Openstellingsbesluit GLB-NSP Biodiversiteit op het landbouwbedrijf en Jonge Boeren regeling 2026

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

 

Overwegende dat:

  • -

    de Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Groningen in paragraaf 2 de mogelijkheid biedt subsidie te verlenen voor productieve investeringen in groen- blauw of dierenwelzijn.

 

  • -

    dat met dit besluit de mogelijkheid tot het aanvragen van subsidie wordt opengesteld.

Gelet op:

 

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

  • -

    artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening provincie Groningen 2017;

 

  • -

    artikel 1.2 Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Groningen;

 

BESLUITEN:

 

Vast te stellen hetgeen volgt:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In aanvulling op de definities, als bepaald in artikel 1.1, en artikel 2.2.1. van de regeling, wordt in dit openstellingsbesluit verstaan onder:

  • a.

    agroforestry: Agroforestry verwijst naar landbouwsystemen en -praktijken die houtige meerjarige planten (bomen en struiken) bewust combineren op hetzelfde stuk land waar ook andere landbouwgewassen worden geteeld of veehouderij plaatsvindt. Er vindt daarmee een ecologische en economische wisselwerking plaats tussen houtige en niet-houtige onderdelen van landbouwsystemen. In Nederland vallen ook voedselbossen onder de definitie van agroforestry. Een voedselbos is een door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige en/of houtige plantensoorten die deels voor de mens als voedsel dienen (vruchten, zaden, bladeren, stengels, wortels);

  • b.

    biologische landbouwbedrijven: Bedrijven met een geheel of gedeeltelijke biologische bedrijfsvoering die beschikken over een SKAL-certificaat of een SKAL-registratie bevestiging met bijbehorend SKAL-nummer;

  • c.

    demeter: demeter is het kwaliteitskeurmerk voor biodynamische landbouw en voeding. Alle producten met een Demeter-keurmerk voldoen in ieder geval aan de normen voor biologische landbouw, zoals die binnen de Europese wetgeving zijn vastgelegd. Boeren en verwerkers die daarnaast als aanvulling voldoen aan de Demeter-normen en -richtlijnen ontvangen na de controle een Demeter-certificaat en mogen het Demeter-keurmerk voeren;

  • d.

    jonge landbouwer: is iemand die

    • a.

      jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      bedrijfshoofd is op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, wat betekent dat hij:

      • i.

        als natuurlijk persoon een landbouwbedrijf uitoefent in eigen naam;

      • ii.

        mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering, en;

      • iii.

        als natuurlijk persoon langdurige blokkerende zeggenschap heeft als bestuurder van een rechtspersoon, beherende vennoot, maat in de maatschap of als bestuurder van een vereniging of stichting, en;

      • iv.

        een landbouwdiploma of bewijs van vakbekwaamheid heeft, bestaande uit:

        • 1°.

          een diploma of een getuigschrift van een basisopleiding landbouw, tuinbouw of aanverwant op mbo-, hbo- of wo-niveau, of

        • 2°.

          een bewijs van ten minste 2 jaar aantoonbare ervaring met land- en tuinbouwproductie op het tijdstip van de aanvraag om subsidie, aangevuld met een diploma of een getuigschrift van een cursus op het gebied van bedrijfsovername, agrarische bedrijfsvoering of aanverwant;

  • e.

    KRW: Kaderrichtlijn Water Europese richtlijn die beoogt een goede ecologische en chemische kwaliteit te bereiken voor al het Europese grond- en oppervlaktewater;

  • f.

    natuurinclusieve landbouw: een landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in bedrijfsvoering, inclusief zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf (definitie WUR). Deze vorm van landbouw ‘produceert’ dus ook natuurwaarden;

  • g.

    regelbare drainage: Bij regelbare drainage wordt overtollig, ondiep grondwater niet meteen afgevoerd maar langer vastgehouden in de bodem. Door de ontwateringsbasis in hoogte te variëren kan de intensiteit van de drainage worden ingesteld;

  • h.

    Regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies provincies Groningen 2023 – 2027;

  • i.

    SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland;

  • j.

    zelfrijdende werktuigen: Volledig zelfrijdende of autonome werktuigen zijn werktuigen gecombineerd met een voertuig met een eigen aandrijving. Dit voertuig is dan voorzien van een motor. Volledig zelfrijdende of autonome werktuigen behoeven geen bestuurder terwijl bij semiautonome werktuigen de bestuurder ondersteund wordt door slimme sensoren, cameratechnieken en systemen.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan alleen worden verstrekt voor productieve investeringen en activiteiten die geplaatst/ gebruikt worden in de provincie Groningen als bedoeld in artikel 2.2.2 van de regeling en die genoemd zijn de in bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 3 Niet subsidiabele activiteiten

In aanvulling op artikel 1.10 van de regeling:

 

  • 1.

    Geen subsidie wordt verstrekt voor de aanschaf van zelfrijders of tractoren met uitzondering van investeringen die genoemd worden onder Energie en klimaat, categorie 1 in de investeringslijst in Bijlage 1.

