Provinciaal blad van Gelderland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 9443 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gelderland | Provinciaal blad 2025, 9443 | ander besluit van algemene strekking |
GLB-openstellingsbesluit Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In aanvulling op artikel 1.1 van de Verordening wordt in deze nadere regels verstaan onder
Niet productieve investeringen: investeringen die niet mogen leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het landbouwbedrijf of een andere onderneming. Een investering moet om als niet productieve investering aangemerkt te kunnen worden dus primair gericht zijn op het behalen van de agro,-milieu,- klimaatdoelstellingen, waarbij eventuele productieve elementen slechts “bijvangst” zijn. Indieners dienen bij indiening expliciet te onderbouwen dat de investeringen bovenwettelijke taken betreffen;
Kaderrichtlijn Water (KRW): Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1), met als doel de kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren;
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
Overeenkomstig artikel 2.4.4 van de Verordening komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de Verordening wordt subsidie geweigerd indien:
Artikel 9 Subsidie-arrangement
De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening zijn van toepassing.
In aanvulling op artikel 1.15 van de Verordening dienen activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, uiterlijk 30 juni 2028 uitgevoerd te zijn.
Bijlage 1: Kaarten van urgente gebieden
Urgent gebied beheergebied waterschap Vallei en Veluwe (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
Urgent gebied beheergebied waterschap Rivierenland (voor zover betrekking hebbend op het grondgebied van de provincie Gelderland)
Bijlage 2 – Beoordelingsaspecten bij selectiecriteria
Een onafhankelijke adviescommissie zal de aanvragen voor subsidie toetsen aan de hand van de volgende beoordelingsaspecten bij de selectiecriteria zoals bedoeld in artikel 8 van dit openstellingsbesluit.
Dit criterium weegt het integrale karakter van het project, de mate waarin het project bijdraagt aan de relevante beleidsdoelen, te weten de mate waarin het project beoogt bij te dragen aan het provinciale klimaatdoel, de doelen in het Werkprogramma of een Waterbeheerprogramma en aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Om maximaal te scoren op effectiviteit is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
De puntentoekenning is als volgt:
Dit criterium weegt de concreetheid en (snelle) uitvoerbaarheid van het projectplan. Hoe beter het project is voorbereid, zowel inhoudelijk als qua timing, des te positiever het oordeel. Om maximaal te scoren op haalbaarheid is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten:
in het projectplan zijn voldoende eisen gesteld aan de kwaliteit van de nog aan te wijzen projectleider, dan wel is aangegeven dat de aangewezen projectleider met betrekking tot de subsidiabele activiteiten over voldoende kwaliteit beschikt. Kwaliteit houdt in voldoende aantoonbare expertise in de vorm van genoten opleiding en (meer dan vijf jaar) relevante ervaring in relatie tot de inhoud van het project;
De puntentoekenning is als volgt:
Bij dit criterium gaat het om de vraag in hoeverre de opgave(n) die aangepakt worden geïdentificeerd zijn als opgaven die noodzakelijk aangepakt dienen te worden en op welke termijn die aanpak noodzakelijk is.
De mate van urgentie van het project wordt bepaald door de mate waarin de uitvoering op korte termijn nodig is om de KRW-doelen tijdig te kunnen realiseren. Zo zijn er (inter)nationale of provinciale doelstellingen die voor een bepaalde einddatum gerealiseerd dienen te zijn en waar het project aan bijdraagt of noodzakelijk voor is. Een en ander is daarmee gerelateerd aan de knelpunten en beleidsopgaven die bestaan in Gelderland.
Voorts kan sprake zijn van een knelpunt in de waterhuishouding, waardoor pieken en dalen in de watertoevoer niet goed worden opgevangen en die kunnen leiden tot schade bij gebruikers die van het watersysteem afhankelijk zijn. Om deze schade zoveel mogelijk te beperken kan het nodig zijn om de activiteit zo spoedig mogelijk uit te voeren. Let wel, dat daarbij niet te vroeg mag worden gestart met de uitvoering van de activiteit (zie artikel 1.5 onder i van de Verordening en de toelichting in het algemene deel van dit openstellingsbesluit).
