Provinciaal blad van Zuid-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 10425 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuid-Holland | Provinciaal blad 2026, 10425 | beleidsregel |
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-887413747, tot vaststelling van de beleidsregel voor de toepassing van artikel 7.98, onderdeel b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (Beleidsregel stiltegebiedactiviteiten Zuid-Holland)
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;
gelet op de artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7.98, onderdeel b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;
Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit, met het oog op een consistente toepassing van de beoordelingsregel dat het belang van het voorkomen en beperken van geluidbelasting niet onevenredig wordt geschaad;
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit.
Den Haag, 2 juni 2026
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland
drs. C.E.M. Weber, plv. secretaris
mr. A.W. Kolff, voorzitter
Toelichting op de Beleidsregel beoordeling stiltegebiedactiviteiten Zuid-Holland
Stiltegebieden zijn gebieden waarin het belang van rust en stilte bijzondere bescherming verdient. Geluidbelasting kan afbreuk doen aan de akoestische kwaliteit, natuurbeleving en recreatieve waarde van deze gebieden. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat daarom regels ter bescherming van stiltegebieden.
Artikel 7.98, onderdeel b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit uitsluitend wordt verleend indien het belang van het voorkomen en beperken van geluidbelasting niet onevenredig wordt geschaad. Deze beleidsregel geeft richting aan de toepassing van deze open norm.
Deze beleidsregel heeft tot doel een consistente en transparante beoordeling van aanvragen te bevorderen. Daarbij blijft ruimte bestaan voor maatwerk en een beoordeling van de omstandigheden van het concrete geval.
Uitgangspunt is dat verstoring van stiltegebieden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Activiteiten met een incidenteel karakter en een duidelijke maatschappelijke, culturele, recreatieve, educatieve of gebiedsgebonden meerwaarde kunnen onder omstandigheden aanvaardbaar zijn. Structurele of frequent terugkerende activiteiten passen in beginsel minder goed binnen het beschermingsdoel van stiltegebieden.
Dit artikel bevat enkele begripsbepalingen die voor de toepassing van deze beleidsregel van belang zijn. Voor de begrippen stiltegebied en stiltegebiedactiviteit is aangesloten bij de terminologie van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit als bedoeld in artikel 3.16 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
Bij de beoordeling van een aanvraag spelen de aard, duur en frequentie van de activiteit een belangrijke rol. Indien verstoring te vaak plaatsvindt, komt de feitelijke bescherming van het stiltegebied onder druk te staan. Naarmate de verstoring beperkter is en minder frequent voorkomt, kan eerder aanleiding bestaan om een vergunning te verlenen. Zo kan een kleinschalige, periodieke excursie met voertuigen door een stiltegebied onder omstandigheden aanvaardbaar zijn, indien de verstoring beperkt blijft en de activiteit aansluit bij de recreatieve of educatieve functie van het gebied. Bij permanente activiteiten, zoals bedrijfsactiviteiten of horeca, bestaat daarentegen een groter risico op een blijvende verstoring van de stiltefunctie van het gebied.
Ook wordt beoordeeld in hoeverre een activiteit specifiek verbonden is met het stiltegebied. Activiteiten die redelijkerwijs ook buiten het stiltegebied kunnen plaatsvinden, liggen minder in de rede.
Daarnaast wordt gekeken naar de maatschappelijke, culturele, recreatieve, educatieve of gebiedsgebonden meerwaarde van een activiteit. Een activiteit met een duidelijke maatschappelijke betekenis of een cultuurhistorische binding met het gebied kan eerder aanvaardbaar zijn dan een activiteit met een overwegend particulier of commercieel karakter. Daarbij is mede van belang in hoeverre de activiteit maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht en verbonden is met de functie, identiteit of beleving van het gebied.
Zo ligt een activiteit zoals een bruiloft in een boerenschuur minder in de rede, omdat deze ook buiten het stiltegebied kan plaatsvinden en een beperkte maatschappelijke functie heeft. Een toertocht voor ernstig zieke kinderen of een jaarlijkse optocht van een bloemencorso te water kan onder omstandigheden wel aanvaardbaar zijn, vanwege de duidelijke maatschappelijke of cultuurhistorische meerwaarde en de binding met het gebied. Een bijeenkomst van vrachtwagens op een bedrijf ligt daarentegen minder in de rede, omdat een dergelijke activiteit doorgaans ook elders kan plaatsvinden en de maatschappelijke meerwaarde beperkt is.
Verder wordt betrokken in hoeverre maatregelen worden getroffen om geluidbelasting zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan beperking van de duur van de activiteit, beperking van vervoersbewegingen of inzet van stillere technieken.
Het tweede lid bevat omstandigheden waarbij gedeputeerde staten er in beginsel van uitgaan dat het belang van het voorkomen en beperken van geluidbelasting niet onevenredig wordt geschaad. Het betreft geen limitatieve of cumulatieve voorwaarden, maar omstandigheden die richting geven aan de beoordeling.
De in het tweede lid genoemde grens van twee vergunningen per kalendermaand betreft geen absoluut maximum, maar een indicatie voor een terughoudende vergunningverlening binnen stiltegebieden.
Indien niet aan een of meer van de omstandigheden van het tweede lid wordt voldaan, maken gedeputeerde staten op grond van het derde lid een integrale belangenafweging tussen het belang van bescherming van de stilte en het belang dat met de activiteit wordt gediend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-10425.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.