Verkeersbesluit voor het plaatsen van verkeerstekens ter hoogte van de Trekvlietbrug, ten behoeve van de stremming van de Leidse Trekvlietbrug in Leiden

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

 

overwegende, dat hun college op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is tot het nemen van de in die wet bedoelde verkeersbesluiten ter regeling van het scheepvaartverkeer op de provinciale vaarwegen;

 

dat het nemen van verkeersmaatregelen op grond van artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet slechts kan geschieden in het belang van:

  • 1.

    het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;

  • 2.

    het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • 3.

    het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;

  • 4.

    het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s in verband met schepen;

  • 5.

    het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen;

dat de Leidse Trekvliet tot en met de Trekvlietbrug in de gemeente Leiden een provinciale vaarweg is in beheer bij de provincie Zuid-Holland;

 

dat over de Leidse Trekvliet de Trekvlietbrug is gelegen;

 

dat in het op 23 maart 2016 door Provinciale Staten van Zuid-Holland vastgestelde Provinciaal Inpassingsplan RijnlandRoute, is besloten dat de Trekvlietbrug permanent wordt vervangen door een vaste brug;

 

dat ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden aan de Trekvlietbrug, als gevolg van het op deze locatie aanwezige stamriool van de gemeente Leiden, de vereisten omtrent vleermuizen en de waarborging van de veiligheid van de werknemers die de werkzaamheden uitvoeren, de Leidse Trekvliet van 15 augustus 2026 tot en met 15 april 2027 moet worden gestremd voor het doorgaande scheepvaartverkeer;

 

dat het plaatsen van onderstaande verkeerstekens conform basisfiguur 2400 van de CROW richtlijn ‘WIU 2025 – Tijdelijke verkeersmaatregelen op vaarwegen’ noodzakelijk is vanwege de stremming van de Leidse Trekvliet;

 

dat op grond van artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen Scheepvaartverkeer de tijdelijke aanbrenging van verkeerstekens krachtens een verkeersbesluit geschiedt indien de omstandigheden die tot de tijdelijke aanbrenging leiden van langere duur zijn dan dertien weken;

 

dat gelet op het voorgaande bij besluit van 8 juni 2026 met kenmerk PZH-2026-892569181 een verkeersbesluit is genomen voor de Leidse Trekvliet;

 

dat in dit besluit per abuis een verkeerde hectometrering van de locatie van de te plaatsen verkeerstekens is opgenomen;

 

dat om deze reden het besluit van 8 juni 2026 met kenmerk PZH-2026-892569181 wordt ingetrokken en er een nieuw besluit wordt genomen;

 

gelet op het bepaalde in de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

 

BESLUITEN:

 

  • I.

    het besluit van 8 juni 2026 met kenmerk PZH-2026-892569181 in te trekken;

  • II.

    verkeersmaatregelen te treffen in het belang van het verzekeren van de veiligheid van het scheepvaartverkeer en het voorkomen van schade door het scheepvaartverkeer aan de in en over de vaarweg gelegen werken, ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden aan de Trekvlietbrug, door in de periode van 15 augustus 2026 7.00 uur tot en met 15 april 2027 16.00 uur op de volgende locaties langs de Leidse Trekvliet:

    • a.

      de oostelijke oever, ter hoogte van hmp. 11.161a en hmp. 11.310a; en

    • b.

      de westelijke oever ter hoogte van hmp. 11.161a en hmp. 11.300a;

  • het volgende verkeersteken te plaatsen conform bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement:

    • a.

      verbodsteken A.1 (in-, uit- of doorvaren verboden);

  • III.

    dit besluit ter openbare kennis te brengen door middel van publicatie in het Provinciaal Blad;

  • IV.

    dit besluit ter kennisneming te nemen aan:

    • a.

      Koninklijke Binnenvaart Nederland, Scheepmakerij 320, 3331 MC Zwijndrecht;

    • b.

      Algemeene Schippers Vereeniging, Zwartewaalstraat 37, 3081 HV Rotterdam;

    • c.

      Koninklijk Nederlands Watersportverbond, Orteliuslaan 1041, 3528 BE Utrecht;

    • d.

      Rijkswaterstaat water, verkeer en leefomgeving, Postbus 2232, 3500 GE Utrecht

    • e.

      Gemeente Leiden, postbus 9100, 2300 PC Leiden.

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

Voor dezen,

mr. A.J.S. van Beurden

plv. Manager Juridisch Beheer en Advies

(plv. Ambtelijk Opdrachtgever)

Besluit van 15 juni 2026, PZH-2026-892940965

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

 

Bezwaar maken

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden op grond van artikel 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag van verzending een gemotiveerd bezwaarschrift indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan:

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

t.a.v. het Awb-secretariaat

Postbus 90602

2509 LP Den Haag

 

In de linkerbovenhoek van de enveloppe vermeldt u “Awb-bezwaar”.

 

U kunt uw bezwaar ook online indienen via www.zuid-holland.nl.

 

Het indienen van bezwaar betekent overigens niet dat het besluit niet geldt.

 

Voorlopige voorziening aanvragen

Indien u de inwerkingtreding van dit besluit wilt uitstellen, kunt u - als u tegen dit besluit bezwaar heeft gemaakt - bij de rechtbank om een voorlopige voorziening vragen op grond van artikel 8.81 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

U kunt het verzoek richten aan:

de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag

sector Bestuursrecht

Postbus 20302

2500 EH Den Haag.

 

Meer informatie

Op de website https://loket.rechtspraak.nl/ vindt u meer informatie over de bezwaarprocedure en de aanvraag van een voorlopige voorziening. Ook leest u daar welke mogelijkheden er zijn om een bezwaar of een verzoek om een voorlopige voorziening digitaal in te dienen.

Naar boven