Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 20 mei 2025 tot Vierde wijziging van de Subsidieregeling Levendig Brabant in verband met het opnemen van een nieuwe openstellingsperiode, een nieuw subsidieplafond en enkele andere wijzigingen van paragraaf 3 Inclusief kunst- en cultuuraanbod (Vierde wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Levendig Brabant te wijzigen in verband met het opnemen van een nieuwe openstellingsperiode, een nieuw subsidieplafond en enkele andere wijzigingen van paragraaf 3 Inclusief kunst- en cultuuraanbod;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant

De Subsidieregeling Levendig Brabant wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    De begripsbepaling “drempels” vervalt.

  • 2.

    In alfabetische volgorde, worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

    niet-culturele organisatie: privaatrechtelijke rechtspersoon waarvan de kernactiviteiten niet primair zijn gericht op de ontwikkeling, productie, presentatie of ondersteuning van kunst- en cultuur;

    niet-vanzelfsprekende publieksgroepen: publieksgroepen die niet of nauwelijks deelnemen aan kunst en cultuur en die nu nog niet of onvoldoende worden bereikt, doordat zij sociale, fysieke, digitale, financiële, informatieve of culturele drempels ervaren;

  • 3.

    De begripsbepaling “inclusief kunst- en cultuuraanbod” komt te luiden:

    inclusief kunst- en cultuuraanbod: breed en divers aanbod van kunst en cultuur met aandacht voor niet-vanzelfsprekende publieksgroepen;

B.

 

Artikel 3.5 komt te luiden:

Artikel 3.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;

  • b.

    reeds voor indiening van de aanvraag is begonnen met de uitvoering van het project;

  • c.

    het project een erfgoedproject betreft;

  • d.

    de aanvrager voor de periode 2025 tot en met 2028 een exploitatiesubsidie of een begrotingssubsidie naar aard exploitatiesubsidie heeft ontvangen van de provincie Noord-Brabant;

  • e.

    de aanvrager reeds subsidie op grond van deze of een andere provinciale regeling heeft ontvangen voor het project;

  • f.

    in een vorige openstelling van paragraaf 3 van deze regeling aan aanvrager al subsidie is verstrekt;

  • g.

    de aanvrager in het lopende tijdvak reeds een aanvraag heeft ingediend op grond van deze paragraaf;

  • h.

    voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze regeling of op grond van een andere provinciale regeling.

C.

 

Artikel 3.6 komt te luiden:

Artikel 3.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    het project betreft een voor aanvrager nieuw project, in ieder geval blijkend uit een onderbouwende toelichting;

  • c.

    het project is gericht op het vergroten van het inclusief kunst- en cultuuraanbod door ontwikkeling, productie, beoefening of presentatie;

  • d.

    het project is gericht op het bereiken van een niet-vanzelfsprekende publieksgroep in Noord-Brabant;

  • e.

    het project wordt ontwikkeld in samenspraak met een niet-culturele organisatie die de beoogde publieksgroep reeds bereikt of met de beoogde publieksgroep zelf;

  • f.

    subsidieaanvrager maakt gebruik van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format van een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel;

    • 2°.

      een beschreven werkwijze waarin wordt weergegeven:

      • i.

        een omschrijving van de niet-vanzelfsprekende publieksgroep die aanvrager wil bereiken;

      • ii.

        een motivatie waarom aanvrager heeft gekozen voor deze niet-vanzelfsprekende publiekgroep;

      • iii.

        op welke wijze met een niet-culturele organisatie of met de niet-vanzelfsprekende publiekgroep wordt samengewerkt;

      • iv.

        een weergave van de processtappen die gezet worden om het project tot stand te brengen;

  • g.

    de subsidieaanvrager overlegt een sluitende en realistische begroting, met een specificatie van de opgevoerde kosten en inkomsten, met gebruikmaking van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format begroting;

  • h.

    subsidieaanvrager overlegt een ondertekend samenwerkingsformulier met gebruikmaking van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde format samenwerkingsformulier, waaruit blijkt dat aanvrager een samenwerking is aangegaan met:

    • 1°.

      een niet-culturele organisatie die de beoogde publiekgroep reeds bereikt; of

    • 2°.

      een vertegenwoordiger van de beoogde publiekgroep zelf;

  • i.

    het project heeft een bovenlokaal bereik;

  • j.

    het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, blijkend uit:

    • 1°.

      een uitgewerkte artistieke visie op het project; en

    • 2°.

      een cv van de maker of makers van het project dan wel een jaarverslag of projectportfolio van de aanvrager;

  • k.

    het project is consistent in doel, opzet en uitvoering.

D.

 

Artikel 3.7, tweede lid komt te luiden:

  • 2.

    Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van maximaal € 80.

E.

 

Artikel 3.8 komt te luiden:

Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    reguliere bedrijfskosten van de subsidieaanvrager, met uitzondering van de arbeids- en personeelsuren, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, die specifiek voor het project worden gemaakt;

  • b.

    kosten voor de aanschaf of afschrijving van machines of apparaten;

  • c.

    kosten voor structurele aanpassing van een fysieke ruimte, anders dan een aanpassing voor de duur van het project om een culturele activiteit mogelijk te maken;

  • d.

    kosten voor een kunstobject in de openbare ruimte.

F.

 

Artikel 3.9 komt te luiden:

Artikel 3.9 Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

  • a.

    23 september 2024 tot en met 30 september 2024;

  • b.

    1 september 2025 tot en met 8 september 2025.

G.

 

Artikel 3.10 komt te luiden:

Artikel 3.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4:

  • a.

    voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder a, vast op € 1.750.000;

  • b.

    voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder b, vast op € 1.700.000.

H.

 

In artikel 3.13 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in dit artikel onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk voor het verstrijken van de einddatum van het project schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal zes maanden.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

’s-Hertogenbosch, 20 mei 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Toelichting behorende bij de Vierde wijziging van de Subsidieregeling Levendig Brabant

I. Algemeen

 

Met dit besluit wordt paragraaf 3 van de Subsidieregeling Levendig Brabant gewijzigd. Met deze wijziging wordt voor deze paragraaf een nieuw aanvraagtijdvak en subsidieplafond vastgesteld. Daarnaast worden er inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die bevorderen dat de paragraaf beter aansluit bij het doel van de regeling: het vergroten van nieuw en inclusief kunst- en cultuuraanbod in de provincie Noord-Brabant.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel I (Wijziging Subsidieregeling Levendig Brabant)

 

Onder A (artikel 3.1 Begripsbepalingen)

 

De begripsbepaling ‘inclusief kunst- en cultuuraanbod’ is gewijzigd. Inclusief kunst- en cultuuraanbod bestaat uit een breed en divers aanbod van kunst en cultuur met aandacht voor niet-vanzelfsprekende publieksgroepen.

De begripsbepaling ‘niet-vanzelfsprekende publieksgroepen’ is toegevoegd om dit verder te verduidelijken.

Daarnaast is ook een definitie voor ‘niet-culturele organisatie’ opgenomen, nu de paragraaf beoogt om samenwerking met dergelijke organisaties te stimuleren.

 

Onder B (artikel 3.5 Weigeringsgronden)

 

Onder a tot en met e (algemeen)

In artikel 3.5, onder a tot en met e, is gekozen voor een aangepaste opsomming van de weigeringsgronden, die leidt tot een meer logische volgorde ten opzichte van de eerdere versie.

 

Onder b

Projecten die reeds zijn gestart voor indiening van de subsidieaanvraag worden geweigerd.

 

Onder d

Gedeputeerde Staten willen met deze weigeringsgrond voorkomen dat subsidieontvangers van een exploitatiesubsidie of begrotingssubsidie naar aard exploitatiesubsidie tevens voor deze paragraaf subsidie aanvragen.

 

Onder e

Gedeputeerde Staten willen geen cumulatie met andere provinciale subsidies mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld: paragraaf 1 Professionele Kunsten 2025-2028, paragraaf 11 Cultuurprojecten van ten minste nationaal belang, paragraaf 12 Ontwikkeling en innovatie van cultuurprojecten van ten minste nationaal belang of paragraaf 13 Matching impactprojecten van de Subsidieregeling hedendaagse cultuur Noord-Brabant of paragraaf 1 Buurtcultuur van de Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant. Ook cumulatie met verstrekte subsidies onder de Subsidieregeling Levendig Brabant is niet toegestaan.

 

Onder f

Onder artikel 3.5, onder f, is geregeld dat een aanvraag wordt geweigerd als aan een aanvrager in een vorige openstelling van paragraaf 3 al subsidie is verleend.

 

Onder g

Onder artikel 3.5, onder g, is geregeld dat een aanvraag wordt geweigerd als een aanvrager in het lopende tijdvak nogmaals een aanvraag indient. Concreet betekent dit dat aanvrager niet twee keer binnen een openstellingsperiode kan aanvragen.

 

Onder h

Onder artikel 3.5, onder h, is geregeld dat een aanvraag wordt geweigerd als voor het project al subsidie is toegekend op basis van deze of een andere provinciale regeling. Hiermee wordt voorkomen dat wanneer twee of meer samenwerkingspartners aan een project werken en zij ieder een aanvraag doen bij een provinciale regeling er alsnog cumulatie van provinciale subsidie plaatsvindt.

