Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 16 juni 2026, UTSP-432403905-58395, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling bewegen en gezondheid provincie Utrecht 2026-2029)

Gedeputeerde Staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en de Beleidsregel projectsubsidies;

 

Overwegende dat:

  • -

    Provinciale Staten op 10 maart 2021 de Omgevingsvisie hebben vastgesteld;

  • -

    Gedeputeerde Staten op 10 december 2024 de Startnotitie ten behoeve van het Beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026 – 2029 hebben vastgesteld.

  • -

    Provinciale Staten op 22 januari 2025, naar aanleiding van de bespreking van de Startnotitie, in meerderheid hebben aangegeven een Nadere Kaderstelling te willen voor het Beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026 – 2029.

  • -

    Gedeputeerde Staten op 4 juni 2025 de Nadere Kaderstelling voor het Beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026 - 2029 hebben vastgesteld.

  • -

    Gedeputeerde Staten op 9 december 2025 het Beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026-2029 hebben vastgesteld;

  • -

    de Provincie Utrecht zich inzet voor het stimuleren van sport en bewegen als middel om gezondheid, ontmoeting en ontspanning te bevorderen;

  • -

    de Provincie bijdraagt aan een vitale en toekomstbestendige sport- en beweegsector.

Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen:

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

 

  • -

    anders georganiseerde sport: sporten buiten georganiseerde en ongeorganiseerde sport om en aangeboden via abonnementen en entreegelden;

  • -

    AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;

  • -

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies: Beleidsregels van Gedeputeerde Staten waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn;

  • -

    Beweegvriendelijke Inrichting van de Openbare Ruimte-principe (BIOR-principe): het uitgangspunt dat de openbare ruimte zodanig wordt ingericht, beheerd en gebruikt dat deze uitnodigt tot bewegen, sporten, spelen, ontmoeten en verblijven voor een brede groep gebruikers. Hierbij wordt rekening gehouden met fysieke, sociale en ruimtelijke factoren die bijdragen aan gezondheid, toegankelijkheid, leefbaarheid en gemeenschapsvorming;

  • -

    commerciële sportaanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die tegen betaling sport- of beweegactiviteiten aanbiedt, anders dan in verenigingsverband en met een winstoogmerk;

  • -

    consortium: samenwerkingsverband van meerdere partijen die gezamenlijk een subsidieaanvraag indienen of een gesubsidieerd project uitvoeren. Op een dergelijk samenwerkingsverband is artikel 4.1, tweede lid, van de AsvpU van toepassing, waarbij de deelnemende partijen één aanvrager (penvoerder) aanwijzen;

  • -

    gemeenschapsvorming: het proces waarbij mensen door gedeelde interesses, activiteiten, ontmoetingen en ervaringen sociale verbindingen aangaan en een gevoel van betrokkenheid, herkenning en saamhorigheid ontwikkelen binnen een groep of omgeving;

  • -

    georganiseerde sport: sport- en beweegactiviteiten die structureel worden aangeboden en georganiseerd door een sportvereniging;

  • -

    kennissessies: jaarlijkse bijeenkomsten waarin kennis over een relevant thema op het terrein van recreatie, toerisme, sport en bewegen wordt georganiseerd;

  • -

    ongeorganiseerde sport: sport- en beweegactiviteiten die individueel of in informele groepsverbanden plaatsvinden zonder structurele begeleiding of organisatie vanuit een sportvereniging of andere aanbieder;

  • -

    openbare ruimte: buitenruimte die gedurende minimaal zes maanden per jaar ten minste vier dagen per week publiekelijk en kosteloos toegankelijk is, waarbij de ruimte op die dagen dagelijks minimaal tussen 09.00 uur en 18.00 uur geopend is voor publiek;

  • -

    penvoerder: de deelnemende partij binnen een consortium die namens het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient, optreedt als aanspreekpunt voor de provincie Utrecht en verantwoordelijk is voor de coördinatie, verantwoording en communicatie gedurende de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, alsmede voor de ontvangst van het subsidiebedrag en de financiële coördinatie en verdeling daarvan onder de consortiumpartners overeenkomstig de binnen het consortium gemaakte afspraken;

  • -

    Provinciaal Sportakkoord Utrecht (Sportakkoord): samenwerkingsakkoord tussen de provincie Utrecht, gemeenten en maatschappelijke partners gericht op het versterken van sporten en bewegen in de provincie Utrecht;

  • -

    sportaccommodaties: gebouwen en bijbehorende terreinen die gebruikt worden door een sportvereniging voor het beoefenen van een sport in verenigingsverband;

