Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 9 december 2025, PZH-2025-883611282 tot vaststelling van de Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026 (Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026)

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

 

Gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

 

Overwegende dat het wenselijk is wildopvangcentra in Zuid-Holland te ondersteunen bij de opvang van zorgbehoevende in het wild levende inheems beschermde dieren zodat zij duurzaam en zelfstandig kunnen blijven functioneren zonder structurele overheidssteun, met behoud van huidige opvangcapaciteit in de provincie Zuid-Holland;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

 

Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland;

  • -

    opvangcapaciteit: het maximaal aantal in het wild levende inheems beschermde dieren dat een wildopvangcentrum op enig moment verantwoord kan opvangen en verzorgen, met inachtneming van de beschikbare faciliteiten, voorzieningen, deskundigheid van het personeel en de geldende wettelijke eisen;

  • -

    wildopvangcentrum: opvangcentrum, zijnde een rechtspersoon zonder winstoogmerk, dat zich bezighoudt met niet-commerciële tijdelijke opvang van in het wild levende inheemse beschermde dieren.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor:

    • a.

      investeringen in voorzieningen, installaties of gebouwen van een wildopvangcentrum gericht op behoud of verbetering van de bestaande opvangcapaciteit;

    • b.

      het opleiden of bijscholen van personeel ten behoeve van de professionalisering van een wildopvangcentrum;

    • c.

      overige maatregelen die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de opvangcapaciteit van het wildopvangcentrum.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3.

    De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan het professionaliseren, continueren of vernieuwen van het wildopvangcentrum, met behoud van de bestaande opvangcapaciteit.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen zonder winstoogmerk die een wildopvangcentrum exploiteren in de provincie Zuid-Holland.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het wildopvangcentrum biedt opvang in een opvangcentrum aan zieke of gewonde inheemse in het wild levende beschermde dieren die zijn aangetroffen in de provincie Zuid-Holland;

  • b.

    de activiteit draagt aantoonbaar bij aan het professionaliseren van de opvang en het behouden van de bestaande opvangcapaciteit.

Artikel 5 Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 2.6 van de Asv wordt de subsidie geweigerd als:

  • a.

    het een wildopvangcentrum voor zeedieren betreft;

  • b.

    het wildopvangcentrum niet beschikt over een omgevingsvergunning voor de opvang van in het wild levende dieren;

  • c.

    de activiteit ertoe leidt dat de opvangcapaciteit structureel wordt vergroot.

Artikel 6 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 2.3, eerste lid, van de Asv, worden subsidieaanvragen ingediend van 2 maart 2026 tot en met 31 maart 2026.

Artikel 7 Plafond

Gedeputeerde staten stellen het plafond voor de periode, genoemd in artikel 6, vast op € 1.000.000,-.

Artikel 8 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt maximaal € 120.000,- per wildopvangcentrum.

Artikel 9 Verdelingswijze

Als de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, verdelen gedeputeerde staten de subsidie naar evenredigheid over de subsidieaanvragers die in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 10 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het bouwkundig verbeteren of aanpassen van het wildopvangcentrum;

  • b.

    kosten voor het onderhoud, vernieuwing of renovatie van dierverblijven;

  • c.

    kosten voor de aanschaf van machines, apparatuur en installaties ten behoeve van de opvang of verzorging van dieren;

  • d.

    kosten voor trainingen en cursussen ter professionalisering van personeel;

  • e.

    kosten van vergoedingen aan vrijwilligers, voor zover deze werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde activiteiten en niet zien op structurele, reguliere taken van het wildopvangcentrum;

  • f.

    overige kosten die verband houden met de in artikel 2 genoemde subsidiabele activiteiten, voor zover deze naar het oordeel van gedeputeerde staten noodzakelijk en doelmatig zijn voor het behoud van de bestaande opvangcapaciteit van het wildopvangcentrum.

Artikel 11 Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 2.5 van de Asv en in afwijking van artikel 9 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten die betrekking hebben op het opstellen en indienen van de subsidieaanvraag;

  • b.

    kosten waarvoor de aanvrager reeds subsidie ontvangt;

  • c.

    reguliere personeelskosten en exploitatiekosten, waaronder voedsel en dierverzorging;

  • d.

    vergoedingen aan vrijwilligers voor structurele, reguliere werkzaamheden die geen rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde activiteiten;

  • e.

    kosten voor communicatiemiddelen en reclame-uitingen;

  • f.

    acquisitiekosten;

  • g.

    kosten voor fondsenwerving.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 3.1 tot en met 3.5 en 6.2 van de Asv heeft de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt binnen twee jaar na subsidieverlening afgerond;

  • b.

    gedeputeerde staten kunnen, op een gemotiveerd schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger, de in onderdeel a bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste één jaar verlengen, indien naar hun oordeel sprake is van omstandigheden die de subsidieontvanger niet kunnen worden toegerekend;

  • c.

    de investering mag niet leiden tot een structurele toename van het aantal op te vangen dieren.

Artikel 13 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Het voorschot voor subsidies vanaf € 25.000,00 bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

  • 3.