 

Onder C (artikel 3.6 Subsidievereisten)

 

Algemeen

Gedeputeerde Staten willen culturele instellingen en makers stimuleren om vormen van kunst en cultuur aan te bieden die aansluiten bij de behoeften van nieuwe of nog onvoldoende bereikte publieksgroepen. Daarbij is het essentieel dat subsidieaanvragers hun project ontwikkelen in samenspraak met de beoogde publieksgroep zelf, of met een niet-culturele organisatie die deze publieksgroep bereikt of vertegenwoordigt. Onder vertegenwoordiging wordt verstaan: een organisatie die de publieksgroep goed kent en reeds bereikt of een persoon die zelf onderdeel is van deze publieksgroep. In dat laatste geval kan dat bijvoorbeeld via een klankbordgroep, een panel of een betrokken sleutelfiguur uit de publieksgroep. Op deze manier krijgen de publieksgroepen daadwerkelijk een stem in de ontwikkeling van het nieuwe aanbod.

 

Onderdeel b

De subsidie is bedoeld voor nieuw te ontwikkelen aanbod. Projecten die reeds eerder zijn uitgevoerd, komen slechts in aanmerking indien zij aantoonbaar inhoudelijk zijn vernieuwd en gericht zijn op het bereiken van nieuwe publiekgroepen.

 

Onderdeel d en e

In de paragraaf wordt het woord ‘publieksgroep’ gebruikt, maar hieronder mogen ook meerdere publieksgroepen worden verstaan. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een project dat zich richt op jongeren én mensen met een beperking

 

Onderdeel f, g en h (gebruikmaken verplichte formats)

De subsidieaanvrager dient verplicht gebruik te maken van de door Gedeputeerde Staten vastgestelde formats van een projectplan, begroting en samenwerkingsformulier. Zo dient de subsidieaanvrager in het projectplan onder andere een realistische planning op te nemen en te motiveren op welke manieren aan de vereisten in deze paragraaf wordt voldaan. Ook moet de begroting een duidelijke specificatie en toelichting bevatten.

 

Onder j

De subsidievereiste ‘Artistieke kwaliteit’ houdt in dat het project op artistiek vlak goed is doordacht en professioneel wordt uitgevoerd. Om de artistieke kwaliteit te beoordelen wordt gekeken naar vakmanschap, zeggingskracht en oorspronkelijkheid, waarmee het artistieke product of de artistieke interventie zich onderscheidt.

 

Onderdeel 1°

Gedeputeerde Staten vinden een uitgewerkte artistieke visie op het project belangrijk. Bij de uitwerking van de artistieke visie denken Gedeputeerde Staten aan zaken als: de betekenis van het project in relatie tot het bestaande kunst- en culturele aanbod, hoe de aanvrager zich met dit project onderscheidt, waar de aanvrager op artistiek gebied naartoe wil en welke weg de aanvrager wil afleggen gedurende het project.

 

Onderdeel 2°

Gedeputeerde Staten zijn van mening dat artistieke kwaliteit voldoende is geborgd als naast een goed onderbouwde artistieke visie op het project (zie 3.6j lid 1), artistieke kwaliteit ook aantoonbaar blijkt uit de werkervaring van de subsidieaanvrager. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit: de artistieke prestaties of relevante eerdere projecten uit het verleden, de samenwerking met andere erkende culturele instellingen of makers, alsmede de ondersteuning van dit project door andere cultuurfondsen of cultuurfinanciers. De aanvrager moet dit aantonen middels een cv van de maker of makers van het project dan wel een jaarverslag of projectportfolio van de aanvrager.

 

Onder k

Het project is consistent in doel, opzet en uitvoering.

 

Onder D (artikel 3.7 Subsidiabele kosten)

 

In verband met het inwerkingtreden van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant is de verwijzing in artikel 3.7, tweede lid, aangepast.

 

Onder E (artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten)

 

Met de wijziging van artikel 3.8, onder a, is beoogd de definitie van reguliere bedrijfskosten van de aanvrager nader te verduidelijken. Met dat doel is er een uitzondering gedefinieerd voor arbeids- en personeelsuren als bedoeld artikel 3.7, tweede lid, die specifiek voor het project worden gemaakt.

 

Onder artikel 3.8, onder d, zijn de kosten voor een kunstobject in de openbare ruimte toegevoegd als niet subsidiabele kosten.

 

Onder F (artikel 3.9 Aanvraagtijdvak)

 

Met de wijziging van artikel 3.9 is een nieuw aanvraagtijdvak vastgesteld.

 

Onder G (artikel 3.10 Subsidieplafond)

 

Met de wijziging van artikel 3.10 is een nieuw subsidieplafond voor het nieuwe aanvraagtijdvak in artikel 3.9 vastgesteld.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven