Provinciaal blad van Utrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2025, 21581 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrecht | Provinciaal blad 2025, 21581 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 17 december 2025, nummer UTSP-1592886072-948, tot vaststelling van de uitgangspunten van het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie en van regels voor periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur (Financiële verordening provincie Utrecht 2025)
Provinciale Staten van Utrecht;
Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 4 november 2025 met als kenmerk UTSP-1592886072-927;
Gelet op de artikelen 216 en 217a van de Provinciewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
HOOFDSTUK 2 BEGROTING EN VERANTWOORDING
Artikel 2 Inrichting Planning & Controlcyclus
Gedeputeerde Staten bieden de P&C-documenten aan Provinciale Staten aan met informatie over de programma's, waaronder in ieder geval informatie over beleidsdoelen, indicatoren en budgetten (baten en lasten). Ter kennisname voor Provinciale Staten wordt als aparte bijlage nadere informatie op beleidsdoelniveau verstrekt, waaronder in ieder geval informatie over meerjarendoelen, (beoogde) resultaten en budgetten.
In de begroting wordt bij nieuwe investeringskredieten bij de betreffende programma’s per categorie van de investeringskredieten het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt bij de lopende investeringskredieten het vastgestelde investeringskrediet weergegeven, alsmede de raming van de uitputting over de (meerjaren)begroting.
Artikel 5 Vaststellen begroting, investeringskredieten en wijzigingen
De classificatie van baten en lasten als structureel en incidenteel in de begroting en jaarstukken vindt als volgt plaats, waarbij per begrotingspost in de jaarstukken in het Overzicht incidentele baten en lasten een grensbedrag van € 500.000 wordt gehanteerd:
incidentele baten en lasten zijn:
begrotingsposten met een duidelijke en onvoorwaardelijke einddatum die zich maximaal 3 jaar voordoen, waarbij de scheidslijn tussen drie jaar of langer een hulpmiddel is bij het bepalen of er sprake is van incidenteel of structureel, de aard van de werkzaamheden van een begrotingspost gaat altijd boven dit hulpmiddel;
De jaarstukken bevatten de integrale verantwoording van de realisatie van de programma’s, beleidsdoelen en activiteiten en de middelen die daarvoor zijn ingezet ten opzichte van de voornemens in de begroting. Hierbij wordt verantwoording afgelegd over ‘wat we wilden bereiken’, ‘wat we daarvoor hebben gedaan’ en ‘wat heeft het gekost’.
In de jaarstukken worden de verschillen geanalyseerd tussen de bijgestelde begroting en de jaarcijfers. Verschillen groter dan € 500.000 of meer dan 10% van de begroting per programma, gebaseerd op een analyse per beleidsdoel, worden afzonderlijk toegelicht. De verschillenanalyse wordt weergegeven per programma.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden Gedeputeerde Staten Provinciale Staten het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Met de bestemmingsvoorstellen bij de jaarstukken worden de niet bestede delen van de structurele budgetten toegevoegd aan de algemene reserve.
De niet bestede incidentele budgetten van meer dan € 500.000 of 10% van de programmabegroting kunnen bij het aanbieden van de jaarstukken door middel van een bestemmingsvoorstel eenmalig worden overgeheveld naar de bestemmingsreserve om te kunnen worden ingezet voor realisatie van vastgestelde provinciale doelstellingen.
HOOFDSTUK 3 RECHTSMATIGHEIDSVERANTWOORDING
Artikel 9 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten over afwijkingen boven de verantwoordingsgrens, als percentage van de totale lasten van de provincie, exclusief de toevoegingen aan de reserves. Het BBV schrijft de toegestane maximale grens voor. De provincie houdt haar verantwoordingsgrens gelijk aan de door de accountant voor getrouwheid te hanteren grenzen zoals door het Bado voorgeschreven voor accountants bij het controleren van jaarrekeningen. Hierbij is de materialiteitsgrens van de accountant het saldo van fouten en onduidelijkheden.
Artikel 11 Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid en heeft betrekking op de grenzen van de baten en lasten in de door Provinciale Staten vastgestelde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Iedere afwijking van de begroting ten opzichte van de begroting volgens het laatste P&C-document over dat boekjaar, wordt als onrechtmatig beschouwd indien deze niet tijdig is gemeld. In het kader van financiële rechtmatigheid is het tijdig als wijzigingen ten opzichte van de begroting volgens het laatste P&C-document over dat boekjaar worden gemeld in P&C-document gedurende het jaar of bij de jaarstukken.
Begrotingsonrechtmatigheden die als acceptabel worden aangemerkt, worden opgenomen in de rechtmatigheids-verantwoording voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden. Deze worden toegelicht in de jaarrekening, maar niet nader toegelicht in de rechtmatigheidsverantwoording en paragraaf Bedrijfsvoering.
Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
Geconstateerd misbruik waarbij het misbruik en oneigenlijk gebruik-beleid juist is uitgevoerd en op een getrouwe wijze is verwerkt in de jaarrekening, wordt niet betrokken bij het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Via de paragraaf Bedrijfsvoering wordt inzicht gegeven in de aard en de (financiële) impact van het bij de provincie geconstateerde misbruik.
HOOFDSTUK 4 FINANCIEEL BELEID EN PARAGRAFEN
Artikel 18 Niet uit de balans blijkende verplichtingen
In de toelichting op de balans bij de jaarrekening worden de niet uit de balans blijkende verplichtingen opgenomen naar hoogte in euro’s en resterende looptijd. Hierbij worden onderscheiden:
Artikel 22 Verbonden partijen en andere participaties
Provinciale Staten stellen ten minste eenmaal in de vier jaar de Nota samenwerkende partijen vast, waarin een beleidskader wordt gegeven voor de wijze waarop wordt omgegaan met de verbonden partijen en andere samenwerkingsverbanden in de realisatie van de doelstellingen van de provincie en de wijze van risicobeheersing.
HOOFDSTUK 5 FINANCIEEL BEHEER EN INTERNE CONTROLE
Artikel 24 Financiële administratie en organisatie
Gedeputeerde Staten dragen zorg voor een financiële administratie zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval de organisatie in staat stelt tot:
Gedeputeerde Staten dragen ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarstukken en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Dit in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Bij afwijkingen rapporteren Gedeputeerde Staten hierover en nemen maatregelen tot herstel.
HOOFDSTUK 6 FINANCIËLE ORGANISATIE
Artikel 28 Subsidieverstrekking en steunverlening
Voor de lastneming van de verstrekte subsidies in de provinciale jaarstukken geldt dat deze lasten worden verantwoord in het jaar waarin de subsidieontvanger start met de uitvoering van de activiteiten op basis van de startdatum van de projectperiode in de subsidieverleningsbeschikking, tenzij:
het projectsubsidies betreffen die meer dan € 1.250.000 bedragen en over meerdere boekjaren lopen, hiervoor worden de lasten verdeeld over de betreffende jaren. Dit gebeurt op basis van het bestedingsritme zoals vermeld in de subsidieverleningsbeschikking, waarin de jaarlijkse lasten per boekjaar zijn opgenomen.
HOOFDSTUK 7 ONDERZOEK NAAR DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID BESTUUR
Artikel 30 Intrekken oude regeling
De Financiële verordening 2024 provincie Utrecht wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten van Utrecht van 17 december 2025.
Provinciale Staten van Utrecht,
Voorzitter,
mr. J.H. Oosters
Griffier,
mr. C.A. Peters
Bijlage als bedoeld in artikel 13, tweede lid van deze verordening.
Signaalwaarden voor beoordeling van de financiële stabiliteit van de provincie:
Artikel 216 van de Provinciewet schrijft voor dat Provinciale Staten bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststellen. Veel aspecten aangaande de financiële functie zijn vastgelegd in landelijke regelgeving, zoals het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). In deze financiële verordening kiezen wij ervoor in de financiële verordening geen bepalingen uit die hogere wetgeving te herhalen.
Binnen de context van deze regelgeving regelt de financiële verordening de relatie tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten: de bevoegdheden van Gedeputeerde Staten en de kaders waaraan zij zich te houden hebben. Dit sluit aan bij de kaderstellende en controlerende rol die binnen het duale stelsel aan Provinciale Staten is gegeven. De relatie tussen Gedeputeerde Staten en de ambtelijke organisatie wordt in het duale stelsel gezien als een verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten.
Gedeputeerde Staten treffen hiervoor zelf regelingen die afgestemd zijn op deze financiële verordening.
II. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 5 Vaststellen begroting, investeringskredieten en wijzigingen
Lid 7 bevat nader uitgewerkte criteria voor de rapportage in de jaarstukken van incidentele baten en lasten. Naar aanleiding van de evaluatie van de jaarrekeningcontrole 2024, bestond behoefte om hieraan meer aandacht te besteden in de financiële verordening. Hierbij zijn ook de te hanteren financiële grenzen beschreven.
Lid 4 bevat de financiële grenzen voor de toelichting van verwachte en gerealiseerde afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen op programmaniveau. De hierbij te hanteren financiële grenzen zijn in lijn met de in artikel 9 hieronder beschreven aangepaste regelgeving in april 2025 van de Commissie BBV en de Commissie Bado, waarmee de verantwoordingsgrens voor de jaarstukken van gemeenten en provincies en de materialiteitsgrens voor de controlerend accountants bij de controle van deze jaarstukken, belangrijk zijn verhoogd.
In de toelichting op deze afwijkingen wordt een financiële grens met een voor- of nadelig financieel effect van meer dan € 500.000 of meer dan 10% van de begroting gehanteerd.
Lid 3 bevat de aangepaste financiële grens voor de analyse in de jaarstukken van de verschillen tussen de bijgestelde begroting en de jaarcijfers. Deze grens is verhoogd naar € 500.000 of meer dan 10% van de begroting per programma.
