Artikel I
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
Artikel 1.1.3 Betekenis van begrippen
Na het begrip ‘Landbouwvrijstellingsverordening’ wordt toegevoegd:
- -
Omgevingsvisie Overijssel: de door Provinciale Staten vastgestelde visie “Overijssel voor en met elkaar”, waarin de provincie de doelen, opgaven en ontwikkelprincipes voor de fysieke leefomgeving beschrijft. De Omgevingsvisie is te vinden via https://ruimtelijkeplannen.overijssel.nl/omgevingsvisie
2.4 Flexpools versnellen woningbouw
Artikel 2.4.10 Sisa-verantwoording
Lid 1: ‘J6’ wordt vervangen door: J6B
2.6 Woonfaciliteit Overijssel
Vervallen.
3.13 Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel
Artikel 3.13.4 Aanvrager
Na ‘gemeente’ wordt toegevoegd: waterschap,
4.2 Meer bos in Overijssel
Artikel 4.2.10 Aanvullende verplichtingen
Lid 1 onderdeel i komt te vervallen.
4.17 Aanpak van invasieve exoten
Artikel 4.17.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 onderdeel c komt te luiden:
- c.
die opgenomen zijn in bijlage 1B en die worden verwijderd binnen de begrenzing van N2000-gebieden of de invloedsgebieden van N2000, waarvan de aanpak niet past binnen het reguliere beheer, zoals weergegeven in de beheerplannen van het betreffende N2000-gebied.
Lid 3 onderdeel a komt als volgt te luiden:
- a.
het vindt plaats in Overijssel;
Een nieuw lid 7 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 7.
Binnen het LIFE-projectgebied De Wieden en Weerribben kan geen subsidie worden aangevraagd voor de verwijdering van invasieve water- en oeverplanten.
Artikel 4.17.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Een nieuw lid 7 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 7.
De aanschaf van bestrijdingsmaterieel is subsidiabel voor de soorten die benoemd zijn in de bijlage 1A of 1B
Bijlage 1A. Lijst van exotische soorten waarop de subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel van toepassing is, buiten NNN en buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000-gebieden. Het gaat hierbij dus om de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel a, voor onderstaande soorten en hybriden van deze soorten:
De tabel ‘Invasieve uitheemse zoogdieren’ komt te vervallen.
De tabel ‘Invasieve uitheemse vogels’ komt te vervallen.
In de tabel ‘Invasieve uitheemse terrestrische invertebraten’ wordt
Aziatische hoornaar (Vespa velutina) vervangen door: Geelpoothoornaar (Vespa Velutina).
Toevoegen:
Paragraaf 4.43
Gereserveerd
Een nieuwe paragraaf 4.45 wordt toegevoegd:
4.45 Woningverduurzaming met bescherming van de meervleermuis
Artikel 4.45.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Bouwkundig adviseur: een door provincie Overijssel gefinancierde bouwkundige die is gespecialiseerd in het ontwerpen van natuurinclusieve vleermuisvoorzieningen in combinatie met na-isolatie.
- -
Kraamkolonie: een groep van vrouwelijke meervleermuizen die in de zomer samenkomt om jongen te baren en groot te brengen.
- -
Lijst: lijst met adressen van woningen waarvan bij de provincie bekend is dat een verblijfplaats van de meervleermuis aanwezig is.
Artikel 4.45.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het realiseren van een verblijf voor een kraamkolonie in koopwoningen, waarbij ook verduurzamingsmaatregelen aan de woning mogelijk zijn. Dit doen wij omdat wij maatregelen nemen om de condities voor Overijsselse beschermde soorten bij na-isolatie te verbeteren, waaronder de kwetsbare meervleermuis. De meervleermuis komt voornamelijk voor in de Kop van Overijssel en is behalve een strikt beschermde Habitatrichtlijnsoort ook aangewezen als doelsoort voor onder andere de Natura 2000-gebieden De Wieden en Weerribben.
Artikel 4.45.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor één van de volgende activiteiten:
- a.
isolatie van spouw in combinatie met de realisatie van een alternatief kraamverblijf voor meervleermuis in een spouw/gevel;
- b.
isolatie van dak/zolder in combinatie met de realisatie van een alternatief kraamverblijf voor meervleermuis in dak/zolder;
- c.
realisatie van een alternatief kraamverblijf voor meervleermuis met een uitbouw/add-on van de woning, die actief of passief verwarmd wordt.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel;
- b.
de activiteiten worden uitgevoerd in een koopwoning op een adres dat opgenomen is op de Lijst. Als de woning niet op de lijst staat kan de aanvrager aantonen dat er meervleermuizen in de woning aanwezig zijn;
- c.
alle door de bouwkundig adviseur geadviseerde maatregelen worden uitgevoerd en maken onderdeel uit van de subsidieaanvraag. Er kan sprake zijn van meerdere maatregelenpakketten waaruit één pakket gekozen wordt. De gekozen optie wordt volledig gerealiseerd;
- d.
de activiteiten worden uitgevoerd buiten het kraamseizoen van de meervleermuis, dat wil zeggen buiten de periode 1 april tot 31 juli.
- 3.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
maatregelen in andere panden dan koopwoningen, zoals huurwoningen of andere gebouwen;
- b.
activiteiten in woningen in een wijk of buurt waar voor dezelfde kraamkolonie al eerder provinciale subsidie is ontvangen. Per kraamkolonie kan namelijk 1 woningeigenaar subsidie ontvangen. Dit is degene die het eerst subsidie heeft aangevraagd en ontvangen op basis van deze regeling.
Artikel 4.45.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een natuurlijk persoon en;
- 2.
De aanvrager is ook eigenaar-bewoner en de zakelijk gerechtigde van de woning.
Artikel 4.45.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
In afwijking van de artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn alleen de volgende kosten derden subsidiabel: de aankoopkosten van materiaal en inhuur van (bouwkundig) aannemer voor de realisatie van het meervleermuisverblijf. Het betreft kosten voor het realiseren van het verblijf volgens het bouwkundig ontwerp dat is opgesteld door de bouwkundig adviseur en voor na-isolatie van de woning.
- 2.
Per isolatiemateriaal of inhuur geldt een subsidiabel tarief per eenheid (p x q). Deze tarieven zijn opgenomen in het begrotingsformat dat verplicht bij de aanvraag ingediend moet worden.
Artikel 4.45.6 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor realisatie van het kraamverblijf en na-isolatie van de woning is maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,-. Hiervan is maximaal € 450,- voor na-isolatie van de woning.
Artikel 4.45.7 Advies vooraf
Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag bezoekt een bouwkundig adviseur namens de provincie de woning of het pand. Deze specialist beoordeelt de situatie ter plekke. Hij geeft advies over de meest doelmatige bouwkundige verduurzamingsmaatregelen die tevens het behoud van de meervleermuis tot doel heeft. Daarbij wordt gelet op type woning, positie van het huidige kraamverblijf en de bouwkundige mogelijkheden voor de realisatie van een meervleermuisverblijf in combinatie met de te nemen verduurzamingsmaatrelen. Vanaf 1 november 2026 kunt u een verzoek tot bezoek van de adviseur indienen door een e-mail te sturen naar meervleermuis@overijssel.nl.
Artikel 4.45.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 3 mei 2027 9.00 uur en moet uiterlijk 28 mei 2027 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Woningverduurzaming met bescherming van de meervleermuis.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in:
- a.
een constructietekening die is opgesteld door de bouwkundig adviseur van de te realiseren verduurzaamheidsmaatregelen en het kraamverblijf;
- b.
een offerte van een aannemer voor de aan te schaffen materialen en personeelskosten. De offerte is voor het realiseren van de constructie die met de provinciaal adviseur zijn besproken;
- c.
het door de bouwkundig adviseur ingevulde en ondertekende adviesformulier.
- 5.
De aanvrager kan tijdens de looptijd van deze subsidieregeling maximaal 1 keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling.
Artikel 4.45.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode 3 mei 2027 tot en met 28 mei 2027.
Artikel 4.45.10 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten te laten uitvoeren buiten het kraamseizoen van meervleermuis, dat wil zeggen buiten de periode 1 april tot 31 juli;
- b.
de activiteiten binnen 24 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te hebben uitgevoerd;
- c.
mee te werken aan toezicht door een provinciale ecoloog, die toezicht houdt op juiste uitvoering bij realisatie van de activiteiten;
- d.
mee te werken aan een nulmeting en monitoring op de effectiviteit van de activiteiten, die door provincie wordt uitgevoerd;
- e.
mee te werken aan eventueel onderzoek naar andere aanwezige natuurwaarden in het betreffende pand. Dit onderzoek bekostigt de Provincie. Maatregelen die voor andere soorten dan meervleermuis genomen moeten worden, zijn geen onderdeel van de subsidie op grond van deze subsidieregeling.
Artikel 4.45.11 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 1 december 2028, om 17.00 uur.
Paragraaf 4.46 wordt toegevoegd:
4.46 Basisondersteuning groene vrijwilligers in Overijssel
Artikel 4.46.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Basisondersteuning groene vrijwilligers Overijssel: het faciliteren van groene vrijwilligers zodat zij hun vrijwilligerswerk goed en veilig kunnen uitvoeren, met bijvoorbeeld training en scholing, begeleiding en waardering van groene vrijwilligers, toerusten van groene vrijwilligers met de voor hun werkzaamheden benodigd materiaal, materieel en praktische tools en het creëren of verbeteren van een veilige werkomgeving voor groene vrijwilligers.
- -
Groene vrijwilliger: vrijwilliger die zich inzet voor de bescherming van de natuur en het bevorderen van duurzaamheid. Groene vrijwilligers zijn als teller, verteller of hersteller actief in verschillende gebieden, zoals:
- -
Onderhoud van natuur en landschap: zij helpen bij het onderhouden van natuurgebieden en natuur in landelijk en stedelijk gebied;
- -
Onderzoek en educatie: ze dragen bij aan monitoring en onderzoek naar de natuur en verzorgen natuureducatie.
- -
Potentiële nieuwe regiopartner: een provinciale organisatie met groene vrijwilligers die nog niet eerder een subsidie van de provincie Overijssel heeft ontvangen voor ondersteuning van groene vrijwilligers.
- -
Provinciale organisatie met groene vrijwilligers: organisatie die basisondersteuning biedt aan groene vrijwilligers en die activiteiten voor vrijwilligers uitvoert op bovenlokaal niveau, dat wil zeggen in minimaal drie Overijsselse gemeenten.
- -
Regiopartner: provinciale organisatie met groene vrijwilligers, die al basisondersteuning aan groene vrijwilligers biedt en die haar aanbod op de andere provinciale organisaties afstemt. In Overijssel zijn dit Landschap Overijssel, Natuur en Milieu Overijssel en IVN Overijssel.
Artikel 4.46.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel bijdragen aan de basisondersteuning van vrijwilligers in natuur en landschap, onder andere door financiering van relevante cursussen en opleidingen, borging van veilig werken en door de onderlinge samenwerking tussen provinciale organisaties die groene vrijwilligers ondersteunen te vergroten. Door het stimuleren van vernieuwing in aanbod en doelgroepen blijft groen vrijwilligerswerk aansluiten op de behoefte en maatschappelijke ontwikkelingen.
Regiopartners Landschap Overijssel, Natuur en Milieu Overijssel en IVN Overijssel worden in ieder geval als serieuze gegadigden gezien voor deze subsidie. Zij bekleden een bijzondere positie in Overijssel als het gaat om groen vrijwilligerswerk, omdat zij:
- -
provinciale organisaties met groene vrijwilligers zijn;
- -
beschikken over specialistische kennis, materiaal en materieel, deels opgebouwd door jarenlange ervaring en investering, die nodig zijn voor het ondersteunen van groene vrijwilligers;
- -
beschikken over het benodigde netwerk, relaties en achterban die het mogelijk maakt om groene vrijwilligers(groepen) vanuit allerlei achtergronden en in heel Overijssel te bereiken;
- -
faciliteiten bieden waar groene vrijwilligers op veel plekken in Overijssel afhankelijk van zijn;
- -
al jarenlang onderling samenwerken op dit gebied, waarbij ze door ieders specialistische kennis samen een compleet en robuust aanbod voor groene vrijwilligers verzorgen, waarbij door de samenwerking een financieel doelmatig geheel is ontstaan.
Artikel 4.46.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor het realiseren van basisondersteuning aan groene vrijwilligers.
- 2.
De activiteit en aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
voorafgaand aan de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met de provinciale beleidsmedewerker groene vrijwilligers. Aanmelden voor dit gesprek kan via overijsselloket@overijssel.nl;
- b.
de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd vinden plaats in Overijssel;
- c.
minimaal de helft van de met de subsidie uit te voeren activiteiten betreffen activiteiten die van belang zijn voor een bredere groep groene vrijwilligers dan de groene vrijwilligers die zijn aangesloten bij de aanvrager;
- d.
er wordt actief gecommuniceerd over het aanbod naar de bij de eigen organisatie aangesloten groene vrijwilligers, maar ook naar andere (potentiële) groene vrijwilligers in de hele provincie Overijssel;
- e.
activiteiten die van belang kunnen zijn voor andere groene vrijwilligers dan de vrijwilligers die zijn aangesloten bij de aanvragende organisatie, staan open voor deelname voor alle (potentiële) groene vrijwilligers in de hele provincie Overijssel;
- f.
er wordt actief samengewerkt met de andere provinciale organisaties met groene vrijwilligers in Overijssel, onder andere door ieders aanbod efficiënt op elkaar af te stemmen en gezamenlijk de organisatie en communicatie van activiteiten op te pakken;
- g.
de aanvraag scoort minimaal 30 punten op basis van de scoretabel 1.
- 3.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
activiteiten waarvoor al subsidie is aangevraagd of verstrekt op grond van deze regeling;
- b.
ontwikkeling van nieuwe apps en licentiekosten voor apps;
- c.
gebouwen, fysieke aanpassingen binnen of buiten;
- d.
activiteiten met primair een commercieel oogmerk;
- e.
MDT-projecten (Maatschappelijke Diensttijd), tenzij het gaat om een aanvulling of plus hierop.
Artikel 4.46.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is penvoerder namens een samenwerkingsverband van Landschap Overijssel, IVN ten behoeve van afdeling Overijssel en Natuur en Milieu Overijssel. Eén van deze organisaties is de penvoerder namens het samenwerkingsverband.
- 2.
De aanvrager voor het deelplafond ‘Potentiële nieuwe regiopartners’ is een potentiële nieuwe partner.
Artikel 4.46.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.
- 2.
Reiskosten of onkosten van individuele vrijwilligers(groepen) voor het uitvoeren van regulier vrijwilligerswerk komen niet voor de subsidie in aanmerking. Dit is in afwijking van artikel 1.2.7 lid 1 onderdeel e. Deze kosten zijn alleen subsidiabel als ze worden uitgevoerd bij deelname aan activiteiten die plaatsvinden voor alle vrijwilligers in het kader van basisondersteuning.
- 3.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
reguliere exploitatiekosten;
- b.
kosten van gebouwen en inventaris;
- c.
kosten van activiteiten die zijn uitgesloten van subsidie op grond van artikel 4.46 lid 3.
Artikel 4.46.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie voor basisondersteuning voor groene vrijwilligers door regiopartners in 2027 is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van:
- a.
€ 242.000,- voor Landschap Overijssel;
- b.
€ 82.000,- voor Natuur en Milieu Overijssel;
- c.
€ 58.000,- voor IVN ten behoeve van de afdeling Overijssel.
- 2.
De subsidie voor basisondersteuning van groene vrijwilligers door potentiële nieuwe regiopartners is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 58.000,-.
Artikel 4.46.7 Eigen bijdrage
De eigen bijdrage kan bestaan uit geld of uit personele uren van professionals. Inzet van vrijwilligersuren en gebruik van gebouwen of grond kan geen onderdeel uitmaken van de eigen bijdrage.
Artikel 4.46.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 7 september 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 30 oktober 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Basisondersteuning groene vrijwilligers in Overijssel.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in waaruit blijkt hoe men de activiteiten uit artikel 4.46.3 lid 1 wil uitvoeren en aan de voorwaarden van artikel 4.46.3 lid 2 denkt te voldoen. Dit projectplan bevat een jaarprogramma voor het jaar 2027.
