Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 30 juni 2026, kenmerk 820816, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • -

    overwegende dat bedrijventerreinen van groot belang zijn voor het economisch functioneren van Zeeland en dat de vraag naar bedrijventerreinen het beschikbare aanbod overstijgt;

  • -

    overwegende dat op bestaande bedrijventerreinen kansen liggen voor herstructurering en herontwikkeling om de beschikbare ruimte beter en efficiënter te benutten;

  • -

    overwegende dat het wenselijk is om gemeenten te ondersteunen bij projecten die bijdragen aan een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt en dat hiervoor middelen beschikbaar zijn gesteld;

  • -

    overwegende dat op basis van het vorenstaande bijzondere bepalingen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 benodigd zijn en het hiertoe wenselijk is, ter vervanging van het huidige hoofdstuk 28 (Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor de uitvoering van fysieke maatregelen ten behoeve van toekomstbestendige bedrijventerreinen) een nieuw hoofdstuk op te nemen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023;

  • -

    gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

Artikel I  

Hoofdstuk 28 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 komt te luiden:

 

Hoofdstuk 28 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor herstructurering en herontwikkeling van bedrijventerreinen

 

Artikel 28.1 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    bedrijventerrein: terrein van ten minste één hectare bruto dat planologisch bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening of industrie;

  • b.

    beter benutten: het zodanig herstructureren of herontwikkelen van een bedrijventerrein dat de kwaliteit en inrichting van het bedrijventerrein worden verbeterd, zodat de beschikbare ruimte duurzamer, aantrekkelijker en toekomstbestendig wordt benut in samenhang met economische, ruimtelijke en maatschappelijke doelstellingen;

  • c.

    bodemsanering: het geheel aan maatregelen om bodemverontreiniging te verwijderen of risico’s ervan te beperken, zodat de bodem veilig is voor het beoogde gebruik;

  • d.

    bouwrijp maken: het terrein zodanig voorbereiden dat direct gebouwd of ontwikkeld kan worden, inclusief werkzaamheden zoals slopen, egaliseren, ophogen en aanleggen van nutsvoorzieningen en infrastructuur met uitzondering van de bouw van opstallen;

  • e.

    efficiënter benutten: het zodanig optimaliseren van het ruimtegebruik op een bedrijventerrein dat met dezelfde fysieke ruimte meer economische en functionele waarde wordt gerealiseerd, onder meer door intensivering, clustering of meervoudig ruimtegebruik;

  • f.

    herontwikkeling: het planmatig opnieuw ontwikkelen van een bestaand bedrijventerrein of een deel daarvan door ingrijpende herinrichting of vervanging van de bestaande situatie, gericht op een nieuwe ruimtelijke en functionele structuur;

  • g.

    herstructurering: het planmatig verbeteren en toekomstbestendig maken van een bestaand bedrijventerrein door aanpassing van inrichting, verkaveling of gebruik waarbij de bestaande hoofdfunctie behouden blijft;

  • h.

    infrastructuur ten behoeve van de verkaveling: de fysieke boven- en ondergrondse voorzieningen die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor de herindeling, ontsluiting en functionele bruikbaarheid van kavels binnen het herstructureringsgebied, waaronder begrepen wegen, terreinontsluitingen, riolering en kabels en leidingen, voor zover deze direct samenhangen met de nieuwe verkavelingsstructuur. Onder infrastructuur wordt niet verstaan: vervanging, uitbreiding of kwaliteitsverbetering van bestaande infrastructuur die niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de (her)verkaveling;

  • i.

    zeehaventerrein: terrein dat onderdeel is van het beheersgebied van North Sea Port.

Artikel 28.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de herstructurering of herontwikkeling van een bestaand bedrijventerrein, gericht op het beter en efficiënter benutten van de beschikbare ruimte met als doel de balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt in Zeeland te verbeteren.

 

Artikel 28.3 Doelgroep

Subsidie wordt slechts verstrekt aan een gemeente binnen de provincie Zeeland.

