Besluit van provinciale staten van Zeeland, houdende wijziging van het Reglement voor het waterschap Scheldestromen

Besluit van provinciale staten van 12 december 2025, kenmerk 771217, tot wijziging van het Reglement voor het waterschap Scheldestromen.

 

Provinciale staten van Zeeland,

gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van Zeeland van 7 oktober 2025, nr. 739400;

gelet op artikel 2, 13 en 14 van de Waterschapswet;

gelet op de Omgevingswet;

overwegende dat

er aanleiding is om het Reglement voor het waterschap Scheldestromen aan te passen vanwege:

  • bij wet van 9 december 2022 gewijzigde regels in de Waterschapswet over het aantal en de verdeling van geborgde zetels in het waterschapsbestuur en het overgangsrecht bij deze wetswijziging;

  • aanpassing van tekstuele verwijzingen naar de Omgevingswet die de voormalige Waterwet heeft vervangen;

  • het besluit van de Algemene Vergadering van het waterschap Scheldestromen van 27 februari 2025 om als bestuurszetel Middelburg aan te wijzen en niet tevens Terneuzen;

  • een aantal overige actualisaties van onderdelen in de toelichting die niet meer up-to-date zijn.

besluiten:

 

Artikel I  

 

Het Reglement voor het Waterschap Scheldestromen wordt gewijzigd als volgt:

 

A.  

Artikel 3 komt te luiden:

 

Artikel 3 Bestuurlijke v estigingsplaats

Het waterschap is gevestigd in de gemeente Middelburg.

 

B.  

Artikel 6 komt te luiden:

 

Artikel 6 Omvang algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden, waarvan:

  • a.

    26 leden die de categorie ingezetenen vertegenwoordigen;

  • b.

    2 leden die de categorie ongebouwd vertegenwoordigen;

  • c.

    2 leden die de categorie natuurterreinen vertegenwoordigen;

C.  

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels

  • 1.

    Voor de categorie ongebouwd worden door het bestuur van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie 2 vertegenwoordigers benoemd.

  • 2.

    Voor de categorie natuurterreinen wordt door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren 2 vertegenwoordigers benoemd.

D.  

Artikel 19, tweede lid, vervalt.

In artikel 19, eerste lid, vervalt de nummering als eerste lid.

 

E.  

Hoofdstuk 6 Overgangsbepalingen vervalt.

 

De artikelen 22 tot en met 35 vervallen.

 

F.  

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen wordt vernummerd tot Hoofdstuk 6.

 

Artikel 36 wordt vernummerd tot artikel 22.

Artikel 37 wordt vernummerd tot artikel 23.

 

Artikel II  

 

De algemene toelichting bij het reglement wordt gewijzigd als volgt:

 

A.  

De volgende tekst vervalt:

 

Oprichting waterschap Scheldestromen

In 2007 is onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van een fusie van de Zeeuwse waterschappen Zeeuwse Eilanden en Zeeuws-Vlaanderen. Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat er gronden zijn voor fusie van beide waterschappen, waarbij de provinciale uitgangspunten zijn: één toekomstbestendig Zeeuws waterschap, een taakstellend efficiencyvoordeel ad € 4 miljoen en nivellering van de tarieven en behoud van regionale werkgelegenheid.

Voorafgaand aan de start van het formele overleg tussen provincie en de waterschappen hebben de waterschappen onderling op 24 juni 2008 een principeovereenkomst tot fusie gesloten en hebben zij vervolgens de provincie verzocht bij de verdere besluitvorming rekening te houden met het bepaalde in de principeovereenkomst met o.a. afspraken over twee kantoren en zetels, werkgelegenheid en tarieven.

Aangezien ook de provinciale uitgangspunten voldoende geborgd zijn in de afgesloten principeovereenkomst vormen de afspraken in de principeovereenkomst mede de basis voor de oprichting en reglementering van het waterschap Scheldestromen.’

 

B.  

