonen om vrouwtjes aan te trekken en te imponeren. Dit kan onder andere bestaan uit zang, dans, verenpronk, baltsvlucht en andere vormen van gedrag om de aandacht van een partner te trekken.
Rustplaatsen: ieder gebied dat een vogel of een groep vogels rust en bescherming biedt tijdens een bepaalde levenscyclusfase is een rustplaats. Een rustplaats kan daarom worden gedefinieerd als een locatie die voldoet aan specifieke ecologische eisen en waar vogels succesvol kunnen rusten in een bepaalde levenscyclusfase.
Artikel 3.19 Algemene nestbescherming en rustplaatsen
Er is sprake van het vernielen en beschadigen van nesten zoals bedoeld in artikel 11.37 lid 1 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het nest op een zodanige wijze verstoord of aangetast wordt dat het nest definitief verlaten wordt of tijdelijk wordt verlaten, zodat het voortplantingssucces vermindert.
Artikel 3.20 Jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen
Artikel 3.21 Uitzondering jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen
Het verbod als bedoeld in artikel 11.37 lid 1 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt niet geacht te zijn overtreden bij de verplaatsing van een kunstmatige nestgelegenheid van een beschermde vogelsoort met een jaarrond beschermd nest of rustplaats, als bedoeld in bijlage 5 en 6, als:
Artikel II Wijziging bijlagen bij de Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022
De bijlagen worden als volgt gewijzigd:
Lid pp. van bijlage 1 Begripsbepalingen komt te luiden:
Na bijlage 4 worden twee bijlagen toegevoegd, luidende:
Bijlage 5 Vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn
Bijlage 6 Vogelsoorten waarvan de rustplaatsen jaarrond beschermd zijn
Artikel III Wijziging toelichting Beleidsregels Natuurbescherming Zeeland 2022
De artikelsgewijze toelichting wordt als volgt gewijzigd:
Na de toelichting op afdeling 3.1 wordt een toelichting op afdeling 3.4 en afdeling 3.5 toegevoegd, luidende:
Afdeling 3.4, Tijdelijke natuur
Op braakliggende terreinen met een ruimtelijke bestemming die nog niet is gerealiseerd, kunnen leefomstandigheden ontstaan of gecreëerd worden voor planten- en diersoorten. Op deze manier kunnen deze terreinen een waardevolle bijdrage leveren aan biodiversiteit van Zeeland, ook wanneer de bestemming van deze terreinen op termijn gerealiseerd wordt. De keuze van een grondeigenaar om ruimte te bieden aan tijdelijke natuur, in plaats van het kaal maken en houden van terreinen, is een goede stap op weg naar een natuurinclusieve economie.
Tijdelijke natuur maakt het mogelijk de ruimtelijke bestemming te realiseren, ook wanneer zich in de tussentijd beschermde soorten hebben gevestigd. De ontwikkelaar van de grond kan hier vooraf een omgevingsvergunning voor krijgen, wanneer voldaan wordt aan een aantal eisen die de zorgvuldige omgang met de beschermde natuur garanderen.
Tot 1 januari 2024 was er sprake van een landelijke gedragscode onder de Wet Natuurbescherming voor tijdelijke natuur. Sinds de overgang van de Wet Natuurbescherming naar de Omgevingswet, op 1 januari 2024, kan tijdelijke natuur verwijderd worden op basis van een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten. Provincies zijn hiervoor het bevoegd gezag. Om duidelijkheid te verschaffen over wat gedeputeerde staten verstaan onder tijdelijke natuur, en aan welke vereisten een vergunningaanvraag moet voldoen, zijn deze beleidsregels opgesteld.
Artikel 3.14 Indieningsvereisten
Met de quickscan en nulmeting (lid 2) wordt vastgesteld welke beschermde soorten aan het begin van het project in het gebied voorkomen. Deze soorten zullen geen deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Bij tijdelijke natuur gaat het nadrukkelijk om soorten die zich nieuw vestigen in het gebied. Voor soorten die bij de start al aanwezig zijn is een aparte omgevingsvergunning nodig zodra de bestemming van het terrein gerealiseerd wordt.
De soorten waarvoor het plan van aanpak (lid 7) voor verwijdering van tijdelijke natuur geschreven wordt, zijn de plant- en diersoorten die zich sinds de nulmeting nieuw hebben gevestigd. In dit plan wordt met aandacht voor de specifieke soorten omschreven hoe het terrein ongeschikt gemaakt wordt met de minst mogelijke schade aan de individuele dieren of planten. Dit moet per soort omschreven worden. Het verdient de aanbeveling om in het plan van aanpak ook rekening te houden met niet-beschermde soorten, vanwege de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die ook geldt voor niet-beschermde soorten.
Afdeling 3.5, Jaarrond beschermde vogelnesten
Deze afdeling is toegevoegd om duidelijk te maken van welke vogelsoorten de nesten en rustplaatsen jaarrond beschermd zijn in Zeeland.
Artikel 3.18 Begripsbepalingen
Voorbeelden van nestplaatsen zijn: een nestholte, een boom met een nest erin en een broedeiland.