  • -

    sportvereniging: vereniging of stichting zonder winstoogmerk die zich richt op het organiseren en aanbieden van sport- en beweegactiviteiten voor leden of deelnemers;

  • -

    straat sport en straatcultuur: verzamelbegrip voor sportieve, creatieve en culturele activiteiten die veelal ontstaan in de openbare ruimte en worden gekenmerkt door informele organisatievormen, eigen gemeenschappen en een sterke verbinding met jongerencultuur, creativiteit en ontmoeting. Hieronder worden onder andere urbane sport- en beweegvormen en bijbehorende gemeenschapsvorming verstaan;

  • -

    talentontwikkeling: het geheel van activiteiten gericht op het stimuleren van motorische ontwikkeling, plezier in bewegen en het creëren van gelijke kansen voor kinderen en jongeren om zich binnen sport te ontwikkelen. Hieronder wordt tevens verstaan het ondersteunen van een samenhangende ontwikkellijn van breedtesport tot topsport en waar relevant de aansluiting op erkende talent- en topsportstructuren;

  • -

    talentontwikkelingssysteem: een samenhangende keten van activiteiten, voorzieningen en ondersteuning gericht op de ontwikkeling van sporttalent, dat gebaseerd is op een doorlopende leerlijn van spelen en kennismaking tot aan topsport;

  • -

    verduurzaming: activiteiten of maatregelen gericht op klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, energiebesparing en energietransitie van sportaccommodaties.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten in de provincie Utrecht:

  • 1.

    Het ondersteunen van gemeenten, sportverenigingen en -stichtingen bij het verduurzamen van sportaccommodaties die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer zijn.

    Daaronder wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het delen en opbouwen van kennis met gemeenten, sportverenigingen en – stichtingen over de verduurzaming van sportaccommodaties;

    • b.

      het uitvoeren van een verkenning of intake gericht op de ambities, mogelijkheden en randvoorwaarden voor verduurzaming van de sportaccommodatie;

    • c.

      het opleveren van een schriftelijke verkenning waarin concrete aanbevelingen worden gedaan voor de vervolgstappen voor de verduurzaming van sportaccommodaties, die aansluit op landelijke, gemeentelijke of mogelijkheden van provincie Utrecht; en

    • d.

      het bieden van ondersteuning op organisatorisch, financieel en technisch vlak in het kader van het verduurzamingstraject.

  • 2.

    Het versterken van talentontwikkeling in de sport- en beweegsector, bestaande uit:

    • a.

      het bevorderen van samenhang, afstemming en samenwerking tussen gemeenten, sportorganisaties, onderwijsinstellingen en andere betrokken partijen;

    • b.

      het organiseren en coördineren van een provinciaal netwerk voor talentontwikkeling met onder andere aandacht voor regionale spreiding en gelijke kansen;

    • c.

      het versterken, verdiepen en professionaliseren van bestaande of nieuwe programma’s en infrastructuren voor talentontwikkeling; en

    • d.

      het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten gericht op kennisdeling, deskundigheidsbevordering en het uitwisselen van goede praktijken.

  • De volgende criteria zijn optioneel:

    • e.

      het ondersteunen van talentvolle sporters via collectieve voorzieningen, begeleiding of ondersteunende programma’s, voor zover dit bijdraagt aan een sterker en inclusiever talentontwikkelingssysteem; en

    • f.

      het verkennen, ontwikkelen en toepassen van vormen van publiek-private samenwerking ter versterking van de talentontwikkeling.

  • 3.

    Het ontwikkelen en versterken van een visie en provinciaal netwerk rondom straatsport en straatcultuur, bestaande uit:

    • a.

      het organiseren en coördineren van een provinciaal netwerk gericht op ontmoeting, kennisdeling, innovatie en gezamenlijke agendering;

    • b.

      het stimuleren van samenwerking tussen organisaties en gemeenschappen;

    • c.

      het signaleren van ontwikkelingen, behoeften en kansen binnen straatsport en straatcultuur en het vertalen hiervan naar een visie en netwerkactiviteiten; en

    • d.

      het versterken van de verbinding tussen beleid, praktijk en de leefwereld van gemeenschappen en personen die straatsport en straatcultuur beoefenen of willen gaan beoefenen;

  • Het volgende criterium is optioneel:

    • e.

      het verkennen en stimuleren van samenwerking tussen publieke en private partners binnen de straatsport- en straatcultuur.

  • 4.

