Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 20 mei 2025, nummer 692639, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland;

 

gelet op artikel 7 en 8 aanhef, onderdelen c en d, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

 

Overwegende dat het Rijk in het kader van het landelijk Programma Natuur, aanvullend op het Natuurpact, specifieke uitkeringen ter beschikking heeft gesteld om via provinciale uitvoeringsprogramma’s een versnelling teweeg te brengen in het herstel van overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden;

Overwegende dat gedeputeerde staten om die reden een nieuw hoofdstuk toe wensen te voegen aan het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 teneinde natuurherstelmaatregelen te kunnen subsidiëren;

 

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

Artikel I

 

B.

Onder vernummering van hoofdstuk 40 tot hoofdstuk 41, de paragrafen 40.1 en 40.2 tot 41.1 en 41.2 en de artikelen 40.1.1 en 40.2.1 tot 41.1.1 en 41.2.1, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

 

Hoofdstuk 40 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor de uitvoering van het Programma Natuur – fase 2

 

Artikel 40.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

kosten derden; kosten als bedoeld in artikel 1.3.3, eerste lid, die op factuur aantoonbaar zijn;

Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

natuurherstelmaatregelen: systeemherstelmaatregelen en andere natuurherstelmaatregelen;

Natuurnetwerk Zeeland: samenhangend netwerk van natuurgebieden dat, overeenkomstig artikel 2.44, vierde lid, van de Omgevingswet, is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Zeeland;

NDA: in het kader van het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering door de provincie Zeeland opgestelde natuurdoelanalyses, te raadplegen op www.bij12.nl/onderwerp/stikstof/gebiedsgerichte-aanpak/natuurdoelanalyses/;

overgangsgebied: aan een Natura 2000-gebied grenzend, overwegend agrarische gebied dat een bijdrage kan leveren aan de gunstige staat van instandhouding voor behoud en herstel van de biodiversiteit in Natura 2000-gebieden;

Programma Natuur Zeeland: Aanvraag Programma Natuur Zeeland fase 2, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 2 juli 2024;

recreatieve voorziening: faciliteit ten behoeve van recreatie of toerisme.

 

Artikel 40.2 Doelgroep

Subsidie wordt verstrekt aan instellingen die worden genoemd in het Programma Natuur Zeeland, voor zover zij gelet op hun grondgebied, taak of werkgebied betrokken zijn bij de maatregelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en waarop het Programma Natuur Zeeland betrekking heeft.

 

Artikel 40.3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

    natuurherstelmaatregelen uit het Programma Natuur Zeeland als opgenomen in bijlage G;

  • b.

    maatregelen om recreatiedruk te verminderen als opgenomen in bijlage G;

  • c.

    onderzoek, planvorming en monitoring ten behoeve van de maatregelen, bedoeld onder a of b.

 

Artikel 40.4 Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, onder b en c, weigeren gedeputeerde staten de subsidie indien:

  • a.

    met de uitvoering van de activiteiten is begonnen vóór de datum van indiening van een subsidieaanvraag;

  • b.

    reeds een subsidie of een andere financiële bijdrage is verstrekt voor dezelfde activiteiten op dezelfde locatie;

  • c.

    het uitvoeren van de activiteit in strijd is met het geldende omgevingsplan;

  • d.

    de subsidieaanvrager reeds verplicht is de maatregelen uit te voeren op grond van een wettelijke taak, regelgeving of een overeenkomst;

  • e.

    de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01).

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, onder d, wordt subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 40.3, onder a of b, niet verstrekt indien de aangevraagde subsidie € 10.000 of minder bedraagt.

 

Artikel 40.5 Algemene s ubsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 40.3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de provincie Zeeland;

  • b.

    het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen;

  • c.

    de uitvoering van het project start binnen een jaar na subsidieverlening, blijkend uit een realistische planning;

  • d.

    het project wordt afgerond voor 31 maart 2029, blijkend uit een realistische planning.

 

Artikel 40.6 Aanvullende subsidievereiste n natuurherstelmaatregelen

Onverminderd artikel 40.5, wordt om voor een subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 40.3, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in een Natura 2000-gebied dan wel in een overgangsgebied;

  • b.

    het project past binnen de in bijlage G opgenomen maatregelen en is additioneel ten opzichte van het Natuurpact;

  • c.

    het project draagt bij aan het geheel of gedeeltelijk wegnemen van de drukfactoren genoemd in de van toepassing zijnde NDA, in de ecologische evaluatie of in het Natura 2000-beheerplan;

  • d.

    het project heeft een positief effect op de betreffende habitattypen of soorten, blijkend uit een ecologische onderbouwing.

 

Artikel 40.7 Aanvullende subsidievereisten maatregelen recreatiedruk verminderen

Onverminderd artikel 40.5, wordt om voor een subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 40.3, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in dan wel ten behoeve van een Natura 2000-gebied;

  • b.

    het project past binnen de in bijlage G opgenomen maatregelen en is additioneel ten opzichte van het Natuurpact;

  • c.

    het project betreft:

  • het aanpassen van de paden- of routestructuur of de toegankelijkheid van gebieden;

  • het aanpassen, verwijderen of verplaatsen van een recreatieve voorziening;

  • het communiceren over de uit te voeren maatregelen;

  • d.

    het project draagt bij aan het geheel of gedeeltelijk wegnemen van de drukfactoren genoemd in de van toepassing zijnde NDA, in de ecologische evaluatie of in het Natura 2000-beheerplan;

  • e.

    het project heeft een positief effect op de betreffende habitattypen of soorten, blijkend uit een ecologische onderbouwing.

 

Artikel 40.8 Aanvullende subsidievereisten onderzoek, planvorming en monitoring

Onverminderd artikel 40.5, wordt om voor een subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 40.3, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het onderzoek of de planvorming richt zich op de wijze waarop of de middelen waarmee specifieke maatregelen die passen binnen bijlage G, uitgevoerd zullen moeten worden;

  • b.

    het onderzoek of de planvorming richt zich op het treffen van maatregelen die zullen voldoen aan de vereisten die gelden op grond van artikelen 40.5 tot en met 40.7;

  • c.

    de monitoring betreft de meting van de effectiviteit van maatregelen als bedoeld in bijlage G, die reeds zijn uitgevoerd.

 

Artikel 40.9 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend bij gedeputeerde staten door gebruik te maken van het aanvraagformulier subsidie uitvoering Programma Natuur Zeeland– fase 2 Provincie Zeeland.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de subsidieaanvraag in ieder geval:

  • a.

    indien de activiteit fysieke maatregelen betreft:

  • een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal, waarop de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd staat aangegeven;

  • een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding en het beheer wordt gewaarborgd nadat de maatregelen zijn gerealiseerd;

  • indien de aanvrager geen eigenaar is van de grond: een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat hij instemt met het uitvoeren van de subsidiabele activiteit en met de na te komen verplichtingen, bedoeld in artikel 40.14;

  • b.

    een beschrijving van de wijze waarop wordt voldaan aan de overige vereisten van dit hoofdstuk.

 

Artikel 40.10 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Onverminderd de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.3, komen voor natuurherstelmaatregelen als bedoeld in artikel 40.3, onder a, de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    materiaalkosten, kosten derden en personeelskosten, voor zover betrekking hebbend op:

  • aanleg en herstel natuur- of landschapselement;

  • grondbewerking en afvoer grond;

  • verwijdering opstallen, begroeiing en beplanting;

  • afrastering ter bescherming tegen schade aan het aangelegde natuur- of landschapselement;

  • maatregelen waterhuishouding;

  • opstellen van een inrichtingsplan en beheerplan;

  • toezicht en directievoering bij uitvoering van het project;

  • aanloopbeheer;

  • b.

    legeskosten in rekening gebracht door een gemeente of een waterschap;

  • c.

    overige kosten, mits noodzakelijk om de subsidiabele activiteit uit te voeren en mits direct toe te rekenen aan de uit te voeren activiteit.

  • 2.

    Onverminderd de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.3, komen voor maatregelen om recreatiedruk te verminderen als bedoeld in artikel 40.3, onder b, materiaalkosten, kosten derden en personeelskosten in aanmerking voor subsidie, voor zover betrekking hebbend op:

  • a.

    aanpassen padenstructuur of routestructuur of toegankelijkheid van gebieden;

  • b.

    aanpassen, verwijderen of verplaatsen van een recreatieve voorziening;

  • c.

    communicatie over de uit te voeren maatregelen.

  • 3.

    Onverminderd de artikelen 1.3.1 tot en met 1.3.3, komen voor onderzoek, planvorming en monitoring als bedoeld in artikel 40.3, onder c, kosten derden en personeelskosten in aanmerking voor subsidie.

  • 4.

    Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager kan voor de berekening van de subsidiabele personeelskosten een van artikel 1.3.2, eerste lid, aanhef en onder b, afwijkende systematiek worden gehanteerd.

