Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 23 juni 2026, kenmerk 821073, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

 

gelet op de artikelen 7 en 8, onderdeel d, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

 

Overwegende dat gedeputeerde staten beogen ter uitvoering van de landelijke bossenstrategie CO2 vast te leggen, biodiversiteit wensen te bevorderen en wensen bij te dragen aan de transitie naar volhoudbare landbouw;

 

Overwegende dat agroforestry en voedselbossen een bijdrage kunnen leveren aan deze doelstellingen;

 

Overwegende dat gedeputeerde staten de ontwikkeling van agroforestry en voedselbossen willen stimuleren en daartoe twee paragrafen aan hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wensen toe te voegen;

 

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

Artikel I  

 

A.

In artikel 36.1.10, eerste lid, onder d, wordt “de soorten bedoeld in bijlage Vc van het Besluit kwaliteit leefomgeving” vervangen door “de invasieve soorten, bedoeld in bijlage I”.

 

B.

Na paragraaf 36.1 van hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023, worden twee paragrafen toegevoegd, luidende:

 

Paragraaf 36.2 Agroforestry

 

Artikel 36.2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    agroforestry: een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige meerjarige gewassen worden gecombineerd met landbouwgewassen of veeteelt op dezelfde landbouwgrond en die voldoen aan een of meer van de type systemen, opgenomen in factsheet 16 van de Agroforestry Kennisbank, te raadplegen op https://kennisbank.agroforestrynetwerk.nl/informatiebronnen/typering-agroforestry-in-nederland-agroforestry-factsheet-16/;

  • b.

    eco-regeling: regeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;

  • c.

    kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar aan derden verschuldigd zijn en voldoen aan artikel 1.3.3;

  • d.

    landbouwgrond: grond waarop een landbouwonderneming actief is;

  • e.

    landbouwonderneming: producent van producten van de bodem of van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van die producten wijzigt;

  • f.

    landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 2022/2472, PbEU 2022 L327/1;

  • g.

    Natuurbeheerplan Zeeland: natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016, zoals geldend op het moment van de subsidieaanvraag;

  • h.

    Natuurnetwerk Zeeland: samenhangend netwerk van natuurgebieden dat, overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Zeeland.

Artikel 36.2.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door eigenaren, erfpachters en pachters van landbouwgrond.

 

Artikel 36.2.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg en het onderhoud van agroforestry.

 

Artikel 36.2.4 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, onder a tot en met c, weigeren gedeputeerde staten de subsidie indien:

    • a.

      met de uitvoering van de activiteiten is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag;

    • b.

      reeds een subsidie of andere financiële bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;

    • c.

      op percelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, nog verplichtingen rusten op grond van dit hoofdstuk, of enige andere regeling op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot realisatie van natuur, natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer;

    • d.

      het uitvoeren van het project in strijd is met het geldende omgevingsplan of geldende regelgeving;

    • e.

      het project of een deel van het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van een herbeplantingsplicht of in het kader van een landschappelijke inpassing;

    • f.

      de subsidieaanvrager reeds verplicht is het project of een deel van het project te verrichten uit hoofde van regelgeving of een overeenkomst;

    • g.

      de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C249/01).

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, onder d, wordt geen subsidie verstrekt, indien de aangevraagde subsidie € 20.000 of meer bedraagt.

Artikel 36.2.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 36.2.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Zeeland;

  • b.

    het project wordt niet uitgevoerd binnen het Natuurnetwerk Zeeland of in Natura 2000-gebieden;

  • c.

    het project wordt niet uitgevoerd binnen 250 meter afstand van een leefgebied open grasland als bedoeld in het Natuurbeheerplan Zeeland;

  • d.

    de aanvrager is krachtens eigendom, pacht of erfpacht gerechtigd de subsidiabele activiteit uit te voeren en de subsidieverplichtingen als bedoeld in artikel 36.2.11 na te komen;

  • e.

    de aanleg betreft een minimale oppervlakte van één hectare agroforestry en een minimum van 30 bomen of meerjarige, houtige gewassen per hectare;

  • f.

    het project wordt uitgevoerd op percelen die in gebruik zijn als landbouwgrond;

  • g.

    de landbouwgrond waarop het project wordt uitgevoerd is geschikt voor agroforestry;

  • h.

    het project wordt uitgevoerd op percelen:

    • 1°.

      waar dit volgens het geldende omgevingsplan is toegestaan;

    • 2°.

      waarvoor een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente is afgegeven; of

    • 3°.

      waarvoor uit een ander bewijsstuk blijkt dat het is toegestaan;

  • i.

    het projectplan:

    • 1°.

      is ter advisering voorgelegd aan Agroforestry Netwerk – Zeeland;

    • 2°.

      bevat een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van de agroforestry wordt gewaarborgd gedurende 10 jaar na de afronding van het project;

    • 3°.

      bevat een overzicht van de bij aanleg te gebruiken soorten, uitgedrukt in aantallen per soort;

    • 4°.

      bevat geen aanplant van invasieve soorten als bedoeld in bijlage I.

