Provinciaal blad van Noord-Brabant
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 8962 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Brabant | Provinciaal blad 2025, 8962 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 mei 2025 houdende het verstrekken van subsidies voor collectieve wooninitiatieven en sociale ondernemingen (Subsidieregeling collectieve wooninitiatieven en sociale ondernemingen Noord-Brabant)
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten, gelet op de urgente kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de provincie Noord-Brabant, het wenselijk achten een subsidieregeling op te stellen;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten, gelet op deze behoefte, collectieve wooninitiatieven van particulieren en sociale ondernemingen wensen te stimuleren tot woningbouw en om die reden subsidies wensen te verstrekken voor de haalbaarheidsfase van woningbouwprojecten;
In deze regeling wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
betaalbaarheidsgrens: door het Rijk gehanteerde grens voor betaalbare koopwoningen die wordt geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex en de huurprijsgrens, ook wel liberalisatiegrens genoemd, voor huurwoningen die gelet op het bepaalde in de Wet Betaalbare Huur gelijk is aan het bedrag van de middenhuurgrens;
collectief wooninitiatief: groep natuurlijke personen die zich verenigd hebben in een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die blijkens zijn statuten beoogt hun belangen in een woningbouwproject te behartigen;
deelnemers: beoogde bewoners van de door het collectief wooninitiatief te realiseren woningen;
de -minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening 2023/2832 van de Europese Commissie van 13 december 2023 (PBEU 2023/2832);
sociale onderneming: onderneming die voldoet aan de Code sociale ondernemingen en uit dien hoofde is opgenomen in het Register sociale ondernemingen;
stichtingskosten: som van grondkosten, ontwikkelkosten en bouwkosten;
woningbouwproject: realisatie van minimaal vijf zelfstandige woningen door een sociale onderneming of door een collectief wooninitiatief, waarin de deelnemers gaan wonen;
woningbouwplan: plan voor de realisatie van een woningbouwproject, waarin tevens is opgenomen of het project haalbaar is;
zelfstandige woning: woning die een eigen toegang heeft en die de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een collectief wooninitiatief of een sociale onderneming.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling een projectsubsidie in de vorm van een geldbedrag.
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 8, vast op € 600.000 voor de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4 van deze regeling.
Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.
Bij subsidies als bedoeld in artikel 4 onder b en c van deze regeling, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van het woningbouwplan.
Gedeputeerde Staten zenden in 2027 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.
’s-Hertogenbosch, 27 mei 2025
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling collectieve wooninitiatieven en sociale ondernemingen Noord-Brabant
Door de sterke bevolkings- en huishoudensgroei én om bestaande woningtekorten terug te dringen, is het nodig dat er ook de komende jaren heel stevig gebouwd wordt in Brabant. Met in het bijzonder aandacht voor betaalbare woningen. Daarnaast is er, gelet op de diversiteit in huishoudenstypen, het toenemend aantal alleenstaanden en de vergrijzing, sprake van een veranderende woonvraag waarvoor woningen nodig zijn die aansluiten bij de diverse woonbehoeften. Hierbij is ook ruimte nodig voor het (collectief) particulier opdrachtgeverschap, de zogenoemde derde bouwstroom.
De collectieve vormen binnen de zogenoemde ‘derde bouwstroom’ leveren woonproducten op die aansluiten bij de maatschappelijke vraag. Toekomstige bewoners hebben maximale zeggenschap bij het vormgeven van hun woonwensen. Dergelijke wooninitiatieven lopen veelal voorop als het gaat om invulling geven aan urgente maatschappelijke opgaven, zoals betaalbaar bouwen en wonen, duurzame woningbouw, vorming van gemeenschappen, etc. De totstandkoming van deze projecten is echter niet altijd vanzelfsprekend en verdient daarom ondersteuning van overheden.
Omdat de vraag naar ondersteuning ook de komende jaren blijft is deze subsidieregeling opgesteld. De subsidieregeling is bedoeld voor het oprichten van een collectief wooninitiatief en voor het opstellen van een woningbouwplan, inclusief de benodigde project- en procesbegeleiding. Ten aanzien van duurzaam bouwen zijn in bijlage 1 bij het format woningbouwplan mogelijke duurzaamheidsmaatregelen opgenomen. Bijlage 1 bij het format woningbouwplan is beschikbaar gesteld op de website van de provincie Noord-Brabant.
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten dan wel nakomen van de verplichtingen. Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Collectieve wooninitiatieven en sociale ondernemingen
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant verstrekken in deze regeling subsidie voor de collectieve wooninitiatieven van particulieren en sociale ondernemingen voor zowel procesbegeleiding gedurende de haalbaarheidsfase voor het oprichten van een collectief wooninitiatief of het opstellen van een woningbouwplan.
In sommige gevallen kan een verstrekte subsidie staatssteun inhouden. Voor deze subsidieregeling zal dit slechts in beperkte mate gelden. De activiteiten van een collectief wooninitiatief worden normaal gesproken zonder winstoogmerk uitgeoefend en komen slechts ten goede aan de particuliere deelnemers van dit initiatief. Deze begunstigden van de subsidie oefenen met andere woorden geen economische activiteiten uit. Staatsteun is in dat geval uitgesloten.
Coöperatieve verenigingen en sociale ondernemingen kunnen wel economische activiteiten uitoefenen. De de-minimisverordening van de Europese Commissie maakt het mogelijk dat overheden steun kunnen verlenen tot een bedrag van € 300.000 per onderneming. Dit maximum geldt over een periode van drie belastingjaren. Indien een aanvrager dit bedrag reeds heeft ontvangen, wordt de subsidieaanvraag geweigerd (zie artikel 5 onder b).
Het begrip ‘collectief wooninitiatief’ is ruim gedefinieerd. Elke groep natuurlijke personen wordt als collectief wooninitiatief aangemerkt, mits het initiatief rechtspersoonlijkheid heeft. De meest voor de hand liggende vorm daarbij is een vereniging of een coöperatieve vereniging.
Het begrip ‘betaalbaarheidsgrens’ bestaat uit betaalbare koopwoningen en de huurprijsgrens. De betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen wordt geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). De huurprijsgrens, ook wel liberalisatiegrens genoemd, voor huurwoningen is sinds de invoer van de Wet Betaalbare Huur op 1 juli 2024 gelijk aan het bedrag van de middenhuurgrens en wordt jaarlijks op 1 januari vastgesteld.
Naast het collectief wooninitiatief kan ook een sociale onderneming een subsidieaanvraag doen. Een sociale onderneming is een onderneming die voldoet aan de Code sociale ondernemingen en om die reden is opgenomen in het Register sociale ondernemingen.
Op grond van deze subsidieregeling worden subsidies verstrekt in de vorm van een geldbedrag (voor het oprichten van een collectief wooninitiatief en/of voor het opstellen van een woningbouwplan).
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Voor elk van de twee in artikel 4 genoemde activiteiten kan een subsidie verstrekt worden. De subsidies voor de diverse onderdelen kunnen al dan niet gelijktijdig aangevraagd worden.
In het eerste lid zijn de vereisten opgenomen die gelden voor alle in artikel 4 genoemde activiteiten. Het tweede lid ziet uitsluitend op de activiteit van artikel 4 onder a. Het derde lid ziet uitsluitend op de activiteit van artikel 4 onder b.
Onder een onafhankelijke procesbegeleider wordt verstaan dat de procesbegeleider geen enkel belang heeft bij ontwerp, bouw of exploitatie van de woningen in het project.
Er is een format intentieverklaring gemeente beschikbaar op de website van de provincie Noord-Brabant.
Als bij de subsidieaanvraag de nieuwe betaalbaarheidsgrens voor koopwoningen voor het volgende jaar al bekend is gemaakt, mag met dat bedrag worden gerekend in het woningbouwplan, waar het gaat om de gemiddelde stichtingskosten van de koopwoningen.
De in dit artikel genoemde bedragen zijn inclusief eventuele niet-verrekenbare BTW.
Artikel 15 Subsidievaststelling
De subsidies die in de vorm van een vast geldbedrag worden verleend ten behoeve van de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4, onder b en c, zullen ambtshalve worden vastgesteld. Dat betekent dat de subsidieontvanger geen aanvraag tot vaststelling hoeft te doen, maar slechts op verzoek van Gedeputeerde Staten aantoont dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van het woningbouwplan.
Gedeputeerde Staten zal de subsidie vaststellen binnen 22 weken nadat de activiteit verricht moet zijn (artikel 20, zesde lid Asv).
Twee jaar na openstelling wordt de regeling geëvalueerd. Bezien wordt dan of er aanpassingen nodig zijn en of de regeling voor een langere periode wordt opengesteld.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-8962.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.