Provinciaal blad van Fryslân
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 9419 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Fryslân | Provinciaal blad 2025, 9419 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Funderingsherstel Veenweidegebied Fryslân
In deze verordening wordt verstaan onder:
landbouw de-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 en verordening (EU) 2024/3118 van 10 december 2024, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector;
Deze subsidieregeling heeft tot doel het stimuleren van noodzakelijk funderingsherstel bij woningen in het Friese Veenweidegebied, waarbij:
Onverminderd artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 2.4 van de Asv, wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:
Artikel 12 Subsidiepercentage en maximale subsidiehoogte
De subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4, onderdelen a en b, bedraagt 40% van de subsidiabele kosten inclusief niet-verrekenbare BTW tot een maximum van € 40.000,- per woning.
Bij verlening van de subsidie wordt ambtshalve een voorschot verleend van 80% van het subsidiebedrag.
Artikel 16 Verantwoording en vaststelling
Subsidies op grond van deze regeling worden ambtshalve vastgesteld.
Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 3 juni 2025
Voorzitter drs. A.A.M. Brok
Secretaris drs. ing. J.J. Algra
Het Friese veenweidegebied is een prachtig gebied waar veel inwoners wonen, werken en recreëren. De historie van de veenontginning is in al zijn verscheidenheid zichtbaar. Van de Friese meren, vaarten en sloten tot de kenmerkende landbouwverkaveling, lintbebouwing en fraaie natuurgebieden.
De slappe veengrond wordt ontwaterd om er te kunnen wonen en werken. Deze ontwatering brengt bodemdaling met zich mee en het zorgt voor schade aan houten paalfunderingen, beide geven schade aan de panden in het veengebied.
In 2021 werd het Friese veenweideprogramma 2021-2030 ‘Foarút mei de Fryske Feangreiden’ vastgesteld. Hierin staat hoe we tot 2030 deze opgaven in Fryslân willen aanpakken. Eén van die opgaven is het voorkomen en aanpakken van funderingsschade.
Voor de uitvoering hiervan is in de winter 2022-2023 door de provincie, het waterschap en zeven veenweidegemeenten de Funderingsaanpak vastgesteld. Met de subsidieregeling Funderingsonderzoek is hierin de eerste stap gezet. Met deze vervolgregeling, de Subsidieregeling Funderingsherstel Veenweidegebied Fryslân 2025-2029, willen we eigenaar-bewoners in het veenweidegebied verdergaand ondersteunen bij het aanpakken van funderingsproblemen.
In het subsidierecht wordt in vergaande mate gewerkt in een gelaagd systeem van wet- en regelgeving. In de eerste plaats geldt landelijke wetgeving, de Awb, en daarna de regelgeving van Provinciale Staten, de Asv, en Gedeputeerde Staten, de Uitvoeringsregeling Asv en subsidieregeling. De hogere wet- en regelgeving werkt door in de lagere. Om te weten welke regels allemaal gelden dient vrij regelmatig op verschillende lagen gekeken te worden. Het is niet genoeg om alleen naar de subsidieregeling te kijken. Want wat al in de hogere wet- of regelgeving is opgenomen staat niet in de subsidieregeling, maar geldt wel. In de artikelsgewijze toelichting wordt daar waar het extra belangrijk of relevant is, verwezen naar hogere wet- en regelgeving. Of er wordt een extra uitleg gegeven van hoe hogere regelgeving in het kader van de subsidieregeling uitgelegd moet worden.
In dit artikel worden de specifieke begrippen van deze verordening gedefinieerd. Veel van de begrippen spreken voor zich. Hieronder lichten we vier begrippen nader toe:
Een eigenaar-bewoner is iemand die eigenaar is van de woning, maar ook de bewoner. Het eigendom is geregistreerd bij het Kadaster. De bewoner is daarnaast ingeschreven op hetzelfde adres. Deze inschrijving is door de gemeente geregistreerd in de basisregistratie personen (brp).
Een onderzoeksbureau dat de onderzoeken aan de fundering uitvoert staat op de KCAF-erkenningslijst. De lijst met onderzoeksbureaus is te raadplegen op: https://www.kcaf.nl/erkenningsregeling/erkenningslijst/. Alleen funderingsonderzoek uitgevoerd door een van de bureaus op deze lijst wordt geaccepteerd als funderingsonderzoek waarmee subsidie kan worden aangevraagd.
