Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 18 februari 2025, UTSP-238952039-20374 wijziging van de Tenderregeling Groen Groeit Mee provincie Utrecht

Gedeputeerde staten van Utrecht;

 

Gelet op artikel 1.4 van de Algemene subsidieregeling provincie Utrecht 2022;

 

Overwegende dat het nodig is de Tenderregeling Groen Groeit Mee te wijzigen om te voldoen aan wensen vanuit Provinciale Staten van Utrecht;

 

Besluiten:

Artikel I  

De Tenderregeling Groen Groeit Mee provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Artikel 2, tweede lid, komt als volgt te luiden:

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt voor activiteiten:

    • a.

      die aantoonbaar bijdragen aan publiek toegankelijk of beleefbaar groen waarbij de inwoners toegang hebben tot landschappen met een kwaliteit die aansluit bij recreatieve wensen en behoeften en waarbij kwetsbare natuurgebieden worden ontlast; en

    • b.

      die aantoonbaar bijdragen aan ten minste een van de volgende vier groene waarden uit het Programma GGM:

      • 1e.

        er is sprake van landschapsinclusieve landbouw, waarbij de productie van voedsel samengaat met een aantrekkelijk, rijk, biodivers en beleefbaar landschap;

      • 2e.

        er is sprake van veerkrachtige natuur: de natuur heeft een rijke biodiversiteit en is robuust;

      • 3e.

        er is sprake van een landschap dat beleefbaar is en aantoonbaar bijdraagt aan herkenbaar erfgoed, cultuur en biodiversiteit;

      • 4e.

        er is sprake van zichtbaar water: een robuust en aanwezig watersysteem als drager van gezond stedelijk leven, natuur en landbouw.

B.

 

De bijlage als bedoeld in artikel 2 en 7 van deze tenderregeling komt als volgt te luiden:

 

Bijlage als bedoeld in artikel 2 en 7 van deze tenderregeling

 

Weging subsidiecriteria, ten behoeve van de rangorde ingekomen subsidieaanvragen:

het aantal toe te kennen punten hangt af van de mate waarin een subsidieaanvraag voldoet aan de subsidiecriteria, genoemd in artikel 2.

 

De navolgende onderdelen worden van een score voorzien:

  • 1.

    Groene waarden uit het Programma GGM

  • 2.

    Andere groene waarden uit het Programma GGM

  • 3.

    Groene opgaven, genoemd in artikel 1, onder f, waarvan één van recreatieve aard

  • 4.

    Organisatie en samenwerking

  • 5.

    Kwaliteit projectplan

  • 6.

    Financiële haalbaarheid

De score wordt per onderdeel als volgt opgebouwd:

  • Excellent (100 punten): Onderdeel biedt overtuiging in vermogen om tot realisatie te komen in lijn met gestelde doelstellingen opgave

  • Zeer goed (80 punten): Onderdeel biedt vertrouwen in vermogen om tot realisatie te komen in lijn met gestelde doelstellingen opgave

  • Voldoende (60 punten): Onderdeel biedt voldoende aanknopingspunten in vermogen om tot realisatie te komen in lijn met gestelde doelstellingen opgave

  • Onvoldoende (40 punten): Onderdeel onvoldoende basis om te verwachten dat tot realisatie wordt gekomen in lijn met de doelstellingen van de opgave

  • Slecht (0 punten): Onderdeel geen vertrouwen dat tot enige realisatie wordt gekomen.

Per onderdeel wordt de beoordeling gebaseerd op in onderstaande tabel opgenomen aspecten en bouwstenen om te komen tot één score per onderdeel.

 

Onderdeel

Aspect

Bouwstenen beoordeling per aspect

1. Groene waarde uit het Programma GGM

 

Toe te kennen punten:

 

100-80-60-40-0

Activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, draagt aantoonbaar bij aan publiek toegankelijk of beleefbaar groen waarbij de inwoners toegang hebben tot landschappen met een kwaliteit die aansluit bij recreatieve wensen en behoeften en waarbij kwetsbare natuurgebieden worden ontlast

2. Andere groene waarden uit het Programma GGM

 

Toe te kennen punten:

 

100-80-60-40-0

De activiteit, bedoeld onder 1 van deze tabel, draagt aantoonbaar bij aan ten minste een van de vier groene waarden uit kolom 3

  • 1.

    Er is sprake van landschapsinclusieve landbouw, waarbij de productie van voedsel samengaat met een aantrekkelijk, rijk, biodivers en beleefbaar landschap

  • 2.

    Er is sprake van veerkrachtige natuur: de natuur heeft een rijke biodiversiteit en is robuust

  • 3.