 

Artikel 28.4 Weigeringsgronden

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a en d, wordt een subsidie niet verstrekt indien:

    • a.

      met de uitvoering van het project is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag;

    • b.

      de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 2.000.000.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b en c, wordt subsidie niet verstrekt indien:

    • a.

      onvoldoende aannemelijk is dat het project kan starten vóór 15 september 2027;

    • b.

      onvoldoende aannemelijk is dat het project kan worden gerealiseerd vóór 15 september 2031;

    • c.

      het project plaatsvindt op een bedrijventerrein bestemd voor grondstoffenwinning, olie en gaswinning, waterwinning, afvalstort, een nutsvoorziening, een horeca- en recreatiebedrijf, een agrarisch bedrijf, de vestiging van een nieuwe economische drager als bedoeld in bijlage III van de Omgevingsverordening Zeeland, de mogelijkheid voor een niet-agrarische activiteit in het landelijk gebied, niet zijnde een bedrijf gericht op de industriële verwerking van producten als bedoeld in bijlage III van de Omgevingsverordening Zeeland, energieopwekking als bedoeld in artikel 5.1, vijftiende en zestiende lid, van de Omgevingsverordening Zeeland alsmede overige overeenkomstig de Omgevingsverordening Zeeland toegelaten bedrijvigheid, overige functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid en solitaire bedrijvigheid binnen stedelijk gebied;

    • d.

      het project plaatsvindt op een zeehaventerrein;

    • e.

      de som van het aantal toegekende punten aan het project op basis van artikel 28.12, tweede lid, minder bedraagt dan 60.

Artikel 28.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd op een bestaand bedrijventerrein in de provincie Zeeland;

  • b.

    het project draagt aantoonbaar bij aan het beter benutten van de beschikbare ruimte op het bestaande bedrijventerrein;

  • c.

    het project draagt aantoonbaar bij aan het efficiënter benutten van de beschikbare ruimte op het bestaande bedrijventerrein;

  • d.

    het project draagt aantoonbaar bij aan het verbeteren van de balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt in Zeeland.

Artikel 28.6 Subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.3.1 en 1.3.3 komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor aankoop van grond;

  • b.

    kosten voor sloop van verouderde opstallen;

  • c.

    kosten voor het verwijderen van verouderde infrastructuur;

  • d.

    kosten voor onderzoeken;

  • e.

    kosten voor bodemsanering;

  • f.

    kosten voor bouwrijp maken;

  • g.

    kosten voor infrastructuur ten behoeve van de verkaveling;

  • h.

    kosten voor de aanleg van openbaar groen;

  • i.

    kosten voor externe procesbegeleiding.

Artikel 28.7 Niet-subsidiabele kosten

  • 1.

    In afwijking van artikel 28.6, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      kosten gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • b.

      kosten voor de aanschaf, plaatsing of het gebruik van zonnepanelen, batterijen, laadpalen, windmolens of andere elektrotechnische installaties;

    • c.

      kosten voor marketing en promotie;

    • d.

      kosten voor het afwaarderen van de boekwaarde van de gronden en opstallen;

    • e.

      kosten van maatregelen die gerekend kunnen worden tot regulier of achterstallig onderhoud.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.3.2 komen personeelskosten van de aanvrager niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 28.8 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.500.000 per aanvraag.

 

Artikel 28.9 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie herstructurering en herontwikkeling bedrijventerreinen.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt overgelegd:

    • a.

      een projectplan als bedoeld in artikel 1.4.2, tweede lid, waarin ten minste het volgende wordt beschreven:

      • i.

        een beschrijving van de huidige situatie van het bedrijventerrein, waaronder de ruimtelijke, functionele en economische kenmerken en de knelpunten die aanleiding geven tot het project;

      • ii.

        een beschrijving van de voorgenomen herstructurering of herontwikkeling, inclusief de aard en omvang van de activiteiten en de beoogde resultaten;

      • iii.

        een onderbouwing van de bijdrage aan het beter benutten van de beschikbare ruimte, bedoeld in artikel 28.1, onderdeel b;

      • iv.

        een onderbouwing van de bijdrage aan het efficiënter benutten van de beschikbare ruimte, bedoeld in artikel 28.1, onderdeel e;

      • v.

        een analyse van de marktvraag en de regionale behoefte, inclusief de mate waarin het project bijdraagt aan het verbeteren van de balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt;

      • vi.

        een beschrijving van de betrokken partijen en hun rol;

      • vii.

        een risicoanalyse, waaronder van risico’s ten aanzien van planning, uitvoering en financiën, met bijbehorende beheersmaatregelen;

      • viii.

        een realistische meerjarenplanning, inclusief beoogde start- en einddatum.

    • b.

      een sluitende meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 1.4.3, voorzien van specificatie van en toelichting op de opgenomen kosten en baten;

    • c.

      een door een extern deskundige opgestelde staatssteunanalyse waaruit blijkt dat de besteding van publieke middelen niet in strijd is met de staatssteunregelgeving.

Artikel 28.10 Indieningstermijn

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend binnen de openstellingsperiode van 15 juli 2026 tot en met 15 september 2026.

  • 2.

    Subsidieaanvragen die op de uiterste indieningsdatum niet volledig zijn ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 28.11 Subsidieplafond

Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 28.10, vast op € 3.500.000.

 

Artikel 28.12 Verdeelmethode

  • 1.

    Gedeputeerde staten beoordelen de aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de beschikbare ruimte op het bedrijventerrein beter wordt benut;

    • b.

      de mate waarin de beschikbare ruimte op het bedrijventerrein efficiënter wordt benut;

    • c.

      de mate waarin het project bijdraagt aan een betere balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt.

  • 2.

    Gedeputeerde staten kennen voor de mate waarin het project bijdraagt aan de criteria op de volgende wijze punten toe:

    • a.

      voor het beter benutten van de beschikbare ruimte op het bedrijventerrein: maximaal 20 punten;

    • b.

      voor het efficiënter benutten van de beschikbare ruimte op het bedrijventerrein: maximaal 40 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • i.

        toename economische waarde: maximaal 20 punten;

      • ii.

        toename functionele waarde: maximaal 20 punten;

    • c.

      voor de bijdrage aan een betere balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt: maximaal 40 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • i.

        milieucategorie: maximaal 10 punten;

      • ii.

        multimodale ontsluiting: maximaal 10 punten;

      • iii.

        schaarste in het gebied: maximaal 20 punten.

  • 3.

    Als toekenning van de subsidieaanvragen, die in aanmerking komen voor een subsidie, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, rangschikken gedeputeerde staten de aanvragen op volgorde van het aantal toegekende punten van hoog naar laag.

  • 4.

    Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking.

  • 5.

    Indien aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, dan wordt subsidie verleend aan de aanvraag met het hoogste aantal punten behaald op basis van het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel c.

  • 6.

    In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, vindt, onverminderd artikel 28.4, eerste lid, aanhef en onderdeel b, verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 7.

    Indien naar het oordeel van gedeputeerde staten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, zijn gedeputeerde staten bevoegd de subsidie te weigeren en de subsidie aan de eerstvolgende in de rangschikking te verlenen.

Artikel 28.13 Extern deskundige

Voor de beoordeling van de subsidieaanvraag kunnen gedeputeerde staten een beroep doen op een extern deskundige.

 

Artikel 28.14 Beslistermijn

  • 1.

    Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen acht weken na afloop van de openstellingsperiode.

  • 2.

    Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.

Artikel 28.15 Subsidieverplichtingen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      het project te starten vóór 15 september 2027;

    • b.

      het project te realiseren vóór 15 september 2031;

    • c.

      tijdens en na afloop van het project input te leveren voor de landelijke learning community van pilotprojecten op het gebied van ‘beter benutten’, die het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zal oprichten.

  • 2.

    Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, ingediend uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de in het eerste lid, onderdeel b gestelde termijn, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het eerste lid, onderdeel b.

Artikel II  

De toelichting op hoofdstuk 28 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 komt te luiden:

 

Toelichting op hoofdstuk 28 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor herstructurering en herontwikkeling van bedrijventerreinen

 

Algemene toelichting

Achtergrond

Bedrijventerreinen zijn van groot belang voor het economisch functioneren van Zeeland. Door ontwikkelingen zoals schaarste aan ruimte, veranderende marktvraag en de noodzaak tot verduurzaming staan bestaande bedrijventerreinen onder druk. Niet altijd leiden deze ontwikkelingen vanzelf tot investeringen in gebouwen en openbare ruimte, waardoor de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in het geding kan komen.

 

Het Rijk en de provincies zetten gezamenlijk in op het versterken en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen. In dat kader heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat middelen beschikbaar gesteld aan provincies om, passend bij het eigen beleid, pilotprojecten te ondersteunen die bijdragen aan de herstructurering en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. De uitgangspunten daarbij zijn ondernemersgerichtheid, integraliteit en het combineren van publieke en private belangen. De pilotprojecten hebben primair een lerend karakter. Ze zijn bedoeld om kennis en ervaringen op te doen, goede voorbeelden te delen en signalen te agenderen.

 

Doel

In Zeeland is de vraag naar bedrijventerreinen groot, terwijl het beschikbare aanbod beperkt is. Tegelijkertijd liggen er kansen om bestaande terreinen beter en efficiënter te benutten. Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het beter benutten van de beschikbare ruimte en het verbeteren van het economisch functioneren van bedrijventerreinen.

 

De regeling is gericht op het ondersteunen van projecten voor herstructurering en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, met als doel de beschikbare ruimte doelmatiger in te zetten en vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt beter op elkaar te laten aansluiten.

 

Relatie met beleid en programma’s

De Zeeuwse ambitie zoals geformuleerd in Zeeland 2050, waarbij wordt ingezet op groei van het aantal inwoners om Zeeland ook in de toekomst leefbaar te houden, heeft gevolgen voor wonen en werken in de provincie, en daarmee ook voor de bedrijventerreinen. Daarnaast kunnen grote investeringen in North Sea Port, een mogelijke extra ruimtevraag door defensie en de mogelijke komst van één of meerdere nieuwe kerncentrales de vraag naar en het functioneren van bedrijventerreinen in Zeeland beïnvloeden.

 

De Zeeuwse Omgevingsvisie wordt in 2026 geactualiseerd op de onderdelen Bedrijven & Haven. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een programma Ruimte voor Economie, waarvan de presentatie naar verwachting eind 2026 zal plaatsvinden.

 

Deze subsidieregeling wordt opengesteld met middelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld, aangevuld met provinciale middelen. In het programma zal vervolgens duidelijk worden of de regeling een vervolg krijgt als instrument om de gestelde doelen te realiseren.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 28.2 Subsidiabele activiteiten

Deze regeling is gericht op de herstructurering of herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. Het doel is om de beschikbare ruimte beter en efficiënter te benutten, zodat vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt in Zeeland beter op elkaar aansluiten.

 

De regeling is bedoeld om projecten mogelijk te maken die zonder publieke ondersteuning niet of onvoldoende tot stand komen, maar die wel bijdragen aan een doelmatiger gebruik van de beschikbare ruimte en aan een betere balans tussen vraag en aanbod.

 

Artikel 28.4 Weigeringsgronden

Lid 1, onderdeel b

Deze weigeringsgrond is opgenomen om de beschikbare middelen gericht in te zetten op projecten met een substantiële omvang en impact, in lijn met de inzet van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Door het hanteren van een minimale subsidieomvang wordt beoogd projecten te ondersteunen die als voorbeeld kunnen dienen voor andere locaties (binnen en buiten Zeeland) en die een aantoonbaar effect hebben op de bedrijventerreinenmarkt in Zeeland.

 

Lid 2, onderdeel a

Onder start van het project wordt ook verstaan het onderhandelen over de grondverwerving en het aankooptraject van gronden. Hierbij is het van belang dat er in het projectplan een duidelijke planning en aanvangsdatum komt te staan.

 

Lid 2, onderdeel b

Er is gekozen voor een termijn van vijf jaar vanaf het moment dat de openstellingsperiode eindigt, omdat herontwikkelingsprojecten van bedrijventerreinen doorgaans gefaseerd worden uitgevoerd. Voor dit type projecten is tijd nodig voor verwerving, sanering, inrichting en realisatie.

Een termijn van vijf jaar biedt voldoende ruimte om complexe projecten zorgvuldig uit te voeren, terwijl tegelijkertijd wordt geborgd dat subsidie wordt ingezet voor activiteiten die binnen een afzienbare en controleerbare periode tot realisatie komen. Ook hierbij is het van belang dat er in het projectplan een duidelijke en realistische planning is opgenomen.

 

Artikel 28.6 Subsidiabele kosten

Onderdeel d

Tot de subsidiabele kosten voor onderzoeken kunnen onder meer kosten voor bodemonderzoek en verkeersonderzoek worden gerekend.

 

Artikel 28.7 Niet-subsidiabele kosten

Lid 1, onderdeel e

Kosten die verband houden met regulier of achterstallig beheer en onderhoud van de openbare ruimte komen niet voor subsidie in aanmerking. Hieronder worden in ieder geval verstaan werkzaamheden die zijn gericht op het in stand houden of herstellen van bestaande infrastructuur, groenvoorzieningen en openbare ruimte, zonder dat sprake is van een structurele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit of het ruimtegebruik.

