ARTIKEL I
De Uitvoeringsregeling Subsidie Duurzame Melkveehouderij Noord-Holland 2025 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
'bedrijfsontwikkelplan' wordt vervangen door 'duurzaam bedrijfsplan'
- 2.
In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:
- –
BIN-gemiddelde: stikstofneerslag die in het referentiejaar 2019 werd berekend met behulp van de AERIUS-monitor, vastgesteld op 57.9kg NH3 per hectare per jaar;
B
In de titel van Hoofdstuk 2, paragraaf 1, wordt “Bedrijfsontwikkelplannen” vervangen door: Duurzame bedrijfsplannen.
C
In artikel 2.1.1, eerste lid, wordt “bedrijfsontwikkelplan” vervangen door: duurzaam bedrijfsplan.
D
In artikel 2.1.2, tweede lid, wordt “bedrijfsontwikkelplan” vervangen door: duurzaam bedrijfsplan.
E
In artikel 2.1.3, onderdelen b en c, wordt “bedrijfsontwikkelplan” vervangen door: duurzaam bedrijfsplan.
F
In artikel 2.1.5, eerste lid, wordt “80%” vervangen door: 90%.
G
In artikel 2.1.6 wordt “bedrijfsontwikkelplan” vervangen door: duurzaam bedrijfsplan.
H
- 1.
Artikel 2.2.1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:
na onderdeel g worden toegevoegd de onderdelen h tot en met j, die als volgt luiden:
- h.
- i.
opstrooier en composteermachinet;
- j.
mestverwerkingsinstallatie.
- 2.
In artikel 2.2.1, tweede lid, wordt na “minimaal” ingevoegd: 30% ten opzichte van het BIN-gemiddelde.
I
In artikel 2.2.4, onderdeel a, wordt € 25.000,- vervangen door: € 15.000,-.
J
“Artikel 2.2.5 Subsidiehoogte” wordt vernummerd naar: Artikel 2.2.6 Subsidiehoogte.
K.
De artikelen 2.2.6 tot en met 2.2.8 worden vernummerd naar 2.2.7 tot en met 2.2.9.
L
Na paragraaf 2 wordt toegevoegd paragraaf 3, die als volgt komt te luiden:
Paragraaf 3 Maatregelen weidegang melkveehouderijen
Artikel 2.3.1 Subsidiabele activiteiten
- 1.
Subsidie kan worden verstrekt voor de aanschaf en installatie van een weidegangsysteem.
- 2.
De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, dienen te leiden tot een reductie van ammoniakemissie van minimaal 30% ten opzichte van het BIN-gemiddelde en dienen daarmee gericht te zijn op de doelstelling in artikel 14, derde lid, onder g, van de Landbouwvrijstellingsverordening.
- 3.
Per onderneming kan slechts één aanvraag op grond van deze paragraaf worden ingediend.
Artikel 2.3.2 Subsidievereisten
- 1.
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.3.1 in aanmerking te komen, dienen de stalgebouwen van de melkveehouderij waar het systeem bedoeld in artikel 2.3.1, eerste lid wordt toegepast, gelegen te zijn in de provincie Noord-Holland.
- 2.
Onverminderd het eerste lid, geldt dat de aanvrager ten tijde van de aanvraag voor subsidieverlening beschikt over een door een bedrijfsadviseur opgesteld bedrijfstechnisch advies ten behoeve van het aan te schaffen systeem, dat beschrijft:
- a.
welk systeem passend is voor de melkveehouderij en op welke wijze dit systeem binnen de bedrijfsvoering van de melkveehouderij kan worden ingepast;
- b.
de te verwachten reductie van ammoniakemissie van het passende systeem en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze verwachte reductie daadwerkelijk te behalen;
- c.
de financiële haalbaarheid voor de melkveehouderij van de investering in het passende systeem;
- d.
de noodzaak van een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet of een natuurvergunning, alsmede de vergunbaarheid voor het systeem.
