Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 10599 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2026, 10599 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Invasieve Exoten provincie Groningen 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde verplichte bijlagen.
Hoofdstuk 2. Het olpstellen van een gebiedsplan
Deze subsidie heeft tot doel het bevorderen van samenwerking in de gezamenlijke aanpak van de bestrijding van invasieve exoten in een gezamenlijk afgestemd gebied binnen de provincie Groningen.
Artikel 2.3 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor het opstellen of actualiseren van een gebiedsplan. Dit houdt in het opstellen van een gebiedsplan voor de beheersing en bestrijding van een of meer invasieve exoten binnen en buiten het Natura-2000 gebied en NNN voor de duur van minimaal zes jaren;
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:
Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient het gebiedsplan te voorzien in een aanpak van invasieve exoten die zijn benoemd in het Plan van Aanpak Exoten in Toom van de provincie Groningen.
Artikel 2.6 Subsidiabele kosten
Alle kosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteit, komen voor subsidie in aanmerking.
Hoofdstuk 3. De bestrijding van invasieve exoten
Een subsidie voor deze activiteit, kan alleen worden verstrekt aan gemeenten, waterschappen en natuur- en terrein beherende organisaties.
Artikel 3.3 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de bestrijding van invasieve exoten. Dit houdt in een project om een of meer invasieve exoten op een of meer locaties in de provincie Groningen, te bestrijden;
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:
Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient de bestrijding te zien op een invasieve exoot welke voorkomt op de Unielijst van de EU-exotenverordening of in het Plan van Aanpak – Exoten in Toom genoemde soorten in hoofdstuk 6.2 deel A, B en C.
Artikel 3.6 Subsidiabele kosten
Alle uitvoerings- en monitoringskosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking.
Hoofdstuk 4. Het faciliteren van een vrijwilligersgroep (artikel 3 onder c)
Deze subsidie heeft tot doel de burgerparticipatie in beheersing en bestrijding van invasieve exoten op lokaal niveau te bevorderen.
Een subsidie kan alleen worden verstrekt aan particulieren, stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk
Artikel 4.3 Subsidiabele activiteit
Een subsidie kan alleen worden verstrekt voor het faciliteren van een vrijwilligersgroep. Dit houdt in het faciliteren en uitrusten van vrijwilligersgroepen die zich richten op de beheersing en bestrijding van invasieve exoten binnen en buiten Natura-2000 gebieden en het NNN.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:
Om voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria:
Groningen, 17 juni 2026
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen,
René Paas, voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
Nadere toelichting bij de Subsidieregeling Invasieve Exoten 2026
De provincie Groningen zet zich in voor het beschermen van de inheemse biodiversiteit. Invasieve uitheemse soorten (exoten) vormen daarbij een groeiende bedreiging. Ze kunnen ecosystemen aantasten, inheemse flora en fauna verdringen en functioneren vaak als katalysator voor verdere achteruitgang van natuurkwaliteit. In het Plan van Aanpak Exoten in Toom is uitgebreid beschreven hoe de provincie deze uitdaging benadert en welke rol zij zichzelf toedicht in de bestrijding van invasieve exoten in de periode 2025 2030.
Deze subsidieregeling vormt een instrument om dat beleid in de praktijk te brengen. De regeling heeft als doel een breed gedragen en gecoördineerde aanpak in de hele provincie mogelijk te maken. Daarbij staat steeds voorop dat de provincie haar wettelijke verantwoordelijkheid heeft om invasieve exoten te bestrijden, maar dit niet alleen kan en wil doen. Exoten houden zich immers niet aan perceel- of gemeentegrenzen; een effectieve aanpak vraagt afstemming, samenwerking en een gezamenlijke strategie.
De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017. In die bepaling hebben Provinciale Staten aan gedeputeerde staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd. Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 van belang.
Binnen deze regeling kunnen drie typen activiteiten worden gesubsidieerd: het opstellen of actualiseren van gebiedsplannen, het uitvoeren van bestrijdingsacties en het ondersteunen van vrijwilligersinitiatieven. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van duidelijke toetsingscriteria, die per activiteit zijn uitgewerkt. Deze criteria zorgen ervoor dat beschikbare middelen worden ingezet op de meest effectieve, kansrijke en zorgvuldig onderbouwde initiatieven. Daarbij gelden onder meer het biodiversiteitsbelang, de inzet op monitoring en nazorg, het vroegtijdig aanpakken van soorten en de mate van samenwerking als belangrijke elementen in de beoordeling.
