Wijziging Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022

Gedeputeerde Staten van Overijssel delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 als volgt is gewijzigd:

Artikel I  

Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022

Artikel 1.2.13 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Lid 6 komt als volgt te luiden:

  • 6.

    Als sprake is van een subsidieregeling waarvoor één van de De-minimisverordeningen geldt, bevat de aanvraag aanvullend de volgende informatie:

    • a.

      voor de Algemene De-minimisverordening, de De-minimisverordening Landbouw en de De-minimisverordening DAEB: het totaal aan ontvangen De-minimissteun in de afgelopen 3 jaar voorafgaande aan de aanvraag;

    • b.

      voor de De-minimisverordening Visserij: het totaal aan ontvangen De-minimissteun in de afgelopen 2 jaar en het jaar van indiening van de aanvraag.

In de betreffende subsidieverlening of regeling van de verlenende medeoverheid is opgenomen of sprake is van De-minimissteun.

 

Artikel 1.2.20 Subsidie vanaf € 25.000,- tot € 125.000,-

In lid 6 wordt de tekst '1.1.21 en 1.1.22' vervangen door 1.2.21 en 1.2.22

 

Een nieuw artikel 1.4.5 wordt toegevoegd:

Artikel 1.4.5 Overdracht van de subsidie

Een aanvrager kan een verzoek indienen om een verleende subsidie naar een ander over te dragen. Als de aanvrager daartoe niet in staat is, kan dit door diens wettelijk vertegenwoordiger worden gedaan. In geval van overlijden van de subsidieaanvrager kan tot de overdracht worden verzocht door degene die daartoe op grond van een wettelijke regeling is bevoegd. Een verleende subsidie wordt alleen als overgedragen beschouwd als Gedeputeerde Staten daarin schriftelijk hebben toegestemd.

 

2.4 Flexpools versnellen woningbouw

Artikel 2.4.5 Hoogte van de subsidie

Lid 3 komt te vervallen.

 

2.5 Deltaprogramma zoetwater regio Oost 2022-2027

Artikel 2.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

In de titel 2.5.3 wordt ‘ctiviteiten’ vervangen door: Activiteiten

 

Artikel 2.5.8 Aanvraag

Lid 5 vervallen

 

2.8 Vitaliteit van dorpen en steden (stads- en dorpsarrangementen)

Artikel 2.8.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Achter lid 2 wordt toegevoegd: Het arrangement B betreft een kennisarrangement. Dit arrangement bevat een overzicht van de activiteiten voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden in centra in een kern van een stad of dorp in Overijsel op het gebied van ondernemerschap, retail en vitaliteit.

 

Het tweede lid 3 wordt omgenummerd naar 5.

Toegevoegd wordt een lid 4 dat luidt:

  • 4.

    Het arrangement B (kennisarrangement) voldoet aan de voorwaarde dat in het arrangement staat:

    • a.

      welke activiteiten worden uitgevoerd;

    • b.

      welke nieuwe kennis of vaardigheden daarmee worden opgedaan;

    • c.

      de kostenverdeling per activiteit;

    • d.

      de maximale provinciale bijdrage;

    • e.

      wie de subsidieaanvrager is;

    • f.

      waar het project uitgevoerd wordt.

Artikel 2.8.5 Hoogte van de subsidie

Tussen ‘dat’ en ‘opgenomen’ wordt gevoegd: is

 

Artikel 2.8.6 Subsidieaanvraag

Lid 3: (A) wordt vervangen door: (A en/of B)

 

2.9 Deltaplan Agrarisch Waterbeheer Overijssel 2024-2027

Artikel 2.9.6 Hoogte van de subsidie

Lid 3: ‘€ 250.000,-’ wordt vervangen door: € 150.000,-

Lid 5: vervallen

 

3.3 Energiebesparende maatregelen (geld terug actie)

Artikel 3.3.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 3 onderdeel c: ‘de Wet Milieubeheer’ wordt 2 keer vervangen door: Omgevingswet

 

3.13 Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel

Artikel 3.13.1 Betekenis van begrippen

Na ‘Regionale netbeheerder (RNB)’wordt toegevoegd:

  • -

    Trede: een categorie van geïnstalleerd elektrisch vermogen (uitgedrukt in kWp) waarbinnen een energieleverend parkeerterrein valt voor de bepaling van het maximale subsidiebedrag.

Artikel 3.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 2 onderdeel b komt als volgt te luiden:

  • b.

    de installatie valt binnen één van de volgende treden:

    • -

      Trede 1: 55 – 200 kWp;

    • -

      Trede 2: 200 – 400 kWp;

    • -

      Trede 3: > 400 kWp;

Artikel 3.13.6 komt als volgt te luiden:

Artikel 3.13.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie voor het realiseren van een energieleverend parkeerterrein is maximaal 45% van de subsidiabele kosten en met maximaal € 200.000,- per aanvraag. Per aanvraag een maximum overeenkomstig de trede waarin het energieleverende parkeerterrein valt. De subsidieplafonds per trede luiden als volgt:

    • -

      Trede 1 55 – 200 kWp: maximaal € 45.000,-;

    • -

      Trede 2 200 – 400 kWp: maximaal € 80.000,-;

    • -

      Trede 3 > 400 kWp: maximaal € 110.000,-.

  • 2.

    De provincie toetst of het gevraagde subsidiebedrag noodzakelijk is voor een economisch uitvoerbaar project. De provincie hanteert daarbij als uitgangspunt dat subsidie niet wordt verleend boven het bedrag dat nodig is om te voorkomen dat de terugverdientijd van de investering buitensporig lang wordt. Hierbij wordt een maximale terugverdientijd van 20 jaar als norm gebruikt.

  • 3.

    De aanvrager mag in de jaren 2026 en 2027 maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling.

Artikel 3.13.8 Subsidieaanvraag

Lid 1: ‘17 juli 2024’ wordt vervangen door: 22 december 2025

 

Artikel 3.13.9 komt als volgt te luiden:

Artikel 3.13.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

Het subsidieplafond geldt voor:

  • a.

    de jaren 2024 tot en met 2025;

  • b.

    de jaren 2026 tot en met 2027.

Artikel 3.13.11 Vaststelling van de subsidie

Lid 1: ‘aangepaste dak’ wordt vervangen door: het energieleverend parkeerterrein

Lid 2 komt als volgt te luiden:

  • 2.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van de trede waarin het werkelijk geïnstalleerde vermogen valt en de voor dat project berekende terugverdientijd, met inachtneming van het tredeplafond. Als de geïnstalleerde zonnepanelen een totale capaciteit hebben van minder dan de minimale ondergrens van Trede 1 (55 kWp), wordt de subsidie op nihil vastgesteld.

3.21 Ondernemers begeleiden naar een duurzaam bedrijventerrein

 

Artikel 3.21.4 komt als volgt te luiden:

 

Artikel 3.21.4 Aanvrager

De aanvrager is:

  • a.

    een ondernemersvereniging, een coöperatie of een stichting van ondernemingen; of

  • b.

    een onderneming die namens meerdere ondernemers de aanvraag indient.

4.2 Meer bos in Overijssel

 

Artikel 4.2.1 Betekenis van de begrippen

Het begrip ‘houtwal’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

 

Lid 1 onderdeel c komt te vervallen.

 

Lid 4:

Onderdeel f komt te vervallen.

 

Lid 5:

Onderdeel a: ‘bos, houtwal of natuur’ komt te luiden: bos of natuur.

Onderdeel c: ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.4 Aanvrager

Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Lid 4: de tekst ‘of de houtwal’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.6 Hoogte van de subsidie

Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Onderdeel a komt als volgt te luiden: de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering met ingang van publicatie van de wijziging maximaal € 88.000,- per hectare is; en

 

Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd dat luidt:

 

  • 3.

    De wijziging van het maximale subsidiebedrag is niet van toepassing op subsidieaanvragen die vóór de inwerkingtreding van de wijziging zijn ingediend. Dit betekent dat voor aanvragen die voor inwerkingtreding van het gewijzigde maximale subsidiebedrag voor afwaardering zijn ingediend, de subsidie voor afwaardering van grond maximaal € 70.000,- per hectare blijft. Er kan geen nieuwe aanvraag worden ingediend voor percelen waarvoor al eerder een subsidieaanvraag is ingediend. Aanvrager kan een subsidieaanvraag intrekken, maar een nieuwe aanvraag voor hetzelfde perceel is dan niet meer mogelijk.

Artikel 4.2.7 Aanvraag

Lid 6 onderdeel b komt als volgt te luiden: een intentieverklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de gemeente de intentie heeft om mee te werken aan een functiewijziging in het omgevingsplan naar bos of natuur, of waarin gemeente aangeeft dat de aanleg van bos past binnen het geldende omgevingsplan.

 

Artikel 4.2.8 Pretoets en taxatie

Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.9 Beschikbaar budget voor de regeling

Lid 1: De zinnen: ‘Dit geldt niet voor het deelplafond ‘realisatie van houtwallen’. Dat deelplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025.’ komen te vervallen.

 

Lid 2 komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.10 Aanvullende verplichtingen

Lid 1:

Onderdeel a aanhef: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel a sub 2: de tekst ‘, houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel d: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel e: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel f: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel g, sub 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel g, sub 2: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Onderdeel i: tussen ‘omgevingsplan’ en ‘binnen’ wordt gevoegd: of de BOPA

 

Onderdeel j de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Onderdeel k de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

 

Lid 2, onderdeel b de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.

Lid 3: de tekst ‘of de houtwallen’ komt te vervallen.

 

Artikel 4.2.11 Bevoorschotting

De tekst van dit artikel komt te luiden:

  • 1.

    Een eerste voorschot wordt uitbetaald bij de subsidieverlening. Dit voorschot bedraagt 25% van de subsidiabele kosten zoals bedoeld in artikel 4.2.6, lid 1.b.

  • 2.

    Een volgend voorschot wordt uitbetaald als:

    • a.

      uitvoeringsovereenkomst is ontvangen, en;

    • b.

      de kwalitatieve verplichting is gevestigd, en;

    • c.

      de gemeente schriftelijk heeft verklaard dat de aanleg van bos past binnen het geldende omgevingsplan of dat er wordt aangetoond dat er sprake is van een onherroepelijke functiewijziging in het omgevingsplan naar bos of natuur of dat er wordt aangetoond dat er sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de aanleg van bos. Dit voorschot bedraagt 75% van de subsidiabele kosten zoals bedoeld in artikel 4.2.6, lid 1 onderdeel b plus 80% van de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering zoals bedoeld in artikel 4.2.6, lid 1 onderdeel a.

4.4 Advies en ondersteuning Agro&food in Overijssel

Artikel 4.4.6 Hoogte van de subsidie

Lid 3, aanhef van lid 3 komt als volgt te luiden: De subsidie voor een cursus of training is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is minimaal € 350,- en maximaal € 1.500,- per aanvraag en aanvrager. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid 2. Het subsidiepercentage van 50% wordt verhoogd naar:

 

4.14 Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren

Artikel 4.14.1 Betekenis van begrippen

Begrip Pré-SMP-methodiek: De laatste zin komt als volgt te luiden: Dit beleidskader is op te vragen via overijsselloket@overijssel.nl te vinden op Externe link: Loket provincie Overijssel.

 

Artikel 4.14.6 Hoogte van de subsidie

Lid 2 komt als volgt te luiden: 2. De provinciale subsidie is maximaal € 70.000,-.

Lid 3: tussen ‘subsidie’ en ‘voor’ wordt gevoegd: afkomstig van het Rijk

 

Artikel 4.14.7 Subsidieaanvraag

Lid 5 komt als volgt te luiden:

  • 5.

    De gemeente kan vaker een aanvraag indienen, tot maximaal € 70.000,- voor het provinciale subsidiedeel en maximaal het bedrag uit de projectenlijst voor het SMP voor de betreffende gemeente (rijksdeel).

4.17 Aanpak van invasieve exoten 2.0

Artikel 4.17.1 Betekenis van de begrippen

De tekst van de begripsbepaling ‘Invloedsgebieden van Natura 2000’ komt als volgt te luiden: in directe open verbinding staande aanvoerende watergangen tot 5 km van het Natura 2000-gebied of direct naastgelegen percelen buiten Natura 2000-gebieden, als vanuit deze plekken de aanwezigheid van invasieve waterplanten een infectiebron kan zijn van Natura 2000-gebieden.

 

Artikel 4.17.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 2.

Een nieuw onderdeel f wordt toegevoegd dat luidt: f. de coördinatie van eventueel in te schakelen externe bestrijders of vrijwilligers;

 

Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd dat luidt: g. het aanplanten van bos- en struikplantsoen indien verwijdering van invasieve exoten leidt tot grote kaalslag in bosgebieden, houtwallen en hakhoutsingels.