Rustplaatsen van vogels zijn ruim gedefinieerd en kunnen sterk verschillen per soort. De relevantie is dat rust bij vogels noodzakelijk is voor het onderhouden van een gezonde fysiologie. Een beschermde rustplaats is een locatie die essentieel is voor een soort om daar geregeld te verblijven en succesvol te rusten. Rusten is daarbij gedefinieerd als gedrag van vogels die niet actief zijn, behalve het vertonen van alertheid. Hierbij kan gedacht worden aan slaapplaatsen, hoogwatervluchtplaatsen of plekken om te schuilen of te ruien.
Het gaat hier om locaties die niet continu gebruikt worden, maar waar wel jaarlijks (in een specifiek seizoen) naar teruggekeerd wordt (of in ieder geval de kans daarop groot is). Rustplaatsen zijn e onder specifieke omstandigheden essentieel. Dit betekent dat er geen uitwijkmogelijkheden voor zijn. Wanneer een rustplaats op dat moment door een soort ook wordt benut als broedlocatie, dan wordt die locatie beschouwd als nestplaats en niet als rustplaats.
Voorbeelden van rustplaatsen zijn zandplaten op de Oosterschelde en Westerschelde (denk aan de Roggenplaat of Hooge Platen), waar grote groepen vogels gezamenlijk rusten, bijvoorbeeld tijdens hoogwater. Deze rustplaatsen zijn van essentieel belang voor deze vogelsoorten om bijvoorbeeld tot rust te komen alvorens de trek aan te vangen/ voort te zetten richting de overwinteringsgebieden of broedgebieden.
Vogelsoorten met jaarrond beschermde rustplaatsen staan weergegeven in Bijlage 6. Deze rustplaatsen genieten dezelfde bescherming als de vogelsoorten van Bijlage 5 jaarrond beschermde nestplaatsen.
Artikel 3.19 Algemene nestbescherming en rustplaatsen
Het eerste lid van dit artikel geeft aan dat het verbod van het vernielen van nesten zoals bedoeld in artikel 11.37 lid 1 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt vanaf balts en nestbouw tot en met het moment dat de jongen uitvliegen. Hiervoor kan het broedseizoen als uitgangspunt aangehouden worden. Als broedseizoen kan in algemene zin hierbij de periode vanaf 1 maart tot en met 15 augustus daaropvolgend worden aangehouden, maar ook eerdere of latere broedgevallen moeten worden beschermd.
Artikel 3.20 Jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen
Dit artikel geeft aan van welke vogelsoorten de nesten en/of rustplaatsen jaarrond beschermd zijn. Voor deze soorten geldt het verbod van het vernielen van nesten zoals bedoeld in artikel 11.37 lid 1 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving het gehele jaar, dus niet alleen vanaf balts en nestbouw zoals staat in artikel 3.19 van de beleidsregels. Voor deze vogelsoorten is het ecologisch nodig, om het nest buiten het broedseizoen te beschermen. Een aantal van deze vogelsoorten gebruikt het nest niet jaarrond, bijvoorbeeld omdat deze vogelsoorten buiten het broedseizoen wegtrekken of andere delen van het leefgebied gebruiken. Het is echter wel belangrijk om te zorgen dat het broedgebied in stand blijft, zodat de vogel het jaar daarna deze plek opnieuw kan gebruiken als nest. Het verbod als bedoeld in artikel 11.37 lid 1 onder b van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt echter niet geacht te zijn overtreden als:
Het maaien van riet buiten het broedseizoen van in het riet broedende vogels, zoals bijvoorbeeld de bruine kiekendief, de roodhalsfuut, de roerdomp en de zomertaling. Voor deze soorten kan de periode van 1 april tot en met 31 juni daaropvolgend als broedseizoen worden aangehouden. Indien er een gedragscode van toepassing is, dan dient de gedragscode gevolgd te worden.
Tijdelijke verstoring buiten het broedseizoen, op de plekken waar nesten van de strandplevier en de bontbekplevier aanwezig zijn, tenzij deze plek beperkt toegankelijk is (Toegangsbeperkingsbesluit). De verstoring mag niet langer dan één dag duren. Voor deze soorten kan de periode van 15 maart tot en met 15 augustus daaropvolgend als broedseizoen worden aangehouden. Hierbij valt te denken aan het houden van een evenement of op de dijk of strand waar plevieren broeden.
Het tweede lid van dit artikel geeft aan dat er sprake is van het vernielen van nesten, als het nest op een zodanige wijze verstoord wordt dat het nest definitief verlaten wordt of tijdelijk wordt verlaten, zodat het voortplantingssucces vermindert. Hier is in elk geval sprake van wanneer:
Er sprake is van tijdelijk ruimtebeslag waarbij het nest zodanig lang wordt verlaten, dat de eieren niet meer zullen uitkomen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een evenement waarbij een broedende vogel zodanig verstoord wordt, waardoor deze urenlang het nest verlaat. De eieren zullen dan te koud of juist te warm zijn geworden, waardoor deze niet meer zullen uitkomen.
Artikel 3.21 Uitzondering jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen
In uitzondering op artikel 3.20 kan een kunstmatige nestgelegenheid van een beschermde vogelsoort met een jaarrond beschermd nest of rustplaats verplaatst worden onder twee voorwaarden. Verplaatsing van een kunstmatige nestgelegenheid kan namelijk nodig zijn in het geval van bijvoorbeeld bouwactiviteiten en onderhoudswerkzaamheden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-11656.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.