Terinzagelegging ontwerpbesluit Wijziging Reglement voor Waterschap Rivierenland

Terinzagelegging van het ontwerpbesluit van 23 juni 2026- zaaknummer 2026-005115 tot wijziging van een regeling

 

 

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Gelet op het artikel 158 lid 1 onder b Provinciewet en artikel 6 van de Waterschapswet;

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben het concept ontwerpbesluit wijziging Reglement voor het Waterschap Rivierenland vrijgegeven voor inspraak.

 

Aanleiding van het ontwerpbesluit

Met de wijziging van de Waterschapswet, die op 1 januari 2026 in werking is getreden, is de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing gewijzigd. Met deze wijziging wordt de verdeling van de kosten voor de watersysteemheffing niet langer vastgesteld op basis van de economische waarde van de belastingcategorieën, maar op basis van gebiedskenmerken. Om aansluiting te zoeken bij de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing is Waterschap Rivierenland voornemens haar kostentoedeling voor de wegenheffing ook op gebiedskenmerken te baseren. Om de Kostentoedelingsverordening Wegenheffing op basis van de gebiedskenmerken in te laten gaan, is een wijziging in het Reglement voor Waterschap Rivierenland nodig.

Naast deze aanpassing wordt deze wijzigingsronde ook benut om de mogelijkheid voor het Algemeen Bestuur om ontheffing te verlenen aan de Dijkgraaf van de verplichting om daadwerkelijk in het gebied van het waterschap te wonen, niet langer te koppelen aan de voorwaarde dat deze ontheffing slechts eenmalig en voor maximaal één jaar kan worden verleend.

 

Wilt u reageren?

U kunt gedurende zes weken (van 1 juli tot en met 11 augustus 2026) een zienswijze indienen. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden hun zienswijzen op het ontwerpbesluit naar voren brengen. Dat kan als volgt:

Schriftelijk: stuur uw reactie aan het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem, onder vermelding van “wijziging Reglement voor Waterschap Rivierenland” en zaaknummer 2026-005115.

 

Gedeputeerde Staten stellen voor:

 

I. Het Reglement voor Waterschap Rivierenland als volgt te wijzigen:

 

  • A.

     

In artikel 17, tweede lid, komt de zinsnede ‘eenmalig voor ten hoogste een jaar’ te vervallen.

 

  • B.

     

Artikel 21 komt te luiden:

 

Artikel 21 Toedeling kostenaandeel

  • 1.

    In de verordening, bedoeld in 122b, eerste lid, van de wet wordt voor elk van de categorieën van heffingplichtigen de toedeling van het kostenaandeel opgenomen.

  • 2.

    De toedeling van het kostendeel voor de categorie ingezetenen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap. Het door het waterschap bij verordening, als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, van de Waterschapswet, te bepalen kostendeel bedraagt:

  • a.

    minimaal 20% en maximaal 30% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer niet meer bedraagt dan 500;

  • b.

    minimaal 31% en maximaal 40% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 500, maar niet meer dan 1000;

  • c.

    minimaal 41% en maximaal 50% wanneer het aantal inwoners per vierkante kilometer meer bedraagt dan 1000.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur kan de in het tweede lid genoemde maximale percentages aan de hand van gebiedskenmerken van het waterschap verhogen tot 40, onderscheidenlijk 50 en 60%.

  • 4.

    Het kostendeel voor de categorie ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel b, van de Waterschapswet, wordt vastgesteld in procenten volgens de formule: 0,000 002*(A^2,12) waarbij A staat voor het aantal hectaren ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen, per 1000 inwoners in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap.

  • 5.

    Het kostendeel voor de categorie natuurterreinen, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel c, van de Waterschapswet, wordt vastgesteld in procenten volgens de formule: 0,000 0066*(B^1,8) waarbij B staat voor het aantal hectaren natuurterrein per 1000 inwoners in het taakgebied van het wegenbeheer van het waterschap.

  • 6.

    Het kostendeel voor de categorie gebouwde onroerende zaken, bedoeld in artikel 122a, tweede lid, onderdeel d, van de Waterschapswet, is het kostendeel uitgedrukt in procenten dat resteert na bepaling van de kostendelen van de categorieën, bedoeld in de leden 2 tot en met 5.

  • 7.

    Het algemeen bestuur kan de in het vierde en vijfde lid bedoelde kostendelen aan de hand van de gebiedskenmerken verhogen of verlagen met maximaal 25%.

  • 8.

    De artikelen 118, 119, 120, eerste en achtste lid, en artikel 121 van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing.

 

 

De toelichting op het reglement wordt als volgt gewijzigd.

 

C

Onder het kopje ‘Kostentoedeling wegentaak’ wordt de tekst:

 

‘Het wegennet in het betreffende gebied wordt intensief gebruikt, mede door sluipverkeer, waardoor de algemene verkeersfunctie van de wegen hoog is. Het ligt dan ook in de rede om, gelet op de aard en omvang van het belang van de wegen voor de ingezetenen, bij de kostentoedeling van de wegentaak het maximale percentage toe te rekenen aan de categorie ingezetenen gebaseerd op de inwonersdichtheid per vierkante kilometer. Uitgangspunt is hierbij dat voor deze categorie, ter vermijding van ongewenste lastenverschuivingen, de bestaande wegenheffing op dezelfde voet wordt voortgezet door het waterschap.’