  • 2.

    Geen subsidie wordt verstrekt voor abonnementen op software updates en servicecontracten.

  • 3.

    Wordt geen subsidie verstrekt voor computers, laptops, tablets en smartphones benodigd voor het aflezen van de ICT en sensortechniek.

  • 4.

    Een aanvraag voor een investering ten behoeve van energieopwekking, is uitsluitend subsidiabel voor zover de opgewekte energie gebruikt wordt door de eigen landbouwonderneming.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1.

    In overeenstemming met artikel 2.2.3 van de regeling kan subsidie worden verstrekt aan landbouwers of een samenwerkingsverband van landbouwers.

  • 2.

    Indien een landbouwbedrijf uit meerdere landbouwers bestaat wordt in het kader van dit openstellingsbesluit slechts één keer subsidie verstrekt aan het landbouwbedrijf.

Artikel 5 Openstellingsperiode

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 16 januari 2026 9:00 uur tot en met 13 maart 2026 17:00 uur.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de in het eerste lid genoemde periode bij SNN via het daarvoor ontwikkelde webportaal: http://www.snn.nl/programmas/glb-23-27 

Artikel 6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond dat beschikbaar is in de periode zoals bepaald in artikel 4 is € 4.000.000,-- verdeeld over twee groepen aanvragers:

  • a.

    € 2.000.000,-- is beschikbaar voor jonge landbouwers, bestaande uit 43% EU-financiering en 57% provinciale cofinanciering;

  • b.

    € 2.000.000,-- beschikbaar voor alle landbouwers, bestaande uit 100% EU-financiering.

Artikel 7 Hoogte subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 25.000,-- en maximaal € 124.999,--.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie bedraagt:

    • a.

      55% van de subsidiabele kosten als de subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer;

    • b.

      40% van de subsidiabele kosten voor de overige aanvragers.

  • 3.

    Subsidie wordt verstrekt op basis van arrangement 2 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de regeling.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1.

    In afwijking op artikel 1.8 sub e van de provinciale regeling zijn alleen kosten voor de koop en of huurkoop van nieuwe machines en installaties met betrekking tot de investeringencategorieën uit bijlage 1.

  • 2.

    Subsidiabele kosten worden berekend volgens artikel 1.9a derde lid uit de regeling.

Artikel 9 Subsidievereisten aanvraag

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.3 en artikel 1.6 van de regeling wordt een aanvraag voor subsidie ingediend met gebruikmaking van het door SNN beschikbaar gestelde format aangevuld met:

    • a.

      een onderbouwing waaruit blijkt dat de investering past binnen de in de Bijlage 1 genoemde categorie;

    • b.

      een toelichting of onderbouwing op de begroting, door middel van één of meerdere offertes;

    • c.

      sluitend financieringsplan van de kosten van het project;

    • d.

      in het geval de aanvrager vergunningsplichtig is: een bewijsstuk van het starten van de vergunningprocedure. Bij het vaststellingsverzoek moet de toegekende vergunning worden meegezonden.

  • 2.

    Indien de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer met een biologische bedrijfsvoering of landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk waaruit dit blijkt (SKAL of Demeter).

  • 3.

    Indien de aanvraag wordt ingediend door een landbouwer die in omschakeling is naar biologische landbouw, dient de aanvraag vergezeld te worden van het inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie ter onderbouwing dat de bedrijfsomschakeling is gestart.

  • 4.

    In afwijking van artikel 1.22 kan na indiening van de aanvraag de investeringscategorie niet meer gewijzigd worden.

Artikel 10 Selectiecriteria, weging en selectie

  • 1.

    Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.12 eerste lid onder c en artikel 2.2.8 van de regeling hanteren Gedeputeerde Staten de scores van de investeringslijst in Bijlage 1.

  • 2.

    In overeenstemming met artikel 2.2.8 derde lid van de regeling krijgen landbouwers met een biologische bedrijfsvoering en landbouwers die omschakelen naar biologische landbouw een extra punt toegekend.

  • 3.

    De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van puntenaantal, zoals weergegeven per categorie op de investeringslijst in bijlage 1, beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.

  • 4.

    Indien de aanvraag uit meerdere investeringen bestaat wordt het gemiddeld aantal punten bepaald door de som van het aantal punten per investering te delen door het aantal aangevraagde investeringen.

  • 5.

    De subsidie wordt gehonoreerd op basis van de rangschikking zoals beschreven onder lid 3 totdat geen budget meer beschikbaar is.

  • 6.

    Indien aanvragen voor subsidie op gelijke plaats zijn gerangschikt en honorering van de aanvragen zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, kunnen de Gedeputeerde Staten besluiten het subsidieplafond op te hogen met het bedrag dat nodig is om de gelijk geplaatste aanvragen te subsidiëren.

  • 7.

    Indien, eventueel na toepassing van de procedure genoemd in het zesde lid, twee of meer aanvragen eenzelfde plaats in de rangschikking hebben en de som van de totaal te verlenen subsidiebedragen overstijgt het subsidieplafond, dan wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag of aanvragen gehonoreerd worden.

Artikel 11 Bevoorschotting en deelbetaling

In aanvulling op artikel 1.17 en artikel 1.18 van de regeling kan geen voorschot of deelbetaling worden verstrekt.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 van de regeling wordt subsidie geweigerd indien:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de subsidievereisten als bepaald in artikel 1.6 van de regeling of artikel 8 van dit besluit;

  • b.

    de aanvraag wordt ontvangen buiten de openstellingsperiode als aangegeven in artikel 5 van dit besluit;

  • c.

    de aanvrager niet voldoet aan de omschrijving onder artikel 4 van dit besluit;

  • d.

    meer dan één keer subsidie wordt aangevraagd (men kan echter wel meerdere investeringen in één subsidieaanvraag opnemen);

  • e.

    de subsidieaanvraag na initiële beoordeling van een ontvangen subsidieaanvraag de subsidiehoogte daarvan bepaald wordt op minder dan minder bedraagt dan € 25.000.

Artikel 13 Verplichtingen

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.16 van de regeling behoeft geen voortgangsrapportage te worden ingediend.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.15 van de regeling is de subsidieontvanger verplicht de subsidiabele activiteit(en) uit te voeren vóór uiterlijk 30 juni 2028.

  • 3.

    In aanvulling op artikel 1.22 van de regeling is het niet mogelijk om op later moment van investeringscategorie te wijzigen, zoals weergegeven in Bijlage 1.

Artikel 14 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit openstellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

  • 2.

    De bijlagen maken integraal onderdeel uit van dit openstellingsbesluit.

  • 3.

    Dit openstellingsbesluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB-NSP Biodiversiteit op het landbouwbedrijf en Jonge Boeren regeling Groningen 2026.

Aldus vastgesteld in vergadering van Gedeputeerde Staten van 15 december 2025

Groningen, 15 december 2025

Gedeputeerde Staten van Groningen:

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Bijlage 1  

 

Water

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

 

Punten

1.1

Regelbare drainage

Subsidiabel:

De aanschaf en aanleg van:

  • Regelbare drainage

  • De aanpassing van bestaande drainage met een extra ontluchtingsdrain, waardoor deze regelbaar wordt

 

17

1.2

Stuwen

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Waterconserveringsstuw

  • Knijpstuw

  • Zoete stuw

 

14

1.3

Ondergrondse waterberging

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Voorzieningen voor ondergrondse wateropslag, waaronder freshmaker, kreekrug- infiltratiesystemen en diepdraininfiltratie

 

15

1.4

Materieel voor bewerking van percelen gericht op vermindering perceelafspoeling

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Drempelmachine voor ruggenteelten

  • Wafeltjesmachine

  • Gitterrollen

 

7

1.5

Waterbesparende precisieberegening en irrigatie

Subsidiabel

De aanschaf en aanleg van:

  • Dripirrigatie/druppelslangen, inclusief besturing voor beregening/irrigatie en fertigatiesystemen

  • Aanschaf vlaksproeiers (alleen in combinatie met beregeningsbomen)

  • Aanschaf beregeningsboom

  • RWS (Root Watering System)

  • Sub-surface druppelirrigatie

  • Flippers en vernevelaars

  • Laagvolume sproeier ten behoeve van nachtvorstbestrijding

  • Elektrische aansturing van deze beregeningsbevloeiingsapparatuur

  • Debietmeter voor pomp + telemetrie ten behoeve van het gebruik van bovenstaande investeringen

  • Software voor alle soorten sensor-gestuurde irrigatie, in combinatie met bovenstaande investeringen

Niet subsidiabel

  • Reguliere beregeningshaspels, inclusief slang

  • Pompen

  • Aggregaat

  • Sproeibomen voor gewasbescherming

  • Reservoir voor opslag van beregeningswater/bevloeiingswater

 

18

1.6

Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling bij een veehouderij of door afvalwater uit de veehouderij, akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegronds- of bedekte teelt

 

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Overdekte of onoverdekte verharde, vloeistofdichte vul- en wasplaats voor spuitmachines, inclusief een voorziening voor opvang en opslag en zuivering of verdamping van waswater.

  • Een vloeistofdicht biologisch zuiveringssysteem of de aanschaf van zuiveringssystemen die werken op basis van ozon of UV voor het zuiveren van was- en spoelwater van spuitmachines.

  • Systemen voor de verdamping van was- en spoelwater van spuitmachines.

  • Aanleg en inrichting van een erf waarbij erfwater wordt opgevangen voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen voor een gesloten erf voor gewasbeschermingsmiddelen.

  • Kistenwasser, inclusief opvang restwater voor afvoer of verwerking middels zuiveren of verdampen.