Erkend funderingsherstelbedrijf
Een funderingsherstelbedrijf dat werkzaamheden aan de fundering uitvoert staat op de KCAF-erkenningslijst. De lijst met funderingsherstelbedrijven is te raadplegen op: https://www.kcaf.nl/erkenningsregeling/erkenningslijst/. Alleen funderingsherstel uitgevoerd door een van de bedrijven op deze lijst wordt geaccepteerd als funderingsherstel waarmee subsidie kan worden aangevraagd. Ook dient bij de aanvraag in ieder geval een offerte van zo’n bedrijf te zitten waarin wordt aangegeven wat het funderingsherstel zou kosten.
Voor de begrenzing van het Friese Veenweidegebied wordt de contour gebruikt die reeds was opgenomen in het Veenweideprogramma en in de Funderingsaanpak. Deze is uitgebreid naar volledige postcode-6 gebieden. In de bijlage staat de volledige lijst met postcodes. Op website is de postcode-checker opgenomen. Link: https://www.veenweidefryslan.frl/funderingsloket/postcodechecker
De lijst met onderzoeksbureaus is te raadplegen op:
https://www.kcaf.nl/erkenningsregeling/erkenningslijst/
De KCAF-richtlijn ‘Funderingen onder gebouwen’ is te raadplegen op:
https://www.kcaf.nl/richtlijn-fundering-onder-gebouwen/
Bij de besluitvorming ronde de Funderingsaanpak Fries veenweidegebied is door Provinciale Staten besloten om de meest urgente ‘code rood gevallen’ als eerste op te lossen. De ervaringen rond deze gevallen hebben input gevormd voor deze regeling. Het gaat in totaal om 13 ‘code rood gevallen’, hiervan hebben er 12 besloten om mee te doen. Ten tijde van het vaststellen van deze subsidieregeling is de besluitvorming (en incidentele subsidieverlening) rond alle gevallen nog niet volledig afgerond. De subsidieregeling is nadrukkelijk niet bedoeld voor deze ‘code rood gevallen’. Om deze reden worden deze uitgesloten van de doelgroep en daarmee de subsidieregeling, zodat besluitvorming (en incidentele) subsidieverlening naast deze subsidieregeling kan plaatsvinden.
Een aanvraag kan qua aanvrager in drie varianten worden gedaan: door een eigenaar-bewoner individueel, door eigenaar-bewoners van een bouwkundige eenheid gezamenlijk en door een VvE. De eerste variant is duidelijk, deze behoeft geen toelichting.
Bij de tweede variant is er sprake van een penvoerder, één eigenaar-bewoner die namens meerdere andere eigenaar-bewoners de subsidie aanvraagt. Op deze situatie is artikel 2.2 Asv van toepassing. Gevolg is dat bij de aanvraag een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst (SOK) moet worden overgelegd, waaruit blijkt dat de aanvrager door de deelnemers is aangewezen als penvoerder en waarin ten minste is opgenomen de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen bevattende de baten en de lasten van de deelnemende partijen. De SOK zorgt ervoor dat alle kosten die de verschillende eigenaars-bewoners maken kunnen worden toegerekend aan de aanvragende penvoerder en subsidiabel gesteld kunnen worden (zie artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, UAsv en de toelichting daarbij).
In de situatie van de derde variant is er sprake van een VvE zoals bedoeld in boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. VvE’s zijn doorgaans georganiseerd als vereniging of coöperatieve vereniging. Het zijn daarmee rechtspersonen, die als afzonderlijke identiteit kunnen handelen. Als een VvE aanvraagt zijn er twee situaties te onderscheiden:
Artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder b, UAsv bepaalt dat alleen kosten die ten laste komen van de subsidieontvanger subsidiabel zijn. In de eerste situatie zijn alle kosten voor het funderingsherstel subsidiabel. De VvE is immers de subsidieontvanger en maakt en betaalt alle kosten. In de tweede situatie is dit anders; de VvE vraagt aan maar maakt en betaalt niet de kosten, dit doen de afzonderlijke eigenaar-bewoners. Strikt bekeken zijn er geen subsidiabele kosten. In afwijking van het algemene uitgangspunt wordt in deze situatie de aanvraag van de VvE gezien als de aanvraag van een penvoerder en worden alle kosten van de afzonderlijke eigenaar-bewoners geacht subsidiabel te zijn, zonder dat er een SOK of machtiging is. Een SOK kan bij een aanvraag van een VvE niet zondermeer worden vereist omdat een VvE ook besluiten kan nemen zonder dat ieder afzonderlijk lid instemt. Bovendien geldt het Burgerlijk Wetboek waarin onder meer is bepaald dat iedere appartementseigenaar van rechtswege lid is van de VvE en hoe de vertegenwoordiging in rechte is. Hiermee verhoudt zich niet dat een SOK wordt vereist voor de subsidieaanvraag.
Voor de duidelijkheid wordt hier opgemerkt dat er twee offertes moeten worden overgelegd als wordt gekozen voor nieuwbouw. Eén offerte van een erkend funderingsherstelbedrijf waarin de kosten voor funderingsherstel zijn gespecificeerd. En één offerte (of opdrachtbevestiging) van een aannemer die de kosten voor de nieuwbouw specificeert.
Artikel 7, tweede lid, onder b
Minimaal 40% van de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkend funderingsherstelbedrijf. 60% van de uren zou de aanvrager zelf kunnen gaan uitvoeren. De 40% wordt bepaald aan de hand van het aantal uren in de offerte van het funderingsherstelbedrijf. Stel dat voor het totale project een inzet van 300 manuren wordt begroot, dan moet uit het door het erkende funderingsherstelbedrijf goedgekeurde uitvoeringsplan blijken dat nog minimaal 120 uren door dat bedrijf worden uitgevoerd.
Alleen eigenaar-bewoners kunnen in aanmerking komen voor subsidie. Eigenaar-bewoners moeten zowel de woning in eigendom, blijkens het kadaster, hebben en het bewonen, blijkens de inschrijving in de brp. Aanvullend hierop is als weigeringsgrond opgenomen dat de woning ook voor permanente bewoning wordt gebruikt door de eigenaar-bewoner. Of van dit laatste sprake is wordt in principe marginaal getoetst, op basis van een verklaring van de aanvrager (in het aanvraagformulier) en de inschrijving in de basisregistratie personen (aan te tonen met een uittreksel). Van die verklaring en het uittreksel wordt in beginsel uitgegaan. Zijn er aanwijzingen dat er niet permanent gewoond wordt, met name omdat uit het Kadaster blijkt dat de aanvrager meerdere woningen in eigendom heeft, dan wordt er verdergaand en indringender getoetst. In dat geval kan het voorkomen dat een aanvrager zijn aanvraag nader moet onderbouwen op dit punt.
De hierboven beschreven marginale toetsing wordt standaard als volgt uitgevoerd:
Er wordt in het kadaster gekeken of de eigenaar-bewoner meerdere woningen op zijn naam heeft staan. Is dit niet het geval, dan stopt de marginale toetsing, en wordt er in combinatie met de verklaring van de aanvrager en de registratie in de brp, vanuit gegaan dat er in de woning permanent wordt gewoond. Staan er meerdere panden op zijn of haar naam, dan wordt er indringender getoetst en wordt de aanvrager gevraagd zijn aanvraag nader te onderbouwen.
Indien er indringender getoetst wordt op het gebruik van de woning voor permanente bewoning kunnen bijvoorbeeld de volgende bewijsmiddelen worden opgevraagd:
De provincie kan er ook voor kiezen zelf een toezichtsbezoek bij de woning af te leggen.
Deze (gedeeltelijke) weigeringsgrond wordt bij de subsidieverlening getoetst aan de hand van verklaringen van de aanvrager in het aanvraagformulier. In een controle achteraf kan verdergaand gecontroleerd worden.
Het gaat er hier niet om dat de aanvrager spaargeld zou kunnen hebben om de kosten te dekken, of leningen of hypotheekophogingen kan afsluiten. Het gaat om uitkeringen van een verzekeraar of bijvoorbeeld uitkering van een schadevergoeding of tegemoetkoming van een andere partij die een subsidie (gedeeltelijk) overbodig maken.
Er worden met name aanvragen voorzien van particuliere eigenaar-bewoners (eigenaar-bewoners die geen eigen bedrijf hebben en hun woning dus ook niet bedrijfsmatig gebruiken). Hierop ziet het eerste lid. In deze situatie vormt de subsidie geen staatssteun.
Het kan echter voorkomen dat er ook aanvragen worden gedaan door eigenaar-bewoners die een onderneming voeren en hun woning bedrijfsmatig gebruiken. Op deze situaties zien het tweede en derde lid. In deze situatie vormt de subsidie mogelijk wel staatssteun. Indien de woning (deels) bedrijfsmatig wordt gebruikt is er sprake van staatssteun.
Bij bedrijfsmatig gebruik moet gedacht worden aan het gebruik van een deel van de woning, of schuur (bouwkundige eenheid), voor de bedrijfsvoering. Bij een boerderij is dat duidelijk, de schuur wordt bedrijfsmatig gebruikt. Iets minder duidelijk is het onderscheid tussen een bedrijf aan huis en thuiswerken. Een ondernemer die wel eens thuiswerkt in de woning, maar de rest van de week op het kantoor van opdrachtgevers zit of fysieke klussen op locatie uitvoert gebruikt de woning niet bedrijfsmatig. Bij een beroep aan huis is het al anders. Denk bijvoorbeeld aan de fysiotherapeut die mensen thuis behandelt of de thuiskapper. Dan wordt de woning wel bedrijfsmatig gebruikt.
In de gevallen dat een eigenaar-bewoner een onderneming voert die geen rechtspersoon is, loopt het privé- en zakelijk vermogen door elkaar. Een boerderij wordt dan zowel privé als zakelijk gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan een kop-hals-rompboerderij. Deze hebben het woonhuis, waar privé gewoond wordt, en de schuur die gebruikt wordt door de onderneming. Dit is niet goed te scheiden, zeker niet wanneer de fundering aangepakt wordt en het wenselijk is dit voor het geheel te doen. De staatssteun zal in deze situatie worden toegerekend naar het bedrijfsdeel. Is driekwart van de boerderij schuur, dan geldt voor driekwart van het subsidiebedrag dat het staatssteun vormt.
Gaat het om een onderneming in de landbouwsector (primaire productie) dan geldt het derde lid en wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de landbouw de-minimisverordening. Aan de voorwaarden van die verordening moet voldaan worden, anders kan geen subsidie verstrekt worden. Belangrijkste voorwaarde is dat er in de afgelopen drie jaar (36 maanden) niet meer dan € 50.000,- subsidie is verstrekt ten behoeve van de onderneming. Gaat het om een onderneming die in een andere sector actief is, dan geldt het tweede lid en wordt de subsidie verstrekt met toepassing van de de-minimisverordening. Ook dan geldt dat aan de voorwaarden van deze verordening voldaan moet worden. Belangrijkste voorwaarde is dat er in de afgelopen drie jaar (36 maanden) niet meer dan € 300.000,- subsidie is verstrekt ten behoeve van de onderneming.
Aanvragers die vallen onder het tweede of derde lid wordt gevraagd een de-minimisverklaring in te vullen.
Artikel 10 geldt onverminderd het bepaalde in paragraaf 2.3 UAsv. In die paragraaf van de UAsv is het een en ander bepaald over wat subsidiabele kosten zijn en hoe bepaalde kosten berekend moeten worden. Deze paragraaf van de UAsv is ook van toepassing op de onderhavige regeling.
Onvoorziene en ongespecificeerde kosten (artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder e, UAsv)
In artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder e, UAsv, is opgenomen dat onvoorziene en ongespecificeerde kosten niet subsidiabel zijn. De kostenpost ‘onvoorzien’ is gelet op dit artikel nooit subsidiabel. Wat precies ongespecificeerd is en wanneer en op welk niveau kosten als voldoende gespecificeerd worden geaccepteerd, is op voorhand niet goed aan te geven. Het is wel van belang dat onderscheid te maken is tussen de verschillende activiteiten die worden verricht, bijvoorbeeld breken, bekisting maken, beton storten, etc. In het geval van deze regeling is verder al wel duidelijk dat er offertes van erkende funderingsherstelbedrijven/aannemers bij de aanvraag worden verwacht. In de aannemerij is het te doen gebruikelijk om te werken met staartkosten. Dit zijn indirecte kosten die bovenop de directe uitvoeringskosten komen. Deze staartkosten betreffen sec bekeken dus in feite zowel indirecte kosten als niet nader gespecificeerde kosten. Het zijn echter wel kosten die noodzakelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering en het zijn op voor de aannemerij bekeken op gebruikelijke wijze gespecificeerde kosten. Ook is een opdrachtgever, in dit geval de subsidieontvanger, gehouden deze kosten te betalen. In deze zin zijn het voor de subsidieontvanger directe kosten. Gelet hierop worden staartkosten als subsidiabel aangemerkt.