De volgende tekst vervalt:

 

‘ Sinds de totstandkoming van de Waterschapswet in 1991 hebben zich belangrijke ontwikkelingen in het waterbeheer voorgedaan. Zo heeft het beleidsconcept integraal waterbeheer zijn intrede gedaan. Dit betekent dat het waterbeheer gericht is op alle aspecten van watersystemen in hun onderlinge samenhang. Daarnaast kenmerkt integraal waterbeheer zich door de externe samenhang met het beheer van de relevante omgeving van het watersysteem. Dit komt tot uitdrukking in de relaties met andere beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Het waterbeheer richt zich steeds meer van object naar functie. De afgelopen jaren heeft het waterbeheer tevens een sterke impuls gekregen door een aantal externe ontwikkelingen. In 2000 is de Europese kaderrichtlijn water in werking getreden. Deze kaderrichtlijn gaat ook uit van een watersysteembenadering, nu per (internationaal) stroomgebied. De hierboven geschetste ontwikkelingen hebben ook hun weerklank gevonden in de waterschapsorganisatie. Dit komt tot uiting in de vorming van all-in waterschappen (waarbij het kwantiteitsbeheer, de zorg voor de waterkering en het waterkwaliteitsbeheer in dezelfde hand gelegd zijn), maar vooral ook in de schaalvergroting van de waterschappen. Ten tijde van het ontstaan van de Waterschapswet waren er nog ruim 200 waterschappen. Deze waren divers van omvang en ook de taken varieerden. Er waren veel waterschappen waaraan slechts één van de waterschapstaken was toebedeeld. Sommige provincies hadden zuiveringsschappen ingesteld voor de uitvoering van de waterkwaliteitstaak, of hielden deze taak in eigen hand. Inmiddels heeft een forse stroomlijning en opschaling plaatsgevonden. Sinds 1 januari 2005 telde Nederland nog 26 all-in waterschappen.

Met de Wet modernisering waterschapsbestel (Stb. 2007, 208) is de Waterschapswet afgestemd op deze ontwikkelingen.

Zo worden bijvoorbeeld de taken waterkering en waterhuishouding niet meer afzonderlijk in de wet genoemd en wordt voor deze taken in de wet niet in separate heffingen, maar in een watersysteemheffing voorzien. Het onderscheid aan taken en heffingen is in de huidige waterschapsstructuur niet meer relevant, sterker nog, het past niet meer bij de hedendaagse praktijk van het (integrale) watersysteembeheer. Voor de taak bestaande uit de zorg voor het zuiveren van afvalwater is in de wet voorzien in een zuiveringsheffing.

Naast de voorgaande taken is aan het waterschap in Zeeland van oudsher de zorg voor de wegen buiten de bebouwde kom als neventaak opgedragen, voor zover het beheer niet bij anderen berust.’

 

C.  

In de volgende zin:

 

‘In verband met het interprovinciale karakter van waterschap Scheldestromen dienen provinciale staten van Zeeland en Noord-Brabant gezamenlijk het reglement vast te stellen.’

wordt de punt vervangen door een komma en toegevoegd:

‘indien sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 5 van de Waterschapswet (wijziging van het gebied of de taken van het waterschap).’

 

D.  

De volgende tekst vervalt:

 

‘ De belangrijkste aanpassingen die voortvloeien uit de middels de Wet modernisering waterschapsbestel herziene Waterschapswet richten zich op het volgende.

Ten eerste is in het reglement een uitspraak gedaan over de omvang van het algemeen bestuur. De wet maximeert de omvang van het algemeen bestuur op 30 leden. Het minimum aantal leden is 18.

Ten tweede is in het reglement een keuze gemaakt voor het aantal zetels voor de specifieke belangencategorieën. De wet onderscheidt voor de bestuurssamenstelling drie specifieke belangencategorieën te weten bedrijven, natuurterreinen en agrarisch / overig ongebouwd. De wet geeft aan dat aan deze categorieën minimaal 7 en maximaal 9 zetels moeten worden toegedeeld. Dit zijn de zogenoemde “geborgde zetels”. De overige zetels zijn voor de categorie ingezetenen.

Ten derde zijn in het reglement het aantal geborgde zetels voor elk van de specifieke belangencategorieën bepaald en is de organisatie aangewezen die de leden van de belangencategorie agrarisch en overig ongebouwd benoemd.

Ten vierde is in het reglement een keuze gemaakt voor het al dan niet instellen van de kiesdistricten. Er is voor gekozen om in het reglement geen artikel op te nemen tot het invoeren van kiesdistricten.

Voorgaande onderwerpen worden nader toegelicht bij de artikelgewijze toelichting.’

 

E.  

In de zin:

 

‘De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn […]’

vervalt de zinsnede:

‘de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën’.

 

F.  

De volgende tekst vervalt:

 

‘Om te borgen dat de door de beide waterschappen gemaakte afspraken in de principeovereenkomst betreffende behoud van werkgelegenheid in met name Zeeuws-Vlaanderen, hetgeen ook het provinciale uitgangspunt is, gerealiseerd zullen worden is in het reglement opgenomen dat het waterschap zetelt in Middelburg en Terneuzen (artikel 3).

De keuze voor twee zetels is onlosmakelijk verbonden aan de door de te fuseren waterschappen onderschreven wens tot behoud en verdeling van de werkgelegenheid zoals verwoord in de principeovereenkomst.

Het in het reglement vast leggen dat het waterschap formeel zetel heeft in de twee met name genoemde locaties is onlosmakelijk verbonden met het scheppen van waarborgen voor het in stand houden van werkgelegenheid in de vestigingen op de beide locaties. Dit impliceert dat een significante afwijking van de werkgelegenheidverdeling over de beide locaties waar het waterschap formeel zetelt niet mogelijk is zonder het reglement op het punt van de zetel te wijzigen.

Wijziging van het reglement is slechts mogelijk als, zoals de Waterschapswet het formuleert, daarvoor ‘gronden’ (zwaarwegende argumenten) zijn en de wettelijke procedure als bedoeld in de Waterschapswet wordt gevolgd.

De in de principeovereenkomst opgenomen harde randvoorwaarde dat bij fusie de tarieven in het gebied van het huidige waterschap Zeeuwse Eilanden niet zullen stijgen, terwijl de tarieven in het gebied van het huidige waterschap Zeeuws-Vlaanderen zullen dalen, komt voldoende tegemoet aan de door ons college geformuleerde uitgangspunten inzake een taakstellend efficiencyvoordeel ad € 4 miljoen structureel en nivellering van tarieven.

Uit de door de huidige waterschappen voor te bereiden en door het bestuur van het nieuwe waterschap vast te stellen (meer)jarenbegroting en belastingverordeningen zal blijken of deze doelstelling behaald is.

Ten laatste zijn met het oog op de fusie tussen beide Zeeuwse waterschappen een aantal overgangsbepalingen opgenomen.’

 

Artikel III  

 

De artikelsgewijze toelichting bij het reglement wordt gewijzigd als volgt:

 

A.  

Wijziging toelichting bij Hoofdstuk 1 (Begripsbepalingen):

 

In de zin:

‘In dit reglement is het begrip watersysteem nader gedefinieerd en is aansluiting gezocht bij de terminologie van de Waterwet’

wordt ‘Waterwet’ vervangen door ‘Omgevingswet’.

De volgende tekst vervalt:

‘De Waterwet is inmiddels door beide kamers van de Staten-Generaal aangenomen en zal naar verwachting eind 2009 in werking treden. Het zuiveren van het afvalwater is niet nader gedefinieerd omdat deze definitie afdoende is geregeld in de Waterschapswet en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren c.q. de Waterwet.’

 

B.  

Wijziging toelichting bij Artikel 2 (Gebied van het waterschap):

 

In de zin:

‘Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op een kaart die deel uitmaakt van het reglement.’

wordt ‘kaart’ vervangen door ‘digitale kaart’ en wordt na ‘reglement’ ingevoegd ‘en via de link in de bijlage kan worden geraadpleegd.’

 

C.  

Wijziging toelichting bij Artikel 3 (Vestigingsplaats van het waterschap).

 

De volgende tekst vervalt:

‘Het waterschap functioneert als een organisatorische eenheid, waarbinnen de beide vestigingsplaatsen in het licht van de huisvesting een gelijkwaardige positie innemen. Verwezen zij verder naar het algemene gedeelte van de toelichting.’

en wordt vervangen door:

‘Het waterschap functioneert als organisatorische eenheid. De vestigingsplaats (bestuurlijke zetel) vloeit voort uit een door het algemeen bestuur genomen besluit.’

 

D.  

Wijziging toelichting bij Artikel 4 (Taak van het waterschap)

 

De zinsnede: ‘zuiveren van afvalwater op de voet van artikel 3.4 van de Waterwet.’

wordt vervangen door:

‘zuiveren van afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet’.

 

De volgende tekst vervalt:

‘In de Waterschapswet worden de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding dus niet meer als aparte taken onderscheiden.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘De zorg voor het watersysteem omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit en na inwerkingtreding Waterwet de zorg voor het grondwater. Onder de zorg voor de waterhuishouding moet ook het regelen van de grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater worden gerekend. Het gebruik van de term “zorg voor het watersysteem” benadrukt dat de tot op heden afzonderlijk benoemde taken een nauwe onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden uitgevoerd.’

 

In de zin:

‘Sinds 2002 ligt de zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater via artikel 3.4 van de Waterwet al wettelijk bij het waterschap.’

vervalt de zinsnede: ‘via artikel 3.4 van de Waterwet’.

 

E.  

Wijziging toelichting bij Artikel 6 (Omvang algemeen bestuur en zetelverdeling).

 

De volgende tekst vervalt:

‘Om te garanderen dat daadwerkelijk alle belangencategorieën vertegenwoordigd zijn, dient niet alleen de omvang van het algemeen bestuur in het reglement te worden vast gesteld, maar ook het aantal zetels dat daarbinnen toegekend wordt aan ieder van de specifieke categorieën bedrijven, agrarisch / overig ongebouwd, en natuurterreinen. Op een totale bestuursomvang van minimaal achttien en maximaal dertig zetels dienen op grond van de wet zeven tot negen zetels te worden gereserveerd voor de specifieke categorieën gezamenlijk, waarbij iedere categorie minimaal één zetel toegewezen krijgt om vertegenwoordiging zeker te stellen. De overige zetels zijn voor de categorie ingezetenen.’

en wordt vervangen door:

‘In het reglement is de omvang van het algemeen bestuur vastgesteld. In de Waterschapswet is bepaald dat op een totale bestuursomvang van minimaal achttien en maximaal dertig zetels twee geborgde zetels toekomen aan de specifieke categorie agrarisch / overig ongebouwd en twee geborgde zetels aan de specifieke categorie natuur, om vertegenwoordiging zeker te stellen. De overige zetels zijn voor de categorie ingezetenen.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘Het algemeen bestuur van waterschap Zeeuws-Vlaanderen heeft sinds 1999 25 leden. De algemene vergadering van het zowel qua oppervlakte als qua inwonertal grotere Zeeuwse Eilanden telt sinds 2009 het wettelijk maximum aantal van 30 leden. Aangezien het fusiewaterschap groter is dan het waterschap Zeeuwse Eilanden ligt het voor de hand dat ook het algemeen bestuur van dit waterschap bestaat uit het wettelijk maximum van 30 leden.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘23 zetels zijn beschikbaar voor de categorie ingezetenen en 7 geborgde zetels voor de specifieke belangencategorieën bedrijven, agrarisch / overig ongebouwd, en natuurterreinen. Daarmee is een substantieel aantal zetels beschikbaar voor de verkiezingen volgens het lijstenstelsel (categorie ingezetenen). Dit voorziet voldoende in maximalisatie van het aantal verkiesbare zetels ten behoeve van het democratisch gehalte van het waterschapsbestuur en draagt bij aan de transparantie en de herkenbaarheid van het waterschapsbestuur.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘Doel van de geborgde zetels is het zekerstellen van de vertegenwoordiging van alle onderscheiden belangen in het waterschapsbestuur. Op basis van artikel 13 van de Waterschapswet is gekozen voor een totale bestuursomvang van 30 zetels (het wettelijk toegestane maximum) en de toedeling van 7 geborgde zetels aan de specifieke belangencategorieën bedrijven, agrarisch / overig ongebouwd, en natuurterreinen.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘Overwegingen gelet op de Waterschapswet en de Memorie van Toelichting.

Uit de herziene Waterschapswet en de Memorie van Toelichting bij de Wet modernisering waterschapsbestel (paragraaf 7) volgt het volgende:

In het waterschapsbestuur zijn zowel de belangengroepen bij het watersysteembeheer als de belanghebbenden bij de zuivering van afvalwater vertegenwoordigd. Beide groepen hebben immers belang bij de taakuitoefening.’

  • Na de zin ‘In het bestuur worden de volgende categorieën onderscheiden:’ vervalt: Bedrijven. Deze categorie dekt de belangen van de eigenaren van bedrijfspanden, plus de belangen van de lozers van bedrijfsafvalwater. Hun belangen betreffen de bescherming van eigendommen tegen wateroverlast en het belang om zich op een verantwoorde manier van hun afvalwater te ontdoen via door het waterschap beheerder rioolwaterzuiveringsinrichtingen.’

     

De volgende tekst vervalt:

‘ Volgens de Waterschapswet wordt voor de bepaling van het aantal zetels van elke categorie in aanmerking genomen “de aard en de omvang van het belang of de belangen die de categorie heeft bij de oefening van de taken van het waterschap”.

De wet geeft hiervoor geen nadere criteria. Volgens de Memorie van Toelichting kan de provincie de mate van diversiteit van de belangen bij de bepaling van het aantal en de verdeling van de (geborgde) zetels betrekken. Volgens de toelichting is de omvang van de betaling geen zelfstandig afwegingscriterium voor de mate van zeggenschap van een categorie. Dat wil echter niet zeggen dat deze factor buiten beschouwing zal blijven in de afweging: de omvang van de betaling is immers ook afgeleid van de mate van belang en kan nog steeds gezien worden als een (zij het globale) indicator daarvoor.

Overwegingen m.b.t. de keuze van het aantal en de verdeling van de geborgde zetels.

De verdeling van de geborgde zetels over de specifieke categorieën bedrijven, agrariërs en natuurterreinbeheerders steunt op de volgende overwegingen:

  • de aard van de belangen van de specifieke categorieën is divers. Derhalve is de taakuitoefening van het waterschap divers in het behartigen van de verschillende belangen. Als zodanig biedt de aard van het belang geen concrete, direct vergelijkbare aanknopingspunten voor het bepalen van de mate van het belang van elke categorie;

  • voor de omvang van het belang van de specifieke categorieën kan mede een aanknopingspunt worden gevonden in de economische waarde (WOZ) van onroerende zaken en, als globale indicatie, de omvang van de betaling van de categorieën (objectiveerbare gegevens);

  • volgens de ijkpunten in het vorig punt komen de categorieën agrariërs en bedrijven in aanmerking voor een gelijk aantal geborgde zetels (3). De categorie natuurterreinbeheerders zou volgens deze ijkpunten niet voor een zetel in aanmerking komen;

  • De wet bepaalt dat iedere categorie, dus ook de categorie natuurterreinbeheerders, met tenminste één zetel wordt geborgd om vertegenwoordiging zeker te stellen;

  • een vergelijking tussen de totale oppervlakte van natuurterreinen in het waterschapsgebied in verhouding tot de totale oppervlakte agrarische gronden levert geen aanknopingspunt op voor het toekennen van meer dan één zetel aan de categorie natuurterreinbeheerders;

  • het staat de belangencategorieën vrij te trachten extra zetels te verwerven via de verkiezingen volgens het lijstenstelsel (en daartoe gericht campagne te voeren).

Hoewel er geen lineaire relatie is tussen zeggenschap en financiering kan worden gesteld dat, nu er een indirecte relatie tussen zeggenschap en betaling blijft bestaan, de verhouding tussen de toe te delen zeggenschap en de mate waarin de kosten door een belangencategorie worden gedragen reëel moet zijn.

Bij de gekozen verdeling van de geborgde zetels is daarvan sprake.’

 

F.  

Wijziging toelichting bij Artikel 7 (Benoemen vertegenwoordigers geborgde zetels).

 

De volgende tekst vervalt:

‘Op grond van de Waterschapswet worden de vertegenwoordigers van categorie bedrijven, ter invulling van de geborgde zetels, benoemd door de Kamers van Koophandel. In het waterschapsgebied is de Kamer van Koophandel Zuidwest Nederland bevoegd.’

 

De volgende zin vervalt:

‘Met het benoemen van de vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen is ingevolge de Waterschapswet het Bosschap belast’.

 

De volgende zin vervalt:

‘Het voorgaande behoeft op grond van de Waterschapswet en het bijbehorende Waterschapsbesluit niet nader te worden geregeld in het reglement.’

 

In de zin:

‘Voor de categorie agrarisch / overig ongebouwd heeft de wetgever het aan de provincie overgelaten in het reglement de organisatie(s) aan te wijzen die de benoeming doet (doen).’

wordt na ‘ongebouwd’ ingevoegd: ‘en de categorie natuurterreinen’.

Na deze zin wordt de volgende zin ingevoegd:

‘Met het benoemen van de vertegenwoordigers van de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en natuurterreineigenaren belast’.

 

G.  

Wijziging toelichting bij Artikel 21 (Meldingen).

 

In de zin:

‘Zo kunnen bijvoorbeeld in de verordening als bedoeld in artikel 3.10 van de Waterwet nadere regels worden gesteld met betrekking tot de door het dagelijks bestuur te verstrekken informatie en (ontwerp)besluiten die al dan niet aan goedkeuring zijn onderworpen.’

wordt ‘de verordening als bedoeld in artikel 3.10 van de Waterwet’ vervangen door: ‘de omgevingsverordening’ en vervalt de zinsnede ‘die al dan niet aan goedkeuring zijn onderworpen.’

 

De volgende tekst vervalt:

‘De wet noemt in artikel 153 – limitatief – de besluiten waartegen belanghebbenden beroep kunnen instellen bij gedeputeerde staten.

Dit zijn:

  • a.

    besluiten omtrent de regeling van de waterbeheersing of tot de aanleg of verbetering van waterstaatswerken die niet aan goedkeuring zijn onderworpen;

  • b.

    besluiten betreffende de legger;

  • c.

    besluiten betreffende de wijziging en vaststelling van de keur.’

 

H.  

Wijziging toelichting bij Hoofdstuk 6 (Overgangsbepalingen).

 

Hoofdstuk 6 vervalt.

 

Artikel IV  

 

De aanhef van het reglement wordt gewijzigd als volgt:

 

Onder ‘overwegingen’ vervalt de volgende tekst:

‘dat de waterschappen Zeeuwse Eilanden en Zeeuws-Vlaanderen op 24 juni 2008 een principeovereenkomst tot fusie hebben afgesloten, waarbij zij onder andere hebben afgesproken:

  • dat het gefuseerde waterschap zetelt en kantoor houdt in Middelburg en Terneuzen;

  • dat de werkgelegenheid in het gebied van het waterschap Zeeuws-Vlaanderen in kwalitatieve en kwantitatieve zin minimaal behouden behoort te blijven en dat er gestreefd zou worden, voor zover dit inpasbaar is in de te realiseren efficiencytaakstelling, naar een plus voor Zeeuws-Vlaanderen bovenop de bestaande formatie;

dat de uitgangspunten van provinciale zijde zijn:

  • één toekomstbestendig Zeeuws waterschap;

  • een taakstellend efficiencyvoordeel ad € 4 miljoen en nivellering van tarieven;

  • behoud van regionale werkgelegenheid;

dat ook de provinciale uitgangspunten voldoende geborgd zijn in de afgesloten principeovereenkomst en dat de afspraken in de principeovereenkomst mede de basis vormen voor de oprichting en reglementering van het waterschap Scheldestromen,’

 

Artikel V  

 

Deze wijziging treedt in werking na bekendmaking.

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van provinciale staten van 12 december 2025.

Dhr. H.M. de Jonge, voorzitter

Drs. F.J. van Houwelingen MPA, statengriffier

Naar boven