  • Een waterdichte opvangput waarmee verontreinigd afvalwater van het bedrijf gescheiden blijft van regulier rioolsysteem, inclusief de buizen, goten, richels voor afvoer

  • Aanvullende erf-en zuiveringsvoorzieningen voor de bollenteelt met spoelwater

  • Helofytenfilter voor het zuiveren afspoelend water van het erf of voor gebruik in de erfsloot

  • Opvang- en afvoersysteem van perssappen onder sleufsilo’s

Niet subsidiabel

  • Systemen voor het lozen van drain- of afvalwater vanuit kassen

  • Overkapping voor een voederopslag

  • Overkapping voor een mestopslag

  • Kosten voor herinrichting van het erf

  • Erfverharding welke niet noodzakelijk is voor bovenstaande investeringen

  • Hemelwatersysteem waaronder dakgoten, buizen voor afvoer en reguliere riolering

  • Kuilplaten

  • Installaties of machines voor opvang van perssap of percolaat indien een overloopvoorziening is of wordt aangebracht naar het reguliere riool, de bodem of het oppervlaktewater.

 

14

1.7

Bovengrondse wateropvang (inclusief hemelwateropvang)

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Waterbassins en silo’s ten behoeve van hemelwateropvang inclusief bijbehorende pijpleidingen en voorzieningen ten behoeve van de opvang van hemelwater van daken.

  • Bijbehorende kosten voor, hekwerk, taludbescherming en graafwerk

 

16

1.8

EC meters en monitoringssensoren

Subsidiabel:

Aanschaf en aanleg van:

  • EC meters en monitoringssystemen voor het bepalen van vocht-, zuur- en zoutgehalte

  • Continuemeters

  • Grondwatermeters

  • Oppervlaktewatermeters bij beregening uit oppervlaktewaters

  • Penetrometers

  • PH meters

  • Vochtsensoren

  • Monitoringssensoren voor nitraat en fosfaat voor zowel bodem als oppervlaktewater

 

16

 

Biodiversiteit en biologische bestrijding

Categorie

Investering

Wel/niet subdiabel

Punten

2.1

Autonome en semi-autonome niet-chemische bestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Autonome en Semi-autonome systemen die ziekten/plagen/onkruiden herkennen en op duurzame wijze bestrijden in het veld

    • o

      Thermisch

    • o

      Mechanisch

    • o

      Laser

    • o

      Elektrisch

  • Systemen ten behoeve van niet-chemische bestrijding van schadelijke insecten

Niet subsidiabel

  • Sorteermachines

16

2.2

Vermindering bodemverdichting door brede banden en rupsbanden

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Rupsbanden voor onder tractor of zelfrijdende oogstmachine

  • Luchtdrukwisselsystemen met een zodanige capaciteit dat de banden binnen 5 minuten op 2 bar kunnen worden gebracht in combinatie met maximaal vier VF banden per aangeschaft systeem

16

2.3

Onkruid-, plaag- en ziektebestrijding

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Schoffeltuig

  • Mechanische loofsnijder of mechanische wortelsnijder of looftrekker

  • Vinger- of torsiewieders en wiedeggen

  • Maaiers voor paden in de fruitteelt

  • Doorzaaimachine voor blijvend grasland

  • Weed seed crusher

  • Beetle Eater

  • Colorado Beetle Catcher

15

2.4a

Verwerken bedrijfsgewassen tot krachtvoer

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machines of installaties om producten mee te bewerken zoals malen, pletten en snijden

  • Hooidrooginstallaties

Niet subsidiabel

  • Voermengwagen of machines voor het uitkuilen of verwerken van ruwvoer.

  • Opslag zoals sleufsilo’s en kuilplaten en silo’s machines of systemen om krachtvoer te verstrekken.

  • Maïshakselaars en combines.

Opmerking

  • Alleen machines voor eerstegraad bewerking zijn subsidiabel

14

2.4b

Verwerken bedrijfsgewassen tot meststoffen

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Apparatuur voor het verhakselen van materiaal

  • Toepassingen om (gras)klaver, andere eiwitrijke gewassen of groenbemesters te verwerken zodat deze bruikbaar is als kunstmest- en krachtvoervervanger, op voorwaarde dat dit gebeurt met hernieuwbare energie (bijvoorbeeld drogen, persen, pelleteren en opslaan).

16

2.5

Verwerken en toepassen van organisch restmateriaal

Omschrijving

Investeringen die specifiek bedoeld zijn voor de verwerking van organisch restmateriaal met als doel het verhogen van bodemkwaliteit, zoals materieel voor het maaien en ophalen van slootkanten, het verwerken en toepassen van gewasresten, maaisel van slootkanten, bermen of natuurterreinen, slootbagger of compost hiervan.

 

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machines en werktuigen voor het inwerken, mulchen of onderwerken van gewasresten, ruige mest, vaste mest en groenbemester met behulp van schijven(eg), rollen, tanden of snijders.

  • Eco-ploeg waarmee op 15 cm diep geploegd kan worden.

  • Materiaal om specifiek voor het maaien van slootkanten maaisel op de kant te kunnen deponeren en ophalen voor verdere verwerking

  • Maai/blaas systemen voor het maaien van slootkanten

  • Materieel voor het verwerken van organisch restmaterieel zoals compostverwerkers.

