Subsidieregeling Invasieve Exoten provincie Groningen 2026

College van Gedeputeerde Staten

 

Overwegende dat:

 

  • -

    de Europese Unie in de verordening (EU) 1143/2014 de aanpak van invasieve exoten verplicht) aan de lidstaten en dat het rijk deze verplichting heeft uitgewerkt in de Omgevingswet en onder meer opgedragen heeft aan de provincie;

  • -

    de impact van invasieve exoten steeds zichtbaarder wordt en niet enkel meer de natuur, maar ook de inwoners treft van de provincie;

  • -

    als gevolg hiervan een plan van aanpak is opgesteld getiteld: ‘Exoten in Toom’, om invasieve exoten aan te pakken;

  • -

    er daarom ter uitvoering van het Plan van Aanpak – Exoten in Toom een subsidieregeling wordt vastgesteld op grond waarvan invasieve exoten effectief beheerd en bestreden kunnen worden binnen de provincie Groningen;

Gelet op:

 

  • -

    artikel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    artikel 3, derde lid van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017;

  • -

    De Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;

  • -

    verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014, betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten;

  • -

    het Plan van Aanpak – Exoten in Toom van de provincie Groningen;

Besluiten vast te stellen:

 

Subsidieregeling Invasieve Exoten provincie Groningen 2026

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    beheersing: passende maatregel in het geval een invasieve exoot wijdverspreid is en op grote oppervlakten voorkomt en uitroeiing niet meer mogelijk is. Passende maatregelen zijn:

    • i.

      het terugdringen van de invasieve exoot. Indien de soort voor problemen of gevaren zorgt is ingrijpen gewenst;

    • ii.

      het in toom houden van de invasieve exoot. Wanneer omvang van de invasieve exoot onder controle is, dan is het zaak om deze situatie door zo te behouden;

  • c.

    Bestrijding: passende maatregel gericht op volledige en permanente verwijdering van een populatie van de invasieve exoot in een vroeg stadium van invasie;

  • d.

    Eliminatie: handelingen met als doel om een invasieve uitheemse soort volledig uit de Nederlandse natuur te verwijderen;

  • e.

    EU-Exotenverordening: verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014, betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten;

  • f.

    Invasieve exoot: plant- of diersoort die van nature niet voorkomt op het grondgebied van de EU en is opgenomen op de Unielijst van de EU-exotenverordening of provinciale zorgsoort is genoemd in het Plan van Aanpak – Exoten in Toom;

  • g.

    Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in onderdeel A van de Bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.

  • h.

    NNN: Natuurnetwerk Nederland, zoals dat door de provincie Groningen is aangewezen in de Omgevingsverordening;

  • i.

    Nulmeting: inventarisatie van de bestaande situatie, waarvan de resultaten het uitgangspunt vormen voor verdere monitoring;

  • j.

    Procedureregeling: procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018

  • k.

    Resultaatmeting: inventarisatie van de situatie achteraf (na het uitvoeren van de maatregelen) vergeleken met de situatie ten tijde van de nulmeting, waarbij dezelfde indicatoren als in de nulmeting in kaart worden gebracht;

  • l.

    Terrein beherende organisatie: in een rechtspersoon ondergebrachte organisatie die grond in eigendom heeft en zich onder andere richt op natuurbeheer op die gronden;

  • m.

    Vrijwilligersgroep: een groep van vrijwilligers die zich richt op beheersing en bestrijding van invasieve exoten op lokaal niveau en die zich heeft georganiseerd als rechtspersoon, of wordt gefaciliteerd onder de verantwoordelijkheid van een rechtspersoon.

Artikel 1.2 Subsidieplafond en aanvraagperiode

  • 1.

    Gedeputeerde Staten kunnen één of meer openstellingsbesluiten vaststellen.

  • 2.

    In het openstellingsbesluit stellen Gedeputeerde Staten vast:

    • a.