Artikel 2.3.3 De aanvraag
Een aanvraag om subsidie op grond van deze paragraaf wordt ingediend op een op de website www.noord-holland.nl beschikbaar gesteld aanvraagformulier en bevat ten minste:
- a.
een begroting van de kosten van de activiteit;
- b.
een offerte voor het aan te schaffen systeem;
- c.
het bedrijfstechnisch advies, bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid.;
- d.
een financieringsplan van de kosten van de activiteit;
- e.
een inhoudelijke beschrijving van de activiteit;
- f.
een kwantitatieve beschrijving van de huidige milieuprestaties van het bedrijf op basis van de data in de KringloopWijzer;
- g.
een kadastrale kaart, waaruit blijkt dat de stalgebouwen van de veehouderij gelegen zijn in de provincie Noord-Holland.
Artikel 2.3.4 Weigeringsgronden
De subsidie wordt geweigerd als:
- a.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 15.000,- per aanvraag;
- b.
de activiteit blijkens het bedrijfstechnisch advies niet leidt tot de in artikel 2.3.1, tweede lid genoemde reductie;
- c.
met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteit, voor zover het de aanschaf, aanleg en installatie van de techniek betreft, is begonnen voordat de aanvraag om subsidie is ingediend;
- d.
de subsidieontvanger reeds voor dezelfde activiteit subsidie op grond van een andere subsidieregeling heeft aangevraagd of ontvangen;
- e.
de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 59, van de Landbouwvrijstellingsverordening;
- f.
het systeem of de installatie blijkens het in artikel 2.3.2, tweede lid, genoemde bedrijfsadvies niet in aanmerking komt voor een omgevingsvergunning;
- g.
er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Landbouwvrijstellingsverordening;
- h.
aanvrager een onderneming is die niet aan de in bijlage I van de Landbouwvrijstellingsverordening vastgestelde criteria voldoet;
- i.
de activiteit financieel niet haalbaar is.
Artikel 2.3.5 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten voor de aanschaf van het systeem, zoals bedoeld in art.14, zesde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening;
- b.
kosten voor het installeren van het systeem;
- c.
kosten voor het laten opstellen van het bedrijfstechnisch advies bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid.
Artikel 2.3.6 Subsidiehoogte
- 1.
De hoogte van de subsidie bedraagt 65% van de subsidiabele kosten.
- 2.
De op grond van het eerste lid te bepalen subsidie bedraagt ten hoogste € 60.000,- per aanvraag.
- 3.
De op grond van het eerste lid en tweede lid bepaalde subsidie bedraagt niet meer dan hetgeen op grond van de Landbouwvrijstellingsverordening verstrekt mag worden.
Artikel 2.3.7 Niet-subsidiabele kosten
De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten gemaakt voor de subsidieaanvraag, anders dan die voor het laten opstellen van het bedrijfstechnisch advies;
- b.
kosten die de bedrijfsadviseur maakt voor de inhuur van personen die organisatorisch of financieel niet onafhankelijk zijn van de melkveehouderij;
- c.
de kosten die de melkveehouderij zelf maakt, waaronder de door hemzelf gemaakte uren, voor het laten opstellen van het bedrijfsadvies;
- d.
kosten voor het aanpassen van stallen;
- e.
kosten voor afschrijving en onderhoud van investeringen;
- f.
kosten van de door de melkveehouderij verrichte arbeid.
Artikel 2.3.8 Verplichtingen van de ontvanger
- 1.
Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking tot subsidieverlening een termijn stellen, waarbinnen de gesubsidieerde activiteiten dienen te zijn afgerond.
- 2.
Gedeputeerde staten kunnen op basis van een gemotiveerde en onderbouwde aanvraag de in het eerste lid genoemde termijn verlengen.
Artikel 2.3.9 Staatssteun
Subsidie die krachtens deze paragraaf wordt verleend bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 14, derde lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening.