Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 9 december 2025 tot wijziging van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 in verband met een nieuwe openstelling en enkele technische wijzigingen in paragraaf 3 (Drieëntwintigste wijziging Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016)

[Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 3 behorende bij artikel 1.1, begrip koppeltabel, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 en Bijlage 4 behorende bij artikel 3.12, zesde lid, en 3.14, vierde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016.]

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 te wijzigen in verband met een openstelling voor de wijziging van subsidies en enkele technische wijzigingen in paragraaf 3;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel I Wijziging Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

 

De Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 wordt als volgt gewijzigd.

 

A.

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 3.6a, onder b, door een puntkomma, wordt aan artikel 3.6a een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c.

    van 15 december tot en met 31 december 2025, voor de wijziging van subsidies als bedoeld in de artikelen 3.13 en 3.13a.

B.

Aan artikel 3.6b wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3.

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 3.6a, onder c, voor de wijziging van subsidies als bedoeld in de artikelen 3.13 en 3.13a voor de resterende subsidieperiode van 3 jaar (2026-2028) vast op:

    € 27.157.281.

C.

Artikel 3.7 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    In het eerste lid wordt “het maximumaantal hectares” vervangen door “het maximum aantal hectares”.

  • 2.

    In het tweede lid “maximumaantal hectares” vervangen door “het maximum aantal hectares”.

D.

Na artikel 3.11a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.11b Gebruik gegeotagde foto’s

  • 1.

    Ten behoeve van de controle op de naleving van voorwaarden en de uitvoering van het project kan aan de subsidieontvanger als bewijs daarvan een gegeotagde foto worden gevraagd als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2022/1173.

  • 2.

    De gegeotagde foto wordt binnen de gestelde termijn ingestuurd met een daarvoor door de minister beschikbaar gesteld middel.

E.

Artikel 3.12, zevende lid, komt te luiden:

  • 7.

    Het uitrijden van vaste mest of bodemverbeteraars zijn elk ten hoogste subsidiabel voor eenmaal de oppervlakte van het betreffende perceel per kalenderjaar, ook al maakt de subsidieontvanger in dat kalenderjaar meerdere keren melding van het uitrijden van vaste mest of bodemverbeteraars op dat perceel.

F.

Artikel 3.12a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Om te voorzien in de onmiddellijke liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger, doen Gedeputeerde Staten voorafgaande aan de in artikel 3.12 bedoelde voorschotbetaling voor het betreffende jaar een betaling, waarbij geldt dat:

    • a.

      de betaling plaatsvindt tussen 16 oktober en 30 november van het kalenderjaar waarop de voorschotbetaling betrekking heeft;

    • b.

      de betaling 30% van de totale subsidie bedraagt die aan de subsidieontvanger per kalenderjaar is verleend;

    • c.

      Gedeputeerde Staten bij de voorschotbetaling, bedoeld in artikel 3.12, vierde lid, de betaling bedoeld in onderdeel a, in mindering brengen op het voorschot;

    • d.

      de aanvraag voor deze betaling gelijktijdig plaatsvindt met het indienen van de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder g.

G.

Artikel 3.13 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    Het opschrift komt te luiden “Wijziging subsidieverlening vergroting areaal en bedrag per leefgebied per ha per jaar”.

  • 2.

    Aan het slot van het vierde lid, onder a, wordt de puntkomma vervangen door “; en”.

  • 3.

    Onder vervanging van “; en” aan het slot van het vierde lid, onder b, door een punt, vervalt het vierde lid, onder c.

  • 4.

    Er wordt leden toegevoegd, luidende:

    • 6.

      Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelijktijdig wordt ingediend met een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13a, wordt eerst artikel 3.13a toegepast.

    • 7.

      In afwijking van het eerste lid kan een subsidieontvanger geen aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onder b, indienen indien hij in dezelfde aanvraagperiode een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13a indient.

H.

Na artikel 3.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.13a Wijziging subsidieverlening gemiddelde kosten per hectare leefgebied

  • 1.

    De subsidieontvanger kan een aanvraag indienen tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening, gericht op wijziging van de gemiddelde kosten per hectare leefgebied, bedoeld in artikel 3.7.

  • 2.

    De wijziging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op alle leefgebieden waarvoor subsidie wordt ontvangen.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten stellen voor de aanvraagperiode de subsidieontvanger op de hoogte hoe de maximale aanpassing van de gemiddelde kosten per hectare leefgebied berekend dient te worden.

  • 4.

    Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in dezelfde aanvraagperiode wordt ingediend als een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, onder a, wordt eerst dit artikel toegepast.

  • 5.

    De aanvraag tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan worden ingediend in de aanvraagperiode voor het vierde jaar van het subsidietijdvak.

I.

Artikel 3.15 komt te luiden:

Artikel 3.15 Verlagen subsidies

Gedeputeerde Staten geven uitvoering aan de artikelen 59, vijfde lid, 84, eerste lid, en 87, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/2116.

 

J.

Bijlage 3 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

 

K.

Bijlage 4 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel II Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2.

    Artikel I, onderdeel I, werkt terug tot en met 1 januari 2025.

’s-Hertogenbosch, 9 december 2025

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Bijlage 1 behorende bij artikel I, onder J, van de Drieëntwintigste wijziging Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

 

Bijlage 3 behorende bij artikel 1.1, begrip koppeltabel, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

Bijlage 2 behorende bij artikel I, onder K, van de Drieentwintigste wijziging Subsidieregeling natuur en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

 

Bijlage 4 behorende bij artikel 3.12, zesde lid, en 3.14, vierde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

 

Toelichting behorende bij de Drieëntwintigste wijziging van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016

I. Algemeen

 

Met dit besluit is paragraaf 3 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016 gewijzigd.

 

II. Artikelsgewijs

 

Onderdeel d (artikel 3.11b)

Het gebruik van gegeotagde foto’s is een nieuwe ontwikkeling bij de controle en naleving van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid. Artikel 3.11b maakt de toepassing ervan mogelijk in het ANLb. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de applicatie die in opdracht van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor dit doel is ontwikkeld.

 

Onderdeel E (artikel 3.12)

In de praktijk is gebleken dat ook bodemverbeteraars meerdere keren per jaar worden opgebracht en ondergewerkt. Ook is het gebruik van andere vaste mest dan vaste strorijke mest (“ruige stalmest”) inmiddels toegestaan. Ter verduidelijking wordt nu expliciet bepaald dat het gebruik van vaste mest, niet zijnde vaste strorijke mest, en bodemverbeteraars slechts subsidiabel is voor één keer de oppervlakte van het betreffende perceel, ook al doet de subsidieontvanger meerdere keren per jaar een melding van het opbrengen en/of onderwerken van de vaste mest of bodemverbeteraar op dat perceel. Hiermee wordt aangesloten bij de werkwijze die reeds gold voor vaste strorijke mest.

 

Onderdeel F (artikel 3.12a)

De discretionaire bevoegdheid van de betaling is met deze wijziging omgezet in een verplichting op het moment dat aan het in het artikel bepaalde wordt voldaan. Dit is gedaan in het kader van een uniforme uitvoering van het ANLb door de provincies.

 

Onderdelen G en H (artikelen 3.13 en 3.13a)

In het kader van marktconforme en aantrekkelijke tarieven voor het ANLb gaan de beleidstarieven eens per drie jaar geactualiseerd worden op basis van nieuwe referenties. Het nieuwe artikel 3.13a maakt het mogelijk voor agrarische collectieven hun gemiddelde hectarekosten aan te passen in hun beschikking voor de jaren na de actualisatie van de beleidstarieven. De aanpassing wordt berekend aan de hand van de procentuele ophoging van de beleidstarieven door te berekenen in de gemiddelde hectare kosten per leefgebied van het agrarisch collectief. Indien een collectief kiest voor aanpassing van de kosten dient dit voor alle leefgebieden in de beschikking te gebeuren. De aanvraagformulieren voor uitbreiding/ophoging ANLb worden aangepast op basis van dit artikel. Daarnaast wordt aangegeven hoe een aanvraag als bedoeld in dit artikel zich verhoudt tot een zogenaamde uitbreidingsaanvraag in de zin van het bestaande artikel 3.13.

De onderhavige wijziging maakt deel uit van de vijfde herziening van het Nederlandse Nationaal Strategisch Plan (NSP). Deze herziening is onderworpen aan goedkeuring door de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft deze herziening op 5 augustus 2025 goedgekeurd.

 

Onderdeel I (artikel 3.15)

De wijziging ziet erop dat de sociale conditionaliteiten van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid vanaf 1 januari 2025 van toepassing zijn op het ANLb. Op basis van artikel 87, lid 1, van de Verordening (EU) 2021/2116 wordt de subsidie vanaf 2025 verlaagd als niet aan de sociale conditionaliteiten wordt voldaan. De sociale conditionaliteiten zijn door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur opgenomen in bijlage 4a van de Uitvoeringsregeling GLB 2023.

Omdat de uiterste datum van inwerkingtreding van de sociale conditionaliteiten dwingend voortvloeit uit artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/2115, treedt dit onderdeel met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 in werking.

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter,

mr. I.R. Adema

 

de secretaris,

drs. G.H.E. Derks MPA

Naar boven