 

Lid 3.

Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd dat luidt: d. als er sprake is van aanschaf van materieel voor de bestrijding, dan dient in de aanvraag de noodzaak daartoe onderbouwd te worden;

 

Een nieuw onderdeel e wordt toegevoegd dat luidt: e. de verwijdering van de invasieve exoot/exoten mag niet leiden tot meer natuurschade dan wanneer de exoot/exoten niet weggehaald wordt/worden. Andere oplossingen zoals isolatie van de aangetaste locatie kunnen dan een beter alternatief zijn.

 

Lid 4 wordt omgenummerd naar 6.

 

Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt:

  • 4.

    Als de verwijdering Aziatische duizendknopen betreft gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

    • a.

      de groeiplaats bevindt zich binnen een N2000-gebied en is ofwel gelegen aan een watergang, ofwel vormt een directe bedreiging voor kwetsbare habitattypen;

    • b.

      de groeiplaats bevindt zich binnen NNN-gebieden en is gelegen aan een watergang of vormt een directe bedreiging voor een beoogd natuurdoel;

    • c.

      de groeiplaats bevindt zich direct buiten NNN-gebieden (aangrenzende percelen) of de groeiplaats betreft de oevers van een waterloop binnen 1 km van het N2000-gebied;

    • d.

      de groeiplaats zich bevindt buiten NNN-gebieden op een locatie die direct gevaar oplevert voor verkeersveiligheid of hoogwaterveiligheid (doorstroming);

Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt:

  • 5.

    Indien de verwijdering van de invasieve exoten leidt tot kale vlakten in bestaande bossen, houtwallen of hakhoutsingels, komt de aanplant van bomen en struiken voor subsidie in aanmerking, mits aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

    • a.

      de nieuwe aanplant moet voor minimaal 50% uit bomen bestaan, waarbij tenminste 3 soorten bomen worden aangeplant. De volgende 10 inheemse soorten komen hiervoor in aanmerking: Haagbeuk, Kleinbladige linde, Gladde iep, Steeliep, Zoete kers, Tamme kastanje, Schietwilg, Grauwe wilg, Zomereik en Beuk;

    • b.

      de nieuwe aanplant moet voor minimaal 40% uit struiken bestaan, waarbij tenminste 3 soorten struiken worden aangeplant. De volgende 10 inheemse soorten komen hiervoor in aanmerking: Vuilboom, Wegedoorn, Inlandse vogelkers, Gewone vlier, Lijsterbes, Kardinaalsmuts, Sleedoorn, Tweestijlige meidoorn, Hulst en Hazelaar;

    • c.

      het plantgoed moet passend zijn voor de groeiplaats (o.a. grondsoort, grondwaterpeil, hoeveelheid licht), daarom moet een beplantingsplan bij de aanvraag worden gevoegd;

    • d.

      het plantgoed moet voor 31 december aangeplant zijn;

    • e.

      in de begroting worden de kosten opgevoerd van 3-jarig plantmateriaal.

Artikel 4.17.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt:

  • 6.

    In afwijking van lid 1 geldt dat voor de bestrijding van Aziatische duizendknopen alleen de kosten voor de verwijderingstechnieken oprooien van de wortelkluit en afdekken met geotextiel in aanmerking voor subsidie komen, evenals de kosten voor afvoer van het materiaal.

Artikel 4.17.6 Hoogte van de subsidie

Lid 3 komt als volgt te luiden:

  • 3.

    In afwijking van lid 1 en 2 bedraagt de subsidie voor de verwijdering van Aziatische duizendknopen maximaal € 100.000,- in N2000-gebieden en maximaal € 50.000,- in gebieden daarbuiten, waarbij de volgende maximale subsidiepercentages gelden:

    • a.

      in een watergang binnen N2000: 75%

    • b.

      overige locaties binnen N2000: 50%

    • c.

      watergang buiten NNN: 50%

    • d.

      andere locatie buiten NNN waar er sprake is van bedreiging van de verkeersveiligheid: 50%

    • e.

      andere locatie buiten NNN waar er sprake is van bedreiging van van de doorstroming (hoogwaterveiligheid): 25%.

Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt: 5. De subsidie voor de aanschaf van bestrijdingsmaterieel bedraagt maximaal € 50.000,- per aanvraag.

 

Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt: 6. In geval van aanplant komen per 10m2 maximaal 1 boom en 3 struiken in aanmerking voor subsidie.

 

Artikel 4.17.7 Subsidieaanvraag

Lid 4.

 

Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt: d. als er sprake is van aanplant: een beplantingsplan, waarin ook de omvang van het in te planten oppervlakte is opgenomen, uitgedrukt in m2;

Een nieuw onderdeel e wordt toegevoegd, dat luidt: e. als er sprake is van Aziatische duizendknopen buiten NNN: duiding waarom er sprake is van bedreiging van de verkeersveiligheid of doorstroming van oppervlaktewater.

 

Lid 5 komt als volgt te luiden: 5. Stichtingen, verenigingen, landgoedeigenaren en particulieren, niet zijnde Terreinbeherende organisaties, kunnen maximaal één keer per kalenderjaar subsidie aanvragen. Gemeenten kunnen twee keer per kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen. Waterschappen en Terreinbeherende Organisaties kunnen vier keer per kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen.

 

Bijlagen

De bijlagen komen als volgt te luiden:

 

Bijlage 1A. Lijst van exotische soorten waarop de subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel van toepassing is, buiten NNN en buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000-gebieden. Het gaat hierbij dus om de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel a, voor onderstaande soorten en hybriden van deze soorten:

 

Cat.

Invasieve uitheemse landplanten (terrestrische planten)

 

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

G

Fraai lampenpoetsergras (Pennisetumsetaceum)

G

Japans steltgras (Microstegiumvimineum)

G

Hoog pampagras (Cortaderiajuba)

L

Klimopkruiskruid (Delairea odorata)

L

Kudzu (Pueraria montana var. Lobata)

L

Aziatische boomwurger (Celastrusorbiculatus)

K

Schijnambrosia (Partheniumhysterophorus)

K

Perzische berenklauw (Heracleumpersicum)

K

Sosnowsky’s berenklauw (Heracleumsosnowskyi)

K

Reuzenberenklauw (Heracleummantegazzianum)

K

Reuzenbalsemien (Impatiensgrandulifera)

V

Zijdeplant (Asclepiassyriaca)

V

Gewone gunnera (Gunnera tinctoria)

V

Aziatische duizendknopen:

  • -

    Afghaanse duizendknoop (Persicariawallichii)

  • -

    Japanse duizendknoop (Fallopiajaponica)

  • -

    Sachalinse duizendknoop (Fallopiasachalinensis)

  • -

    Basterdduizendknoop (Fallopia x bohemica)

H

Struikaster (Baccharishalimifolia)

H

Hemelboom (Ailanthusaltissima)

H

Papiermoerbei (Broussonetiapapyrifera)

 

 

 

Aanvullende soorten prov. Overijssel (onmiddellijk gevaar volksgezondheid):

K

Alsem-ambrosia (Ambrosia artimisiifolia)

K

Driedelige ambrosia (Ambrosia trifida)

V

Zandambrosia (Ambrosia psilostachya)

V

Canadese guldenroede (Solidagocanadensis)

V

Late guldenroede (Solidagogigantea)

 

 

 

Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):

K

Penninghertshooi (Hypericumanagalloides)

K

Gele bieslelie (Sisyrinchiumcalifornicum)

H

Trosbosbes (Vacciniumcorymbosum)

H

Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)

H

Rimpelroos (Rosa rugosa)

H

Zwarte appelbes (Aronia x prunifolia)

H

Pontische (= Europese) rododendron (Rhododendronponticum)

 

Toelichting categorieën: G=gras, L=klimplant, K=kruidachtige plant (1-/2-jarigen), V=vaste niet-houtige plant, H=houtige plant (heester of boom)

 

Cat.

Invasieve uitheemse oever- en waterplanten

 

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

O

Smalle theeplant (Gymnocoronisspilanthoides)

O

Alligatorkruid (Alternantheraphiloxerioides)

O

Moeraslantaarn (Lysichiton americanus)

O

Kleine waterteunisbloem (Ludwigiapeploides)

O

Waterteunisbloem (Ludwigiagrandiflora)

O/W

Grote waternavel (Hydrocotyleranunculoides)

O/W

Watercrassula (Crassulahelmsii)

W

Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major)

W

Parelvederkruid (Myriophyllumaquaticum)

W

Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllumheterophyllum)

W

Waterwaaier (Cabombacaroliniana)

W

Waterhyacint (Eichhorniacrassipes)

W

Grote vlotvaren (Salviniamolesta)

W

Watersla (Pistiastratiotes)

 

 

 

Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):

W

Egeria (Egeriadensa)

W

Hydrilla (Hydrillaverticillata)

W

Javaanse peterselie (Oenanthejavanica)

W

Kaapse waterlelie (Aponogetondistachyos)

W

Reuzenvallisneria (Vallisneriagigantea)

W

Rossig vederkruid (Myriophyllumrubricaule)

 

Toelichting categorieën: O=oeverplant, W=waterplant

 

Invasieve uitheemse zoogdieren

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

Amerikaanse nerts (Neovison vison)

Canadese bever (Castor canadensis)

Wasbeer (Procyonlotor)

Wasbeerhond (Nyctereutesprocyonoides)

Axishert (Axisaxis)

Sikahert (Cervusnippon)

 

De Beverrat en Muskusrat ontbreken in deze lijst van invasieve zoogdieren, omdat de bestrijding van deze beide soorten onder verantwoording valt van de waterschappen en hiervoor geen provinciale subsidie aangevraagd kan worden.

 

Invasieve uitheemse vogels

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

Huiskraai (Corvussplendens)

Kuifmaina (Acridotheriscristatellus)

Treurmaina (Acridotheristristis)

Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus)

Rosse stekelstaart (Oxyurajamaicensis)

Nijlgans (Alopochenaegyptiacus)

 

Invasieve uitheemse reptielen en amfibieën

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

Letterschildpadden (Trachemys scripta):

  • -

    Geelbuikschildpad (Tr. Scripta scripta)

  • -

    Geelwangschildpad (Tr. Scripta troostii)

  • -

    Roodwangschildpad (Tr. Scripta elegans)

Amerikaanse stierkikker (Lithobates catesbeianus, syn. Rana catesbeiana)

Afrikaanse klauwkikker (Xenopusleavis)

 

Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):

Bijtschildpad (Chelydra serpentina)

Ruïnehagedis (Podarcissiarkus)

Russische rattenslang (Elapheschrenkii)

Italiaanse kamsalamander (Trituruscarnifex)

Marmersalamander (Triturus marmoratus)

Springkikker (Ranadalmatina)

 

Invasieve uitheemse vissen

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

Amoergrondel (Perccottusglenii)

Aziatische modderkruiper (Misgurnusanguillicaudatus)

Noord-Aziatische modderkruiper (Misgurnusbipartitus)

Noordelijke slangenkopvis (Channa argus)

Oosterse muskietenvis (Gambusiaholbrooki)

Westerse muskietenvis (Gambusiaaffinis)

Zwarte dwergmeerval (Ameiurusmelas)

Blauwband (Pseudorasboraparva)

Zonnebaars (Lepomisgibbosus)

 

Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):

Amerikaanse dikkop-elrits (Pimephalespromelas)

Bruine dwergmeerval (Ameiurus nebulosus)

Kesslers grondel (Ponticolakessleri)

Marmergrondel (Proterorhinussemilunaris)

Pontische stroomgrondel (Neogobiusfluviatilis)

Witvingrondel (Romanogobiobelingi)

Zwartbekgrondel (Neogobiusmelanostomus)

 

Invasieve uitheemse terrestrische invertebraten

Verplichte aanpak Europese Unie voor:

Aziatische hoornaar (Vespa velutina)

Reuzenhoornaar (Vespa mandarinia)

Grote gevlekte landplatworm (Obama nungara)

Nieuw-Guineese landplatworm (Platydemusmanokwari)

Nieuw-Zeelandse landplatworm (Arthurdendyustriangulates)

 

Aanvullende soorten provincie Overijssel (economisch zeer schadelijk):

Amerikaanse grondtermiet (Reticulitermisflavipes)

Mediterraan draaigatje (Tapinomanigerrinum)

Japanse kever (Popilliajaponica)

 

De invasieve uitheemse aquatische invertebraten van de Unielijst zijn in deze bijlage niet vermeld, omdat de bestrijding van deze soorten onder verantwoording van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (op basis van de Visserijwet) en niet van de provincie en hiervoor geen subsidie aangevraagd kan worden. Het gaat om: Gouden Mossel ( Limnoperna fortune ), Chinese wolhandkrab ( Eriocheir sinensis ) en zeven Amerikaanse rivierkreeften: Californische rivierkreeft ( Pacifastacus eniusculus ), Marmerkreeft ( Procambarus virginalis ), Rode Amerikaanse rivierkreeft ( Procambarus clarkii ), Calico rivierkreeft ( Faxonius immunis ), Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius limosus ), Roestbruine Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius rusticus ) en Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius virilis ).