 

Artikel 28.9 Subsidieaanvraag

Lid 2, onderdeel a, subonderdeel v

De analyse van de marktvraag en de regionale behoefte wordt bij voorkeur opgesteld op basis van bestaande regionale afspraken, zoals het regionale bedrijventerreinenprogramma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre het project aansluit op de vraag en bijdraagt aan een betere balans tussen vraag en aanbod.

 

Artikel 28.12 Verdeelmethode

Lid 2

  • a.

    Beter benutten: Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de herstructurering of herontwikkeling leidt tot een verbetering van de kwaliteit en inrichting van het bedrijventerrein, zodat de beschikbare ruimte duurzamer, aantrekkelijker en toekomstbestendig wordt benut.

  • b.

    Efficiënter benutten:

    Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre het ruimtegebruik op een bedrijventerrein wordt geoptimaliseerd, zodat met dezelfde fysieke ruimte meer economische en functionele waarde wordt gerealiseerd.

    • i.

      Toename economische waarde:

      Dit subcriterium beoordeelt in hoeverre de activiteit leidt tot een toename van de economische waarde van het bedrijventerrein, doordat de beschikbare ruimte doelmatiger wordt ingezet voor de vestiging en ontwikkeling van bedrijven.

    • ii.

      Toename functionele waarde:

      Dit subcriterium beoordeelt in hoeverre de activiteit leidt tot een intensiever gebruik van de ruimte, bijvoorbeeld door verdichting, meervoudig ruimtegebruik of herverkaveling, waardoor meer economische activiteiten binnen hetzelfde oppervlak kunnen plaatsvinden.

  • c.

    Balans tussen vraag en aanbod:

    Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de herstructurering of herontwikkeling bijdraagt aan een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt. Daarbij wordt beoordeeld in welke mate het project aansluit op de actuele en toekomstige behoefte van bedrijven en bijdraagt aan het verminderen van schaarste.

    • i.

      Milieucategorie:

      Dit subcriterium beoordeelt in hoeverre het project ruimte biedt aan bedrijfsactiviteiten waarvoor binnen het bestaande aanbod beperkt ruimte beschikbaar is vanwege een hogere milieucategorie (4 tot en met 6). Projecten die bijdragen aan het mogelijk maken of behouden van deze categorieën scoren hoger.

    • ii.

      Multimodale ontsluiting:

      Dit subcriterium beoordeelt in hoeverre het project bijdraagt aan het realiseren van aanbod dat aansluit op de behoefte aan goed ontsloten bedrijventerreinen, bijvoorbeeld via weg, spoor of water.

    • iii.

      Schaarste in het gebied:

      Dit subcriterium beoordeelt in hoeverre het project bijdraagt aan het verminderen van schaarste op de bedrijventerreinenmarkt in de regio door het creëren van nieuw aanbod in segmenten of op locaties waar de vraag het grootst is.

De puntenverdeling van in totaal 100 punten wordt als volgt toegepast:

 

a. Beter benutten (20 punten totaal)

b. Efficiënter benutten (40 punten totaal)

  • i.

    Toename economische waarde

20

  • ii.

    Toename functionele waarde

20

c. Balans tussen vraag en aanbod (40 punten totaal)

  • i.

    Milieucategorie

10

  • ii.

    Multimodale ontsluiting

10

  • iii.

    Schaarste in het gebied

20

 

Artikel 28.15 Subsidieverplichtingen

Lid 1, onderdeel c

Deze verplichting vloeit voort uit het lerende karakter van de pilotprojecten zoals door het Rijk beoogd. De subsidieregeling maakt onderdeel uit van een landelijke aanpak waarbij kennis en ervaringen met herstructurering en herontwikkeling van bedrijventerreinen worden verzameld en gedeeld.

 

Van subsidieontvangers wordt daarom verwacht dat zij tijdens en na afloop van het project bijdragen aan deze kennisuitwisseling, bijvoorbeeld door het delen van ervaringen, resultaten en geleerde lessen binnen de landelijke learning community die door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt opgezet. Hiermee wordt beoogd de opgedane inzichten breder toepasbaar te maken en de effectiviteit van toekomstige inzet te vergroten.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 30 juni 2026.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven