Artikel I Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
2.15 Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen
Artikel 2.15.1 Betekenis van de begrippen
Het begrip ‘Betaalbare koopwoning’ komt als volgt te luiden: Betaalbare koopwoning: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste € 405.000,–, als vastgelegd in de Huisvestingswet 2014. Deze koopprijs wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex.
3.9 Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed
Artikel 3.9.1 Betekenis van de begrippen
‘Maatschappelijk vastgoed’ komt als volgt te luiden:
- -
Maatschappelijk vastgoed: gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van een rechtspersoon. Het gaat om uitsluitend:
- 1.
een zorgaanbieder in de langdurige zorg, met uitzondering van ziekenhuizen en zorgaanbieders in de eerstelijnszorg, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- 2.
een culturele algemeen nut beogende instelling, of een daaraan gelieerde instelling, met maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom;
- 3.
een stichting, vereniging of coöperatie ter exploitatie en beheer van gebouwen met een publieksfunctie, zijnde buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of gemeenschapscentrum, welke maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom heeft.
Artikel 3.9.13 Staatssteun
In de eerste zin komt één keer ‘of’ te vervallen
3.13 Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel
Artikel 3.13.1 Betekenis van begrippen
Aanhef komt als volgt te luiden:
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
Voor ‘energieleverende parkeerterrein’ wordt toegevoegd:
- -
Congestion Service Provider (CSP): een tussenpartij tussen de aanvrager en de netbeheerder, en heeft als belangrijkste taak om lokale stroomoverschotten- en tekorten op te vangen wanneer de netbeheerder ergens in het elektriciteitsnet congestie verwacht.
Na ‘energieleverende parkeerterrein’ wordt toegevoegd:
- -
Regionale netbeheerder (RNB): een nutsbedrijf dat elektriciteit vanaf het landelijk hoogspanningsnet aan gebruikers levert via het regionale elektriciteitsnet.
Artikel 3.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 na onderdeel d wordt toegevoegd:
- e.
de aanvrager kan aantonen dat zij een transportovereenkomst met de netbeheerder kan krijgen, tenzij het een initiatief voor eigen gebruik is (zelfvoorzienendheid);
- f.
de aanvrager spant zich zoveel mogelijk in om het project zo netneutraal mogelijk uit te voeren;
- g.
als sprake is van een batterij voor lokale tijdelijke opslag als onderdeel van het energieleverend parkeerterrein dan gelden aanvullend de volgende voorwaarden:
- 1.
de aanvrager moet een contract met een CSP of zelf een CSP-rol hebben;
- 2.
de aanvrager moet een capaciteitsbeperkingscontract aangaan met de RNB;
- 3.
de aanvrager moet een biedplicht contract afsluiten met de RNB.
3.16 Stimuleren energie-innovatie
Artikel 3.16.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 4: vervallen
Na paragraaf 3.20 wordt paragraaf 3.21 toegevoegd:
3.21 Ondernemers begeleiden naar een duurzaam bedrijventerrein
Artikel 3.21.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Aanjager: een ondernemer, parkmanager of een adviseur die de verduurzaming van een
- -
bedrijventerrein op gang brengt of versnelt.
- -
Bedrijventerrein: het geheel aan gebouwen en terreinen voor bedrijven en industrie, inclusief toevoerwegen en tussengelegen water.
- -
Sprintsessie: een bijeenkomst over verduurzaming van een bedrijventerrein. Ondernemers, parkmanagement, gemeente, de netbeheerders en andere relevante partijen komen bij elkaar om de situatie op een bedrijventerrein te bepalen, belemmeringen in kaart te brengen en mogelijke oplossingen te bedenken. De meest kansrijke ideeën zullen verder uitgewerkt worden door de deelnemende partijen.
- -
Verduurzamen: het maximaal benutten van lokale opwek, opslag en verbruik van hernieuwbare energie om tot een betere, rendabele en duurzame en efficiënte energiehuishouding te komen. Met als doel het afbouwen van fossiele brandstoffen en technieken.
Artikel 3.21.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit door ondernemers op een bedrijventerrein te ondersteunen om een succesvolle sprintsessie te organiseren voor het verduurzamen van het bedrijventerrein.
Artikel 3.21.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor het opleiden van een aanjager die een succesvolle sprintsessie organiseert voor een bedrijventerrein in Overijssel.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
- b.
De volgende activiteiten en inspanningen van de aanjager komen voor de subsidie in aanmerking:
- 1.
het volgen van relevante trainingen over energiezaken die vanuit Nieuwe Energie Overijssel en het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen worden aangeboden;
- 2.
voorbereidingssessies over de toepassing van de methode zoals opgenomen in het handboek in samenwerking met de provincie
- 3.
coaching en training door een door de provincie ingehuurde, ervaren aanjager op het gebied van persoonlijke vaardigheden;
- 4.
het opdoen van kennis en ervaring om een sprintsessie te organiseren;
- 5.
de voorbereiding en uitvoering van een sprintsessie, waaronder het huren van een locatie.
- 3.
De betrokken aanjager is niet al eerder opgeleid met behulp van subsidie op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 3.21.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een ondernemersvereniging, een coöperatie of een stichting van ondernemingen.
- 2.
Als er geen actieve ondernemersvereniging is, dan is de aanvrager een onderneming die namens meerdere ondernemers de aanvraag indient.
Artikel 3.21.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De subsidie is een vast bedrag. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
Artikel 3.21.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie is € 15.000,- per aanvraag.
- 2.
Per bedrijventerrein wordt maximaal één keer subsidie verstrekt op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 3.21.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Ondernemers begeleiden naar een duurzaam bedrijventerrein.
- 3.
De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 3.21.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Er geldt een subsidieplafond voor de jaren 2025 tot en met 2027.
Artikel 3.21.9 Aanvullende verplichtingen
- 1.
De subsidieontvanger is verplicht om samen te werken met een aanjager die:
- a.
binnen drie maanden start met de voorbereidingen voor de sprintsessie en de sprintsessie binnen twaalf maanden heeft uitgevoerd;
- b.
voorafgaand aan het organiseren van een eigen sprintsessie, minimaal één keer een sprintsessie bijwoont die georganiseerd is door de provincie.
- 2.
Zowel de aanvrager als de deelnemers aan de sprintsessie werken mee aan de evaluatie van deze subsidieregeling.
- 3.
De subsidieontvanger is verplicht de aanjager in te zetten en daarvoor te betalen.
Artikel 3.21.10 Geen staatssteun
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
Artikel 3.21.11 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
4.2 Meer Bos in Overijssel
Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2: tussen ‘een’ en ‘taxateur’ wordt gevoegd: onafhankelijke
Artikel 4.2.10 Aanvullende verplichtingen
Lid 1, onderdeel d: het woord ‘alle’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.11 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.2.11 Bevoorschotting
Een voorschot wordt pas verleend nadat de ondertekende uitvoeringsovereenkomst door de subsidieontvanger is ingeleverd.
4.4 Advies en ondersteuning Agro&food in Overijssel
Artikel 4.4.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 sub c: aanhef komt als volgt te luiden: het opstellen van een bedrijfsplan of een ondernemersprofiel voor de overgang naar kringlooplandbouw, de overgang naar een andere soort agrarische of niet-agrarische activiteit of het beëindigen van de landbouwonderneming. Het bedrijfsplan of het ondernemersprofiel beschrijft in ieder geval:
4.8 Groene schoolpleinen
Artikel 4.8.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
Het groene schoolplein wordt gerealiseerd op basis van een ontwerp. Dit ontwerp wordt opgesteld in samenwerking met de directe gebruikers door:
- a.
een deskundige op het gebied van speelnatuur. Suggesties kunt u vinden op www.natuurvoorelkaar.nl. De deskundigheid wordt aangetoond door minimaal twee actuele, dat wil zeggen niet langer dan 3 jaar geleden uitgevoerde, referentieprojecten op het gebied van speelnatuur;
- b.
een deskundige, waarbij de deskundigheid wordt aangetoond door middel van het ingediende ontwerp.
Artikel 4.8.8 Aanvraag
Lid 4, onderdeel c komt als volgt te luiden:
- c.
twee referentieprojecten van speelnatuur die niet langer dan 3 jaar geleden zijn uitgevoerd, als de deskundige niet is opgenomen in de lijst van groene ondersteuners op de site www.groeneschoolpleinenoverijssel.nl
4.23 Samenwerking (voor)verkenningsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel 2025
Bijlage 1 komt als volgt te luiden:
Bijlage I
|
|
Deelgebied
|
Naam initiatief
|
|
1
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Dinkeldal
|
|
2
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Mander Esch
|
|
3
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Ootmarsum
|
|
4
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Beuningen
|
|
5
|
Noordoost-Twente
|
Gebiedsproces Lattrop - Brecklenkamp
|
|
6
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces Polder Mastenbroek/Zuiderzeepoldertje
|
|
7
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces Boeren Blokzijl
|
|
8
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces Veldiger Binnenlanden
|
|
9
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces De Melm
|
|
10
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces Rouveen (voorheen bekend als Coöperatief Plan Staphorst)
|
|
11
|
Noordwest-Overijssel
|
Gebiedsproces Polder Giethoorn
|
|
12
|
Salland
|
Gebiedsproces Welsum
|
|
13
|
Salland
|
Gebiedsproces Oxe-Bathmen-Zuidloo-Loo (voorheen bekend als Oxe/Zuidloo en Oxe/Bathmen)
|
|
14
|
Salland
|
Gebiedsproces 't Rozendael
|
|
15
|
Salland
|
Gebiedsproces Lierderbroek-Sekdoorn
|
|
16
|
Salland
|
Landgoederenproject Salland OPG
|
|
17
|
Salland
|
Gebiedsproces Bolwerksweiden Deventer
|
|
18
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Landgoederenzone Vechtdal
|
|
19
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Landgoed Junne
|
|
20
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Stegeren boert door!
|
|
21
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Archem-Eerde
|
|
22
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Witharen
|
|
23
|
Vechtdal
|
Gebiedsproces Boeren Lemelerveld
|
|
24
|
West-Twente
|
Gebiedsproces CATB Wierden
|
|
25
|
West-Twente
|
Gebiedsproces Haarle
|
|
26
|
West-Twente
|
Gebiedsproces Bornebroek
|
|
27
|
West-Twente
|
Gebiedsproces Huize Almelo
|
|
28
|
West-Twente
|
Gebiedsproces Markelo-Noord
|
|
29
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Zuidoost-Haaksbergen (voorheen bekend als Buurse)
|
|
30
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Broekheurne
|
|
31
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Twickel
|
|
32
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Landgoederenzone Diepenheim
|
|
33
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Herikerberg
|
|
34
|
Zuidoost-Twente
|
Gebiedsproces Borne
|
4.24 Proefproject belonen duurzame landbouwers Overijssel 2025-2028
Artikel 4.24.5 lid 1 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.24.5. Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf:
- a.
11 november 2024 om 9.00 uur en moet uiterlijk 16 december 2024 voor 17.00 uur ontvangen zijn, en;
- b.
19 mei 2025 om 9.00 uur en moet uiterlijk 16 juni 2025 voor 17.00 uur ontvangen zijn.
4.27 Alternatieve verblijfplaatsen beschermde diersoorten
Artikel 4.27.1 Betekenis van de begrippen
Een nieuw begrip wordt onderaan toegevoegd, dat luidt:
Artikel 4.27.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 onderdeel a komt als volgt te luiden:
- a.
de alternatieve verblijfplaats wordt ingericht zoals beschreven is in het handboek en het beleidskader;
Artikel 4.27.7 Subsidieaanvraag
Lid 4 onderdeel a komt als volgt te luiden:
- a.
een compensatieplan. In het compensatieplan staat minimaal: hoeveelheid compensatie en type per soort;
Lid 4 onderdeel b komt als volgt te luiden:
- b.
de beoogde locaties van de verblijfplaatsen opgenomen op een kaart van het (pre-)SMP-gebied. Als het een digitale kaart is dan moet het bestand voldoen aan de voorwaarden als opgenomen in de Eisen van Levering Geografische Informatie die te vinden zijn op regelen.overijssel.nl en wordt gebruik gemaakt van de template die naar de gemeentelijke contactpersoon is toegestuurd, dan wel bij de provincie is op te vragen.
Bijlage 1 komt als volgt te luiden:
Bijlage 1 Overzicht maximale subsidie per gemeente 4.27 Alternatieve verblijfplaatsen beschermde diersoorten
|
Gemeente
|
Minimaal aantal te realiseren verblijfplaatsen
|
Maximaal subsidiebedrag
|
|
Almelo
|
29
|
€ 35.078,43
|
|
Borne
|
10
|
€ 12.096,01
|
|
Dalfsen
|
31
|
€ 37.497,64
|
|
Deventer
|
44
|
€ 53.222,45
|
|
Dinkelland
|
40
|
€ 48.384,05
|
|
Enschede
|
47
|
€ 56.851,25
|
|
Haaksbergen
|
15
|
€ 18.144,02
|
|
Hardenberg
|
85
|
€ 102.816,10
|
|
Hellendoorn
|
40
|
€ 48.384,05
|
|
Hengelo
|
33
|
€ 39.916,84
|
|
Hof van Twente
|
30
|
€ 36.288,03
|
|
Kampen
|
48
|
€ 56.832,84
|
|
Losser
|
25
|
€ 30.240,03
|
|
Oldenzaal
|
20
|
€ 24.192,02
|
|
Olst-Wijhe
|
33
|
€ 39.916,84
|
|
Ommen
|
21
|
€ 25.401,62
|
|
Raalte
|
27
|
€ 32.659,23
|
|
Rijssen-Holten
|
21
|
€ 25.401,62
|
|
Staphorst
|
22
|
€ 26.611,23
|
|
Steenwijkerland
|
108
|
€ 118.356,78
|
|
Tubbergen
|
30
|
€ 36.288,03
|
|
Twenterand
|
26
|
€ 31.449,63
|
|
Wierden
|
14
|
€ 16.934,42
|
|
Zwartewaterland
|
29
|
€ 33.850,42
|
|
Zwolle
|
39
|
€ 45.946,43
|
|
Totaal
|
867
|
€ 1.032.760,00
|
4.29 Omschakeling naar biologische melkveehouderijen
In de titel van deze regeling wordt ‘melkveehouderijonderneming’ vervangen door: landbouw
Artikel 4.29.1 Betekenis van de begrippen
‘Melkveehouderijonderneming’ wordt vervangen door:
- -
Landbouwonderneming: een onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten.
Artikel 4.29.2 Doel van de subsidieregeling
‘melkveehouderijonderneming’ wordt vervangen door: landbouwonderneming ‘melkprijs’ door: prijs
Artikel 4.29.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 4: ‘melkveehouderijonderneming’ wordt vervangen door: landbouwonderneming
Artikel 4.29.4 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.29.4 Aanvrager
De aanvrager is een landbouwonderneming met landbouwgrond.
Artikel 4.29.6 Hoogte van de subsidie
Lid 3: ‘verleendvanaf’ wordt vervangen door: verleend vanaf
Artikel 4.29.7 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026
Lid 2: ‘melkveehouderijen’ wordt vervangen door: landbouw
Artikel 4.29.9 Aanvullende verplichtingen
Sub b: ‘melkveehouderij’ wordt vervangen door: landbouwonderneming
Sub d: ‘biologische melk’ wordt vervangen door: biologisch
4.32 Sociaaleconomisch perspectief buitengebied
Artikel 4.32.2 Doel van de subsidieregeling
'willen we' wordt vervangen door: wil de provincie
4.33 Natuur voor Elkaar- inwonersinitiatieven
Artikel 4.33.1 Betekenis van de begrippen
Het begrip ‘Arrangement’ komt als volgt te luiden: Een aanvraag die past binnen één van de genoemde categorieën.
Het begrip ‘Speelaanleiding’ komt als volgt te luiden: een speelaanleiding nodigt uit tot divers speelgedrag, bijvoorbeeld een liggende boomstam, keien, speelheuvel, stromend water en wilgentenen tunnel, maar niet een speeltoestel, zoals schommel, wipkip en glijbaan.
Artikel 4.33.2 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.33.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bevorderen dat lokale groepen zich verantwoordelijk voelen voor de eigen natuurlijke leefomgeving en zelf een actieve bijdrage leveren aan de realisatie van meer beleefbaar, groenversterking van de biodiversiteit en klimaatadaptatie en het vergroten van de waardering en beleving van natuur. Zowel de natuur dichtbij, van insect tot vogels, als de natuurgebieden met bijzondere planten en dieren. Specifieke aandacht gaat uit naar kinderen en mensen die weinig toegang hebben tot de natuur, bijvoorbeeld vanwege ziekte of gezondheidsproblemen, zodat ze toch van de natuur kunnen genieten en zo hun herstel of welzijn kunnen bevorderen.
Artikel 4.33.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1. Een onderdeel e wordt toegevoegd, dat luidt:
- e.
Liefde voor Natuur: vergroten van het besef en beeld dat ook mensen natuur zijn en dat natuur bijdraagt aan een gezond leven.
Lid 2, onderdeel c. ‘jaar’ wordt vervangen door: kalenderjaar
Lid 2, onderdeel f. ‘fhet’ wordt vervangen door: het
Lid 2. Een nieuw onderdeel j wordt toegevoegd, dat luidt:
Lid 2. Een nieuw onderdeel k wordt toegevoegd, dat luidt:
- k.
grondwerk: indien grondwerk, bemesting en grondverbetering nodig is, dan bedraagt de subsidie hiervoor maximaal 25% van de subsidiabele kosten.
Lid 7 wordt omgenummerd naar 8
Een nieuw lid 7 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 7.
De activiteiten in arrangement e (Liefde voor Natuur) voldoen aan de volgende extra voorwaarden:
- a.
de aanvrager ontwikkelt en voert één of een reeks activiteiten uit, die kennis, kunde en liefde over natuur en biodiversiteit vergroten bij nieuwe doelgroepen, binnen en/of buiten de bebouwde kom;
- b.
de aanvrager ontwikkelt nieuwe communicatiemiddelen over Overijsselse natuur/biodiversiteit/Natuur voor Elkaar-onderwerpen om nieuwe doelgroepen te bereiken en/of op een positieve manier natuur dichtbij mensen onder de aandacht te brengen;
- c.
de aanvrager ontwikkelt een project waarbij met techniek de liefde voor natuur wordt vergroot;
- d.
de aanvraag scoort minimaal 75 punten op basis van de tabel 6.
Artikel 4.33.6 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.33 .6 Hoogte van de subsidie
De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is het bedrag dat opgenomen is in het arrangement van het betreffende initiatief. Het minimale subsidiebedrag is:
- a.
€ 2.000,- voor arrangement D (Inwoners voor Soorten) en het maximale subsidiebedrag is € 20.000,-;
- b.
€ 1.000,- voor arrangement E (liefde voor Natuur) en het maximale subsidiebedrag is € 7.500,-;
- c.
€ 5.000,- voor de andere arrangementen en het maximale subsidiebedrag is € 30.000,-.
Artikel 4.33.9 Subsidieaanvraag
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
De aanvrager levert daarnaast in:
- a.
het formulier prétoets van het Uitvoeringteam Natuur voor Elkaar;
- b.
een projectplan met daarin in ieder geval het ontwerp, het beplantingsplan en de begroting van het project;
- c.
als de aanvrager niet de eigenaar van de grond is: een verklaring van de eigenaar van de grond dat deze instemt met de realisatie van het initiatief op zijn grond.
Lid 4 komt te vervallen.
Tabel 3: Aanvullende scoretabel voor arrangement b (Natuurlijk Spelen)
Bij wegingscriterium 1 komt de tekst in de kolom ‘Beoordeling’ als volgt te luiden:
Onvoldoende: 0 punten
Voldoende: 15 punten
Goed: 30 punten
Een nieuwe tabel 6 wordt ingevoegd, die luidt:
Tabel 6: Aanvullende scoretabel, voor arrangement e (Liefde voor Natuur)
|
Wegingscriteria
|
Beoordeling
|
Totale score
|
|
1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan vernieuwing en verrijking van bestaand aanbod
|
Niet: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
|
2. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan bereiken van groepen Overijsselaren die nu ver af staan van natuur. Denk aan:
- a.
Kinderen, leeftijd 0 – 12;
- b.
Jongeren, leeftijd 13 - 21;
- c.
Mensen die in wijken wonen waar natuur verder weg is;
- d.
Mensen die zorg nodig hebben.
- e.
Doelgroep met aantoonbare afstand tot groen.
|
Per gebied: 5 punten
(maximaal 25 punten)
|
|
|
3. In het projectvoorstel zijn de resultaten concreet geformuleerd; wat levert de investering op en welke impact heeft dat voor mens en natuur.
|
Niet: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
|
4. De activiteit wordt uitgevoerd door meerdere partijen/organisaties, waarbij een cross-over met verschillende karakter van toepassing is:
|
Per gebied: 5 punten
(maximaal 30 punten)
|
|
|
5. Mate waarin activiteit aanzet tot actie om zelf iets in de eigen (werk-)omgeving te ondernemen of op andere manieren actief te worden voor de leefomgeving.
|
Niet: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
|
6. De activiteit kan eenvoudig door anderen op verschillende locaties worden geïmplementeerd.
|
Niet: 0 punten
Voldoende: 5 punten
Goed: 10 punten
|
|
|
Totaal aantal te behalen punten: (maximaal: 95)
|
|
|
4.34 Natuur voor Elkaar Creatie en Innovatie
Artikel 4.34.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1. Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt:
- d.
projecten van Overijsselse gemeenten die met het project of eerstelijns ondersteuning bijdragen leveren aan minimaal twee van de programmalijnen uit het Investeringsvoorstel en Programmaplan, te weten de programmalijnen: Liefde voor de Natuur, Natuur in de Buurt en Natuur voor Mensen.
Lid 2. Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt:
- d.
de activiteit voldoet aan minimaal de ‘adviseren’ en bij voorkeur de ‘produceren’ trede van de participatievisie van de provincie Overijssel.
Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 6.
De activiteit project of eerstelijns ondersteuning Overijsselse gemeenten voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden:
- a.
de aanvrager is de uitvoerder van de activiteit;
- b.
de activiteit vormt aantoonbaar een oplossing voor een vraag van de beoogde gebruikers of hun vertegenwoordigers;
- c.
de activiteit scoort minimaal 135 punten op basis van Scoretabel 1;
- d.
de activiteit richt zich op de openbare ruimte of op een plek die vrij toegankelijk of openbaar beleefbaar is.
Artikel 4.34.6 Hoogte van de subsidie
Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 4.
De subsidie voor de projecten van Overijsselse gemeenten is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €10.000,- per Overijsselse gemeente.
Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 5.
Een Overijsselse gemeente mag 1 keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling.
Artikel 4.34.7 Subsidieaanvraag
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
De aanvrager levert aanvullend een projectplan in. Het is verplicht het voorgeschreven format te gebruiken. In dit plan is beschreven hoe en in welke mate wordt bijgedragen aan de voorwaarden van de subsidiabele activiteiten zoals opgenomen in deze regeling en in scoretabel 1 en bijlage 2.
Artikel 4.34.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Lid 2. Een nieuw onderdeel c wordt toegevoegd, dat luidt:
- c.
Het uitvoeren van projecten door Overijsselse gemeenten.
Artikel 4.34.10 Staatssteun
Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt:
- 4.
De subsidie aan een gemeente is geen staatssteun.
Scoretabel 1
Bij Criterium b wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘15’ vervangen door: 5
Bij Criterium b wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘30’ vervangen door: 10
Bij Criterium d wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘5’ vervangen door: 15
Bij Criterium d wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘10’ vervangen door: 30
Bij Criterium f wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘5’ vervangen door: 15
Bij Criterium f wordt in de kolom ‘Te behalen punten’ ‘10’ vervangen door: 30
In de kolom: ‘Totaal aantal te behalen punten’ wordt ‘175’ vervangen door: 195
Na paragraaf 4.39 wordt een nieuwe paragraaf 4.40 toegevoegd:
4.40 Ondersteuning transport en opvang gewonde in het wild levende inheemse dieren
Artikel 4.40.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
- -
Inheemse diersoorten: dieren die van nature in Nederland voorkomen. De instandhouding en bescherming van deze diersoorten volgt uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en de Omgevingswet. De lijst van inheemse diersoorten is te vinden op https://www.nederlandsesoorten.nl/.
Artikel 4.40.2 Doel van de subsidieregeling
Deze regeling voorziet in een kostenvergoeding voor de Overijsselse dierenambulances en dierenopvangen die zorgdragen voor inheemse diersoorten, door hen eenmalig financieel te ondersteunen. Hiermee draagt provincie bij aan de bescherming en instandhouding van in het wild levende inheemse diersoorten.
Artikel 4.40.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor kosten van transport en/of opvang van in Overijssel gevonden gewonde, in het wild levende inheemse diersoorten als bedoeld in artikel 4.40.1.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de voorwaarde dat deze bij wet zijn toegestaan. De subsidie wordt niet besteed aan activiteiten die niet wettelijk zijn toegestaan, zoals vervoer van bepaalde diersoorten die van nature niet in Nederland in het wild voorkomen en/of exoten.
Artikel 4.40.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV of een NV.
- 2.
De aanvrager is volgens haar (statutaire) doelstelling een dierenambulance of een dierenopvang (mede) voor in het wild levende inheemse diersoorten als bedoeld in artikel 4.40.1.
- 3.
De aanvrager richt zich volgens haar doelstelling (mede) op het transport en/of de opvang van in het wild levende inheemse dieren.
- 4.
De aanvrager is gevestigd in Overijssel of is diens activiteiten vinden daar aantoonbaar plaats.
- 5.
Als de aanvrager een wildopvangcentrum of dierenopvang is, beschikt deze over een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten en zo nodig over een omgevingsvergunning natuur (stikstof) of andere benodigde vergunningen om in ieder geval in het wild levende inheemse diersoorten op te vangen.
- 6.
Als de aanvrager een dierenambulance is, is deze aangesloten bij de Federatie Dierenambulances Nederland, Dierenbescherming Nederland of Dierenlot.
- 7.
Als de aanvrager een dierenambulance is, is deze een volgens het CBF erkende Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
Artikel 4.40.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De subsidie is een vast bedrag per aanvrager. Alle kosten die worden gemaakt voor transport en/of opvang van in Overijssel gevonden gewonde, in het wild levende inheemse, diersoorten als bedoeld in artikel 4.40.1, zijn subsidiabel mits deze voldoen aan de voorwaarden uit artikel 4.40.3. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.
Artikel 4.40.6 Hoogte van de subsidie
De subsidie wordt als volgt berekend: het beschikbare subsidieplafond wordt evenredig verdeeld over de aanvragers van alle complete aanvragen die op de sluitingsdatum van de regeling zijn ingediend en die aan de voorwaarden uit deze regeling voldoen. Dit betekent dat alle aanvragers eenzelfde subsidiebedrag ontvangen dat is berekend door het beschikbare budget in het subsidieplafond te delen door het aantal aanvragen dat voor de subsidie in aanmerking komt.