- 5.
Als de aanvraag wordt gedaan door de penvoerder van een samenwerkingsverband: de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 4.46.9 Beschikbaar budget voor de regeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode 7 september 2026 tot en met 30 oktober 2026.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor potentiële nieuwe regiopartners.
Artikel 4.46.10 Aanvullende subsidie
- 1.
Als er budget overblijft bij het deelplafond ‘potentiële nieuwe regiopartners’, dan is het resterend plafondbedrag beschikbaar voor de regiopartners.
- 2.
Gedeputeerde Staten kunnen aanvullende subsidie verlenen aan de regiopartners voor aanvullende activiteiten. In afwijking van artikel 1.2.12 kan worden volstaan met het indienen van een wijzigingsverzoek met het beschikbaar gestelde begrotingsformat.
- 3.
Het aan te vragen aanvullende subsidiebedrag bedraagt maximaal een derde van het resterende budget.
- 4.
De extra activiteiten en het verzoek voldoen aan de voorwaarden uit deze regeling, waaronder de voorwaarde voor cofinanciering.
Artikel 4.46.11 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht kennis over basisondersteuning van groene vrijwilligers te delen met andere Overijsselse organisaties met groene vrijwilligers.
Artikel 4.46.12 Staatssteun
- 1.
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 31 van de AGVV.
- 2.
Er geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 4.46.13 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027, om 17.00 uur.
Scoretabel 1
|
De aanvrager maakt aannemelijk dat er inspanningen worden geleverd om de punten uit het provinciaal programma vrijwilligerswerk (te vinden op https://www.overijssel.nl/media/ouvnvizd/provinciaal-programma-vrijwilligerswerk.pdf) te bevorderen, te weten:
- -
blijvend en lerend netwerk van vrijwilligersorganisaties;
- -
inclusieve vrijwilligersorganisaties,
- -
verminderen van regeldruk voor vrijwilligers(groepen),
- -
positieve beeldvorming van vrijwilligerswerk.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 10 punten
Goed: 20 punten
|
|
De aanvrager maakt aannemelijk dat er inspanningen worden geleverd om het totale aantal groene vrijwilligers in Overijssel jaarlijks significant te laten toenemen.
|
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 10 punten
Goed: 20 punten
|
Toevoegen:
Paragraaf 4.47
Gereserveerd
Paragraaf 4.48 wordt toegevoegd:
4.48 Begrazing door schaapskuddes in Natura 2000-gebieden van Staatsbosbeheer
Artikel 4.48.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Gescheperde schaapskudde: rondtrekkende schaapskudde die niet permanent op een plaats graast en die gehoed wordt door een herder met een of meer honden;
Artikel 4.48.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het natuurbeheer in Natura 2000-gebieden door middel van de inzet van gescheperde schaapskuddes.
Artikel 4.48.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor de uitgevoerde begrazing met een gescheperde schaapskudde in een Natura 2000-gebied gedurende de jaren 2026 tot en met 2032.
- 2.
De activiteit voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het begrazen vindt plaats op gronden in een Natura 2000-gebied in Overijssel waarvan Staatsbosbeheer eigenaar is;
- b.
het begrazen wordt uitgevoerd conform de voorwaarden die zijn opgenomen in de overeenkomst die is gesloten tussen de eigenaar van de kudde en Staatsbosbeheer, zoals deze geldt gedurende de subsidieperiode.
Artikel 4.48.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is één van de volgende eigenaren van schaapskuddes:
- a.
Stichting Schaapskudde Haaksbergen;
- b.
- c.
Schapen Grazerij Bornebroek;
- d.
VOF Schapenhouderij/Schaapherder Kuhn;
- e.
Stichting Schaapskudde Hof van Twente;
- f.
- 2.
Bij wijziging van eigenaarschap van de betreffende kudde kan de subsidie niet worden overgedragen naar de nieuwe eigenaar. Er wordt dan een nieuwe overeenkomst gesloten met Staatsbosbeheer waarin het subsidiebedrag als genoemd in artikel 4.48.6 voor de resterende jaren, onderdeel van is.
Artikel 4.48.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie is een vast bedrag per dag waarop begrazing heeft plaatsgevonden. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
- 2.
De subsidie worden verstrekt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.
- 3.
De kosten waarvoor al een bijdrage is verstrekt door Staatsbosbeheer, komen niet in aanmerking voor de subsidie.
Artikel 4.48.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is een vast bedrag per dag waarop begrazing is uitgevoerd. Artikel 4.48.5 lid 1 is van toepassing. Het betreft de volgende bedragen, exclusief Btw:
2026: € 56,94
2027: € 58,08
2028: € 59,24
2029: € 60,42
2030: € 61,63
2031: € 62,86
2032: € 64,12
- 2.
De subsidie bedraagt maximaal € 35.000,-.
Artikel 4.48.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan jaarlijks worden ingediend en moet uiterlijk 1 april vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Begrazing door schaapskuddes in Natura 2000-gebieden van Staatsbosbeheer.
- 3.
De aanvrager levert een overzicht in van het aantal gerealiseerde graasdagen in het voorgaande kalenderjaar. Artikel 1.2.13 is niet van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend een schriftelijke verklaring in van de grondeigenaar van het Natura 2000-gebied, Staatsbosbeheer. In deze verklaring geeft Staatsbosbeheer aan dat:
- a.
de begrazing is uitgevoerd conform de gemaakte afspraken;
- b.
de begrazing is uitgevoerde gedurende het aantal dagen dat is opgenomen in het overzicht als genoemd in lid 3.
Artikel 4.48.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld.
Artikel 4.48.9 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht de begrazing af te stemmen met de grondeigenaar van het Natura 2000-gebied, Staatsbosbeheer.
Artikel 4.48.10 Staatssteun
Activiteiten die zijn gericht op natuurbeheer en waarbij geen sprake is van opbrengsten, leveren geen staatssteun op.
Artikel 4.48.11 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2033, om 17.00 uur.
Paragraaf 4.49 wordt toegevoegd:
4.49 Pilot geborgde emissiereductie Overijssel
Artikel 4.49.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd:
- -
Commissie van deskundigen: een onafhankelijke groep experts die door Gedeputeerde Staten is ingesteld. Deze commissie heeft kennis van emissiereductie, landbouw en vergelijkbare onderwerpen en beoordeelt de emissiereductieplannen.
- -
Emissiereductieplan: een bedrijfsgericht plan waarin emissie reducerende maatregelen zijn opgenomen, inclusief een onderbouwing van de verwachte emissiereductie en de wijze van monitoring en borging.
- -
Auditor Agrarisch Vakmanschap: een deskundige die in opdracht van de provincie de uitvoering en naleving van de in het emissiereductieplan opgenomen maatregelen controleert en monitort.
- -
Interimmer: een bedrijf dat gestart is met een activiteit of zijn activiteit heeft gewijzigd na de Europese referentiedatum voor het betrokken Natura 2000-gebied (zie Referentiedata Natura 2000 gebieden – BIJ12) en voor 1 februari 2009 en dat tot op heden geen volledige geldende natuurtoestemming heeft voor deze activiteit.
- -
Managementmaatregelen: maatregelen gericht op de reductie van ammoniak- en/of methaanemissies door aanpassing van de bedrijfsvoering.
- -
PAS-melder: een onderneming die een activiteit heeft gemeld onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en die voldoet aan de regels in artikel 3.69 van de Omgevingsregeling.
Artikel 4.49.2 Doel van de subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is om PAS-melders en interimmers te helpen om hun stikstofuitstoot blijvend te verlagen. Dit draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering van PAS-melders en interimmers en verlicht de stikstofdruk op de natuur. Dit kan ook voorkomen dat later zwaardere maatregelen nodig zijn.
Artikel 4.49.3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Subsidie is mogelijk voor:
- a.
het opstellen van een emissiereductieplan en het begeleiden van de uitvoering hiervan in combinatie met:
- b.
het uitvoeren van de volgende maatregelen die zijn opgenomen in het goedgekeurde emissiereductieplan:
- 1.
investeringen in weideregistratiesystemen;
- 2.
investeringen in installaties voor het spoelen van roosters, zoals spoelleidingen. Mestrobots die roosters en vloeren spoelen komen niet voor de subsidie in aanmerking.