Artikel 36.2.6 Subsidiabele kosten

Onverminderd de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.3, komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie op grond van deze paragraaf:

  • a.

    kosten aankoop bomen en houtige, meerjarige gewassen inclusief maximaal 10% uitval;

  • b.

    kosten maatregelen ter bescherming tegen schade aan beplanting en bodem;

  • c.

    kosten huur machines benodigd voor de aanplant;

  • d.

    kosten maatregelen waterhuishouding;

  • e.

    kosten derden en personeelskosten voor het aanplanten;

  • f.

    kosten derden voor grondbewerking en afvoer grond;

  • g.

    kosten derden voor het toezicht en de directievoering bij aanplant;

  • h.

    kosten derden van het opstellen van een inrichtingsplan;

  • i.

    kosten leges;

  • j.

    kosten onderhoud tot maximaal vijf jaar na aanplant.

Artikel 36.2.7 Niet-subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 36.2.6, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend;

  • b.

    kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;

  • c.

    kosten voor de bouw of sloop van opstallen, wegen of paden;

  • d.

    kosten voor de aanschaf van machines;

  • e.

    kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;

  • f.

    kosten voor de aanleg en het beheer van bomen voor commercieel hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor energieproductie.

Artikel 36.2.8 Subsidiehoogte

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 1.7.2, 1.8.2 en 1.9.2, bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 36.2.2, tot een maximum van in totaal € 20.000:

    • a.

      75% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 36.2.6, onder a tot en met i;

    • b.

      € 300 per hectare per jaar voor maximaal vijf jaar ter dekking van de kosten voor onderhoud, bedoeld in artikel 36.2.6, onder j.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, wordt, in het geval een subsidie op grond van deze paragraaf wordt gecumuleerd met de eco-regeling of met een andere subsidie of financiële bijdrage voor dezelfde in aanmerking komende kosten, het op grond van deze paragraaf toe te kennen subsidiebedrag:

    • a.

      verlaagd met de waarde van de op grond van de eco-regeling uitgekeerde subsidie; en

    • b.

      zodanig beperkt dat het totale bedrag aan subsidies en financiële bijdrages niet hoger is dan de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, het maximale subsidiebedrag uit dit hoofdstuk en de maximale steunintensiteiten en steunbedragen die zijn toegestaan op grond van de toepasselijke staatssteunregels.

Artikel 36.2.9 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie Aanleg agroforestry Provincie Zeeland.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de subsidieaanvraag in ieder geval:

    • a.

      een GIS-bestand, waaruit de afmetingen en de locatie van de aan te leggen agroforestry blijkt, dan wel een kaart op schaal;

    • b.

      een projectplan dat voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 36.2.5, onder i;

    • c.

      een verklaring van de aanvrager waaruit blijkt dat de percelen waarvoor subsidie is aangevraagd, niet worden ingezet voor ANLb of als niet-productieve grond in het kader van de basisvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

    • d.

      indien de aanvrager geen eigenaar is van de grond: een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat hij instemt met het uitvoeren van de subsidiabele activiteit en met het nakomen van de subsidieverplichtingen;

    • e.

      een bewijs als bedoeld in artikel 36.2.5, onder h, waaruit blijkt dat het project op de betreffende locatie kan worden uitgevoerd;

    • f.

      in geval van kosten derden: een getekende offerte;

    • g.

      een sluitende begroting, met bijbehorende arealen;

    • h.

      een realistische planning.

Artikel 36.2.10 Subsidieplafond en openstelling

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd van 2 juli 2026 tot en met 1 november 2026.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, genoemd in het eerste lid, vast op €100.000.

  • 3.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4.

    Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 5.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 36.2.11 Subsidieverplichtingen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      de maatregel te realiseren binnen twee plantseizoenen na subsidieverlening;

    • b.

      bij aanleg geen gebruik te maken van de invasieve soorten, bedoeld in bijlage I;

    • c.

      bij aanleg en beheer zich te onthouden van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en drijfmest ter plaatse van de aanplant;

    • d.

      indien de looptijd van het project langer dan een jaar is: jaarlijks een voortgangsverslag in te dienen, waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        een overzicht van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar;

      • 2°.

        de status en conditie van de aanplant;

      • 3°.

        een overzicht van de geplande activiteiten voor het komende jaar;

    • e.

      de aanplant tenminste tien jaar vanaf de datum van aanleg in stand te houden overeenkomstig de verplichtingen die bij de subsidieverlening zijn opgelegd.

  • 2.

    Indien het wegens onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om binnen de in het eerste lid, onder a, gestelde termijn de maatregelen te realiseren, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.