Artikel 4.40.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 5 mei 2025 9.00 uur en moet uiterlijk 4 juli 2025 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Ondersteuning opvang gewonde in het wild levende dieren.
- 3.
Het is niet nodig om een begroting in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 4.40.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode die is opgenomen in artikel 4.40.7 lid 1.
Artikel 4.40.9 Staatssteun
De subsidie levert geen staatssteun op.
Artikel 4.40.10 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 1 december 2025, om 17.00 uur.
5.5 Verduurzamen mobiliteitsbeleid werkgevers
Artikel 5.5.1 Doel van de subsidieregeling
De tweede zin komt als volgt te luiden:
Dit door werkgevers te belonen die hun werknemers stimuleren bewuster te kiezen voor de juiste vervoerswijze op het juiste moment. Zo wordt bijgedragen aan meer ‘keuzereizigers’ en wordt ingezet op het spreiden en mijden van mobiliteit.
Artikel 5.5.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: na de laatste zin wordt een nieuwe zin toegevoegd: De maatregelen komen voort uit de vooraf verplicht in te vullen inventarisatietools die Overijssel Onderweg gratis aanbiedt: de Mobiliteitsindex en de MobilityAnalyst.
Lid 2 sub a komt als volgt te luiden:
- a.
de maatregelen richten zich op verkeersdeelnemers. Primair zijn dit de werknemers van de werkgevers, secundair kan het ook effect hebben op andere doelgroepen zoals bezoekers en studenten;
Lid 2 sub c: ‘onder een van de thema’s’ wordt vervangen door: onder één van de thema’s.
Lid 2 sub e: ‘50’ wordt vervangen door: 10
Lid 2 sub f: komt als volgt te luiden:
- f.
de begrote kosten minder zijn dan de te verlenen subsidie.
Artikel 5.5.3 Aanvrager
Lid 1: ‘50’ wordt vervangen door: 10
Artikel 5.5.5 komt als volgt te luiden:
Artikel 5.5.5 Hoogte van de subsidie
De subsidie is een vast bedrag van:
- a.
€ 2.500,- voor werkgevers met 10-49 werknemers in dienst;
- b.
€ 5.000,- voor werkgevers met 50-99 werknemers in dienst;
- c.
€ 10.000,- voor werkgevers met 100-250 werknemers in dienst;
- d.
€ 20.000,- voor werkgevers met meer dan 250 werknemers in dienst.
Artikel 5.5.6 Subsidieaanvraag
Achter lid 2 wordt een punt gezet en lid 3 en 4 worden toegevoegd:
- 3.
De aanvrager levert een projectplan van minimaal 1 x A4-formaat en maximaal 5 x A4-formaat in. In het projectplan staat een korte beschrijving van de geplande maatregelen en een eerste inschatting van de verwachte kosten.
- 4.
Het is niet nodig om een begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
Artikel 5.5.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
‘2024’ wordt vervangen door: 2025
5.6 Verbeteren infrastructuur openbaar vervoer
Artikel 5.6.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 sub a: na de laatste zin wordt toegevoegd: Ook het plaatsen van flexRRReishalteborden valt hieronder.
Lid 1 sub b: na ‘het verwijderen’ wordt toegevoegd: of aanpassen
Lid 2 sub c: na ‘subsidieaanvraag’ wordt toegevoegd: of uiterlijk 4 maanden daarvoor een relevante ontwikkeling in het aanbod of gebruik van het openbaar vervoer, bijvoorbeeld
Na ‘dienstregeling’ wordt een komma geplaatst
Artikel 5.6.8 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘1 mei 2024’ wordt vervangen door: 1 mei 2025 en ‘16 september 2024’ wordt vervangen door: 16 september 2025
Lid 3: de volgende zin wordt toegevoegd: Een offerte mag ook onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie afgegeven zijn.
Artikel 5.6.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
Twente, wat betreft de Gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden;
- b.
West Overijssel, wat betreft de Gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.
Artikel 5.6.12 Looptijd
‘2026’ wordt vervangen door: 2027
6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
Artikel 6.3.8 Puntenscore voor de kwaliteit
Lid 1: Aanhef in lid 1 komt als volg te luiden: Een aanvraag die voldoet aan de voorwaarden die genoemd zijn in de artikelen 6.3.3 en 6.3.4 krijgt maximaal 100 punten voor de volgende kwaliteitsvoorwaarden:
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
De aanvraag moet per kwaliteitsvoorwaarde, zoals genoemd in lid 1 minimaal 10 punten scoren.
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
De totale score van de aanvraag moet minimaal 50 punten zijn.
Lid 4: aanhef in lid 4 komt als volgt te luiden:
Als een aanvraag voldoet aan de in lid 2 en 3 genoemde voorwaarden, worden de punten op de kwaliteitsvoorwaarde zoals genoemd onder lid 1 onderdeel d, verdubbeld als de aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bijdraagt aan één of meerdere van de volgende tien prioriteiten uit de Nationale Technologie Strategie:
Lid 5: vervallen
6.13 Digitale en circulaire industrie Overijssel
Artikel 6.13.1 Betekenis van de begrippen
EDIH-assessment: ‘Europese commissie’ wordt vervangen door: Europese Commissie
‘het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat’ wordt vervangen door: het Ministerie van Economische Zaken
Artikel 6.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3 sub b: ‘een of meer’ wordt vervangen door: één of meer
Lid 3 sub d komt als volgt te luiden:
- d.
de activiteiten zijn naar het oordeel van Gedeputeerde Staten direct van belang voor de aanvrager en dragen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bij aan de circulariteit van de onderneming. Dit betekent bijvoorbeeld dat een algemeen onderzoek over circulariteit niet voor de subsidie in aanmerking komt;
Artikel 6.13.3a pretoets
Vervallen
Artikel 6.13.8 Subsidieaanvraag
Lid 1 komt als volgt te luiden:
- 1.
De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 12 mei 2025 om 9.00 uur en moet uiterlijk 30 november 2025 voor 17.00 uur ontvangen zijn.
Lid 3 komt als volgt te luiden:
- 3.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
voor de digitaliseringsactiviteiten zoals opgenomen in artikel 6.13.3 eerste lid sub a:
- 1.
het EDIH-digitaliseringsplan. In het plan staat wanneer het EDIH-assessment is uitgevoerd;
- 2.
offerte(s) van de kosten van de digitaliseringsactiviteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De offerte is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan 12 weken.
- b.
voor de circulaire activiteiten zoals opgenomen in artikel 6.13.3 eerste lid sub b:
- 1.
een verklaring van een adviseur van Kennispoort, Novel-T of Oost NL waarin is aangegeven of de voorgenomen activiteiten van de aanvrager direct van belang zijn voor de aanvrager en bijdragen aan de circulariteit van de onderneming en de uitvoering wordt gedaan door een deskundige derde;
- 2.
offerte(s) van de kosten van de circulaire activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De offerte is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan 12 weken.
Artikel 6.13.9 komt als volgt te luiden:
Artikel 6.13.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de indieningstermijn zoals opgenomen in artikel 6.13.8 eerste lid.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
het uitvoeren van digitaliseringsactiviteiten;
- b.
het uitvoeren van circulaire activiteiten.
6.15 Ons toeristisch Mkb: groen, digitaal en toegankelijk
Artikel 6.15.3 Aanvrager
Sub b: 80% wordt vervangen door: 50%
Het punt achter ‘Buitensport’ wordt verwijderd.
6.18 Regio Deal Regio Zwolle 2024-2028
Artikel 6.18.12 Aanvullende verplichtingen
‘2027’ wordt vervangen door: 2028
Een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd:
6.19 Regio Deal Regio Zwolle II - Gebiedsarrangementen en losse initiatieven
Artikel 6.19.1 Betekenis van enkele begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Gebiedsarrangement: een samenhangend pakket van initiatieven/projecten, die gezamenlijk bijdragen aan het verbeteren van de brede welvaart in het deelgebied en daarmee in de regio Zwolle.
- -
Regio Deal Regio Zwolle II: het convenant dat het Rijk met de Regio Zwolle heeft gesloten voor de periode 2024-2028. De Regio Deal richt zich op het aanpakken van kwetsbaarheden op het gebied van economie, arbeidsmarkt en ruimte, met als doel brede welvaart in de regio te verbeteren en op lange termijn te behouden. Regio Deal Regio Zwolle II | Convenant | Rijksoverheid.nl
- -
Regiokassier: de provincie Overijssel die ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal de taak van kassier vervult.
- -
Regionale private financiering: voor de activiteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een private regiopartner.
- -
Regionale publieke financiering: voor de activiteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een publieke regiopartner, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk.
- -
Regio Zwolle: het informele samenwerkingsverband van organisaties als genoemd in de Deal Regio Zwolle II als betrokken organisatie, bestaande uit: 22 gemeenten en 4 provincies, ondernemers, maatschappelijke organisaties en onderwijsinstellingen.
- -
Rijksbijdrage: specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering Regio Deals vierde tranche.
Artikel 6.19.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling draagt de provincie, als regiokassier, bij aan de uitvoering van de Regio Deal Zwolle 2024-2028. Dit door de SPUK-uitkering Regio Deal Regio Zwolle II te besteden aan activiteiten die bijdragen aan de brede welvaart in Regio Zwolle. Deze subsidieregeling richt zich specifiek op het verbeteren van de leefbaarheid en leefomgeving in de Regio Zwolle (programmalijnen 2 en 3 van de Regio Deal Regio Zwolle II).
Artikel 6.19.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor:
- a.
de uitvoering van een gebiedsarrangement bestaande uit deelprojecten op het gebied van leefbaarheid en leefomgeving;
- b.
losse initiatieven zijnde:
- 1.
toepassingsgericht onderzoek en de ontwikkeling van kennisproducten die meer inzicht geven in de witte vlekken op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusief ontwikkelen;
- 2.
initiatieven op het gebied van klimaat op particulier terrein.
- 2.
De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteiten worden uitgevoerd in de Regio Zwolle of de effecten van de activiteiten zijn voor het grootste deel merkbaar in de Regio Zwolle;
- b.
minimaal 50% van de kosten van de activiteiten worden gedekt met regionale publieke en/of private cofinanciering. De cofinanciering is aantoonbaar geregeld;
- c.
de activiteiten dragen bij aan de verbetering van de (sub)regionale brede welvaart;
- d.
er wordt samengewerkt met in ieder geval een gemeente;
- e.
er is sprake van een gezamenlijke uitvoering van activiteiten door verschillende regionale partners;
- f.
de activiteiten zijn complementariteit ten opzichte van bestaande activiteiten in de (sub) regio;
- g.
de activiteiten zijn al concreet richting de uitvoering. Dit blijkt onder andere uit
- 1.
de mate waarin de activiteiten uitvoerbaarheid zijn;
- 2.
de mate waarin de risico’s en de bijbehorende beheersmaatregelen zijn beschreven;
- 3.
de mate waarin de monitoring en bijsturing is beschreven;
- 4.
de mate waarin de cofinanciering aannemelijk is gemaakt;
- 5.
de wijze waarop structurele borging na de regiodealperiode is voorzien.
- 3.
Een gebiedsarrangement en de daarin genoemde deelprojecten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
er is sprake van een samenwerkingsproject waarbij 1 partij verantwoordelijk is voor de subsidie of er is sprake van een samenwerkingsververband. Bij een samenwerkingsverband zijn alle deelnemers deel-aanvrager en alle deelnemers zijn voor het eigen deel verantwoordelijk voor de subsidie;
- b.
een gebiedsarrangement bestaat uit zowel projecten op het gebied van leefomgeving als leefbaarheid, gebaseerd op de opgave van de aanvrager;
- c.
deelprojecten op het gebied van leefbaarheid dragen bij aan de volgende doelen:
- 1.
het versterken en behouden van het voorzieningenniveau in kleine en middelgrote kernen verspreid over de regio en passend bij de grote woningbouwopgave (50.000+ woningen);
- 2.
een slimmer georganiseerd zorgaanbod om een kwalitatieve zorgverlening in de uitgestrekte regio mogelijk te blijven maken;
- 3.
het behouden en versterken van de sociale cohesie en vitaliteit van kernen en buurten in de regio;
- 4.
de regio veiliger maken door preventie, versterken van vitaliteit van dorpen en kernen, en aandacht voor veiligheid in relatie tot de leefomgeving en ervaren veiligheid van inwoners.
- d.
deelprojecten op het gebied van leefomgeving dragen bij aan de volgende doelen:
- 1.
de Regio Zwolle ontwikkelen tot een klimaatadaptieve en natuurinclusieve omgeving, door realisatie van concrete integrale gebiedsontwikkelingen die bijdragen aan het verminderen van de kwetsbaarheden;
- 2.
meer inzicht verkrijgen in de kwetsbaarheden van de Regio Zwolle als gevolg van klimaatverandering, teneinde handelingsperspectief te ontwikkelen en deze inzichten te delen;
- 3.
inwoners en ondernemers meer bewust maken van het veranderende klimaat en handvatten geven om zelf klimaatactie te ondernemen.
- e.
in een gebiedsarrangement is in ieder geval aandacht geschonken aan de volgende thema's:
- 1.
voorzieningen: Het realiseren van voldoende bereikbare sociale, culturele en/of maatschappelijke voorzieningen en het ontwikkelen van maatregelen gericht op het stimuleren van een veilige, gezonde en groene woonomgeving, het blijven wonen in je dorp (voor jong en oud) en het versterken van de lokale economie, en
- 2.
positieve gezondheid: Het stimuleren van mensen om naar buiten te gaan, elkaar te ontmoeten, te sporten, bewegen en buiten te spelen. Door de openbare ruimte aantrekkelijk, veilig, groen, gezond, koel en klimaatadaptief in te richten, zodat het uitnodigend is om hier gebruik van te maken, en
- 3.
versterken sociale cohesie: Het stimuleren van initiatieven vanuit de samenleving die leiden tot investeringen met een duurzaam effect op de betrokkenheid bij de samenleving, sociale cohesie en het versterken van noaberschap, en
- 4.
veiligheid: Het nemen van maatregelen in de fysieke leefomgeving en om verschillende doelgroepen weerbaar te maken tegen criminaliteit en overlast.
- f.
er is een grote rol voor eigenaarschap en het zelforganiserend vermogen van inwoners;
- g.
in alle deelnemende gemeenten wordt jaarlijks minimaal een maatschappelijk inwonersinitiatief gericht op het versterken van sociale cohesie, veiligheid en gezondheid van inwoners gestimuleerd en (mede) gefinancierd;
- h.
in alle deelnemende gemeenten wordt minimaal één plek ingericht als gezonde en groene buitenruimte, met oog voor het veilig ontwerpen en beheren van de openbare ruimte.
- 4.
Losse initiatieven op het gebied van ‘onderzoek en de ontwikkeling’, als bedoeld in artikel 6.19.3 lid 1, sub b onder 1, zijn gericht op het ontwikkelen van kennisproducten die inzicht geven in de witte vlekken op het gebied van klimaatadaptatie en natuurinclusief ontwikkelen.
- 5.
Losse initiatieven op het gebied van ‘klimaatgerichte activiteiten op particulier terrein’, als bedoeld in artikel 6.19.3 lid 1 sub b onder 2, gaan over het stimuleren van klimaatgerichte activiteiten op particulier terrein, zoals ontstenen, toepassen van meer groen op dak en in de tuin, planten van bomen en benutten van hemelwater.
Artikel 6.19.4 Aanvrager
De aanvrager is een gemeente, een waterschap, een stichting, een vereniging, een BV of een NV of een penvoerder namens een samenwerkingsverband.
Artikel 6.19.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 van het Ubs zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.
Artikel 6.19.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
- 2.
De maximale subsidie is exclusief de door medeoverheden te compenseren Btw.
- 3.
Gedeputeerde Staten kunnen minder subsidie verlenen dan gevraagd, als bijvoorbeeld uit het advies van de adviescommissie Regio Deal Zwolle II blijkt dat een lager bedrag passender is om daarmee beter bij te dragen aan de doelen van de Regio Deal Zwolle II of als een lager percentage of lager subsidiebedrag is voorgeschreven is op basis van de staatssteunregels.
Artikel 6.19.7 Eigen bijdrage (cofinanciering)
Minimaal 50% van de subsidiabel kosten is voldoende aantoonbaar gedekt met een bijdrage van de aanvrager, partners of derden. De bijdrage van derden mag niet afkomstig zijn vanuit een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk.
Artikel 6.19.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 12 mei om 9.00 uur en moet uiterlijk 28 mei 2025 voor 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Regio Deal Regio Zwolle II – Gebiedsarrangementen en losse initiatieven.
- 3.
De aanvrager levert een begroting met bijbehorend dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Het is verplicht om per deelproject een begroting in te leveren en een totaalbegroting voor de gehele aanvraag. Als sprake is van een aanvraag voor een gebiedsarrangement waarbij de aanvrager een samenwerkingsverband is, levert de penvoerder een begroting en een dekkingsplan in per deelproject.
- 4.
De aanvrager is verplicht om aanvullend een projectplan mee te sturen. Het is verplicht op het beschikbaar gestelde projectplanformat te gebruiken.
- 5.
Als sprake is van een aanvraag van een samenwerkingsverband levert de aanvrager aanvullend:
- a.
een samenwerkingsovereenkomst, en
- b.
een staatssteunverklaring van alle partners in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format Staatssteunverklaring partners te gebruiken. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing.
Artikel 6.19.9 Beschikbaar budget voor de regeling
- 1.
Het subsidieplafond is inclusief de nog aan het Btw-Compensatiefonds af te dragen compensabele Btw van medeoverheden en geldt voor de aanvraagperiode zoals genoemd in artikel 6.19.8., eerste lid.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
deelprojecten op het gebied van leefomgeving; en
- b.
deelprojecten op het gebied van leefbaarheid
Artikel 6.19.10 Adviescommissie Regio Deal Zwolle II
Het ingediende aanvraagvraagformulier, projectplan en de ingediende begrotingen bij de aanvraag voor een gebiedsarrangement of een los initiatief wordt voorgelegd aan de Adviescommissie Regiodeal Zwolle II. De commissie geeft advies of de aanvraag past binnen de kaders de doelenresultaten en acties van de Regio Deal Zwolle II.
Artikel 6.19.11 Voorwaarden rijksbijdrage
- 1.
De subsidie wordt verstrekt onder het voorbehoud dat het Rijk de volledige rijksbijdrage beschikbaar stelt.
- 2.
Als het Rijk de rijksbijdrage niet beschikbaar stelt, of verlaagt, dan kan dit leiden tot verlaging van de verleende subsidie.
Artikel 6.19.12 Voortgangsrapportage
- 1.
De subsidieontvanger levert jaarlijks voor 1 april een tussenrapportage in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde digitale e-formulier te gebruiken.
- 2.
In de voortgangsrapportage staan minimaal:
- a.
de gemaakte kosten en gerealiseerde regionale private financiering en regionale publieke financiering en eigen bijdrage (cofinanciering);
- b.
de voortgang van de activiteiten, waaronder inzicht in verkrijging van de benodigde vergunningen;
- c.
een inhoudelijke planning voor het komende jaar;
- d.
de geplande kosten voor het komende jaar;
- e.
Artikel 6.19.13 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uiterlijk 31 december 2028 uitgevoerd te hebben.
Artikel 6.19.14
Sisa
-verantwoording
De financiële verantwoording van gemeenten loopt via de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code nr. VRO J4 (‘Regio Deals vijfde tranche’) in kolom besteding.
Artikel 6.19.15 Staatssteun
- 1.
Bij besteding van de subsidie zijn gemeenten, provincies en waterschappen verplicht zich te houden aan de Europese regels op het gebied van aanbesteding en staatssteun.
- 2.
Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.
- 3.
Als sprake is van staatssteun dan voldoet de subsidie aan artikel hoofdstuk 1 en artikel 18, 25, 26bis, 28, 29 43, 48 of 49 van de AGVV .
Artikel 6.19.16 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2028 om 17.00 uur.
Paragraaf 7.2 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:
7.2 Restauratie Rijksmonumenten
Artikel 7.2.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
ANBI: algemeen nut beogende instelling, die als zodanig is aangewezen door de Belastingdienst en een ANBI-status heeft op het moment van aanvragen van de subsidie.
- -
Archeologisch (rijks)monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Het is ingeschreven in de categorie ‘archeologie’ in het Rijksmonumentenregister.
- -
Eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op het rijksmonument.
- -
Groen monument: een van rijkswege beschermd monument of zelfstandig onderdeel daarvan, zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg.
- -
Ondernemer: eigenaar die zijn monument bedrijfsmatig gebruikt. Dit houdt in dat de eigenaar op het moment van indiening van de aanvraag:
- a.
belastingplichtig is als bedoeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met dien verstande dat dit onderdeel niet van toepassing is indien de eigenaar uit hoofde van artikel 5, 6, 6a of 6b van die wet van de vennootschapsbelasting is vrijgesteld, hetgeen kan worden vastgesteld aan de hand van gegevens over het laatste boekjaar, voorafgaand aan het moment van aanvraag, waarvan de jaarrekening is vastgesteld en indien van toepassing de belastingaangifte is ingediend; of
- b.
de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 7.2.9 voor het desbetreffende rijksmonument of zelfstandig onderdeel in aftrek zou kunnen brengen op hetzij de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, hetzij het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van die wet.
- -
POM: professionele organisatie voor monumentenbehoud die als zodanig is aangewezen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en op het moment van aanvragen van de subsidie een POM-status heeft.
- -
Rijksmonument: een van rijkswege beschermd gebouwd monument of zelfstandig onderdeel daarvan, dat is opgenomen in het landelijke Monumentenregister. Een orgel dat onderdeel is van een rijksmonument kan als zelfstandig onderdeel gezien worden. Het landelijke Monumentenregister is te vinden op https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/.
- -
Zelfstandig onderdeel: 1. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid, of 2. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw, of 3. alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten, of 4. alle delen gezamenlijk van een archeologisch rijksmonument, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten.
Artikel 7.2.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het behoud van cultureel erfgoed. Dit door restauraties van rijksmonumenten te ondersteunen.
Artikel 7.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verleend voor de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel van een rijksmonument.
- 2.
De restauratie voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
het rijksmonument bevindt zich in Overijssel;
- b.
de restauratie wordt uitgevoerd op basis van een restauratieplan. In het restauratieplan staat minimaal een werkomschrijving waaruit blijkt welke maatregelen worden getroffen. Deze dienen herkenbaar gerelateerd te zijn aan het inspectierapport dat is bedoeld in onderdeel d van dit lid;
- c.
de restauratie wordt uitgevoerd door een aantoonbaar deskundig restauratiebedrijf dat werkt volgens de uitvoeringsrichtlijnen (URL’s) van de stichting ERM. Deze zijn te vinden op https://stichtingerm.nl/kennis-richtlijnen?filter=a1;
- d.
voor de restauratie is een inspectierapport opgesteld. Het inspectierapport beschrijft de technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel daarvan en geeft daarover een kwalificatie van de staat van (het zelfstandig onderdeel van) het monument per onderdeel die luidt: goed, redelijk, matig of slecht. Het inspectierapport is opgesteld door een onafhankelijke, deskundige persoon of instantie. Het inspectierapport is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan twee jaar;
- e.
de voor de restauratie benodigde vergunning van de gemeente of provincie is gekregen of aangevraagd.
Artikel 7.2.4 Opschortende voorwaarde
Als voor de restauratie een vergunning nodig is en deze op het moment van de aanvraag nog niet is verleend, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de betreffende vergunning wordt gekregen.
Artikel 7.2.5 Aanvrager
De aanvrager is de eigenaar van het rijksmonument.
Artikel 7.2.6 Tenderregeling
- 1.
De subsidieregeling is een tenderregeling.
- 2.
Bij een tenderregeling krijgt elke complete subsidieaanvraag punten op basis van Puntentabel 1. De beoordeelde aanvragen worden daarna in volgorde geplaatst op basis van de totaal behaalde punten. Het subsidieplafond wordt verdeeld op basis de totaal behaalde punten.
- 3.
Als twee of meer aanvragen hetzelfde totale aantal punten behalen, dan krijgt de subsidieaanvraag die de hoogste punten heeft op scoreonderdeel 1 (technische of fysieke staat van het monument), voorrang. Als ook dan nog steeds sprake is van een gelijke punten, vindt loting tussen die betreffende aanvragen plaats. De loting wordt uitgevoerd door een notaris.
Artikel 7.2.7 Subsidieaanvraag
- 1.
De subsidieaanvraag kan elk jaar worden ingediend vanaf 7 juli 9:00 uur en moet uiterlijk op 1 september van dat jaar vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
- 2.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Restauratie Rijksmonumenten.
- 3.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
een kostenoverzicht. Het is verplicht om het begrotingsmodel te gebruiken van de Rijksoverheid. Het begrotingsmodel is te vinden op Aanvraag instandhoudingssubsidie voorbereiden | Subsidie instandhouding rijksmonumenten | Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
- b.
een dekkingsplan. U dient dit zelf op te stellen. In het dekkingsplan geeft u aan welke inkomsten van anderen en welke eigen bijdrage u voor de activiteiten verwacht;
- c.
een restauratieplan dat voldoet aan artikel 7.2.3 lid 2;
- d.
een inspectierapport dat voldoet aan artikel 7.2.3 lid 2;
- e.
als sprake is van een zelfstandig onderdeel van een beschermd archeologisch monument, een overzichtskaart waarop de betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven;
- f.
als sprake is van een groen monument of archeologisch monument: een overzichtskaart van de groenaanleg met de plaats van de werkzaamheden en als het een zelfstandig onderdeel betreft, de kadastrale percelen;
- g.
een vergunning van de gemeente voor de uit te voeren werkzaamheden als die al verleend is, een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de werkzaamheden niet vergunningsplichtig zijn of een afschrift van de indiening van de vergunningaanvraag en bijbehorende stukken.
- 4.
De subsidieaanvraag moet vóór de sluitingsdatum compleet zijn.
- 5.
Na sluitingsdatum kunnen er geen inhoudelijke en financiële aanvullingen of wijzigingen meer ingediend worden. Dit geldt niet voor de vergunning. De vergunning mag na sluitingsdatum datum ingediend worden.
- 6.
Er mag geen subsidieaanvraag worden ingediend voor een Rijksmonument die in het Monumentenregister als woonhuis is opgenomen. Dit geldt niet als de aanvrager een van de volgende instanties is:
- a.
een gemeente, waterschap of openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
- b.
een professionele organisatie voor monumentenbehoud (POM) als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Artikel 7.2.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
- 1.
Het subsidieplafond wordt elk jaar vastgesteld en geldt voor de indieningstermijn die in artikel 7.2.7 lid 1 is genoemd.
- 2.
Het subsidieplafond wordt verdeeld op basis van de vastgestelde volgorde volgens artikel 7.2.6 lid 2 en 3. Dit is een afwijking van artikel 1.2.16 lid 2.
- 3.
De verdeling van het subsidieplafond begint bij de subsidieaanvraag met de hoogste score en gaat door tot het subsidieplafond bereikt is.
- 4.
Als de te verstrekken subsidie voor een aanvraag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond, dan wordt het resterende plafondbedrag niet ingezet voor de openstellingsperiode.
Artikel 7.2.9 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidiabele kosten zijn opgenomen in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013 die hoort bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). De Sim wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
- 2.
De subsidiabele kosten zijn minimaal € 50.000,- en maximaal € 1.000.000,-.
Artikel 7.2.10 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor een ondernemer voor gebouwde en groene rijksmonumenten is maximaal 30% van de subsidiabele kosten. De subsidie voor overige eigenaren, waaronder ANBI’s en POM's is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Voor archeologische rijksmonumenten zijn deze percentages respectievelijk 60% voor een ondernemer en 80% voor een andere eigenaar. De subsidie is minimaal € 15.000,- en maximaal € 800.000,-.
Artikel 7.2.11 Bevoorschotting
Het eerste voorschot wordt verleend als de vergunning is ontvangen.
Artikel 7.2.12 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
voordat de restauratieactiviteiten starten, een startgesprek te voeren met een monumentenadviseur die namens de provincie het restauratieproject volgt;
- b.
binnen 6 maanden te starten met de restauratie;
- c.
zich ervoor in te spannen dat op de restauratieplaats minimaal één leerlingplaats voor een leerling in de restauratiebouw, tuin- en parkaanleg of archeologie wordt gerealiseerd.
Artikel 7.2.13 Staatssteun
- 1.
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de AGVV.
- 2.
De subsidie aan een particulier is geen staatssteun.
Artikel 7.2.14 Looptijd
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur.
Puntentabel 1, bij paragraaf 7.2 Restauratie Rijksmonumenten:
|
|
Te behalen punten
|
|
1. De technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel daarvan, blijkend uit de totaalkwalificatie of de kwalificatie per onderdeel, die is vermeld in het Inspectierapport. De in het rapport genoemde onderdelen die in matige of slechte staat verkeren, dienen dan wel allemaal te worden aangepakt in de restauratie.
|
Totaalkwalificatie of merendeel onderdelen:
Slecht: 3 punten
Matig: 1 punt
Redelijk of goed: 0 punten
Niet alle onderdelen die in matige of slechte staat verkeren, worden aangepakt: 0 punten
|
|
2. Met de restauratie vinden gelijktijdig verduurzamingsmaatregelen plaats volgens richtlijnen ERM: https://www.stichtingerm.nl/verduurzaming
|
Ja: 1 punt
Nee: 0 punten
|
|
3. Het rijksmonument is eigendom van een professionele organisatie voor monumentenbehoud (POM). Per POM kunnen maximaal twee aanvragen twee punten krijgen. Als de POM meer aanvragen indient, dan geeft de POM zelf aan welke 2 restauratieprojecten de 2 punten krijgen. De andere aanvragen krijgen dan 0 punten op dit onderdeel.
|
Ja: 2 punten
Nee: 0 punten
|
|
4. Het rijksmonument is eigendom van een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Als de aanvrager ook een POM is, worden geen extra punten voor dit onderdeel verstrekt.
|
Ja: 1 punt
Nee: 0 punten
|
|
5. Het Rijksmonument wordt minimaal 1 keer per jaar opengesteld voor publiek.
|
Ja: 1 punt
Nee: 0 punten
|
|
Totaal behaalde punten = 1+2+3+4+5 (Maximaal: 8 punten)
|
|
7.3 Erfgoed ‘Het verhaal van Overijssel wordt vervolgd…’
Artikel 7.3.4 Aanvrager
Het zinsdeel ‘een v.o.f.,’ komt te vervallen.
7.19 Ondersteuning Steunpunten Vrijwillige Inzet
Artikel 7.19.11 komt te vervallen.
7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028
Artikel 7.23.5 Hoogte van de subsidie
Lid 3 komt als volgt te luiden: De subsidie is een maximumbedrag. In afwijking van artikel 1.2.17 wordt de subsidie vastgesteld op het verleende subsidiebedrag, tenzij er sprake is van winst. In geval van winst wordt de subsidie vastgesteld conform artikel 7.23.13.
Bijlage 1: Tabel 1 bij 7.23 Kader culturele en erfgoedinstellingen Overijssel 2025 tot en met 2028
Onderaan onderdeel D: Overig, Netwerk en erfgoedpartners, wordt toegevoegd een rij met de volgende inhoud:
|
OKTO
|
€ 377.716,-
|
€ 94.429,-
|
€ 94.429,-
|
€ 94.429,-
|
€ 94.429,-
|
De onderste totaalrij komt als volgt te luiden:
|
To-taal
|
€ 38.462.404,-
|
€ 9.615.601,-
|
€ 9.615.601,-
|
€ 9.615.601,-
|
€ 9.615.601,-
|
In de rij ‘Stichting Britten voor jong Muziektalent’ komen de bedragen als volgt te luiden: € 205.200,-,
€ 51.300,-, € 51.300,-, € 51.300,-, € 51.300,-,
7.25 Fysieke investeringen leefbaar platteland
Artikel 7.25.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 4 komt als volgt te luiden:
- 4.
Kosten voor projecten waarvoor al een subsidie is verstrekt op grond van de voormalige subsidieregelingen 2.14 Leefbaar Platteland of 2.2 Leefbaar Platteland van € 200.000,- of meer.
Artikel 7.25.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 komt als volgt te luiden:
- 2.
De subsidie voor een groot project is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 500.000,- per gemeente. De gemeente kan dit bedrag in meerdere keren aanvragen en voor meerdere projecten aanvragen, maar de totale subsidie per gemeente blijft daarmee € 500.000,-.
Na paragraaf 7.26 wordt een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd:
7.27 Productieregeling cultuur Overijssel
Artikel 7.27.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
- -
Artistieke kwaliteit: de artistieke kwaliteit van een productie blijkt uit het vakmanschap, de zeggingskracht en de oorspronkelijkheid van de productie. Dit kan onder andere worden aangetoond aan de hand van het arbeids- en opleidingsniveau van de deelnemers aan de productie, hun werkervaring en andere activiteiten die van belang zijn.
- -
Bestaande culturele instelling of bestaande individuele maker: professionele, producerende instelling of maker, die langer dan drie jaar professioneel actief is binnen de discipline(s) waarop de subsidieaanvraag zich richt.
- -
Maker: de artistiek leider(s) van de culturele productie of degene die een kunstwerk maakt.
- -
Nieuwe maker of nieuwe culturele instelling: de maker of instelling professionele, producerende instelling of maker, die op de datum van subsidieaanvraag niet langer dan 3 jaar actief is. Dit blijkt uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of, als de nieuwe maker hier niet is ingeschreven, uit zijn of haar cv. Een nieuwe maker kan voordat hij/zijn zelfstandige werd wel al langere tijd als uitvoerder (bijv. acteur, danser, musicus) actief zijn geweest.
- -
OKTO-theater: theater dat is aangesloten bij het Overleg van kleine(re) theaters in Overijssel (OKTO). De lijst van OKTO-theaters is te vinden op: https://kleinetheatersoverijssel.nl/.
- -
Podiumkunsten: vormen van kunst die uitgevoerd worden op een podium in de aanwezigheid van publiek. Tot de podiumkunsten behoren onder andere live-uitvoeringen van muziek, musical, opera, ballet, moderne dans, toneel en kleinkunst.
- -
Presentatieplan: overzicht waaruit blijkt hoe, wanneer en waar de productie wordt of de producties worden vertoond aan het publiek.
- -
Producerende instelling of maker: een organisatie of maker die als belangrijkste bezigheid heeft het ontwikkelen, het maken en vervolgens het presenteren van producties in verschillende kunstdisciplines.
- -
Productie: het geheel van artistieke ontwikkeling, creatie en uitvoering van een nieuwe culturele uiting.
- -
Productieprogramma: een programma dat bestaat uit ten minste twee professionele culturele producties.
- -
Zakelijke kwaliteit: de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager in staat is om de producties op meer professionele wijze te realiseren. Hierbij gaat het om de financiële haalbaarheid van de producties, een gespreide financieringsmix, de PR- en marketingstrategie en de planning.
Artikel 7.27.2 Doel van de regeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het vernieuwen en ontwikkelen van cultureel aanbod. In dit geval door de ontwikkeling en vernieuwing van culturele producties in verschillende kunstdisciplines en het presenteren daarvan aan te moedigen. Hierbij wordt binnen podiumkunsten de spreiding over meerdere kleinere theaters in Overijssel extra gestimuleerd.
Artikel 7.27.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:
- a.
de ontwikkeling, het maken en de presentatie van één professionele culturele productie of;
- b.
de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een productieprogramma dat bestaat uit minimaal twee professionele culturele producties;
- c.
in aanvulling op onderdeel a of b: voor het presenteren van de culturele productie(s) in minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters met als doel de uitkoopsom te verlagen en zo de productie betaalbaarder en aantrekkelijker te maken voor theaters.
- 2.