Bovendien kan het nodig zijn de activiteit op korte termijn uit te voeren als er (veel) partijen in het veld betrokken zijn. Uitstel kan in dat geval negatief uitwerken op de bereidheid van die partijen om mee te werken (“de energie gaat dan uit het proces”).
Om maximaal te scoren op urgentie is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing op basis van de volgende vijf deelaspecten met de daarbij behorende puntentoekenning:
5 punten indien er sprake is van een noodzakelijk opgave op grond van het Werkprogramma of een Waterbeheerprogramma en waarbij sprake is van een knelpunt in de waterhuishouding dat leidt tot schade bij gebruikers die van het watersysteem afhankelijk zijn. Bovendien bestaat een reële kans dat uitstel van de maatregelen ten koste kan gaan van de bereidheid van betrokken partijen om mee te werken. De opgave moet daarom onmiddellijk aangepakt worden.
Om maximaal te scoren op efficiëntie is een aanvraag voorzien van een overtuigende onderbouwing waarbij gelet wordt op de mate waarin de opgevoerde kosten passend zijn (dat wil zeggen waarin de resultaten met de juiste middelen worden gehaald) en op de mate waarin binnen het project op een goede manier gebruik gemaakt wordt van reeds bestaande kennis en kunde. De toekenning van de punten is als volgt:
In dit openstellingsbesluit wordt de “mate van effectiviteit”, dat wil zeggen de mate waarin een project bijdraagt aan de verschillende doelen, gezien als het allerbelangrijkste criterium. Daarom krijgt dit criterium de hoogste weging, namelijk wegingsfactor 3. Activiteiten moeten bijdragen aan het provinciale klimaatdoel en de andere doelen. Dit is de reden waarom de subsidie überhaupt beschikbaar is. Activiteiten die onvoldoende bijdragen aan de doelen zouden minder kans op subsidie moeten hebben. Om toch voor subsidie in aanmerking te komen, moeten ze excelleren op de andere criteria.
De criteria “kans op succes en de haalbaarheid” en de “mate van efficiëntie” krijgen een wegingsfactor 2. Deze aspecten zijn ook belangrijk, maar worden als iets minder cruciaal gezien dan het eerste criterium. Een aanvrager moet nog steeds aandacht besteden aan de mate waarin het project direct uitgevoerd kan worden waarbij sprake is van een reële kostenbegroting waarin de focus ligt op concrete uitvoering.
Het criterium “mate van urgentie” krijgt de laagste wegingsfactor. Dat is niet omdat urgente maatregelen minder belangrijk zijn, maar vooral omdat verwacht mag worden dat een aanvrager altijd voorrang geeft aan de uitvoering van urgente maatregelen. In het kader van dit openstellingsbesluit moet dat aangetoond worden aan de hand van een weergave van het projectgebied gelegen in een urgent gebied.
Na sluiting van de indieningstermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld. Aanvragen moeten minstens 24 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen, ofwel 60% van het maximaal te behalen aantal van 40 punten. Als een aanvraag onvoldoende punten scoort, wordt dat bij deze beoordeling duidelijk. Vervolgens worden aanvragen met gebruikmaking van de selectiecriteria in een bepaalde rangorde geplaatst. Het doel van de rangschikking is om de aanvragen/activiteiten onderling te vergelijken en de beste te selecteren en te honoreren.
Toelichting bij Openstellingsbesluit GLB Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem in het beheergebied van Waterschap Rivierenland en Waterschap Vallei en Veluwe provincie Gelderland 2025
In december 2022 werd in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 (GLB) de Nederlandse uitwerking van dit GLB, het Nationaal Strategisch Plan (NSP), goedgekeurd. Op basis van het NSP kan lidstaat Nederland subsidieregelingen openstellen voor een toekomstbestendige agrarische sector en een vitaal landelijk gebied. Vanuit het NSP kunnen provincies ook subsidieregelingen openstellen. In het kader van voorliggend openstellingsbesluit wordt invulling gegeven aan de maatregel Niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven. Het gaat hierbij om herstel- en inrichtingsmaatregelen in het landelijk gebied met een aantoonbare directe link met de landbouw.
Niet productieve investeringen kunnen betrekking hebben op herinrichting van het landelijk gebied ten behoeve van:
De investeringsmogelijkheden leveren elk een bijdrage aan de hierboven beschreven maatschappelijke opgaven en eisen. De openstelling niet productieve investeringen niet landbouwbedrijven voor het watersysteem is in Gelderland specifiek gericht op inrichting en herinrichting van watersystemen in het landelijk gebied.
Op basis van het Klimaatakkoord en de Kaderrichtlijn Water (KRW) ligt er een opgave om watersystemen te verbeteren. Met deze regeling wordt ingezet op investeringen in het landelijk gebied die hieraan bijdragen. Voor deze openstelling wordt ook het provinciale klimaatdoel centraal gesteld; voorkomen van wateroverlast en watertekort door het optimaliseren en herstellen van watersystemen.
Op grond van dit openstellingsbesluit kunnen subsidies worden verstrekt aan waterschappen of samenwerkingsverbanden waarbij waterschappen zijn betrokken, voor niet productieve investeringen in of nabij watersystemen. Bedoeld zijn investeringen die een bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals beschreven in de KRW, herstel van de natuurlijke toestand van watersystemen, het duurzaam optimaliseren van de waterhuishouding (voorkomen of beperken van watertekorten of wateroverlast) of bodemdaling en sluiten daarmee aan bij het Werkprogramma of een Waterbeheerprogramma van de waterschappen.
De ervaring leert dat veel subsidieaanvragers wachten met de start van het project tot de beschikking is afgegeven. Kosten kunnen echter al subsidiabel zijn vanaf het moment van indienen van de aanvraag. Wel wordt er pas zekerheid gegeven over de subsidiabiliteit van de kosten in de verleningsbeschikking. Kosten maken na het indienen van de aanvraag en voor ontvangst van de beschikking betekent dus een zeker risico nemen. Let hierbij op de voorwaarden in artikel 1.10 onder c van de Verordening (niet subsidiabele kosten).
Subsidieaanvragen kunnen slechts in een beperkte periode worden ingediend. Op de sluitingsdatum van de tender moet alle inhoudelijke informatie (dus ook alle verplichte bijlagen en een duidelijke toelichting op de begroting) die bij een aanvraag hoort, ontvangen zijn. Deze sluitingsdatum wordt strikt gehanteerd. Na de sluitingsdatum is aanvullen van de aanvraag niet meer mogelijk. Een adviescommissie gaat vervolgens de aanvragen beoordelen aan de hand van de beschikbare informatie. Met behulp van de selectiecriteria worden de projecten gerangschikt. Het kan voorkomen dat vanwege het subsidieplafond niet alle projecten gehonoreerd kunnen worden. De projecten met de meeste punten worden als eerste gehonoreerd.
Gezien de aard van de maatregelen zal voor de projecten onder deze openstelling geen sprake zijn van staatssteun, omdat geen economische activiteiten gesubsidieerd worden, danwel geen voordeel ontstaat voor een onderneming die op de markt opereert. Mocht in een uitzonderingsgeval wel sprake zijn van staatssteun, kan gebruik worden gemaakt van de de-minimisverordening, afhankelijk van de soort aanvrager is dan over een periode van 3 jaar maximaal € 300.000 steun voor niet landbouwers of € 50.000 voor landbouwers mogelijk.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel worden nadere begripsomschrijvingen gegeven van begrippen die in de voorwaarden van deze regeling worden toegepast. Waar het Werkprogramma wordt genoemd, wordt gedoeld op het Werkprogramma ZON oktober 2021 (zoetwatervoorzieningoostnederland.nl). Ten aanzien van het Waterbeheerprogramma wordt gedoeld op die van Rivierenland: Waterbeheerprogramma 2022-2027 (waterschaprivierenland.nl) en op die van Waterschap Vallei en Veluwe: Waterbeheerprogramma 2022-2027 (https://bovi2050.nl/blauw-omgevingsprogramma-2022-2027/). Meer informatie over de KRW is te vinden via Richtlijn - 2000/60-EN-EUR-Lex (europa.eu).
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Dit openstellingsbesluit richt zich primair op de uitvoering van projecten op het gebied van maatregelen voor het watersysteem. Concreet gaat het om de activiteiten die zijn opgenomen in het Werkprogramma, dan wel in een Waterbeheerprogramma. Subsidiabele activiteiten worden beoordeeld op basis van de selectiecriteria in dit openstellingsbesluit. Zie hieronder de toelichting bij artikel 8. Het is van belang dat aanvragers de aansluiting van het project op de selectiecriteria goed en uitgebreid onderbouwen.
Voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn: niet productieve investeringen ten behoeve van:
Niet productieve investeringen kunnen ook (deels) op gronden van landbouwers worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld een investering door een waterschap in retentiegebieden of waterbergingen die (deels) op gronden van landbouwers zijn gelegen. Met landbouwers kunnen bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt dat deze een deel van hun landbouwgrond ter beschikking stellen ten behoeve van de niet productieve investering (bijvoorbeeld als onderdeel van de aanleg van een retentiegebied). Een waterschap kan dan bijvoorbeeld de investering voor haar rekening nemen.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 is intern salderen niet meer mogelijk. Dit betekent dat voor sommige subsidiabele activiteiten geldt dat een natuurvergunning moet worden verkregen voor activiteiten die voorheen zonder vergunning op basis van intern salderen uitgevoerd konden worden.
Niet in alle gevallen is een natuurvergunning nodig: als er bijvoorbeeld gebruik gemaakt kan worden van emissieloze apparatuur, zodat er geen of minder stikstof wordt uitgestoten, kan met een AERIUS-berekening worden berekend of de beoogde situatie een depositietoename tot gevolg heeft. Als blijkt uit de AERIUS-berekening (waarin dus geen referentiesituatie betrokken mag worden in de voortoets) dat de depositietoename op 0,00 mol/ha/jaar wordt berekend, kan de subsidiabele activiteit worden uitgevoerd. Bij tijdelijke en (zeer) beperkte deposities kan een ecologisch deskundig bureau bij wijze van ecologische voortoets mogelijk al vaststellen dat er geen significante effecten optreden. Ook dan kan de subsidiabele activiteit worden uitgevoerd. Zie ook voor meer informatie: https://www.gelderland.nl/vergunningen/natuur.
Als een waterschap met andere partijen een samenwerkingsverband voor het project aangaat, dan dient die samenwerking te worden onderbouwd met een samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst moet zijn ondertekend door alle deelnemers van het samenwerkingsverband. Nadere voorwaarden voor samenwerkingsverbanden zijn te vinden in artikel 1.3 van de Verordening. Een waterschap kan ook individueel een aanvraag indienen.
Subsidiabele kosten kunnen bestaan uit loonkosten (kosten voor de inzet van eigen personeel), kosten eigen arbeid (kosten voor de inzet van niet verloonde arbeid) en overige kosten (kosten bij derde partijen, ook wel kosten derden genoemd) ten behoeve van het kunnen uitvoeren van investeringen in het watersysteem.
Subsidiabele kosten worden berekend op basis van werkelijke kosten conform artikel 1.9a van de Verordening of aan de hand van de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten als bedoeld in artikel 1.9b van de Verordening. De loonkosten en kosten eigen arbeid als bedoeld in artikel 1.8, onder a en b, worden in dit laatste geval berekend door de overige subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met 0,23. De overige subsidiabele kosten worden vastgesteld op basis van een factuur of een document met gelijkwaardige bewijskracht. Deze berekeningswijze wordt ook wel de vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten genoemd.
De VKO voor arbeidskosten is niet mogelijk om toe te passen bij de volgende opdrachtwaardes voor overheidsopdrachten, gelijk aan of hoger dan (volgens EU Vo 2024/14 artikel 4):
€ 134.000 voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door aanbestedende diensten die centrale overheidsinstanties zijn, en voor door deze instanties georganiseerde prijsvragen; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen afkomstig van aanbestedende diensten die op het gebied van defensie werkzaam zijn, geldt deze drempel alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage III EU Vo 2024/14 vallen;
€ 207.000 voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten gegund door niet-centrale aanbestedende diensten en voor door deze diensten georganiseerde prijsvragen; deze drempel is ook van toepassing op overheidsopdrachten voor leveringen die gegund zijn door op defensiegebied werkzame centrale overheidsinstanties en betrekking hebben op producten welke niet onder bijlage III EU Vo 2024/14 vallen;
Artikel 5 Niet subsidiabele kosten
In dit artikel wordt omschreven welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen.