      één of meerdere subsidieplafonds;

    • b.

      een periode waarbinnen een aanvraag om subsidie moet zijn ontvangen

Artikel 1.3 Aanvraag

Een aanvraag wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarin genoemde verplichte bijlagen.

Artikel 1.4 Bevoorschotting

  • 1.

    Subsidies tot € 25.000,- worden direct vastgesteld.

  • 2.

    Bij subsidies van meer dan €25.000,- wordt 100% bevoorschot.

Artikel 1.5 Subsidievaststelling

Subsidies uit deze subsidieregeling worden, ongeacht de subsidiehoogte en in afwijking van art. 3.2 Procedureregeling, direct zonder voorafgaande verleningsbeschikking vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Het olpstellen van een gebiedsplan

Artikel 2.1 Doel gebiedsplan

Deze subsidie heeft tot doel het bevorderen van samenwerking in de gezamenlijke aanpak van de bestrijding van invasieve exoten in een gezamenlijk afgestemd gebied binnen de provincie Groningen.

Artikel 2.2 Doelgroep

Een subsidie voor deze activiteit, kan alleen worden verstrekt aan gemeenten, waterschappen

Artikel 2.3 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor het opstellen of actualiseren van een gebiedsplan. Dit houdt in het opstellen van een gebiedsplan voor de beheersing en bestrijding van een of meer invasieve exoten binnen en buiten het Natura-2000 gebied en NNN voor de duur van minimaal zes jaren;

Artikel 2.4 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:

  • 1.

    voor dezelfde activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, of een deel daarvan, reeds een andere subsidie is verstrekt door de provincie Groningen;

  • 2.

    het gebiedsplan zich richt op een of meerdere soorten die onder de verantwoordelijkheid van het rijk vallen.

  • 3.

    de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 2.2;

  • 4.

    niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling.

Artikel 2.5 Subsidievereisten

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient het gebiedsplan te voorzien in een aanpak van invasieve exoten die zijn benoemd in het Plan van Aanpak Exoten in Toom van de provincie Groningen.

Artikel 2.6 Subsidiabele kosten

Alle kosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteit, komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.7 Indieningsvereisten

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag:

    • a.

      de wijze waarop nulmeting en resultaatmeting plaatsvindt en inzicht in de sturing op kosten en effectiviteit van deze metingen;

    • b.

      een compleet overzicht van alle, op dit moment bekende invasieve exoten in het plangebied;

    • c.

      een overzicht waarin uitgelegd staat hoe aan monitoring en nazorg gedaan zal worden na de uitvoering van de activiteiten.

Artikel 2.8 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van:

  • 1.

    In het geval dat een aanvraag door een gemeente wordt gedaan: € 10.000,-.

  • 2.

    In het geval dat een aanvraag door een waterschap wordt gedaan: € 30.000,-

Artikel 2.9 Verdeelsystematiek

  • 1.

    Het beschikbare bedrag van het subsidie-deelplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen.

  • 2.

    Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidie-deelplafond wordt, in afwijking van het tweede lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld.

Artikel 2.10 Verplichtingen

Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om:

  • 1.

    de gesubsidieerde activiteit uiterlijk binnen een jaar na de start hiervan te realiseren;

  • 2.

    in het gebiedsplan in beeld te brengen:

    • a.

      de invasieve exoten die worden aangepakt;

    • b.

      de specifieke locaties van de aan te pakken invasieve exoten;

    • c.

      de te nemen maatregelen (bestrijding of beheersing), inclusief nabehandeling, en een prioritering daarvan binnen de beheerperiode van zes jaar;

    • d.

      met welke partijen binnen het grondgebied of beheergebied kan worden samengewerkt om tot een effectieve bestrijding te komen;

  • 3.

    het gebiedsplan na afronding zo spoedig mogelijk ter kennisname aan Gedeputeerde Staten te zenden;

  • 4.

    te starten met de uitvoering van de maatregelen in het gebiedsplan binnen de in het gebiedsplan genoemde termijn en als geen termijn wordt genoemd binnen een jaar na oplevering van het gebiedsplan aan Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 3. De bestrijding van invasieve exoten

Artikel 3.1 Doel

Deze subsidie heeft tot doel de invasieve exoten in de provincie Groningen te bestrijden.