    Indien voor de uitvoering van bepaalde gesubsidieerde activiteiten een omgevingsvergunning is vereist, vindt bevoorschotting van die activiteiten pas plaats nadat de vereiste vergunning is verleend. Voor activiteiten waarvoor geen vergunning is vereist, kan wel bevoorschotting plaatsvinden.

  • 4.

    Gedeputeerde staten kunnen, op een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger een aanvullend voorschot verstrekken tot ten hoogste 95% van het verleende subsidiebedrag, indien de subsidieontvanger aantoont dat dit noodzakelijk is voor de voortgang of afronding van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15 Werkingsduur en overgangsrecht

Deze regeling vervalt op 1 juli 2029, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026.

Den Haag, 9 december 2025

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling wildopvangcentra Zuid-Holland 2026

I. Algemeen

In het Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Krachtig Zuid-Holland’ is opgenomen: “We investeren in wildopvang.” Met deze afspraak wordt richting gegeven aan het Coalitieakkoord 2023-2027. Wildopvangcentra in Zuid-Holland spelen een rol bij de opvang en eerste verzorging van zieke, gewonde of verweesde dieren en vervullen daarmee een belangrijke maatschappelijke taak.

 

De afgelopen jaren is gebleken dat de bedrijfsvoering van wildopvangcentra sterk afhankelijk is van incidentele financiering, donaties en vrijwilligers. Structurele overheidssteun van de provincie is niet aan de orde, maar tijdelijke investeringen kunnen bijdragen aan het professionaliseren en toekomstbestendig maken van de centra. Met deze subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan de ambitie uit het Coalitieakkoord om gericht te investeren in wildopvangcentra.

 

Het doel van deze subsidieregeling is het ondersteunen van bestaande wildopvangcentra bij noodzakelijke investeringen in huisvesting, voorzieningen en deskundigheid, zodat zij duurzaam en zelfstandig kunnen blijven functioneren. Uitgangspunt is dat de huidige opvangcapaciteit in de provincie behouden blijft en niet structureel wordt uitgebreid.

 

Verhouding tot bestaande regelgeving

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland (Asv). Dit betekent dat naast de subsidievoorschriften in deze regeling ook de subsidievoorschriften uit de Asv van toepassing zijn op de subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt. In de Asv staat onder meer wat de beslistermijnen zijn voor gedeputeerde staten, en bevat ook algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger zoals de meldingsplicht en de algemene weigeringsgronden. Ook in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

 

II. Artikelsgewijs

 

Artikel 1 (Begripsbepalingen)

Hier zijn de kernbegrippen vastgelegd. Met de term opvangcapaciteit wordt bedoeld het maximaal aantal dieren dat een centrum op een verantwoorde wijze kan opvangen en verzorgen.

 

Artikel 2 (Subsidiabele activiteiten)

De regeling richt zich op investeringen en professionalisering, niet op structurele exploitatie. Denk aan bouwkundige verbeteringen, aanschaf van apparatuur of opleidingen van personeel. Het criterium is steeds dat de activiteit bijdraagt aan behoud en behoud en verbetering van de bestaande capaciteit van de bestaande capaciteit.

 

Artikel 3 (Doelgroep)

Alleen rechtspersonen zonder winstoogmerk die daadwerkelijk een wildopvangcentrum exploiteren, komen in aanmerking. Dit sluit commerciële initiatieven uit.

 

Artikel 4 (Subsidievereisten)

Deze bepaling waarborgt dat subsidie alleen wordt verstrekt aan centra die daadwerkelijk dieren uit Zuid-Holland opvangen en dat de activiteiten bijdragen aan professionalisering en behoud van capaciteit.

 

Artikel 5 (Weigeringsgronden)

Subsidie wordt geweigerd indien sprake is van zeezoogdierenopvang. Deze centra hebben een afwijkend karakter en vallen buiten de reikwijdte van dit besluit. Ook wordt subsidie geweigerd als de noodzakelijke omgevingsvergunning ontbreekt of als de activiteiten leiden tot een vergroting van de opvangcapaciteit.

 

Artikel 8 (Verdelingswijze)

Indien het aantal aanvragen het plafond overschrijdt, vindt verdeling plaats naar evenredigheid (pro rata). Hiermee wordt een transparante en gelijke verdeling geborgd.

 

Artikel 9 en 10 (Subsidiabele en niet-subsidiabele kosten)

Deze artikelen werken nader uit welke kosten wel en niet voor subsidie in aanmerking komen. Uitgangspunt is dat het moet gaan om een investering die noodzakelijk is voor behoud van de bestaande opvangcapaciteit. Exploitatiekosten, communicatie, fondsenwerving en andere niet-investeringen zijn uitgesloten.

 

Alleen vrijwilligerswerk dat direct te maken heeft met het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, mag worden meegerekend. Het gaat om tijdelijke inzet bij bijvoorbeeld verbouwing, herinrichting of training. Vrijwilligerswerk dat hoort bij de normale dagelijkse opvang of verzorging van dieren telt niet mee.

 

Artikel 11 (Verplichtingen)

Om te waarborgen dat de subsidie doelmatig wordt besteed, is bepaald dat het project binnen twee jaar moet zijn afgerond en dat de investering niet mag leiden tot een structurele uitbreiding van de opvangcapaciteit.

Naar boven