Provinciaal blad van Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 10714 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2026, 10714 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 23 juni 2026, kenmerk 821073, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.
Gedeputeerde staten van Zeeland,
gelet op de artikelen 7 en 8, onderdeel d, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;
Overwegende dat gedeputeerde staten beogen ter uitvoering van de landelijke bossenstrategie CO2 vast te leggen, biodiversiteit wensen te bevorderen en wensen bij te dragen aan de transitie naar volhoudbare landbouw;
Overwegende dat agroforestry en voedselbossen een bijdrage kunnen leveren aan deze doelstellingen;
Overwegende dat gedeputeerde staten de ontwikkeling van agroforestry en voedselbossen willen stimuleren en daartoe twee paragrafen aan hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wensen toe te voegen;
besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:
In artikel 36.1.10, eerste lid, onder d, wordt “de soorten bedoeld in bijlage Vc van het Besluit kwaliteit leefomgeving” vervangen door “de invasieve soorten, bedoeld in bijlage I”.
Na paragraaf 36.1 van hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023, worden twee paragrafen toegevoegd, luidende:
Artikel 36.2.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
agroforestry: een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige meerjarige gewassen worden gecombineerd met landbouwgewassen of veeteelt op dezelfde landbouwgrond en die voldoen aan een of meer van de type systemen, opgenomen in factsheet 16 van de Agroforestry Kennisbank, te raadplegen op https://kennisbank.agroforestrynetwerk.nl/informatiebronnen/typering-agroforestry-in-nederland-agroforestry-factsheet-16/;
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door eigenaren, erfpachters en pachters van landbouwgrond.
Artikel 36.2.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg en het onderhoud van agroforestry.
Artikel 36.2.4 Weigeringsgronden
Artikel 36.2.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 36.2.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 36.2.6 Subsidiabele kosten
Onverminderd de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.3, komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie op grond van deze paragraaf:
Artikel 36.2.7 Niet-subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 36.2.6, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
In afwijking van het eerste lid, wordt, in het geval een subsidie op grond van deze paragraaf wordt gecumuleerd met de eco-regeling of met een andere subsidie of financiële bijdrage voor dezelfde in aanmerking komende kosten, het op grond van deze paragraaf toe te kennen subsidiebedrag:
zodanig beperkt dat het totale bedrag aan subsidies en financiële bijdrages niet hoger is dan de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, het maximale subsidiebedrag uit dit hoofdstuk en de maximale steunintensiteiten en steunbedragen die zijn toegestaan op grond van de toepasselijke staatssteunregels.
Artikel 36.2.9 Subsidieaanvraag
Artikel 36.2.10 Subsidieplafond en openstelling
Artikel 36.2.11 Subsidieverplichtingen
Indien het wegens onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om binnen de in het eerste lid, onder a, gestelde termijn de maatregelen te realiseren, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.
Artikel 36.2.12 Subsidievaststelling en verantwoording
Paragraaf 36.3 Aanleg voedselbossen
Artikel 36.3.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Artikel 36.3.3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van een voedselbos.
Artikel 36.3.4 Weigeringsgronden
Artikel 36.3.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 36.3.2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 36.3.7 Subsidieaanvraag
Artikel 36.3.8 Subsidieplafond en openstelling
Artikel 36.3.9 Subsidieverplichtingen
Indien het wegens onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om binnen de in het eerste lid, onder a, gestelde termijn de maatregelen te realiseren, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.
Artikel 36.3.10 Subsidievaststelling en verantwoording
Na bijlage G wordt een bijlage toegevoegd, luidende:
[Artikel II bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Na bijlage H wordt een bijlage toegevoegd, luidende:]
Bijlage I behorende bij de artikelen 36.2.5, onder i, 36.2.11, eerste lid, onder b, 36.3.5, onder h, en 36.3.9, eerste lid, onder b, van het Algemene subsidiebesluit 2023
De toelichting op hoofdstuk 36, wordt als volgt gewijzigd:
Deel I Algemeen komt te luiden:
Het nieuwe hoofdstuk 36 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023) heeft als doel invulling te geven aan de Zeeuwse bosvisie. Op grond van paragraaf 1 van dit hoofdstuk kunnen subsidies worden verstrekt voor aanleg en beheer van bossen en houtige landschapselementen. Hierdoor wordt zowel de landschappelijke als de ecologische kwaliteit van het buitengebied versterkt. Vergelijkbare activiteiten worden reeds verricht binnen het Natuurnetwerk Zeeland. Deze worden bekostigd uit het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL), zoals begrensd en uitgewerkt in het Natuurbeheerplan. Paragraaf 1 van hoofdstuk 36 richt zich juist op activiteiten die buiten het Natuurnetwerk zullen worden verricht. Ook de paragrafen 2 en 3 richten zich op de aanleg en het beheer van agroforestry en voedselbossen buiten het Natuurnetwerk Zeeland.
Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van de Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 36 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.
§ 36.1 Bos en houtige elementen
Subsidiëring van de aanleg en het beheer van bossen of houtige landschapselementen kunnen staatssteun inhouden indien de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt daarom gebruik gemaakt van de door de Europese Commissie goedgekeurde Catalogus Groenblauwe Diensten. Deze goedkeuring (laatstelijk op 26 oktober 2018, SA.44848) heeft de Europese Commissie gebaseerd op de Landbouwrichtsnoeren (Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PB EU 2022/C 485/01). Om te beoordelen of een subsidieregeling voldoet aan de vereisten van de goedkeuring van de Europese Commissie, is een positief advies benodigd van de Adviescommissie Groenblauwe diensten waarvan het secretariaat bij BIJ12 is ondergebracht. Dit advies is op 26 augustus 2024 verstrekt.
Deze goedkeuring brengt met zich dat de provincie bepaalde administratieve verplichtingen dient na te komen. Een daarvan is de transparantieverplichting. De provincie zal hier invulling aan geven door verstrekte subsidies hoger dan € 10.000 (aan landbouwondernemingen) of € 100.000 (aan andere ondernemingen) te publiceren.
Subsidies op grond van deze paragraaf kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Staatssteun zal zich in de regel niet voordoen indien aan gemeenten of particulieren (niet zijnde ondernemingen) een subsidie wordt verstrekt. Paragraaf 36.2 wordt kennisgegeven aan de Europese Commissie op grond van artikel 42 van de landbouwvrijstellingsverordening (“boslandbouwsystemen”). Daarmee is eventuele steunverlening geoorloofd. De toepassing van de landbouwvrijstellingsverordening brengt enkele (deels van de Asv afwijkende) specifieke weigeringsgronden, vereisten en verplichtingen met zich. Ook is Gedeputeerde Staten verplicht een aantal gegevens te publiceren die betrekking hebben op de subsidieontvanger.
Ook voor deze paragraaf geldt dat staatssteun zich niet zal voordoen in geval de aanvrager geen onderneming is (d.w.z. economische activiteiten uitvoert). Voor ondernemingen geldt dat subsidies onder deze paragraaf vallen onder de deminimisverordening landbouw. Bij de subsidieaanvraag zal aangegeven moeten worden hoeveel ‘deminimissteun’ er in de afgelopen 36 maanden is ontvangen. Inclusief het aangevraagde subsidiebedrag mag dit niet meer zijn dan € 50.000.
In deel II Artikelsgewijze toelichting wordt na artikel 36.1.10 ingevoegd:
De doelgroep is breed gekozen. Voorwaarde is slechts dat de aanvrager eigenaar, erfpachter dan wel pachter is van de grond waarop de agroforestry aangelegd zal worden. Deze grond moet in gebruik zijn als landbouwgrond (zie artikel 36.2.6, onder f).
Artikel 36.2.3 Subsidiabele activiteiten
Agroforestry is gedefinieerd als een landbouwsysteem waarbij bomen en struiken worden gecombineerd met akkerbouw of veeteelt. Een dergelijk landbouwsysteem kan bijvoorbeeld bestaan uit een agrarisch voedselbos, functionele houtsingel, rijenteelt, boomweide of kippenuitloop met bomen. In factsheet ‘Typering agroforestry in Nederland” worden voorbeelden van verschillende types agroforestry beschreven (https://edepot.wur.nl/660923). In artikel 36. 2.5 worden nadere eisen gesteld aan de inrichting van de agroforestry.
Artikel 36.2.4 Weigeringsgronden
Naast de weigeringsgronden van artikel 36.2.4, dient rekening te worden gehouden met de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van de Asb 2023. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie aanvraagt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat.
Uit hoofde van de staatssteunregels mag de uitvoering van een project niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Het ‘stimulerend effect’ van de subsidie zou dan ontbreken. Juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen, worden beschouwd als uitvoering. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen of een inrichtingsplan opstellen, zijn echter wél toegestaan.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Deze weigeringsgrond vloeit voort uit de staatssteunregels. Daarin staat omschreven wanneer sprake is van ‘financiële moeilijkheden’. De aanvrager dient bij zijn subsidieaanvraag te verklaren dat hij niet in moeilijkheden verkeert. Ook dient hij te verklaren op grond van artikel 1.2.1 van Asb 2023 dat er tegen hem geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun openstaat.
Artikel 36.2.5 Subsidievereisten
Projecten mogen niet uitgevoerd worden binnen het Natuurnetwerk Zeeland. De begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland is te vinden op Atlas van Zeeland onder Natuurbeheerplan Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.
Teneinde het leefgebied van weidevogels te beschermen, wordt geen subsidie verstrekt voor projecten op locaties waar de openheid voor weidevogels behouden moet blijven. Welke gebieden dat zijn is te zien in de Atlas van Zeeland, onder ‘leefgebieden open grasland’ binnen de agrarische zoekgebieden van het Natuurbeheerplan: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben: de locatie waarop de agroforestry wordt uitgevoerd, moet minimaal één hectare groot zijn, waarbij minimaal 30 bomen of houtige elementen per hectare worden aangeplant.
Artikel 36.2.6 Subsidiabele kosten
Voor het aanplanten zelf, voor de grondbewerking, voor de afvoer van grond en voor het toezicht en de directievoering bij de aanplant worden uitsluitend uren van derden gesubsidieerd. Interne loonkosten of kosten eigen arbeid worden niet gesubsidieerd.
Ook voor het opstellen van een inrichtingsplan en voor het advies over de aanplant worden uitsluitend kosten derden gesubsidieerd. Kosten interne uren of eigen arbeid zijn niet subsidiabel.
Artikel 36.2.7 Niet-subsidiabele kosten
Aanplant voor commerciële houtwinning of voor kweekgoed wordt niet gesubsidieerd. Wel is het mogelijk de aanplant van pionierssoorten die nodig zijn voor de opbouw van een agrarisch voedselbos te subsidiëren. Een dergelijke aanplant wordt niet beschouwd als commercieel hakhout.
De subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 36.2.6 zijn in beginsel 75% subsidiabel, mits deze rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de activiteiten en nodig zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren (zie artikel 1.3.1, eerste lid). Daarnaast is er een vast bedrag per hectare beschikbaar van € 300 per jaar voor onderhoud en beheer gedurende maximaal vijf jaar. De totale subsidie kan echter nooit meer dan € 20.000 zijn.
Indien de aanvrager eveneens een bijdrage op grond van de eco-regeling ontvangt dan moet de waarde van de eco-regeling in mindering worden gebracht op het subsidiebedrag. De subsidie heeft verder echter geen invloed op het aantal op grond van de eco-regeling behaalde punten.
Artikel 36.2.11 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 36.2.11 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de paragraaf 1.6 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de meldplicht in artikel 1.6.2).
Artikel 36.2.12 Verantwoording en vaststelling
Op grond van de Algemene subsidieverordening Zeeland en de Asb 2023 geldt voor lage subsidiebedragen een eenvoudiger wijze van verantwoorden dan voor hoge bedragen. De staatssteunregels maken afwijking van de Asv en Asb 2023 op dit punt echter noodzakelijk. Zo moet ook voor de vaststelling van subsidies tot € 10.000, een aanvraag tot vaststelling worden ingediend (zie eerste lid).
Ook geldt in afwijking van de standaardbepalingen, dat alle subsidies, ongeacht de hoogte, moeten worden afgerekend op werkelijke kosten. Dat betekent dat steeds naast een activiteitenverslag ook een financiële verslaglegging dient plaats te vinden.
Artikel 36.3.1 Begripsbepalingen
Bepaalde soorten kunnen weliswaar uitheems zijn, maar toch “streekeigen”. Dat wil zeggen dat deze soorten in een bepaalde vorm al gedurende lange tijd binnen de streek (Zeeland en direct aangrenzende gebied) aanwezig zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan knotbomen of bepaalde leibomen. Dergelijke boomsoorten kunnen in een voedselbos worden aangeplant (zie artikel 36.3, onderdeel h, onder 4°).
De doelgroep is breed gekozen. Zowel instellingen (rechtspersonen, personenvennootschappen en eenmanszaken) als natuurlijke personen kunnen een subsidie aanvragen. Vereist is slechts dat de aanvrager eigenaar, erfpachter dan wel pachter is van de grond waarop het voedselbos aangelegd zal worden (zie artikel 36.3.5, onder d).
Artikel 36.3.3 Subsidiabele activiteiten
Voedselbos is gedefinieerd als een “productief ecosysteem dat door mensen is ontworpen waarbij een natuurlijk bos als voorbeeld is gebruikt, met een grote diversiteit aan meerjarige, houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen”. In artikel 36.3.5 worden nadere eisen gesteld aan de inrichting van een voedselbos.
Artikel 36.3.4 Weigeringsgronden
Naast de weigeringsgronden van artikel 36.3.4, dient rekening te worden gehouden met de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van de Asb 2023. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie aanvraagt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat.
De uitvoering van een project mag niet zijn begonnen voordat de aanvraag voor een subsidie is ingediend. Aangenomen wordt dat de subsidie dan niet noodzakelijk is om het project te kunnen uitvoeren. Onder uitvoering wordt verstaan: juridisch bindende toezeggingen tot uitvoering dan wel andere onomkeerbare handelingen. Zuiver voorbereidende handelingen, zoals vergunningen of offertes aanvragen zijn echter wél toegestaan.
Voorkomen moet worden dat de activiteit dubbel gesubsidieerd wordt. Daarom wordt er geen subsidie verstrekt als voor dezelfde activiteiten al een subsidie of bijdrage is verstrekt, ongeacht of de provincie of een ander overheidsorgaan deze subsidie of bijdrage heeft verstrekt.
Ook wordt een subsidie geweigerd indien de activiteit al zonder meer moet worden uitgevoerd. Dit kan zijn omdat de subsidieaanvrager daartoe verplicht is op grond van regelgeving (bijvoorbeeld in geval van een herplantingsplicht) of op grond van een afspraak (bijvoorbeeld een overeenkomst tot opdracht).
Er wordt geen subsidie verleend, indien het project gericht is op de aanleg van agroforestry, waarvoor een aanvraag op grond van paragraaf 36.2 van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd. De aanleg van een ‘agrarisch voedselbos’ zal dus aan de eisen van paragraaf 36.2 moeten worden getoetst.
Artikel 36.3.5 Subsidievereisten
Projecten mogen niet uitgevoerd worden binnen het Natuurnetwerk Zeeland. De begrenzing van het Natuurnetwerk Zeeland is te vinden op Atlas van Zeeland onder Natuurbeheerplan Zeeland: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.
Teneinde het leefgebied van weidevogels te beschermen, wordt geen subsidie verstrekt voor projecten op locaties waar de openheid voor weidevogels behouden moet blijven. Welke gebieden dat zijn is te zien in de Atlas van Zeeland, onder ‘leefgebieden open grasland’ binnen de agrarische zoekgebieden van het Natuurbeheerplan: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland.
De projecten die voor subsidie in aanmerking komen, dienen een zekere grootte te hebben: de locatie waarop het voedselbos wordt uitgevoerd moet minimaal 0,5 hectare groot zijn, waarbij minimaal 21 bomen per 0,5 hectare worden aangeplant.
De subsidie bedraagt een vast bedrag per aanvraag van € 5.000 vermeerderd met een bedrag per 0,5 hectare van € 12.500. De totale subsidie kan nooit meer zijn dan € 20.000 zijn.
Indien de aanvrager eveneens een bijdrage op grond van de eco-regeling ontvangt dan moet de waarde van de eco-regeling in mindering worden gebracht op het subsidiebedrag. De subsidie heeft verder echter geen invloed op het aantal op grond van de eco-regeling behaalde punten.
Ook de de-minimisverordening stelt een maximum aan de subsidiehoogte: de aanvrager dient alle de-minimissteun die hij in de afgelopen 36 maanden heeft ontvangen op te tellen. Dit bedrag moet inclusief het aangevraagde subsidiebedrag, beneden de de-minimisdrempel blijven. Deze drempel is voor agrarische ondernemingen € 50.000 en voor niet-agrarische ondernemingen € 300.000.
Artikel 36.3.9 Subsidieverplichtingen
Naast de in artikel 36.3.9 opgenomen verplichtingen, dienen ook de in de paragraaf 1.6 opgenomen verplichtingen te worden nagekomen (zie o.a. de meldplicht in artikel 1.6.2).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-10714.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.