Artikel 3.2 Doelgroep

Een subsidie voor deze activiteit, kan alleen worden verstrekt aan gemeenten, waterschappen en natuur- en terrein beherende organisaties.

Artikel 3.3 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor de bestrijding van invasieve exoten. Dit houdt in een project om een of meer invasieve exoten op een of meer locaties in de provincie Groningen, te bestrijden;

Artikel 3.4 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:

  • 1.

    de bestrijding van exoten plaatsvindt met chemische bestrijdingsmiddelen;

  • 2.

    er een even verantwoorde en effectieve bestrijdingsmethode beschikbaar is die goedkoper is;

  • 3.

    de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 3.2;

  • 4.

    niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling.

Artikel 3.5 Subsidievereisten

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient de bestrijding te zien op een invasieve exoot welke voorkomt op de Unielijst van de EU-exotenverordening of in het Plan van Aanpak – Exoten in Toom genoemde soorten in hoofdstuk 6.2 deel A, B en C.

Artikel 3.6 Subsidiabele kosten

Alle uitvoerings- en monitoringskosten die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.7 Niet subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn:

  • a.

    kosten voor planvorming;

  • b.

    kosten voor grondverwerving of afwaardering van gronden;

  • c.

    vrijwilligersbijdragen;

  • d.

    de bestrijding van de muskusrat en beverrat.

Artikel 3.8 Indieningsvereisten

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag:

    • a.

      Een projectplan met sluitende begroting opgesteld voor de bestrijdingsmaatregelen;

    • b.

      een recente nulmeting van de invasieve exoten die aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op richten;

Artikel 3.9 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999,-.

Artikel 3.10 Verdeelsystematiek

  • 1.

    Gedeputeerde staten verdelen het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen op basis van de volgende selectiecriteria waarbij per criterium punten worden toegekend.:

    • i.

      Indien de aanvraag is gericht op het bestrijden dicht bij een NNN of N2000 gebied, of indien aangetoond kan worden dat het ten goede komt van deze gebieden en de biodiversiteit, wordt dit gewaardeerd op maximaal 25 punten;

    • ii.

      indien de bestrijding is gericht op soorten welke vermeld zijn in artikel 17 en 19a of andere soorten die nog beperkt in onze provincie voorkomen, wordt dit gewaardeerd op maximaal 20 punten;

    • iii.

      indien in het bestrijdingsplan staat beschreven hoe de monitoring en nazorg van de exoot uitgevoerd gaat worden (monitoringsprotocol), wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • iv.

      indien in het bestrijdingsplan een succesvolle lokale eliminatie van de exoot nastreeft, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • v.

      indien een samenwerkingsplan wordt ingediend waarin beschreven is hoe wordt samengewerkt met gebiedspartners om de impact van de exoot tegen te gaan, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • vi.

      indien de bestrijdingsactie leidt tot een innovatie of verandering in de effectieve aanpak van de exoot, wordt dit gewaardeerd op maximaal 10 punten.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 3.11 Verplichtingen

Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om:

  • 1.

    de bestrijdingsmaatregelen te richten op invasieve exoten welke genoemd zijn op de Unielijst van de EU-exotenverordening of invasieve exoten die zijn genoemd in hoofdstuk 6.2 deel A, B en C van het Plan van Aanpak – Exoten in Toom;

  • 2.

    de gesubsidieerde activiteit uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverstrekking te starten;

  • 3.

    ter afsluiting van het project een resultaatmeting uit te voeren van de invasieve exoten die nog aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op gericht hebben en deze te overleggen aan Gedeputeerde Staten.

  • 4.

    De verplichtingen ten aanzien van beschermde soorten na te leven bij de bestrijdingsactiviteiten.

Hoofdstuk 4. Het faciliteren van een vrijwilligersgroep (artikel 3 onder c)

Artikel 4.1 Doel

Deze subsidie heeft tot doel de burgerparticipatie in beheersing en bestrijding van invasieve exoten op lokaal niveau te bevorderen.

Artikel 4.2 Doelgroep

Een subsidie kan alleen worden verstrekt aan particulieren, stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk

Artikel 4.3 Subsidiabele activiteit

Een subsidie kan alleen worden verstrekt voor het faciliteren van een vrijwilligersgroep. Dit houdt in het faciliteren en uitrusten van vrijwilligersgroepen die zich richten op de beheersing en bestrijding van invasieve exoten binnen en buiten Natura-2000 gebieden en het NNN.

Artikel 4.4 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie geweigerd als:

  • 1.

    de activiteit plaats zal vinden op gronden, wateren of terreinen zonder dat hier voorafgaand schriftelijk toestemming voor is verleend door de eigenaar of beheerder;

  • 2.

    de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 4.2;

  • 3.

    niet is voldaan aan de bepalingen, verplichtingen en vereisten zoals die zijn gesteld in deze regeling.

Artikel 4.5 Subsidievereisten

Om voor een subsidie in aanmerking te komen, wordt in elk geval voldaan aan de volgende criteria:

  • 1.

    de kernwerkzaamheden van de vrijwilligersgroep betreffen de beheersing of bestrijding van invasieve exoten die zijn benoemd in

    • a.

      de Unielijst van de EU-exotenverordening of;

    • b.

      het Plan van Aanpak – Exoten in Toom, hoofdstuk 6.2 deel A, B en C

  • 2.

    de aanvrager verklaart de vrijwilligersgroep ten minste voor de duur van 3 jaar in stand te houden en tenminste meerdere keren per jaar beheers- of bestrijdingsactiviteiten voor de vrijwilligersgroep te faciliteren;

Artikel 4.6 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Alle kosten, met uitzondering van de in artikel 4.7 genoemde kosten, die een directe relatie hebben met de subsidiabele activiteit, komen voor subsidie in aanmerking.

  • 2.

    Kosten met een directe relatie tot de subsidiabele activiteit zijn in ieder geval:

    • a.

      de kosten voor de inhuur van deskundigen op het gebied van beheersing of bestrijding van invasieve exoten;

    • b.

      de kosten die samenhangen met het afvoeren en verwerken van exotisch plantmateriaal;

    • c.

      de kosten voor de aanschaf van beschermingsmaterialen en gereedschappen die nodig zijn om op een verantwoorde manier invasieve exoten te bestrijden.

Artikel 4.7 niet subsidiabele kosten

Niet subsidiabele kosten zijn:

  • 1.

    oprichtingskosten van een rechtspersoon;

  • 2.

    kosten die betrekking hebben op een vrijwilligersvergoeding.

Artikel 4.8 Indieningsvereisten

  • 1.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag:

    • a.

      Informatie over welke invasieve exoten bestreden gaan worden, op welk gebied de vrijwilligersgroep zich richt en wat de beoogde maatregelen zijn;

    • b.

      dat wordt gewerkt met de benodigde en voorgeschreven beschermingsmiddelen;

    • c.

      een werkplan waarin de wijze van uitvoering van de bestrijdingswerkzaamheden is beschreven, waaronder in ieder geval:

      • i.

        de methoden voor het verwijderen van de invasieve uitheemse plantensoorten;

      • ii.

        de maatregelen voor het veilig en doelmatig verzamelen, opslaan en afvoeren van het vrijkomende plantaardige materiaal; en

      • iii.

        de monitoring en voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding of heropleving van de soort.”

    • d.

      een uiteenzetting van wat de verwachte kosten zijn.

Artikel 4.9 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1000,-.

Artikel 4.10 Verdeelcriteria

  • 1.

    Het beschikbare bedrag van het subsidie-deelplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen.