Artikel 36.2.12 Subsidievaststelling en verantwoording

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 1.7.4 en 1.7.5, dient de ontvanger van subsidies tot € 10.000 binnen 12 weken na afloop van de activiteit een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat in elk geval:

    • a.

      foto’s van de aanplant;

    • b.

      een verslag van de activiteiten; en

    • c.

      een financiële verantwoording met bewijsstukken van de werkelijke kosten en opbrengsten.

  • 3.

    In afwijking van de artikelen 1.7.9 en 1.8.8 wordt de subsidie vastgesteld overeenkomstig artikel 1.9.9.

Paragraaf 36.3 Aanleg voedselbossen

 

Artikel 36.3.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    autochtoon plantmateriaal: plantmateriaal afkomstig van nog oorspronkelijke populaties in de streek, zijnde Zeeland en het direct aangrenzend gebied;

  • b.

    de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PBEU 2013 L352/9);

  • c.

    eco-regeling: regeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;

  • d.

    inheemse soort: soort die van nature in Nederland aanwezig is en is opgenomen in bijlage F;

  • e.

    Natuurnetwerk Zeeland: samenhangend netwerk van natuurgebieden dat, overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Zeeland;

  • f.

    streekeigen soort: uitheemse soort die al lange tijd in de streek in een bepaalde gebruiksvorm aanwezig is;

  • g.

    uitheemse soort: soort die van oorsprong en nature niet in Nederland aanwezig is;

  • h.

    voedselbos: productief ecosysteem dat door mensen is ontworpen waarbij een natuurlijk bos als voorbeeld is gebruikt, met een grote diversiteit aan meerjarige, houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen;

Artikel 36.3.2 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door eigenaren, erfpachters en pachters van de grond waarop het project wordt uitgevoerd.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, kan subsidie op grond van deze paragraaf tevens worden aangevraagd door een natuurlijk persoon.

Artikel 36.3.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van een voedselbos.

 

Artikel 36.3.4 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, onder a tot en met c, weigeren gedeputeerde staten de subsidie indien:

    • a.

      met de uitvoering van de activiteiten is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag;

    • b.

      reeds een subsidie of andere financiële bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;

    • c.

      op percelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, nog verplichtingen rusten op grond van dit hoofdstuk, of enige andere regeling op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot realisatie van natuur, natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer;

    • d.

      het uitvoeren van het project in strijd is met het geldende omgevingsplan of geldende regelgeving;

    • e.

      het project of een deel van het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van een herbeplantingsplicht of in het kader van een landschappelijke inpassing;

    • f.

      de subsidieaanvrager reeds verplicht is het project of een deel van het project te verrichten uit hoofde van regelgeving of een overeenkomst;

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, onder d, wordt geen subsidie verstrekt indien de aangevraagd subsidie € 20.000 of meer bedraagt.

Artikel 36.3.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 36.3.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Zeeland;

  • b.

    het project wordt niet uitgevoerd op percelen gelegen binnen het Natuurnetwerk Zeeland of een Natura 2000-gebied;

  • c.

    het project wordt niet uitgevoerd binnen 250 meter afstand van een leefgebied open grasland als bedoeld in het Natuurbeheerplan Zeeland;

  • d.

    de subsidieaanvrager is krachtens eigendom, pacht of erfpacht gerechtigd op het perceel de subsidiabele activiteit uit te voeren en de subsidieverplichtingen als bedoeld in art. 36.3.9 na te komen;

  • e.

    het aan te leggen voedselbos bestaat uit meerdere lagen en bestaat in ieder geval uit een kruinlaag, een tussenlaag en een struiklaag;

  • f.

    het aan te leggen voedselbos omvat minimaal 0,5 hectare en minimaal 21 bomen per 0,5 hectare aanplant;

  • g.

    het project wordt uitgevoerd op percelen:

    • 1°.

      waar dit volgens het geldende omgevingsplan is toegestaan;

    • 2°.

      waarvoor een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente is afgegeven; of

    • 3°.

      waarvoor uit een ander bewijsstuk blijkt dat het is toegestaan;

  • h.

    het projectplan:

    • 1°.

      is ter advisering voorgelegd aan Stichting Landschapsbeheer Zeeland;

    • 2°.

      bevat een beschrijving van het aantal bij aanleg te gebruiken soorten, uitgesplitst naar inheemse, streekeigen en uitheemse soorten;

    • 3°.

      bevat geen aanplant van de invasieve soorten, bedoeld in bijlage I;

    • 4°.

      bevat uitsluitend aanplant van inheemse en streekeigen bomen en bij voorkeur van autochtoon materiaal;

    • 5°.

      bevat een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het voedselbos wordt gewaarborgd gedurende vijf jaar na de afronding van het project.

Artikel 36.3.6 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt per subsidieaanvraag een vast bedrag van € 5.000 vermeerderd met € 12.500 per 0,5 hectare tot een maximum van in totaal € 20.000.

  • 2.