 

Artikel 40.11 Niet-subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 40.10, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten gemaakt voorafgaand aan indiening van de subsidieaanvraag.

  • b.

    kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend;

  • c.

    personeelskosten van gemeenten en waterschappen.

Onverminderd het eerste lid en artikel 1.3.1, tweede lid, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    voor het treffen van natuurherstelmaatregelen:

  • kosten voor de verwerving of afwaardering van grond;

  • kosten voor de bouw van opstallen;

  • kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid;

  • kosten voor onderhoud en regulier beheer;

  • kosten voor de aanschaf of afschrijving van machines;

  • kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging en afval;

  • b.

    voor maatregelen ter vermindering van recreatiedruk:

  • kosten voor de verwerving of afwaardering van grond;

  • kosten voor beheer en onderhoud;

  • kosten voor toezicht en handhaving.

 

 

 

Artikel 40.12 Subsidiehoogte

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 1.7.2 en 1.8.2, bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 40.3, 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000 per aanvraag.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 40.3, onder a of b, € 10.000 of minder bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

 

Artikel 40.13 Subsidieplafond en openstelling

  • 1.

    Een subsidie kan uitsluitend worden verstrekt als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening van een aanvraag voor subsidie.

  • 2.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3.

    Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 4.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

 

Artikel 40.14 Subsidieverplichtingen

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in § 1.6, is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    de uitvoering van de activiteit binnen een jaar na subsidieverlening te starten;

  • b.

    de activiteit voor 31 maart 2029 af te ronden;

  • c.

    op de ingerichte grond duurzaam beheer op het gebied van natuur, water, bodem en landschap te verrichten;

  • d.

    op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen te gebruiken;

  • e.

    het gerealiseerde tenminste vijf jaar vanaf de datum van aanleg in stand te houden overeenkomstig de verplichtingen die bij de subsidieverlening zijn opgelegd;

  • f.

    eventuele opbrengsten uit een op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerde investering te besteden aan kwaliteitsverbetering van natuurgebieden;

  • g.

    in het geval maatregelen ter vermindering van recreatiedruk zijn getroffen: het terrein in overeenstemming met het Natuurbeheerplan Zeeland open te stellen en toegankelijk te houden;

  • h.

    de bij de subsidieverlening verplicht gestelde informatie ten behoeve van de landelijke monitoring van de maatregelen te overleggen.

  • 2.

    Indien het wegens onvoorziene omstandigheden niet mogelijk is om de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, na te komen binnen de gestelde termijn, kan de subsidieontvanger uiterlijk vier weken voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij gedeputeerde staten tot verlenging van die termijn met maximaal een jaar.

 

Artikel 40.15 Subsidievaststelling en verantwoording

  • 1.

    In afwijking van de artikelen 1.7.4 en 1.7.5, dient de ontvanger van subsidies tot € 10.000 binnen 12 weken na afloop van de activiteit een aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    Het prestatiebewijs, bedoeld in de artikelen 1.7.6, 1.8.5 en 1.9.5, eerste lid, onder a, bevat in elk geval:

  • de resultaten van op grond van dit hoofdstuk gesubsidieerd onderzoek;

  • een GIS-bestand dan wel een kaart op schaal met de locatie van de getroffen maatregelen;

  • foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;

  • 3.

    Onverminderd de artikelen 1.7.6 en 1.8.5, bevat de aanvraag tot vaststelling van subsidies tot € 50.000, een financiële verantwoording met bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid en artikel 1.9.5, legt de subsidieontvanger die een medeoverheid is, financiële verantwoording af door middel van verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.

  • 5.

    In afwijking van de artikelen 1.7.9 en 1.8.8, worden subsidies tot € 50.000 vastgesteld overeenkomstig artikel 1.9.9.

 

Artikel II

Na bijlage F wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

 

Bijlage G behorende bij de artikelen 40.3 en 40.6 tot en met 40.8 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

 

Maatregelentabel openstelling 2025

 

Gebied

Verwijzing SPUK aanvraag

Maatregel

Groote gat (124)

PN-GG-02

Maatregelen na monitoring/onderzoek waterkwaliteit

Groote gat (124)

PN-GG-03

Intensivering van bestrijding en beheer van exoten binnen en buiten NNN

Kop van Schouwen (116)

PN-KvS-14

Verplaatsen ijsbaan naar andere locatie buiten N2000.

Kop van Schouwen (116)

PN-KvS-19

Pilot Natuurinclusieve recreatie

Kop van Schouwen (116)

PN-KvS-24

Stimuleren van ontwikkeling embryonale duinen en broedplaatsen strandbroeders

Kop van Schouwen (116)

PN-KvS-26

Onderzoek naar de mogelijkheden voor het creëren van meer rust

Kop van Schouwen (116)

PN-KvS-27

Intensivering van bestrijding en beheer van exoten binnen en buiten NNN

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-08

Kleinschalige verstuiving in de zeereep

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-10

Verwijderen opschot losse dennen (jong dennenbos).

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-11

Herstel duinvalleien (terughoudend i.v.m. watercrassula)

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-17

Peilbeheer eendenkooi

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-22

Stimuleren van ontwikkeling embryonale duinen en broedplaatsen strandbroeders

Manteling van Walcheren (117)

PN-MvW-23

Intensivering van bestrijding en beheer van exoten binnen en buiten N2000(aangrenzend aan)

Oosterschelde (118)

PN-OS-05

Aanbrengen schelpenstrandjes t.b.v. kustbroedvogels.

Oosterschelde (118)

PN-OS-10

Creëren verbindingszones Noordse Woelmuis

Oosterschelde (118)

PN-OS-14

Rust voor natuur en ruimte voor mensen

Vogelkreek (126)

PN-VK-01

Begrazing; aanpassen bestaande begrazing en intensiveren van het natuurbeheer met maaien en afvieren van de vegetatie

Vogelkreek (126)

PN-VK-04

Monitoring/onderzoek waterkwaliteit, maatregelen

Vogelkreek (126)

PN-VK-05

Maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren, n.a.v uitkomsten onderzoek

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-01

Plevieren bescherming

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-05b

Verkennen mogelijkheden terugdringen van successiestadia schor of verjonging schor (incl. begrazing).

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-08

Aanbrengen schelpenstrandjes t.b.v. kustbroedvogels.

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-13

Verkennen mogelijkheid belangrijke dijktrajecten voor broed- en niet-broedvogels te sluiten voor recreatie i.v.m. verstoring.

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-16

Natuurinclusief dijkbeheer langs de Westerschelde

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-17

Regulering recreatiedruk - onderzoek naar ontoegankelijk maken voor kitesurfers, recreatiezonering (handhaving)

Westerschelde & Saeftinge (122)

PN-WSS-18

Regulering recreatiedruk - binnendijkse maatregelen

Yerseke en Kapelse Moer (121)

PN-YKM-01

Uitbreiding monitoring typische en kenmerkende soorten

Zwin en Kievittepolder (123)

PN-ZKP-01b

Begrazing schor of alternatieven. Verkennen mogelijkheden terugdringen van successiestadia schor (incl. begrazing).

Zwin en Kievittepolder (123)

PN-ZKP-03

Onderzoek naar mogelijkheden begrazingsvrije zones

Zwin en Kievittepolder (123)

PN-ZKP-07

Uitbreiding monitoring typische en kenmerkende soorten

Zwin en Kievittepolder (123)

PN-ZKP-08

Onderzoek naar mogelijkheden voor hydrologische herstel / Uitvoeren van desbetreffende maatregelen.

Overige gebieden

PN-ZLD-01

Waterwingebied st. jansteen - kwaliteitsverbetering aanwezige habitattypes en herstel hydrologie

Artikel III

Na de toelichting op hoofdstuk 39 , wordt een toelichting toegevoegd, luidende:

 

Toelichting op hoofdstuk 40 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor de uitvoering van het Programma Natuur – fase 2

 

I. Algemeen

 

Inleiding

Dit hoofdstuk is een van de instrumenten die worden ingezet om herstel van overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zoals vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, mogelijk te maken. Daartoe heeft het Rijk voor een eerste fase (vanaf 2021) de “Regeling specifieke uitkering Programma Natuur” (Stcrt. 2021, 21454) en voor een tweede fase (vanaf 2024) de “Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase” vastgesteld (Stcrt. 2024,19784). Op grond van deze regelingen zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld aan de provincies. Deze dienen te worden besteed in aanvulling op reeds bestaande maatregelen zoals afgesproken in het Natuurpact.

Zeeland heeft in dialoog met haar maatschappelijke partners en mede-overheden de doelstellingen en daarmee samenhangende maatregelen voor de tweede fase vastgelegd in de “Aanvraag Programma Natuur Zeeland fase 2” (zie https://www.zeeland.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/programma-natuur). In dit document wordt aangegeven op welke wijze de provincie Zeeland het herstel van haar Natura 2000-gebieden in deze tweede fase (2024-2030) gaat aanpakken. Hoofdstuk 40 maakt het subsidiëren van deze maatregelen mogelijk.

 

Juridisch kader

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Asb 2023. Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 40 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.

Staatssteun

Subsidiëring van genoemde natuurherstelmaatregelen kan staatssteun inhouden aan de betreffende subsidieontvanger. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt daarom gebruik gemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening van de Europese Commissie (Verordening 651/2014, PbEU 2014, L 187). Een kennisgeving is gedaan op grond van artikel 53 van deze verordening.

 

II Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 40. 2 Doelgroep

Een groot aantal partijen zijn betrokken geweest bij de provinciale aanvraag van de ‘specifieke uitkering programma natuur – tranche 2’ bij het Rijk. Deze partijen hebben meegewerkt aan het opstellen en formuleren van de Zeeuwse doelstellingen en de te treffen maatregelen. Deze maatregelen zijn in bijlage G opgenomen. Dezelfde partijen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van deze plannen voor het programma natuur, zijn ook de adressanten van deze subsidieregeling.

 

Artikel 40. 3 Subsidiabele activiteiten

In artikel 40.3 zijn de subsidiabele activiteiten opgenomen. Het betreft drie categorieën, waarvoor verschillende vereisten en subsidiabele kosten gelden. In het projectplan moet duidelijk zijn aangegeven op welke activiteit het project betrekking heeft.

 

Artikel 40. 4 Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 40.4, dient een aanvrager rekening te houden met de weigeringsgronden opgenomen in artikel 5 van de Asv 2023 en in artikel 1.2.1, tweede lid van de Asb 2023. Zo wordt een subsidie geweigerd indien tegen de onderneming die de subsidie ontvangt, een bevel tot terugvordering van ongeoorloofde staatssteun uitstaat.

 

Artikel 40. 5 Algemene s ubsidievereisten

In artikel 40.5 is een aantal vereisten opgenomen waaraan de activiteiten moeten voldoen, ongeacht welke activiteit het betreft. Vervolgens zijn in de artikelen 40.6 tot en met 40.8 de specifieke subsidievereisten opgenomen die gelden voor één van de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 40.3.

 

Artikel 40. 8 Aanvullende vereisten onderzoek, planvorming en monitoring

In onderdeel a wordt duidelijk gemaakt dat alleen onderzoek subsidiabel is als het betrekking heeft op een van de in de bijlage genoemde uitvoeringsmaatregelen. Het onderzoek betreft dan steeds de vraag op welke wijze de genoemde maatregelen het best kunnen worden uitgevoerd gezien de op die locatie gestelde opgave. Voor planvorming geldt hetzelfde: alleen de direct aan een uitvoeringsmaatregel gerelateerde planvorming is subsidiabel.

Onderdeel b maakt duidelijk dat onderzoek, planvorming en monitoring alleen betrekking kan hebben op uitvoeringsmaatregelen die (zullen) voldoen aan de in de subsidieregeling gestelde vereisten voor die maatregelen.

 

Artikel 40.14 Subsidieverplichtingen

In onderdeel f van het eerste lid wordt de verplichting opgelegd om eventuele opbrengsten die voortvloeien uit een investering die gemaakt is met behulp van de subsidie, opnieuw te investeren in kwaliteitsverbetering van natuurgebieden. Op grond van artikel 53 van de algemene groepsvrijstellingsverordening mogen ondernemingen niet meer dan een ‘redelijke winst’ maken met een gesubsidieerde investering. Door de subsidieontvanger te verplichten opbrengsten te herinvesteren in natuur, wordt voorkomen dat een dergelijke hoge winst wordt gemaakt.

 

Artikel 40.15 Subsidievaststelling en verantwoording

Vanwege de toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening, zijn er enkele van hoofdstuk 1 Asb 2023 afwijkende bepalingen opgenomen. Zo moet er ook in arrangement 1 (subsidies tot €10.000) altijd een aanvraag tot subsidievaststelling worden ingediend. Ook moet er over subsidies in de arrangementen 1 en 2 (subsidies tot € 50.000) financiële verantwoording worden afgelegd. Voor gemeenten en waterschappen geldt een afwijkende wijze van financiële verantwoording. Zij moeten overeenkomstig de Sisa regels verantwoorden (zie wetten.nl - Regeling - Regeling informatieverstrekking sisa - BWBR0029251).

 

Artikel IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 20 mei 2025,

 

 

 

 

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

 

 

Naar boven