 

In bovenstaande tabel ontbreken eveneens Unielijstsoorten die niet in Overijssel voorkomen of niet tot blijvende handhaving komen.

 

Bijlage 1B. Lijst van exotische soorten waarop de subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel van toepassing is, binnen NNN (inclusief N2000-gebieden en de invloedsgebieden van N2000). Dat wil zeggen voor de activiteiten als genoemd in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel b (NNN) en onderdeel c (N2000 en invloedsgebieden van N2000)

 

Bijlage 1B omvat alle soorten als genoemd in bijlage 1A , inclusief onderstaande soorten en hun hybriden:

 

Extra soorten binnen NNN-gebieden (incl. N2000)

Amerikaanse eik (Quercusrubra)

Amerikaanse rododendron (Rhododendroncatawbiense)

Bonte gele dovenetel (Lamiumgaleobdolonsubsp. argentatum)

Japanse bamboe (Pseudosasajaponica)

Sneeuwbes (Symphoricarpos albus)

Stijve zonnebloem (Helianthuslaetiflorus)

 

Bijlage 2. Natura 2000-gebieden in Overijssel

Habitatrichtlijngebieden:

  • -

    Aamsveen

  • -

    Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek

  • -

    Bergvennen en Brecklenkampseveld

  • -

    Boetelerveld

  • -

    de Borkeld

  • -

    Buurzerzand-Haaksbergerveen

  • -

    Dinkeldal

  • -

    Engbertsdijksvenen

  • -

    Landgoederen Oldenzaal

  • -

    Lemselermaten

  • -

    het Lonnekermeer

  • -

    Olde maten en Veerslootlanden

  • -

    Punthuizen-Stroothuizen

  • -

    Sallandse Heuvelrug

  • -

    Springendal en Dal van de Mosbeek

  • -

    IJsseluiterwaarden (onderdeel Rijntakken)

  • -

    Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

  • -

    Vecht en Beneden-Regge

  • -

    de Weerribben

  • -

    de Wieden

  • -

    Wierdense Veld

  • -

    Witte Veen

Vogelrichtlijngebieden:

  • -

    Ketelmeer

  • -

    Veluwerandmeren

  • -

    Vossemeer

  • -

    Zwarte meer

4.20 Uitvoering ontwikkelopgave Natura 2000

 

Artikel 4.20.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 1. Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd dat luidt: g. werkzaamheden die worden uitgevoerd door een particuliere grondeigenaar zijn subsidiabel voor een bedrag van € 40,- per uur. Onderdeel b is niet van toepassing; de uren worden wel geregistreerd op een door de grondeigenaar zelf te bepalen wijze, zodat ze controleerbaar zijn.

 

4.25 Transitievergoeding nieuwe teelten Overijssel

Artikel 4.25.9 komt als volgt te luiden:

Artikel 4.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling

Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2027.

 

4.30 Stimuleren weidegang melkveehouders

Titel van de regeling: na ‘melkveehouders’ wordt toegevoegd: 2026

 

Artikel 4.30.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 3 onderdeel a: ‘voor een periode van 4 jaren, namelijk 2025 tot en met 2028’ wordt vervangen door: voor de periode 2026 tot en met 2028

Lid 3 onderdeel b: ‘2024’ wordt vervangen door: 2025

Lid 3 onderdeel d komt als volgt te luiden:

  • d.

    de subsidieverlening leidt tot meer uren weidegang ten opzichte van de gemiddelde weidegang over de periode 2023–2025.

Artikel 4.30.7 Aanvraag

Lid 1: ‘10 februari 2025’ wordt vervangen door: 5 januari 2026 en ‘15 juni 2025’ wordt vervangen door: 15 mei 2026

Lid 2: na ‘melkveehouders’ wordt toegevoegd: 2026

Lid 3 onderdeel b: de eerste ‘2024’ wordt vervangen door: 2025 en de tweede ‘2024’ wordt vervangen door 2025 van RVO

 

Artikel 4.30.8 komt als volgt te luiden:

Artikel 4.30.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.30.7 lid 1.

 

Artikel 4.30.10 Subsidieverlening

Lid 1: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026 en ‘x 4 jaar’ wordt vervangen door: x 3 jaar

Lid 2: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026

 

4.36 Omschakeling PAS-melders naar een niet-agrarisch bedrijf

Artikel 4.36.8 Beschikbaar budget

‘2026’ wordt vervangen door: 2028

 

Artikel 4.36.9 Subsidieaanvraag

Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2028

 

Artikel 4.36.10 Aanvullende verplichtingen

Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2030

 

Artikel 4.36.12 Looptijd

‘1 juli 2026’ wordt vervangen door: 30 november 2028

 

4.37 Omschakeling PAS-melders naar een ander type agrarisch bedrijf

Artikel 4.37.8 Beschikbaar budget

‘2026’ wordt vervangen door: 2028

 

Artikel 4.37.9 Aanvraag

‘2026’ wordt vervangen door: 2028

 

Artikel 4.37.10 Aanvullende verplichtingen

Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2030

 

Artikel 4.37.12 Looptijd

‘1 juli 2026’ wordt vervangen door: 30 november 2028

 

Paragraaf 4.38 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:

 

4.38 Investeringen duurzame landbouw Overijssel 2026

Artikel 4.38.1 Betekenis van begrippen

In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.

  • -

    Investering: de aanschaf en installatie van nieuwe machines, installaties of apparatuur die duurzaam worden ingezet in het productieproces of bedrijfsvoering.

  • -

    Jonge landbouwer: een landbouwer die voldoet aan de criteria zoals opgenomen in artikel 2.1.1 van Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel | Lokale wet- en regelgeving.

  • -

    Landbouwonderneming: een onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in de LVV.

  • -

    Loonwerkbedrijf: een bedrijf dat voor een landbouwonderneming op contractbasis bepaalde werkzaamheden uitvoert.

  • -

    Nieuwe teelten: het telen van gewassen met weinig negatieve gevolgen voor milieu en klimaat, die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw.

Artikel 4.38.2 Doel van de subsidieregeling

Met deze subsidieregeling wil de provincie duurzame landbouwpraktijken stimuleren. Dit door investeringen van landbouwondernemingen te ondersteunen die bijdragen aan betere lucht-, water- en bodemkwaliteit, biodiversiteit, CO2 vastlegging en/of bijdragen aan de reductie van stikstof- en methaanemissie.

 

Artikel 4.38.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten die leiden tot een reductie van emissies of verbetering van milieuprestaties:

    • a.

      categorie A: investeringen op het gebied van mestaanwending;

    • b.

      categorie B: investeringen in installaties en spoelleidingen;

    • c.

      categorie C investeringen op het gebied van digitale voorzieningen voor weidegang;

    • d.

      categorie D: niet digitale voorzieningen voor weidegang;

    • e.

      categorie E: investeringen op het gebied van agroforestry, vezel en eiwitteelten.

  • 2.

    De investeringen voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de investeringen die voor de subsidie in aanmerking komen zijn genoemd in Tabel 1 Investeringslijst 2026;

    • b.

      de investeringen worden uitgevoerd in de provincie Overijssel;

    • c.

      vervanging van ‘versleten’ goederen door identieke bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor de subsidie;

    • d.

      de investering mag niet leiden tot een toename van stikstofdepositie, tenzij hiervoor een vergunning of positieve weigering van het bevoegd gezag is verkregen;

    • e.

      subsidie wordt niet verstrekt als de aanvrager voor dezelfde activiteiten en kosten al subsidie heeft ontvangen van de provincie of een medeoverheid;

  • 3.

    De investering in Nieuwe teelten, categorie E, voldoet aanvullend aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de investering is nodig om het betreffende gewas via de markt tot waarde te brengen (verwaarding);

    • b.

      er is sprake van het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten (experimentele ontwikkeling);

    • c.

      de investering draagt aantoonbaar voldoende bij aan betere lucht-, water- en bodemkwaliteit, biodiversiteit, CO2 vastlegging en/of bijdragen aan de reductie van stikstof- en methaanemissie;

    • d.

      dat de investering minimaal 60 punten scoort op basis Scoretabel 2 Nieuwe teelten.

  • 4.

    Als voor de activiteiten een omgevingsvergunning nodig is, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de benodigde omgevingsvergunning wordt verleend door het bevoegd gezag.

Artikel 4.38.4 Aanvrager

  • 1.

    De aanvrager is een landbouwonderneming en een Mkb-onderneming.

  • 2.

    Als sprake is van een aanvraag voor categorie E, Nieuwe teelten, dan is de aanvrager een landbouwonderneming of een andere onderneming die eiwitteelten toepast in humane voeding of veevoer of een onderneming die de nieuwe teelten verwerkt in de bouw-, infra-, textiel-, substraat-, kunststof- of papiersector.

Artikel 4.38.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. De kosten die voor de subsidie in aanmerking komen zijn:

    • a.

      de kosten van de koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa. Alleen investeringen in machines en apparatuur die voldoen aan bovenwettelijke doelstellingen zijn subsidiabel. Voor investeringen in combinatie met gangbare machines en apparatuur geldt dat alleen de additionele kosten ten opzichte van de basismachines om aan de bovenwettelijke doelstellingen te voldoen subsidiabel zijn;

    • b.

      de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs in verband met de onder sub a genoemde kosten.

  • 2.

    Arbeidskosten van de landbouwonderneming zijn niet subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.

  • 3.

    Kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn opgenomen in Tabel 1 Investeringslijst 2026.

Artikel 4.38.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie is maximaal 40% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 50.000,- per aanvrager.

  • 2.

    De subsidie voor Categorie E, waarbij de aanvrager een andere onderneming is dan een landbouwonderneming bedraagt 25% van de subsidiabele kosten. Het subsidiepercentage van 25% wordt verhoogd naar:

    • a.

      35% van de subsidiabele kosten als de aanvrager middelgrote onderneming is;

    • b.

      40% als de aanvrager een kleine onderneming is of als sprake is van daadwerkelijk samenwerking met een Mkb-onderneming.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie 55% van de subsidiabele kosten als de aanvrager aangemerkt wordt als jonge landbouwer.

  • 4.

    De subsidie is minimaal € 5.000,- per investering.

  • 5.

    De aanvrager mag per indieningstermijn zoals genoemd in lid 1 maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Als de aanvragende onderneming onderdeel van een partneronderneming of verbonden onderneming is, dan geldt dat per partneronderneming of verbonden onderneming maximaal 1 keer een subsidie aangevraagd mag worden per indieningstermijn zoals genoemd in artikel 4.38.8 lid 1. Voor de uitleg van partnerondernemingen en verbonden ondernemingen geldt Bijlage I, artikel 3 lid 2 en 3 van de AGVV.

Artikel 4.38.7 Eigen bijdrage

De eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage van de aanvrager. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.

 

Artikel 4.38.8 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag kan ingediend worden vanaf 3 maart 2026 om 9.00 uur en moet ontvangen zijn uiterlijk op 1 april 2026 voor 17.00 uur.

  • 2.

    De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Investeringen duurzame landbouw Overijssel 2026.

  • 3.

    De aanvrager levert aanvullend offerte(s) in waaruit de kosten van de investering blijken.

Artikel 4.38.9 Beschikbaar budget voor de regeling

  • 1.

    Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.38.8 lid 1.

  • 2.

    Er geldt een deelplafond per subsidiabele activiteit, zijnde categorie A t/m E.

Artikel 4.38.10 Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    de activiteiten binnen 6 maanden te starten en voor 31 december 2027 uitgevoerd te hebben;

  • b.

    gedurende vijf jaar na de subsidievaststelling de activiteiten in stand te houden en de investeringen niet over te dragen van eigendom.

Artikel 4.38.11 Staatssteun

De subsidie aan een landbouwonderneming voldoet aan Hoofdstuk 1 en artikel 14 lid van de LVV. De subsidie voor investeringen in Nieuwe teelten waarbij de aanvrager geen landbouwonderneming is, voldoet aan artikel 25 lid 2 onderdeel c van de AGVV.

 

Artikel 4.38.12 Looptijd

Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.