    Het ontwikkelen en uitvoeren van een effectieve en doelmatige aanpak voor de versterking van sport- en beweegaanbod in de openbare ruimte, bestaande uit:

    • a.

      het inventariseren van behoeften, knelpunten en kansen ten aanzien van sport en bewegen in de openbare ruimte;

    • b.

      het analyseren van bestaande instrumenten en werkwijzen gericht op sport en bewegen in de openbare ruimte;

    • c.

      het ontwikkelen van mogelijke interventies, aanpakken of instrumenten ter versterking van het sport- en beweegaanbod;

    • d.

      het betrekken en verbinden van relevante stakeholders, waaronder gemeenten, sportorganisaties en andere betrokken partijen; en

    • e.

      het uitvoeren van de overeengekomen aanpak.

  • 5.

    Het ondersteunen en versterken van de samenwerking binnen het Sportakkoord, voor zover deze activiteiten inspelen op actuele ontwikkelingen en opgaven binnen de sport- en beweegsector, bestaande uit:

    • a.

      het faciliteren en coördineren van de samenwerking tussen minimaal twee partners van het Sportakkoord bij het inspelen op actuele ontwikkelingen;

    • b.

      het organiseren van overleg, afstemming of actiegerichte samenwerking tussen meerdere partners gericht op het snel en gezamenlijk oppakken van een actuele sport, beweeg- en gezondheidsopgave; en

    • c.

      het initiëren en ondersteunen van tijdelijke en aanvullende activiteiten van maximaal 1 jaar die voortkomen uit een gezamenlijke behoefte van meerdere partners binnen het Sportakkoord.

  • 6.

    Het organiseren en uitvoeren van kennissessies gericht op het versterken van kennis, samenwerking en uitvoeringskracht op het gebied van bewegen en gezondheid, bestaande uit:

    • a.

      het organiseren van bijeenkomsten waarin kennis, ervaringen en goede praktijken worden gedeeld over actuele maatschappelijke vraagstukken rondom bewegen en gezondheid;

    • b.

      het faciliteren van uitwisseling en ontmoeting tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties, onderwijs- en kennisinstellingen en andere betrokken partijen; en

    • c.

      het behandelen van praktijkvoorbeelden en casuïstiek die relevant zijn voor de maatschappelijke vraagstukken rondom bewegen en gezondheid.

  • Het volgende criterium is optioneel:

    • d.

      het ondersteunen van samenwerking en netwerkvorming binnen het Sportakkoord.

Artikel 3 Randvoorwaarden

  • 1.

    Subsidie kan slechts worden verstrekt indien alle activiteiten, bedoeld in artikel 2:

    • a.

      bijdragen aan de doelstellingen van het beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026–2029 op het terrein van bewegen en gezondheid;

    • b.

      bijdragen aan een sterker, toekomstbestendig en samenhangend sport- en beweegnetwerk binnen de provincie Utrecht;

    • c.

      gericht zijn op het stimuleren van sport en bewegen onder inwoners van de provincie Utrecht, met bijzondere aandacht voor toegankelijkheid en inclusiviteit;

    • d.

      bijdragen aan samenwerking, kennisdeling en afstemming tussen gemeenten, maatschappelijke organisaties, onderwijs- en kennisinstellingen en andere betrokken partijen;

    • e.

      worden uitgevoerd door één consortium met aantoonbare kennis, ervaring, netwerk en uitvoeringskracht op de verschillende activiteiten van de regeling;

    • f.

      aansluiten bij actuele ontwikkelingen, behoeften en opgaven binnen de provincie Utrecht; en

    • g.

      uitvoerbaar, realistisch en doelmatig zijn georganiseerd, waaronder begrepen een duidelijke governance, planning, monitoring en inzet van capaciteit en middelen.

Artikel 4 Realisatie-indicatoren behorend bij de subsidiabele activiteiten

De volgende resultaten worden gerealiseerd:

  • 1.

    De realisatie-indicator van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 1 is:

    • a.

      Er zijn minimaal dertig verkenningen uitgevoerd.

  • 2.

    De realisatie-indicatoren van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 2 zijn:

    • a.

      Er is één provinciaal netwerk;

    • b.

      Er nemen minimaal acht gemeenten actief deel aan het netwerk; en

    • c.

      Er zijn minimaal twee programma’s versterkt en verdiept.

  • 3.

    De realisatie-indicatoren van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 3 zijn:

    • a.

      Er is één provinciaal netwerk;

    • b.

      Er nemen minimaal vijf gemeenten actief deel aan het netwerk; en

    • c.

      Er is één visie ontwikkeld.

  • 4.

    De realisatie-indicatoren van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 4 zijn:

    • a.

      Er is één aanpak ontwikkeld en overeengekomen;

    • b.

      Er zijn minimaal tien relevante stakeholders actief bij betrokken; en

    • c.

      De aanpak is uitgevoerd en bevat minimaal vijf gehonoreerde initiatieven van maximaal €50.000,- euro per jaar op basis van het BIOR-principe.

  • 5.

    De realisatie-indicator van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 5 is:

    • a.

      Jaarlijks is minimaal één project afgerond met minimaal twee partners uit het Sportakkoord;

  • 6.

    De realisatie-indicator van de subsidiabele activiteit genoemd onder artikel 2, lid 6 is:

    • a.

      Jaarlijks zijn er minimaal drie kennissessies georganiseerd.

  • 7.

    Bij afwijking van de realisatie-indicatoren dient daarvoor een onderbouwing te worden gegeven.

Artikel 5 Beoordelingscriteria

  • 1.

    Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen worden de volgende criteria aangehouden:

    • a.

      de mate waarin het consortium beschikt over kennis, ervaring, netwerk en uitvoeringskracht binnen de provincie Utrecht, blijkend uit eerdere projecten, samenwerkingsverbanden, referenties, betrokken partners en de inzet van deskundige medewerkers;

    • b.

      de mate waarin het consortium is ingebed in het provinciale sport- en beweegnetwerk en bekend is met provinciaal beleid, gemeentelijke uitvoeringspraktijk en relevante samenwerkingspartners, blijkend uit bestaande samenwerkingen, regionale aanwezigheid, deelname aan netwerken of overlegstructuren en relevante werkervaring binnen de provincie Utrecht;

    • c.

      de mate waarin de activiteiten doelmatig en efficiënt worden uitgevoerd.

    • d.

      de mate waarin de activiteiten leiden tot duurzame samenwerking en versterking van het provinciale sport- en beweegnetwerk; en

    • e.

      de mate waarin de activiteiten aansluiten bij actuele maatschappelijke, beleidsmatige of regionale ontwikkelingen binnen sport, bewegen en gezondheid.

  • 2.

    De criteria, bedoeld in het tweede lid, worden beoordeeld met 0 tot en met 3 punten, waarbij:

    • 0 punten = geen bijdrage;

    • 1 punt = voldoende bijdrage;

    • 2 punten = goede bijdrage;

    • 3 punten = sterke bijdrage;

  • 3.

    Bij de beoordeling van de aanvragen wordt de volgende weging toegepast:

    • a.

      het criterium, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt gewogen met factor 2;

    • b.

      het criterium, bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt gewogen met factor 2;

    • c.

      het criterium, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt gewogen met factor 2;

    • d.

      het criterium, bedoeld in het tweede lid, onder d, wordt gewogen met factor 1;

    • e.

      het criterium, bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt gewogen met factor 1.

  • 4.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen:

    • a.

      moet de aanvraag op de criteria, bedoeld in het tweede lid, onder a, b en c, minimaal 2 punten behalen (exclusief wegingsfactor); en

    • b.

      mag op geen van de criteria, bedoeld in het eerste lid, een score van 0 punten worden behaald.

  • 5.

    De rangschikking van de aanvragen vindt plaats op basis van het totaal aantal behaalde gewogen punten, waarbij de aanvrager met de hoogste totaalscore voor subsidie in aanmerking komt.

  • 6.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2029.

Artikel 6 Subsidieontvanger

Subsidie kan worden verstrekt aan één consortium met aantoonbare expertise op het terrein van sport en bewegen, die activiteiten uitvoert op bovenlokaal of regionaal schaalniveau in de provincie Utrecht.

Artikel 7 Staatssteun

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt met inachtneming van de geldende Europese staatssteunregels.

  • 1.

    Voor zover de subsidie kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt de subsidie uitsluitend verstrekt:

    • a.

      onder een vrijstellingsverordening, waaronder in ieder geval begrepen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), voor zover van toepassing; en

    • b.

      met toepassing van de de-minimisverordening.

  • 2.

    Indien toepassing wordt gegeven aan de de-minimisverordening, overlegt de aanvrager bij de subsidieaanvraag een volledig en naar waarheid ingevulde de-minimisverklaring.

Artikel 8 Aanvraag en verdeelmethode

  • 1.