 

Vervangen door:

 

Om aansluiting te zoeken bij de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing, ingevoerd op 1 januari 2026 met de wijziging van de Waterschapswet, wordt voor de categorieën ‘ingezetenen’, ‘ongebouwd’ ‘natuurterreinen’ en ‘gebouwd’ het kostendeel vastgesteld aan de hand van de gebiedskenmerken. Het kostendeel van de categorie ‘ingezetenen’ is gebaseerd op de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer binnen het taakgebied wegenbeheer. De categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuurterreinen’ worden berekend op basis van de dichtheid van de categorieën binnen het taakgebied (hectaren per 1.000 inwoners). Het overige aandeel van de kosten wordt toegekend aan de categorie ‘gebouwd’. Voor de categorie ‘ingezetenen’ kan het Algemeen Bestuur het kostenaandeel met maximaal 10% extra verhogen boven de bandbreedtes zoals in het reglement opgenomen. Voor de categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuurterreinen’ kan het Algemeen Bestuur het kostenaandeel, beargumenteerd op basis van gebiedskenmerken, verhogen of verlagen met maximaal 25%. Ter vermijding van ongewenste lastenverschuivingen is het uitgangspunt hierbij wel dat de voormalige lastenverdeling zoveel als mogelijk op dezelfde voet wordt voortgezet door het waterschap.

 

 

D

Onder het kopje ‘De dijkgraaf’ wordt aan de toelichting de volgende zin toegevoegd:

 

Op basis van het tweede lid kan het algemeen bestuur ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Het Algemeen Bestuur kan zelf bepalen of en voor welke periode ontheffing wordt verleend.

 

 

II. Dit besluit treedt in werking per 1 januari 2027.

 

Toelichting

Met de wijziging van de Waterschapswet die op 1 januari 2026 in werking is getreden is de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing gewijzigd. Met deze wijziging wordt de verdeling van de kostendeling voor de watersysteemheffing niet langer vastgesteld op basis van de economische waarde van de belastingcategorieën, maar op basis van gebiedskenmerken.

 

De kostentoedelingsmethode kent verschillende categorieën:

  • De ingezetenen (de inwoners);

  • De eigenaren of rechthebbenden van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen (de agrariërs);

  • De eigenaren of rechthebbenden van natuurterreinen (de terreinbeheerders); en

  • De eigenaren of rechthebbenden van gebouwde onroerende zaken (de woningeigenaren en bedrijven).

 

Het Waterschap Rivierenland vordert naast deze watersysteemheffing op grond van artikel 122a van de Waterschapswet ook een wegenheffing. Het waterschap heeft namelijk op grond van artikel 4, derde lid van het Reglement voor Waterschap Rivierenland ook een taak met betrekking tot het beheer en onderhoud van lokale wegen buiten de bebouwde kom in het gebied van het voormalige waterschap de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Dit gebied is voornamelijk gelegen in de provincie Zuid-Holland en voor een zeer klein deel in de provincie Utrecht. Met de wijziging van de Waterschapswet is niet bepaald met welke methode invulling moet worden gegeven aan de kostentoedeling voor de wegenheffing.

 

Om aansluiting te zoeken bij de kostentoedelingsmethode voor de watersysteemheffing is Waterschap Rivierenland voornemens haar kostentoedeling voor de wegenheffing ook op basis gebiedskenmerken te baseren. Het Waterschap Hollandse Delta heeft samen met Waterschap Rivierenland en Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (ieder ook met een wegentaak) onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid om de kostentoedelingssystematiek op basis van gebiedskenmerken toe te passen op de wegenheffing. Van belang was hierbij dat de nieuwe kostentoedelingssystematiek niet mocht leiden tot grote verschuivingen in de kostenaandelen voor de categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuurterreinen’. Uit dit onderzoek bleek dat dit mogelijk was.

 

Op grond van artikel 122b van de Waterschapswet wordt bij Reglement bepaald aan welke regels de toedeling van de kosten voor de wegenheffing moet voldoen. Hier is invulling aan gegeven in artikel 21 van het Reglement voor Waterschap Rivierenland. In het tweede lid van artikel 21 van het Reglement voor Waterschap Rivierenland werd gesteld dat het kostenaandeel van de categorieën bepaald moet worden op basis van de waarde van de onroerende zaken in het economisch verkeer.

 

Om de kostentoedelingsmethode op basis van gebiedskenmerken voor Waterschap Rivierenland mogelijk te maken, wordt artikel 21 van het reglement vervangen. Het kostenaandeel voor alle categorieën wordt gebaseerd op gebiedskenmerken. Het kostendeel van de categorie ‘ingezetenen’ is gebaseerd op de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer binnen het taakgebied wegenbeheer. De categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuurterreinen’ worden berekend op basis van de dichtheid van de categorieën binnen het taakgebied (hectaren per 1.000 inwoners). Hier zijn formules voor opgesteld. Het overige aandeel van de kosten wordt toegekend aan de categorie ‘gebouwd’. Voor de categorie ‘ingezetenen’ kan het Algemeen Bestuur het kostenaandeel met maximaal 10% extra verhogen boven de bandbreedtes zoals in het reglement opgenomen. Voor de categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuurterreinen’ kan het Algemeen Bestuur het kostenaandeel, beargumenteerd op basis van gebiedskenmerken, verhogen of verlagen met maximaal 25%. Hiermee kan het waterschap rekening houden met specifieke gebiedskenmerken en de taakuitoefening van het waterschap

 

Daarnaast komt de zinsnede ‘eenmalig voor ten hoogste een jaar’ uit artikel 17, tweede lid, te vervallen. Met deze wijziging wordt het verlenen van een ontheffing van de verplichting voor de dijkgraaf om de werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben niet nader beperkt. Het algemeen bestuur bepaalt voor welke duur deze ontheffing kan worden verleend. Het artikel wordt met deze wijziging in overeenstemming gebracht met vergelijkbare bepalingen in de reglementen voor de (Gelderse) waterschappen Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel.

 

 

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

Daniël Wigboldus - C ommissaris van de Koning

Johan Osinga - Secretaris

 

Naar boven