Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 6 mei 2025, nummer 671981, houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • overwegende dat:

    • voor verstrekking van subsidie voor maatregelen vergroening en klimaatadaptatie op bedrijfspercelen bijzondere bepalingen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 zijn opgenomen;

    • het wenselijk is om in deze bijzondere bepalingen enkele wijzigingen aan te brengen, omdat:

      • i.

        ook op percelen van zorginstellingen veel kansen voor vergroening en klimaatadaptatie liggen waarvan de uitvoering een voorbeeld kan zijn voor bezoekers, cliënten en bedrijven;

      • ii.

        uit de evaluatie is gebleken dat enkele voorwaarden en weigeringsgronden aanscherping behoefden en de verdeelprocedure verduidelijking behoefde;

  • gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

 

Artikel I  

Hoofdstuk 29 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Artikel 29.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a komt te luiden:

    • a.

      bedrijfspand: gebouw of opstal gelegen op een bedrijfsperceel;

  • 2.

    Onderdeel b komt te luiden:

    • b.

      bedrijfsperceel: perceel gelegen op een bedrijventerrein of kantoorlocatie dan wel een perceel in eigendom van een zorginstelling, en waarop één of meer bedrijfspanden zijn gevestigd;

  • 3.

    Onder verlettering van onderdeel i tot j wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

    • i.

      stedelijk gebied: in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen;

  • 4.

    Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j (nieuw) door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • k.

      zorginstelling: een organisatorisch verband dat zorg of een andere dienst verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

B.

Artikel 29.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder verlettering van de onderdelen c en d tot d tot en e wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

    • c.

      de te realiseren fysieke maatregelen die onderdeel uitmaken van het projectplan vinden plaats op bedrijfspercelen die binnen stedelijk gebied zijn gelegen;

  • 2.

    In onderdeel d (nieuw) wordt ‘bestaande bedrijfspercelen’ vervangen door ‘bestaande, reeds in gebruik zijnde bedrijfspercelen’.

C.

Artikel 29.7 komt te luiden:

 

Artikel 29.7 Indieningsvereisten aanvraag

Onverminderd artikel 1.4.2 wordt de aanvraag voor een subsidie bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier subsidie vergroening en klimaatadaptie bedrijfspercelen, zoals beschikbaar gesteld op de website van de provincie Zeeland.

 

D.

Artikel 29.8 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onder verlettering van de onderdelen b en c tot d en e worden in het eerste lid twee onderdelen ingevoegd, luidende:

    • b.

      wanneer het projectplan op basis van artikel 29.12, tweede lid, aanhef en onderdeel a, geen punten toegekend krijgt;

    • c.

      wanneer het projectplan op basis van artikel 29.12, tweede lid, aanhef en onderdeel b tot en met d tezamen geen punten toegekend krijgt;

  • 2.

    Het eerste lid, onderdeel d (nieuw), komt te luiden:

    • d.

      wanneer het projectplan op basis van artikel 29.12, tweede lid, aanhef en onderdeel a tot en met e tezamen minder dan 25 punten toegekend krijgt;

E .

Artikel 29.12, tweede lid, komt te luiden:

  • 2.

    Gedeputeerde staten kennen voor de mate waarin het project bijdraagt aan de criteria op de volgende wijze punten toe:

    • a.

      voor vergroening maximaal 20 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • planten van struiken en bomen: 4 punten;

      • maken van leefgebied voor dieren met schuil- en nestplekken: 4 punten;

      • toepassen van ecologisch maaibeleid op grasvelden: 3 punten;

      • gebruik van plantensoorten die goed of vanouds passen in de lokale omgeving: 4 punten;

      • verhogen van de grondwaterstand op het perceel: 2 punten;

      • aanbrengen van variatie en reliëf in het landschap: 3 punten;

    • b.

      voor wateroverlast maximaal 10 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • hemelwaterafvoer loskoppelen van de riolering en hemelwater bergen of infiltreren op eigen terrein: 3 punten;