Niet productieve investeringen in het watersysteem komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer het effect van de investering groter is dan alleen voor landbouwbedrijven. Een niet productieve investering zoals een stuw of dam waardoor water alleen wordt vastgehouden voor een bedrijf of een investering in drainagepoelen, komt dus niet voor subsidie in aanmerking. Niet productieve investeringen in het watersysteem die wel onder dit openstellingsbesluit voor subsidie in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld niet productieve investeringen voor het vasthouden van water in natte periodes, zodat in droge periodes het watersysteem in het gehele gebied langer over voldoende water beschikt. Dus ook dat wat buiten het landbouwbedrijf zelf valt en dat ook andere functies zoals natuur langer over water kunnen beschikken. Voorgaande dient duidelijk te zijn onderbouwd in het projectplan behorend bij de aanvraag tot subsidie.
Verder komen voorbereidingskosten in zijn geheel niet voor subsidie in aanmerking.
De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten wanneer de in het project opgenomen maatregelen betrekking hebben op het watersysteem. Wanneer niet productieve investeringen betrekking hebben op waterkwantiteit, dan geldt dat de subsidie 70% van de subsidiabele kosten bedraagt. De kosten van de niet productieve investeringen waarvoor 100% subsidie wordt aangevraagd en de kosten van de niet productieve investeringen waarvoor 70% wordt aangevraagd moeten in de begroting en in de toelichting in het projectplan duidelijk van elkaar gescheiden worden. Dat betekent dat duidelijk moet worden welke niet productieve investeringen gerelateerd zijn aan het watersysteem en daarbinnen eventueel welke investeringen gerelateerd zijn aan het borgen van waterkwantiteit.
De aangevraagde subsidie moet minimaal € 250.000 bedragen. Daar is voor gekozen om de middelen in te zetten voor de wat grotere, meer kostbare en daarmee moeilijker te realiseren projecten. Daarnaast is het van belang om aan te tonen dat in de uitvoering van het project geen sprake is van het voldoen aan een wettelijke verplichting en dat de te realiseren niet productieve investeringen een directe link met de landbouw hebben.
Artikel 8 Selectie en rangschikking
In dit openstellingsbesluit is gekozen voor toepassing van selectiecriteria met weging. In bijlage 2 bij dit openstellingsbesluit zijn de beoordelingsaspecten opgenomen behorend bij de selectiecriteria op basis waarvan aanvragen worden beoordeeld. Op deze manier kan per criterium bezien worden hoeveel punten een aanvraag kan scoren. Het toepassen van de selectiecriteria is opgedragen aan een onafhankelijke adviescommissie.
Artikel 9 Subsidie-arrangement
Dit artikel beschrijft de voorwaarden voor verantwoording van de verleende subsidie. De subsidie moet minimaal € 250.000 bedragen wat betekent dat arrangement 3 van toepassing is: alle kosten moeten worden verantwoord aan de hand van een inhoudelijk en financieel verslag.
Artikel 10 Voorschot en deelbetaling
In het kader van deze openstelling worden geen voorschotten vooruitlopend op realisatie verstrekt. Eenmaal per jaar kan tijdens de uitvoering van het project een verzoek tot deelbetaling worden ingediend. Op basis van een dergelijk verzoek kan op basis van gerealiseerde kosten een deelbetaling worden uitgekeerd.
Het project waarvoor subsidie is verleend mag niet later dan 30 juni 2028 worden afgerond. Dat betekent dat alle kosten voor het project uiterlijk voor deze datum moeten zijn gemaakt. Na deze datum bestaat nog 13 weken de tijd om de laatste betalingen te verrichten en een verzoek tot vaststelling van de subsidie in te dienen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-9443.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.