    Als reeds op grond van deze regeling in het lopende kalenderjaar subsidie is verstrekt aan dezelfde aanvrager, wordt in afwijking van het eerste lid, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt € 20.000.

  • 3.

    In het geval een subsidie op grond van deze paragraaf wordt gecumuleerd met de eco-regeling, wordt In afwijking van de voorgaande leden, het subsidiebedrag verlaagd met de waarde van de op grond van de eco-regeling uitgekeerde subsidie.

  • 4.

    In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de aanvrager die een onderneming is, maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over 36 maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag.

Artikel 36.3.7 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De subsidieaanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie Aanleg voedselbossen Provincie Zeeland.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de subsidieaanvraag in ieder geval:

    • a.

      een GIS-bestand, waaruit de afmetingen en de locatie van het aan te leggen voedselbos blijkt, dan wel een kaart op schaal;

    • b.

      een projectplan dat voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 36.3.5, onder h;

    • c.

      een verklaring van de aanvrager waaruit blijkt dat de percelen waarvoor subsidie is aangevraagd, niet worden ingezet voor ANLb of als niet-productieve grond in het kader van de basisvoorwaarden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

    • d.

      indien de aanvrager geen eigenaar is van de grond: een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat hij instemt met het uitvoeren van de subsidiabele activiteit en met het nakomen van de subsidieverplichtingen;

    • e.

      een bewijs als bedoeld in artikel 36.3.5, onder g, waaruit blijkt dat het project op de betreffende locatie kan worden uitgevoerd;

    • f.

      indien de aanvrager een ondernemer is: een ondertekende de-minimisverklaring;

    • g.

      een realistische planning.

Artikel 36.3.8 Subsidieplafond en openstelling

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd van 2 juli 2026 tot en met 1 november 2026.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de openstellingsperiode, genoemd in het eerste lid, vast op €100.000.

  • 3.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4.

    Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 5.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 36.3.9 Subsidieverplichtingen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht:

    • a.

      het project af te ronden binnen vijf jaar na subsidieverlening;

    • b.

      bij aanleg geen gebruik te maken van de invasieve soorten, bedoeld in bijlage I;

    • c.

      bij aanleg en beheer zich te onthouden van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, drijfmest en kunstmest;

    • d.

      indien de looptijd van het project langer dan een jaar is: jaarlijks een voortgangsverslag in te dienen, waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1°.

        een overzicht van de verrichte activiteiten in het afgelopen jaar;

      • 2°.

        de status en conditie van de aanplant;

      • 3°.

        een overzicht van de geplande activiteiten voor het komende jaar;

    • e.

      het voedselbos tenminste vijf jaar vanaf de afronding van het project in stand te houden overeenkomstig de verplichtingen die bij de subsidieverlening zijn opgelegd.

  • 2.

    Indien het wegens onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om binnen de in het eerste lid, onder a, gestelde termijn de maatregelen te realiseren, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.

Artikel 36.3.10 Subsidievaststelling en verantwoording

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 1.7.4 en 1.7.5 dient de subsidieontvanger van subsidie tot € 10.000 een binnen 12 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2.

    Het prestatiebewijs, bedoeld in de artikelen 1.7.6 en 1.8.5 bevat in elk geval:

    • a.

      foto’s van het voedselbos;

    • b.

      een verslag van de activiteiten.

Artikel II  

Na bijlage G wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

[Artikel II bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Na bijlage H wordt een bijlage toegevoegd, luidende:]

 

Bijlage I behorende bij de artikelen 36.2.5, onder i, 36.2.11, eerste lid, onder b, 36.3.5, onder h, en 36.3.9, eerste lid, onder b, van het Algemene subsidiebesluit 2023

 

Invasieve soorten

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Acacia saligna

Wilgacacia

Acer negundo

Vederesdoorn / Californische esdoorn

Acer rufinerve

Grijze streepjesbast esdoorn

Aesculus hippocastanum

Witte paardenkastanje

Ailanthus altissima

Hemelboom

Allium triquetrum

Driekantig look

Alternanthera philoxeroides

Alligatorkruid

Amaranthus caudatus

Kattenstaartamarant

Amelanchier lamarckii / Amelanchier laevis

Amerikaans krenteboompje / Drents Krentenboompje

Amelanchier spicata

Krentenboompje

Amorpha fruticosa

Indigostruik / valse indigostruik / indigobloem / valse indigo / bastaardindigo

Andropogon virginicus

Amerikaans bezemgras

Anredera cordifolia

Peruaanse Postelein

Aronia arbutifolia

Appelbes

Aronia x prunifolia

Zwarte appelbes

Artemisia verlotiorum

Herfstalsem

Asclepias syriaca

Zijdeplant / papegaaiplant / parkietjesvrucht

Azolla filiculoides

Grote kroosvaren

Baccharis halimifolia

Struikaster

Berberis aquifolium

Mahonie

Berberis thunbergii

Japanse Berberis, zuurbes

Brunnera macrophylla

Kaukasische vergeet-mij-niet(je)