In de subsidieregeling ligt de nadruk op activiteiten die direct bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit. Daarbij geeft de provincie in het bijzonder prioriteit aan maatregelen in of rondom Natura 2000 gebieden, en het Natuur Netwerk Nederland. Aanvragen buiten deze gebieden komen eveneens in aanmerking wanneer duidelijk wordt gemaakt hoe de voorgestelde activiteiten aantoonbaar ten goede komen aan het lokale ecosysteem.
Daarnaast geeft de regeling invulling aan de faciliterende en coördinerende rol die de provincie zichzelf toekent in het Plan van Aanpak Exoten in Toom. De provincie stimuleert met deze subsidie dat partijen gezamenlijk optrekken, kennis delen en komen tot meerjarige gebiedsgerichte plannen. Daarmee sluit de regeling aan bij de langetermijnvisie waarin preventie, samenwerking, monitoring en een gestructureerde uitvoeringsstrategie centraal staan.
De activiteiten waarvoor onder deze regeling subsidie aangevraagd kunnen worden zijn van niet-economische aard. Doordat de activiteiten niet-economisch van aard zijn, is er geen sprake van staatssteun. Hierdoor hoeven de verstrekte subsidies onder deze regeling niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie. Kennisgeving hiervan is ook niet nodig.
Toelichting op bepaalde artikelen:
Voor gemeenten en waterschappen vormt het beheer van de fysieke en natuurlijke leefomgeving een belangrijke verantwoordelijkheid. Invasieve exoten kunnen een groot effect hebben op zowel het stedelijk groen als op waterlopen en oevers. Een goed onderbouwd en actueel gebiedsplan is daarom essentieel om effectief te kunnen handelen.
Met deze subsidie geeft de provincie gemeenten en waterschappen de mogelijkheid om hun planvorming te versterken. Een gebiedsplan brengt in kaart welke exoten zich waar bevinden, welke risico's zij vormen en welke maatregelen nodig zijn om verdere verspreiding te voorkomen of bestaande populaties terug te dringen. De plannen bieden daarnaast ruimte om afspraken te maken over samenwerking met buurgemeenten, waterschappen en terreinbeheerders, zodat een gebiedsgerichte aanpak ontstaat die recht doet aan de ecologische realiteit.
Door deze planvorming te stimuleren, ontstaat een beter beeld van de provinciale situatie als geheel, en heeft de provincie en goed overzicht van waar welke invasieve exoot in de komende jaren zal worden bestreden. Gebiedsplannen dragen direct bij aan de gezamenlijke ambitie om te komen tot een meerjarige, afgestemde exotenstrategie zoals beschreven in het Plan van Aanpak Exoten in Toom.
Artikel 2.7 Indieningsvereisten
Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘het opstellen van een gebiedsplan’ als genoemd in art. 2.3, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.
Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:
De wijze waarop nulmeting en resultaatmeting plaatsvindt en inzicht in de sturing op kosten en effectiviteit van deze metingen, waarbij een vooraf vastgestelde uitgangssituatie en een goede effectmeting nodig zijn om te kunnen bepalen of de gekozen bestrijdingsmethode werkt en welke middelen hiervoor zijn ingezet.
Een compleet overzicht van alle, op dit moment bekende invasieve exoten in het plangebied. Hierdoor ontstaat een volledig, provinciebreed beeld van het actuele voorkomen van exoten en wordt gerichte sturing op prioriteiten en inzet van middelen mogelijk.
Een overzicht waarin uitgelegd staat hoe aan monitoring en nazorg gedaan zal worden na de uitvoering van de activiteiten. Hiermee wordt geborgd dat deze cruciale fases structureel en effectief worden uitgevoerd, met het oog op duurzame en blijvende bestrijding van de exoot.
Artikel 3.3, Bestrijdingsacties
Hoewel preventie en monitoring belangrijke pijlers zijn in het provinciale exotenbeleid, blijft daadwerkelijke bestrijding noodzakelijk voor soorten die zich al hebben gevestigd of die een directe bedreiging vormen voor kwetsbare natuur. Bestrijding is vaak arbeidsintensief, kostbaar en vraagt specialistische kennis, met name bij soorten zoals grote waternavel, reuzenberenklauw of Aziatische duizendknopen.
De provincie biedt met deze subsidiemogelijkheid steun aan gemeenten, waterschappen en terreinbeheerders om concrete bestrijdingsmaatregelen uit te voeren. Hierbij gaat het niet alleen om het fysiek verwijderen van exoten, maar ook om nazorg, monitoring en het waar nodig afstemmen van maatregelen binnen een groter gebied. Door deze acties te subsidiëren ontstaat meer ruimte voor een strategische en gecoördineerde uitvoering van het provinciale beleid. Bovendien versterkt dit de gezamenlijke verantwoordelijkheid: bestrijdingsacties worden effectiever wanneer ze onderdeel zijn van een breed gedragen aanpak waarin partijen samenwerken.
Artikel 3.8 Indieningsvereisten
Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘de bestrijding van de invasieve exoten’ als genoemd in art. 3.3, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.
Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:
Een projectplan met sluitende begroting opgesteld voor de bestrijdingsmaatregelen. Hiermee wordt inzicht verkregen in de financiële haalbaarheid en wordt geborgd dat gedurende alle fasen, inclusief monitoring en nazorg, voldoende middelen beschikbaar zijn. Een onvolledige begroting vergroot het risico op niet uitvoeren of voortijdig stoppen van de bestrijding.
Een recente nulmeting van de invasieve exoten die aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op richten. Hiermee ontstaat een actueel beeld van de verspreiding van de invasieve soorten en kan worden beoordeeld of het voorgestelde bestrijdingsplan realistisch, uitvoerbaar en passend is bij de situatie ter plaatse.
Artikel 3.10 Verdeelsystematiek
Bij het onderdeel bestrijden is gekozen om van een tenderprocedure gebruik te maken, in plaats van een behandeling op volgorde van binnenkomst. Dit heeft te maken met het feit dat er maar beperkte middelen beschikbaar zijn met betrekking tot deze regeling en het tegelijk mogelijk is dat voor relatief kleine projecten een subsidie kan aangevraagd worden. De provincie acht het daardoor van belang dat bestrijdingsactiviteiten op basis van kwaliteit beoordeeld worden, om zo te zorgen dat de gelden welke betrokken zijn bij deze subsidieregeling optimaal besteed worden.
De subsidieaanvraag kan doormiddel van een zestal criteria, op basis waarvan de kwaliteit van de aanvraag toeneemt, punten worden toebedeeld. Hier wordt nader toegelicht waarom deze criteria gehanteerd worden door de provincie.
indien de bestrijding is gericht op soorten welke vermeld zijn in artikel 17 en 19a of andere soorten die nog beperkt in onze provincie voorkomen, wordt dit gewaardeerd op maximaal 20 punten;
Artikel 17 en 19a soorten hebben de hoogste prioriteit voor ons als provincie. Door soorten die nog nauwelijks in de provincie voorkomen vroegtijdig aan te pakken kunnen we op de lange termijn kosten besparen als provincie. Soorten die in ieder geval nauwelijks voorkomen zijn: Zonnebaars, Blauwband, Afghaanse duizendknoop, Gewone gunnera, Zijdeplant, Moeraslantaarn, Ongelijkbladig vederkruid, Verspreidbladige waterpest, Waterwaaier, Klimopkruiskruid, Papiermoerbei,
Voor veel exoten zijn wij als provincie nog zoekende naar een passende aanpak. Nieuwe veel belovende methodes willen we daarom stimuleren, als deze goed worden onderbouwd.
Artikel 4.3, Vrijwilligersinitiatieven:
Vrijwilligers spelen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren en lokaal verwijderen van invasieve exoten. De provincie ondersteunt deze inzet met een laagdrempelige subsidie voor materialen en praktische benodigdheden. Door vrijwilligers te faciliteren kunnen kleinschalige haarden tijdig worden aangepakt en ontstaat meer bewustwording in de leefomgeving.
Bij deze initiatieven vindt de provincie het belangrijk dat acties zorgvuldig worden uitgevoerd en goed zijn afgestemd met andere beheerders, zodat ze passen binnen de bredere provinciale aanpak. Zo dragen ook lokale acties bij aan de gezamenlijke inspanning om exoten in Groningen structureel terug te dringen.
Artikel 4.8 Indieningsvereisten
Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘het faciliteren van een vrijwilligersgroep’ als genoemd in art. 3 onder c, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.
Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-10599.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.