Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 20 mei 2025 tot wijziging van de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant in verband met het invoegen van een nieuwe paragraaf 2.2 Beperken latente ruimte bij industriële bedrijven (Tweede wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het wenselijk achten de Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant te wijzigen in verband met het invoegen van een nieuwe paragraaf 2.2, waarin regels zijn opgenomen voor het beperken van latente ruimte bij industriële bedrijven met het oog op de bescherming van de Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant;

 

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel:

Artikel I Wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant

In hoofdstuk 2 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

 

Paragraaf 2.2 Beperken latente ruimte bij industriële bedrijven

 

Artikel 2.2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

 

EG-verordening PRTR: Verordening (EG) nr. 166/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad;

natuurtoestemming:

  • onherroepelijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Omgevingswet;

  • activiteit waarvoor geen natuurvergunningplicht was opgenomen, maar die wel voldeed aan artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming;

  • activiteit als bedoeld in artikel 9.4, achtste lid, van de Wet natuurbescherming; of

  • activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die niet is vervallen of geëxpireerd;

latente ruimte: dat deel van de toegestane N-emissie in de onherroepelijke natuurtoestemming dat, blijkens de meest recente opgave in het elektronisch milieujaarverslag, de afgelopen vijf jaar niet benut is of is geweest, met uitzondering van de toegestane N-emissie die benodigd is om te voldoen aan wettelijke afname- en leveringsverplichtingen;

N-emissie: stikstofverbindingen die direct of indirect vanuit een bron in de lucht worden gebracht uitgedrukt in N kg/jaar.

 

Artikel 2.2.2 Toepassingsbereik

Gedeputeerde Staten passen deze paragraaf toe bij het beperken van latente ruimte bij bedrijven die op grond van Bijlage 1 van de EG-verordening PRTR verplicht zijn een milieujaarverslag in te dienen, met uitzondering van bedrijven met installaties voor intensieve pluimvee- of varkenshouderij als bedoeld in nummer 7, onder a, van die bijlage.

 

Artikel 2.2.3 Prioritering

  • 1.

    Gedeputeerde Staten geven bij het beperken van latente ruimte prioriteit aan bedrijven die, blijkens hun opgave in het milieujaarverslag, bedoeld in artikel 2.2.2:

    • a.

      gemiddeld over een periode van de afgelopen vijf jaar, de hoogste N-emissie veroorzaken; en

    • b.

      over de grootste latente ruimte beschikken.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten beoordelen periodiek of bij een bedrijf latente ruimte aanwezig is die kan worden beperkt.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid geven Gedeputeerde Staten prioriteit aan de uitvoering van gerechtelijke uitspraken.

Artikel 2.2.4 Beoordeling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten houden bij het bepalen van de omvang van de te beperken latente ruimte rekening met concrete plannen van een bedrijf, waaronder in ieder geval verstaan wordt deelname aan verduurzamingstrajecten en uitbreidingsplannen.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten beperken de latente ruimte met inachtneming van deze beleidsregel door:

    • a.

      het beperken van de toegestane N-emissie in de natuurtoestemming;

    • b.

      het opleggen van maatwerkvoorschriften.

Artikel 2.2.5 Procedure

  • 1.

    Gedeputeerde Staten starten de procedure omtrent het beperken van latente ruimte door middel van een schriftelijke mededeling aan het bedrijf.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten verzoeken het bedrijf de latente ruimte in beeld te brengen.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten streven ernaar in minnelijk overleg met het bedrijf overeenstemming te bereiken omtrent de omvang van de te beperken latente ruimte.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten leggen, ongeacht of met het bedrijf overeenstemming is bereikt, binnen een jaar na verzending van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, een ontwerp besluit als bedoeld in artikel 3.11 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage waarmee de latente ruimte wordt beperkt.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 20 mei 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Tweede wijziging Beleidsregel omgevingsrecht Noord-Brabant

I Algemeen

Uit de Natuurdoelanalyses en de conclusies van de Ecologische Autoriteit daarover, blijkt dat veel stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant overbelast zijn door stikstofdepositie. De stikstofdepositie moet omlaag om behoud van stikstofgevoelige habitattypen te borgen. Het beperken van latente ruimte is daarom noodzakelijk en is in het Bestuursakkoord Noord-Brabant 2023-2027, al aangekondigd.

 

Beperking van latente ruimte voorkomt de feitelijke toename van de stikstofdepositie en daarmee dat het effect van andere maatregelen die tot een daling van stikstofdepositie leiden, via een andere weg weer teniet worden gedaan.

 

Het beperken van latente ruimte bij veehouderijen wordt door middel van algemene regels in de Omgevingsverordening Noord-Brabant voorzien en bij industriële bedrijven door middel van maatwerk per vergunning of maatwerkvoorschrift. Het beleid dat Gedeputeerde Staten daarbij hanteren is opgenomen deze paragraaf.

 

Het beleid voor beide sectoren, veehouderijen en industrie, is gebaseerd op:

  • -

    het voorziene effect van vermindering van de latente ruimte;

  • -

    het uitgangspunt dat we alleen de latente ruimte inperken, die ondernemers al langere tijd niet gebruiken;

  • -

    de uitvoerbaarheid van de maatregelen.

Het beperken van de latente ruimte bij industrie vergt maatwerk per geval, omdat de bedrijfsprocessen uniek en complex zijn. Verder is er een beperkt aantal bedrijven met een substantiële latente ruimte. In deze paragraaf is opgenomen wat in deze context als latente ruimte wordt beschouwd en enige bepalingen omtrent de te volgen procedure.

 

Op grond van artikel 8.103, eerste lid, Besluit kwaliteit leefomgeving kunnen GS een omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten (gedeeltelijk) intrekken of maatwerkvoorschriften opleggen om nadelige gevolgen te voorkomen. In het geval er geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is verleend, kunnen Gedeputeerde Staten zelfstandige maatwerkvoorschriften opleggen om de latente ruimte te beperken.

 

Het beperken van latente ruimte kan op verschillende manieren plaatsvinden onder andere door het vastleggen van een lager emissieplafond of het (gedeeltelijk) beperken van een vergunde activiteit met latente ruimte, die gedurende vijf jaar of langer niet gebruikt is. Deze termijn is gerelateerd aan de complexiteit van het ontwikkelen, het realiseren en in gebruik nemen van industriële installaties.

 

II. Artikelsgewijs

Artikel 2.2.1 Begripsbepalingen

EG-verordening PRTR

Op basis van de EG-verordening PRTR (Pollutant Release and Transfer Register) moeten bedrijven informatie verschaffen over emissies van milieurelevante stoffen en afvaltransporten in een milieujaarverslag. Deze informatie is openbaar en te vinden op emissieregistratie.nl.

 

Latente ruimte

In de afweging tussen de rechtszekerheid van het bedrijf en het effect van de maatregel achten Gedeputeerde Staten een termijn van vijf jaar redelijk. Deze termijn is gerelateerd aan de complexiteit van het ontwikkelen, het realiseren en in gebruik nemen van industriële installaties.

Een incidentele hoge N-emissie, die niet samenhangt met de reguliere bedrijfsvoering, wordt niet meegenomen bij het bepalen van de latente ruimte.

 

N-emissie: de emissies in de vorm van stikstofoxiden of ammoniak worden teruggerekend naar N-emissie in absolute zin. Deze geeft een objectieve weergave van de zuivere N-emissie.

 

Artikel 2.2.3 Prioritering

Eerste lid

Er wordt gekeken naar een gemiddelde over vijf jaar van de feitelijke N-emissies om te voorkomen dat een bedrijf door een eenmalige uitschieter in de emissie ten onrechte hoog in de rangorde eindigt.

Bij het beperken van latente ruimte stellen Gedeputeerde Staten één lijst op van de grootste emitteerders van stikstof (zuivere N-emissie), ongeacht of dit NH3 NOx betreft of een combinatie hiervan. Gedeputeerde Staten starten de procedure bij bedrijven met de hoogste N-emissie en de grootste latente ruimte. In het geval bij een bedrijf met veel feitelijke emissie geen of nauwelijks latente ruimte aanwezig is, komt het volgende bedrijf op de lijst aan bod. Het is voorstelbaar dat in voorkomende gevallen van voornoemde volgorde afgeweken wordt. Deze paragraaf wordt overeenkomstig toegepast in een vergunningenprocedure op aanvraag.

 

Tweede lid

De prioritering is een permanent proces. Om te voorkomen dat Gedeputeerde Staten elk jaar opnieuw bij dezelfde bedrijven uitkomen, is bepaald dat bedrijven periodiek benaderd worden. Dit geeft bedrijven de zekerheid dat zij niet voortdurend onderwerp worden van onderzoek naar latente ruimte.

Bij het periodiek beoordelen van een bedrijf op latente ruimte hanteren Gedeputeerde Staten een periode van ongeveer vijf tot tien jaar.

 

Artikel 2.2.4 Beoordeling

Eerste lid

Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk latente ruimte wordt ingetrokken. Onder het begrip ‘latente ruimte’ vallen bijvoorbeeld situaties waarin de benodigde bouwwerken, installaties etc. zijn gerealiseerd, maar (deels) langere tijd niet worden gebruikt en situaties waarin deze niet zijn gerealiseerd. Tevens valt te denken aan latente ruimte die ontstaat door het verbeteren van technieken, waardoor de emissie minder wordt. Bij het beoordelen van voorgenomen plannen is enkel een aanvraag onvoldoende om een dergelijk voornemen als concreet te bestempelen.

 

Tweede lid

Het beperken van latente ruimte kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals door het vaststellen van een lager emissieplafond of het intrekken van de N-emissie behorend bij activiteiten die gedurende vijf jaar of langer niet gerealiseerd zijn dan wel niet in gebruik zijn.

 

Artikel 2.2.5 Procedure

Vierde lid

De latente ruimte wordt weggenomen door het opleggen van maatwerkvoorschriften, in het geval een natuurtoestemming ontbreekt. In dat geval verklaren Gedeputeerde Staten, op grond van artikel 3.11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing op deze procedure.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema,

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven