Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 16 december 2025, kenmerk 795369 houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

 

Gedeputeerde staten van Zeeland,

  • overwegende dat:

    • a.

      provinciale staten op 15 maart 2024 het koersdocument ‘Meer waarde voor cultuur en erfgoed in Zeeland’ hebben vastgesteld waarin de hoofdlijnen en provinciale ambities voor de culturele en erfgoedsector tot 2032 in Zeeland beschreven worden;

    • b.

      gedeputeerde staten op 19 november 2024 de ‘Uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed (2025-2032)’ hebben vastgesteld waarin de ambities uit het koersdocument nader zijn uitgewerkt;

    • c.

      gedeputeerde staten de doelen en opgaven uit de uitvoeringsagenda wat betreft het onderwerp musea verder hebben uitgewerkt in het concretiseringsbesluit musea van 1 juli 2025 waarbij het Kaderdocument Museumbeleid 2026-2028 is vastgesteld;

    • d.

      in dit kaderdocument is opgenomen dat er een verdeling wordt gemaakt tussen de ondersteuning van de musea met een integrale kostensubsidie, de basismusea en de rest van het Zeeuwse museumveld, en dat er specifiek voor de Zeeuwse musea die geen integrale kostensubsidie ontvangen en ook niet benoemd zijn tot basismuseum er vanaf 2026 een subsidieregeling opent waarbinnen er ruimte is voor het ondersteunen van hun plannen en ambities met ook aandacht voor samenwerkingsprojecten;

    • e.

      op basis van het vorenstaande bijzondere bepalingen in het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 benodigd zijn;

  • gelet op artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023;

 

besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

 

Artikel I  

 

Na hoofdstuk 43 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

 

Hoofdstuk 44 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor versterking Zeeuwse musea

Artikel 44.1 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a.

    basismuseum: op grond van het besluit van gedeputeerde staten van 1 juli 2025 als zodanig aangewezen museum;

  • b.

    museum: museum dat lid is van de Vereniging Zeeuwse Musea;

  • c.

    ondersteuningsorganisatie: culturele- of erfgoedorganisatie die provinciale subsidie ontvangt voor activiteiten op het gebied van ondersteuning van organisaties en medewerkers in de cultuur- en erfgoedsector;

  • d.

    themamuseum: op grond van het besluit van gedeputeerde staten van 8 maart 2022 als zodanig aangewezen museum;

  • e.

    uitvoeringsagenda: Uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed 2025-2032, vastgesteld door gedeputeerde staten op 19 november 2024.

Artikel 44.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op één of meer van de volgende doelstellingen uit de uitvoeringsagenda:

  • a.

    het vergroten van het publieksbereik van musea;

  • b.

    het verbeteren van de toegankelijkheid van musea;

  • c.

    het aantrekkelijker maken van vrijwilligerswerk in de museumsector;

  • d.

    het samenwerken van musea op het gebied van kennisdeling.

Artikel 44.3 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend aangevraagd door en verstrekt aan een museum of aan een penvoerder van een samenwerkingsverband van ten minste twee musea.

  • 2.

    Een museum dat op grond van artikel 2.1.1 in aanmerking komt voor een integrale kosten subsidie, een basismuseum of een voormalig themamuseum, kan geen subsidie aanvragen en ontvangen op grond van dit hoofdstuk.

  • 3.

    De penvoerder van een samenwerkingsverband is een museum en het aanspreekpunt voor het bevoegd gezag voor alle zaken die de subsidie betreffen.

Artikel 44.4 Weigeringsgronden

  • 1.

    In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a, wordt subsidie niet verstrekt indien met de activiteiten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, is gestart voordat de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Onverminderd artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b tot en met d, wordt subsidie niet verstrekt indien:

    • a.

      de aanvrager binnen dezelfde openstellingsperiode reeds een subsidieaanvraag op grond van dit hoofdstuk heeft ingediend;

    • b.

      voor dezelfde activiteiten reeds provinciale subsidie of een andere provinciale financiële bijdrage is verstrekt;

    • c.

      de aangevraagde subsidie meer dan € 40.000 bedraagt;

    • d.

      de aanvrager niet kan aantonen dat het project kan starten voor 1 oktober van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend;

    • e.

      de aanvrager niet kan aantonen dat het project kan worden gerealiseerd binnen 24 maanden na start van het project;

    • f.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda, genoemd in artikel 44.2.

Artikel 44.5 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt hoofdzakelijk uitgevoerd in de provincie Zeeland;

  • b.

    het project is gericht op en komt ten goede aan de Zeeuwse museumsector;

  • c.

    het project is duurzaam en toekomstgericht;

  • d.

    het project wordt niet verricht met een winstoogmerk;

  • e.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, betreffen geen reeds bestaande activiteiten van de aanvrager of partners van het samenwerkingsverband dan wel andere, al dan niet door de provincie, gesubsidieerde instellingen.

Artikel 44.6 Niet-subsidiabele kosten

Onverminderd het bepaalde in § 1.3 komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten gemaakt voor indiening van de aanvraag;

  • b.

    reguliere apparaatskosten;

  • c.

    onderhoudskosten;

  • d.

    kosten van de bouw of verbouw van onroerende zaken, tenzij deze kosten gemaakt worden met als doel het verbeteren van de toegankelijkheid van musea;

  • e.

    kosten ten behoeve van de exploitatie van horeca;

  • f.

    onkostenvergoedingen;

  • g.

    vrijwilligersbijdragen;

  • h.

    contributies en leges;

  • i.

    kosten van consumpties, maaltijden en reis en verblijf;

  • j.

    kosten van gebouwen en gronden die worden gebruikt voor het project;

  • k.

    kosten met betrekking tot religieuze of politieke activiteiten;

  • l.

    kosten van activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage van het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland;

  • m.

    kosten met betrekking tot het geven of opzetten van een opleiding;

  • n.

    kosten gemaakt door een museum dat op grond van artikel 2.1.1 in aanmerking komt voor een integrale kosten subsidie, een basismuseum of een voormalig themamuseum;

  • o.

    kosten gemaakt door een ondersteuningsorganisatie.

Artikel 44.7 Subsidiehoogte

De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000 per aanvraag.

 

Artikel 44.8 Staatssteun

  • 1.

    Gedeputeerde staten toetsen voor subsidieverlening of die is aan te merken als steunmaatregel in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie.

  • 2.

    Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831, 15.12.2023) en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening.

  • 3.

    Wanneer de subsidieverlening is aan te merken als een steunmaatregel, legt de aanvrager op verzoek van gedeputeerde staten een de-minimisverklaring over met een opgave van alle andere ontvangen de-minimissteun in de afgelopen 36 maanden.

Artikel 44.9 Indieningsvereisten

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier versterking Zeeuwse musea.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt overgelegd:

    • a.

      een projectplan als bedoeld in artikel 1.4.2, tweede lid, van maximaal 8 pagina’s A4, waarin ten minste het volgende wordt beschreven:

      • i.

        een omschrijving van het project, waaronder de projectopzet, de doelgroep en de uit te voeren activiteiten;

      • ii.

        de wijze waarop het project bijdraagt aan de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda, genoemd in artikel 44.2;

      • iii.

        in geval van een samenwerkingsverband: de rol en bijdragen in het project van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

      • iv.

        de plaats waar de activiteiten worden uitgevoerd;

      • v.

        de bijdrage die het project levert aan de Zeeuwse museumsector;

      • vi.

        de duurzaamheid en toekomstgerichtheid van het project;

      • vii.

        de toegevoegde waarde van het project of programma ten opzichte van bestaande activiteiten;

      • viii.

        een realistische (meerjaren)planning;

    • b.

      een sluitende meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 1.4.3, voorzien van specificatie van en toelichting op de opgenomen kosten en baten;

    • c.

      in geval van een samenwerkingsverband: één door alle deelnemers aan het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsverklaring.

Artikel 44.10 Indieningstermijn

  • 1.

    De aanvraag wordt bij gedeputeerde staten ingediend binnen de openstellingsperiode die door gedeputeerde staten is vastgesteld in een openstellingsbesluit.

  • 2.

    Subsidieaanvragen die op de uiterste indieningsdatum niet volledig zijn ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 44.11 Subsidieplafond

Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode als bedoeld in artikel 42.10 een subsidieplafond vast in een openstellingsbesluit.

 

Artikel 44.12 Verdeelmethode

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2.

    Indien een aanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting.

  • 4.

    In het geval een subsidie niet volledig verleend kan worden als gevolg van het bereiken van het subsidieplafond, vindt verlening plaats ter hoogte van het nog beschikbare bedrag.

  • 5.

    Indien naar het oordeel van gedeputeerde staten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, zijn gedeputeerde staten bevoegd de subsidie te weigeren en de subsidie aan de eerstvolgende in de rangschikking te verlenen.

Artikel 44.13 Beslistermijn

  • 1.

    Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • 2.

    Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.

Artikel 44.14 Verplichtingen

Onverminderd het bepaalde in § 1.6 is de subsidieontvanger verplicht:

  • a.

    het project te starten voor 1 oktober van het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend;

  • b.

    het project af te ronden binnen 24 maanden na start van het project.

Artikel II  

 

Onder vernummering van de paragrafen 44.1 en 44.2 tot respectievelijk de paragrafen 45.1 en 45.2 en van de artikelen 44.1.1 en 44.2.1 tot respectievelijk de artikelen 45.1.1 en 45.2.1, wordt Hoofdstuk 44 Slotbepalingen gewijzigd in: Hoofdstuk 45 Slotbepalingen.