  • 2.

    Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Indien er meer aanvragen zijn ontvangen op één dag, waarbij toekenning van al deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidie-deelplafond wordt, in afwijking van het tweede lid, de onderlinge rangorde van die aanvragen door loting vastgesteld.

Artikel 4.11 Verplichtingen

Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 2.10 van de Procedureregeling, is de subsidieontvanger verplicht om:

  • 1.

    de vrijwilligersgroep tenminste voor de duur van drie jaar in stand te houden;

  • 2.

    de vrijwilligersgroep meerdere keren per jaar te faciliteren bij beheers- of bestrijdingsactiviteiten;

  • 3.

    de, in het kader van deze activiteit, uitgevoerde handelingen te communiceren aan de Gedeputeerde Staten.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Invasieve Exoten Groningen 2026.

Groningen, 17 juni 2026

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Groningen,

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Nadere toelichting bij de Subsidieregeling Invasieve Exoten 2026

 

Beleidsdoel

De provincie Groningen zet zich in voor het beschermen van de inheemse biodiversiteit. Invasieve uitheemse soorten (exoten) vormen daarbij een groeiende bedreiging. Ze kunnen ecosystemen aantasten, inheemse flora en fauna verdringen en functioneren vaak als katalysator voor verdere achteruitgang van natuurkwaliteit. In het Plan van Aanpak Exoten in Toom is uitgebreid beschreven hoe de provincie deze uitdaging benadert en welke rol zij zichzelf toedicht in de bestrijding van invasieve exoten in de periode 2025 2030.

 

Deze subsidieregeling vormt een instrument om dat beleid in de praktijk te brengen. De regeling heeft als doel een breed gedragen en gecoördineerde aanpak in de hele provincie mogelijk te maken. Daarbij staat steeds voorop dat de provincie haar wettelijke verantwoordelijkheid heeft om invasieve exoten te bestrijden, maar dit niet alleen kan en wil doen. Exoten houden zich immers niet aan perceel- of gemeentegrenzen; een effectieve aanpak vraagt afstemming, samenwerking en een gezamenlijke strategie.

 

Juridische grondslag

De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017. In die bepaling hebben Provinciale Staten aan gedeputeerde staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd. Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 van belang.

 

Subsidiabele activiteiten

Binnen deze regeling kunnen drie typen activiteiten worden gesubsidieerd: het opstellen of actualiseren van gebiedsplannen, het uitvoeren van bestrijdingsacties en het ondersteunen van vrijwilligersinitiatieven. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van duidelijke toetsingscriteria, die per activiteit zijn uitgewerkt. Deze criteria zorgen ervoor dat beschikbare middelen worden ingezet op de meest effectieve, kansrijke en zorgvuldig onderbouwde initiatieven. Daarbij gelden onder meer het biodiversiteitsbelang, de inzet op monitoring en nazorg, het vroegtijdig aanpakken van soorten en de mate van samenwerking als belangrijke elementen in de beoordeling.

 

In de subsidieregeling ligt de nadruk op activiteiten die direct bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit. Daarbij geeft de provincie in het bijzonder prioriteit aan maatregelen in of rondom Natura 2000 gebieden, en het Natuur Netwerk Nederland. Aanvragen buiten deze gebieden komen eveneens in aanmerking wanneer duidelijk wordt gemaakt hoe de voorgestelde activiteiten aantoonbaar ten goede komen aan het lokale ecosysteem.

Daarnaast geeft de regeling invulling aan de faciliterende en coördinerende rol die de provincie zichzelf toekent in het Plan van Aanpak Exoten in Toom. De provincie stimuleert met deze subsidie dat partijen gezamenlijk optrekken, kennis delen en komen tot meerjarige gebiedsgerichte plannen. Daarmee sluit de regeling aan bij de langetermijnvisie waarin preventie, samenwerking, monitoring en een gestructureerde uitvoeringsstrategie centraal staan.

