Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 7681 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 7681 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Waterstof kennisontwikkeling en innovatie (NPG)
GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN
in De Klimaatagenda Provincie Groningen 2030 is vastgesteld dat we als provincie een waterstofecosysteem willen faciliteren waarin voldoende koolstofarme waterstof beschikbaar is om de Groningse industrie te verduurzamen. Om dit doel te bereiken is het noodzakelijk dat er waterstofketens worden ontwikkeld, zodat er vraag en aanbod van waterstof ontstaat. Daarbij is ook nieuwe kennis en innovatie nodig om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van waterstof te faciliteren;
ook in de Economische Visie van de provincie Groningen wordt herkend dat onze provincie aantrekkelijk is als vestgingslocatie voor een waterstofecosysteem. Hierbij wordt ook het uitgangspunt genoemd dat de sector investeert in duurzame inzetbaarheid en scholing, onder andere in een waterstofcampus. Door in te zetten op o.a. kennis en innovatie, willen we ervoor zorgen dat onze bedrijvigheid toekomstbestendig is. Daarbij is het doel om nieuwe verbindingen te leggen, in het bijzonder ook tussen de kennisinstellingen en de bedrijven en in het innovatie ecosysteem als geheel. Deze regeling is opgesteld om ontwikkelingen op het gebied van kennis en innovatie te stimuleren.
Subsidieregeling Waterstof kennisontwikkeling en innovatie (NPG)
In deze regeling wordt verstaan onder:
Algemene Groepsvrijstellingsverordening of AGVV: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, laatstelijk gewijzigd bij Verordening EU 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023.
Het doel van de regeling is stimuleren van kennis en innovatie gerelateerde activiteiten op het gebied van waterstof in de provincie Groningen door kennis over waterstof te vergroten, te verspreiden en te borgen in de regio. De regeling beoogt samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven te bevorderen en kennisinstellingen structureel te versterken op het gebied van waterstof.
Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien:
het project niet past binnen de beleidsdoelstellingen van de provincie zoals weergegeven in de Economische visie en de Klimaatagenda 2030 van de provincie Groningen;
Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 8 Beoordelingscriteria
Aanvragen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:
Technische en organisatorische haalbaarheid: Uit de aanvraag moet blijken dat het project technisch haalbaar is. Dit omvat een duidelijke onderbouwing van de technische aanpak, inclusief gebruikte technologieën en processen. Daarnaast moet de organisatorische structuur van het project goed gepland en navolgbaar zijn, met heldere rollen en verantwoordelijkheden.
Financiële stabiliteit van projectpartners: In de aanvraag moet navolgbaar worden beargumenteerd dat alle betrokken partners over voldoende financiële middelen en operationele capaciteit beschikken om het project succesvol uit te voeren.
Risicobeheersing: De aanvraag moet een gedetailleerde risicobeoordeling bevatten, waarin de belangrijkste risico’s zijn geïdentificeerd. Tevens moet worden onderbouwd welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te mitigeren;
relevantie voor beleidsdoelen (knock out)
Dit criterium geldt niet voor artikel 5, vierde lid.
Aansluiting bij provinciale doelstellingen: Uit de aanvraag moet blijken dat het project concreet bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van de provincie Groningen op het gebied van waterstofkennis en -innovatie. Dit verband moet helder en aantoonbaar worden uitgelegd.
Impact op regionale ontwikkeling: In de aanvraag moet navolgbaar worden beargumenteerd hoe het project bijdraagt aan de economische en technologische ontwikkeling binnen de provincie Groningen. Hierbij ligt de nadruk op duurzame groei en de versterking van de regionale waterstofsector;
Dit criterium geldt niet voor de activiteit als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid.
Nieuwheid van de voorgestelde oplossingen: In de aanvraag moet navolgbaar worden aangetoond dat de voorgestelde technologieën, methoden of processen innovatief zijn en een duidelijke vooruitgang vormen ten opzichte van de huidige stand van zaken in de waterstofsector.
Originaliteit: De aanvraag moet beargumenteren hoe het project nieuwe kennis, methoden of vaardigheden genereert die waardevol zijn voor de waterstofsector en de bredere energietransitie;
samenwerking en kennisdeling (25 punten)
Samenwerkingsverbanden: De aanvraag moet duidelijk maken welke kennisinstellingen en bedrijven betrokken zijn bij het project en hoe deze partijen samenwerken. Het belang en de kwaliteit van deze samenwerking moeten navolgbaar worden beargumenteerd.
Kennisoverdracht: Uit de aanvraag moet blijken hoe het project bijdraagt aan kennisdeling, bijvoorbeeld via workshops, publicaties of sector brede platforms. De inzet en impact van deze activiteiten moeten concreet worden beschreven.
Stageplaatsen en onderwijs: De aanvraag moet aangeven hoeveel stageplaatsen en/of onderwijsprogramma’s worden ontwikkeld, en welke bijdrage deze leveren aan de ontwikkeling van de benodigde vaardigheden in de sector;
versterking van kennisinstellingen (25 punten)
Dit criterium geldt niet voor de activiteit als bedoeld in artikel 5, vierde lid.
Versterking van de kennisinfrastructuur: De aanvraag moet aantonen hoe het project bijdraagt aan de verbetering van de kennisinfrastructuur van betrokken kennisinstellingen, bijvoorbeeld door nieuwe faciliteiten of onderzoekscapaciteit te creëren.
Ondersteuning van onderwijs en onderzoek: In de aanvraag moet navolgbaar worden beschreven hoe het project bijdraagt aan de versterking van onderwijsprogramma’s en/of wetenschappelijk onderzoek op het gebied van waterstof;
duurzaamheid en lange termijn impact (10 punten)
Dit criterium geldt niet voor de activiteit als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid.
Milieueffecten: Uit de aanvraag moet blijken hoe het project bijdraagt aan een duurzame energietransitie. Dit omvat een concrete beschrijving van de milieueffecten, zoals reductie van CO₂-uitstoot of andere duurzaamheidsvoordelen.
Langetermijnbijdrage: De aanvraag moet onderbouwen hoe het project op lange termijn bijdraagt aan een robuuste en duurzame waterstofinfrastructuur, inclusief de opschaling van innovaties;
toegevoegde waarde voor de waterstofsector (10 punten)
Dit criterium geldt niet voor de activiteit als bedoeld in artikel 5, derde en vierde lid.
Relevantie voor de sector: De aanvraag moet navolgbaar uitleggen hoe het project inspeelt op de huidige behoeften en uitdagingen in de waterstofsector.
Potentieel voor opschaling en replicatie: Uit de aanvraag moet blijken dat het project potentieel heeft om op grotere schaal of in andere regio’s te worden toegepast. Dit moet concreet en onderbouwd worden beschreven;
integraliteit en samenhang (5 punten)
Dit criterium geldt niet voor de activiteit als bedoeld in artikel 5, derde lid.
Rollen van verschillende partijen: De aanvraag moet aantonen welke rol elke betrokken partij (kennisinstellingen, bedrijven, overheden) speelt in het project. De bijdrage van elke partij moet helder worden beschreven en gerechtvaardigd.
Samenhang met eerdere projecten: In de aanvraag moet worden uitgelegd hoe het project voortbouwt op eerdere initiatieven, bijvoorbeeld ontstaan vanuit andere subsidieregelingen (bijv. de JTF-campusregeling). Indien het project niet gebaseerd is op eerder geïnitieerde projecten, moet het potentieel worden beschreven om als basis te dienen voor toekomstige projecten.
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
Artikel 10 Niet subsidiabele kosten
Onverminderd artikel 1.5 van de Procedureregeling komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
Artikel 11 Indieningsvereisten
Een subsidieaanvraag voor subsidie kan elektronisch worden ingediend bij het SNN. Elektronische indiening vindt plaats via een daarvoor ontwikkeld webportal dat bereikbaar is via www.snn.nl.
Onverminderd artikel 2.1, lid 1 en 2 van de Procedureregeling bevat een aanvraag:
een businesscase, waaruit per kalenderjaar de omvang van de investeringen blijkt (inclusief geplande investeringsbesluit). In ieder geval bevat deze businesscase een investerings- en exploitatiebegroting. Indien andere subsidies worden aangetrokken voor het project, dient u duidelijk inzichtelijk te maken welke subsidies aangevraagd dan wel beschikt zijn;
Artikel 17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger heeft in aanvulling op artikel 2.10 van de Procedureregeling in ieder geval de volgende verplichtingen:
Artikel 18 Bevoorschotting en betaling
Gedeputeerde Staten kunnen onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend wanneer de verleningsbeschikking een of meer opschortende of ontbindende voorwaarden bevat. Dit is altijd het geval als de financiering niet zeker is gesteld.
Groningen, 6 mei 2025
Gedeputeerde Staten van Groningen:
René Paas, voorzitter
Hans Schrikkema, secretaris
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling Waterstof kennisontwikkeling en innovatie (NPG)
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (Kaderverordening) en de Procedureregeling subsidies Groningen (Procedureregeling). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Kaderverordening en Procedureregeling. In de Procedureregeling staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Kaderverordening en Procedureregeling noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
In de Klimaatagenda van de provincie Groningen is aangegeven dat de provincie Groningen waterstof ziet als cruciaal onderdeel van de energietransitie en daarom initiatieven op het gebied van waterstof wil ondersteunen. Dit is nader uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Energie, waarin is vastgesteld dat we als provincie een waterstofecosysteem willen faciliteren waarin voldoende koolstofarme waterstof beschikbaar is om de Groningse industrie te verduurzamen. Om dit doel te bereiken is het noodzakelijk dat er waterstofketens worden ontwikkeld, zodat er vraag en aanbod van waterstof ontstaat. Daarbij is ook nieuwe kennis en innovatie nodig om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van waterstof te faciliteren.
Ook in de Economische Visie van de provincie Groningen wordt herkend dat onze provincie aantrekkelijk is als vestgingslocatie voor een waterstofecosysteem. Ook is het perspectief voor 2035 dat er een sterke integratie is van de industriële sector met de energiesector. Met name op het gebied van CO2 vrije waterstof, die een groene en circulaire industrie mogelijk maakt, en het gebruik van restwarmte door andere bedrijven en huishoudens. Deze regeling is bedoeld om deze ontwikkeling mede mogelijk te maken.
Dit artikel bevat definities van kernbegrippen die in de regeling worden gebruikt. Deze begrippen zijn essentieel voor een uniforme interpretatie van de regeling.
Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV): Dit begrip verwijst naar de EU-verordening waarin wordt vastgesteld welke categorieën van staatssteun verenigbaar zijn met de interne markt en zonder voorafgaande goedkeuring van de Europese Commissie kunnen worden verleend.
Awb: Algemene wet bestuursrecht, de wet die de algemene regels vastlegt voor het bestuur van Nederland, inclusief het verstrekken van subsidies.
De-minimisverordening: Regels voor kleine steunbedragen die geen invloed hebben op de mededinging en daarom buiten de staatssteunregels vallen.
Kaderverordening: Provinciaal kader waarin de algemene regels voor subsidies zijn vastgelegd.
Procedureregeling: Regeling die de procedurele stappen en eisen voor het aanvragen van provinciale subsidies beschrijft.
Provincie: Verwijst naar de provincie Groningen, het rechtsgebied waarbinnen deze regeling van toepassing is.
Het artikel verduidelijkt dat de regeling gericht is op het stimuleren van kennis en innovatie op het gebied van waterstof. Deze activiteiten moeten bijdragen aan het vergroten, verspreiden en borgen van waterstofkennis in de regio. Ook wordt samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven bevorderd.
De regeling staat open voor rechtspersonen en samenwerkingsverbanden. De penvoerder vraagt de subsidie voor het samenwerkingsverband aan.en samenwerkingsverband geen rechtspersoonlijkheid bezit, mag een deelnemer met Deze aanpak bevordert samenwerking, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat de verantwoordelijkheid bij één duidelijke partij ligt.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten
Artikel 5 bevat een limitatieve opsomming van activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie. Hieronder wordt per onderdeel een uitgebreide toelichting gegeven:
1. Experimentele of industriële onderzoeksprojecten (waaronder modellering) op het gebied van koolstofarme waterstof:
Deze categorie omvat projecten die zich richten op het ontwikkelen en valideren van nieuwe kennis over koolstofarme waterstof, zoals productie, transport, opslag en gebruik.
Modellering van waterstofproductieprocessen om de efficiëntie te verbeteren;
Onderzoek naar innovatieve membranen voor elektrolyzers;
Simulaties en analyses van grootschalige waterstofopslag in zoutcavernes.
2. Experimentele of industriële ontwikkeling van innovatieve technologieën en processen gericht op de waterstofketen
Hierbij gaat het om projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van nieuwe technologieën en processen die innovatief zijn en bijdragen aan de versterking van de waterstofinfrastructuur.
Ontwikkeling van efficiëntere brandstofcellen voor transport.
Innovatieve pijpleidingtechnologieën voor waterstofdistributie.
Procesoptimalisatie voor de productie van groene waterstof uit duurzame bronnen.
3. Trainingen en onderwijsprogramma's gericht op waterstof
Deze categorie ondersteunt initiatieven die kennis en vaardigheden ontwikkelen voor professionals, studenten en andere belanghebbenden binnen de waterstofsector.
Het opzetten van trainingsprogramma's voor operators en technici in waterstofproductie.
Het ontwikkelen van leermodules voor mbo-, hbo- en universitaire opleidingen.
Bij- en nascholing voor professionals die willen overstappen naar de waterstofsector.
4. Ontwikkeling van stageplekken bij bedrijven actief in de waterstofindustrie
Hiermee worden bedrijven ondersteund bij het aanbieden van stageplaatsen die studenten voorbereiden op een loopbaan in de waterstofsector.
Het creëren van stageplekken voor technische studenten bij waterstofproductiebedrijven.
Het opzetten van traineeships die gericht zijn op het ontwikkelen van vaardigheden in innovatieve waterstoftechnologieën.
5. Investeringen in waterstofonderzoeksfaciliteiten
Deze categorie omvat fysieke investeringen in faciliteiten die bijdragen aan onderzoek en innovatie in de waterstofketen.
De bouw of renovatie van laboratoria gericht op waterstofonderzoek.
De aanschaf van gespecialiseerde apparatuur, zoals elektrolyzers of testopstellingen voor waterstofopslag.
Alle activiteiten die subsidiabel zijn onder deze regeling sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de provincie Groningen, zoals beschreven in het uitvoeringsprogramma "Programmalijn Energie 2024-2025" en het Nationaal Programma Groningen. De activiteiten dragen bij aan:
De energietransitie door de ontwikkeling van duurzame waterstofoplossingen.
Economische groei en werkgelegenheid in de provincie.
Het versterken van de regionale kennisinfrastructuur en samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen.
Voorwaarden en Randvoorwaarden
Hoewel deze activiteiten subsidiabel zijn, moeten ze voldoen aan de subsidievereisten zoals opgenomen in artikel 7 en voldoen aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in artikel 8. Projecten die geen aantoonbare relevantie hebben voor waterstof, niet uitvoerbaar zijn of niet bijdragen aan de gestelde beleidsdoelen, komen niet in aanmerking voor subsidie.
Dit artikel bepaalt de voorwaarden waaraan een project moet voldoen.
Hoofdzakelijke baten in Groningen: Dit betekent dat het project een significante bijdrage moet leveren aan de regionale ontwikkeling, zoals werkgelegenheid, kennisverspreiding of technologische vooruitgang in de provincie Groningen. Aanvragers moeten dit specifiek onderbouwen in hun aanvraag.
Kennisverspreiding: Dit omvat het delen van projectresultaten via publicaties, workshops of andere vormen van disseminatie. Deze eis borgt dat de opgedane kennis ook voor anderen toegankelijk is en bijdraagt aan de bredere ontwikkeling van de waterstofsector.
Artikel 10 Niet-subsidiabele kosten
Dit artikel sluit bepaalde kosten expliciet uit van subsidie.
Artikel 11 Indieningsvereisten
Dit artikel bepaalt welke documenten moeten worden ingediend om een subsidieaanvraag in behandeling te nemen.
Businesscase en financiële onderbouwing: De businesscase moet inzicht geven in de financieringsstructuur van het project. Uit de aanvraag moet blijken dat het project financieel haalbaar is en voldoet aan de subsidieregeling.
Plan voor kennisdeling: uit de aanvraag moet blijken hoe resultaten en leerpunten worden gedeeld met de sector.
De maximale hoogte van de subsidie per project wordt gespecificeerd. Daarnaast wordt bepaald dat het percentage subsidiabele kosten afhankelijk is van de activiteit en de relevante Europese staatssteunregels. De subsidiabele kosten worden berekend op basis van de specifieke AGVV-artikelen (zoals artikel 25 of 31). Aanvragers dienen expliciet aan te geven onder welk artikel de aanvraag valt en dit onderbouwen.
Artikel 25 AGVV Steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten
Steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, met inbegrip van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die in het kader van het Horizon 2020- of het Horizon Europa-programma het kwaliteitslabel „Excellentiekeur” hebben gekregen, en gecofinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en, indien van toepassing, steun voor gecofinancierde teamvormingsacties is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.
De in aanmerking komende kosten van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten worden bij een specifieke categorie onderzoek en ontwikkeling ingedeeld en betreffen:
kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd;
kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat gronden betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking;
bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien; onverminderd artikel 7, lid 1, derde zin, kunnen deze projectkosten voor onderzoek en ontwikkeling bij wijze van alternatief worden berekend op basis van een vereenvoudigde kostenbenadering in de vorm van een vast percentage tot 20 %, dat wordt toegepast op de totale in aanmerking komende projectkosten voor onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in de punten a) tot en met d). In dat geval worden de voor de berekening van de indirecte kosten gebruikte projectkosten voor onderzoek en ontwikkeling vastgesteld op basis van normale boekhoudkundige praktijken en omvatten zij uitsluitend in aanmerking komende projectkosten voor onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in de punten a) tot en met d).
De steunintensiteiten voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling kunnen worden verhoogd tot een maximale steunintensiteit van 80 % van de in aanmerking komende kosten overeenkomstig de volgende punten a) tot en met d), waarbij de punten b), c) en d) onderling niet mogen worden gecombineerd:
met 15 procentpunten indien één van de volgende voorwaarden is vervuld:
het project behelst daadwerkelijke samenwerking: — tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kmo is, of wordt uitgevoerd in ten minste twee lidstaten of in een lidstaat en in een overeenkomstsluitende partij bij de EER-overeenkomst, en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening; of — tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10 % van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren;
de begunstigde verbindt zich ertoe licenties voor onderzoeksresultaten van gesteunde projecten inzake onderzoek en ontwikkeling die door intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd, tijdig tegen marktprijs en op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis beschikbaar te stellen voor gebruik door geïnteresseerde partijen in de EER;
met 25 procentpunten indien het project inzake onderzoek en ontwikkeling:
een daadwerkelijke samenwerking inhoudt tussen ondernemingen in ten minste twee lidstaten of overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst wanneer de begunstigde een kmo is, of in ten minste drie lidstaten of overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst wanneer de begunstigde een grote onderneming is; en
indien ten minste een van de twee volgende voorwaarden is vervuld:
de begunstigde verbindt zich ertoe licenties voor onderzoeksresultaten van gesteunde projecten inzake onderzoek en ontwikkeling die door intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd, tijdig tegen marktprijs en op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis beschikbaar te stellen voor gebruik door geïnteresseerde partijen in de EER.
Artikel 26 AGVV Investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur
Steun voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.
Wanneer met onderzoeksinfrastructuur zowel economische als niet-economische activiteiten worden verricht, wordt voor de financiering, kosten en inkomsten van elk soort activiteit een gescheiden boekhouding gevoerd, op basis van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen van kostprijsadministratie.
Toegang tot de infrastructuur staat open voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Ondernemingen die ten minste 10 % van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden. Om overcompensatie te vermijden, is deze toegang evenredig aan de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden deze voorwaarden publiek beschikbaar gesteld.
De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 50 % van de in aanmerking komende kosten. De steunintensiteit kan tot 60 % worden verhoogd indien ten minste twee lidstaten overheidsfinanciering verstrekken, of voor een onderzoeksinfrastructuur die op het niveau van de Unie wordt geëvalueerd en geselecteerd.
Wanneer onderzoeksinfrastructuur overheidsfinanciering ontvangt voor zowel economische als niet-economische activiteiten, werken lidstaten een monitoring- en terugvorderingsmechanisme uit om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet wordt overschreden door een toename van het aandeel economische activiteiten ten opzichte van de situatie waarmee op het tijdstip van de toekenning van de steun werd gerekend.
Artikel 31 AGVV Opleidingssteun
De in aanmerking komende kosten zijn de volgende:
rechtstreeks met het opleidingsproject verband houdende operationele kosten van opleiders en deelnemers aan de opleiding, zoals reiskosten, accommodatiekosten, materiaal en benodigdheden die rechtstreeks met het project verband houden, de afschrijving van werktuigen en uitrusting voor zover deze uitsluitend voor het opleidingsproject worden gebruikt;
Artikel 49 AGVV Steun voor studies of consultancydiensten inzake milieubescherming en energiethema’s
Steun voor studies of consultancydiensten, met inbegrip van energieaudits, die rechtstreeks verband houden met op grond van dit deel voor steun in aanmerking komende investeringen, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.
Indien de volledige studie of consultancydienst investeringen betreft die op grond van dit deel voor steun in aanmerking komen, zijn de in aanmerking komende diensten de kosten van de studie of consultancydienst. Indien slechts een deel van de studie of de consultancydienst betrekking heeft op investeringen die op grond van dit deel voor steun in aanmerking komen, zijn de in aanmerking komende kosten de kosten van het deel van de studie of de consultancydienst dat met die investeringen verband houdt.
Bijlage II - Beoordelingssystematiek
Onderzoeksprojecten en modellering op het gebied van koolstofarme waterstof
Ontwikkeling van innovatieve technologieën en processen gericht op de waterstofketen
Trainingen en onderwijsprogramma's gericht op waterstof
Ontwikkeling van stageplekken bij bedrijven actief in de waterstofindustrie
Investeringen in waterstofonderzoeksfaciliteiten
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-7681.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.