      • verharding op het terrein verminderen met minimaal 20%: 4 punten;

      • voorzieningen aanleggen die tenminste 30 millimeter neerslag ten opzichte van de verharding op het perceel kunnen bergen: 3 punten;

    • c.

      voor droogte maximaal 10 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • voorzieningen voor nuttig gebruik van hemelwater op eigen terrein: 3 punten;

      • maatregelen voor een langdurige verhoging van de grondwaterstand op het terrein: 3 punten;

      • verhoging van het gehalte aan organische bestanddelen in de bodem of toepassing van speciale vegetatie om meer vocht in de bodem vast te houden: 4 punten;

    • d.

      voor hitte maximaal 10 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • aanplant van struiken en bomen op tenminste 20% van het terrein rond de aanwezige bedrijfspanden: 4 punten;

      • vervanging van bestaande verharding door verharding die minder warmte vasthoudt: 3 punten;

      • aanleg van een groen dak met voldoende dikte op tenminste 30% van de op het perceel aanwezige daken: 3 punten;

    • e.

      voor circulariteit maximaal 6 punten, verdeeld over de volgende subcriteria:

      • toepassing van materiaal (voor gebouw, constructie of inrichting van het terrein) dat bestaat uit eerder gebruikt materiaal: 3 punten;

      • toepassing van materiaal (voor isolatie, de constructie of de inrichting van het terrein) dat bestaat uit biobased materialen, dat wil zeggen dat geteelde gewassen het belangrijkste bestanddeel vormen: 3 punten.

F.

Onder vernummering van artikel 29.13 tot 29.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 29.1 3 De-minimissteun

  • 1.

    Gedeputeerde staten toetsen voor subsidieverlening of die is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie.

  • 2.

    Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2831/oj) en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening.

  • 3.

    Wanneer de subsidieverlening is aan te merken als een steunmaatregel, legt de aanvrager op verzoek van gedeputeerde staten een de-minimisverklaring over met een opgave van alle andere ontvangen de-minimissteun in de afgelopen 36 maanden.

 

Artikel II  

De toelichting op hoofdstuk 29 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 komt te luiden:

 

Toelichting op hoofdstuk 29 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor maatregelen vergroening en klimaatadaptatie op bedrijfspercelen

 

Aanleiding en doel subsidieregeling

In de periode 2016-2020 is succesvol door partijen in Noord-Brabant, Limburg, Zeeland en Vlaanderen samengewerkt in het Interreg-programma 2B Connect. 2B staat voor Bedrijven en Biodiversiteit en het project beoogde dan ook het verhogen van de biodiversiteit op bedrijventerreinen. De provincie Zeeland was daarin geen partner, maar er zijn wel veel en mooie projecten in Zeeland gerealiseerd. Minstens 70 bedrijventerreinen in de grensstreek België-Nederland zijn bekeken op kansen. En uiteindelijk is 135 ha bedrijventerrein biodiverser gemaakt met biotopen voor 77 doelsoorten. Voorbeelden van uitgevoerde maatregelen zijn: aanplant van bomen, struiken en ander groen, plaatsing van bijenkasten en aanleg van groene daken, poelen en vijvers.

 

Eén van de conclusies uit 2B Connect was dat er in Zeeland nog veel mogelijkheden liggen voor vergroening en meer biodiversiteit en dat Zeeuwse bedrijven enthousiast zijn. Daarom is in Zeeland een doorstart gemaakt met een eigen provinciale stimuleringsregeling voor bedrijven, waarbij het ook gaat over klimaatadaptatie-maatregelen die een waardevolle bijdrage leveren aan het behouden en ontwikkelen van biodiversiteit. In 2022 heeft de provincie budget gereserveerd voor bijdragen aan maatregelen.

 

Vaak kunnen beide doelen met eenzelfde maatregel worden bereikt. Bij deze adaptatiemaatregelen kan worden gedacht aan bijvoorbeeld:

  • aanplant van streekeigen struiken, heggen en bomen;

  • aanbrengen van leefgebied voor dieren;

  • aanleg van waterdoorlatende verharding;

  • afkoppelen van hemelwaterafvoeren van de riolering;

  • aanleg van een wadi of infiltratievijver om hemelwater op te vangen;

  • aanbrengen van meer variatie en reliëf in het terrein;

  • aanleg van een groen dak of groene gevel.

Doel

Er zijn al provinciale subsidieregelingen voor planvorming en fysieke maatregelen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Deze regelingen zijn echter alleen voor gemeenten en samenwerkende bedrijven opengesteld. De voorliggende subsidieregeling voor maatregelen voor vergroening en klimaatadaptatie is uitsluitend bedoeld voor de uitvoering van projectplannen die voorzien in maatregelen op individuele bedrijfspercelen op bedrijventerreinen, op kantoorlocaties en op percelen van zorginstellingen. De regeling wil eigenaren en erfpachters stimuleren om maatregelen te treffen die én de biodiversiteit én de klimaatadaptie op bedrijfspercelen vergroten. Maatregelen in het projectplan moeten daarom aan beide doelen bijdragen. Dat kan met één maatregel gebeuren. Maar het kan ook met verschillende.

 

De subsidie is bedoeld voor fysieke maatregelen. De maatregelen kunnen betrekking hebben op de inrichting van een perceel, maar ook op de bedrijfspanden (waaronder opstallen) op die percelen. In artikel 29.2 staat welke maatregelen voor subsidie in aanmerking kunnen komen.

 

Aanvullend op de doelen vergroening en klimaatadaptatie wil de provincie het gebruik van circulaire materialen stimuleren. Dit is geen voorwaarde, maar geeft wel meerwaarde aan de maatregelen.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 29.1 Begripsbepalingen

Onder k: zorginstelling

Met zorginstellingen worden instellingen bedoeld die zijn gericht op het leveren van zorgdiensten aan personen met het doel hun fysieke, mentale of sociale welzijn te verbeteren of te behouden. Dat zijn onder meer huisartsenpraktijken, ziekenhuizen, verpleeghuizen of verzorgingshuizen, GGZ-instellingen en thuiszorgorganisaties en andere erkende instellingen die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat op basis van de Wet langdurige zorg of op basis van een wettelijke zorgverzekering.

 

Artikel 29.2 Subsidiabele maatregelen

De regeling is bedoeld voor de uitvoering van projectplannen die zowel de biodiversiteit vergroten door vergroening als het bedrijfsperceel klimaatadaptiever maken. Vaak kunnen beide doelen met eenzelfde maatregel worden bereikt. Hierboven bij de algemene toelichting zijn voorbeelden van dergelijke maatregelen genoemd. Maar er zijn meer maatregelen denkbaar, elk terrein kent andere omstandigheden en vraagt om een eigen aanpak.

 

De regeling richt zich specifiek op percelen op bedrijventerreinen, op kantoorlocaties en van zorginstellingen. Deze percelen zijn vaak grotendeels verhard en weinig begroeid. Daardoor is er met maatregelen veel winst te behalen voor de biodiversiteit, klimaatbestendigheid en voor het welbevinden van cliënten, werknemers en bezoekers.

 

Artikel 29.4 Voorwaarden

Een projectplan moet maatregelen bevatten die een impuls geven aan zowel vergroening als klimaatadaptie op bedrijfspercelen. Van de percelen moet vaststaan dat zij worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming. Eerste voorwaarde is daarom dat het projectplan past binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan of omgevingsplan voor het bedrijfsperceel waarvoor de subsidieaanvraag wordt gedaan. Daarnaast moet het projectplan voorzien in maatregelen die niet al voortvloeien uit een wettelijke verplichting. Bijvoorbeeld een verplichting tot landschappelijke inpassing of compensatieplicht die voortvloeit uit de Omgevingswet.

 

De subsidie is bedoeld voor maatregelen op percelen die binnen de bebouwde kom zijn gelegen. Daar is de winst van vergroening en klimaatadaptatie groot. In landelijk gebied is de situatie vaak anders. Daar zijn vergroening en klimaatadaptatie weliswaar ook relevant, maar daar zijn andere subsidieregelingen voor.

 

Verder is de regeling bedoeld voor bestaande, al in gebruik zijnde bedrijfspercelen, omdat daar de meeste verbetering nodig is. Voor nieuwe percelen wordt ervan uitgegaan dat daar meteen voldoende vergroening en klimaatadaptatie wordt toegepast.

 

Om ervoor te zorgen dat de effecten op relatief korte termijn worden gerealiseerd, moet het projectplan binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening zijn gerealiseerd. In die periode moeten vergunningverlening, voorbereiding, aanbesteding en uitvoering kunnen worden uitgevoerd. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt getoetst of realisatie binnen deze termijn aannemelijk is.

 

Artikel 29.5 Subsidieplafond en openstelling

Het maximaal beschikbare budget per jaar en het tijdvak waarin aanvragen kunnen worden ingediend, worden vastgelegd in een apart openstellingsbesluit dat bekendgemaakt wordt in het digitale provincieblad.

 

Artikel 29.8 Weigeringsgronden

De subsidie is bedoeld om maatregelen te stimuleren. Daarom wordt de uitvoering van een projectplan waarvan de uitvoering al is begonnen vóór indiening van de aanvraag, niet gesubsidieerd. Dat projectplan zou immers ook zonder subsidie zijn uitgevoerd.

 

Gedeputeerde staten willen zoveel mogelijk effect sorteren met de subsidieregeling. Projectplannen die maar beperkt bijdragen aan vergroening en klimaatadaptatie, krijgen geen subsidie. Dat is het geval als het projectplan geen punten scoort op vergroening of op de drie criteria voor klimaatadaptatie (wateroverlast, droogte en hitte) tezamen. Het plan moet dus in ieder geval scoren op vergroening èn op één van de criteria wateroverlast, droogte of hitte.

 

Ook projectplannen die minder scoren dan 25 punten in totaal worden daarom niet gesubsidieerd.

 

En wanneer gedeputeerde staten of een ander bestuursorgaan op grond van een andere subsidieregeling al subsidie verstrekten voor de uitvoering van één of meer maatregelen die onderdeel zijn van het projectplan, wordt de subsidie ook (gedeeltelijk) geweigerd. Verder worden alleen projectplannen met een substantieel kostenplaatje gesubsidieerd. De te verlenen subsidie moet meer dan € 10.000 bedragen, de totale kosten liggen dan boven de € 20.000. Voor deze grens is gekozen om ervoor te zorgen dat alle subsidies in arrangement 2 zullen vallen en er geen subsidies tussen zitten die zonder verantwoording worden vastgesteld.

 

Artikel 29.12 Verdeelprocedure

Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld via een tenderprocedure, waarbij alle subsidieaanvragen gelijktijdig inhoudelijk worden beoordeeld en ten opzichte van elkaar worden gerangschikt. Alleen de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden en waarvoor geen weigeringsgrond geldt, doen mee in de rangschikking.

 

Een projectplan komt voor subsidie in aanmerking als het bijdraagt aan beide doelen: vergroening en klimaatadaptatie. Wordt aan één van de doelen niet bijgedragen, dan is het projectplan niet subsidiabel (zie ook artikel 29.2 en artikel 29.8).