    De toekenning van de subsidie vindt plaats op basis van de kwaliteit van de aanvragen, met inachtneming van artikel 2.3 van de AsvpU.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden ingediend in de periode van 1 augustus 2026 tot en met 30 september 2026, 23.59 uur.

  • 3.

    De aanvraag wordt ingediend door één van de deelnemende partijen van het consortium, die optreedt als penvoerder. De penvoerder is verantwoordelijk voor de indiening van de aanvraag en is verantwoordelijk voor het naleven van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Verder is de penvoerder verplicht tot terugbetaling van de subsidie voor zover van toepassing.

  • 4.

    De aanvragen worden digitaal ingediend met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht.

Artikel 9 Te overleggen informatie bij een aanvraag

  • 1.

    Bij de subsidieaanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken gevoegd:

    • a.

      een projectplan waarin:

      • i.

        de doelen, activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van de regeling zijn uitgewerkt;

      • ii.

        een planning van de werkzaamheden, inclusief fasering;

      • iii.

        een beschrijving van de samenwerking binnen het consortium, inclusief rollen, verantwoordelijkheden en onderlinge taakverdeling;

      • iv.

        een beschrijving van de kennis en ervaring van de consortiumpartners met vergelijkbare activiteiten;

      • v.

        een beschrijving van het netwerk van de consortiumpartners en de wijze waarop wordt samengewerkt met relevante partijen binnen de provincie Utrecht;

      • vi.

        een beschrijving van de wijze van aansturing, coördinatie en besluitvorming binnen het consortium (governance);

      • vii.

        een uitwerking van de beoogde resultaten en de wijze waarop de voortgang en resultaten worden gemonitord en gerapporteerd;

      • viii.

        een beschrijving van de wijze waarop het consortium invulling geeft aan de verschillende activiteiten genoemd in artikel 2; en

      • ix.

        een beschrijving van de wijze waarop het consortium inspeelt op actuele ontwikkelingen en veranderende behoeften binnen de sport- en beweegsector.

    • b.

      een sluitende begroting en dekkingsplan, inclusief een overzicht van de inzet van menskracht, middelen, capaciteit en financiering.

Artikel 10 Beslistermijn

Een besluit op een subsidieaanvraag wordt binnen 13 weken na afloop van de aanvraagperiode verzonden aan de aanvrager.

Artikel 11 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 4.6 AsvpU wordt de subsidie in ieder geval geweigerd als:

    • a.

      de aanvraag niet is ingediend door een consortium van ten minste twee rechtspersonen als bedoeld in artikel 6;

    • b.

      de aanvraag geen betrekking heeft op alle in artikel 2 genoemde activiteiten; en

    • c.

      sprake is van dubbele financiering voor activiteiten die reeds op andere wijze structureel worden bekostigd door de provincie of andere overheden zonder aantoonbare toevoeging of vernieuwing.

  • 2.

    Subsidie kan worden geweigerd als:

    • a.

      de activiteiten onvoldoende aansluiten bij actuele beleidsontwikkelingen of het provinciale beleidsprogramma recreatie, toerisme, sport en bewegen 2026–2029;

    • b.

      de mate van doelmatigheid of efficiëntie van de uitvoering onvoldoende is onderbouwd, waaronder begrepen een disproportionele verhouding tussen uitvoeringskosten en beoogde maatschappelijke impact; of

    • c.

      de subsidieverstrekking naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvoldoende bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van middelen binnen de provincie of aan de versterking van het provinciale sport- en beweegnetwerk.

Artikel 12 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger is verplicht:

    • a.

      de activiteiten zodanig te spreiden over de subsidieperiode dat een evenwichtige uitvoering plaatsvindt over de gehele looptijd van de subsidie en geen onevenredige besteding van middelen in één jaar of binnen één activiteit plaatsvindt zonder voorafgaande instemming van Gedeputeerde Staten;

    • b.

      elk jaar een jaarplanning aan Gedeputeerde Staten te verstrekken, waarin de doelmatige en effectieve inzet van middelen wordt aangetoond;

    • c.

      ten minste eenmaal per jaar een schriftelijke voortgangsrapportage te verstrekken, waarin wordt ingegaan op de voortgang per activiteit, de besteding van middelen, de behaalde resultaten en de samenwerking binnen het consortium;

    • d.

      minimaal tweemaal per jaar deel te nemen aan een voortgangsoverleg met de provincie Utrecht, waarin voortgang, knelpunten en indien nodig bijsturing van de uitvoering worden besproken;

    • e.

      een vaste contactpersoon binnen het consortium aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de afstemming met de provincie Utrecht;

    • f.

      desgevraagd alle relevante gegevens en documenten te verstrekken die nodig zijn voor monitoring, evaluatie en verantwoording van de subsidie;

    • g.

      zorg te dragen voor een transparante interne bedrijfsvoering binnen het consortium, inclusief duidelijke rol- en taakverdeling tussen de samenwerkende partijen; en

    • h.

      zorg te dragen voor de continuïteit van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten indien zich wijzigingen voordoen binnen het consortium.

  • 2.

    Bij de subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 13 Subsidieplafond

Voor de periode 2026 tot en met 2029 geldt een subsidieplafond van €921.000,- .

Artikel 14 Voorschot en hoogte van de subsidie per subsidiabele activiteit

  • 1.

    Jaarlijks kan een voorschot worden verleend van €307.000,-.

  • 2.

    Voor de subsidiabele activiteiten gelden jaarlijks de volgende richtbedragen:

    • a.

      €40.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 1;

    • b.

      €80.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 2;

    • c.

      €45.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 3;

    • d.

      €120.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 4;

    • e.

      €15.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 5;

    • f.

      €7.000,- voor de activiteit genoemd in artikel 2, lid 6.

  • 3.

    Het is toegestaan om met ten hoogste 20% onderbouwd af te wijken van de richtbedragen genoemd in het eerste lid van dit artikel.

  • 4.

    Als de begunstigde met meer dan 20% wil afwijken dan is toestemming van Gedeputeerde Staten nodig.

  • 5.

    De hoogte van de subsidies bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel 15 Overgangsrecht

Subsidies die zijn aangevraagd of verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van deze subsidieregeling of een wijziging hiervan, worden behandeld overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 januari 2030, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd of verstrekt.

Artikel 17 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling bewegen en gezondheid provincie Utrecht 2026–2029’

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 16 juni 2026.

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Toelichting

Binnen het beleidsprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026-2029 zijn twee verkenningen uitgevoerd, te weten de verkenning Talentontwikkeling en de verkenning Straatsport (in uitvoering). Deze onderzoeken geven inzicht in de huidige praktijk, behoeften en ontwikkelrichtingen binnen het sport- en beweegdomein in de provincie Utrecht en vormen een inhoudelijke basis voor de subsidieregeling.

 

Verkenning Talentontwikkeling

 

De verkenning naar talentontwikkeling, uitgevoerd door Stichting SportUtrecht, richt zich op het draagvlak bij gemeenten en betrokken partners voor een versterkte provinciale rol in de ontwikkeling van sporttalent. Uit de verkenning blijkt breed draagvlak voor een meer sturende en verbindende rol van de provincie, met name op het gebied van samenhang, kennisdeling en ondersteuning van bestaande structuren.

 

Gemeenten geven daarbij aan dat aansluiting bij de bestaande (breedte)sportinfrastructuur de voorkeur heeft, mede vanwege beperkte financiële en organisatorische capaciteit. De versterking van talentontwikkeling wordt daarbij primair gezocht in het duurzaam versterken van bestaande programma’s en infrastructuren, in plaats van het creëren van nieuwe, losstaande voorzieningen.

 

Daarnaast komt naar voren dat behoefte bestaat aan een sterkere provinciale regierol en betere afstemming tussen betrokken partijen, om versnippering tegen te gaan en de samenhang in het aanbod te vergroten. De verkenning schetst verschillende ontwikkelscenario’s, waarbij wordt geadviseerd te starten met het versterken en professionaliseren van de bestaande talentinfrastructuur, met perspectief op doorontwikkeling richting aanvullende ondersteuning voor talentvolle sporters. Daarbij wordt nadruk gelegd op voldoende uitvoeringskracht, heldere keuzes en publiek-private samenwerking.

 

Verkenning Straatsport

 

De verkenning naar straatsport is naar verwachting begin juli 2026 afgerond. Deze verkenning brengt inzichten uit gemeentelijk beleid en de praktijk van de zogenoemde ‘scene’ samen. Hoewel de verkenning nog in uitvoering is, komt een voorzichtig beeld naar voren dat gemeenten ambitie en energie hebben voor straatsport. Lokaal werken gemeenten vanuit beleid en structuur. De gemeenschap van straatsport functioneert vanuit flexibiliteit en gebruik. Een belangrijke opgave is het beter verbinden van deze twee werelden, zodat investeringen in ruimte, aanbod en organisatie aansluiten op de leefwereld van gebruikers.

Naar boven