Artikel I Wijziging Bijdrageregeling stimulering woningbouw Noord-Brabant 2023
De Bijdrageregeling stimulering woningbouw Noord-Brabant 2023 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
Op alfabetische volgorde worden de volgende begrippen ingevoegd:
derde tranche: periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2026;
vierde tranche: periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027;
- 2.
In de begripsbepaling woondealregio wordt “regio West-Brabant-West” vervangen door “regio West-Brabant”.
B.
In artikel 3.4, onder b, wordt “tweede” vervangen door “opvolgende” en “eerste” door “vorige”.
C.
In artikel 3.5, onder b, wordt “de eerste tranche dan wel binnen de tweede tranche” vervangen door “de eerste, tweede, derde dan wel binnen de vierde tranche”.
D.
In artikel 3.7 worden onder verlettering van onderdeel c tot e twee onderdelen ingevoegd, luidende:
- c.
kosten voor activiteiten in de derde tranche gemaakt voor 1 januari 2024;
- d.
kosten voor activiteiten in de vierde tranche gemaakt voor 1 januari 2025;
E.
Artikel 3.8 komt te luiden:
Artikel 3.8 Vereisten aanvraag
- 1.
Een aanvraag voor een bijdrage wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.
- 2.
Een aanvraag voor een bijdrage voor de eerste, tweede en derde tranche wordt ingediend van 9 april 2024 tot en met 16 december 2025.
- 3.
Een aanvraag voor een bijdrage voor de vierde tranche wordt ingediend van 14 januari 2026 tot en met 16 december 2026.
F.
Artikel 3.9 komt te luiden:
Artikel 3.9 Bijdrageplafond
- 1.
Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor de periode genoemd in artikel 3.8, tweede lid, vast op een totaal van € 1.394.166, waarvan:
- a.
€ 226.489 voor activiteiten in de eerste tranche, verdeeld als volgt:
- 1°.
€ 26.489 voor activiteiten in de regio Noordoost-Brabant;
- 2°.
€ 100.000 voor activiteiten in de Stedelijke regio Breda Tilburg;
- 3°.
€ 100.000 voor activiteiten in de regio Zuidoost-Brabant;
- b.
€ 567.677 voor activiteiten in de tweede tranche, verdeeld als volgt:
- 1°.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Noordoost-Brabant;
- 2°.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Stedelijke regio Breda Tilburg;
- 3°.
€ 117.677 voor activiteiten in regio West-Brabant-West;
- 4°.
€ 150.000 voor activiteiten in regio Zuidoost-Brabant.
- c.
€ 600.000 voor activiteiten in de derde tranche, verdeeld als volgt:
- 1°.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Noordoost-Brabant;
- 2°.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Stedelijke regio Breda Tilburg;
- 3°.
€ 150.000 voor activiteiten in regio West-Brabant;
- 4°.
€ 150.000 voor activiteiten in regio Zuidoost-Brabant;
- 2.
Gedeputeerde Staten stellen het bijdrageplafond voor de periode genoemd in artikel 3.8, derde lid, vast op een totaal van € 600.000, voor activiteiten in de vierde tranche, verdeeld als volgt:
- a.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Noordoost-Brabant;
- b.
€ 150.000 voor activiteiten in de regio Stedelijke regio Breda Tilburg;
- c.
€ 150.000 voor activiteiten in regio West-Brabant;
- d.
€ 150.000 voor activiteiten in regio Zuidoost-Brabant.
G.
In artikel 3.12 worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma twee onderdelen toegevoegd, luidende:
- c.
31 december 2026, indien de bijdrage is verstrekt voor de derde tranche;\
- d.
31 december 2027, indien de bijdrage is verstrekt voor de vierde tranche.
H.
In artikel 3.16 wordt “2026” vervangen door “2028”.
Artikel II Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.