    Er is sprake van een landschap dat beleefbaar is en aantoonbaar bijdraagt aan herkenbaar erfgoed, cultuur en biodiversiteit

  • 4.

    Er is sprake van zichtbaar water: een robuust en aanwezig watersysteem als drager van gezond stedelijk leven, natuur en landbouw

3. Groene opgaven

 

Toe te kennen punten:

 

100-80-60-40-0

Gericht op realiseren van minimaal drie van de dertien groene opgaven uit kolom 3, waarvan tenminste één van recreatieve aard

  • 1.

    Groene-blauwe dooradering landbouwgebied

  • 2.

    Kleine landschapselementen of erfbeplanting

  • 3.

    Levendige boerensloten

  • 4.

    Groene contourgebieden

  • 5.

    Nieuwe natuurkernen

  • 6.

    Ecologische verbindingen

  • 7.

    Nieuwe recreatiegebieden

  • 8.

    Recreatieve verbindingen, groenblauwe linten

  • 9.

    Snelfietsroutes

  • 10.

    Recreatieve dooradering landbouwgebied

  • 11.

    Nieuwe grote infra-kunstwerken

  • 12.

    Buitenpoorten

  • 13.

    Ruimte voor wateropgaven

4. Organisatie en samenwerking

 

Totaal aantal toe te kennen punten: 100-80-60-40-0

Duidelijke trekker

  • Er is één duidelijke partij die het project trekt en die een projectleider heeft aangewezen

  • Er is minimaal 1 andere organisatie die ook deze rol op zich kan en wil nemen

Project- en uitvoeringsorganisatie

  • Taken, verantwoordelijkheden en de wijze van besluitvorming zijn helder

  • Er zijn hierbij voldoende (uitvoerings-) capaciteit en financiële middelen beschikbaar

Participatie

  • Er is voorzien in een participatieplan met derden in of in de nabijheid van het projectgebied

Stappenplan

  • Voor uitbreidingslocaties is er een expliciete link en werkwijze volgens het stappenplan Handreiking GGM

  • Voor andersoortige projecten, waarbij de link met uitleglocaties minder zwaarwegend aan de orde is wordt de koppeling met wonen en leefkwaliteit expliciet gemaakt

Overeenkomst tussen partijen

  • Er is een heldere op schrift gestelde afspraak tussen partijen (bijv. samenwerkingsovereenkomst) die partijen expliciet committeert om GGM-ambities vorm te geven (inhoud en bekostiging)

Maatschappelijk draagvlak

  • Er is voorzien in een plan om breed maatschappelijk draagvlak voor de maatregelen te genereren

Juridische haalbaarheid

  • Expliciet haalbaar binnen bestaand omgevingsplan inclusief concreet ingezette wijzigingsvoorstellen

  • Grondposities (of concreet zicht op verwerving) zijn afgehecht

5. Kwaliteit projectplan

 

Totaal aantal toe te kennen punten: 100-80-60-40-0

Doelen

  • De groene opgaven in het project zijn SMART geformuleerd. De baten en baathebbenden zijn geïdentificeerd inclusief hun rol in het project.

Activiteiten

  • De gekozen activiteiten dragen doelmatig bij aan de genoemde groene opgaven.

Planning

  • De planning is realistisch, risico’s zijn geïdentificeerd en er is een goed risicobeheerplan, er zijn geen onoverkomelijke afhankelijkheden (zoals vergunningverlening, wettelijk kader)

Beheerplan

  • Kwaliteit van het beheerplan; dat wil zeggen degelijk plan en zicht op toekomstige dekking onafhankelijk van provinciale bekostiging binnen 2 jaar na realisatie

6. Financiële haalbaarheid

 

Totaal aantal toe te kennen punten: 100-80-60-40-0

Cofinanciering

  • De omvang van de cofinanciering

  • De afspraken voor cofinanciering zijn helder en kennen geen afhankelijkheden

Doelmatigheid

  • Verhouding tussen gevraagde bijdrage en voorzienbare impact

Financiële robuustheid

  • Kwaliteit en robuustheid van kostenraming en het bijbehorend dekkingsplan

  • Inzet van andere bronnen voor bekostiging en financiering

Meekoppelkansen

  • Het maximaal benutten van meekoppelkansen intern/extern PU

 

Bovengenoemde onderdelen 1 tot en met 6 dienen elk minimaal een voldoende (per onderdeel 60 punten of meer) te scoren om in aanmerking te komen voor subsidieverlening. Afwijzingen zullen worden gemotiveerd. Een afgewezen aanvraag in de 1e ronde kan in aangepaste vorm wederom worden ingediend in de 2e ronde.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 18 februari 2025,

Voorzitter,

mr. J.H. Oosters

Secretaris,

mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

Naar boven