 

Tabel 1 Investeringslijst 2026

 

Soort investering

Voorwaarden

Categorie A: Mestaanwending

Investeringen in apparatuur voor het verminderen van ammoniak- en methaanemissies tijdens uitrijden van dierlijke mest. Het gaat om apparatuur:

  • a.

    bestemd is voor het tijdens het uitrijden met een zuur behandelen van dierlijke mest, waardoor:

    • -

      de zuurgraad van de mest daalt, en

    • -

      de emissies van ammoniak en methaan en het gebruik van kunstmest verminderen,

  • b.

    bestaat uit: een menger, een sensor voor continue meting van de zuurgraad en een zuurcontainer.

Categorie B:

Investeringen in installaties en spoelleidingen voor sproeien stalvloeren en bijbehorend registratiesysteem

De investeringen en kosten die voor de subsidie in aanmerking komen zijn:

  • -

    Investeringen in installaties en spoelleidingen voor het schoonsproeien van loopvloeren met water. Voorwaarde is meerdere malen daags sproeien met in totaal minimaal 10 liter water per m² bevuild oppervlak per dag. Met aanwezigheid van een mestschuif of (combinatie met een) mestrobot als voorwaarde.

  • -

    Investeringen in een registratiesysteem dat de activiteit en/of het watergebruik van sproei-installaties of mestrobots bijhoudt. Investeringen in installaties en spoelleidingen voor het sproeien van water of mestadditieven op traditionele roostervloeren. Voorwaarde is sproeien met water, in overeenstemming met de condities en instellingen die zijn vastgesteld op basis van het meest recente onderzoek.

De investeringen en kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn:

  • -

    Mestadditieven of andere toevoegmiddelen

Categorie C:

Digitale voorzieningen voor weidegang

De volgende investeringen die aantoonbaar bijdragen aan weidegang komen voor de subsidie in aanmerking:

  • -

    Systemen ten behoeve van weidegang die (verschillende) diergerelateerde zaken kunnen registreren en monitoren, zoals locatie, vruchtbaarheid en gezondheid.

  • -

    Weide registratiesystemen, zoals een digitaal afrasteringssysteem zonder draad.

  • -

    Automatische weide-selectiepoorten voor toegang richting de weide voor koeien.

  • -

    Aanschaf van software behorend bij een selectiepoort/GPS systeem voor koeien.

  • -

    Bijbehorende installatiekosten.

De volgende investeringen en kosten komen niet voor de subsidie in aanmerking:

  • -

    Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS-gegevens.

  • -

    Abonnementen op software updates en servicecontracten. Behalve indien deze onlosmakelijk verbonden zijn aan de investering en het benodigde abonnement noodzakelijk is voor het correct functioneren van de investering.

Categorie D:

Niet digitale voorzieningen voor weidegang voor graasdieren

De volgende investeringen die aantoonbaar bijdragen aan meer uren weidegang komen voor de subsidie in aanmerking:

  • -

    Aanleg van een oversteekplaats, zoals veeroosters en/of een koetunnel.

  • -

    Bijbehorende aanleg- en installatiekosten.

  • -

    Infrastructuur voor water en waterbakken.

  • -

    Raster met isolatoren en palen van duurzame, onbehandelde houtsoorten.

  • -

    Rasterspin of mobiele schrikdraadpaaltjes.

  • -

    (Mobiele) stroomklok voor afrastering.

De volgende investeringen en kosten komen niet voor de subsidie in aanmerking:

  • -

    Een koetunnel komt niet voor de subsidie in aanmerking als de huiskavel beweidwaar grasland met minder dan 10 hectare wordt uitgebreid.

  • -

    Hardware zoals laptops/ computers, tablets etc. voor het ontvangen/ invoeren/sturen van GPS-gegevens.

  • -

    Abonnementen op software updates en servicecontracten.

  • -

    Schuilmogelijkheden (agroforestry is hiervoor op veel plekken een oplossing).

  • -

    Mobiele melkrobot en mobiele melksystemen.

  • -

    Landschap ontsierende kleuren of landschap ontsierende hekwerken zijn niet toegestaan.

  • -

    (Houten) hekken.

Categorie E:

Investeringen in Nieuwe teelten en agroforestry

Bij nieuwe teelten gaat het o.a. om de teelten die genoemd zijn in Bijlage 1: Nieuwe teelten Overijssel van paragraaf 4.25 van dit uitvoeringsbesluiten om Agroforestry zoals omschreven in paragraaf 4.31 Stimuleren Agroforestry.

Het gaat hierbij om de volgende investeringen voor agroforestry, vezel- en eiwitteelten ten behoeve van nieuwe of verbeterde producten:

  • -

    Het aanpassen van gangbare machines voor gewasmanagement van houtige gewassen die gecombineerd worden met akkerbouw, groenteteelt of grasland (voor veehouderij), waaronder oogstmachines, machines voor verwerking en snoeimachines.

  • -

    Aangepaste oogst- en zaaimachines t.b.v. genoemde (meng)teelten.

  • -

    Voor een vernieuwende toepassing door de aanvrager benodigde machines voor verwerking, of andere aangepaste machines voor gewasmanagement voor genoemde (meng-)teelten.

De investeringen en kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn:

  • -

    Tractoren

 

Score tabel 2 Nieuwe Teelten

 

 

Punten

Weging

Maximale score

Mate van waarin de investering bijdraagt aan afzet van nieuwe teelten uit Overijssel

Matig: 1 punt

Voldoende: 5 punten

Goed: 15 punten

2x

30 punten

Mate waarin aantoonbaar bijdragen wordt aan betere lucht-, water- en bodemkwaliteit, biodiversiteit, CO2 vastlegging en/of bijdragen aan de reductie van stikstof- en methaanemissie

Matig: 1 punt

Voldoende: 5 punten

Goed: 15 punten

1x

15 punten

De verwerking en de afzet binnen een zo klein mogelijke straal rond de groeiplaats van het gewas is georganiseerd.

Buiten Nederland: 1 punt

Nederland: 5 punten

Overijssel 15 punten

1x

15 punten

Er is sprake van ontwikkeling van een nieuw of verbeterd product.

Nieuw in Overijssel: 15 punten

Minimale vernieuwing of verbetering: 1 punt

1x

15 punten

Mate van efficiëntie: de verhouding kosten-en de gevraagde subsidie.

 

Onder efficiëntie wordt verstaan: gegeven de resultaten van het project, hoe redelijk zijn de opgevoerde kosten en in hoeverre wordt op een goede manier gebruik gemaakt van reeds bestaande bronnen (kennis, kunde, middelen).

Matig: 1 punt

Voldoende: 5 punten

Goed: 15 punten

1x

15 punten

Alle delen (eiwitten, mineralen en vezels) van het gewas worden gebruikt.

Indien ja: Bonus punt 5

1x

5 punten

Er is sprake van samenwerking en betrokkenheid van de lokale keten.

Indien ja: Bonus punt 5

1x

5 punten

 

Paragraaf 4.41 wordt toegevoegd:

 

4.41 Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed

 

Artikel 4.41.1 Betekenis van begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    diersoorten met productierecht: melkvee, kippen, kalkoenen en varkens;

  • b.

    landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken;

  • c.

    landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten als bedoeld in Bijlage I van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie plaatsvindt;

  • d.

    landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485);

  • e.

    marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een onroerende zaak tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marktwerking in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum, waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld;

  • f.

    melkvee: dieren als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel kk, van de Meststoffenwet;

  • g.

    minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

  • h.

    Natura 2000-gebied: Natura 2000-gebied als bedoeld in de Omgevingswet;

  • i.

    natuurvergunning: omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet;

  • j.

    NSW landgoed: landgoed dat gerangschikt wordt onder de Natuurschoonwet;

  • k.

    omgevingsrechtelijke melding: melding als bedoeld in artikel 4.808 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • l.

    Omgevingsregeling: Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;

  • m.

    Omgevingswet: Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;

  • n.

    omgevingsvergunning milieu: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in de Omgevingswet;

  • o.

    overgangsgebieden N2000: landbouwareaal in Natura 2000-gebieden, en in een zone van maximaal 2.500 meter rond een Natura 2000-gebied;

  • p.

    productiecapaciteit: onroerende zaken van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden zijn, hetzij direct of indirect steun vinden in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond(en), de bedrijfswoning en de mestvergister die voor minder dan 50 % van de totaal te behandelen dierlijke meststoffen afhankelijk is van de dierlijke meststoffen die afkomstig zijn van de volledig of gedeeltelijk te sluiten veehouderijlocatie van de betreffende veehouderijonderneming;

  • q.

    productierecht: productierecht als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel aa, van de Meststoffenwet, dat wordt uitgedrukt in:

    • 1°.

      voor fosfaatrecht: kilogrammen fosfaat;

    • 2°.

      voor varkensrecht: varkenseenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;

    • 3°.

      voor pluimveerecht: pluimvee-eenheden, overeenkomstig de normen van bijlage II bij de Meststoffenwet;

  • r.

    referentiejaar: het voor de berekening van stikstofemissie van een veehouderijlocatie gebruikte kalenderjaar, als bedoeld in artikel 4.41.6, derde lid, onderdeel a, en vierde lid;

  • s.

    stalcapaciteit: productiecapaciteit voor het houden van landbouwhuisdieren, uitgedrukt in het aantal dierplaatsen;

  • t.

    stikstofemissie: het totaal van de stikstofemissie vanaf een veehouderijlocatie, uitgedrukt in kilogram ammoniak per jaar, bepaald door optelling van de stikstofemissie per diercategorie overeenkomstig artikel 4.41.6, tweede lid;

  • u.

    taxateur: taxateur die is ingeschreven in de Kamer Landelijk en Agrarisch Vastgoed van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs;

  • v.

    Unienorm: norm van de Unie als bedoeld in randnummer 33, onder 64, van het landbouwsteunkader;

  • w.

    veehouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een veehouderijonderneming drijft;

  • x.

    veehouderijlocatie: vestigingsplaats van een veehouderij, bestaande uit het gebouwerf, bedoeld in bijlage I, onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, van de vestiging;

  • y.

    veehouderijonderneming: een landbouwonderneming waarin dieren worden gehouden voor de primaire productie van landbouwproducten of de vermeerdering van de desbetreffende dieren;

  • z.

    veehouderijonderneming met productierecht: veehouderijonderneming voor het houden of het mede houden van diersoorten met productierecht;

  • aa.

    veenweidegebied: veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Meststoffenwet in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en in de provincie Groningen in de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Westerkwartier en in de provincie Overijssel in de gemeenten Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;

  • bb.

    verordening 2022/2472: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L 327);

  • cc.

    vleesrunderen: diercategorieën met codes HA2, HA4, HA5 en HA6 als bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling.

Artikel 4.41.1a Doel van de subsidieregeling

Subsidie op grond van deze regeling heeft als doel de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door veehouderijondernemingen blijvend te verminderen door de beëindiging van veehouderijactiviteiten op veehouderijlocaties in overgangsgebieden N2000 te stimuleren.

 

Artikel 4.41.2 Aanvrager

De aanvrager is een veehouderijonderneming, waarvan de betreffende veehouderijlocatie:

  • a.

    is gelegen binnen een straal van 2500 meter rondom een Overijsselse N2000-gebied, met uitzondering van de N2000 gebieden Ketelmeer & Vossemeer, Zwarte Meer en Veluwerandmeren en met uitzondering van de veenweidegebieden en de gebieden die in de provinciale ontwerp omgevingsvisie zijn aangegeven als Landbouwgebied met generieke opgaven en kansen; én

  • b.

    is gelegen binnen geografische gebiedsafbakening zoals aangegeven op de ‘Kaart Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed’ te vinden als bijlage 3 bij deze subsidieregeling en te raadplegen via: https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed;én

  • c.

    is gelegen in de provincie Overijssel.

Artikel 4.41.3 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie overeenkomstig artikel 4.41.14, respectievelijk artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a. Dit dient plaats te vinden in combinatie met de realisatie van een NSW Landgoed, conform de verplichtingen en voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.41.15b.

  • 2.

    Als gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie wordt beschouwd:

    • a.

      in geval de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren, die behoren tot één diersoort:

      • 1°.

        de op de veehouderijlocatie gebruikte stalcapaciteit wordt verminderd, onverlet artikel 4.41.15, derde lid, en

      • 2°.

        het aantal gehouden landbouwhuisdieren dat op de veehouderijlocatie gemiddeld werd gehouden in 2024, zijnde twee kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt ingediend, wordt verminderd;

    • b.

      in geval de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren, die behoren tot twee of meer diersoorten: het houden van alle landbouwhuisdieren van één of meer diersoorten wordt beëindigd en de betreffende stalcapaciteit wordt verminderd, onverlet artikel 4.41.15, tweede lid.

Artikel 4.41.4 Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag. Artikel 1.2.2 is van toepassing.

 

Artikel 4.41.5 Algemene voorwaarden

De subsidie wordt niet verleend als:

  • a.

    de veehouder op de veehouderijlocatie niet daadwerkelijk een veehouderijonderneming drijft en de desbetreffende productiecapaciteit niet onafgebroken gedurende de vijf jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag op bedrijfseconomisch gangbare wijze is gebruikt;

  • b.

    de veehouder zich reeds heeft verplicht om de veehouderijlocatie volledig of gedeeltelijk te sluiten of reeds een aanvang heeft gemaakt met het volledig of gedeeltelijk sluiten van de veehouderijlocatie;

  • c.

    de veehouder de vrijkomende ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld, voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning na 26 november 2024;

  • d.

    de veehouderijonderneming niet voldoet of niet heeft voldaan aan de Unienormen of aan de wettelijke vereisten voor het drijven van een veehouderijonderneming en in verband hiermee zijn activiteiten als veehouder moet beëindigen;

  • e.

    de veehouder failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;

  • f.

    de veehouderijonderneming een onderneming is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in randnummer 25 van het landbouwsteunkader;

  • g.

    de veehouderijonderneming een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in randnummer 33, onder 63, van het landbouwsteunkader;

  • h.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;

  • i.

    de veehouder artikel 19, eerste lid, artikel 20, eerste lid, of artikel 21b, eerste lid, van de Meststoffenwet heeft overtreden;

  • j.

    de veehouderijonderneming niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij verordening 2022/2472 vastgestelde criteria. Dit betekent dat de veehouderijonderneming een Mkb-onderneming moet zijn;

  • k.

    de veehouderijonderneming voor de beëindiging van de betreffende veehouderijlocatie al subsidie of staatssteun heeft ontvangen.

Artikel 4.41.6 Voorwaarden vermindering stikstofemissie

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de voorwaarde dat de vermindering van de stikstofemissie van de veehouderijlocatie, die met de volledige of gedeeltelijke sluiting wordt gerealiseerd, meer bedraagt dan de volgende drempelwaarde:

    • a.

      250 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, in combinatie met het houden van maximaal 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie;

    • b.

      750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie uitsluitend wordt gebruikt voor het houden van andere landbouwhuisdieren dan vleesrunderen of melkvee;

    • c.

      750 kilogram ammoniak per kalenderjaar, indien de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor het houden van vleesrunderen of melkvee, en voor het houden van meer dan 25 landbouwhuisdieren die behoren tot een andere diercategorie.

  • 2.

    De stikstofemissie wordt per diercategorie, als bedoeld in bijlage V van de Omgevingsregeling, bepaald door vermenigvuldiging van:

    • a.

      de emissie van ammoniak per dierplaats per jaar, bedoeld in artikel 4.6, eerste en tweede lid, van de Omgevingsregeling, uitgaand van de emissiefactor die voor het toepasselijke huisvestingssysteem van toepassing is, met;

    • b.

      het gemiddelde aantal gehouden landbouwhuisdieren van de diercategorie.

  • 3.

    Bij de toepassing van het eerste lid van dit artikel, wordt voor de bepaling van de bestaande stikstofemissie uitgegaan van:

    • a.

      het huisvestingssysteem dat van toepassing was en het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld werd gehouden in 2024, zijnde het kalenderjaar dat twee kalenderjaren voorafgaat aan het kalenderjaar waarin een subsidieaanvraag op grond van deze subsidieregeling wordt ingediend, en

    • b.

      artikel 4.6 en bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling (rekenregels emissie ammoniak), zoals geldend op de datum waarop de subsidieaanvraag op grond van deze regeling wordt ingediend.

  • 4.

    Als de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in het, in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar, niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, bijvoorbeeld als sprake is geweest van een ruiming of uitbraak van een dierziekte, dan kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld werd gehouden in 2023 of 2022, zijnde het kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar.

  • 5.

    Bij de toepassing van het eerste lid wordt in geval van gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie voor de bepaling van de vermindering van de stikstofemissie door de gedeeltelijke sluiting uitgegaan van de vermindering van het aantal dieren, bedoeld in artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a.

Artikel 4.41.7 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie aan een veehouderijonderneming voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie omvat:

    • a.

      een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van productierecht, voor zover sprake is van een veehouderijonderneming met productierecht;

    • b.

      een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, als gevolg van de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend door het bevoegd gezag;

    • c.

      een bijdrage in verband met de kosten van het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel, artikel 1.2.7 is van toepassing;

    • d.

      een vergoeding van kosten voor leges en planologische procedures, die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;

    • e.

      een vergoeding van kosten voor adviesdiensten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.

  • 2.

    Onder kosten voor adviesdiensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, wordt verstaan:

    • a.

      kosten van derden voor diensten van de accountant en de financiële instelling in verband met het volledig of gedeeltelijk sluiten van een veehouderijlocatie;

    • b.

      kosten van derden voor een door een fiscalist uitgevoerd onderzoek naar de fiscale gevolgen van de volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie voor de veehouder;

    • c.

      kosten van derden voor een door een bedrijfseconomisch geschoold deskundige gegeven bedrijfseconomisch advies inzake de volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie.

  • 3.

    De subsidie voor de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde kosten van derden voor adviesdiensten, wordt uitsluitend verstrekt, indien het advies:

    • a.

      afkomstig is van een onafhankelijke, gediplomeerde deskundige, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, en over aantoonbare kennis beschikt over het onderwerp waarop het advies betrekking heeft;

    • b.

      een eenmalig karakter heeft en enkel betrekking heeft op de sluiting van de productiecapaciteit;

    • c.

      niet behoort tot de gewone bedrijfsvoering van de veehouderijonderneming; en

    • d.

      afkomstig is van een adviseur die is opgenomen in het bedrijfsadviseringssysteem, bedoeld in artikel 15, eerste lid van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435).

  • 4.

    De in lid 1 genoemde subsidiabele kosten, komen alleen in aanmerking voor subsidie, indien het redelijk gemaakte kosten betreft die direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en die voldoen aan de eisen van het landbouwsteunkader.

Artikel 4.41.8 De kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn opgenomen in artikel 1.2.8. De kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag zijn overeenkomstig artikel 1.2.8 niet subsidiabel.

  • 2.

    In afwijking van Artikel 1.2.8 onderdeel c, zijn leges subsidiabel conform artikel 4.41.7.

  • 3.

    De eigen ureninzet van de aanvrager komt niet voor de subsidie in aanmerking. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.

  • 4.

    De kosten van de realisatie van NSW landgoed en alle kosten die daarmee samenhangen komen niet voor de subsidie in aanmerking.

Artikel 4.41.9 Subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 1 april 2026 om 9.00 uur tot en met 17 april 2026 tot 17.00 uur.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier inclusief aanlevering van de volgende stukken en informatie:

    • a.

      relatienummer van de veehouderijondernemer bij RVO, KVK-nummer, Uniek Bedrijfsnummer (UBN), het adres van de veehouderijonderneming en het adres van de veehouderijlocatie;

    • b.

      geldige natuurvergunning, omgevingsvergunning of andere natuurtoestemming waaraan de referentiesituatie kan worden ontleend voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Omgevingswet met bijbehorende kaarten;

    • c.

      een uitdraai van het overzicht van de geregistreerde productierechten afkomstig RVO, waaruit blijkt hoeveel productierechten de afgelopen 5 jaren, zijnde 2022 tot en met 2026 in eigendom waren;

    • d.

      de veesaldokaart, diertelkaart, rundveekaart of stallijst van RVO over de periode 2022 tot en met 2025. De Gecombineerde opgave of informatie uit een (voor)overleg is niet geschikt om mee te sturen;

    • e.

      als 2024 geen representatief jaar is voor de bedrijfsvoering van de veehouderijlocatie, dan levert de aanvrager een onderbouwing waarom 2024 geen referentiejaar is en de registratie van het aantal gehouden landbouwhuideieren op de betreffende veehouderijlocatie voor 2024 én voor 2023 of 2022.

    • f.

      een globale kaart en beschrijving waarop is aangegeven welke percelen (minimaal 10 ha) op welke wijze worden gerangschikt onder de NSW en de wijze waarop het landgoed wordt opengesteld voor publiek.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten kunnen de aanvrager verzoeken om toelichtende of aanvullende informatie verstrekken, indien dit nodig is voor het nemen van een besluit. De aanvulling telt niet mee voor de volledigheid van de aanvraag.

  • 4.

    Na het uitvoeren van de taxatie als bedoeld in artikel 4.41.11 lid 5, wordt de uitkomst naar de veehouder gecommuniceerd, waarbij het de veehouder vrij staat de subsidieaanvraag in te trekken als deze uitkomst reden is om af te zien van het geheel of gedeeltelijk sluiten van de veehouderijlocatie.

Artikel 4.41.10 Beschikbaar budget

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.41.9 lid 1 vast. Dit betreft het subsidieplafond voor de volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie in combinatie met de realisatie van NSW landgoed.

 

Artikel 4.41.11 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel a, bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen productierecht, voor zover dat productierecht niet meer bedraagt dan het productierecht dat vereist is voor het aantal dieren, dat gemiddeld in het referentiejaar op de veehouderijlocatie is gehouden.

  • 2.

    De in lid 1 bedoelde waarde wordt in opdracht van de provincie door twee onafhankelijke taxateurs gezamenlijk bepaald op basis van:

    • a.

      de marktwaarde van het productierecht benodigd voor een varkenseenheid, respectievelijk een pluimvee-eenheid of een kilogram fosfaat; en

    • b.

      de omvang van het productierecht dat vervalt.

  • 3.

    Bij het taxeren van de in lid 2, onderdeel a, genoemde marktwaarde wordt uitgegaan van de marktwaarde op de datum van indiening van de subsidieaanvraag.

  • 4.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid1, onderdeel b, bedraagt 100% van het waardeverlies van de productiecapaciteit.

  • 5.

    Het in lid 4 bedoelde waardeverlies wordt uitsluitend bepaald met een in opdracht van de provincie uit te voeren taxatie van de marktwaarde van de op de veehouderijlocatie volledig of gedeeltelijk af te breken en verwijderen productiecapaciteit door twee onafhankelijke taxateurs gezamenlijk.

  • 6.

    Bij het taxeren van de in lid 5 genoemde marktwaarde wordt uitgegaan van de marktwaarde op de datum van de indiening van de subsidieaanvraag.

  • 7.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel c, bedraagt 100% van de kosten die zijn gemaakt voor het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de op de veehouderijlocatie aanwezige productiecapaciteit, mits de opdrachtverlening voor die werkzaamheden heeft plaatsgevonden op marktconforme wijze. De te verlenen bijdrage bedraagt maximaal de laagste geoffreerde prijs uit minimaal drie opgevraagde offertes. De werkzaamheden worden uitgevoerd door een BRL-SVMS-007 gecertificeerd bedrijf.

  • 8.

    Onvoorwaardelijk ontvangen gelden voor bij de sloop van de productiecapaciteit vrijgekomen materialen die worden vervreemd, worden verrekend met de subsidie die wordt ontvangen op grond van artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel c.

  • 9.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel d, bedraagt 100% van de gemaakte kosten voor leges voor vergunningen en planologische procedures.

  • 10.

    De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel e, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 2, tot een maximum van € 5.000,- per veehouderijonderneming, die een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling.

  • 11.

    Per veehouderijonderneming wordt maximaal 1 keer subsidie verstrekt per UBN-registratie, op basis van deze subsidieregeling. Als een reeds eerder verleende subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt ingetrokken of lager vastgesteld, geeft dit geen recht op een nieuwe aanvraag of aanvullende subsidie op basis van deze subsidieregeling.

Artikel 4.41.12 Verdeling beschikbaar budget

  • 1.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld op basis van Zone afbakening én volgorde van ontvangst van de complete subsidieaanvragen die ontvangen zijn in de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.41.9, lid 1. Artikel 1.2.16 is van toepassing.

  • 2.

    Een veehouderijlocatie behoort tot de zone waarin zich ten minste een deel van de productiecapaciteit bevindt. De zone afbakening is als volgt:

    • -

      Zone 1: 0 meter tot 500 meter van de rand van het betreffende Natura 2000-gebied

    • -

      Zone 2: 500 meter tot 1000 meter van de rand van het betreffende Natura 2000-gebied

    • -

      Zone 3: 1000 meter tot 1500 meter van de rand van het betreffende Natura 2000-gebied.