  • Baggerspuit voor het verspreiden van slootbagger over het perceel.

  • Lekvrije, emissie reducerende opslagplaatsen voor compost, champost en bokashi voor langere termijn (meer dan 9 maanden)

  • Werktuigen voor het snijden of hakselen en gelijkmatig uitstrooien van beheergras, bermmaaisel, slootmaaisel of gewasresten over landbouwgrond

  • GPS in combinatie met één van bovenstaande investeringen

  • Wildredder in combinatie met één van bovenstaande systemen/werktuigen

Niet subsidiabel

  • Mestverwerkingsinstallaties

  • Reguliere grasmaaiers

  • Afleverkosten en abonnementen.

  • Kiepwagens, silagewagens en opraapwagens

16

 

Energie en klimaat

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

Punten

3.1

Machines of werktuigen met elektrische of waterstof aandrijving gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten

Subsidiabel

Aanschaf en/of aanleg van:

  • Mobiele machines bestemd voor het verrichten van werkzaamheden in de land- en tuinbouw, waarbij de aandrijving is voorzien van een elektromotor en voor de opslag van energie één of meerdere accu’s worden toegepast

  • Volledig elektrisch aangedreven tractoren en volledig elektrisch aangedreven zelfrijdende zaai-, bewerkings- en oogstmachines zoals combines of aardappelrooiers

  • Elektrische automatische voermachine / volledig elektrisch aangedreven voertuigen en machines voor ruwvoerverstrekking

  • Op waterstof aangedreven machines/werktuigen gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten

  • Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven mobiele machines, bestemd voor het verrichten van landbouwactiviteiten, voor het elektrisch laden van accu’s van eigen elektrisch aangedreven mobiele machines die zijn voorzien van een geheel of gedeeltelijke elektrische hoofdaandrijving, waarbij het oplaadpunt is opgesteld op het eigen bedrijfsterrein

  • Een oplaadsysteem en al dan niet de volgende onderdelen: een ontlaadsysteem, een meet- en regelsysteem, een lockerkast met een stroomafnamepunt per locker en een stekkerherkenningssysteem

  • Oplaadpunten en -systeem voor waterstof aangedreven machines

Niet subsidiabel

  • Elektrische auto’s, fietsen of andere vervoersmiddelen voor personen

  • Mest – en voerschuiven

  • Heftrucks, shovels, hoogwerkers en grasmaaiers

  • PV-systemen (zonnepanelen, fotovoltaïsch)

13

3.2

Aanpassing klimaatverandering

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Nachtvorst propeller

  • Anti hagelgeneratiesystemen

  • Hagelnetten

  • Regenkappen

  • Parasols ter voorkoming van zonnebrand bij fruitteelt

  • Insectengaas

16

3.3

Duurzame energie en warmtewinning

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Accusysteem voor de opslag van eigen opgewekte zonne- of wind energie

  • Temperatuurregulatie in bedrijfsgebouwen niet zijnde bedrijfswoningen door warmtewisselaars, warmtepompen of aardwarmtesystemen

  • Kleinschalige wind turbines, met een ashoogte tot maximaal 15 meter en een vermogen tot maximaal 20 kW.

  • Een kleine electrolyser om zelf met duurzame energie waterstof te maken.

  • Slow fill installatie voor waterstof

  • Lichtdoorlatende zonnepanelen geïntegreerd in de teelt

Niet-subsidiabel

  • Temperatuurregulatie voor bedrijfswoningen

  • Zonnepanelen voor bedrijfsgebouwen

16

3.4

Vergistingsinstallaties voor plantaardig materiaal

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vergistingsinstallatie voor plantaardig materiaal

  • Bijbehorende verwerkingsinstallaties voor de verdere verwerking zodat de afzetmogelijkheden van het eindproduct worden vergroot (alleen in combinatie met aanschaf van een vergistingsinstallatie)

Niet subsidiabel

  • Mestvergistingsinstallaties

15

 

Veehouderij

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

Punten

4.1

Comfortabele ligplaatsen voor veehouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een mat, matras, waterbed, gelmatras voor koeien om op te rusten met voldoende indrukbaarheid conform DLG test (uitslag: blijvende elasticiteit ≥ 15 mm indrukking bij een belasting van 2000N per 75 cm2 of DLG test goed (++)).

  • Een diepstrooiselbox: dik ingestrooide ligbox met zaagsel, stro, zand of ander organisch materiaal, met uitzondering van dikke fractie uit mestscheiders. Met strooiselkering aan voor- en achterzijde van de box van minimaal 15 cm hoog, gemeten loodrecht vanaf de bodem. Indien boxen in een dubbele rij liggen en aan de kopkant op elkaar aansluiten dan is daar geen strooiselkering vereist.

  • Een combinatie van mat of matras met diepstrooisel, waarbij indrukbaarheid mat/matras conform DLG test met uitslag goed (+) de hoogte strooiselkering loodrecht gemeten vanaf bovenkant mat/matras 8 cm.

Niet subsidiabel

  • Alle andere varianten op rustmogelijkheden voor dieren

  • De stal of plek waar de matrassen of waterbedden in komen

18

4.2

Digitale voorzieningen voor weidegang

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen ten behoeve van weidegang die diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren

  • Trackers via een oormerk of band

  • Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide

  • Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort en/of GPS systeem

  • Monitoringssystemen t.b.v. weidegang, waarbij het aantal dieren wat buiten loopt kan worden gemonitord

18

4.3a

Monomestvergisters

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • monomestvergisters met een maximale omvang van 25.000m3 mest

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie.

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

16

4.3b

Mestverwerkingssystemen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Alle mestverwerkingsinstallaties al dan niet in combinatie met een monomestvergistingsinstallatie voor de verdere verwerking van de vergiste mest tot een hoogwaardige meststof zoals compost, korrels, vloeibare stikstofhoudende kunstmeststoffen.

  • Installaties voor het drogen, opschonen en comprimeren van het gas uit eigen installatie

  • Installaties voor het opslaan van gecomprimeerd biogas uit eigen installatie in flessen/containers voor mobiel transport, ten bate van eigen gebruik.

Niet subsidiabel

  • Een aansluiting op een mestscheidingsinstallatie.

Opmerkingen

  • Aanvragers komen slechts in aanmerking voor subsidie voor indien er niet ook een verleningsbeschikking is ontvangen voor de SDE++ regeling.

18

4.4

Mestscheidingsinstallaties

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Mechanische mestscheidingsapparatuur zodat de ruwe (drijf)mest door de mechanische bewerking wordt gescheiden in een dikke fractie en een dunne fractie.

  • Stikstofkrakers

18

4.5

Voorzieningen voor weidegang voor graasdieren

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Een oversteekplaats zoals een koetunnel, dam of brug

  • Veeroosters

  • Mobiele melkrobot en mobiele melksystemen

  • Schuilmogelijkheden

  • Voorzieningen ter voorkoming van hittestress

  • Drinkwatervoorzieningen

Niet subsidiabel

  • Kavel- en koepaden

17

4.6

Brongerichte maatregelen en emissiearme stalsystemen varkenshouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Dagontmestingsystemen (dagelijkse verwijdering van mest) met een mestband/mestschuif onder de roosters of die spoelen met mest of ammoniakarme vloeistof

  • Mestpan met mestkanaal met koelsysteem en waterkanaal onder het kraamhok

Niet subsidiabel:

  • Sloopkosten bestaande systemen

  • Systemen zonder emissie factor

Opmerking

Alleen subsidiabel zijn systemen die aan de maximale emissiewaarden voldoen per 1/1/2020 en voor IPCC bedrijven:

  • Gespeende biggen – 0,21 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD1.11)

  • Kraamzeugen – 2,5 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD2.13)

  • Guste en drachtige zeugen – 1,3 kg NH3 per dierplaats per jaar (HD3.10)

  • Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking ( HD5.14)

18

4.7

Vrijloopkraamhokken zeugen

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vrijloopkraamhokken voor zeugen in plaats van gangbare huisvesting van kraamboxen.

18

4.8

Emissiearme systemen voor stallen melkveehouderij

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Vloerdelen en bijbehorende technieken van emissiearme stalsystemen (Or-code HA 1.38)

  • Koetoilet (Or-code HA 1.35)

Niet subsidiabel

  • Fundering waarop vloer ligt

  • Mestkelder

  • Muren en dak stal

  • Mestkanaal

  • Sloopkosten oude vloer

13

4.9

Monitoringssystemen diergezondheid

Subsidiabel

  • Monitoringssystemen die gezondheidskenmerken monitoren waaronder activiteit, herkauw en temperatuur

15

4.10

Uitloopvoorzieningen voor varkens en pluimvee

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Schuilplaatsen voor pluimvee

  • Schuilplaatsen voor varkens

17

 

Precisielandbouw

Categorie

Investering

Wel/niet subsidiabel

Punten

5.1

Precisiebemesting

Subsidiabel

Aanschaf en aanleg van:

  • Systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas

  • (fertigatie)

  • Systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt doorvertaald in het doseren van de meststoffen

  • Systemen voor het digitaal meten van opbrengsten voor opbrengstkaarten ten behoeve van plaats specifieke teeltoptimalisatie

  • GPS/GIS apparatuur, inclusief bodemkaart voor bovenstaande systemen (alleen in combinatie met aanschaf van bovenstaande

  • systemen)

Niet subsidiabel

  • Zodenbemester

  • Systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest

  • Systemen die plaatsspecifiek vloeibare stikstofhoudende (kunst)meststoffen in de bodem kunnen toepassen

18

5.2a

Precisiegewasbescherming met reducerende technieken

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Spuitmachine bestemd voor het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen aan gewassen in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit- of vollegrondsteelt, of bedekte teelt waarbij het ontstaan van restvloeistof in de spuittank wordt voorkomen of met ten minste 50% wordt gereduceerd

  • Spuitmachine met driftreducerende technieken, zoals driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen sleepdoektechniek waardoor minimaal 95% driftreductie wordt bereikt.