- 2.
Het emissiereductieplan voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het plan bevat managementmaatregelen en/of technische maatregelen;
- b.
het plan draagt bij aan de reductie van stikstof in Overijssel;
- c.
het plan bevat een beschrijving van hoe de uitstoot wordt aangetoond en hoe de lagere uitstoot in stand blijft (borging);
- d.
het plan wordt opgesteld door een deskundige met aantoonbare ervaring. De organisatie die het plan maakt heeft hiervoor goed opgeleid personeel. De organisatie heeft ervaring met het opstellen van emissiereductieplannen en staat bekend als betrouwbaar;
- e.
het plan wordt opgesteld onder begeleiding van externe partij(en) die voor of in opdracht van de provincie Overijssel werkt en beoordeelt of de maatregelen die in het plan worden opgenomen effectief zijn;
- f.
het plan wordt gemaakt volgens de voorgeschreven opzet van de Wageningen University & Research (WUR);
- g.
het plan bevat minimaal 1 van de volgende maatregelen:
- 1.
Maatregelen die gericht zijn op minder eiwit in het voer.
- 2.
Roosters spoelen met water.
- 3.
- 4.
Maatregelen die zorgen voor een lagere TAN-waarde. De TAN-waarde laat zien hoeveel stikstof in mest snel kan vrijkomen als ammoniak.
- 5.
Of een andere maatregel die wetenschappelijk aangetoond en goed te borgen is.
- h.
het door de commissie van deskundigen goedgekeurde plan wordt volledig uitgevoerd;
- i.
de beoogde lagere uitstoot wordt in elk geval tot en met 2029 vastgehouden. Dit blijkt uit de controle van de Auditor Agrarisch Vakmanschap.
Artikel 4.49.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een PAS-melder of interimmer.
- 2.
De aanvrager neemt deel aan het pilotproject Geborgde emissiereductie. Dit project wordt, in opdracht van de provincie Overijssel, uitgevoerd door een externe partij. Het doel is om samen met de betrokken partijen te leren hoe emissiereductiemaatregelen effectief kunnen worden uitgevoerd en hoe de gerealiseerde emissiereductie over een langere periode kan worden gemonitord en geborgd.
Artikel 4.49.5 Subsidieaanvraag
- 1.
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 10 augustus 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk op 9 oktober 2026 vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
- 2.
De aanvraag wordt ingediend met het digitale aanvraagformulier Pilot geborgde emissiereductie Overijssel.
- 3.
De aanvraag wordt ingediend voor zowel het opstellen van een emissiereductieplan als voor de uitvoering van de in artikel 4.49.3 lid 1 onderdeel b opgenomen maatregelen.
- 4.
Het is niet nodig om een begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 4.49.6 Subsidiabele kosten
- 1.
Het opstellen van een emissiereductieplan en het begeleiden in de uitvoering hiervan: alleen kosten van derden komen voor subsidie in aanmerking. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- 2.
Het uitvoeren van maatregelen: alleen de aanschafkosten van nieuwe weideregistratiesystemen en installaties voor het spoelen van roosters met water komen voor de subsidie in aanmerking. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
Artikel 4.49.7 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie voor het opstellen van het emissiereductieplan bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,- per aanvraag.
- 2.
De subsidie voor het uitvoeren van de maatregelen bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten en maximaal € 60.000,- per aanvraag.
- 3.
De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 4.49.8 Beschikbaar budget
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.49.5, lid 1 en voor maximaal 30 aanvragers.
Artikel 4.49.9 Subsidieverlening voor het uitvoeren van maatregelen
De subsidie voor het uitvoeren van maatregelen wordt verleend met toepassing van artikel 4.30, tweede lid, van de Awb. Dit houdt in dat de subsidie wordt verleend tot een maximum van € 60.000,-. De precieze maatregelen worden later vastgesteld, nadat de Commissie van deskundigen het emissiereductieplan heeft goedgekeurd. Als de maatregelen niet voldoen, kan de subsidie verlaagd of op 0,- vastgesteld worden.
Artikel 4.49.10 Melding en bevoorschotten
- 1.
Het eerste voorschot van maximaal € 10.000,- voor het opstellen van het emissiereductieplan wordt uitbetaald bij verlening van de subsidie.
- 2.
- 3.
Als de commissie van deskundigen het ingediende emissiereductieplan heeft goedgekeurd, verzoekt de provincie de aanvrager om één of meer offertes in te dienen voor:
- a.
de aanschaf van de weideregistratiesystemen, en/of
- b.
de aanschaf van spoelleidingen.
- 4.
Na ontvangst van de offerte(s) wordt:
- a.
de verleende subsidie voor de uitvoering van maatregelen, zijnde maximaal € 60.000,-, gewijzigd op basis van de in de offerte opgenomen subsidiabele kosten en artikel 4.49.6 en artikel 4.49.7;
- b.
de precieze omschrijving van de subsidiabele investeringen toegevoegd aan de subsidieverlening;
- c.
een tweede voorschot verleend tot maximaal 90% van de subsidie voor de uitvoering van de maatregelen.
- 5.
Als de Commissie van deskundigen het plan niet goedkeurt, wordt de verleende subsidie voor de investeringen verlaagd naar 0,-.
Artikel 4.49.11 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
het emissiereductieplan binnen 3 maanden na subsidieverlening op te laten stellen;
- b.
het door de commissie van deskundigen goedgekeurde emissiereductieplan integraal uit te voeren;
- c.
de weideregistratiesysteem en de installatie van spoelleidingen binnen 12 maanden aan te schaffen en in gebruik te nemen;
- d.
het emissiereductieplan uit te voeren volgens het goedgekeurde plan en de lagere uitstoot ten minste tot en met 2029 vast te houden (borgen);
- e.
de uitvoering en de lagere uitstoot op de locatie van de subsidiabele activiteiten te laten controleren door de Auditor Agrarisch Vakmanschap.
Artikel 4.49.12 Verantwoording
Voor de verantwoording van de subsidie is artikel 1.2.21 van toepassing. De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat het goedgekeurde emissiereductieplan is uitgevoerd. Dit moet blijken uit een verklaring van een Auditor Agrarisch Vakmanschap.
Artikel 4.49.13 Staatssteun
- 1.
De subsidie voor het opstellen van een emissiereductieplan is geen staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
- 2.
De subsidie voor de uitvoering van maatregelen voldoet aan hoofdstuk 1 en artikel 14 lid 3 onderdeel e en lid 12 onderdeel a van de LVV.
Artikel 4.49.14 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur.
5.6 Verbeteren infrastructuur openbaar vervoer
Artikel 5.6.8 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘1 mei 2025’ wordt vervangen door: 6 juli 2026 en ‘4 oktober 2025’ wordt vervangen door: 30 november 2026 om’
6.14 Regio Deal Twente 2023-2029
Artikel 6.14.1 Betekenis van begrippen
Het begrip Rijksbijdrage komt als volgt te luiden:
6.15 Ons toeristisch Mkb: groen, digitaal en toegankelijk
Artikel 6.15.3 Aanvrager
Onderdeel b: vervallen
Onderdeel d: de SBI-codes worden als volgt aangepast;
‘551011’ wordt 55101
‘551012’ wordt 55102
‘552010’ wordt 55201
‘552020’ wordt 55202
‘553010’ wordt 55300
Artikel 6.15.5 Hoogte van de subsidie
Lid 4: ‘1 keer’ wordt vervangen door: 2 keer
Paragraaf 6.28 wordt toegevoegd:
6.28 Slimmer werken: vaardighedenscan en praktische ondersteuning
Artikel 6.28.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een veel voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Industrie: ondernemingen met een fysiek voortbrengingsproces waarmee fysieke producten, halffabricaten, modules of onderdelen worden vervaardigd, verwerkt, in elkaar gezet (geassembleerd), gedemonteerd, gerepareerd, opgeknapt (refurbished), gerecycled of anderszins hergebruikt.
Artikel 6.28.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie het vakmanschap en de arbeidsproductiviteit in het mkb in de industrie versterken door mkb-ondernemingen in Overijssel te ondersteunen met een vaardighedenscan en praktische ondersteuning door een vakexpert.
Artikel 6.28.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Subsidie is mogelijk voor een adviestraject.
- 2.
Het adviestraject voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het adviestraject bestaat uit een vaardighedenscan en praktische ondersteuning door een vakexpert;
- b.
de vaardighedenscan laat zien welke digitale en technische vaardigheden medewerkers hebben en welke zij nog moeten leren. De scan geeft ook advies over passende scholing. De vorm van de scan is vrij;
- c.
de praktische ondersteuning gaat over het leren en gebruiken van technische en digitale vaardigheden die meteen toe te passen zijn in het productieproces.
- 3.
Het adviestraject wordt uitgevoerd door een vakexpert. Een vakexpert voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de vakexpert is niet in dienst bij de onderneming of is daar niet op een andere manier aan verbonden. Dit betekent dat de vakexpert niet in dienst is van een moeder-, dochter- of zusterbedrijf;
- b.
de vakexpert heeft minimaal MBO-4 niveau of minimaal 3 jaar werkervaring met het onderwerp van het adviestraject.
- 4.
De volgende advies- en ondersteuningsactiviteiten komen niet in aanmerking voor subsidie: innovatieadvies en -ondersteuning om nieuwe producten of processen te ontwikkelen binnen een onderneming. Voor deze activiteiten kan gebruik worden gemaakt van ondersteuning via de ondernemersloketten of via subsidieregeling 6.13 Digitale en circulaire industrie Overijssel.
Artikel 6.28.4 Aanvrager
De aanvrager is:
- a.
een BV, een NV, een eenmanszaak, een maatschap of een v.o.f.; en
- b.
is een kleine onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn; en
- c.
is een onderneming in de sector industrie; en
- d.
is fysiek gevestigd in de provincie Overijssel.
Artikel 6.28.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
Artikel 6.28.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 4.000,- per aanvraag.
- 2.
De aanvrager kan tijdens de looptijd van deze subsidieregeling maximaal 1 keer een subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Een verbonden onderneming van moeder-dochter-zuster onderneming wordt gezien als dezelfde aanvrager.
Artikel 6.28.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 1 september 2026 om 9.00 uur.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Slimmer werken: vaardighedenscan en praktische ondersteuning.
- 3.
De aanvrager levert een getekende opdrachtverlening of overeenkomst met de vakexpert in.
- 4.
De aanvrager hoeft geen begroting in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 onderdeel b is niet van toepassing.
Artikel 6.28.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027.
Artikel 6.28.9 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten te starten binnen 3 maanden na de datum van de subsidieverlening;
- b.
de activiteiten binnen 12 maanden na de datum van de subsidieverlening uitgevoerd te hebben.
Artikel 6.28.10 Geen staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 6.28.11 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Paragraaf 6.29 wordt toegevoegd:
6.29 Nieuw aanbod nieuwe gasten
Artikel 6.29.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Toeristisch aanbod: recreatieve producten, arrangementen, routes, verhaallijnen of belevingsconcepten.
Artikel 6.29.2 Doel van de subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is om samenwerkende ondernemers, gemeenten en organisaties te helpen om nieuw toeristisch aanbod te ontwikkelen voor meer nieuwe gasten in Overijssel. Hiermee draagt de provincie Overijssel bij aan een bewuste en gastvrije bestemming voor bezoekers, bedrijven én inwoners in Overijssel.
Artikel 6.29.3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Subsidie is mogelijk voor het ontwikkelen van toeristisch aanbod in Overijssel. De volgende activiteiten komen voor de subsidie in aanmerking:
- a.
het ontwikkelen van nieuwe manieren waarop gasten het gebied, de natuur of het erfgoed kunnen beleven, waarbij gebruik gemaakt wordt van een herkenbaar verhaal of thema (belevingsconcepten).
- b.
het beter toegankelijk en zichtbaar maken van Overijsselse verhalen, zowel fysiek bijvoorbeeld met borden en routes, als digitaal zoals met audiotours of apps.
- c.
het ontwikkelen van leer- en doe-activiteiten als onderdeel van het toeristisch aanbod, die passen bij de kenmerken van de streek;
- d.
activiteiten gericht op de samenwerking tussen 2 of meer van de volgende sectoren: natuur, cultuur, erfgoed of technologie (crossovers);
- e.
het ontwikkelen en toepassen van een overkoepelend verhaal, als dit direct nodig is voor het maken van concreet toeristisch aanbod voor bezoekers.
- 2.
Het toeristisch aanbod voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het gaat over een herkenbare en onderscheidende plek, verhaal of bouwwerk in het gebied in Overijssel (icoon);
- b.
het toeristisch aanbod is nieuw. Dit betekent dat:
- 1.
het aanbod nog niet in het gebied is, of
- 2.
het gaat om bestaand aanbod dat wordt vernieuwd of anders wordt aangeboden, zodat het nieuwe doelgroepen aanspreekt.
- c.
de activiteiten vinden plaats in en tussen gebieden in Overijssel en verbinden meerdere locaties in één verhaal of route;
- d.
het wordt ontwikkeld in lijn met de ontwikkelprincipes uit de Ruimtescan, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel. Dit betekent dat:
- 1.
het zorgt voor een goede spreiding van bezoekers;
- 2.
het de natuur, het landschap of het erfgoed versterkt;
- 3.
het past bij de plannen en opgaven van het gebied;
- 4.
het rekening houdt met de leefomgeving en overlast voorkomt;
- 5.
het gebruikmaakt van wat er al is in het gebied en dit versterkt.
- e.
het is financieel haalbaar;
- f.
het beheer, onderhoud en gebruik zijn voor minimaal 3 jaar na ontwikkeling goed geregeld.
- g.
er is sprake van samenwerking. De samenwerking voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
minimaal twee van de volgende organisaties of ondernemingen: musea, erfgoedorganisaties, marketingorganisaties, overheden of ondernemers werken samen aan het ontwikkelen en uitvoeren van het te ontwikkelen toeristisch aanbod;
- b.
alle deelnemende samenwerkingspartners leveren een aantoonbare en passende inhoudelijke of financiële bijdrage aan het ontwikkelen van het toeristisch aanbod.
- 3.
De subsidie wordt alleen verstrekt als de benodigde vergunningen al verleend zijn, of het is aannemelijk dat deze worden verleend.
- 4.
De volgende activiteiten komen niet voor de subsidie in aanmerking:
- a.
reguliere exploitatie en/of structurele activiteiten van organisaties of platforms.
- b.
uitsluitend marketing- of promotieactiviteiten.
- c.
eenmalig aanbod zoals een evenement.
- d.
activiteiten die primair gericht zijn op erfgoedonderzoek, documentatie, waardestelling of behoud en instandhouding van erfgoed.
Artikel 6.29.4 Aanvrager
De aanvrager is:
- a.
een gemeente, een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, Coöperatie, een commanditaire vennootschap, een kerkgenootschap of een samenwerkingsverband van minimaal twee van de hiervoor genoemde partijen; en
- b.
actief in de cultuur-, recreatie-, natuur- of erfgoedsector; en
- c.
niet in financiële moeilijkheden.
Artikel 6.29.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.
- 2.
De subsidiabele kosten bedragen minimaal € 100.000,-.
- 3.
De kosten voor marketing en communicatie zijn subsidiabel, voor zover deze een integraal onderdeel vormen van de ontwikkeling en implementatie van het toeristisch aanbod en niet uitsluitend zijn gericht op promotie.
Artikel 6.29.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en maximaal € 100.000,- per aanvraag.
- 2.
De subsidie voor personeelskosten van de aanvrager en projectmanagement bedraagt maximaal 15% van de subsidiabele kosten.
- 3.
De subsidie voor de aanschaf spullen (inventaris) zoals machines, apparatuur en (speel)toestellen bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele kosten.
- 4.
De subsidie voor (ver)bouwactiviteiten bedraagt maximaal € 30.000,-.
- 5.
Een aanvrager kan tijdens de looptijd van deze subsidieregeling maximaal 2 subsidie keer ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Een verbonden onderneming van moeder-dochter-zuster onderneming wordt gezien als dezelfde aanvrager.
Artikel 6.29.7 Eigen bijdrage
Minimaal 10% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager, partners of derde(n).
Artikel 6.29.8 Preadvies
- 1.
Voordat de aanvraag wordt ingediend wordt een preadvies gevraagd aan Gastvrij Overijssel. Een aanmelding voor het pre- advies kan vanaf 1 september 2026 ingediend worden via info@gastvrijoverijssel.nl.
- 2.
Gastvrij Overijssel geeft advies aan de aanvrager over artikel 6.29.3, lid 2, onderdeel a, b en c. De aanvrager kan dit advies gebruiken om de aanvraag te verbeteren.
- 3.
De aanvrager stuurt bij de aanmelding het conceptprojectplan in.
Artikel 6.29.9 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 21 september 2026 om 9.00 uur.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Nieuw aanbod nieuwe gasten.
- 3.
De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
een projectplan. In het projectplan staat minimaal:
- 1.
welke activiteiten uitgevoerd worden;
- 2.
een beschrijving van de beoogde doelgroep(en) en een onderbouwing hoe het aanbod aansluit op deze doelgroep(en) en marktkansen. Waarbij gebruik gemaakt kan worden van bestaande doelgroep inzichten (zoals de Leefstijlvinder);
- 3.
hoe de samenwerking is vormgegeven en of sprake is van een samenwerkingsverband;
- 4.
- 5.
een uitleg hoe aan deze regeling wordt voldaan;
- 6.
een exploitatie- en borgingsparagraaf met financiële onderbouwing voor minimaal 3 jaar beheer, onderhoud en publieksontsluiting;
- 7.
hoe het aanbod is ontwikkeld in lijn met de ontwikkelprincipes uit de Ruimtescan, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel;
- b.
schriftelijk preadvies dat is opgesteld vanuit Gastvrij Overijssel;
- c.
Als sprake is van een samenwerkingsverband levert de aanvrager:
- 1.
de samenwerkingsovereenkomst; en
- 2.
de staatssteunverklaring van alle partners in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format Staatssteunverklaring partners te gebruiken. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing.
Artikel 6.29.10 Beschikbaar budget
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027.
Artikel 6.29.11 Bevoorschotten
Als een omgevingsvergunning nodig is voor de activiteiten, wordt het eerste voorschot pas verleend nadat de omgevingsvergunning is ontvangen door de provincie.
Artikel 6.29.12 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten te starten binnen 6 maanden na de subsidieverlening;
- b.
de activiteiten binnen 24 maanden na de subsidieverlening uitgevoerd te hebben;
- c.
actief bij te dragen aan kennisdeling binnen de Overijsselse vrijetijdssector, bijvoorbeeld door workshops en leerkringen in samenwerking met Gastvrij Overijssel.
Artikel 6.29.13 Staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 6.29.14 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027.
7.9 Cultuurmakelaars
Artikel 7.9.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: ‘2025 en 2026’ wordt vervangen door: 2027 en 2028
Lid 2, onderdeel d komt als volgt te luiden:
- d.
de cultuurmakelaar wordt ingezet voor minimaal 4 uur per gemeente per week voor de periode van twee jaren achter elkaar tot in ieder geval 31 december 2028;
Onderdeel f wordt toegevoegd, dat luidt:
- f.
het functieprofiel van de cultuurmakelaar is gebaseerd op de profielen Cultuurcoach II en III en de indicatoren uit het raamwerk NOK cultuurcoach van het ministerie van VWS;
Artikel 7.9.8 komt als volgt te luiden:
Artikel 7.9.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan worden ingediend voor de jaren 2027 en 2028 samen.
- 2.
De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 2 november 2026 en moet 29 januari 2027 voor 17.00 uur zijn ontvangen.
- 3.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Cultuurmakelaars.
- 4.
De aanvrager levert daarnaast de volgende stukken in:
- a.
een begroting en een dekkingsplan. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
- b.
een projectplan. In het projectplan staat minimaal:
- -
het functieprofiel van de cultuurmakelaar. Dit functieprofiel is gebaseerd op de profielen Cultuurcoach II en III en de indicatoren uit het raamwerk NOK cultuurcoach van het ministerie van VWS;
- -
het aantal werkuren van de cultuurmakelaar;
- -
de duur van de taken binnen deze aanvraag van de cultuurmakelaar;
- -
een uitleg wie formeel de werkgever is van de cultuurmakelaar.
Artikel 7.9.12 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2028
7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028
Bijlage 1: Tabel 1 bij 7.23 Kader culturele en erfgoedinstellingen Overijssel 2025 tot en met 2028
De inhoud van de rij ‘’ komt als volgt te luiden:
|
Stichting Rijnbrink Holding (Provinciale bibliotheek Amateurmuziek)
|
€ 189.863,54
|
€ 47.465,89
|
€ 172.465,89
|
€ 47.465,89
|
€ 47.465,89
|
De inhoud van de totaalrij komt als volgt te luiden:
|
Totaal
|
€ 39.894.404,00
|
€ 9.615.601,00
|
€ 9.990.601,00
|
€ 10.115.001
|
€ 10.080.604,00
|
Paragraaf 7.34 wordt toegevoegd:
7.34 Herstel cultuurhistorische lanen
Artikel 7.34.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Cultuurhistorische laan: een weg of pad, die aan beide zijden met één of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan. Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband. Een enkele bomenrij aan één zijde van de weg of het pad, is geen laan.
- -
- -
- -
Overgangsbeheer: extra beheerinspanning die er vooral op is gericht om de jonge bomen van voldoende water te voorzien en de boomspiegel vrij te houden van begroeiing. Overgangsbeheer is het beheer dat wordt uitgevoerd in de periode vanaf de aanplant tot de situatie dat de bomen goed geworteld zijn en groeien en normaal beheer kan plaatsvinden. Overgangsbeheer bevat ook inboet.
- -
Vitaliteitsplan: een strategisch plan om de gezondheid, weerbaarheid en levensduur van bomen op lange termijn te waarborgen. Het richt zich op het vermogen van een boom om te reageren op verbeteringen in de groeiplaats, oftewel de veerkracht van de boom. Er hoort ook een nulmeting bij, waarbij boom technisch onderzoek wordt gedaan en waarbij de gezondheid (bladkleur, kroonstructuur, stamconditie, taksterfte), stabiliteit en eventuele gebreken van de boom worden beoordeeld. Op basis van de nulmeting wordt de algehele conditie van een boom bepaald. Specifiek voor lanen wordt geïnventariseerd wat de procentuele uitval is ten opzichte van het oorspronkelijk plantverband en de vitaliteit van de nog aanwezige bomen. Op basis daarvan wordt een beoordeling van de laan als geheel gegeven.
Artikel 7.34.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle lanen op landgoederen die zijn opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart. Dit doen we door landgoedeigenaren te ondersteunen in de kosten voor vervanging van de bomen die deze lanen vormen.
Artikel 7.34.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor:
- a.
de aanplant van bomen in cultuurhistorische lanen of;
- b.
de aanplant van bomen in cultuurhistorische lanen en bijbehorend overgangsbeheer.
- 2.
De activiteit voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de aanplant dient ter vervanging van cultuurhistorische lanen die ieder minimaal 100 meter lang zijn en bestaat uit bomen die ieder minimaal 80 jaar oud zijn;
- b.
de aanplant dient ter vervanging van de gehele cultuurhistorische laan of een aaneengesloten gedeelte daarvan als dat minimaal 100 meter betreft;
- c.
De bomen aan beide zijden van de laan worden vervangen;
- d.
de aanplant betreft inheemse boomsoorten;
- e.
de aan te planten bomen hebben een stamomtrek van minimaal 12-14 cm;
- f.
de plantafstand tussen de aan te planten bomen is 8 meter, tenzij (bij Rijksmonumenten) de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed anders aangeeft in haar advies aan de gemeente ten behoeve van de omgevingsvergunning;
- g.
voor de aan te planten bomen moet minimaal gedurende 4 jaar na aanplant overgangsbeheer plaatsvinden. Dat dit plaatsvindt dient te blijken uit het inrichtings- en beheerplan;
- h.
de activiteiten scoren op basis van scoretabel 1 bij deze regeling op maximaal één criterium 'matig’ en op de overige criteria 'groot';
- i.
de cultuurhistorische laan is van zonsopgang tot zonsondergang kosteloos opengesteld en toegankelijk op ten minste 358 dagen per jaar of is openbaar toegankelijk.
- 3.
De activiteit ‘aanplant van bomen in cultuurhistorische lanen en bijbehorend overgangsbeheer’ voldoet aanvullend aan de voorwaarde dat voor het beheer van de laan geen SNL-subsidie of een andere provinciale subsidie loopt.
- 4.
De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:
- a.
revitalisering van bomen;
- b.
vervanging van een gedeelte van de laan, tenzij dat gedeelte een aaneengesloten lengte heeft van minimaal 100 meter en beide zijden van de laan betreft;
- c.
werkzaamheden aan andere onderdelen van de laan dan de bomen, zoals verharding of hekwerk.
Artikel 7.34.4 Aanvrager
De aanvrager is de eigenaar van het landgoed of een natuurlijk persoon of rechtspersoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd of gemachtigd is door een persoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein.
Artikel 7.34.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De subsidie is een vast bedrag per boom. Artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
Artikel 7.34.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie voor aanplant van bomen in cultuurhistorische lanen betreft een vast bedrag van € 400,- per boom.
- 2.
De subsidie voor aanplant van bomen in cultuurhistorische lanen en bijbehorend overgangsbeheer betreft een vast bedrag van € 450,- per boom.
- 3.
De subsidie bedraagt maximaal € 50.000,- per eigenaar van één of meer landgoederen met een totale oppervlakte van 1000 hectare of minder.
- 4.
De subsidie voor een eigenaar van één of meer landgoederen met een totale oppervlakte van meer dan 1000 hectare bedraagt maximaal € 100.000,-.
Artikel 7.34.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 31 augustus 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 30 oktober 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Herstel cultuurhistorische lanen.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in:
- a.
een vitaliteitsplan. Dit vitaliteitsplan voldoet aan de volgende voorwaarden:
- 1.
op het moment van indienen van de aanvraag is het maximaal 2 jaar oud. Indien het tussen 2 en 5 jaar oud is, dan wordt een bijlage, die maximaal 2 jaar oud is, toegevoegd waarin de vitaliteit van de laan of lanen, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is beschreven;
- 2.
het plan beschrijft de gehele laan;
- 3.
het plan is opgesteld door een onafhankelijke deskundige.
- b.
een inrichtings- en beheerplan voor de laan of lanen. Dit plan voldoet aan de volgende voorwaarden:
- 1.
het is opgesteld door een onafhankelijke dekundige;
- 2.
het is op het moment van indienen van de subsidieaanvraag maximaal 2 jaar oud;
- 3.
het inrichtingsplan- en beheerplan betreft vervanging van bomen door inheemse boomsoorten;
- 4.
het plan beschrijft de gehele laan;
- 5.
in het plan is daarnaast het volgende uitgewerkt:
- a.
om welke laan of lanen het gaat (aanduiding op luchtfoto en kaart);
- b.
kenmerken van de huidige laan of lanen (boomsoort, boomafstand, ouderdom van de bomen, specifieke kenmerken van de laan zoals zichtlijnen (foto’s), beleefbaarheid, beeldbepalendheid, cultuurhistorische waarde, het oorspronkelijk plantverband);
- c.
een overzicht van de gekozen aan te planten boomsoorten en onderbouwing daarvan;
- d.
een overzicht van de kenmerken van de aan te planten bomen (omtrek minimaal 12-14 cm, maar advies is om niet te zwaar plantsoen te planten omdat jonge bomen vaak beter aanslaan, draadkluit/pot, geen kale wortels, aantal bomen);
- e.
een beschrijving van de voorbereiding van het planten (al dan niet wegfrezen van stobben, plantafstand 8 meter, tenzij bij rijksmonumenten door RCE anders wordt voorgeschreven);
- f.
een beschrijving van de plantwerkzaamheden (wijze van planten, boompalen en band, gietrand of functionele aarden walletjes);
- g.
een beschrijving van de optimale (proactieve) nazorg gedurende 4 jaar.
- 4.
Als de subsidieaanvrager geen SNL-subsidie ontvangt voor het landgoed: een bewijs van openbare toegankelijkheid van de laan. Dit kan bijvoorbeeld een afschrift zijn van de gemeentelijke wegenlegger waaruit dit blijkt.
Artikel 7.34.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidiebudget geldt voor de openstellingperiode die genoemd is in artikel 7.34.7 lid 1.
Artikel 7.34.9 Aanvullende verplichtingen
- 1.
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de aanplant binnen 36 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te hebben gerealiseerd;
- b.
de aanplant tijdens het plantseizoen uit te voeren;
- c.
het overgangsbeheer uit te voeren volgens het inrichtings- en beheerplan gedurende het aantal kalenderjaren dat in de subsidiebeschikking wordt opgenomen (4 jaar);
- d.
de werkzaamheden worden uitgevoerd conform geldende vaktechnische normen, waaronder het naleven van Gedragscodes;
- e.
de laan is gedurende de periode van overgangsbeheer van zonsopgang tot zonsondergang kosteloos opengesteld of openbaartoegankelijk op ten minste 358 dagen per jaar;
- f.
de eigenaar zorgt voor goede communicatie met omwonenden en gebruikers van de laan voor het creëren van draagvlak voor het vervangen van de bomen in de laan.
Artikel 7.34.10 Staatssteun
De subsidie levert geen staatssteun op.
Artikel 7.34.11 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 30 november 2026, om 17.00 uur.
SCORETABEL 1
|
Criterium
|
Toelichting criterium
|
Puntenscore
GROOT/KLEIN/MATIG
|
|
1. Mate van urgentie
|
Er wordt onder andere gekeken naar de verwachte uitval van bomen, de kwaliteit van de bomen en of er sprake is van een veiligheidsrisico.
|
|
|
2. Cultuurhistorische waarde
|
Elementen waarop getoetst wordt zijn onder andere:
- -
Maakt de laan zichtbaar deel uit van een cultuurhistorisch ensemble?
- -
Maakt de laan deel uit van een historische structuur?
- -
Hoe oud is de laan (op oude kaarten te zien?)?
- -
- -
Is de laan bepalend voor het karakter van het landgoed?
|
|
|
3. Landschappelijke waarde
|
Elementen waarop getoetst wordt zijn onder andere:
- -
Is de laan een markante streep in het landschap;
- -
Betreft de laan een zichtlijn? De symmetrie en het ritme van de gelijke boomafstand zijn zeer belangrijke elementen voor de visuele kracht van de laan. Hoe is de symmetrie hier?
- -
Welke rol heeft de laan voor de identiteit van het landschap?
|
|
|
4. Beleefbaarheid
|
Elementen waarop wordt getoetst zijn onder andere:
- -
Wordt de laan veel gebruikt?
- -
Ligt er een wandel/fietsroute overheen?
- -
Is de laan zichtbaar vanaf de openbare weg?
|
|
|
5. Uitvoerbaarheid plan binnen 3 jaar na subsidietoekenning
|
Beoordeeld wordt onder andere:
- -
of aannemelijk is dat het plan financieel uitvoerbaar is;
- -
of een kapvergunning nodig is en in hoeverre het aannemelijk is dat deze wordt verstrekt.
|
|
8.7 Ondersteuning gemeenten bij opvang asielzoekers en statushouders
Artikel 8.7.1 Betekenis van de begrippen
- -
Provinciale Regietafel: ‘Centrale Opvang Asielzoekers’ wordt vervangen door: Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
- -
Regionale Regietafel: ‘Twentse Regietafel Asielinstroom’ wordt vervangen door: Twentse Regietafel Asiel (TRA) en ‘Regionale Regietafel IJsselland’ wordt vervangen door: Regionale Regietafel Vluchtelingen IJsselland (RRVIJ)
Artikel 8.7.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2: ‘€ 400.000,- per aanvraag’ wordt vervangen door: € 290.000,- per aanvraag
Artikel 8.7.7 Subsidieaanvraag
Lid 1 komt als volgt te luiden:
- 1.
De aanvraag:
- a.
voor 2025 moet uiterlijk 28 november 2025 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- b.
voor 2026 moet uiterlijk 30 november 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
Artikel 8.7.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 2 onderdeel a: ‘Regionale Regietafel IJsselland’ wordt vervangen door: Regionale Regietafel Vluchtelingen IJsselland (RRVIJ)
Lid 2 onderdeel b: ‘Twentse Regietafel Asielinstroom’ wordt vervangen door: Twentse Regietafel Asiel (TRA)
8.8 Iedereen doet mee!
Artikel 8.8.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 4, onderdeel d: ‘ , n en, indien daarbij gewenst, andere subsidiemogelijkheden’ komt te vervallen.
Paragraaf 8.10 wordt toegevoegd:
8.10 Versterken weerbaarheid op scholen
Artikel 8.10.1 Doel van de subsidieregeling
Het doel van deze subsidieregeling is om, via gemeenten, scholen te helpen hun preventieve aanbod te versterken en uit te breiden. Hiermee draagt de provincie bij aan het vergroten van de weerbaarheid van jongeren in Overijssel tegen ondermijnende criminaliteit.
Artikel 8.10.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie is mogelijk voor:
- a.
het inkopen en uitvoeren van interventieaanbod op basisscholen of middelbare scholen;
- b.
de ureninzet van de gemeente voor het goed uitvoeren van het interventieaanbod op scholen, samen met betrokken relevante partijen.
- 2.
Het interventieaanbod voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het aanbod versterkt de weerbaarheid van leerlingen tegen ondermijnende criminaliteit. Dit is criminaliteit waarbij jongeren worden benaderd, verleid of ingezet voor illegale activiteiten via hun directe leefomgeving, zoals school, sociale netwerken of de wijk. Daarbij wordt vaak misbruik gemaakt van hun kwetsbaarheid of beïnvloedbaarheid;
- b.
het aanbod is een preventief programma, training, themalessen of een andere maatregel;
- c.
het aanbod is voor leerlingen vanaf groep 7 basisonderwijs tot en met het voortgezet onderwijs;
- d.
het aanbod vergroot de bewustwording over ondermijnende criminaliteit;
- e.
het aanbod is bewezen effectief. Dit betekent dat uit onderzoek of ervaring blijkt dat het aanbod werkt;
- f.
het aanbod is voor een schoollocatie in Overijssel;
- g.
het aanbod wordt uitgevoerd in de schooljaren 2026–2027 of 2027–2028;
- h.
de deelnemende school draagt ook bij aan het aanbod. Dit kan geld zijn of een bijdrage in natura, zoals extra ureninzet boven de gebruikelijke inzet van de betreffende school. De school moet deze inzet kunnen aantonen.
- 3.
Het volgende aanbod komt niet voor de subsidie in aanmerking:
- a.
bestaande onderwijsactiviteiten, behalve als er duidelijk sprake is van uitbreiding, vernieuwing of verbreding van het aanbod;
- b.
aanbod waarvoor al subsidie wordt gegeven vanuit een rijksregeling, zoals in ieder geval de regeling Preventie met Gezag.
Artikel 8.10.3 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is:
- a.
een Overijsselse gemeente of een Overijsselse gemeente die namens samenwerkende gemeenten de aanvraag indient, omdat zij gezamenlijk het aanbod inkopen;
- b.
een samenwerkingsverband van Overijsselse gemeenten.
- 2.
Als sprake is van een aanvraag door samenwerkende gemeenten, wordt gespecificeerd welk deel van de subsidie aan welke gemeente wordt toegerekend, op basis van het aanbod wat per gemeente wordt gegeven.
Artikel 8.10.4 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
Het inkopen en uitvoeren van interventieaanbod: alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Het interventieaanbod voor het schooljaar 2026-2027 mag al aangeschaft zijn. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.
- 2.
De ureninzet van gemeenten: personeelskosten van de gemeente en van externe partijen zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Voor personeelskosten van gemeenten geldt artikel 1.2.6 lid 2 onderdeel a. Dit betekent dat personeelskosten van de gemeente alleen subsidiabel zijn als sprake is van ureninzet van personeel in vaste dienst dat tijdens de subsidieperiode aantoonbaar werktijduitbreiding krijgt of wordt vervangen door tijdelijke inhuur.
Artikel 8.10.5 Hoogte van de subsidie
- 1.
Het inkopen en uitvoeren van interventieaanbod: de subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal het bedrag per gemeente zoals genoemd in tabel 1 bij deze subsidieregeling.
- 2.
De inzet van gemeenten: de subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 5.000,- per aanvraag en per gemeente.
Artikel 8.10.6 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 1 september 2026 om 9.00 uur.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier ‘Versterken weerbaarheid op scholen’.
- 3.
Het is niet nodig om een begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
- 4.
De aanvrager levert de volgende documenten in:
- a.
offerte(s) waaruit blijkt welk interventieaanbod wordt ingekocht en hoeveel het kost;
- b.
intentieverklaring(en) van het schoolbestuur of schoolleiding die deelnemen.
Artikel 8.10.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
De inkoop en uitvoering van het interventieaanbod.
- b.
De ureninzet van gemeenten.
Artikel 8.10.8 Verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht om met de deelnemende scholen af te spreken dat zij deelnemen aan een evaluatieonderzoek van de provincie.
Artikel 8.10.9 Geen staatssteun
De subsidie van de provincie aan de gemeente is geen staatssteun.
Artikel 8.10.10 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Tabel 1 Maximale subsidie per gemeente voor de inkoop en uitvoering van interventieaanbod
(Gebaseerd op inwoneraantallen per 1 januari 2026)
|
Gemeente
|
Aantal inwoners
|
Maximale subsidie per gemeente voor de schooljaren 2026–2027 en 2027–2028 samen
|
|
1. Almelo
|
75.158
|
€ 21.253,-
|
|
2. Borne
|
25.042
|
€ 7.081,-
|
|
3. Dalfsen
|
30.268
|
€ 8.559,-
|
|
4. Deventer
|
105.130
|
€ 29.728,-
|
|
5. Dinkelland
|
26.969
|
€ 7.626,-
|
|
6. Enschede
|
162.671
|
€ 45.999,-
|
|
7. Haaksbergen
|
24.313
|
€ 6.875,-
|
|
8. Hardenberg
|
64.120
|
€ 18.132,-
|
|
9. Hellendoorn
|
36.351
|
€ 10.279,-
|
|
10. Hengelo
|
84.038
|
€ 23.764,-
|
|
11. Hof van Twente
|
35.773
|
€ 10.116,-
|
|
12. Kampen
|
56.841
|
€ 16.073,-
|
|
13. Losser
|
23.465
|
€ 6.635,-
|
|
14. Oldenzaal
|
32.029
|
€ 9.057,-
|
|
15. Olst-Wijhe
|
19.078
|
€ 5.395,-
|
|
16. Ommen
|
19.368
|
€ 5.477,-
|
|
17. Raalte
|
39.090
|
€ 11.054,-
|
|
18. Rijssen-Holten
|
39.270
|
€ 11.105,-
|
|
19. Staphorst
|
18.220
|
€ 5.152,-
|
|
20. Steenwijkerland
|
45.925
|
€ 12.986,-
|
|
21. Tubbergen
|
21.601
|
€ 6.108,-
|
|
22. Twenterand
|
34.234
|
€ 9.681,-
|
|
23. Wierden
|
25.535
|
€ 7.221,-
|
|
24. Zwartewaterland
|
23.737
|
€ 6.712,-
|
|
25. Zwolle
|
134.143
|
€ 37.932,-
|
9.1 Maatwerkprojecten provinciale opgaven
Artikel 9.1.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: onder kerntaak Mobiliteit wordt na beleidsdoel 4.4 toegevoegd:
- -
Aanpak schades langs Kanaal Almelo-De Haandrik (prestatie 4.7.4).
Artikel 9.1.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 2: onder kerntaak Mobiliteit wordt na beleidsdoel 4.4 toegevoegd:
- -
Aanpak schades langs Kanaal Almelo-De Haandrik (prestatie 4.7.4).