    • -

      Zone 4: 1500 meter tot 2000 meter van de rand van het betreffende Natura 2000-gebied.

    • -

      Zone 5: 2000 tot en met 2500 meter van de rand van het betreffende Natura 2000-gebied.

  • 3.

    Het subsidieplafond wordt als volgt verdeeld:

    • a.

      de aanvragen die vallen in Zone 1 worden als eerst beoordeeld. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de complete aanvragen die vallen in Zone 1; en

    • b.

      als er subsidieplafond resteert, worden achtereenvolgens de aanvragen beoordeeld die vallen in Zone 2, vervolgens Zone 3, daarna Zone 4 en tot slot Zone 5. Ook in deze gevallen geldt dat het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen die vallen binnen de betreffende zone.

Artikel 4.41.13 Voorwaardelijke subsidieverlening

  • 1.

    De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat:

    • a.

      binnen 6 weken na subsidieverlening tussen de subsidieontvanger en de provincie Overijssel een overeenkomst zoals opgenomen in bijlage 1 of bijlage 2 bij deze regeling, wordt gesloten waarin een kwalitatieve verplichting is opgenomen als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek betreffende een onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de betreffende veehouderijlocatie; én

    • b.

      binnen 24 maanden na subsidieverlening de rangschikking onder de Natuurschoonwet heeft plaatsgevonden conform de verplichtingen en voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.41.15b.

  • 2.

    De kwalitatieve verplichting, bedoeld in lid 1 onderdeel a, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.

Artikel 4.41.14 Verplichtingen bij volledige sluiting veehouderijlocatie

  • 1.

    Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare volledige sluiting van een veehouderijlocatie, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

    • a.

      niet langer landbouwhuisdieren houden op de veehouderijlocatie uiterlijk vanaf 12 maanden na subsidieverlening;

    • b.

      dierlijke meststoffen verwijderen van de veehouderijlocatie binnen 12 maanden na subsidieverlening;

    • c.

      voor zover de veehouder een veehouderij met productierecht drijft, binnen 12 maanden na subsidieverlening overeenkomstig artikel 31, lid 1, van de Meststoffenwet een kennisgeving doen van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren dat gemiddeld in het voor de berekening van de stikstofemissie gebruikte referentiejaar op de locatie is gehouden:

      • -

        varkens: 80%;

      • -

        pluimvee: 80%;

      • -

        melkvee: 95%;

    • d.

      al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving binnen 12 maanden na subsidieverlening:

      • 1°.

        een omgevingsrechtelijke melding doen bij het bevoegd gezag dat de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie niet langer landbouwhuisdieren houdt, of;

      • 2°.

        mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren te houden;

    • e.

      indien de veehouder beschikt over een natuurvergunning voor de veehouderijlocatie, binnen 6 maanden na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een verzoek indienen tot intrekking van de natuurvergunning en bij de aanvraag tot subsidievaststelling aantonen dat de natuurvergunning is ingetrokken, tenzij onderdeel f van toepassing is;

    • f.

      in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, binnen 12 maanden na subsidieverlening een mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:

      • 1°.

        op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de locatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van die activiteiten, met een maximum van 15% van de stikstofemissie van de activiteiten waarvoor voorheen toestemming was verleend,

      • 2°.

        waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft, de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming;

    • g.

      binnen 12 maanden na subsidieverlening een mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente, binnen de grenzen waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;

    • h.

      binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst inhoudende een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 1 opgenomen modelovereenkomst, waarin de veehouder zich verbindt om:

      • 1°.

        niet langer op de locatie landbouwhuisdieren te houden, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

      • 2°.

        zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren worden gehouden; en

      • 3°.

        niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie de diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling is gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; en

    • i.

      de voor de veehouderijonderneming op de locatie gebruikte productiecapaciteit wordt binnen 18 maanden na subsidieverlening afgebroken en verwijderd.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in lid 1, onderdeel i, voor zover de veehouder productiecapaciteit langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor een veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet, binnen een door de provincie te bepalen termijn nadat de overeenkomst, bedoeld in lid 1, onderdeel h, is gesloten, met dat gebruik heeft ingestemd.

  • 3.

    Indien een subsidieontvanger een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de genoemde termijn kan naleven, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn met maximaal 12 maanden.

Artikel 4.41.15 Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met één diersoort

  • 1.

    Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, bedoeld in artikel 3, lid 2, onderdeel a, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

    • a.

      binnen 12 maanden na subsidieverlening verkleinen van de stalcapaciteit door het afbreken en verwijderen van het desbetreffende dierenverblijf of de desbetreffende dierenverblijven;

    • b.

      bewerkstelligen dat binnen 12 maanden na subsidieverlening het aantal landbouwdieren dat gemiddeld in een jaar op de veehouderijlocatie wordt gehouden, niet meer bedraagt dan het gemiddelde van het referentiejaar verminderd met het gedeelte waarmee de stalcapaciteit wordt verkleind;

    • c.

      voor zover de subsidieontvanger een veehouderij met productierecht drijft, binnen 18 maanden na de datum van de subsidieverlening, overeenkomstig artikel 31, lid 1, van de Meststoffenwet, een kennisgeving doen van het gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij in vergelijking met de situatie in het referentiejaar ten minste het productierecht voor een zodanige omvang komt te vervallen als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal landbouwhuisdieren waarmee het jaarlijks gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren overeenkomstig onderdeel b is verminderd:

      • -

        varkens: 80%;

      • -

        pluimvee: 80%;

      • -

        melkvee: 95%;

    • d.

      al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving binnen 12 maanden na subsidieverlening:

      • 1°.

        een omgevingsrechtelijke melding doen bij het bevoegd gezag dat het jaarlijks op de veehouderijlocatie gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren overeenkomstig onderdeel b wordt verminderd; of

      • 2°.

        mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat op verzoek van de subsidieontvanger het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de veehouderijlocatie zodanig heeft aangepast dat de vergunning nog slechts betrekking heeft op het in onderdeel b bedoelde jaarlijks gemiddeld aantal te houden landbouwhuisdieren;

    • e.

      binnen 12 maanden na subsidieverlening mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag - op verzoek van de veehouder - een besluit heeft genomen, op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de veehouderijlocatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie;

    • f.

      binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen modelovereenkomst, waarin de subsidieontvanger zich verbindt om:

      • 1°.

        niet meer landbouwhuisdieren te houden dan het aantal dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

      • 2°.

        zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie meer landbouwhuisdieren worden gehouden dan het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie; en

      • 3°.

        niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie die diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling gedeeltelijk wordt gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het vereiste van het afbreken en verwijderen van het dierenverblijf of de dierenverblijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover de veehouderijonderneming dat gebouw of die gebouwen langdurig gaat gebruiken:

    • a.

      voor de veehouderijonderneming, mits dit niet leidt tot een toename van het aantal dierplaatsen ten opzichte van de ingevolge het eerste lid, onderdeel a, verkleinde stalcapaciteit;

    • b.

      voor andere activiteiten dan voor een veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet, binnen een door de provincie te bepalen termijn nadat de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is gesloten, met dat gebruik heeft ingestemd.

  • 3.

    Indien een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de genoemde termijn en de subsidieontvanger acht verlenging van de betreffende termijn wenselijk, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 12 maanden.

Artikel 4.41.15a Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met meer dan één diersoort

  • 1.

    Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, bedoeld in artikel 4.41.3, lid 2, onderdeel b, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

    • a.

      niet langer op de veehouderijlocatie houden van de landbouwhuisdieren van de diersoort of de diersoorten waarop de subsidieverstrekking betrekking heeft, binnen 12 maanden na subsidieverlening;

    • b.

      binnen 12 maanden na subsidieverlening afbreken en verwijderen van het desbetreffende dierenverblijf of de desbetreffende dierenverblijven;

    • c.

      voor zover de veehouder een veehouderij met productierecht drijft, binnen 18 maanden na subsidieverlening, overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet, een kennisgeving doen van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht voor de desbetreffende diersoort of diersoorten, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren dat gemiddeld in het referentiejaar op de locatie is gehouden:

      • -

        varkens: 80%;

      • -

        pluimvee: 80%;

      • -

        melkvee: 95%;

    • d.

      al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet binnen 12 maanden na subsidieverlening:

      • 1°.

        een omgevingsrechtelijke melding doen bij het bevoegd gezag dat de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie niet langer landbouwhuisdieren van de desbetreffende diersoort of diersoorten houdt, of;

      • 2°.

        mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren van de desbetreffende diersoort of diersoorten te houden;

    • e.

      binnen 12 maanden na subsidieverlening mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag - op verzoek van de veehouder - een besluit heeft genomen, op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de veehouderijlocatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van landbouwhuisdieren van de diersoort of diersoorten die na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie nog gehouden worden, uitgaand van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld in het referentiejaar werd gehouden;

    • f.

      binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 2a opgenomen modelovereenkomst, waarin de subsidieontvanger zich verbindt om:

      • 1°.

        niet langer landbouwhuisdieren van de diersoort of de diersoorten te houden waarop de subsidieverstrekking betrekking heeft, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband;

      • 2°.

        zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie landbouwhuisdieren van de desbetreffende diersoort of diersoorten worden gehouden; en

      • 3°.

        niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie die diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling gedeeltelijk wordt gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het vereiste van het afbreken en verwijderen van het dierenverblijf of de dierenverblijven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover de veehouderijonderneming dat gebouw of die gebouwen langdurig gaat gebruiken:

    • a.

      voor de veehouderijonderneming, mits dit niet leidt tot een toename van het aantal dierplaatsen ten opzichte van de ingevolge het eerste lid, onderdeel b, verkleinde stalcapaciteit;

    • b.

      voor andere activiteiten dan voor een veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet binnen een door de provincie te bepalen termijn nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is gesloten, met dat gebruik heeft ingestemd.

  • 3.

    Indien een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de genoemde termijn en de subsidieontvanger acht verlenging van de betreffende termijn wenselijk, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 12 maanden.

Artikel 4.41.15b Aanvullende voorwaarden en verplichtingen bij volledige en gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie in combinatie met rangschikking onder de Natuurschoonwet (NSW- landgoed)

 

Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie overeenkomstig artikel 4.41.14, respectievelijk artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a. Dit moet plaats vinden in combinatie met de realisatie van een NSW Landgoed-, conform de volgende voorwaarden en verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger is verplicht om na volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie minimaal 10 ha landgoed te realiseren op de betreffende veehouderijlocatie en deze te laten rangschikken onder de Natuurschoonwet (NSW) overeenkomstig de voorwaarden die hiervoor gelden. De voorwaarden zijn te vinden op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Voorwaarden | RVO.nl[782109553] . De aanvraagprocedure en stukken die nodig zijn, zijn te vinden op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Rangschikking aanvragen | RVO.nl;

  • b.

    de subsidieontvanger is verplicht om landgoed te realiseren dat bestaat voor minstens 30% uit bos of uit bestaande natuur op basis van de Index Natuur en Landschap. Als bos gerealiseerd wordt als onderdeel van de realisatie van een landgoed, gelden de volgende voorwaarden vanuit de bossenstrategie Overijssel:

    • 1.

      het bos dat aangelegd wordt moet uit inheemse soorten bestaan, passend bij het landschapstype;

    • 2.

      het bos moet worden aangelegd op het betreffende landgoed in een gebied dat op de Kaart de kaart voor de Bossenstrategie in de Atlas van Overijssel is aangemerkt als:

      • a.

        ’bosaanleg wenselijk of mogelijk’; of

      • b.

        ‘landschapsversterking wenselijk of mogelijk’; of

      • c.

        aanleg onder voorwaarden. Realisatie in dit gebied kan alleen als Gedeputeerde Staten hier voor de subsidieaanvraag afzonderlijk een besluit over hebben genomen, omdat zij vinden dat realisatie van bos in dit gebied een toegevoegde waarde heeft.

        Kaart: zoekgebiedenkaart behorende bij de bossenstrategie. De kaart voor de Bossenstrategie is te vinden op Externe link: Bossenstrategie Overijssel (arcgis.com);

  • c.

    het landgoed moet gerangschikt worden binnen 24 maanden na subsidieverlening. Gedeputeerde Staten kunnen hier op gemotiveerd verzoek van afwijken. De NSW rangschikking moet na aanvraag van deze subsidie en uiterlijk 31 december 2028 zijn verkregen;

  • d.

    het landgoed moet uiterlijk 31 december 2032 gerealiseerd zijn;

  • e.

    het landgoed moet opengesteld worden voor publiek waarbij het landgoed opgenomen wordt op het Overzicht opengestelde NSW-landgoederen van RVO. Dit betekent dat het landgoed toegankelijk moet zijn voor bezoekers, zoals gespecificeerd in de voorwaarden van de Natuurschoonwet;

  • f.

    De subsidieontvanger is verplicht binnen 2 weken nadat bekend is dat niet voldaan kan worden aan de voorwaarden zoals genoemd in dit artikel, dit te melden aan de provincie.

Artikel 4.41.16 Voortgangsrapportage

De subsidieontvanger overlegt jaarlijks een voortgangsverslag waarin in ieder geval is opgenomen in hoeverre en op welke wijze wordt voldaan aan de van toepassing zijnde verplichtingen, die zijn genoemd in artikel 4.41.15b, 4.41.14, lid 1, artikel 4.41.15 lid 1, of artikel 4.41.15a lid 1, met uitzondering van het vereiste om dierenverblijven af te breken en te verwijderen.

 

Artikel 4.41.17 Subsidieverlening

  • Het subsidiebedrag bij verlening bestaat uit:

    • a.

      de bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, eerste lid, onderdelen a en b; en

    • b.

      een subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 4.41.7, eerste lid, onderdelen c, d en e, en artikel 4.41.7, tweede lid, gebaseerd op een taxatie door de provincie.

  • 2.

    Na ontvangst van de offertes en de begroting zoals genoemd in artikel 4.41.18 lid 3 onderdelen b en c, kan de subsidie voor de kosten zoals genomen in artikel 4.41.7 lid 1 onderdelen c, d en e, en artikel 4.41.7 lid 2, gewijzigd worden.

Artikel 4.41.18 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 70% op het verleende subsidiebedrag, dat wordt betaald in 2 termijnen.

  • 2.

    Het eerste termijnvoorschot van 10% wordt uitbetaald na ontvangst van de ondertekende overeenkomst, bedoeld in artikel 4.41.14, artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a en nadat de aanvraag voor rangschikking NSW bij RVO is ingediend onder op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Rangschikking aanvragen | RVO.nl

  • 3.

    Het tweede termijnvoorschot van 60% wordt uitbetaald nadat:

    • a.

      Gedeputeerde Staten een voorschotverzoek in combinatie met een voortgangrapportage hebben ontvangen waaruit blijkt dat de subsidieontvanger heeft voldaan aan alle van toepassing zijnde verplichtingen, die zijn genoemd in artikel 4.41.14, eerste lid, artikel 4.41.15, eerste lid, of artikel 4.41.15a, eerste lid, met uitzondering van het vereiste om dierenverblijven af te breken en te verwijderen; en

    • b.

      de subsidieontvanger minimaal 2 offertes heeft ingeleverd voor de kosten als bedoeld in artikel 4.41.7 lid c, d en e bedoelde kosten, van het volledig of gedeeltelijk slopen en verwijderen van de productiecapaciteit die op de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor de veehouderijonderneming. De offerte is opgesteld door een BRL-SVMS-007 gecertificeerd bedrijf;

    • c.

      de subsidieontvanger de begroting heeft ingediend voor de in artikel 4.41.7 lid 2 bedoelde kosten

  • 4.

    Bij de vaststelling van de subsidie wordt het resterende bedrag van 30% uitbetaald, mits uit de verantwoording en het proces-verbaal, zoals bedoeld in artikel 4.41.19 lid 2, blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 4.41.19 Verantwoording

  • 1.

    Voor de verantwoording van de subsidie geldt artikel 1.2.21. De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

    • a.

      een activiteitenverslag;

    • b.

      het rangschikkingsbesluit NSW Landgoed van RVO;

    • c.

      een bewijs van vestiging van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in bijlage 1, bijlage 2 of bijlage 2a;

    • d.

      een financieel verslag als bedoeld in artikel 1.2.21;

    • e.

      een controleverklaring als bedoeld in artikel 1.2.21 lid 4;

    • f.

      facturen en betaalbewijzen van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.41.7 lid 1 sub c, d en e en artikel 4.41.7 lid 2.

  • 2.

    Aanvullend op artikel 1.2.21 geldt dat na ontvangst van de verantwoording de rentmeester van de

  • 3.

    provincie Overijssel een proces-verbaal opstelt. Dit proces-verbaal wordt opgesteld naar aanleiding van een controle op locatie, waarbij onder meer wordt vastgesteld of de landbouwhuisdieren van de locatie zijn afgevoerd, de meststoffen van de locatie zijn verwijderd en de opstallen zijn gesloopt.

Artikel 4.41.20 Gegevensverwerking

  • 1.

    De provincie maakt, met inachtneming van randnummers 112 en 114 van het landbouwsteunkader, na de datum van subsidieverlening op grond van deze regeling de volgende gegevens over de subsidieverstrekking bekend (TAM-registratie):

    • a.

      de naam van de subsidieontvanger;

    • b.

      de hoogte van het verstrekte subsidiebedrag;

    • c.

      de datum van de subsidieverlening;

    • d.

      het feit dat de subsidieverstrekking betrekking heeft op een onderneming die voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, van bijlage I bij verordening 2022/2472 vastgestelde criteria;

    • e.

      de provincie op het grondgebied waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt;

    • f.

      de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger ten tijde van de subsidieaanvraag actief was.

  • 2.

    De gegevens die door de veehouderijonderneming zijn verstrekt aan de provincie op grond van deze regeling, kunnen door de provincie worden verstrekt aan de Minister, voor zover nodig voor:

    • a.

      de beoordeling of die gegevens overeenkomen met de gegevens waarover de minister beschikt;

    • b.

      de vaststelling door de minister van de uitkering die de minister heeft verstrekt aan de provincie ten behoeve van deze regeling;

    • c.

      het opnemen van depositieruimte in het Aerius Register, bedoeld in hoofdstuk 17A van de Omgevingsregeling;

    • d.

      de toepassing van artikel 20.1, eerste lid, van de Omgevingswet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit Leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit, met inbegrip van de verstrekking van die gegevens aan kennisinstellingen met het oog op werkzaamheden ten behoeve van die toepassing.

Artikel 4.41.21 Staatssteun

Deze subsidieregeling is onderdeel van de SPUK-regeling Provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties, waarvoor een goedkeuring is verleend door de van de Europese Commissie met kennisgevingsnummer SA.114339.

 

Artikel 4.41.21 Looptijd

Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17:00 uur.

 

Bijlage 1 bij artikel 4.41.14 is te vinden op

https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed

 

Bijlage 2 A en B bij artikel 4.41.15a en b zijn te vinden op

https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed

 

Bijlage 3: Kaarten 4.41 Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed:

 

 

Deelkaart Noordoost -Twente:

 

 

Deelkaart Noordwest-Overijssel:

 

 

Deelkaart Salland:

 

 

Deelkaart Vechtdal :

 

 

Deelkaart West-Twente:

 

 

Deelkaart Zuidoost-Twente:

 

 

5.4 Inzet vrijwilligers bij buurtbussen in Overijssel

 

Artikel 5.4.5 Hoogte van de subsidie

Lid 1: ‘€ 9.000,-’ wordt vervangen door: € 9.150,-

Lid 2: vervallen

 

Artikel 5.4.6 Subsidieaanvraag

Lid komt als volgt luiden:

  • 1.

    Als een buurtbusvereniging door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag dan kan voor die buurtbusvereniging een subsidieaanvraag worden ingediend voor 2 jaren, namelijk 2026 en 2027. De subsidieaanvraag wordt ingediend vanaf 2 januari 2026 en moet uiterlijk 15 december 2026 zijn ontvangen.

Lid 2 komt als volgt te luiden:

  • 2.

    Als de buurtbusvereniging is goedgekeurd in 2026 dan kan een aanvraag worden ingediend voor 2026 en 2027. Als de buurtbusvereniging is goedgekeurd in 2027, dan kan een aanvraag worden ingediend voor 2027.

Artikel 5.4.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

Sub c wordt toegevoegd:

  • c.

    de jaren 2026 en 2027.

Tabel 1

De rij van ‘BBV’ Borne komt als volgt te luiden:

 

BBV Borne

Flexibel buurtbusproject in de gemeente Borne met één buurtbuslijn: Borne

Geen lijnnummer, flexibele buurtbuslijn

 

‘BBV Vilsteren’ staat in twee rijen onder elkaar, wordt samengevoegd tot 1 rij:

 

BBV Vilsteren

Dalfsen – Ommen

568

Lemelerveld-Hankate-Lemele- Ommen

569

 

‘Stichting Stadsbuurtbus Kampen’ komt als volgt te luiden:

 

Stichting Stadsbuurtbus Kampen

Kampen Zuid – Onderdijks – Centrum – Kampen Zuid

510

 

Kampen Zuid – Brunnepe – Greente – Haatland – Kampen Zuid

512

 

5.6 Verbeteren infrastructuur openbaar vervoer

Artikel 5.6.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 1 onderdeel b: de volgende zin komt te vervallen: Het gaat hier om aanpassingen die maximaal € 30.000,- exclusief btw per aanpassing kosten.

 

5.12 Regionale Hubs Overijssel

Artikel 5.12.3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Lid 3 onderdelen e t/m i worden omgenummerd tot: a t/m e

Onderdeel d nieuw: na ‘inwoners’ wordt een komma geplaats en toegevoegd: tenzij sprake is van doorontwikkeling van een Regionale Hub waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt.

 

Artikel 5.12.6 Hoogte van de subsidie

Lid 1: de volgende zon wordt toegevoegd: De subsidie voor de doorontwikkeling van een Regionale Hub waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt, bedraagt maximaal € 250.000,-.

 

Artikel 5.12.9 Aanvullende verplichtingen

Onderdeel f: aan het eind wordt de volgende zin toegevoegd: Dit geldt niet voor doorlontwikkeling van Regionale Hubs, waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt.

 

Artikel 5.12.10 Subsidieverlening

Na ‘wordt’ wordt toegevoegd: indien nodig,

 

Paragraaf 5.13 wordt toegevoegd:

 

5.13 Ondersteuning inzet Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel in 2026 en 2027

 

Artikel 5.13.1 Betekenis van de begrippen

In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.

  • -

    Fietscommunity: samenwerking in Overijssel tussen verschillende partijen die actief zijn op het gebied van de fiets: overheden, mobiliteitspartners, belangenorganisaties, fietsclubs, routebureaus etc. Onder de naam ‘365 dagen fietsen’. Deze community werkt in gezamenlijkheid aan de provinciale ambitie om 20 tot 30% groei van fietsgebruik te realiseren.

Artikel 5.13.2 Doel van de subsidieregeling

Met deze subsidieregeling wil de provincie fietsen stimuleren. Omdat fietsen bijdraagt aan bereikbaarheid, gezondheid, toerisme, recreatie, leefbaarheid en klimaat. Binnen Overijssel stimuleren we het gebruik van de fiets aan de hand van de drie pijlers: infrastructuur, (voertuig-)techniek en de mens (gedrag). Door deze subsidieregeling ondersteunen wij de inzet van de Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel, die als onafhankelijke spin in het web de aanjager, verbinder en regisseur is binnen het netwerk Fietscommunity 365 dagen fietsen in Overijssel, dat bestaat uit de voornaamste spelers op het gebied van fietsstimulering in Overijssel. Zonder deze spilfunctie zou dit netwerk niet functioneren.

 

Artikel 5.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie wordt verleend voor een samenhangend pakket van de volgende activiteiten:

    • a.

      het onderhouden en versterken van de Fietscommunity door nieuwe samenwerkingspartners te zoeken en te binden;

    • b.

      het verzamelen en vertalen van kennis en data op het gebied van fietsen in Overijssel naar concrete aanbevelingen om toename van het fietsen te bevorderen;

    • c.

      het vergroten van het kennisniveau van de partners binnen de Fietscommunity door het ter beschikking stellen van data en onderzoeken, en door het organiseren van symposia en netwerkbijeenkomsten;

    • d.

      het inzichtelijk maken van verkeersstromen (heatmap) om witte vlekken of knelpunten te signaleren en deze aan te kaarten bij de diverse regio’s om een gelijkwaardig fietsgebruik in alle Overijsselse regio’s, en daarmee een provinciebreed bovengemiddeld fietsgebruik, te realiseren;

    • e.

      verbindingen leggen tussen verschillende initiatieven in Overijssel die zich richten op toename van het aantal fietsers en promoten van fietsen;

    • f.

      input leveren voor Overijsselse initiatieven op het gebied van stimulering van fietsen;

    • g.

      aanjagen van en input leveren voor integraal fietsbeleid van Overijsselse gemeenten;

    • h.

      het (laten) uitvoeren van onderzoek naar kansen en belemmeringen met betrekking tot het aantal fietsers in Overijssel;

    • i.

      creëren en (laten) publiceren van artikelen en andere mediacontent ter promotie van fietsen in Overijsselse media en relevante communicatiekanalen;

    • j.

      het anderzijds actief promoten van het fietsen in Overijssel (online en offline).

  • 2.

    De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de activiteiten zijn aantoonbaar aanvullend op de al uitgevoerde of in uitvoering zijnde activiteiten in Overijssel of landelijk op het gebied van stimuleren van fietsgebruik;

    • b.

      de activiteiten worden uitgevoerd gedurende 2026 en 2027.

Artikel 5.13.4 Aanvrager

De aanvrager is Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel.

 

Artikel 5.13.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.

  • 2.

    De kosten voor fysieke maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie.

Artikel 5.13.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    De subsidie is maximaal € 400.000,- per aanvraag.

Artikel 5.13.7 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag kan worden ingediend gedurende een termijn van minimaal acht weken, vanaf 2 januari 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk 1 maart 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.

  • 2.

    De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Ondersteuning inzet Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel in 2026 en 2027.

  • 3.

    De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.

  • 4.

    De aanvrager levert aanvullend een projectplan waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5.13.3 wordt voldaan;

  • 5.

    De aanvrager kan één keer een subsidieaanvraag indienen tijdens de looptijd van deze subsidieregeling.

Artikel 5.13.8 Beschikbaar budget voor de regeling

Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode.

 

Artikel 5.13.9 Staatssteun

Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening.

 

Artikel 5.13.10 Looptijd

De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur.

 

6.14 Regio Deal Twente 2023-2028

Artikel 6.14.14 Staatssteun

Lid 3: na ‘25’ wordt , 26, toegevoegd

 

6.19 Regio Deal Regio Zwolle II - Gebiedsarrangementen en losse initiatieven

Artikel 6.19.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 2 onderdeel b: eerste zin komt als volgt te luiden: de regionale publieke en/of private cofinanciering is minimaal evenveel als de subsidie.

 

Artikel 6.19.7 Eigen bijdrage (cofinanciering)

De eerste zin komt als volgt te luiden: De eigen bijdrage van de aanvrager, partners of derden, is minimaal net zo veel als de subsidie.

 

6.23 Provinciale cofinanciering Regio Deal Regio Zwolle II- Gebiedsarrangementen en losse initiatieven

Artikel 6.23.6 Hoogte van de subsidie

Lid 2 vervallen

 

Paragraaf 6.24 wordt toegevoegd:

 

6.24 Ondersteuningsstructuur ondernemingen Overijssel 2026-2027

 

Artikel 6.24.1 Betekenis van de begrippen

 

In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.

  • -

    Ondersteuningsactiviteiten: ondernemers helpen door:

    • 1.

      ontmoetingen te organiseren, vragen te beantwoorden en door te verwijzen (ophalen, ontwikkelen en overdragen);

    • 2.

      het delen van algemene kennis en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen hoort hierbij; en/of

    • 3.

      kennis te delen, nieuwe ontwikkelingen te stimuleren, ecosystemen te vormen en te ondersteunen, handel, internationale werving en projectontwikkeling.

  • -

    Ondernemersloket: een uitvoeringsorganisatie die in staat is om ondernemingen kosteloos ondersteuning op grote schaal te bieden. Het beschikt over en maakt onderdeel uit van, relevante regionale netwerken van investeerders, ondernemers, overheden en kennisinstellingen om samenwerking te bevorderen. Daarnaast organiseert het programma's, workshops en evenementen om ondernemers te ondersteunen bij hun ontwikkeling en om kennis te delen.

  • -

    Regio: een geografische eenheid conform de bestuurlijke samenwerking in de drie Overijsselse regio’s, te weten de regio’s Stedendriehoek, Twente en Regio Zwolle.

Artikel 6.24.2 Doel van de subsidieregeling

Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel de veerkracht en het aanpassingsvermogen van met name mkb-ondernemers versterken door hen bewust te maken van veranderende marktomstandigheden en hen te ondersteunen bij het inspelen op deze veranderingen. Door deze ondersteuning draagt de provincie bij aan het bredere maatschappelijke belang en zorgt zij voor een samenhangend, toegankelijk en effectief ondersteuningsaanbod in de regio, waarmee versnippering wordt voorkomen.

 

Artikel 6.24.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie wordt verstrekt voor de ondersteuningsactiviteiten van ondernemersloketten.

  • 2.

    De ondersteuning gaat over het starten, groeien, samenwerken, innoveren, exporteren en importeren of thema’s als bedrijfsopvolging, digitalisering en verduurzaming.

  • 3.

    De volgende activiteiten komen niet voor de subsidie in aanmerking: zakelijke en financiële ondersteuning die regulier of periodiek van aard zijn.

  • 4.

    De subsidie wordt verstrekt voor de jaren 2026 en 2027.

Artikel 6.24.4 Aanvrager

  • 1.

    De aanvrager is:

    • a.

      Kennispoort Regio Zwolle;

    • b.

      Novel-T;

    • c.

      Oost NL.

  • 2.

    Deze ondernemersloketten onderscheiden zich als enige serieuze gegadigden omdat zij:

    • a.

      diep geworteld zijn in hun Regio’s en nauw samenwerken met overheden, onderwijsinstellingen en ondernemers;

    • b.

      beschikken over specialistische kennis op het gebied van innovatie, ondernemerschap en economische ontwikkeling;

    • c.

      toegang hebben tot regionale, nationale en Europese netwerken en faciliteiten die niet eenvoudig door andere partijen kunnen worden overgenomen;

    • d.

      een aantoonbare staat van dienst hebben in het uitvoeren van publieke taken en programma’s, vaak in langdurige samenwerking met overheden;

    • e.

      gezamenlijk voor een samenhangend, toegankelijk en effectief ondersteuningsaanbod in de regio kunnen zorgen, waarmee versnippering van de ondersteuning wordt voorkomen;

    • f.

      draagvlak vanuit hun Regio hebben, blijkend uit de regionale ondersteuning en financiering zoals gemeenten, provincies en onderwijsinstellingen;

    • g.

      neutrale en onafhankelijke organisaties zijn (niet gebonden aan specifieke belangen), waardoor zij als ondernemersloket brede en toegankelijke ondersteuning op grote schaal kunnen bieden.

Artikel 6.24.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen

De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.

 

Artikel 6.24.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie is maximaal 60% van de subsidiabele kosten en bedraagt per jaar maximaal:

    • a.

      € 677.563,- voor Kennispoort Regio Zwolle in 2026 en 2027;

    • b.

      € 1.011.133,- in 2026 en € 927.740,- in 2027 voor Novel-T;

    • c.

      € 2.128.455,- voor Oost NL in 2026 en 2027.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie jaarlijks indexeren op basis van het inflatiepercentage van de Provincie Overijssel dat jaarlijks wordt vastgesteld bij de begroting.

Artikel 6.24.7 Subsidieaanvraag

  • 1.

    De aanvraag kan worden ingediend gedurende een termijn van minimaal acht weken na publicatie van de regeling. Dit betekent dat de aanvraag uiterlijk op 2 maart 2026 17.00 uur ontvangen moet zijn.

  • 2.

    De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier 6.24 Ondersteuningsstructuur ondernemingen Overijssel 2026-2027.

  • 3.

    De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.

  • 4.

    De aanvrager levert aanvullend een meerjarenplan in. In het meerjarenplan is duidelijk opgenomen welke activiteiten de aanvrager hoe aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel van deze regeling wordt voldaan.

Artikel 6.24.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

  • 1.

    Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027.

  • 2.

    Het subsidieplafond geldt onder de voorwaarde dat Provinciale Staten de begroting vaststelt voor het jaar 2027.

Artikel 6.24.9 Subsidieverlening

  • 1.

    De subsidie wordt verleend voor de jaren 2026 en 2027, onder toepassing van artikel 4.30 lid 2 Awb. Dit betekent dat de omschrijving van de jaarlijkse activiteiten worden uitgewerkt in de subsidieverlening nadat jaarlijks voor 1 april een gedetailleerd jaarplan is ingediend voor het betreffende jaar.

  • 2.

    De subsidie voor het jaar 2027 wordt verleend onder voorbehoud van vaststelling van de begroting 2027 door PS.

Artikel 6.24.10 Aanvullende verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht:

  • a.

    de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben;

  • b.

    jaarlijks voor 1 april een gedetailleerd jaarplan is in te dienend voor het betreffende jaar;

  • c.

    Als sprake is van De-minimissteun als bedoeld in artikel 6.24.11 te controleren of de onderneming voldoende De-minimisruimte heeft volgens de Algemene de-minimisverordening en dit vast te leggen op basis van de de-minimisverklaring.

Artikel 6.24.11 Geen staatssteun

Als de ondersteuning staatssteun oplevert, dan voldoet de steun aan de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Alleen een onderneming die nog voldoende De-minimisruimte heeft kan de betreffende ondersteuning ontvangen.

 

Artikel 6.24.12 Looptijd

Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.

 

7.5 Overijssel in beweging

Artikel 7.5.1 Betekenis van de begrippen

Aan het begrip ‘openbaar toegankelijk’ wordt achteraan een zin toegevoegd, die luidt: Dit laatste houdt in dat bezoekers geen betaald toegangsbewijs of lidmaatschap nodig hebben om deel te nemen aan de activiteiten.

 

Artikel 7.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen

Lid 2 onderdeel b komt als volgt te luiden: b. de activiteit dient het algemeen belang, dat wil zeggen dat er niet primair sprake is van een winstoogmerk;

Lid 2 onderdeel f: achteraan wordt een zin toegevoegd die luidt: Het fysieke beweegaanbod is gelegen in Overijssel;

 

Artikel 7.5.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

De tekst komt als volgt te luiden:

  • 1.

    De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.

  • 2.

    Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit kosten voor de aanschaf van materiaal. De subsidie is primair bedoeld voor de programmering van beweegactiviteiten.

Artikel 7.5.6 Hoogte van de subsidie

Lid 2 onderdeel b: € 50.000.- wordt vervangen door: € 75.000,-

 

Artikel 7.5.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

'2022 tot en met 2025’ wordt vervangen door: 2025 en 2026.

 

Artikel 7.5.9 Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger

Onderdeel d komt als volgt te luiden: de activiteit binnen 12 maanden na subsidieverlening af te ronden.

 

Artikel 7.5.10 staatssteun

Dit artikel komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 55 van de AGVV.

  • 2.

    Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene de-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.

Artikel 7.5.11 Looptijd

‘2025’ wordt vervangen door: 2026

 

7.10 Vernieuwing sociale kwaliteit

 

Artikel 7.10.1 Betekenis van de begrippen

Een nieuwe begripsbepaling wordt bovenaan toegevoegd die luidt:

  • -

    Fysieke investeringen: kosten die worden gemaakt voor gebouw en/of inventaris, zoals kosten voor bouw, verbouw, interieur en aard- en nagelvaste zaken aan een gebouw of grond.

Artikel 7.10.7 Eigen bijdrage

Achteraan wordt de volgende zin toegevoegd: Deze ureninzet wordt zowel aan de kostenkant als aan de batenkant opgenomen op de begroting.

 

Artikel 7.10.9 Beschikbaar budget voor de regeling

De laatste zin komt als volgt te luiden: Er geldt een deelplafond voor de activiteit ‘Versterken van vrijwilligerswerk door een bovenlokale aanpak of onderzoek over meerdere beleidsthema’s heen’

 

7.16 Overijssel toont talent

Artikel 7.16.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling

‘2025’ wordt vervangen door: 2026

 

7.22 Planvorming, uitwerking en analyses leefbaar platteland

Artikel 7.22.8 Beschikbaar budget voor de regeling

‘de jaren 2024 en 2025’ wordt vervangen door: 2024-2027

 

7.25 Fysieke investeringen leefbaar platteland

Artikel 7.25.7 Eigen bijdrage

Aan lid 1 wordt de zin toegevoegd: Deze ureninzet wordt zowel aan de kostenkant als aan de batenkant opgenomen op de begroting.

 

Artikel 7.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling

‘de jaren 2024 en 2025’ wordt vervangen door: 2024-2027

 

Artikel 7.25.11 Staatssteun

Dit artikel komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 55 van de AGVV.

  • 2.

    Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene de-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.

7.26 Sociale hypotheek 2025-2026

 

Artikel 7.26.10a Staatssteun

Dit artikel komt als volgt te luiden:

  • 1.

    Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 55 van de AGVV.

  • 2.

    Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene de-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie in het provinciaal blad.

Gedeputeerde Staten van Overijssel

Naar boven