Bekendmaking besluit aanwijzing zwemlocaties en vaststelling badseizoen 2026 provincie Utrecht

Het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht heeft op 23 juni 2026 het besluit genomen om de bestaande zwemlocaties binnen de provincie Utrecht opnieuw aan te wijzen als zwemlocatie. Jaarlijks worden zwemlocaties aangewezen op grond van artikel 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De lijst met zwemlocaties is hetzelfde als vorig kalenderjaar. Er zijn dus geen zwemlocaties toegevoegd of afgevallen. Hiernaast wordt jaarlijks het badseizoen vastgesteld op basis van 3.4 van het Bkl. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht heeft het besluit genomen om voor alle zwemlocaties het badseizoen vast te stellen van 

1 mei 2026 tot en met 30 september 2026.

Inzage

U kunt het besluit en de bijbehorende stukken opvragen bij de ODU: info@odu.nl of via 030-7023200. Vermeldt u hierbij ons zaakkenmerk: Z/26/2006635. U kunt het besluit en de bijbehorende stukken ook inzien bij de ODU, Archimedeslaan 6, 3584 BA in Utrecht.

Beroep

Als een belanghebbende het niet eens is met het besluit, dan kan diegene een beroepschrift indienen bij de rechtbank Midden-Nederland, afdeling Bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht, onder vermelding van 'beroepschrift'. Wie belanghebbende is, leggen wij hieronder uit. Een beroepsschrift kan ook digitaal ingediend worden via het digitale loket van de rechtspraak: loket.rechtspraak.nl. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is 6 weken. Deze termijn begint op de dag nadat het besluit ter inzage is gelegd. Het besluit is op 25 juni 2026 ter inzage gelegd. Dit betekent dat uiterlijk op 6 augustus 2026 een beroepschrift kan worden ingediend. Aan het indienen van een beroepsschrift zijn kosten verbonden. Dit is het griffierecht dat aan de rechtbank moet worden betaald.

Beroepschrift

In het beroepschrift moet in ieder geval het volgende staan:

 

  • 1.

    de naam en het adres van de indiener

  • 2.

    de datum waarop het beroep wordt ingediend

  • 3.

    een omschrijving van (het gedeelte van) het besluit waartegen het beroep is gericht

  • 4.

    de gronden van het beroep (de motivering)

  • 5.

    een handtekening van de indiener (bij digitaal beroep geldt een DigiD als handtekening)

Belanghebbende

Beroep tegen het besluit kan alleen worden ingesteld door een belanghebbende. Een persoon of rechtspersoon is belanghebbende als diegene, als gevolg van het besluit, rechtsreeks in een eigen belang wordt geraakt. Dit belang moet voldoende persoonlijk, objectief en actueel zijn. Een rechtspersoon kan ook belanghebbende zijn als uit de doelstellingen en feitelijke werkzaamheden van die rechtspersoon blijkt dat diegene het belang behartigt dat door het besluit wordt geraakt. Dit staat in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Een niet-belanghebbende kan alleen in de volgende twee situaties beroep instellen:

  • 1.

    De niet-belanghebbende heeft tijdig een zienswijze zoals beschreven in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht op het ontwerpbesluit ingediend.

  • 2.

    De niet-belanghebbende heeft verschoonbaar geen of te laat een zienswijze zoals beschreven in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht ingebracht tegen het ontwerpbesluit.

Dit neemt echter niet weg dat de bestuursrechter de beroepsgronden altijd zal toetsen aan het relativiteitsvereiste zoals beschreven in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij toetst de rechter of de norm waarop de belanghebbende zich beroept, ook daadwerkelijk is bedoeld ter bescherming van het belang van diegene.

Pro forma beroepschrift

Als het niet lukt om uiterlijk op 6 augustus 2026 een volledig gemotiveerd en onderbouwd beroepschrift te schrijven, dan kan binnen deze termijn een pro forma beroepschrift worden ingediend. In een pro forma beroepschrift geeft de indiener van het beroep aan tegen het besluit in beroep te gaan, maar meer tijd nodig te hebben voor de motivering en onderbouwing. De rechtbank Midden-Nederland laat de indiener van het beroep vervolgens weten hoeveel tijd daarvoor wordt gegeven.

Voorlopige voorziening

Het besluit is direct van kracht. Dit geldt ook als er een beroepschrift wordt ingediend. Het indienen van beroep schorst het besluit namelijk niet. Als de indiener van het beroep niet langer kan of wil wachten op een inhoudelijk besluit over de aanvraag, dan kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. De voorzieningenrechter kan een verzoek om een voorlopige voorziening alleen toewijzen als er sprake is van onverwijlde spoed en/of bij beslissingen met onomkeerbare gevolgen.

Een verzoek om een voorlopige voorziening kan ingediend worden bij de rechtbank Midden-Nederland, afdeling Bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht, onder vermelding van ‘voorlopige voorziening’. Een verzoek om voorlopige voorziening kan ook digitaal ingediend worden via het digitale loket van de rechtspraak: loket.rechtspraak.nl. Aan een verzoek om een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. De indiener van het verzoek moet namelijk griffierecht betalen aan de rechtbank. Er kan pas om een voorlopige voorziening worden verzocht nadat het beroepschrift is ingediend.

Meer informatie?

Heeft u vragen? Neemt u dan contact op met de ODU via telefoonnummer 030-7023200 of info@odu.nl. Vermeldt u hierbij ons zaakkenmerk: Z/26/2006635.

Op de hoogte blijven?

Wilt u op de hoogte blijven van publicaties van de overheid over uw omgeving? Abonneert u zich dan via overheid.nl op de e-mailservice. U krijgt dan bericht als er een melding of besluit wordt gepubliceerd over een locatie in uw buurt.

 

Naar boven