 

Staatssteun

De activiteiten waarvoor onder deze regeling subsidie aangevraagd kunnen worden zijn van niet-economische aard. Doordat de activiteiten niet-economisch van aard zijn, is er geen sprake van staatssteun. Hierdoor hoeven de verstrekte subsidies onder deze regeling niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie. Kennisgeving hiervan is ook niet nodig.

 

Toelichting op bepaalde artikelen:

 

Artikel 2.3, Gebiedsplannen

Voor gemeenten en waterschappen vormt het beheer van de fysieke en natuurlijke leefomgeving een belangrijke verantwoordelijkheid. Invasieve exoten kunnen een groot effect hebben op zowel het stedelijk groen als op waterlopen en oevers. Een goed onderbouwd en actueel gebiedsplan is daarom essentieel om effectief te kunnen handelen.

Met deze subsidie geeft de provincie gemeenten en waterschappen de mogelijkheid om hun planvorming te versterken. Een gebiedsplan brengt in kaart welke exoten zich waar bevinden, welke risico's zij vormen en welke maatregelen nodig zijn om verdere verspreiding te voorkomen of bestaande populaties terug te dringen. De plannen bieden daarnaast ruimte om afspraken te maken over samenwerking met buurgemeenten, waterschappen en terreinbeheerders, zodat een gebiedsgerichte aanpak ontstaat die recht doet aan de ecologische realiteit.

 

Door deze planvorming te stimuleren, ontstaat een beter beeld van de provinciale situatie als geheel, en heeft de provincie en goed overzicht van waar welke invasieve exoot in de komende jaren zal worden bestreden. Gebiedsplannen dragen direct bij aan de gezamenlijke ambitie om te komen tot een meerjarige, afgestemde exotenstrategie zoals beschreven in het Plan van Aanpak Exoten in Toom.

 

Artikel 2.7 Indieningsvereisten

Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘het opstellen van een gebiedsplan’ als genoemd in art. 2.3, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.

 

Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:

 

De wijze waarop nulmeting en resultaatmeting plaatsvindt en inzicht in de sturing op kosten en effectiviteit van deze metingen, waarbij een vooraf vastgestelde uitgangssituatie en een goede effectmeting nodig zijn om te kunnen bepalen of de gekozen bestrijdingsmethode werkt en welke middelen hiervoor zijn ingezet.

 

Een compleet overzicht van alle, op dit moment bekende invasieve exoten in het plangebied. Hierdoor ontstaat een volledig, provinciebreed beeld van het actuele voorkomen van exoten en wordt gerichte sturing op prioriteiten en inzet van middelen mogelijk.

 

Een overzicht waarin uitgelegd staat hoe aan monitoring en nazorg gedaan zal worden na de uitvoering van de activiteiten. Hiermee wordt geborgd dat deze cruciale fases structureel en effectief worden uitgevoerd, met het oog op duurzame en blijvende bestrijding van de exoot.

 

Artikel 3.3, Bestrijdingsacties

Hoewel preventie en monitoring belangrijke pijlers zijn in het provinciale exotenbeleid, blijft daadwerkelijke bestrijding noodzakelijk voor soorten die zich al hebben gevestigd of die een directe bedreiging vormen voor kwetsbare natuur. Bestrijding is vaak arbeidsintensief, kostbaar en vraagt specialistische kennis, met name bij soorten zoals grote waternavel, reuzenberenklauw of Aziatische duizendknopen.

 

De provincie biedt met deze subsidiemogelijkheid steun aan gemeenten, waterschappen en terreinbeheerders om concrete bestrijdingsmaatregelen uit te voeren. Hierbij gaat het niet alleen om het fysiek verwijderen van exoten, maar ook om nazorg, monitoring en het waar nodig afstemmen van maatregelen binnen een groter gebied. Door deze acties te subsidiëren ontstaat meer ruimte voor een strategische en gecoördineerde uitvoering van het provinciale beleid. Bovendien versterkt dit de gezamenlijke verantwoordelijkheid: bestrijdingsacties worden effectiever wanneer ze onderdeel zijn van een breed gedragen aanpak waarin partijen samenwerken.