Buddleja davidii

Vlinderstruik

Cabomba caroliniana

Waterwaaier

Caragana arborescens

Erwtenstruik / Erwtenboompje

Cardiospermum grandiflorum

Ballonrank

Carpobrotus edulis

Hottentotvijg

Celastrus orbiculatus

Boomwurger

Cenchrus setaceus / Pennisetum setaceum

Fraai lampenpoetsersgras / lampenpoetsergras

Cornus sericea

Canadese kornoelje

Cortaderia jubata

Hoog pampagras

Cortaderia selloana

Pampagras

Cotoneaster rehderi

Rimpelige cotoneaster

Cotoneaster salicofolius

Wilgbladige cotoneaster

Cotoneaster spp.

Dwergmispel

Crassula helmsii

Watercrassula / waternaaldkruid / naaldkruid

Cyperus esculentus

Knolcyperus / aardamandel

Deutzia scabra

Roze deutzia, bruidsbloem

Egeria densa / Elodea densa

Egeria / Waterpest

Ehrharta calycina

Roze rimpelgras

Elaeagnus angustifolia

Smalbladige olijfwilg, smalle olijfwilf, olijfwilg, Russische olijfwilg

Elaeagnus commutata

Zilverwilg

Elaeagnus multiflora

Langstelige olijfwilg

Elaeagnus umbellata

Schermolijfwilg, herfstolijf

Elodea nuttallii

Smalle waterpest

Euonymus fortunei

Kruipkardinaalmuts / Japanse kardinaalsmuts

Fallopia baldschuanica

Bruidssluier / Chinese bruidssluier

Fallopia japonica

Japanse duizendknoop

Fallopia sachalinensis

Sachalinse duizendknoop

Fallopia x bohemica

Bastaardduizenknoop

Fragaria virginiana

Virginia aardbei / vroege wilde aardbei

Fraxinus pennsylvanica

Pennsylvaanse es

Gaillardia x grandiflora

Kokardebloem

Gaultheria shallon

Gaultheria, appeltjesblad, bergthee

Gunnera tinctoria

Gewone gunnera / sierrabarber / reuzenrabarber / mamoetblad

Gymnocoronis spilanthoides

Smalle theeplant

Hakea sericea

Hakea

Hedera colchica

Kaukasische klimop / Kaukasische struikklimop

Hedera hibernica

Atlantische klimop / Ierse klimop / grootbladige klimop

Helianthus tuberosus

Aardpeer / topinamboer

Helianthus x laetiflorus

Stijve zonnebloem

Heracleum mantegazzianum

Reuzenberenklauw

Heracleum persicum

Perzische berenklauw

Heracleum sosnowskyi

Sosnowsky's berenklauw

Humulus scandens

Oosterse hop / Humulus Japonicus / Japanse hop

Hydrocotyle ranunculoides

Grote waternavel

Impatiens balfourii

Tweekleurig springzaad, Tweekleurige balsemien

Impatiens capensis

Oranje springzaad

Impatiens edgeworthii

Bont springzaad

Impatiens glandulifera

Reuzenbalsemien

Impatiens parviflora

Klein springzaad

Ipomoea hederacea

Klimopwinde / klimmende winde

Lagarosiphon major / Elodea crispa

Verspreidbladige waterpest / krulwaterpest

Larix kaempferi

Japanse larix

Lespedeza cuneata

Chinese struikklaver

Lindernia dubia

Schijngenadekruid

Lonicera involucrata

Ledebours kamperfoelie / struikkamperfoelie

Lonicera japonica

Japanse kamperfoelie

Lonicera tatarica

Tartaarse kamperfoelie, struikkamperfoelie, tartaarse struikkamperfoelie

Ludwigia grandiflora

Waterteunisbloem

Ludwigia peploides

Kleine waterteunisbloem / Postelein-waterlepeltje

Lycium barbarum

Gewone boksdoorn / Gojibes

Lygodium japonicum

Japanse klimvaren

Lysichiton americanus

Moeraslantaarn / moerasaronskelk, Amerikaanse moerasaronskelk / gele aronskelk

Microstegium vimineum

Japans steltgras

Miscanthus sinesis

Klein prachtriet / prachtriet / Chinees riet, Chinees prachtriet

Myriophyllum aquaticum

Parelvederkruid / kransvederkruid / vederkruid / diamantkruid

Myriophyllum heterophyllum

Ongelijkbladig vederkruid

Myriophyllum rubricaule

Brazilliaans verderkruid, Myriophyllum Red stem, Myriophyllum aquaticum 'red stem', diamantkruid

Papaver atlanticum

Donzige klaproos

Parthenium hysterophorus

Schijnambrosia

Parthenocissus quinquefolia

Vijfbladige wingerd, wilde wingerd

Parthenocissus vitacea / Parthenocissus inserta

Valse wingerd

Paulownia spp.

Anna Paulownaboom - alle soorten

Persicaria perfoliata / Polygonum perfoliatum

Gestekelde duizendknoop

Persicaria wallichii / Koenigia polystachya

Afghaanse duizendknoop

Petasites japonicus

Japans hoefblad

Phyllostachys nigra

Zwarte bamboe

Phytolacca acinosa / Phytolacca acinosa

Oosterse karmozijnbes/ Aziatische karmozijnbes / Indische karmozijnbes

Phytolacca americana

Westerse karmozijnbes / Amerikaanse karmozijnbes

Pinus strobus

Weymouthden

Pistia stratiotes

Watersla

Pontederia cordata

Moerashyacint / snoekkruid

Pontederia crassipes / Eichhornia crassipes

Waterhyacint

Potentilla indica

Schijnaardbei / sieraardbei / fopaardbei / Indische aardbei, Duchesnea inica

Prosopis juliflora

Mesquite

Prunus laurocerasus

Laurierkers

Prunus serotina

Amerikaanse vogelkers / bospest

Pseudosasa japonica

Japanse bamboe / grootbladige bamboe

Pseudotsuga menziesii

Douglasspar

Pueraria montana var. Lobata

Kudzu

Pyracantha coccinea

Vuurdoorn

Quercus rubra

Amerikaanse eik

Rhododendron ponticum

Rhododendron

Rhus typhina

Azijnboom/Fluweelboom

Ribes sanguineum

Rode ribes / siertrosbes

Robinia pseudoacacia

Robinia / valse acacia

Rosa multiflora

Veelbloemige roos, Japanse roors, botanische klimroos

Rosa rugosa

Rimpelroos

Rubus armeniacus

Dijkviltbraam

Rubus parviflorus

Amerikaanse wijnbes

Rubus phoenicolasius

Witte esdoornbraam

Sagittaria latifolia

Breed pijlkruid / breedbladig pijlkruid / pijlkruid

Salvinia molesta

Grote vlotvaren

Sisyrinchium californicum

Gele bieslelie

Solidago canadensis

Canadese guldenroede / guldenroede

Solidago gigantea

Late guldenroede

Sorbaria, sorbifolia

Sorbaria / lijsterbesspirea

Spiraea alba

Witte spirea / witte spierstruik, spierstruik

Spiraea douglasii

Douglasspirea / spierstruik

Symphoricarpos albus

Gewone sneeuwbes / sneeuwbes / klapbes

Symphoricarpos x chenaultii

Sneeuwbes

Symphytum x uplandicum

Bastaard smeerwortel / Russische smeerwortel

Syringa vulgaris

Sering

Talinum fruticosum

Surinaamse Postelein

Telekia speciosa

Groot koeienoog, koeienoog

Tellima grandiflora

Franjekelk / tellima / mijterloof

Tetradium daniellii

Bijenboom

Triadica sebifera

Talgboom

Tsuga heterophylla

Westelijke hemlockspar

Vaccinium corymbosum / Vaccinium corymbosum x angustifolium

Trosbosbes

Vinca major

Grote maagdenpalm

Vincetoxicum nigrum

Zwarte engbloem

Artikel III  

De toelichting op hoofdstuk 36, wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Deel I Algemeen komt te luiden:

 

I. Algemeen

 

Inleiding

Het nieuwe hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023) heeft als doel invulling te geven aan de Zeeuwse bosvisie. Op grond van paragraaf 1 van dit hoofdstuk kunnen subsidies worden verstrekt voor aanleg en beheer van bossen en houtige landschapselementen. Hierdoor wordt zowel de landschappelijke als de ecologische kwaliteit van het buitengebied versterkt. Vergelijkbare activiteiten worden reeds verricht binnen het Natuurnetwerk Zeeland. Deze worden bekostigd uit het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL), zoals begrensd en uitgewerkt in het Natuurbeheerplan. Paragraaf 1 van hoofdstuk 36 richt zich juist op activiteiten die buiten het Natuurnetwerk zullen worden verricht. Ook de paragrafen 2 en 3 richten zich op de aanleg en het beheer van agroforestry en voedselbossen buiten het Natuurnetwerk Zeeland.

 

Juridisch kader

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van de Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 36 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.

 

Staatssteun

 

§ 36.1 Bos en houtige elementen

Subsidiëring van de aanleg en het beheer van bossen of houtige landschapselementen kunnen staatssteun inhouden indien de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt daarom gebruik gemaakt van de door de Europese Commissie goedgekeurde Catalogus Groenblauwe Diensten. Deze goedkeuring (laatstelijk op 26 oktober 2018, SA.44848) heeft de Europese Commissie gebaseerd op de Landbouwrichtsnoeren (Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PB EU 2022/C 485/01). Om te beoordelen of een subsidieregeling voldoet aan de vereisten van de goedkeuring van de Europese Commissie, is een positief advies benodigd van de Adviescommissie Groenblauwe diensten waarvan het secretariaat bij BIJ12 is ondergebracht. Dit advies is op 26 augustus 2024 verstrekt.

Deze goedkeuring brengt met zich dat de provincie bepaalde administratieve verplichtingen dient na te komen. Een daarvan is de transparantieverplichting. De provincie zal hier invulling aan geven door verstrekte subsidies hoger dan € 10.000 (aan landbouwondernemingen) of € 100.000 (aan andere ondernemingen) te publiceren.

 

§ 36.2 Aanleg agroforestry

Subsidies op grond van deze paragraaf kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten of particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Paragraaf 36.2 wordt kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 42 van de landbouwvrijstellingsverordening (“boslandbouwsystemen”). Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.

 

§ 36.3 Aanleg voedselbos

Ook voor deze paragraaf geldt dat staatssteun zich niet zal voordoen in geval de aanvrager geen onderneming is (d.w.z. economische activiteiten uitvoert). Voor ondernemingen geldt dat subsidies onder deze paragraaf vallen onder de deminimisverordening landbouw. Bij de subsidieaanvraag zal aangegeven moeten worden hoeveel ‘deminimissteun’ er in de afgelopen 36 maanden is ontvangen. Inclusief het aangevraagde subsidiebedrag mag dit niet meer zijn dan € 50.000.

 

B.

 

In deel II Artikelsgewijze toelichting wordt na artikel 36.1.10 ingevoegd:

 

§ 36.2 Aanleg agroforestry

 

Artikel 36.2.2 Doelgroep

De doelgroep is breed gekozen. Voorwaarde is slechts dat de aanvrager eigenaar, erfpachter dan wel pachter is van de grond waarop de agroforestry aangelegd zal worden. Deze grond moet in gebruik zijn als landbouwgrond (zie artikel 36.2.6, onder f).

 

Artikel 36.2.3 Subsidiabele activiteiten

Agroforestry is gedefinieerd als een landbouwsysteem waarbij bomen en struiken worden gecombineerd met akkerbouw of veeteelt. Een dergelijk landbouwsysteem kan bijvoorbeeld bestaan uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen. In factsheet ‘Typering agroforestry in Nederland” worden voorbeelden van verschillende types agroforestry beschreven (https://edepot.wur.nl/660923). In artikel 36. 2.5 worden nadere eisen gesteld aan de inrichting van de agroforestry.

 

Artikel 36.2.4 Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden van artikel 36.2.4, dient rekening te worden gehouden met de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van de Asb 2023. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie aanvraagt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat.

 

Eerste lid, onder a

Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen of een inrichtingsplan opstellen, zijn echter wél toegestaan.

 

Eerste lid, onder b en c

Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.

 

Eerste lid, onder e en f

Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).

 

Eerste lid, onder g

Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 1.2.1 van Asb 2023 dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.

 

Artikel 36.2.5 Subsidievereisten

 

Onder b

Projecten mogen niet uitgevoerd worden binnen het Natuurnetwerk Zeeland. De begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland is te vinden op Atlas van Zeeland onder Natuurbeheerplan Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.

 

Onder c

Teneinde het leefgebied van weidevogels te beschermen, wordt geen subsidie verstrekt voor projecten op locaties waar de openheid voor weidevogels behouden moet blijven. Welke gebieden dat zijn is te zien in de Atlas van Zeeland, onder ‘leefgebieden open grasland’ binnen de agrarische zoekgebieden van het Natuurbeheerplan: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.

 

Onder e

De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben: de locatie waarop de agroforestry wordt uitgevoerd, moet minimaal één hectare groot zijn, waarbij minimaal 30 bomen of houtige elementen per hectare worden aangeplant.

 

Artikel 36.2.6 Subsidiabele kosten

 

Onder e, f en g

Voor het aanplanten zelf, voor de grondbewerking, voor de afvoer van grond en voor het toezicht en de directievoering bij de aanplant worden uitsluitend uren van derden gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.

 

Onder i

Ook voor het opstellen van een inrichtingsplan en voor het advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.

 

Artikel 36.2.7 Niet-subsidiabele kosten

 

Onder f

Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pionierssoorten die nodig zijn voor de opbouw van een agrarisch voedselbos te subsidiëren. Een dergelijke aanplant wordt niet beschouwd als commercieel hakhout.

 

Artikel 36.2.8 Subsidiehoogte

De subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 36.2.6 zijn in beginsel 75% subsidiabel, mits deze rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 1.3.1, eerste lid). Daarnaast is er een vast bedrag per hectare beschikbaar van € 300 per jaar voor onderhoud en beheer gedurende maximaal vijf jaar. De totale subsidie kan echter nooit meer dan € 20.000 zijn.

