Provinciaal blad van Overijssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 21260 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 21260 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijziging Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022
Artikel 1.2.13 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Lid 6 komt als volgt te luiden:
In de betreffende subsidieverlening of regeling van de verlenende medeoverheid is opgenomen of sprake is van De-minimissteun.
Artikel 1.2.20 Subsidie vanaf € 25.000,- tot € 125.000,-
In lid 6 wordt de tekst '1.1.21 en 1.1.22' vervangen door 1.2.21 en 1.2.22
Een nieuw artikel 1.4.5 wordt toegevoegd:
Artikel 1.4.5 Overdracht van de subsidie
Een aanvrager kan een verzoek indienen om een verleende subsidie naar een ander over te dragen. Als de aanvrager daartoe niet in staat is, kan dit door diens wettelijk vertegenwoordiger worden gedaan. In geval van overlijden van de subsidieaanvrager kan tot de overdracht worden verzocht door degene die daartoe op grond van een wettelijke regeling is bevoegd. Een verleende subsidie wordt alleen als overgedragen beschouwd als Gedeputeerde Staten daarin schriftelijk hebben toegestemd.
2.4 Flexpools versnellen woningbouw
Artikel 2.4.5 Hoogte van de subsidie
2.5 Deltaprogramma zoetwater regio Oost 2022-2027
Artikel 2.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
In de titel 2.5.3 wordt ‘ctiviteiten’ vervangen door: Activiteiten
2.8 Vitaliteit van dorpen en steden (stads- en dorpsarrangementen)
Artikel 2.8.2 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Achter lid 2 wordt toegevoegd: Het arrangement B betreft een kennisarrangement. Dit arrangement bevat een overzicht van de activiteiten voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden in centra in een kern van een stad of dorp in Overijsel op het gebied van ondernemerschap, retail en vitaliteit.
Het tweede lid 3 wordt omgenummerd naar 5.
Toegevoegd wordt een lid 4 dat luidt:
Artikel 2.8.5 Hoogte van de subsidie
Tussen ‘dat’ en ‘opgenomen’ wordt gevoegd: is
Artikel 2.8.6 Subsidieaanvraag
Lid 3: (A) wordt vervangen door: (A en/of B)
2.9 Deltaplan Agrarisch Waterbeheer Overijssel 2024-2027
Artikel 2.9.6 Hoogte van de subsidie
Lid 3: ‘€ 250.000,-’ wordt vervangen door: € 150.000,-
3.3 Energiebesparende maatregelen (geld terug actie)
Artikel 3.3.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3 onderdeel c: ‘de Wet Milieubeheer’ wordt 2 keer vervangen door: Omgevingswet
3.13 Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel
Artikel 3.13.1 Betekenis van begrippen
Na ‘Regionale netbeheerder (RNB)’wordt toegevoegd:
Artikel 3.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 onderdeel b komt als volgt te luiden:
Artikel 3.13.6 komt als volgt te luiden:
Artikel 3.13.6 Hoogte van de subsidie
De subsidie voor het realiseren van een energieleverend parkeerterrein is maximaal 45% van de subsidiabele kosten en met maximaal € 200.000,- per aanvraag. Per aanvraag een maximum overeenkomstig de trede waarin het energieleverende parkeerterrein valt. De subsidieplafonds per trede luiden als volgt:
De provincie toetst of het gevraagde subsidiebedrag noodzakelijk is voor een economisch uitvoerbaar project. De provincie hanteert daarbij als uitgangspunt dat subsidie niet wordt verleend boven het bedrag dat nodig is om te voorkomen dat de terugverdientijd van de investering buitensporig lang wordt. Hierbij wordt een maximale terugverdientijd van 20 jaar als norm gebruikt.
Artikel 3.13.8 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘17 juli 2024’ wordt vervangen door: 22 december 2025
Artikel 3.13.9 komt als volgt te luiden:
Artikel 3.13.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor:
Artikel 3.13.11 Vaststelling van de subsidie
Lid 1: ‘aangepaste dak’ wordt vervangen door: het energieleverend parkeerterrein
Lid 2 komt als volgt te luiden:
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de trede waarin het werkelijk geïnstalleerde vermogen valt en de voor dat project berekende terugverdientijd, met inachtneming van het tredeplafond. Als de geïnstalleerde zonnepanelen een totale capaciteit hebben van minder dan de minimale ondergrens van Trede 1 (55 kWp), wordt de subsidie op nihil vastgesteld.
3.21 Ondernemers begeleiden naar een duurzaam bedrijventerrein
Artikel 3.21.4 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.2.1 Betekenis van de begrippen
Het begrip ‘houtwal’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 onderdeel c komt te vervallen.
Onderdeel f komt te vervallen.
Onderdeel a: ‘bos, houtwal of natuur’ komt te luiden: bos of natuur.
Onderdeel c: ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Lid 4: de tekst ‘of de houtwal’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.6 Hoogte van de subsidie
Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel a komt als volgt te luiden: de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering met ingang van publicatie van de wijziging maximaal € 88.000,- per hectare is; en
Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd dat luidt:
De wijziging van het maximale subsidiebedrag is niet van toepassing op subsidieaanvragen die vóór de inwerkingtreding van de wijziging zijn ingediend. Dit betekent dat voor aanvragen die voor inwerkingtreding van het gewijzigde maximale subsidiebedrag voor afwaardering zijn ingediend, de subsidie voor afwaardering van grond maximaal € 70.000,- per hectare blijft. Er kan geen nieuwe aanvraag worden ingediend voor percelen waarvoor al eerder een subsidieaanvraag is ingediend. Aanvrager kan een subsidieaanvraag intrekken, maar een nieuwe aanvraag voor hetzelfde perceel is dan niet meer mogelijk.
Lid 6 onderdeel b komt als volgt te luiden: een intentieverklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de gemeente de intentie heeft om mee te werken aan een functiewijziging in het omgevingsplan naar bos of natuur, of waarin gemeente aangeeft dat de aanleg van bos past binnen het geldende omgevingsplan.
Artikel 4.2.8 Pretoets en taxatie
Lid 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Lid 1: De zinnen: ‘Dit geldt niet voor het deelplafond ‘realisatie van houtwallen’. Dat deelplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025.’ komen te vervallen.
Artikel 4.2.10 Aanvullende verplichtingen
Onderdeel a aanhef: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel a sub 2: de tekst ‘, houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel d: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel e: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel f: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel g, sub 1: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel g, sub 2: de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel i: tussen ‘omgevingsplan’ en ‘binnen’ wordt gevoegd: of de BOPA
Onderdeel j de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Onderdeel k de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Lid 2, onderdeel b de tekst ‘of houtwal’ komt te vervallen.
Lid 3: de tekst ‘of de houtwallen’ komt te vervallen.
Artikel 4.2.11 Bevoorschotting
De tekst van dit artikel komt te luiden:
Een volgend voorschot wordt uitbetaald als:
de gemeente schriftelijk heeft verklaard dat de aanleg van bos past binnen het geldende omgevingsplan of dat er wordt aangetoond dat er sprake is van een onherroepelijke functiewijziging in het omgevingsplan naar bos of natuur of dat er wordt aangetoond dat er sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor de aanleg van bos. Dit voorschot bedraagt 75% van de subsidiabele kosten zoals bedoeld in artikel 4.2.6, lid 1 onderdeel b plus 80% van de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering zoals bedoeld in artikel 4.2.6, lid 1 onderdeel a.
4.4 Advies en ondersteuning Agro&food in Overijssel
Artikel 4.4.6 Hoogte van de subsidie
Lid 3, aanhef van lid 3 komt als volgt te luiden: De subsidie voor een cursus of training is maximaal 50% van de subsidiabele kosten en is minimaal € 350,- en maximaal € 1.500,- per aanvraag en aanvrager. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid 2. Het subsidiepercentage van 50% wordt verhoogd naar:
4.14 Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren
Artikel 4.14.1 Betekenis van begrippen
Begrip Pré-SMP-methodiek: De laatste zin komt als volgt te luiden: Dit beleidskader is op te vragen via overijsselloket@overijssel.nl te vinden op Externe link: Loket provincie Overijssel.
Artikel 4.14.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 komt als volgt te luiden: 2. De provinciale subsidie is maximaal € 70.000,-.
Lid 3: tussen ‘subsidie’ en ‘voor’ wordt gevoegd: afkomstig van het Rijk
Artikel 4.14.7 Subsidieaanvraag
Lid 5 komt als volgt te luiden:
4.17 Aanpak van invasieve exoten 2.0
Artikel 4.17.1 Betekenis van de begrippen
De tekst van de begripsbepaling ‘Invloedsgebieden van Natura 2000’ komt als volgt te luiden: in directe open verbinding staande aanvoerende watergangen tot 5 km van het Natura 2000-gebied of direct naastgelegen percelen buiten Natura 2000-gebieden, als vanuit deze plekken de aanwezigheid van invasieve waterplanten een infectiebron kan zijn van Natura 2000-gebieden.
Artikel 4.17.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Een nieuw onderdeel f wordt toegevoegd dat luidt: f. de coördinatie van eventueel in te schakelen externe bestrijders of vrijwilligers;
Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd dat luidt: g. het aanplanten van bos- en struikplantsoen indien verwijdering van invasieve exoten leidt tot grote kaalslag in bosgebieden, houtwallen en hakhoutsingels.
Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd dat luidt: d. als er sprake is van aanschaf van materieel voor de bestrijding, dan dient in de aanvraag de noodzaak daartoe onderbouwd te worden;
Een nieuw onderdeel e wordt toegevoegd dat luidt: e. de verwijdering van de invasieve exoot/exoten mag niet leiden tot meer natuurschade dan wanneer de exoot/exoten niet weggehaald wordt/worden. Andere oplossingen zoals isolatie van de aangetaste locatie kunnen dan een beter alternatief zijn.
Lid 4 wordt omgenummerd naar 6.
Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt:
Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt:
Indien de verwijdering van de invasieve exoten leidt tot kale vlakten in bestaande bossen, houtwallen of hakhoutsingels, komt de aanplant van bomen en struiken voor subsidie in aanmerking, mits aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
de nieuwe aanplant moet voor minimaal 40% uit struiken bestaan, waarbij tenminste 3 soorten struiken worden aangeplant. De volgende 10 inheemse soorten komen hiervoor in aanmerking: Vuilboom, Wegedoorn, Inlandse vogelkers, Gewone vlier, Lijsterbes, Kardinaalsmuts, Sleedoorn, Tweestijlige meidoorn, Hulst en Hazelaar;
Artikel 4.17.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt:
Artikel 4.17.6 Hoogte van de subsidie
Lid 3 komt als volgt te luiden:
Een nieuw lid 5 wordt toegevoegd, dat luidt: 5. De subsidie voor de aanschaf van bestrijdingsmaterieel bedraagt maximaal € 50.000,- per aanvraag.
Een nieuw lid 6 wordt toegevoegd, dat luidt: 6. In geval van aanplant komen per 10m2 maximaal 1 boom en 3 struiken in aanmerking voor subsidie.
Artikel 4.17.7 Subsidieaanvraag
Een nieuw onderdeel d wordt toegevoegd, dat luidt: d. als er sprake is van aanplant: een beplantingsplan, waarin ook de omvang van het in te planten oppervlakte is opgenomen, uitgedrukt in m2;
Een nieuw onderdeel e wordt toegevoegd, dat luidt: e. als er sprake is van Aziatische duizendknopen buiten NNN: duiding waarom er sprake is van bedreiging van de verkeersveiligheid of doorstroming van oppervlaktewater.
Lid 5 komt als volgt te luiden: 5. Stichtingen, verenigingen, landgoedeigenaren en particulieren, niet zijnde Terreinbeherende organisaties, kunnen maximaal één keer per kalenderjaar subsidie aanvragen. Gemeenten kunnen twee keer per kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen. Waterschappen en Terreinbeherende Organisaties kunnen vier keer per kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen.
De bijlagen komen als volgt te luiden:
Bijlage 1A. Lijst van exotische soorten waarop de subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel van toepassing is, buiten NNN en buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000-gebieden. Het gaat hierbij dus om de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel a, voor onderstaande soorten en hybriden van deze soorten:
|
|
|
Aanvullende soorten prov. Overijssel (onmiddellijk gevaar volksgezondheid): |
|
|
Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit): |
|
Toelichting categorieën: G=gras, L=klimplant, K=kruidachtige plant (1-/2-jarigen), V=vaste niet-houtige plant, H=houtige plant (heester of boom)
Toelichting categorieën: O=oeverplant, W=waterplant
De Beverrat en Muskusrat ontbreken in deze lijst van invasieve zoogdieren, omdat de bestrijding van deze beide soorten onder verantwoording valt van de waterschappen en hiervoor geen provinciale subsidie aangevraagd kan worden.
|
Letterschildpadden (Trachemys scripta):
|
|
Amerikaanse stierkikker (Lithobates catesbeianus, syn. Rana catesbeiana) |
|
Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit): |
De invasieve uitheemse aquatische invertebraten van de Unielijst zijn in deze bijlage niet vermeld, omdat de bestrijding van deze soorten onder verantwoording van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (op basis van de Visserijwet) en niet van de provincie en hiervoor geen subsidie aangevraagd kan worden. Het gaat om: Gouden Mossel ( Limnoperna fortune ), Chinese wolhandkrab ( Eriocheir sinensis ) en zeven Amerikaanse rivierkreeften: Californische rivierkreeft ( Pacifastacus eniusculus ), Marmerkreeft ( Procambarus virginalis ), Rode Amerikaanse rivierkreeft ( Procambarus clarkii ), Calico rivierkreeft ( Faxonius immunis ), Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius limosus ), Roestbruine Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius rusticus ) en Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft ( Faxonius virilis ).
In bovenstaande tabel ontbreken eveneens Unielijstsoorten die niet in Overijssel voorkomen of niet tot blijvende handhaving komen.
Bijlage 1B. Lijst van exotische soorten waarop de subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel van toepassing is, binnen NNN (inclusief N2000-gebieden en de invloedsgebieden van N2000). Dat wil zeggen voor de activiteiten als genoemd in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel b (NNN) en onderdeel c (N2000 en invloedsgebieden van N2000)
Bijlage 1B omvat alle soorten als genoemd in bijlage 1A , inclusief onderstaande soorten en hun hybriden:
Bijlage 2. Natura 2000-gebieden in Overijssel
4.20 Uitvoering ontwikkelopgave Natura 2000
Artikel 4.20.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1. Een nieuw onderdeel g wordt toegevoegd dat luidt: g. werkzaamheden die worden uitgevoerd door een particuliere grondeigenaar zijn subsidiabel voor een bedrag van € 40,- per uur. Onderdeel b is niet van toepassing; de uren worden wel geregistreerd op een door de grondeigenaar zelf te bepalen wijze, zodat ze controleerbaar zijn.
4.25 Transitievergoeding nieuwe teelten Overijssel
Artikel 4.25.9 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2027.
4.30 Stimuleren weidegang melkveehouders
Titel van de regeling: na ‘melkveehouders’ wordt toegevoegd: 2026
Artikel 4.30.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 3 onderdeel a: ‘voor een periode van 4 jaren, namelijk 2025 tot en met 2028’ wordt vervangen door: voor de periode 2026 tot en met 2028
Lid 3 onderdeel b: ‘2024’ wordt vervangen door: 2025
Lid 3 onderdeel d komt als volgt te luiden:
Lid 1: ‘10 februari 2025’ wordt vervangen door: 5 januari 2026 en ‘15 juni 2025’ wordt vervangen door: 15 mei 2026
Lid 2: na ‘melkveehouders’ wordt toegevoegd: 2026
Lid 3 onderdeel b: de eerste ‘2024’ wordt vervangen door: 2025 en de tweede ‘2024’ wordt vervangen door 2025 van RVO
Artikel 4.30.8 komt als volgt te luiden:
Artikel 4.30.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.30.7 lid 1.
Artikel 4.30.10 Subsidieverlening
Lid 1: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026 en ‘x 4 jaar’ wordt vervangen door: x 3 jaar
Lid 2: ‘2025’ wordt vervangen door: 2026
4.36 Omschakeling PAS-melders naar een niet-agrarisch bedrijf
Artikel 4.36.8 Beschikbaar budget
‘2026’ wordt vervangen door: 2028
Artikel 4.36.9 Subsidieaanvraag
Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2028
Artikel 4.36.10 Aanvullende verplichtingen
Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2030
‘1 juli 2026’ wordt vervangen door: 30 november 2028
4.37 Omschakeling PAS-melders naar een ander type agrarisch bedrijf
Artikel 4.37.8 Beschikbaar budget
‘2026’ wordt vervangen door: 2028
‘2026’ wordt vervangen door: 2028
Artikel 4.37.10 Aanvullende verplichtingen
Lid 1: ‘2026’ wordt vervangen door: 2030
‘1 juli 2026’ wordt vervangen door: 30 november 2028
Paragraaf 4.38 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden:
4.38 Investeringen duurzame landbouw Overijssel 2026
Artikel 4.38.1 Betekenis van begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
Jonge landbouwer: een landbouwer die voldoet aan de criteria zoals opgenomen in artikel 2.1.1 van Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel | Lokale wet- en regelgeving.
Artikel 4.38.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie duurzame landbouwpraktijken stimuleren. Dit door investeringen van landbouwondernemingen te ondersteunen die bijdragen aan betere lucht-, water- en bodemkwaliteit, biodiversiteit, CO2 vastlegging en/of bijdragen aan de reductie van stikstof- en methaanemissie.
Artikel 4.38.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Als sprake is van een aanvraag voor categorie E, Nieuwe teelten, dan is de aanvrager een landbouwonderneming of een andere onderneming die eiwitteelten toepast in humane voeding of veevoer of een onderneming die de nieuwe teelten verwerkt in de bouw-, infra-, textiel-, substraat-, kunststof- of papiersector.
Artikel 4.38.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. De kosten die voor de subsidie in aanmerking komen zijn:
de kosten van de koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa. Alleen investeringen in machines en apparatuur die voldoen aan bovenwettelijke doelstellingen zijn subsidiabel. Voor investeringen in combinatie met gangbare machines en apparatuur geldt dat alleen de additionele kosten ten opzichte van de basismachines om aan de bovenwettelijke doelstellingen te voldoen subsidiabel zijn;
Artikel 4.38.6 Hoogte van de subsidie
De aanvrager mag per indieningstermijn zoals genoemd in lid 1 maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Als de aanvragende onderneming onderdeel van een partneronderneming of verbonden onderneming is, dan geldt dat per partneronderneming of verbonden onderneming maximaal 1 keer een subsidie aangevraagd mag worden per indieningstermijn zoals genoemd in artikel 4.38.8 lid 1. Voor de uitleg van partnerondernemingen en verbonden ondernemingen geldt Bijlage I, artikel 3 lid 2 en 3 van de AGVV.
De eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage van de aanvrager. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
Artikel 4.38.8 Subsidieaanvraag
Artikel 4.38.9 Beschikbaar budget voor de regeling
Artikel 4.38.10 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
De subsidie aan een landbouwonderneming voldoet aan Hoofdstuk 1 en artikel 14 lid van de LVV. De subsidie voor investeringen in Nieuwe teelten waarbij de aanvrager geen landbouwonderneming is, voldoet aan artikel 25 lid 2 onderdeel c van de AGVV.
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Tabel 1 Investeringslijst 2026
Paragraaf 4.41 wordt toegevoegd:
4.41 Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed
Artikel 4.41.1 Betekenis van begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
marktwaarde: het geschatte bedrag waartegen een onroerende zaak tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marktwerking in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de taxatiedatum, waarbij de partijen met kennis van zaken, prudent en niet onder dwang zouden hebben gehandeld;
Omgevingsregeling: Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, de Staatssecretaris van Defensie, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving;
productiecapaciteit: onroerende zaken van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden zijn, hetzij direct of indirect steun vinden in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van vee, niet zijnde het erf, de erfverharding, de cultuurgrond(en), de bedrijfswoning en de mestvergister die voor minder dan 50 % van de totaal te behandelen dierlijke meststoffen afhankelijk is van de dierlijke meststoffen die afkomstig zijn van de volledig of gedeeltelijk te sluiten veehouderijlocatie van de betreffende veehouderijonderneming;
veenweidegebied: veengrond als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, van de Meststoffenwet in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en in de provincie Groningen in de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Westerkwartier en in de provincie Overijssel in de gemeenten Kampen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;
verordening 2022/2472: Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU, L 327);
Artikel 4.41.1a Doel van de subsidieregeling
Subsidie op grond van deze regeling heeft als doel de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door veehouderijondernemingen blijvend te verminderen door de beëindiging van veehouderijactiviteiten op veehouderijlocaties in overgangsgebieden N2000 te stimuleren.
De aanvrager is een veehouderijonderneming, waarvan de betreffende veehouderijlocatie:
is gelegen binnen een straal van 2500 meter rondom een Overijsselse N2000-gebied, met uitzondering van de N2000 gebieden Ketelmeer & Vossemeer, Zwarte Meer en Veluwerandmeren en met uitzondering van de veenweidegebieden en de gebieden die in de provinciale ontwerp omgevingsvisie zijn aangegeven als Landbouwgebied met generieke opgaven en kansen; én
is gelegen binnen geografische gebiedsafbakening zoals aangegeven op de ‘Kaart Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed’ te vinden als bijlage 3 bij deze subsidieregeling en te raadplegen via: https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed;én
Artikel 4.41.3 Subsidiabele activiteit
Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie overeenkomstig artikel 4.41.14, respectievelijk artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a. Dit dient plaats te vinden in combinatie met de realisatie van een NSW Landgoed, conform de verplichtingen en voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.41.15b.
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling subsidies in de vorm van een geldbedrag. Artikel 1.2.2 is van toepassing.
Artikel 4.41.5 Algemene voorwaarden
De subsidie wordt niet verleend als:
de veehouder de vrijkomende ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied, die voor de veehouderijlocatie bestaat of bestond ingevolge de bestaande vergunningen, in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld, voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning na 26 november 2024;
Artikel 4.41.6 Voorwaarden vermindering stikstofemissie
Als de veehouder aannemelijk kan maken dat de situatie in het, in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar, niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, bijvoorbeeld als sprake is geweest van een ruiming of uitbraak van een dierziekte, dan kan worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld werd gehouden in 2023 of 2022, zijnde het kalenderjaar of twee kalenderjaren voorafgaand aan het in het derde lid, onderdeel a, genoemde kalenderjaar.
Artikel 4.41.7 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De subsidie aan een veehouderijonderneming voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie omvat:
een bijdrage in verband met het waardeverlies van de voor de veehouderijonderneming op de veehouderijlocatie gebruikte productiecapaciteit, als gevolg van de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie, behoudens voor zover ontheffing van de verplichting tot afbraak en verwijdering van de productiecapaciteit is verleend door het bevoegd gezag;
De subsidie voor de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde kosten van derden voor adviesdiensten, wordt uitsluitend verstrekt, indien het advies:
afkomstig is van een adviseur die is opgenomen in het bedrijfsadviseringssysteem, bedoeld in artikel 15, eerste lid van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435).
Artikel 4.41.8 De kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen
Artikel 4.41.9 Subsidieaanvraag
Artikel 4.41.10 Beschikbaar budget
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de indieningsperiode zoals genoemd in artikel 4.41.9 lid 1 vast. Dit betreft het subsidieplafond voor de volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie in combinatie met de realisatie van NSW landgoed.
Artikel 4.41.11 Hoogte van de subsidie
De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel a, bedraagt 100% van de waarde van het geheel of gedeeltelijk vervallen productierecht, voor zover dat productierecht niet meer bedraagt dan het productierecht dat vereist is voor het aantal dieren, dat gemiddeld in het referentiejaar op de veehouderijlocatie is gehouden.
De bijdrage, bedoeld in artikel 4.41.7, lid 1, onderdeel c, bedraagt 100% van de kosten die zijn gemaakt voor het volledig of gedeeltelijk afbreken en verwijderen van de op de veehouderijlocatie aanwezige productiecapaciteit, mits de opdrachtverlening voor die werkzaamheden heeft plaatsgevonden op marktconforme wijze. De te verlenen bijdrage bedraagt maximaal de laagste geoffreerde prijs uit minimaal drie opgevraagde offertes. De werkzaamheden worden uitgevoerd door een BRL-SVMS-007 gecertificeerd bedrijf.
Per veehouderijonderneming wordt maximaal 1 keer subsidie verstrekt per UBN-registratie, op basis van deze subsidieregeling. Als een reeds eerder verleende subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt ingetrokken of lager vastgesteld, geeft dit geen recht op een nieuwe aanvraag of aanvullende subsidie op basis van deze subsidieregeling.
Artikel 4.41.12 Verdeling beschikbaar budget
Het subsidieplafond wordt als volgt verdeeld:
als er subsidieplafond resteert, worden achtereenvolgens de aanvragen beoordeeld die vallen in Zone 2, vervolgens Zone 3, daarna Zone 4 en tot slot Zone 5. Ook in deze gevallen geldt dat het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen die vallen binnen de betreffende zone.
Artikel 4.41.13 Voorwaardelijke subsidieverlening
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat:
binnen 6 weken na subsidieverlening tussen de subsidieontvanger en de provincie Overijssel een overeenkomst zoals opgenomen in bijlage 1 of bijlage 2 bij deze regeling, wordt gesloten waarin een kwalitatieve verplichting is opgenomen als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek betreffende een onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van de betreffende veehouderijlocatie; én
Artikel 4.41.14 Verplichtingen bij volledige sluiting veehouderijlocatie
Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare volledige sluiting van een veehouderijlocatie, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
voor zover de veehouder een veehouderij met productierecht drijft, binnen 12 maanden na subsidieverlening overeenkomstig artikel 31, lid 1, van de Meststoffenwet een kennisgeving doen van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren dat gemiddeld in het voor de berekening van de stikstofemissie gebruikte referentiejaar op de locatie is gehouden:
indien de veehouder beschikt over een natuurvergunning voor de veehouderijlocatie, binnen 6 maanden na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een verzoek indienen tot intrekking van de natuurvergunning en bij de aanvraag tot subsidievaststelling aantonen dat de natuurvergunning is ingetrokken, tenzij onderdeel f van toepassing is;
in het geval de veehouder voornemens is om op de locatie na de sluiting andere activiteiten te gaan verrichten, binnen 12 maanden na subsidieverlening een mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder een besluit heeft genomen:
waarbij voor zover het besluit een wijziging van een natuurvergunning betreft, de vergunninghouder wordt verplicht om de toestemming voor de stikstofemissie van de andere activiteiten te laten intrekken ten behoeve van een of meer Natura 2000-gebieden, wanneer hij niet langer gebruik maakt van die toestemming;
binnen 12 maanden na subsidieverlening een mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente, binnen de grenzen waarvan de veehouderijlocatie zich bevindt, een verzoek van de veehouder in behandeling heeft genomen om het omgevingsplan zodanig aan te passen dat op de locatie niet langer een veehouderijonderneming kan worden gevestigd;
binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst inhoudende een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 1 opgenomen modelovereenkomst, waarin de veehouder zich verbindt om:
niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie de diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling is gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband; en
Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het vereiste, bedoeld in lid 1, onderdeel i, voor zover de veehouder productiecapaciteit langdurig gaat gebruiken voor andere activiteiten dan voor een veehouderijonderneming, mits het bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet, binnen een door de provincie te bepalen termijn nadat de overeenkomst, bedoeld in lid 1, onderdeel h, is gesloten, met dat gebruik heeft ingestemd.
Indien een subsidieontvanger een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet binnen de genoemde termijn kan naleven, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn met maximaal 12 maanden.
Artikel 4.41.15 Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met één diersoort
Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, bedoeld in artikel 3, lid 2, onderdeel a, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
voor zover de subsidieontvanger een veehouderij met productierecht drijft, binnen 18 maanden na de datum van de subsidieverlening, overeenkomstig artikel 31, lid 1, van de Meststoffenwet, een kennisgeving doen van het gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht, waarbij in vergelijking met de situatie in het referentiejaar ten minste het productierecht voor een zodanige omvang komt te vervallen als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal landbouwhuisdieren waarmee het jaarlijks gemiddeld aantal gehouden landbouwhuisdieren overeenkomstig onderdeel b is verminderd:
al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving binnen 12 maanden na subsidieverlening:
mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat op verzoek van de subsidieontvanger het bevoegd gezag de omgevingsvergunning milieu voor de veehouderijlocatie zodanig heeft aangepast dat de vergunning nog slechts betrekking heeft op het in onderdeel b bedoelde jaarlijks gemiddeld aantal te houden landbouwhuisdieren;
binnen 12 maanden na subsidieverlening mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag - op verzoek van de veehouder - een besluit heeft genomen, op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de veehouderijlocatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie;
binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen modelovereenkomst, waarin de subsidieontvanger zich verbindt om:
zeker te stellen dat na al dan niet tijdelijke overdracht of ingebruikgeving van de locatie of een deel daarvan aan een verkrijger of gebruiker evenmin op die locatie meer landbouwhuisdieren worden gehouden dan het aantal landbouwhuisdieren, dat overeenkomstig onderdeel b nog kan worden gehouden na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie; en
niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie die diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling gedeeltelijk wordt gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband.
Indien een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de genoemde termijn en de subsidieontvanger acht verlenging van de betreffende termijn wenselijk, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 12 maanden.
Artikel 4.41.15a Verplichtingen bij gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie met meer dan één diersoort
Bij subsidieverlening voor de onomkeerbare gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie, bedoeld in artikel 4.41.3, lid 2, onderdeel b, heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
voor zover de veehouder een veehouderij met productierecht drijft, binnen 18 maanden na subsidieverlening, overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet, een kennisgeving doen van het geheel of gedeeltelijk vervallen van zijn productierecht voor de desbetreffende diersoort of diersoorten, waarbij ten minste het productierecht voor een zodanige omvang vervalt als is vereist voor het houden van het hierna vermelde percentage van het aantal dieren dat gemiddeld in het referentiejaar op de locatie is gehouden:
al naar gelang de toepasselijke verplichtingen op grond van de Omgevingswet binnen 12 maanden na subsidieverlening:
mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag op verzoek van de veehouder de omgevingsvergunning milieu voor de locatie heeft ingetrokken of zodanig heeft aangepast dat het niet langer is toegestaan op de locatie landbouwhuisdieren van de desbetreffende diersoort of diersoorten te houden;
binnen 12 maanden na subsidieverlening mededeling doen aan Gedeputeerde Staten dat het bevoegd gezag - op verzoek van de veehouder - een besluit heeft genomen, op grond waarvan de toegestane stikstofemissie vanaf de veehouderijlocatie niet meer bedraagt dan de stikstofemissie ten gevolge van het houden van landbouwhuisdieren van de diersoort of diersoorten die na de gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie nog gehouden worden, uitgaand van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld in het referentiejaar werd gehouden;
binnen 6 weken na subsidieverlening een overeenkomst sluiten met Gedeputeerde Staten, met gebruikmaking van de in bijlage 2a opgenomen modelovereenkomst, waarin de subsidieontvanger zich verbindt om:
niet op een over te nemen bestaande veehouderijlocatie of een in te richten nieuwe veehouderijlocatie in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie die diersoorten te gaan houden die werden gehouden op de locatie die met subsidie op grond van deze regeling gedeeltelijk wordt gesloten, noch als persoon, noch tezamen met anderen in de vorm van een rechtspersoon of samenwerkingsverband.
Indien een verplichting, bedoeld in de voorgaande leden, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de genoemde termijn en de subsidieontvanger acht verlenging van de betreffende termijn wenselijk, dan kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal 12 maanden.
Artikel 4.41.15b Aanvullende voorwaarden en verplichtingen bij volledige en gedeeltelijke sluiting veehouderijlocatie in combinatie met rangschikking onder de Natuurschoonwet (NSW- landgoed)
Subsidie kan worden verstrekt voor de onomkeerbare volledige of gedeeltelijke sluiting van een veehouderijlocatie overeenkomstig artikel 4.41.14, respectievelijk artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a. Dit moet plaats vinden in combinatie met de realisatie van een NSW Landgoed-, conform de volgende voorwaarden en verplichtingen:
de subsidieontvanger is verplicht om na volledige of gedeeltelijke sluiting van de veehouderijlocatie minimaal 10 ha landgoed te realiseren op de betreffende veehouderijlocatie en deze te laten rangschikken onder de Natuurschoonwet (NSW) overeenkomstig de voorwaarden die hiervoor gelden. De voorwaarden zijn te vinden op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Voorwaarden | RVO.nl[782109553] . De aanvraagprocedure en stukken die nodig zijn, zijn te vinden op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Rangschikking aanvragen | RVO.nl;
de subsidieontvanger is verplicht om landgoed te realiseren dat bestaat voor minstens 30% uit bos of uit bestaande natuur op basis van de Index Natuur en Landschap. Als bos gerealiseerd wordt als onderdeel van de realisatie van een landgoed, gelden de volgende voorwaarden vanuit de bossenstrategie Overijssel:
het bos moet worden aangelegd op het betreffende landgoed in een gebied dat op de Kaart de kaart voor de Bossenstrategie in de Atlas van Overijssel is aangemerkt als:
aanleg onder voorwaarden. Realisatie in dit gebied kan alleen als Gedeputeerde Staten hier voor de subsidieaanvraag afzonderlijk een besluit over hebben genomen, omdat zij vinden dat realisatie van bos in dit gebied een toegevoegde waarde heeft.
Kaart: zoekgebiedenkaart behorende bij de bossenstrategie. De kaart voor de Bossenstrategie is te vinden op Externe link: Bossenstrategie Overijssel (arcgis.com);
Artikel 4.41.16 Voortgangsrapportage
De subsidieontvanger overlegt jaarlijks een voortgangsverslag waarin in ieder geval is opgenomen in hoeverre en op welke wijze wordt voldaan aan de van toepassing zijnde verplichtingen, die zijn genoemd in artikel 4.41.15b, 4.41.14, lid 1, artikel 4.41.15 lid 1, of artikel 4.41.15a lid 1, met uitzondering van het vereiste om dierenverblijven af te breken en te verwijderen.
Artikel 4.41.17 Subsidieverlening
Artikel 4.41.18 Bevoorschotting en betaling
Het eerste termijnvoorschot van 10% wordt uitbetaald na ontvangst van de ondertekende overeenkomst, bedoeld in artikel 4.41.14, artikel 4.41.15 of artikel 4.41.15a en nadat de aanvraag voor rangschikking NSW bij RVO is ingediend onder op Natuurschoonwet 1928 (NSW): Rangschikking aanvragen | RVO.nl
Het tweede termijnvoorschot van 60% wordt uitbetaald nadat:
Gedeputeerde Staten een voorschotverzoek in combinatie met een voortgangrapportage hebben ontvangen waaruit blijkt dat de subsidieontvanger heeft voldaan aan alle van toepassing zijnde verplichtingen, die zijn genoemd in artikel 4.41.14, eerste lid, artikel 4.41.15, eerste lid, of artikel 4.41.15a, eerste lid, met uitzondering van het vereiste om dierenverblijven af te breken en te verwijderen; en
de subsidieontvanger minimaal 2 offertes heeft ingeleverd voor de kosten als bedoeld in artikel 4.41.7 lid c, d en e bedoelde kosten, van het volledig of gedeeltelijk slopen en verwijderen van de productiecapaciteit die op de veehouderijlocatie wordt gebruikt voor de veehouderijonderneming. De offerte is opgesteld door een BRL-SVMS-007 gecertificeerd bedrijf;
Artikel 4.41.19 Verantwoording
Voor de verantwoording van de subsidie geldt artikel 1.2.21. De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
Artikel 4.41.20 Gegevensverwerking
De gegevens die door de veehouderijonderneming zijn verstrekt aan de provincie op grond van deze regeling, kunnen door de provincie worden verstrekt aan de Minister, voor zover nodig voor:
de toepassing van artikel 20.1, eerste lid, van de Omgevingswet, de artikelen 11.68, 11.69, 11.69a, 11.69c, 12.26b en 12.26c van het Besluit Leefomgeving en de artikelen 10.36dc en 15.5 van het Omgevingsbesluit, met inbegrip van de verstrekking van die gegevens aan kennisinstellingen met het oog op werkzaamheden ten behoeve van die toepassing.
Deze subsidieregeling is onderdeel van de SPUK-regeling Provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties, waarvoor een goedkeuring is verleend door de van de Europese Commissie met kennisgevingsnummer SA.114339.
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17:00 uur.
Bijlage 1 bij artikel 4.41.14 is te vinden op
https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed
Bijlage 2 A en B bij artikel 4.41.15a en b zijn te vinden op
https://regelen.overijssel.nl/Beeindiging_veehouderijlocaties_en_NSW_landgoed
Bijlage 3: Kaarten 4.41 Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Overijssel en realisatie NSW landgoed:
Deelkaart Noordwest-Overijssel:
5.4 Inzet vrijwilligers bij buurtbussen in Overijssel
Artikel 5.4.5 Hoogte van de subsidie
Lid 1: ‘€ 9.000,-’ wordt vervangen door: € 9.150,-
Artikel 5.4.6 Subsidieaanvraag
Als een buurtbusvereniging door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag dan kan voor die buurtbusvereniging een subsidieaanvraag worden ingediend voor 2 jaren, namelijk 2026 en 2027. De subsidieaanvraag wordt ingediend vanaf 2 januari 2026 en moet uiterlijk 15 december 2026 zijn ontvangen.
Lid 2 komt als volgt te luiden:
Artikel 5.4.7 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
De rij van ‘BBV’ Borne komt als volgt te luiden:
‘BBV Vilsteren’ staat in twee rijen onder elkaar, wordt samengevoegd tot 1 rij:
‘Stichting Stadsbuurtbus Kampen’ komt als volgt te luiden:
5.6 Verbeteren infrastructuur openbaar vervoer
Artikel 5.6.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 1 onderdeel b: de volgende zin komt te vervallen: Het gaat hier om aanpassingen die maximaal € 30.000,- exclusief btw per aanpassing kosten.
5.12 Regionale Hubs Overijssel
Artikel 5.12.3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Lid 3 onderdelen e t/m i worden omgenummerd tot: a t/m e
Onderdeel d nieuw: na ‘inwoners’ wordt een komma geplaats en toegevoegd: tenzij sprake is van doorontwikkeling van een Regionale Hub waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt.
Artikel 5.12.6 Hoogte van de subsidie
Lid 1: de volgende zon wordt toegevoegd: De subsidie voor de doorontwikkeling van een Regionale Hub waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt, bedraagt maximaal € 250.000,-.
Artikel 5.12.9 Aanvullende verplichtingen
Onderdeel f: aan het eind wordt de volgende zin toegevoegd: Dit geldt niet voor doorlontwikkeling van Regionale Hubs, waar eerder een Asv-subsidie voor Hubs (tranche I) aan is verstrekt.
Artikel 5.12.10 Subsidieverlening
Na ‘wordt’ wordt toegevoegd: indien nodig,
Paragraaf 5.13 wordt toegevoegd:
5.13 Ondersteuning inzet Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel in 2026 en 2027
Artikel 5.13.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.
Fietscommunity: samenwerking in Overijssel tussen verschillende partijen die actief zijn op het gebied van de fiets: overheden, mobiliteitspartners, belangenorganisaties, fietsclubs, routebureaus etc. Onder de naam ‘365 dagen fietsen’. Deze community werkt in gezamenlijkheid aan de provinciale ambitie om 20 tot 30% groei van fietsgebruik te realiseren.
Artikel 5.13.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie fietsen stimuleren. Omdat fietsen bijdraagt aan bereikbaarheid, gezondheid, toerisme, recreatie, leefbaarheid en klimaat. Binnen Overijssel stimuleren we het gebruik van de fiets aan de hand van de drie pijlers: infrastructuur, (voertuig-)techniek en de mens (gedrag). Door deze subsidieregeling ondersteunen wij de inzet van de Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel, die als onafhankelijke spin in het web de aanjager, verbinder en regisseur is binnen het netwerk Fietscommunity 365 dagen fietsen in Overijssel, dat bestaat uit de voornaamste spelers op het gebied van fietsstimulering in Overijssel. Zonder deze spilfunctie zou dit netwerk niet functioneren.
Artikel 5.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
De aanvrager is Stichting 365 dagen fietsen in Overijssel.
Artikel 5.13.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
Artikel 5.13.6 Hoogte van de subsidie
Artikel 5.13.7 Subsidieaanvraag
Artikel 5.13.8 Beschikbaar budget voor de regeling
Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode.
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening.
De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur.
6.14 Regio Deal Twente 2023-2028
Lid 3: na ‘25’ wordt , 26, toegevoegd
6.19 Regio Deal Regio Zwolle II - Gebiedsarrangementen en losse initiatieven
Artikel 6.19.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 onderdeel b: eerste zin komt als volgt te luiden: de regionale publieke en/of private cofinanciering is minimaal evenveel als de subsidie.
Artikel 6.19.7 Eigen bijdrage (cofinanciering)
De eerste zin komt als volgt te luiden: De eigen bijdrage van de aanvrager, partners of derden, is minimaal net zo veel als de subsidie.
6.23 Provinciale cofinanciering Regio Deal Regio Zwolle II- Gebiedsarrangementen en losse initiatieven
Artikel 6.23.6 Hoogte van de subsidie
Paragraaf 6.24 wordt toegevoegd:
6.24 Ondersteuningsstructuur ondernemingen Overijssel 2026-2027
Artikel 6.24.1 Betekenis van de begrippen
In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.
Ondernemersloket: een uitvoeringsorganisatie die in staat is om ondernemingen kosteloos ondersteuning op grote schaal te bieden. Het beschikt over en maakt onderdeel uit van, relevante regionale netwerken van investeerders, ondernemers, overheden en kennisinstellingen om samenwerking te bevorderen. Daarnaast organiseert het programma's, workshops en evenementen om ondernemers te ondersteunen bij hun ontwikkeling en om kennis te delen.
Artikel 6.24.2 Doel van de subsidieregeling
Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel de veerkracht en het aanpassingsvermogen van met name mkb-ondernemers versterken door hen bewust te maken van veranderende marktomstandigheden en hen te ondersteunen bij het inspelen op deze veranderingen. Door deze ondersteuning draagt de provincie bij aan het bredere maatschappelijke belang en zorgt zij voor een samenhangend, toegankelijk en effectief ondersteuningsaanbod in de regio, waarmee versnippering wordt voorkomen.
Artikel 6.24.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Artikel 6.24.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.
Artikel 6.24.6 Hoogte van de subsidie
Artikel 6.24.7 Subsidieaanvraag
Artikel 6.24.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
Artikel 6.24.9 Subsidieverlening
De subsidie wordt verleend voor de jaren 2026 en 2027, onder toepassing van artikel 4.30 lid 2 Awb. Dit betekent dat de omschrijving van de jaarlijkse activiteiten worden uitgewerkt in de subsidieverlening nadat jaarlijks voor 1 april een gedetailleerd jaarplan is ingediend voor het betreffende jaar.
Artikel 6.24.10 Aanvullende verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
Artikel 6.24.11 Geen staatssteun
Als de ondersteuning staatssteun oplevert, dan voldoet de steun aan de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Alleen een onderneming die nog voldoende De-minimisruimte heeft kan de betreffende ondersteuning ontvangen.
Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.
Artikel 7.5.1 Betekenis van de begrippen
Aan het begrip ‘openbaar toegankelijk’ wordt achteraan een zin toegevoegd, die luidt: Dit laatste houdt in dat bezoekers geen betaald toegangsbewijs of lidmaatschap nodig hebben om deel te nemen aan de activiteiten.
Artikel 7.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
Lid 2 onderdeel b komt als volgt te luiden: b. de activiteit dient het algemeen belang, dat wil zeggen dat er niet primair sprake is van een winstoogmerk;
Lid 2 onderdeel f: achteraan wordt een zin toegevoegd die luidt: Het fysieke beweegaanbod is gelegen in Overijssel;
Artikel 7.5.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De tekst komt als volgt te luiden:
Artikel 7.5.6 Hoogte van de subsidie
Lid 2 onderdeel b: € 50.000.- wordt vervangen door: € 75.000,-
Artikel 7.5.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
'2022 tot en met 2025’ wordt vervangen door: 2025 en 2026.
Artikel 7.5.9 Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger
Onderdeel d komt als volgt te luiden: de activiteit binnen 12 maanden na subsidieverlening af te ronden.
Dit artikel komt als volgt te luiden:
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
7.10 Vernieuwing sociale kwaliteit
Artikel 7.10.1 Betekenis van de begrippen
Een nieuwe begripsbepaling wordt bovenaan toegevoegd die luidt:
Achteraan wordt de volgende zin toegevoegd: Deze ureninzet wordt zowel aan de kostenkant als aan de batenkant opgenomen op de begroting.
Artikel 7.10.9 Beschikbaar budget voor de regeling
De laatste zin komt als volgt te luiden: Er geldt een deelplafond voor de activiteit ‘Versterken van vrijwilligerswerk door een bovenlokale aanpak of onderzoek over meerdere beleidsthema’s heen’
Artikel 7.16.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
‘2025’ wordt vervangen door: 2026
7.22 Planvorming, uitwerking en analyses leefbaar platteland
Artikel 7.22.8 Beschikbaar budget voor de regeling
‘de jaren 2024 en 2025’ wordt vervangen door: 2024-2027
7.25 Fysieke investeringen leefbaar platteland
Aan lid 1 wordt de zin toegevoegd: Deze ureninzet wordt zowel aan de kostenkant als aan de batenkant opgenomen op de begroting.
Artikel 7.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling
‘de jaren 2024 en 2025’ wordt vervangen door: 2024-2027
Dit artikel komt als volgt te luiden:
7.26 Sociale hypotheek 2025-2026
Dit artikel komt als volgt te luiden:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-21260.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.