 

Artikel 3.8 Indieningsvereisten

Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘de bestrijding van de invasieve exoten’ als genoemd in art. 3.3, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.

 

Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:

 

Een projectplan met sluitende begroting opgesteld voor de bestrijdingsmaatregelen. Hiermee wordt inzicht verkregen in de financiële haalbaarheid en wordt geborgd dat gedurende alle fasen, inclusief monitoring en nazorg, voldoende middelen beschikbaar zijn. Een onvolledige begroting vergroot het risico op niet uitvoeren of voortijdig stoppen van de bestrijding.

 

Een recente nulmeting van de invasieve exoten die aanwezig zijn in het gebied waar de bestrijdingsmaatregelen zich op richten. Hiermee ontstaat een actueel beeld van de verspreiding van de invasieve soorten en kan worden beoordeeld of het voorgestelde bestrijdingsplan realistisch, uitvoerbaar en passend is bij de situatie ter plaatse.

 

Artikel 3.10 Verdeelsystematiek

Bij het onderdeel bestrijden is gekozen om van een tenderprocedure gebruik te maken, in plaats van een behandeling op volgorde van binnenkomst. Dit heeft te maken met het feit dat er maar beperkte middelen beschikbaar zijn met betrekking tot deze regeling en het tegelijk mogelijk is dat voor relatief kleine projecten een subsidie kan aangevraagd worden. De provincie acht het daardoor van belang dat bestrijdingsactiviteiten op basis van kwaliteit beoordeeld worden, om zo te zorgen dat de gelden welke betrokken zijn bij deze subsidieregeling optimaal besteed worden.

 

De subsidieaanvraag kan doormiddel van een zestal criteria, op basis waarvan de kwaliteit van de aanvraag toeneemt, punten worden toebedeeld. Hier wordt nader toegelicht waarom deze criteria gehanteerd worden door de provincie.

 

  • vii.

    Indien de aanvraag is gericht op het bestrijden dicht bij een NNN of N2000 gebied, of indien aangetoond kan worden dat het ten goede komt van deze gebieden en de biodiversiteit, wordt dit gewaardeerd op maximaal 25 punten;

    • i.

      Onze taak als provincie is het beschermen van onze biodiversiteit en natuurgebieden. Daarom heeft de provincie een sterke voorkeur voor bestrijdingsacties in of rond deze gebieden om de impact van exoten te beperken.

  • viii

    indien de bestrijding is gericht op soorten welke vermeld zijn in artikel 17 en 19a of andere soorten die nog beperkt in onze provincie voorkomen, wordt dit gewaardeerd op maximaal 20 punten;

    • i.

      Artikel 17 en 19a soorten hebben de hoogste prioriteit voor ons als provincie. Door soorten die nog nauwelijks in de provincie voorkomen vroegtijdig aan te pakken kunnen we op de lange termijn kosten besparen als provincie. Soorten die in ieder geval nauwelijks voorkomen zijn: Zonnebaars, Blauwband, Afghaanse duizendknoop, Gewone gunnera, Zijdeplant, Moeraslantaarn, Ongelijkbladig vederkruid, Verspreidbladige waterpest, Waterwaaier, Klimopkruiskruid, Papiermoerbei,

  • ix.

    indien in het bestrijdingsplan staat beschreven hoe de monitoring en nazorg van de exoot uitgevoerd gaat worden (monitoringsprotocol), wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • i.

      Veel exoten zijn na één enkele bestrijdingsactie vaak nog niet verdwenen, soms gaan er jaren overheen voordat de exoot definitief verdwenen is. Monitoring en nazorg op de locatie en de omgeving is daarom essentieel om te zorgen dat de soort zich niet verder verspreid.

  • x.

    indien in het bestrijdingsplan een succesvolle lokale eliminatie van de exoot nastreeft, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • i.

      Plannen die leiden tot een definitieve eliminatie van de soort hebben een voorkeur boven subsidies waarin de exoot enkel wordt beheerd.

  • xi.

    indien een samenwerkingsplan wordt ingediend waarin beschreven is hoe wordt samengewerkt met gebiedspartners om de impact van de exoot tegen te gaan, wordt dit gewaardeerd op maximaal 15 punten;

    • i.

      Exoten bestrijden doe je niet alleen, zeker als het gaat om soorten die zich makkelijk kunnen verspreiden. De meeste effectieve vormen van exoten bestrijden vragen om een gezamenlijk plan van aanpak.

  • xii.

    indien de bestrijdingsactie leidt tot een innovatie of verandering in de effectieve aanpak van de exoot, wordt dit gewaardeerd op maximaal 10 punten.

Voor veel exoten zijn wij als provincie nog zoekende naar een passende aanpak. Nieuwe veel belovende methodes willen we daarom stimuleren, als deze goed worden onderbouwd.

 

Artikel 4.3, Vrijwilligersinitiatieven:

Vrijwilligers spelen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren en lokaal verwijderen van invasieve exoten. De provincie ondersteunt deze inzet met een laagdrempelige subsidie voor materialen en praktische benodigdheden. Door vrijwilligers te faciliteren kunnen kleinschalige haarden tijdig worden aangepakt en ontstaat meer bewustwording in de leefomgeving.

Bij deze initiatieven vindt de provincie het belangrijk dat acties zorgvuldig worden uitgevoerd en goed zijn afgestemd met andere beheerders, zodat ze passen binnen de bredere provinciale aanpak. Zo dragen ook lokale acties bij aan de gezamenlijke inspanning om exoten in Groningen structureel terug te dringen.

 

Artikel 4.8 Indieningsvereisten

Een subsidieaanvraag welke ziet op de activiteit ‘het faciliteren van een vrijwilligersgroep’ als genoemd in art. 3 onder c, wordt ingediend via een door het college vastgestelde en ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.

 

Het college acht het van belang dat bij de aanvraag van deze activiteit een aantal additionele documenten en bescheiden aangeleverd dienen te worden. Deze documenten worden ook opgevraagd in het aanvraagformulier. Het gaat met betrekking tot de hiervoor genoemde activiteit om de volgende additionele indieningsvereisten:

 

  • e.

    Informatie over welke invasieve exoten bestreden gaan worden, op welk gebied de vrijwilligersgroep zich richt en wat de beoogde maatregelen zijn;

    • i.

      Hierdoor ontstaat inzicht in welke soort waar wordt aangepakt en op welke wijze de vrijwilligersgroep te werk gaat.

  • f.

    dat wordt gewerkt met de benodigde en voorgeschreven beschermingsmiddelen;

    • i.

      Hiermee wordt gewaarborgd dat vrijwilligers niet worden blootgesteld aan risico’s, bijvoorbeeld bij soorten zoals de reuzenberenklauw.

  • g.

    een werkplan waarin de wijze van uitvoering van de bestrijdingswerkzaamheden is beschreven, waaronder in ieder geval;

    • i.

      de methoden voor het verwijderen van de invasieve uitheemse plantensoorten. Hierdoor is duidelijk welke aanpak wordt toegepast en of hierbij advisering vanuit de provincie wenselijk is.

    • ii.

      de maatregelen voor het veilig en doelmatig verzamelen, opslaan en afvoeren van het vrijkomende plantaardige materiaal. Hiermee wordt voorkomen dat verspreiding of herbesmetting optreedt door onjuiste verwerking van het materiaal.

    • iii.

      de monitoring en voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding of heropleving van de soort.

  • h.

    een uiteenzetting van wat de verwachte kosten zijn. Door middel hiervan kan worden beoordeeld of de aangevraagde subsidie in verhouding staat tot de beoogde werkzaamheden en financieel deugdelijk is, hetgeen een verplichting is uit de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018.

Naar boven