Indien de aanvrager eveneens een bijdrage op grond van de eco-regeling ontvangt dan moet de waarde van de eco-regeling in mindering worden gebracht op het subsidiebedrag. De subsidie heeft verder echter geen invloed op het aantal op grond van de eco-regeling behaalde punten.

 

Artikel 36.2.11 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 36.2.11 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de paragraaf 1.6 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de meldplicht in artikel 1.6.2).

 

Artikel 36.2.12 Verantwoording en vaststelling

Op grond van de Algemene subsidieverordening Zeeland en de Asb 2023 geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De staatssteunregels maken afwijking van de Asv en Asb 2023 op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 10.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).

Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds naast een activiteitenverslag ook een financiële verslaglegging dient plaats te vinden.

 

§ 36.3 Aanleg voedselbos

 

Artikel 36.3.1 Begripsbepalingen

 

Onder e

Bepaalde soorten kunnen weliswaar uitheems zijn, maar toch “streekeigen”. Dat wil zeggen dat deze soorten in een bepaalde vorm al gedurende lange tijd binnen de streek (Zeeland en direct aangrenzende gebied) aanwezig zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan knotbomen of bepaalde leibomen. Dergelijke boomsoorten kunnen in een voedselbos worden aangeplant (zie artikel 36.3, onderdeel h, onder 4°).

 

Artikel 36.3.2 Doelgroep

De doelgroep is breed gekozen. Zowel instellingen (rechtspersonen, personenvennootschappen en eenmanszaken) als natuurlijke personen kunnen een subsidie aanvragen. Vereist is slechts dat de aanvrager eigenaar, erfpachter dan wel pachter is van de grond waarop het voedselbos aangelegd zal worden (zie artikel 36.3.5, onder d).

 

Artikel 36.3.3 Subsidiabele activiteiten

Voedselbos is gedefinieerd als een “productief ecosysteem dat door mensen is ontworpen waarbij een natuurlijk bos als voorbeeld is gebruikt, met een grote diversiteit aan meerjarige, houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen”. In artikel 36.3.5 worden nadere eisen gesteld aan de inrichting van een voedselbos.

 

Artikel 36.3.4 Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden van artikel 36.3.4, dient rekening te worden gehouden met de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van de Asb 2023. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie aanvraagt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat.

 

Eerste lid, onder a

De uitvoering van een project mag niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Aangenomen wordt dat de subsidie dan niet noodzakelijk is om het project te kunnen uitvoeren. Onder uitvoering wordt verstaan: juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.

 

Eerste lid, onder b en c

Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.

 

Eerste lid, onder e en f

Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).

 

Eerste lid, onder g

Er wordt geen subsidie verleend, indien het project gericht is op de aanleg van agroforestry, waarvoor een aanvraag op grond van paragraaf 36.2 van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd. De aanleg van een ‘agrarisch voedselbos’ zal dus aan de eisen van paragraaf 36.2 moeten worden getoetst.

 

Artikel 36.3.5 Subsidievereisten

 

Onder b

Projecten mogen niet uitgevoerd worden binnen het Natuurnetwerk Zeeland. De begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland is te vinden op Atlas van Zeeland onder Natuurbeheerplan Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.

 

Onder c

Teneinde het leefgebied van weidevogels te beschermen, wordt geen subsidie verstrekt voor projecten op locaties waar de openheid voor weidevogels behouden moet blijven. Welke gebieden dat zijn is te zien in de Atlas van Zeeland, onder ‘leefgebieden open grasland’ binnen de agrarische zoekgebieden van het Natuurbeheerplan: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.

 

Onder f

De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben: de locatie waarop het voedselbos wordt uitgevoerd moet minimaal 0,5 hectare groot zijn, waarbij minimaal 21 bomen per 0,5 hectare worden aangeplant.

 

Artikel 36.3.6 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt een vast bedrag per aanvraag van € 5.000 vermeerderd met een bedrag per 0,5 hectare van € 12.500. De totale subsidie kan nooit meer zijn dan € 20.000 zijn.

Indien de aanvrager eveneens een bijdrage op grond van de eco-regeling ontvangt dan moet de waarde van de eco-regeling in mindering worden gebracht op het subsidiebedrag. De subsidie heeft verder echter geen invloed op het aantal op grond van de eco-regeling behaalde punten.

Ook de de-minimisverordening stelt een maximum aan de subsidiehoogte: de aanvrager dient alle de-minimissteun die hij in de afgelopen 36 maanden heeft ontvangen op te tellen. Dit bedrag moet inclusief het aangevraagde subsidiebedrag, beneden de de-minimisdrempel blijven. Deze drempel is voor agrarische ondernemingen € 50.000 en voor niet-agrarische ondernemingen € 300.000.

 

Artikel 36.3.9 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 36.3.9 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de paragraaf 1.6 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de meldplicht in artikel 1.6.2).

Artikel IV  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 23 juni 2026.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven