Provinciaal blad van Zeeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2025, 21488 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zeeland | Provinciaal blad 2025, 21488 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023
Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 16 december 2025, kenmerk 795369 houdende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.
Gedeputeerde staten van Zeeland,
in dit kaderdocument is opgenomen dat er een verdeling wordt gemaakt tussen de ondersteuning van de musea met een integrale kostensubsidie, de basismusea en de rest van het Zeeuwse museumveld, en dat er specifiek voor de Zeeuwse musea die geen integrale kostensubsidie ontvangen en ook niet benoemd zijn tot basismuseum er vanaf 2026 een subsidieregeling opent waarbinnen er ruimte is voor het ondersteunen van hun plannen en ambities met ook aandacht voor samenwerkingsprojecten;
besluiten vast te stellen de navolgende wijziging van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:
Hoofdstuk 44 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor versterking Zeeuwse musea
Artikel 44.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op één of meer van de volgende doelstellingen uit de uitvoeringsagenda:
Artikel 44.5 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
Artikel 44.6 Niet-subsidiabele kosten
Onverminderd het bepaalde in § 1.3 komen niet voor subsidie in aanmerking:
De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000 per aanvraag.
Indien sprake is van een steunmaatregel, dan wordt deze verleend op basis van de Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831, 15.12.2023) en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van die verordening.
Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode als bedoeld in artikel 42.10 een subsidieplafond vast in een openstellingsbesluit.
Na de toelichting op hoofdstuk 43 wordt een toelichting toegevoegd, luidende:
Toelichting op hoofdstuk 44 Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor versterking Zeeuwse musea
Provinciale staten hebben op 15 maart 2024 het koersdocument ‘Meer waarde voor cultuur en erfgoed in Zeeland’ vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en provinciale ambities voor de culturele en erfgoedsector tot 2032 in Zeeland beschreven worden. Op 19 november 2024 hebben gedeputeerde staten de ‘Uitvoeringsagenda cultuur en erfgoed (2025-2032)’ vastgesteld waarin de ambities uit het koersdocument nader zijn uitgewerkt. Gedeputeerde staten hebben vervolgens de doelen en opgaven uit de uitvoeringsagenda wat betreft het onderwerp musea verder uitgewerkt in het concretiseringsbesluit musea van 1 juli 2025, waarbij het Kaderdocument Museumbeleid 2026-2028 is vastgesteld. In dit kaderdocument is opgenomen dat er een verdeling wordt gemaakt tussen de ondersteuning van de musea met een integrale kostensubsidie, de basismusea en de rest van het Zeeuwse museumveld, en dat er specifiek voor de Zeeuwse musea die geen integrale kostensubsidie ontvangen en ook niet benoemd zijn tot basismuseum er vanaf 2026 een subsidieregeling opent waarbinnen er ruimte is voor het ondersteunen van hun plannen en ambities met ook aandacht voor samenwerkingsprojecten. Dit hoofdstuk vormt de uitwerking van deze subsidieregeling.
Dit hoofdstuk maakt onderdeel uit van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 (Asb 2023). Dat betekent dat bij subsidieverstrekking ook de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Asb 2023 en de Algemene subsidieverordening Zeeland 2023 (Asv 2023) van toepassing zijn. De bepalingen van de Asv 2023 en hoofdstuk 1 van het Asb 2023 gelden in aanvulling op het onderhavige hoofdstuk. Zo bevat § 1.3 van het Asb 2023 een aantal bepalingen over subsidiabele kosten en § 1.4 een aantal vereisten waar de aanvraag aan moet voldoen. § 1.6 bevat een aantal verplichtingen die de subsidieontvanger in acht moet nemen, waaronder de meldingsplicht indien hij verwacht de activiteiten niet (geheel) te zullen verrichten of niet (geheel) aan zijn verplichtingen te zullen voldoen. Daar waar hoofdstuk 44 afwijkt van hoofdstuk 1 van het Asb 2023, wordt dit expliciet aangegeven.
Subsidie ten behoeve van dit hoofdstuk kan staatssteun inhouden als de subsidie wordt verstrekt aan een onderneming en voor een economische activiteit. Om de subsidie rechtmatig te kunnen verstrekken, wordt gebruik gemaakt van de algemene de-minimisverordening. Op grond van deze verordening mag een onderneming over een periode van drie jaren maximaal een bedrag ontvangen van € 300.000 aan steun, waarbij alle steunverlenende overheden worden meegerekend. Ondernemingen moeten bij hun aanvraag een de-minimisverklaring ondertekenen die betrekking heeft op eerder verleende steun.
Artikel 44.2 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die zijn gericht op één of meer van de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda zoals aangeduid in dit artikel. Omdat de activiteiten van musea die binnen deze doelstellingen kunnen worden uitgevoerd gevarieerd en uiteenlopend zijn, is ervoor gekozen om geen limitatieve opsomming te maken van soorten activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen. Gedacht kan worden aan projecten op het gebied van:
Voor een museum dat op grond van artikel 2.1.1 in aanmerking komt voor een integrale kosten subsidie, een basismuseum of een voormalig themamuseum, bestaan reeds andere provinciale subsidiemogelijkheden. Zodoende vallen deze musea buiten de doelgroep van dit hoofdstuk.
Artikel 44.4 Weigeringsgronden
Op grond van artikel 44.2 moeten projecten gericht zijn op één of meer van de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda, genoemd in dat artikel. Wij verwachten van projecten een substantiële bijdrage aan de realisering van die doelstellingen. Projecten waarbij de doelstellingen uit de uitvoeringsagenda van ondergeschikt belang zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 44.5 Subsidievereisten
Met duurzaam en toekomstgericht wordt bedoeld dat projecten niet alleen incidenteel maar ook op lange termijn een bijdrage leveren aan de versterking van het museum of de musea, bijvoorbeeld door nieuwe doelgroepen te bereiken, een professionaliseringsslag te verwezenlijken of een nieuwe basis te vormen voor toekomstige activiteiten.
De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dienen nieuwe activiteiten te zijn. Het kan daarbij ook gaan om activiteiten die een uitbreiding van, aanvulling of toevoeging op bestaande activiteiten en/of het bestaande aanbod zijn.
Artikel 44.6 Niet-subsidiabele kosten
Onder reguliere apparaatskosten wordt verstaan: de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken.
Het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland ondersteunt publicaties en documentaires die met een duidelijk afgebakend thema een bijdrage leveren aan de geschiedschrijving van Zeeland voor een breed publiek. Het gaat om publicaties waarvan de directe productiekosten niet hoger zijn dan € 35.000, de verkoopprijs niet hoger is dan € 30 en de oplage ten minste 500 exemplaren betreft. Wat betreft de documentaires gaat het om producties met een begroting tot max. € 60.000. Geen steun wordt gegeven aan meerdelige producties of producties korter dan 15 minuten.
Kosten van activiteiten die in aanmerking komen voor een bijdrage van het Documentaire- en Publicatiefonds Zeeland, komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-21488.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.