Staartkosten bestaan meestal, maar niet uitsluitend, uit:
Eigen arbeid (artikel 2.6 UAsv )
In deze regeling wordt het inbrengen van eigen arbeid onder voorwaarden toegestaan. Zie artikel 7, tweede lid (en in mindere mate artikel 6, vierde lid) van deze regeling. Naast de voorwaarden in de onderhavige regeling gelden de voorwaarden uit de UAsv. De eigen arbeid moet daadwerkelijk worden verricht, mag maximaal gewaardeerd worden op € 50,- en er moet een urenadministratie worden bijgehouden. Daarnaast geldt dat als eigen arbeid alleen gezien wordt: ‘werkzaakheden die een subsidieontvanger zonder rechtspersoonlijkheid zelf verricht ten behoeve van de subsidiabele activiteiten en die aansluiten bij zijn reguliere werkzaamheden, maar waar geen loon of andere vergoeding tegenover staat’. De werkzaamheden moet dus door de subsidieontvanger zelf verricht worden (niet door een werknemer), die subsidieontvanger mag geen bedrijf met rechtspersoonlijkheid hebben (zoals een bv of nv) en de eigen werkzaamheden die de subsidieontvanger uitvoert moeten aansluiten bij het werk dat hij in het dagelijks leven uitvoert. In het kader van de onderhavige regeling moet de subsidieontvanger tenminste in enige vorm in de bouw werkzaam zijn.
Bijkomende kosten (eerste lid, onderdeel b)
Het is ook mogelijk om bijkomende kosten op te voeren. Deze moeten direct verband houden met herstel of gedeeltelijke vernieuwing van de fundering. Voorbeeld van bijkomende kosten met zo’n direct verband zijn de kosten voor een nieuwe vloer als het nodig is voor het funderingsherstel om de vloer eruit te halen. Een voorbeeld van bijkomende kosten zonder dat directe verband zijn kosten voor de aanschaf van nieuwe meubelen. Tijdens het funderingsherstel kunnen de bestaande meubelen tijdelijk verplaatst en opgeslagen worden en daarna weer teruggeplaatst.
Het kan zijn dat de bijkomende kosten onderbouwd kunnen worden met de offerte die al op grond van artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b, aangeleverd moet worden. Het kan ook zijn dat er aanvullende stukken nodig zijn ter onderbouwing van de bijkomende kosten. Dan zal daar aanvullend om gevraagd worden.
In de Asv zijn subsidies onderverdeeld in arrangementen (zie artikel 2.5 Asv). Dit is gedaan aan de hand van de hoogte van het subsidiebedrag. Per arrangement gelden verschillende verantwoordingseisen (zie paragraaf 3.1 Asv). Onder de regeling zijn subsidies in arrangement-1 en -2 mogelijk. Om alle subsidies op eenzelfde wijze te (kunnen) verstrekken is ervoor gekozen alle subsidies, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag en het daarmee corresponderende arrangement, te verlenen en ambtshalve vast te stellen. Het ambtshalve vaststellen gebeurt aan de hand van het verplicht over te leggen fotoverslag (hiervoor is een in te vullen format opgesteld in bijlage II).
BIJLAGE I Postcodegebied Fries veenweidegebied
Zie ook: Externe link:https://www.veenweidefryslan.frl/funderingsloket/postcodechecker
BIJLAGE II Format fotoverslag verantwoording
Het fotoverslag verantwoording bevat minimaal de volgende elementen. De subsidieontvanger moet dus tenminste onderstaande vragen beantwoorden en foto’s aanleveren. Hierin mag niet geschrapt worden. Er mag wel uitgebreid worden.
1. Plaats hieronder foto’s van de beginsituatie (of 0-situatie), met vermelding van de data waarop de foto’s zijn gemaakt.
➔ u dient hier tenminste 3 foto’s te plaatsen.
2. Plaats hieronder foto’s gemaakt tijdens de uitvoering van uw project en waarop ook het werk aan de fundering te zien is, met vermelding van de data waarop de foto’s zijn gemaakt.
➔ u dient hier tenminste 3 foto’s te plaatsen.
3. Plaats hieronder foto’s van de eindsituatie, wanneer de werkzaamheden zijn afgerond, met vermelding van de data waarop de foto’s zijn gemaakt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-9419.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.