De verschillenanalyse wordt weergegeven per programma.
Lid 6 bevat de verhoogde financiële grens voor de eenmalige overheveling van incidentele budgetten door middel van een bestemmingsvoorstel, als er sprake is van een reeds aangegane verplichting voor de uitvoering van de desbetreffende activiteiten en wanneer in de begroting van het volgende jaar geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn.
Voor verdere toelichting op de verhoging van de grensbedragen wordt verwezen naar artikel 9 hieronder.
Dit is een nadere uitwerking van de door Provinciale Staten, op 10 november 2021, vastgestelde Motie 103: Wet van Wijntjes. Aanleiding tot deze motie was de wens van Provinciale Staten om de prognosekracht van de provincie te versterken, onder meer door het verbeteren van het proces van begroten, het beter in beeld brengen van het vormen en aanwenden van (bestemmings)reserves en het verminderen van de jaarlijkse onderbestedingen van lasten. In de uitwerking is rekening gehouden met het Initiatievoorstel commissie Janssen ten aanzien van het niveau waarop de begroting door Provinciale Staten wordt opgesteld (programmaniveau).
In de financiële verordening 2025 is de Wet van Wijntjes verplaatst naar artikel 7 (Jaarstukken), lid 8 en is een beperkt aantal technische wijzigingen doorgevoerd om de formulering van de Wet van Wijntjes aan te laten sluiten op de huidige P&C-cyclus. Zo wordt bijvoorbeeld in de slotwijziging geen beleidsinformatie of toelichting opgenomen over de verwachte onderbestedingen per programma.
Daarnaast geeft deze financiële verordening inzichtelijk weer hoe, en met welke financiële grensbedragen, Gedeputeerde Staten in de verschillende P&C-documenten aan Provinciale Staten rapporteren over verwachte en gerealiseerde afwijkingen met een voor- of nadelig financieel effect ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen op programmaniveau. Hierbij zijn de grensbedragen in deze financiële verordening, ten minste in overeenstemming met de in de Wet van Wijntjes opgenomen grensbedragen. Hierbij behoudt Provinciale Staten uiteraard, zoals is vastgelegd in de Provinciewet, het budgetrecht.
Voorts wordt in deze financiële verordening concreet beschreven onder welke voorwaarden en grensbedragen:
Artikel 8 beschrijft de wijze waarop Gedeputeerde Staten gedurende het boekjaar Provinciale Staten informeren wanneer wordt verwacht dat de lasten bij een programma ten opzichte van de vastgestelde begroting dreigen te worden overschreden of een onderschrijding dreigt van de baten bij een programma.
Lid 1 bevat de grenzen voor de actieve informatieplicht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten over verwachte belangrijke overschrijding van lasten of onderschrijding van baten bij een programma ten opzichte van de vastgestelde begroting.
Artikel 9 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
In het tweede lid is de verantwoordingsgrens gegeven. Gedeputeerde Staten informeren Provinciale Staten over afwijkingen boven de verantwoordingsgrens. Deze grens wordt bepaald als percentage van de totale lasten van de provincie, exclusief de toevoegingen aan de reserves. Het BBV schrijft de toegestane maximale grens voor (2%).
De provincie houdt haar verantwoordingsgrens gelijk aan de door de accountant voor getrouwheid te hanteren materialiteit, zoals door het Bado is voorgeschreven voor accountants bij het controleren van jaarrekeningen. Voor de controle van de jaarstukken 2025 hanteert de controlerend accountant van de provincie een materialiteit van 2%.
Hierbij betreft de verantwoordingsgrens het saldo van fouten en onduidelijkheden.
Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens).
Deze grens is € 500.000, in navolging van de toegenomen verantwoordingsgrens.
Artikel 15 Financieringsfunctie
Aanpassingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de vergadering in januari 2025 met de Auditcommissie over het intrekken van de Nota financieringsinstrumenten. Het relevante beleidskader uit deze nota voor financiële instrumenten is in deze financiële verordening opgenomen. De uitvoeringsrichtlijnen worden begin 2026 opgenomen in het Treasurystatuut.
Aanpassing betreft de actualisatie en vereenvoudiging van artikel 17 Kostprijsberekening en artikel 18 Prijzen economische activiteiten uit de financiële verordening 2024. Hierbij is rekening gehouden met Artikel 216, lid 2 onder b, Provinciewet dat bepaalt dat de financiële verordening in elk geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het provinciebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht.
In de position paper Overhead 2025 is specifiek aangegeven hoe wordt omgegaan met de toerekening van de overhead, omdat dit niet meer een integraal onderdeel is van de programma’s maar is opgenomen in het overzicht overhead.
Artikel 28 Subsidieverstrekking en steunverlening
Lid 3 is aangepast waarbij voor lastneming van verstrekte subsidies in de jaarstukken van de provincie geldt dat het grensbedrag voor projectsubsidies is vastgesteld op een vast bedrag van € 1.250.000 per subsidie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-21581.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.