 

Artikel III  

 

Na de toelichting op hoofdstuk 43 wordt een toelichting toegevoegd, luidende:

 

Toelichting op hoofdstuk 44 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor versterking Zeeuwse musea

 

Algemene toelichting

Provinciale staten hebben op 15 maart 2024 het koersdocument ‘Meer waarde voor cultuur en erfgoed in Zeeland’ vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en provinciale ambities voor de culturele en erfgoedsector tot 2032 in Zeeland beschreven worden. Op 19 november 2024 hebben gedeputeerde staten de ‘Uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed (2025-2032)’ vastgesteld waarin de ambities uit het koersdocument nader zijn uitgewerkt. Gedeputeerde staten hebben vervolgens de doelen en opgaven uit de uitvoeringsagenda wat betreft het onderwerp musea verder uitgewerkt in het concretiseringsbesluit musea van 1 juli 2025, waarbij het Kaderdocument Museumbeleid 2026-2028 is vastgesteld. In dit kaderdocument is opgenomen dat er een verdeling wordt gemaakt tussen de ondersteuning van de musea met een integrale kostensubsidie, de basismusea en de rest van het Zeeuwse museumveld, en dat er specifiek voor de Zeeuwse musea die geen integrale kostensubsidie ontvangen en ook niet benoemd zijn tot basismuseum er vanaf 2026 een subsidieregeling opent waarbinnen er ruimte is voor het ondersteunen van hun plannen en ambities met ook aandacht voor samenwerkingsprojecten. Dit hoofdstuk vormt de uitwerking van deze subsidieregeling.

 

Juridisch kader

Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023). Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 44 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.

 

Staatssteun

Subsidie ten behoeve van dit hoofdstuk kan staatssteun inhouden als de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming en voor een economische activiteit. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de algemene de-minimisverordening. Op grond van deze verordening mag een onderneming over een periode van drie jaren maximaal een bedrag ontvangen van € 300.000 aan steun, waarbij alle steunverlenende overheden worden meegerekend. Ondernemingen moeten bij hun aanvraag een de-minimisverklaring ondertekenen die betrekking heeft op eerder verleende steun.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 44.2 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op één of meer van de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda zoals aangeduid in dit artikel. Omdat de activiteiten van musea die binnen deze doelstellingen kunnen worden uitgevoerd gevarieerd en uiteenlopend zijn, is ervoor gekozen om geen limitatieve opsomming te maken van soorten activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen. Gedacht kan worden aan projecten op het gebied van:

  • digitalisering;

  • tentoonstellingen;

  • het vergroten van de zichtbaarheid van het Zeeuws erfgoed;

  • het behouden, toegankelijk maken en benutten van cultuur en erfgoed voor iedereen;

  • de versterking en ondersteuning van vrijwilligerswerk;

  • het vergroten van de waardering, productie en deelname van jongeren aan cultuur en erfgoed;

  • structurele en duurzame verbetering van de huidige situatie, bijvoorbeeld m.b.t. behoud en beheer van de collectie;

  • het stimuleren van talent- en beroepsontwikkeling van (jonge) professionals zodat deze mensen in onze provincie kunnen (blijven) werken;

  • erfgoededucatie – reizen in de Tijd.

 

Artikel 44.3 Doelgroep

Lid 2:

Voor een museum dat op grond van artikel 2.1.1 in aanmerking komt voor een integrale kosten subsidie, een basismuseum of een voormalig themamuseum, bestaan reeds andere provinciale subsidiemogelijkheden. Zodoende vallen deze musea buiten de doelgroep van dit hoofdstuk.

 

Artikel 44.4 Weigeringsgronden

Lid 2, onderdeel f:

Op grond van artikel 44.2 moeten projecten gericht zijn op één of meer van de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda, genoemd in dat artikel. Wij verwachten van projecten een substantiële bijdrage aan de realisering van die doelstellingen. Projecten waarbij de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda van ondergeschikt belang zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie.

 

Artikel 44.5 Subsidievereisten

Onderdeel c:

Met duurzaam en toekomstgericht wordt bedoeld dat projecten niet alleen incidenteel maar ook op lange termijn een bijdrage leveren aan de versterking van het museum of de musea, bijvoorbeeld door nieuwe doelgroepen te bereiken, een professionaliseringsslag te verwezenlijken of een nieuwe basis te vormen voor toekomstige activiteiten.

 

Onderdeel e:

De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen nieuwe activiteiten te zijn. Het kan daarbij ook gaan om activiteiten die een uitbreiding van, aanvulling of toevoeging op bestaande activiteiten en/of het bestaande aanbod zijn.

 

Artikel 44.6 Niet-subsidiabele kosten

Onderdeel b:

Onder reguliere apparaatskosten wordt verstaan: de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken.

 

Onderdeel l:

Het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland ondersteunt publicaties en documentaires die met een duidelijk afgebakend thema een bijdrage leveren aan de geschiedschrijving van Zeeland voor een breed publiek. Het gaat om publicaties waarvan de directe productiekosten niet hoger zijn dan € 35.000, de verkoopprijs niet hoger is dan € 30 en de oplage ten minste 500 exemplaren betreft. Wat betreft de documentaires gaat het om producties met een begroting tot max. € 60.000. Geen steun wordt gegeven aan meerdelige producties of producties korter dan 15 minuten.

Kosten van activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage van het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland, komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.

 

Artikel IV  

 

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van 16 december 2025.

Dhr. H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. M.C.J. Franken, secretaris

Naar boven