Als de aanvrager een nieuwe maker of een nieuwe culturele instelling is, dan wordt de subsidie verstrekt voor het ontwikkelen en maken van één professionele culturele productie en het presenteren daarvan (7.27.3 lid 1 onderdeel a) of voor een productieprogramma (7.27.3 lid 1 onderdeel b).
- 3.
Als de aanvrager een bestaande culturele instelling of bestaande individuele maker is, dan wordt de subsidie verstrekt voor de ontwikkeling, het maken en de presentatie van een productieprogramma (7.27.3 lid 1 onderdeel b).
- 4.
De culturele productie voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de productie(s) is of zijn op het terrein van de volgende kunstdisciplines: podiumkunsten, beeldende kunst, mediakunst, film, documentaire en literaire cultuur of een combinatie daarvan;
- b.
als er sprake is van één productie dan scoort de aanvraag het minimale aantal punten per onderdeel, zoals verwoord in scoretabel 1 bij deze regeling;
- c.
als er sprake is van een productieprogramma dan scoort de aanvraag het minimale aantal punten per onderdeel zoals verwoord in scoretabel 2 bij deze regeling;
- d.
de producties worden ontwikkeld in Overijssel en ten minste gepresenteerd in Overijssel;
- e.
een deel van de professionals die zijn betrokken bij de productie(s) zijn gevestigd of wonen in Overijssel.
- 5.
De productie van een boek, muziekdrager of een dvd-uitgave komt niet in aanmerking voor de subsidie.
Artikel 7.27.4 Aanvrager
- 1.
De aanvrager van de ontwikkeling, het maken en de presentatie van één professionele culturele productie (7.27.3 lid 1 onderdeel a) is een nieuwe maker of nieuwe culturele instelling.
- 2.
De aanvrager van de ontwikkeling, het maken en de presentatie van twee of meer professionele culturele producties (een productieprogramma als bedoeld in 7.27.3 lid 1 onderdeel b) is een nieuwe maker, een nieuwe culturele instelling of een bestaande maker of een bestaande culturele instelling.
- 3.
De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters (7.27.3 lid 1 onderdeel c) is een nieuwe maker, een nieuwe culturele instelling of een bestaande maker of een bestaande culturele instelling.
- 4.
De aanvrager is geen natuurlijke persoon.
- 5.
De aanvrager ontvangt in de beleidsperiode 2025-2028 geen subsidie op basis van de subsidieregeling 7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028.
Artikel 7.27.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- 1.
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten van artikel 1.2.5 en 1.2.6.
- 2.
De aanvullende subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters is een vast bedrag, bedoeld om de uitkoopsom te verlagen. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing.
Artikel 7.27.6 Hoogte van de subsidie
- 1.
De subsidie voor één professionele culturele productie van een aanvrager op grond van artikel 7.27.4 lid 1 is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 30.000,-.
- 2.
De subsidie voor twee of meer professionele culturele producties (productieprogramma) op grond van artikel 7.27.4 lid 2 is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 60.000,-.
- 3.
De subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters is een vast bedrag van € 3.000,- voor 1 productie en € 6.000,- voor meer producties.
Artikel 7.27.7 Eigen bijdrage
Maximaal de helft van de eigen bijdrage mag bestaan uit vrijwilligersuren. Deze mogen aan de dekkingskant van de begroting worden opgevoerd voor een bedrag van € 15,- per uur.
Artikel 7.27.8 Subsidieaanvraag
- 1.
De aanvraag kan ingediend worden vanaf 2 juni 2025 9.00 uur en moet uiterlijk 29 augustus 2025 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.
- 2.
In afwijking van artikel 1.2.23 start de behandeltermijn van de aanvraag op 30 augustus 2025. Dit laat onverlet dat het subsidieplafond wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de complete aanvraag. De compleetheid wordt bepaald op datum en tijdstip van de ontvangst ervan. Artikel 1.2.16 is van toepassing.
- 3.
De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Productieregeling Cultuur Overijssel.
- 4.
De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in:
- a.
als de aanvrager een nieuwe maker is, die niet is ingeschreven bij de Kamer van koophandel: zijn/haar cv;
- b.
een begrotings- en dekkingsplan: het is verplicht om het beschikbare gestelde format te gebruiken;
- c.
een projectplan waarin in ieder geval is uitgewerkt:
- 1.
een beschrijving van de productie of het productieprogramma en de omschrijving van doel en artistieke visie;
- 2.
een beschrijving van de wijze waarop dit doel wordt bereikt;
- 3.
een beschrijving van de maker(s) en de bij de producties betrokken andere partijen;
- 4.
een presentatieplan van de productie(s);
- 5.
een overzicht van de aan de productie deelnemende kunstenaars onder vermelding van hun woon- of vestigingsplaats;
- d.
het PR- en marketingplan (dit mag ook onderdeel zijn van het projectplan, maar moet als zodanig herkenbaar zijn);
- e.
als de aanvraag ook het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters betreft: een intentieverklaring van of overeenkomst met minimaal 3 OKTO-theaters, waaruit blijkt dat de productie naar verwachting wordt geprogrammeerd bij het betreffende OKTO-theater;
- f.
Als de productie mogelijkerwijs stikstofuitstoot veroorzaakt op nabijgelegen Natura 2000 gebieden, is het verplicht het resultaat van het onderzoek met instrument AERIUS Calculator aan te leveren waaruit blijkt dat de stikstofuitstoot zo gering is dat er geen berekenbare depositie is op daarvoor kwetsbare natuur.
Artikel 7.27.9 Beschikbaar budget voor de regeling
- 1.
Het subsidieplafond geldt voor de openstellingsperiode die genoemd is in artikel 7.27.8 lid 1.
- 2.
Er geldt een deelplafond voor:
- a.
de subsidie voor één professionele culturele productie;
- b.
de subsidie voor twee of meer professionele culturele producties (productieprogramma);
- c.
de subsidie voor het uitvoeren van de productie bij minimaal 3 Overijsselse OKTO-theaters.
- 3.
Als er budget overblijft bij deelplafond a of b dan kan het resterend budget toegevoegd worden aan het budget van het andere deelplafond a of b.
Artikel 7.27.10 Adviescommissie
Een complete aanvraag voor subsidie wordt voorgelegd aan de Adviescommissie Cultuur. De commissie geeft advies over:
- a.
of de productie voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.27.3 lid 4; en
- b.
de toekenning van de punten die in Scoretabel 1 en 2 zijn genoemd.
Artikel 7.27.11 Aanvullende verplichting
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de uitvoering van de productie of het productieprogramma uiterlijk te starten in 2026;
- b.
de activiteiten uiterlijk 31 december 2028 uitgevoerd te hebben;
- c.
Artikel 7.27.12 Staatssteun
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 53 AGVV.
Artikel 7.27.13 Looptijd
De subsidieregeling vervalt op 1 december 2028.
Scoretabel 1 (één productie)
|
Criteria
|
Te behalen punten
|
|
Artistieke kwaliteit, die blijkt uit:
Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen.
De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar.
Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt:
Minimaal 15 punten.
Maximaal 30 punten
|
|
Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit:
- a.
een realistische begroting met dekkingsplan
- b.
overtuigend presentatieplan
- c.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal 5 punten
Maximaal
10 punten
|
|
Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal 5 punten
Maximaal 10 punten
|
|
Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 10 punten
Goed: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit onderdeel geldt:
Minimaal 5 punten en Maximaal 10 punten
|
|
Totale score
|
Minimaal 30
punten Maximaal 60 punten
|
Scoretabel 2 (Productieprogramma)
|
Criteria
|
Te behalen punten
|
|
Artistieke kwaliteit, die blijkt uit:
Uit de aanvraag blijkt duidelijk vanuit welke inhoudelijke visie de producties vorm krijgen.
De combinatie van ambachtelijke vaardigheden en visie vormen het vakmanschap van de kunstenaar.
Bij oorspronkelijkheid gaat het om de mate waarin de activiteiten zich in artistieke en conceptuele zin onderscheiden van het overige aanbod in de culturele sector van Overijssel. Zeggingskracht ontstaat uit het vakmanschap plus wat wel de ‘noodzaak' of ‘urgentie' van een artistieke activiteit genoemd wordt. Hierbij kan de vraag worden gesteld waarom de productie juist nu van belang is.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt:
Minimaal 30 punten.
Maximaal 45 punten
|
|
Zakelijke kwaliteit, die blijkt uit:
- a.
een realistische begroting met dekkingsplan
- b.
overtuigend PR en marketingplan, waarin omschrijving van beoogde (nieuwe) doelgroepen
- c.
- d.
toepassing culturele codes
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Voor dit gehele onderdeel geldt: Minimaal 15 punten
Maximaal
25 punten
|
|
Mate waarin wordt samengewerkt met andere relevante partijen.
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Minimaal 5 punten
Maximaal 15 punten
|
|
Mate waarin het presentatieplan realistisch is. Dit blijkt uit toezeggingen of intentieverklaringen van presentatieplekken
De score wordt als volgt bepaald:
Uitstekend: 15 punten
Goed: 10 punten
Voldoende: 5 punten
Onvoldoende: 0 punten
|
Minimaal 10 punten
Maximaal 15 punten
|
|
Totale score
|
Minimaal 60 punten
Maximaal 100 punten
|