 

De mate waarin een projectplan bijdraagt aan het vergroten van biodiversiteit is het eerste beoordelingscriterium. Binnen het doel klimaatadaptie worden vervolgens drie criteria (deelthema’s) onderscheiden: wateroverlast, droogte en hitte. En per criterium zijn weer subcriteria vastgesteld die aangeven in hoeverre het projectplan bijdraagt aan klimaatadaptie. Door de ligging of fysieke kenmerken van een bedrijfsperceel of daarop aanwezige bedrijfspanden is het niet altijd haalbaar om voor alle deelthema’s maatregelen te nemen. Daarom worden bij de beoordeling per subcriterium punten toegekend voor de mate waarin wordt bijgedragen aan elk criterium. De maximumscore voor vergroening en klimaatadaptatie is 50 punten: 20 voor vergroening, 10 voor wateroverlast, 10 voor droogte en 10 voor hitte. Zoals onder weigeringsgronden (artikel 29.8) is toegelicht, is er een minimum totaalscore van 25 punten vereist zodat het beschikbare subsidiegeld niet in weinig effectieve projectplannen wordt gestoken.

 

Om het gebruik van circulaire materialen te stimuleren, kunnen op dit onderwerp extra punten worden toegekend. Er zijn subcriteria voor toepassing van eerder gebruikt materiaal en voor toepassing van biobased materialen. (Biobased materialen zijn materialen die (grotendeels) zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen van biologische oorsprong.)

 

De subcriteria geven verder ook een indruk van concrete maatregelen die deel uit kunnen maken van een projectplan. Hoe meer subcriteria aan bod komen in een projectplan, hoe meer punten worden toegekend. Sommige maatregelen krijgen punten bij meerdere criteria. Een voorbeeld: door het realiseren van punt- of lijnvormige landschapselementen zoals poelen, hagen en knotbomen wordt de biodiversiteit vergroot én ontstaan microklimaten waar verschillende flora en fauna gebruik van kunnen maken. Hierdoor wordt meteen leefgebied gecreëerd en wordt er dus op twee subcriteria gescoord.

 

Een toelichting bij enkele subcriteria:

  • Onder het subcriterium “gebruik van plantensoorten die goed of vanouds passen in de lokale omgeving” wordt verstaan dat planten door a-biotische factoren, al dan niet gecreëerd op de plaats van introductie, zich kunnen handhaven en vermenigvuldigen.

  • Onder het subcriterium “maken van leefgebied voor dieren met schuil- en nestplekken” wordt verstaan het plaatsen van nestkasten, vleermuiskasten, insectenhotels of andere van dergelijke verblijfplaatsen die dieren kunnen gebruiken voor verblijf of voortplanting.

  • Onder het subcriterium “voorzieningen aanleggen die tenminste 30 millimeter neerslag ten opzichte van de verharding op het perceel kunnen bergen” wordt bedoeld dat de voorziening tenminste 30 l afstromend hemelwater per m2 verharding op het terrein kan opvangen; de berging kan bijvoorbeeld in de bodem gebeuren, in een vijver, een poel, een ondergrondse bergingsvoorziening of juist een groen dak.

Artikel 29.14 Verplichtingen

De subsidieontvanger moet drie verplichtingen naleven die bijdragen aan het bereiken van het doel van de subsidie:

  • de aanvrager is verplicht de maatregelen binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening uit te voeren. Dat zorgt voor een effect op relatief korte termijn. In bijzondere gevallen kan verlenging van deze periode worden aangevraagd;

  • de getroffen fysieke maatregelen moeten minimaal vijf jaar in stand worden gehouden om het effect ervan enige tijd te laten voortduren. Worden de maatregelen niet tenminste vijf jaar in stand gehouden, dan kan de beschikking tot vaststelling van de subsidie worden gewijzigd en kan subsidie terug worden gevorderd;

  • voor gedeputeerde staten is het belangrijk inzicht te krijgen welke effecten de maatregelen tot gevolg hebben, om toekomstig beleid te kunnen vormgeven. De provincie wil kennis opdoen en delen. Daarom is de verplichting opgelegd om op verzoek informatie te delen met de provincie gedurende de instandhoudingstermijn.

Artikel III  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Zeeland van 6 mei 2025.

H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven