Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 16 juni 2026, PZH-2026-887466503, houdende regels voor de subsidiëring van door gemeenten uit te voeren onderzoek naar de potentie van de plaatsing van Small Modular Reactors (Subsidieregeling potentieonderzoek SMR Zuid-Holland)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat de provincie Zuid-Holland zich in het Coalitieakkoord 2023 - 2027 heeft gecommitteerd aan het doen van onderzoek naar de potentie voor de plaatsing van Small Modular Reactors in Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is gemeenten in Zuid-Holland te ondersteunen bij door hen zelfstandig uit te voeren potentieonderzoek naar de plaatsing van Small Modular Reactors in de provincie Zuid-Holland;

 

Overwegende dat provinciale staten van Zuid-Holland via een amendement bij de Voorjaarsnota 2025 een budget beschikbaar hebben gesteld voor het ondersteunen van gemeenten bij simulaties, locatieonderzoek en participatie in het kader van verkenningen naar Small Modular Reactors;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

 

Subsidieregeling potentieonderzoek SMR Zuid-Holland

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    energie-infrastructuur: infrastructuur voor warmte, elektriciteit en duurzame gassen;

  • -

    participatie: het actief betrekken van maatschappelijke partijen, groepen, (kennis)instellingen, bedrijven, inwoners en andere belanghebbenden bij onderzoek naar de mogelijke plaatsing van een SMR;

  • -

    potentieonderzoek: onderzoek naar specifieke potentiële locaties voor de plaatsing van SMR’s, inclusief ruimtelijke, technische en maatschappelijke verkenningen;

  • -

    SMR: Small Modular Reactor, ofwel kleine modulaire kernreactor, die elektriciteit genereert en (rest)warmte kan produceren en waarvan het totaal elektrisch vermogen minder dan 500 MWe bedraagt.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het zelfstandig uitvoeren van potentieonderzoek naar de plaatsing van SMR’s;

    • b.

      aanvullend onderzoek naar energie-infrastructuur, mits dit wordt uitgevoerd in samenhang met de activiteit, bedoeld in onderdeel a.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan het verkrijgen van inzicht in de potentie van de plaatsing van SMR’s in Zuid-Holland.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door gemeenten in Zuid-Holland.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, in aanmerking te komen wordt voldaan aan het vereiste dat het aanvullend onderzoek aansluitend op het potentieonderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, plaatsvindt.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    de activiteit geen betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente;

  • b.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 10.000,00;

  • c.

    het potentieonderzoek onvoldoende bijdraagt aan het verkrijgen van inzicht in de potentie van de plaatsing van SMR’s in Zuid-Holland;

  • d.

    voor dezelfde activiteit reeds subsidie is verstrekt door de provincie Zuid-Holland.

Artikel 6 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 1 juli 2026 tot en met 1 december 2027.

Artikel 7 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 6, bedraagt € 500.000,00.

Artikel 8 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt maximaal € 50.000,00 per aanvraag.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt maximaal € 50.000,00 per aanvraag.

  • 3.

    Indien toepassing van het eerste en tweede lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 9 Verdelingswijze

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en gecompleteerd is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:

    • a.

      de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;

    • b.

      de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;

    • c.

      subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de inhuur van externe advies- en onderzoeksbureau’s;

  • b.

    kosten voor het uitvoeren van participatie, waaronder het organiseren van informatiebijeenkomsten, participatiesessies of consultaties;

  • c.

    kosten voor communicatie in het kader van het participatieproces.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 10 komen gemeentelijke apparaatskosten, waaronder loonkosten en kosten voor de huur van vergaderlocaties, in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      de activiteit is uiterlijk binnen 6 maanden na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening afgerond;

    • b.

      de subsidie-ontvanger stelt na afronding van het onderzoek een eindrapport op met de bevindingen en resultaten van het onderzoek en, voor zover het de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, betreft, een beschrijving van het uitgevoerde participatieproces;

    • c.

      de subsidie-ontvanger verstrekt het eindrapport, bedoeld in onderdeel b, inclusief relevante kaarten in digitale vorm aan de provincie;

    • d.

      de subsidie-ontvanger maakt het eindrapport openbaar, met uitzondering van vertrouwelijke gegevens.

  • 2.

    In aanvulling op het eerste lid, heeft de subsidie-ontvanger ten aanzien van de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het potentieonderzoek maakt inzichtelijk of zich binnen de gemeente potentieel geschikte locaties bevinden voor de plaatsing van SMR’s en, indien dit het geval is, welke locaties dit betreft, inclusief een indicatie van mogelijke vermogenscategorieën en toepassingen;

    • b.

      het potentieonderzoek betrekt in ieder geval de relevante ruimtelijke randvoorwaarden van de gemeente;

    • c.

      de subsidie-ontvanger voert in het kader van het potentieonderzoek een participatieproces uit waarbij maatschappelijke partijen, groepen, (kennis)instellingen, bedrijven, inwoners en andere belanghebbenden worden betrokken.

  • 3.

    In aanvulling op het eerste lid, heeft de subsidie-ontvanger ten aanzien van de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, de volgende verplichtingen:

    • a.

      het aanvullend onderzoek maakt inzichtelijk of aansluiting van SMR’s op het energienetwerk mogelijk is en of aanpassingen van het energienetwerk noodzakelijk zijn;

    • b.

      het aanvullend onderzoek wordt, voor zover mogelijk, uitgevoerd in samenwerking met regionale netbeheerders.

  • 4.

    Als de activiteit wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, kan worden afgerond, kan de subsidie-ontvanger uiterlijk vóór het verstrijken van die termijn, een gemotiveerd verzoek tot verlenging indienen bij gedeputeerde staten. Gedeputeerde staten kunnen de termijn ten hoogste tweemaal met maximaal drie maanden verlengen.

Artikel 13 Bevoorschotting en betaling

Het voorschot voor subsidies vanaf € 25.000,00 bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze regeling vervalt op 1 juli 2028, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling potentieonderzoek SMR Zuid-Holland.

Den Haag, 16-06-2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

M.E. van Leeuwen, plv. voorzitter

Toelichting behorende bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 juni 2026 PZH-2026-887466503, houdende regels voor de subsidiëring van door gemeenten uit te voeren onderzoek naar de potentie van de plaatsing van Small Modular Reactors (Subsidieregeling potentieonderzoek SMR Zuid-Holland)

I. Algemeen

 

In het licht van de huidige en toekomstige energiebehoeften is de Provincie Zuid-Holland genoodzaakt om innovatieve en duurzame energieoplossingen te verkennen. Uit het Coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie Zuid-Holland volgt dat in de energiemix voor de energietransitie geen enkele CO2-neutrale techniek wordt uitgesloten. Voor wat betreft kernenergie, wordt in deze periode alleen onderzoek gedaan naar de potentie voor de plaatsing van kleine modulaire kernreactoren (SMR’s).

 

Provinciale Staten hebben via een amendement bij de Voorjaarsnota 2025 een budget beschikbaar gesteld voor het ondersteunen van gemeenten bij simulaties, locatieonderzoek en participatie in het kader van verkenningen naar SMR’s. Volgens de toelichting op dit amendement is deze ondersteuning essentieel om te komen tot een zorgvuldig en gedragen besluit over mogelijke locaties voor SMR’s in Zuid-Holland. Het biedt gemeenten de mogelijkheid tot tijdige verrichting van voorbereidend werk, inhuur van expertise en het betrekken van inwoners. Hiermee wordt aangesloten bij de provinciale verantwoordelijkheid voor een zorgvuldig en breed gedragen vormgeving van de energietransitie en toekomstige kernenergievoorziening.

 

Onderzoek

Gebleken is dat een aantal gemeenten in Zuid-Holland graag willen onderzoeken of SMR’s voor hen een rol kunnen spelen in de energiemix. Het gaat hierbij om de potentie van de plaatsing van SMR’s met verschillende vermogens (van ongeveer 5 MWe tot 500 MWe). De provincie wil deze gemeenten daarin ondersteunen via deze subsidieregeling. Op basis van deze subsidieregeling kan de uitvoering van twee typen onderzoek worden gesubsidieerd.

 

In de eerste plaats kan subsidie worden verstrekt voor potentieonderzoek, waarbij onderzoek wordt gedaan naar specifieke potentiële locaties voor de plaatsing van SMR’s. In het kader van dit potentieonderzoek dienen gemeenten onder meer een participatieproces uit te voeren. Het is van belang dat belanghebbenden, zoals bedrijven en natuur- of milieuorganisaties, maar ook inwoners van de gemeente actief worden betrokken bij het onderzoek. De kosten voor de uitvoering van participatie, waarbij kan worden gedacht aan de organisatie van informatiebijeenkomsten en participatiesessies, komen om die reden dan ook voor subsidie in aanmerking.

 

Daarnaast kan een aanvullend onderzoek naar energie-infrastructuur voor subsidie in aanmerking komen. Daarvoor is in ieder geval vereist dat dit onderzoek aansluitend op het potentieonderzoek plaatsvindt. Het aanvullende onderzoek is erop gericht inzichtelijk te maken of aansluiting van SMR’s op het energienetwerk mogelijk is en of aanpassingen van het energienetwerk noodzakelijk zijn.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel 12, Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Het eerste lid van artikel 12 bevat de verplichtingen van de subsidie-ontvanger die van toepassing zijn op zowel het potentieonderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, als op het aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.

 

Het tweede lid van artikel 12 ziet op de verplichtingen die specifiek gelden ten aanzien van het potentieonderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a. Ter beantwoording van de vraag of zich binnen de gemeente potentieel geschikte locaties bevinden voor de plaatsing van SMR’s en, indien dit het geval is, welke locaties met bijbehorende vermogenscategorieën en toepassingen (zoals nieuwe woonwijken, industrie of warmtenetten) dit betreft, kunnen de volgende aspecten worden betrokken:

  • a.

    de meest geschikte SMR-technologie per potentiële locatie;

  • b.

    veiligheidsaspecten;

  • c.

    het effect en de toegevoegde waarde op het (toekomstig) energiesysteem binnen de gemeente voor zowel elektriciteit als warmte of stoom en waterstof;

  • d.

    voldoende mogelijkheden tot het koelen van restwarmte.

  • e.

    voorwaarden voor de inpassing van een SMR in het energiesysteem, waaronder begrepen de aansluiting op elektriciteitsnetten en de mogelijke benutting van restwarmte.

Het derde lid van artikel 12 ziet op de verplichtingen die specifiek gelden ten aanzien van het aanvullend onderzoek als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b. Ter beantwoording van de vraag of aansluiting van SMR’s op het elektriciteitsnetwerk mogelijk is en of aanpassingen van het energienetwerk noodzakelijk zijn, wordt, voor zover mogelijk, samengewerkt met regionale netbeheerders.

Naar boven