Provinciaal blad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 3738 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Provinciaal blad 2025, 3738 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijzigingsbesluit Maatwerkregeling Agroprogramma 2024
In artikel 1, onder aa, wordt 'deerde' vervangen door 'derde'.
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
[Onderdeel B punt 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld:
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 12a. Verdeelsystematiek
Een aanvraag die op grond van artikel 12 zou behoren tot de in dat artikel bedoelde categorie 3, behoort tot de in dat artikel bedoelde categorie 2 indien de subsidieaanvraag die de aanvrager tijdens een vorige openstelling ingediend heeft, met toepassing van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geweigerd is terwijl de aangevraagde subsidie voor het overige voor verlening in aanmerking kwam.
Een aanvraag die op grond van artikel 12 zou behoren tot de in dat artikel bedoelde categorie 4, behoort tot de in dat artikel bedoelde categorie 3 indien de subsidieaanvraag die de aanvrager tijdens een vorige openstelling ingediend heeft, met toepassing van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht geweigerd is terwijl de aangevraagde subsidie voor het overige voor verlening in aanmerking kwam.
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
Aan artikel 15 worden drie leden toegevoegd, luidende:
Indien de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, kunnen Gedeputeerde Staten bepalen dat de subsidieontvanger aan hen een vergoeding als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigd is indien sprake is van één of meer van de in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde omstandigheden.
In artikel 16, tweede lid, wordt 'gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder g,' vervangen door 'gelet op het vorige lid het in artikel 8, eerste lid, onder g, bepaalde'.
Na artikel 16a wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:
Artikel 16b. Overgangsrecht derde openstelling
De regeling zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen tot wijziging van deze regeling van 25 februari 2025 blijft van toepassing op:
Aan de titel van Tabel A van Bijlage 1 wordt na 'ontsluitingsvoorzieningen' toegevoegd: ', niet zijnde investeringen in kapitaalgoederen voor de productie van biobrandstoffen en energie uit hernieuwbare bronnen'
Deze toelichting bij Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 (hierna ook: de regeling of de subsidieregeling) is integraal herzien bij de wijziging van de regeling ten behoeve van de vierde openstelling.
De Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 (hierna ook: de regeling of de subsidieregeling) is een subsidieregeling die wordt uitgevoerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen als onderdeel van het zogenoemde Agroprogramma. Het Agroprogramma is ontwikkeld door de agrarische sector in het aardbevingsgebied, de aardbevingsgemeenten, de provincie Groningen en het Rijk. Met het Agroprogramma worden agrariërs in het aardbevingsgebied op allerlei wijzen ondersteund.
Schadeherstel en versterkingsvraagstukken bij agrariërs zijn als gevolg van het sterk locatiegebonden karakter van hun bedrijven en de grote diversiteit van agrarisch bedrijfsvastgoed en bijbehorende voorzieningen complex en voor de betrokken ondernemers ingrijpend. Bijgevolg duren schadeherstel- en versterkingstrajecten lang, waardoor investeringen worden uitgesteld en het concurrentievermogen van agrarische ondernemingen beschadigd raakt. Dit werkt door in de economische en maatschappelijke structuren waarvan die ondernemingen deel uitmaken.
Met de regeling kan aan agrarische ondernemingen een subsidie worden verstrekt, waarmee zij de investeringen in hun bedrijf weer op gang kunnen helpen. De subsidie is daarmee ook een tegemoetkoming voor het nadeel dat agrarische ondernemingen in het aardbevingsgebied hebben ondervonden en nog ondervinden. Dit nadeel bestaat uit het feit dat bedrijfsinvesteringen als gevolg van het uitvoeringstempo van versterking of schadeherstel niet of vertraagd gerealiseerd konden of kunnen worden.
De uitvoering van deze regeling wordt betaald uit het budget van het Agroprogramma. Het Rijk verstrekt de provincie in totaal € 240 miljoen voor de uitvoering van het Agroprogramma.
Opgemerkt wordt, dat de subsidies niet worden verstrekt met het oogmerk om schade te vergoeden of versterkingsmaatregelen te financieren: schadeherstel (en schadevergoeding) en versterken blijven de verantwoordelijkheid van onderscheidenlijk IMG en NCG.
De juridische grondslag van deze regeling is artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017 (hierna: de Kaderverordening). In die bepaling hebben Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels over subsidieverstrekking en de daarmee gepaard gaande procedure gedelegeerd.
Verder zijn in het bijzonder de bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018 (hierna: de Procedureregeling) van belang.
Subsidieverstrekking aan agrarische ondernemingen is een vorm van staatssteun. De regeling is ontworpen om overeenkomstig de staatssteunregels subsidies te kunnen verstrekken. Het toepasselijke steunkader wordt gevormd door de Landbouwvrijstellingsverordening (hierna: LVV). Omdat de regeling past binnen het kader van de LVV hoeft zij niet genotificeerd (en de afzonderlijke subsidieverstrekkingen evenmin), maar volstaat een kennisgeving op grond van artikel 11 van de LVV (binnen twintig dagen na inwerkingtreding van de subsidieregeling).
Dit artikel bevat de begripsbepalingen. Begrippen waarvan de betekenis op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de Kaderverordening of de Procedureregeling voldoende duidelijk zijn, zijn niet opnieuw in artikel 1 gedefinieerd.
In artikel 2 is het doel van de regeling omschreven. Daarmee vormt dit artikel een verbinding met het doel van het Agroprogramma.
Dit artikel bevat een beschrijving van de doelgroep.
Het algemene beleidsdoel van de subsidieregeling is in het eerste lid opgenomen als toetsingskader waarmee bepaald wordt, of een aanvrager tot de doelgroep van de regeling behoort.
In de praktijk wordt eerst aan de hand van de meer concrete criteria in het tweede lid – die een uitwerking zijn van het algemene beleidsdoel – beoordeeld, of een aanvrager tot de doelgroep van de regeling behoort. Als dat zo is, wordt niet meer aan het eerste lid getoetst.
Een toets aan het eerste lid is voorbehouden aan situaties die weliswaar gelet op het tweede lid niet tot de doelgroep behoren, maar waar mogelijk toch sprake is van de in het eerste lid bedoelde vertraging van het investeringsritme. De toets aan het eerste lid vindt plaats door een maatwerkbeoordeling van specifieke omstandigheden, waaronder de financiële en bedrijfsmatige situatie, van de onderneming van aanvrager. Die informatie verstrekt de aanvrager bij het indienen van de aanvraag.
De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Er wordt geen subsidie verstrekt in de vorm van bijvoorbeeld een borgstelling.
De subsidie wordt verstrekt voor investeringsprojecten die bestaan uit één of meer van de in Bijlage 1 omschreven investeringen. Bij de in Bijlage 1 opgenomen omschrijving van investeringen is aangegeven, welke bepalingen uit de LVV het toepasselijk steunkader vormen.
In het eerste lid wordt voor de subsidiabele kosten naar de tabellen van Bijlage 1 verwezen. In het tweede lid wordt een aantal kostensoorten niet als subsidiabele kosten aangemerkt. Deze uitsluitingen vloeien voort uit de LVV.
De uiteindelijke hoogte van de toe te kennen subsidie wordt bepaald door a) de hoogte van de subsidiabele kosten, b) het maximale subsidiebedrag en c) de maximale subsidie-intensiteit. Kort gezegd komen 65 % van de subsidiabele kosten voor subsidiering in aanmerking, tot en met het op de aanvraag van toepassing zijnde maximale subsidiebedrag. Van een hoger subsidiebedrag dan het op de aanvraag toepasselijke maximale subsidiebedrag of een hogere subsidie-intensiteit dan 65 % van de subsidiabele kosten kan dus geen sprake zijn. Zie ook artikel 9a, eerste lid, onder a en b.
Het maximale subsidiebedrag wordt aan de hand van een staffelmethode bepaald. Met die methode loopt het bedrag op tot maximaal € 480.000.
De in het eerste lid, onder a, b en c, genoemde bedragen van de staffel behoeven niet besteed te worden aan investeringen in de bij die bedragen genoemde zaken.
Voor het tweede lid is dat anders. Het in het tweede lid, onder a, genoemde bedrag dient tenminste voor 65 % besteed te worden aan asbestverwijdering. Het in het tweede lid, onder b, genoemde bedrag dient tenminste voor 65 % besteed te worden aan investeringen om de in kolom 2, onder 3, 4 of 5, van tabel A van Bijlage 1 genoemde doelen (op het gebied van duurzaamheid, milieubescherming en dierenwelzijn) te bereiken. Zie hiervoor ook artikel 15 van deze regeling.
Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de subsidies niet worden verstrekt met het oogmerk om schade te vergoeden of versterkingsmaatregelen te financieren: schadeherstel (en schadevergoeding) en versterken blijven de verantwoordelijkheid van onderscheidenlijk IMG en NCG.
Toelichting artikelen 8, 9 en 9a
Deze artikelen bevatten de gronden waarop de aangevraagde subsidie geweigerd kan worden. De hier genoemde weigeringsgronden zijn aanvullend op die in artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en de Procedureregeling. Zie in de Procedureregeling bijvoorbeeld artikel 2.5, eerste lid, onder c. Op grond van deze bepaling wordt een subsidie geweigerd indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zullen zijn op de provincie Groningen, niet ten goede komen aan ingezetenen van de provincie of niet op andere wijze het belang van de provincie dienen.
Artikel 8 bevat de meer algemene weigeringsgronden. Veel van deze weigeringsgronden hebben een directe relatie met het doel van de regeling.
Artikel 9 bevat de weigeringsgronden die zien op de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en artikel 9a bevat de weigeringsgronden die zien op de hoogte van de subsidie.
Dit artikel bevat aanvullende weigeringsgronden voor subsidies waarop het steunkader van artikel 17 van de LVV van toepassing is. De weigeringsgronden zijn ontleend aan dat artikel van de LVV.
Om subsidies te kunnen verstrekken, stellen Gedeputeerde Staten voor een bepaald tijdvak (bijvoorbeeld: een jaar) een subsidieplafond vast. Subsidies kunnen vervolgens gedurende dat tijdvak verleend worden, zolang dat plafond niet bereikt is.
Het besluit waarmee het subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt gepubliceerd in het Provinciaal Blad. Daarbij wordt ook de systematiek die gehanteerd wordt bij verdeling van de subsidies (zie artikel 12) bekendgemaakt.
Dit artikel beschrijft de systematiek waarmee de subsidies verdeeld worden. Een dergelijke systematiek is nodig, omdat voor verstrekking van subsidies een beperkt bedrag - het zogenoemde subsidieplafond (zie artikel 11) - beschikbaar is.
De ontvangen volledige aanvragen worden op basis van hun inhoud verdeeld in vier categorieën, zie het eerste en tweede lid van artikel 12. Deze indeling wordt gebruikt om de behandeling van de aanvragen te prioriteren. Voor subsidieverstrekking komen achtereenvolgens in aanmerking:
Dreigt het beschikbare subsidieplafond te worden overschreden, dan wordt met loting bepaald in welke volgorde de tot de bewuste categorie behorende aanvragen in aanmerking komen voor subsidieverlening, zie het zesde lid. Dit betekent niet, dat uitsluitend met volledige aanvragen geloot moet worden: denkbaar is, dat alle tot die categorie behorende aanvragen geloot worden en dat vervolgens - nadat de volledigheid van die aanvragen beoordeeld is - de onvolledige aanvragen buiten beschouwing worden gelaten.
Uiteraard worden aanvragen ook nog getoetst aan de in de artikelen 8 tot en met 9a genoemde en bedoelde weigeringsgronden.
Dit artikel bevat een regeling voor indieners van aanvragen die enkel en alleen geweigerd zijn, omdat het subsidieplafond bereikt was. Dienen zij bij een volgende openstelling opnieuw een volledige aanvraag in die ingedeeld wordt in categorie 3 of categorie 4, dan wordt die aanvraag in afwijking van artikel 12 ingedeeld in categorie 2 respectievelijk 3.
Gelet op artikel 9 van de LVV moeten subsidieverstrekkingen bij overschrijding van de in artikel 13 genoemde bedragen gepubliceerd worden.
Subsidies van meer dan € 25.000 worden eerst verleend (met de beschikking tot subsidieverlening) en vervolgens, na realisatie van de subsidiabele activiteiten, vastgesteld (met de beschikking tot subsidievaststelling). Door uitbetaling van voorschotten kan de subsidieontvanger tijdens de uitvoering van de activiteiten al de daarmee gemoeide kosten betalen.
Zie overigens ook artikel 2.9 van de Procedureregeling subsidies provincie 2018.
Een aanvraag om een voorschot gaat vergezeld van een voortgangsrapportage. Aan de inhoud daarvan kunnen in de beschikking tot subsidieverlening eisen worden gesteld.
In dit artikel zijn verplichtingen voor de subsidieontvanger opgenomen. Daarnaast kunnen ook in de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opgenomen worden.
Het zesde en zevende lid geeftGedeputeerde Statende mogelijkheid om in specifieke situaties een verplichting tot vergoeding wegens vermogensvorming op te leggen. Het gaat om situaties waarbij het met de subsidieverstrekking beoogde effect niet of onvoldoende bereikt is omdat de subsidieontvanger bijvoorbeeld de agrarische onderneming heeft beëindigd of een met subsidie aangeschafte investering heeft verkocht. In het zevende lid is de hoogte van de vergoeding gemaximeerd: de maximale hoogte loopt in vijf jaarlijkse treden van 20 % af. Na het vijfde jaar na de subsidievaststelling kan de verplichting niet meer worden opgelegd.
Eén van de uitgangspunten van deze subsidieregeling is, dat agrarische bedrijven in beginsel maar één keer in aanmerking komen voor een investeringssubsidie. Zo komt het budget waarmee de provincie deze regeling uitvoert, beschikbaar voor een zo groot mogelijke groep agrarische bedrijven. Zie artikel 9, eerste lid, onder o en p.
Gedeputeerde Staten hebben op 25 oktober 2022, op 9 mei 2023 en op 14 november 2023 besloten om, bij wijze van pilot ter voorbereiding op deze subsidieregeling, een aantal subsidies (hierna: pilotsubsidies) te verstrekken. Bij deze pilotsubsidies is de in artikel 7 opgenomen staffelmethodiek voor de bepaling van het maximale subsidiebedrag nog niet gebruikt. Belangrijke in de staffelmethodiek opgenomen bouwstenen voor het maximale subsidiebedrag is de gemelde kelderproblematiek (zie artikel 7, eerste lid, onder a), de funderingsproblematiek en/of het hebben van een karakteristiek pand. Ook is, als gevolg van een wijziging van de LVV, het maximale subsidiepercentage van 40 % tijdens de pilots nu verhoogd naar 65 %.
Bedrijven die wel een pilotsubsidie hebben gekregen, kunnen nu voor een nieuw investeringsproject opnieuw een subsidie aanvragen mits zij bij het IMG schade aan de mestkelder, koelkelder of melkkelder hebben gemeld, zij funderingsschade hebben of een karakteristiek pand hebben. Het maximale subsidiebedrag bedraagt dan € 100.000 (bij mest-, koel- of melkkelderschade) of € 50.000 (bij funderingsschade of een karakteristiek pand). Overigens moeten de aanvragen ook aan de overige criteria voldoen. Dit betekent onder meer dat de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag afhangt van de subsidiabele kosten en de maximale subsidie-intensiteit van 65 %.
Toelichting artikel 16a en artikel 16b
Deze artikelen bevatten overgangsrechtelijke bepalingen. Op grond hiervan blijven bij de behandeling van bezwaren, beroepen en hoger beroepen vorige versies van de regeling van toepassing. Het gaat dan om de versie van de regeling die gold op het moment dat het besluit genomen werd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-3738.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.