  • Spuitmachine met volumereducerende technieken

  • Een spuitmachine met volledig gescheiden vloeistofsystemen voor schoon water en spuitvloeistof

  • Driftreducerende technieken, zoals driftarme doppen, elektrische kantdoppen, luchtondersteuning, luchtvloeistofmengsystemen voor een bestaande spuitmachine die zorgen voor minimaal 95% driftreductie.

  • Een spuitmachine waarbij de gewasbeschermingsmiddelen op het laatste moment voor het spuiten op het gewas in de spuitleiding vermengd worden door een selectieve doseringseenheid

Niet subsidiabel

  • Kosten voor gebruik van drift reducerende additieven

Opmerkingen

  • Het percentage restvloeistofreductie of driftreductie moet worden vermeld op de offerte.

16

5.2b

Plaatsspecifieke precisiegewasbescherming

Subsidiabel

Aanschaf van:

  • Machine bestemd voor plaatsspecifieke bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden in de akkerbouw, bloembollen-, boom-, fruit-, vollegrondsteelt of bedekte teelt zonder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen

  • Camerabesturing voor bestaande schoffelwerktuigen

  • Systemen die op basis een taakkaart kunnen spuiten, eventueel in combinatie met PWM doppen (pulse width modulation)

  • Spotspray toepassingen: herkenning van onkruid met behulp van camera’s waarna alleen het onkruid bespoten wordt (sterke middelreductie)

18

5.3

Precisiezaai

Aanschaf van:  

Machine bestemd voor precisiezaai 

18

Bijlage 2 Toelichting Openstellingsbesluit GLB-NSP Biodiversiteit op het landbouwbedrijf en Jonge Boeren regeling Groningen 2026.

 

Algemeen

Dit is een openstelling in de Provincie Groningen waarmee we landbouwers willen stimuleren om te investeren in het verduurzamen van hun bedrijf. De maatregel is vooral bedoeld om de aanschaf van moderne installaties en machines te stimuleren, waarmee de landbouwer zijn of haar bedrijf kan verduurzamen. Dit doen zij door met specifieke investeringen een bijdrage te leveren aan de milieu- en klimaatdoelen en het efficiënt gebruiken van natuurlijke hulpbronnen, zoals water, bodem en biodiversiteit.

 

Gedeputeerde Staten van Groningen stellen een lijst vast met duurzame investeringen die relevant zijn voor de bedrijfsvoering van landbouwers in Groningen. De score per investeringscategorie is vormgegeven door de WUR op basis van de mate waarin de investering bijdraagt aan de innovatie en modernisering, effectiviteit en efficiëntie. De investeringen zijn landelijk afgestemd en zijn zo gekozen dat zij bijdragen aan één of meerdere doelstellingen van deze maatregel, zoals die benoemd zijn in het Nationaal Strategisch Plan (NSP), namelijk:

 

  • Het bieden van steun met het oog op een leefbaar bedrijfsinkomen en veerkracht van de landbouwsector in de hele Unie, ten behoeve van een grotere voedselzekerheid voor de lange termijn, van een meer diverse landbouw, en van een economisch duurzame landbouwproductie in de Unie.

  • Vergroting van de marktgerichtheid en het concurrentievermogen van landbouwbedrijven voor zowel de korte als de lange termijn, onder meer door meer aandacht voor onderzoek, technologie en digitalisering.

  • Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meer koolstof vast te leggen, en duurzame energie te bevorderen.

  • Bevordering van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen.

  • Bijdragen tot het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitatten en landschappen.

  • Beter inspelen door de landbouw van de Unie op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft hoogkwalitatief, veilig en voedzaam voedsel dat op duurzame wijze is geproduceerd, en voorts vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn, en bestrijding van antimicrobiële resistentie.

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

De subsidiabele activiteiten zijn beschreven in de investeringslijst, opgenomen in Bijlage 1. Iedere aanvraag (zowel van een individuele landbouwer als samenwerkingsverband) mag bestaan uit meerdere investeringen die niet uit dezelfde categorie hoeven te komen. Eén bullet binnen een categorie, zoals weergegeven in Bijlage 1 onder subsidiabel, wordt gezien als één investering.

 

Artikel 3 Niet subsidiabele activiteiten

Er wordt geen subsidie verstrekt voor de aanschaf van zelfrijders of tractoren met uitzondering van investeringen die ingediend worden onder Energie en klimaat, categorie 1 van de investeringslijst. Daarnaast wordt geen subsidie verstrekt voor abonnementen op software updates en servicecontracten. Indien er voor het in gebruik stellen van de machine een abonnement noodzakelijk is dan dient de aanvrager uit eigen middelen de noodzakelijke abonnementen op software updates en servicecontracten af te sluiten. Indien er een aanvraag wordt gedaan voor een investering ten behoeve van energieopwekking, dan moet de opgewekte energie gebruikt worden door de eigen landbouwonderneming, het worden van (netto) energieleverancier is niet subsidiabel. Berekening betreft verbruik totaal huidig: onderverdeeld in opgewekt, opgewekt naar net en teruggekocht en ingekocht op basis van de laatste eindafrekening. Daarnaast wordt een berekening met dezelfde waarden voor de nieuwe situatie opgesteld door de aanvrager waarop basis van wordt gecontroleerd dat de aanvrager geen (netto) energieleverancier wordt.

 

Artikel 4 Doelgroep

Voor deze subsidie komen zowel individuele als samenwerkingsverbanden van landbouwers in aanmerking. Onder een samenwerkingsverband wordt verstaan: een verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, niet zijnde een vennootschap, bestaand uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten. Samenwerkingsverbanden dienen te voldoen aan artikel 1.3 in de regeling.

 

Artikel 7 Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is voor jonge landbouwers 55% van de subsidiabele kosten en voor overige landbouwers 40% van de subsidiabele kosten. Per aanvraag kan tot maximaal € 124.999,-- subsidie worden verstrekt aan een individuele landbouwer. Voor een aanvraag van een samenwerkingsverband kan in totaal voor het samenwerkingsverband tot € 124.999,-- worden aangevraagd en verstrekt. Het minimale subsidiebedrag is € 25.000,--.

 

Artikel 8 Subsidiabiliteit van kosten

Bij huurkoop moet voor subsidiabele kosten sprake zijn van een aanvrager die eigenaar wordt van de machine/installatie nadat alle termijnen zijn betaald. Uit het contract moet blijken dat de aanvrager alle termijnen afbetaalt en daarmee eigenaar wordt van de investering voordat de instandhoudingsperiode (vaststellingsdatum +3 jaar voor mkb, of vaststellingsdatum +5 jaar voor niet mkb) is afgelopen.

 

Artikel 9 Subsidievereisten aanvraag

Het kan het zijn dat een vergunning nodig is om de investering uit te voeren. Het blijft altijd belangrijk om vooraf goed na te denken of advies in te winnen of de beoogde maatregel wel of niet zinvol is om toe te passen en of er eventueel vergunningen nodig zijn. Deze informatie kan worden gebruikt voor de subsidieaanvraag.

 

Subsidieaanvragen moeten worden ingediend via het webportal van SNN. Via de website van SNN kunnen de benodigde documenten worden gedownload. Aanvragen dienen volledig te zijn en verplichte documentatie moet bij de aanvraag worden aangeleverd. Een doel van de Europese Unie is om biologische landbouw te stimuleren. Daarom kunnen biologische landbouwers of landbouwers die aan het omschakelen zijn naar biologische landbouw een extra punt krijgen op de aanvraag. Om voor extra punten in aanmerking te komen als biologische of biologisch dynamische landbouwer dient bij de aanvraag het certificaat van de certificering te worden aangeleverd of bewijs van registratie als omschakelaar.

 

De aanvraag dient een toelichting of onderbouwing op de begroting, door middel van één of meerdere offertes, te bevatten. Alleen kosten die marktconform en redelijk zijn, komen in aanmerking voor subsidie. Het onderbouwen van de redelijkheid is uw verantwoordelijkheid. Een onderbouwing mag bestaan uit offertes of vergelijkbare aankopen. Bij opdrachten boven de € 25.000,-- levert u minimaal 3 offertes aan. Lukt dat niet? Dan deelt u een andere onderbouwing. Bijvoorbeeld een taxatierapport. Ontbreekt de onderbouwing? Dan doen wij zelf onderzoek. Dit kan leiden tot een lager subsidiebedrag.

 

Artikel 10 Selectiecriteria, weging en selectie

Alle aanvragen worden na sluiting van de openstellingsperiode gerangschikt op basis van de punten die de diverse investeringen hebben in de investeringslijst. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de ranking. Wanneer voor meerdere investeringen subsidie wordt aangevraagd wordt het gemiddelde van de punten bepaald voor de ranking. Dit geldt ook voor aanvragen van samenwerkingsverbanden. Wanneer de score is bepaald worden eventuele extra punten toegekend voor biologische en biologisch dynamische landbouwers.

 

Artikel 13 Verplichtingen

Normaal gezien is het verplicht volgens de regeling om twee maanden na de beschikking te beginnen met realisatie van de investering. Dit is voor subsidies beschikt op grond van deze openstelling niet verplicht vanwege de soort investeringen op de lijst. Daarnaast is het ook niet verplicht om jaarlijks een verslag omtrent voortgang in te dienen. Bij een verzoek tot wijziging van de subsidie is dit wel noodzakelijk. Daarnaast dient de investering waarvoor subsidie is ontvangen ten minste vijf jaar in stand te worden gehouden, tenzij sprake is van een investering door een mkb-onderneming, in welk geval sprake is van een instandhoudingsverplichting van drie jaar.

 

De subsidieontvanger is verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk op 30 juni 2028 in te dienen. Indien de vaststelling niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan geen aanspraak meer gemaakt worden op de verleende subsidie.

Naar boven