Wijziging Subsidieregeling Energiefonds Overijssel 2024

‘Subsidieregeling EFO II 2024’ is op de volgende punten gewijzigd:

Paragraaf 1.1: Algemene bepalingen

Artikel 1.1.11 Weigeringsgronden

In de huidige regeling stond in 1.1.8 lid 1 sub e een weigeringsgrond wat betreft windenergie, deze is in dit artikel weggehaald.

 

Wijziging: lid 1 sub e komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Van subsidie zijn expliciet uitgesloten:

    • e.

      steun ten behoeve van kernenergie;

Paragraaf 2.5: Bevordering lokaal eigendom hernieuwbare windenergie

Artikel 2.5.1 t/m 2.5.13.

Deze gehele paragraaf is nieuw toegevoegd aan de regeling om leningen aan een LEI mogelijk te maken wanneer er een garantstelling is van een publiekrechtelijke rechtspersoon (vaak een gemeente). Zie hiervoor paragraaf 2.5 in bijlage 1.

 

Hoofdstuk 3: Slotbepalingen

Artikel 3.1: Inwerkingtreding

In dit artikel is een tweede lid opgenomen ten behoeve van de inwerkingtreding van de nieuwe paragraaf 2.5.

 

Wijziging: artikel 3.1 komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op 1 mei 2024 en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid treedt paragraaf 2.5 in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal blad.

Bijlage 1  

 

Paragraaf 2.5: Bevordering lokaal eigendom hernieuwbare windenergie

 

Artikel 2.5.1: Definities

In deze regeling wordt met betrekking tot deze paragraaf verstaan onder:

  • garantstelling: de overeenkomst tussen de LEI en de publiekrechtelijke rechtspersoon betreffende de zekerheid tot aflossing van het krediet dat de aanvrager van de garantie ten aanzien van het totale aangevraagde subsidiebedrag van de publiekrechtelijke rechtspersoon heeft verkregen;

  • hernieuwbare energie: energie opgewekt met installaties waarbij uitsluitend van hernieuwbare energiebronnen wordt gebruikgemaakt, alsmede het aandeel in calorische waarde van de met hernieuwbare energiebronnen in hybride installaties opgewekte energie die ook op conventionele energiebronnen werken. Hieronder valt ook hernieuwbare elektriciteit die wordt gebruikt voor „achter de meter” aangesloten accumulatiesystemen (geïnstalleerd samen met of als uitbreiding van de hernieuwbare installatie), maar niet elektriciteit die van dergelijke systemen afkomstig is;

  • hernieuwbare energiebron: windenergie (hierna te noemen: “hernieuwbare windenergie”);

  • lokaal energie-initiatief (LEI): een collectief van inwoners en eventueel lokale organisaties of lokale bedrijven met als doel een energieopwekproject of een energiebesparingsproject uit te voeren. Een LEI voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • de LEI heeft binding met de lokale omgeving;

    • de LEI heeft een bestuur van minimaal twee personen;

    • iedereen die wil, kan deelnemen aan de LEI;

    • de LEI laat de lokale omgeving waar het project wordt uitgevoerd, meebeslissen over de ontwikkeling van het project;

    • de opbrengsten die door realisatie van het project worden gehaald komen ten goede aan leden, klanten of maatschappelijke bestemmingen in de lokale omgeving van het project;

Artikel 2.5.2: Vorm van de subsidie

In afwijking van art. 1.1.3 geldt dat een subsidie als bedoeld in deze paragraaf uitsluitend wordt verstrekt in de vorm van een geldlening.

 

Artikel 2.5.3: Subsidiabele activiteiten

De subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan uitsluitend worden verleend voor de in aanmerking komende kosten in de ontwikkeling van een energieproject voor de opwekking van hernieuwbare windenergie.

 

Artikel 2.5.4: Strategische investeringen

In afwijking van artikel 1.1.5 lid 2 worden investeringen op basis van deze paragraaf niet aangemerkt als strategische investeringen, ongeacht de hoogte van de te verlenen subsidie.

 

Artikel 2.5.5: De aanvrager

In aanvulling op artikel 1.1.6 is de aanvrager een lokaal energie-initiatief (LEI) of een aan een lokaal energie-initiatief (LEI) gelieerde onderneming.

 

Artikel 2.5.6: In aanmerking komende kosten

De in aanmerking komende kosten zijn de totale investeringskosten van de aanvrager voor het deelnemen in de ontwikkeling van een energieproject voor de opwekking van hernieuwbare windenergie.

 

Artikel 2.5.7: Hoogte van de subsidie.

In afwijking van artikel 1.1.9 bedraagt de subsidie op basis van deze paragraaf minimaal € 500.000,- per aanvraag.

 

Artikel 2.5.8: Hoogte van de steun

In aanvulling op artikel 1.1.9 wordt de subsidie als bedoeld in deze paragraaf slechts verleend voor zover de totale steun die de aanvrager met betrekking tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt, niet hoger is dan:

  • a.

    30% van de in aanmerking komende kosten als de aanvrager een grote onderneming is;

  • b.

    40% van de in aanmerking komende kosten als de aanvrager een middelgrote onderneming is;

  • c.

    50% van de in aanmerking komende kosten als de aanvrager een kleine onderneming is.

Artikel 2.5.9: Criteria

De financiering van de in aanmerking komende kosten van de ontwikkeling van een energieproject voor de opwekking van hernieuwbare windenergie is alleen subsidiabel als door een publiekrechtelijke rechtspersoon een garantstelling is verleend van minimaal 80% van het totale aangevraagde subsidiebedrag.

 

Artikel 2.5.10: Aanvullende stukken bij de subsidieaanvraag

  • 1.

    In aanvulling op artikel 1.2.2 bevat het projectplan ook:

    • a.

      een beschrijving c.q. inschatting van de door de ontvangen subsidie te verwachten opwekking van hernieuwbare energie;

    • b.

      Een beschrijving van het project met hierin in ieder geval de projectpartners, de grondpositie, (zicht op) aansluiting en de tijdslijn van het project.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.2.2. overlegt de subsidieaanvrager ook:

    • a.

      de start van de projectbesluitprocedure middels de kennisgeving van het voornemen.

    • b.

      een garantstelling van de publiekrechtelijke rechtspersoon, als bedoeld in artikel 2.5.9 van deze paragraaf;

Artikel 2.5.11: Kenmerken kredietovereenkomst

In aanvulling op artikel 1.1.13 wordt ingeval van een geldlening een rentekorting van maximaal 2,5% of 250 basispunten gehanteerd per jaar.

 

Artikel 2.5.12: Adviescommissie

In afwijking van artikel 1.2.5 worden alle subsidieaanvragen op basis van paragraaf 2.5 Bevordering lokaal eigendom hernieuwbare windenergie voorgelegd aan de Adviescommissie.

 

Artikel 2.5.13: Staatssteun

Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 41 van de AGVV.

Naar boven