Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 27 mei 2025, PZH-2025-872384839 (DOS-2013-0007945), houdende wijziging van de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland, houdende toevoeging van een nieuw hoofdstuk 8 betreffende subsidieverlening voor versnelling van de realisatie van asielopvang

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

 

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het gewenst is de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland aan te vullen met een hoofdstuk betreffende subsidieverlening voor versnelling van de realisatie van asielopvang

 

 

Besluiten:

Artikel I  

De Subsidieregeling wonen Zuid-Holland wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

In artikel 1.1 worden in alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

 

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid Holland;

  • -

    bijzondere opvangplaats: ook wel opvangplaats van bijzondere aard, zoals bedoeld in de Spreidingswet. Een opvangplaats bestemd voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) is een bijzondere opvangplaats;

  • -

    COA: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

  • -

    expertise: inzet of adviezen van deskundigen of specialisten, die nodig zijn voor het verrichten van de subsidiabele activiteit;

  • -

    exploitatietermijn: de overeengekomen periode waarin een opvangvoorziening als zodanig in gebruik is;

  • -

    indicatieve opgave: het indicatieve aantal mogelijk te maken opvangplaatsen per gemeente, zoals opgenomen in de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024;

  • -

    noodopvang: tijdelijke opvang (korter dan 3 jaar) van lagere kwaliteit;

  • -

    opvangcapaciteit: het door de gemeente en het COA overeengekomen of geplande aantal toekomstige of operationele reguliere en bijzondere opvangplaatsen;

  • -

    opvangplaats: een plaats bestemd voor de opvang van één asielzoeker in een opvangvoorziening;

  • -

    opvangvoorziening: een accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders opvang wordt geboden aan asielzoekers;

  • -

    realisatiefase: de projectfase zoals omschreven in de COA-vastgoedgids 2024;

  • -

    reguliere opvangplaats: opvangplaats voor de reguliere groep asielzoekers, zoals omschreven in de Spreidingswet;

  • -

    verkenningsfase: de projectfase zoals omschreven in de COA-vastgoedgids 2024;

  • -

    Spreidingswet: Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen.

B.

 

Artikel 1.4 komt te luiden:

 

“Artikel 1.4 Instellen subsidieplafonds

  • 1.

    Gedeputeerde staten stellen bij afzonderlijk besluit subsidieplafonds vast voor de afzonderlijke onderdelen in deze regeling.

  • 2.

    Indien gedeputeerde staten voor een onderdeel in deze regeling geen subsidieplafond hebben vastgesteld, bedraagt het subsidieplafond voor dat onderdeel € 0,--.”

C.

 

In artikel 5.2, tweede lid onder f wordt “deelplafond” vervangen door “subsidieplafond”.

 

D.

 

Na hoofdstuk 7 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

 

Hoofdstuk 8 Versnelling realisatie asielopvang

 

Artikel 8.1 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten welke tot de realisatiefase benodigd zijn voor de totstandbrenging van een opvangvoorziening.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

Artikel 8.2 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidies als bedoeld in artikel 8.1 worden ingediend:

  • a.

    in kalenderjaar 2025 met ingang van 10 juni 2025 tot en met 31 december 2025;

  • b.

    in kalenderjaar 2026 en verder met ingang van 2 januari tot en met 31 december van elk kalenderjaar.

Artikel 8.3 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid geweigerd indien:

    • a.

      de beoogde opvangvoorziening niet in overeenstemming is met het provinciaal beleid en er geen maatwerk kan worden toegepast of ontheffing kan worden verleend;

    • b.

      de activiteiten behoren tot de realisatiefase;

    • c.

      de exploitatietermijn van te realiseren opvangvoorzieningen korter is dan 2 jaar;

    • d.

      de activiteiten worden ingezet om noodopvang te realiseren;

    • e.

      de te realiseren opvangvoorziening een opvangcapaciteit heeft minder dan 50 opvangplaatsen, of minder dan 20 bijzondere opvangplaatsen;

    • f.

      het evident is dat de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet haalbaar zijn;

    • g.

      de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd eerder door de provincie Zuid-Holland zijn gefinancierd of gesubsidieerd;

    • h.

      de te verlenen subsidie voor de betreffende activiteit minder dan € 5.000,-- bedraagt.

  • 2.

    Het bepaalde in artikel 2.6, eerste lid, onder a van de Asv is niet van toepassing op subsidieaanvragen voor activiteiten welke zijn aangevangen in de periode tussen 2 januari 2025 en de datum waarop onderhavige regeling in werking is getreden.

Artikel 8.4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 8.1 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    De activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd leidt tot aantoonbare versnelling van de realisatie van opvangplaatsen in een gemeente in Zuid-Holland en

  • b.

    De aanvrager heeft concreet het oog op ten minste één potentiële locatie, waarvoor in samenwerking met het COA een haalbaarheidsadvies en capaciteitsoverleg gepland is, of

  • c.

    De aanvrager kan concreet duidelijkheid verschaffen over het verwachte aantal opvangplaatsen (opvangcapaciteit), het type opvangplaatsen (regulier of bijzonder), de geografische locatie van de te realiseren voorziening, en de periode waarin de locatie in bedrijf zal zijn.

Artikel 8.5 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor kosten voor personele capaciteit en expertise.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor:

    • a.

      materiële kosten, waaronder huisvestings- en ICT-kosten;

    • b.

      kosten voor opleidingen en trainingen;

    • c.

      kosten voor verzekeringen en administratie;

    • d.

      kosten voor algemene beleidsontwikkeling.

Artikel 8.6 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.1 bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 80.000,--.

  • 2.

    Indien voor dezelfde activiteiten subsidie of overheidsbijdragen uit andere bronnen wordt verstrekt, wordt, in afwijking van het eerste lid, de subsidie zodanig bepaald dat de totale financiering met overheidsmiddelen van de subsidiabele kosten niet meer bedraagt dan 100% .

Artikel 8.7 Verplichting van de subsidieontvanger

In aanvulling op de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd dat de activiteit binnen één jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening is uitgevoerd.

 

E.

 

In het opschrift van Hoofdstuk 8 wordt “8” vervangen door ”9”.

 

F.

 

De artikelen 8.1 tot en met 8.4 worden vernummerd tot 9.1 tot en met 9.4.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Den Haag, 27 mei 2025

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting bij het besluit houdende wijziging van de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland, houdende toevoeging van een nieuw hoofdstuk 8 betreffende subsidieverlening voor versnelling van de realisatie van asielopvang.

Het nieuw aan de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland toegevoegde hoofdstuk 8 opent de mogelijkheid financiële ondersteuning te bieden aan gemeenten bij de realisatie van opvangvoorzieningen voor asielzoekers. De regeling van hoofdstuk 8 sluit aan op de Spreidingswet en ondersteunt gemeenten bij het invullen van hun wettelijke taak door extra personele capaciteit of expertise te bekostigen bij de realisatie van opvangvoorzieningen. In dit document wordt een toelichting gegeven om uitleg en context te geven wat de bedoeling is van de subsidieregeling, hoe deze geïnterpreteerd kan worden en hoe de regels toegepast kunnen worden in de praktijk.

 

Het Rijk heeft in de decembercirculaire van 2024 middelen opgenomen ten bate van de provinciale regietafel (PRT) voor uitvoering van de Spreidingswet. Doel van de Spreidingswet is om landelijk te komen tot een duurzaam en stabiel opvanglandschap. Uitgegaan wordt van solidariteit tussen gemeenten, een eerlijke en evenwichtige spreiding over het land, en het voorkomen van crisisnoodopvang. Zo moet er voldoende duurzame flexibele opvangcapaciteit gerealiseerd worden om mee te kunnen bewegen met schommelingen in instroom en bezetting.1

 

De middelen zijn opgenomen in het Provinciefonds. Aangezien versnelling van realisatie van opvangvoorzieningen past binnen de Subsidieregeling wonen Zuid-Holland, is ervoor gekozen de middelen in deze regeling onder te brengen. Het valt hiermee onder ambitie 6 "Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland".

 

2. Probleemanalyse

Sinds de inwerkingtreding van de Spreidingswet, begin 2024, hebben gemeenten de wettelijke taak asielopvang binnen de gemeente mogelijk te maken. Het inrichten en uitvoeren van een zorgvuldig proces vraagt om voldoende personele capaciteit en expertise bij gemeenten. Voor het uitvoeren van deze wettelijke taak hebben gemeenten middelen ontvangen in het Gemeentefonds. Die zijn echter in veel gevallen niet toereikend om deze wettelijke taak behoorlijk uit te voeren.

 

De provinciale opgave voor asielopvang in Zuid-Holland omvat 19.776 opvangplaatsen, waarvan 1.677 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv; ook wel bijzondere opvangplaatsen genoemd). Deze opvangplaatsen zouden per 1 juli 2025 moeten zijn gerealiseerd. Op 1 januari 2025 faciliteerden Zuid-Hollandse gemeenten in totaal 10.559 opvangplaatsen, waarvan 630 bijzondere opvangplaatsen2. Veel gemeenten in Zuid-Holland voldoen nog niet aan de opgave uit de Spreidingswet. In het provinciaal verslag van 1 november 2024 van de commissaris van de Koning is opgenomen dat de verwachte realisatie per 1 juli 2025 13.205 opvangplaatsen is, waarvan 933 bijzondere opvangplaatsen3. Tot op heden bestaat een groot deel van de opvangplaatsen in Zuid-Holland uit kortdurende noodopvang. Om te zorgen voor meer stabiliteit, is realisatie van duurzame opvangvoorzieningen gewenst.

 

3. Doel en beoogde effecten van deze subsidieregeling

Deze subsidieregeling heeft als doel versnelling aan te brengen in de realisatie van de asielopvang opgave van gemeenten in Zuid-Holland. Dit door de voor dit doel benodigde personele capaciteit en expertise door gemeenten financieel te ondersteunen.

 

4. Doelgroep

Deze subsidieregeling is bedoeld voor gemeenten in Zuid-Holland. Andere partijen die betrokken zijn bij de realisatie van asielopvang, zoals het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kunnen geen subsidie aanvragen.

 

5. Subsidiabele activiteiten

Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die vanuit of namens gemeenten worden uitgevoerd binnen projecten ter realisatie van een asielopvangvoorziening. Activiteiten tijdens of na de bouwfase zijn niet subsidiabel. Het gaat dus om de activiteiten tot de realisatiefase4, omdat er dan veel werk ligt voor een gemeente om tot een haalbaar en realiseerbaar bouwproject te komen. Zo dient een gemeente af te stemmen met omwonenden en andere belanghebbenden, en wordt het plan ruimtelijk verder uitgewerkt. Het gaat hier onder andere om:

  • Locatieonderzoek & haalbaarheidsstudies;

  • Omgevingsmanagement (participatietrajecten);

  • Inzet van projectleiders of kwartiermakers;

  • Advisering bij financiële en ruimtelijke planvorming;

  • Juridische advisering.

6. Aannames over effectiviteit en inhoudelijke afwegingen

Draagvlak en bestuurlijk commitment

Voldoende financiële armslag bij gemeenten is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de asielopvang opgave. Echter, duidelijke spelregels vanuit de wetgever, draagvlak in de lokale samenleving en bestuurlijk commitment van gemeentebesturen zijn evenzo belangrijk. Deze subsidieregeling heeft op laatstgenoemde factoren echter geen of slechts beperkte invloed. De subsidieregeling is slechts bedoeld om te zorgen dat projecten voorzien worden van voldoende personele capaciteit en expertise. Al kan een goed geëquipeerd project met een professioneel participatietraject een positieve invloed hebben op het lokale draagvlak.

 

Aansluiten bij kansrijke initiatieven

Bij de vormgeving van deze subsidieregeling is afgezien van het stimuleren van geografische spreiding van subsidiegelden over de provincie, bijvoorbeeld door middel van het instellen van regionale deelplafonds. Wel geldt een maximum subsidiebedrag, variërend van € 5.000,-- tot € 80.000,-- per aanvraag (zie verderop). Doordat een gemeente voor één project subsidie kan aanvragen per kalenderjaar, kan op die manier enige spreiding van de beschikbare subsidiemiddelen over de diverse lopende projecten binnen de provincie worden geborgd. Verder is de regeling er echter op gericht dat de middelen zo mogelijk vloeien naar lopende en kansrijke initiatieven. Door deze werkwijze wordt het beleidsrendement van de regeling gemaximaliseerd: middelen worden gericht ingezet op projecten met de grootste kans op daadwerkelijke realisatie van opvangplaatsen, in plaats van een vooraf vastgestelde geografische verdeling die mogelijk niet aansluit op de praktijk.

 

Vaststelling ondergrens

Een belangrijk uitgangspunt van de Spreidingswet is te komen tot een zekere mate van spreiding van opvangplaatsen over het land. Met een verdeelsleutel, gebaseerd op inwonertal en sociaaleconomische status (SES-WOA) van gemeenten is de totale behoefte aan opvangplaatsen door de minister indicatief verdeeld over de Nederlandse gemeenten. Op 1 november 2024 heeft de commissaris van de Koning het provinciaal verslag gedeeld met de Minister van Asiel en Migratie, met een weergave van de invulling van de Zuid-Hollandse asielopgaven. Op 20 december 2024 heeft de minister een verdeelbesluit genomen, waarin definitieve taakstellingen voor de duur van de eerste cyclus van de Spreidingswet (tot 1 februari 2026) zijn opgenomen.

 

Bij het vaststellen van de ondergrens in de regeling voor de opvangcapaciteit van een te realiseren opvangvoorziening is gekeken naar de taakstellingen van gemeenten. Om alle gemeenten in staat te stellen gebruik te maken van de regeling, is de ondergrens vastgesteld op minimaal: 50 opvangplaatsen of 20 bijzondere opvangplaatsen.

 

Langdurige opvang stimuleren

Ook vanuit financieel oogpunt is subsidiëring van activiteiten ter realisatie van kortdurende opvang niet doelmatig. Gevraagd wordt kortom om een commitment van ten minste 2 jaar. Activiteiten in het kader van realisatie van een opvangvoorziening die tot 2 jaar in bedrijf is en noodopvang locaties, zijn daarom niet subsidiabel binnen deze regeling (artikel 8.3 weigeringsgronden).

 

8. Aanvulling op andere beleidsactiviteiten van de provincie

Gedeputeerde Staten hebben een ruimtelijke strategie asielopvang opgesteld. Hierin is opgenomen dat de voorkeur uitgaat naar het realiseren van opvangvoorzieningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), zoals het transformeren van bestaand vastgoed en leegstaande kantoorpanden. Ook omdat voorzieningen, zoals winkels en scholen, vanaf deze locaties vaak goed bereikbaar zijn (te maken). Daarnaast zijn woningbouwlocaties buiten BSD die zijn opgenomen in het Omgevingsbeleid, de zogenaamde 3 hectare locaties, kansrijk om (tijdelijk) te benutten voor asielopvang. Voor locaties, die niet passen binnen het Omgevingsbeleid, zijn onder voorwaarden maatwerk oplossingen bespreekbaar (voor een periode van maximaal 15 jaar na ingebruikname van de opvanglocatie). Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag van burgemeester en wethouders ook ontheffing verlenen.

 

Als niet voldaan kan worden aan de voorwaarden voor maatwerk, waaronder een ontheffing, zijn de activiteiten binnen het project uitgesloten van subsidieverlening. Hetzelfde geldt voor projecten op of nabij provinciale eigendommen, zoals langs provinciale (vaar)wegen, die niet in lijn liggen met ons beleid, zoals onze eisen omtrent verkeersveiligheid. Bij de beoordeling van aanvragen wordt op deze aspecten getoetst.

 

9. Financiële aspecten

Subsidiehoogte

Afhankelijk van gestelde randvoorwaarden ontvangt de aanvrager maximaal tot 90% subsidie. Indien het project voldoet kan een maximum subsidiebedrag van € 80.000,-- worden verstrekt.

 

Rekenvoorbeelden

Project A:

  • Subsidiabele kosten: € 100.000,--

  • 90% subsidie wordt verstrekt, tot maximaal € 80.000,--: € 80.000,-- wordt maximaal verstrekt door de provincie

Project B: Subsidiabele kosten: € 30.000,--

  • 90% subsidie wordt verstrekt, tot maximaal € 80.000,--: € 27.000,-- wordt maximaal verstrekt door de provincie

Kostenraming

Voor deze subsidieregeling is een subsidieplafond van € 965.000,-- gesteld. Deze middelen zijn afkomstig van de rijksmiddelen versterking PRT, die ten dele bedoeld zijn om gemeenten ondersteuning te bieden in de uitvoering van de asielopvang opgave uit de Spreidingswet.

Totaal bedrag voor de provincie Zuid-Holland voor 2025 bedraagt € 2.626.500,--:

  • -

    Subsidieplafond voor de subsidieregeling voor bestuurlijke ondersteuning van de regionale regietafels en coördinatie onderwijs voor 2025 is: € 1.250.000,--;

  • -

    Subsidieplafond voor de subsidieregeling Versnelling realisatie asielopvang voor 2025 is € 965.000,--;

  • -

    Met inachtneming van de genoemde subsidieplafonds resteert van de door het Rijk beschikbaar gestelde gelden dan nog een bedrag van € 411.500,--. Deze zullen worden ingezet voor ambtelijke capaciteit binnen de provincie Zuid-Holland. 

Op dit moment is nog geen keuze gemaakt over een eventuele voortzetting van deze subsidieregeling. Of de regeling een vervolg krijgt hangt mede af van de in de toekomst te ontvangen rijksmiddelen voor dit doel, en de resultaten van deze eerste openstelling.

 

Verhouding kosten en effect

Aangenomen dat de subsidiabele kosten van alle projecten in de ontvangen subsidieaanvragen boven het maximumbedrag van € 80.000,-- liggen, kunnen met de beschikbare middelen 12 tot 15 projecten van een subsidiebedrag tussen € 5.000,-- en € 80.000,-- worden voorzien.

 

10. Evaluatie van de subsidieregeling

Indicatoren voor effectmeting

Om de doeltreffendheid van de regeling te beoordelen, worden de volgende indicatoren gebruikt:

  • 1.

    Aantal gemeenten en aantal projecten dat subsidie heeft aangevraagd en toegekend heeft gekregen;

  • 2.

    Aantal projecten dat in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie en het aantal gemeenten dat hier daadwerkelijk gebruik van gemaakt heeft;

  • 3.

    Aantal reguliere en aantal bijzondere opvangplaatsen dat wordt gerealiseerd met ondersteuning van subsidie.

Beschikbare en benodigde gegevens

Gemeenten moeten bij de subsidieaanvraag en -vaststelling een voortgangsrapportage aanleveren.

De provincie kan de realisatiecijfers vergelijken met de taakstelling per gemeente.

 

Nulmeting

De provinciale opgave omvat 19.776 opvangplaatsen, waarvan 1.667 bijzondere opvangplaatsen. Op 1 januari 2025 faciliteerden Zuid -Hollandse gemeenten in totaal 10.559 opvangplaatsen waarvan 630 bijzondere opvangplaatsen.

 

Hoe en wanneer evalueren

Tussentijdse monitoring vindt plaats in het eerste kwartaal van 2026, terugkijkend op de aanvragen ingediend in 2025. Eindevaluatie in 2026, op basis van realisatiecijfers en ervaringen van gemeenten. De resultaten worden gebruikt om te bepalen of en hoe vervolgondersteuning nodig is.

Naar boven