Besluit tot wijziging van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland 2016

Gedeputeerde Staten maken gelet op het bepaalde in artikel 136 van de Provinciewet bekend dat zij in hun vergadering van 9 december 2025 onder nummer 3460710 het volgende besluit hebben vastgesteld:

 

Besluit tot wijziging van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Flevoland 2016

 

Gedeputeerde Staten van Flevoland;

 

Overwegende dat het wenselijk is om een aantal onderdelen van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 te actualiseren en de leesbaarheid van de verordening te verbeteren;

 

Besluiten:

ARTIKEL I Wijzigingen

De subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 wordt gewijzigd als volgt:

 

A

Artikel 2.1 (Doelgroep) wordt als volgt gewijzigd:

In lid 2 aanhef wordt “voor zover deze voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, subsidie ontvangen” vervangen door “voor zover voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, eerder subsidie is ontvangen“.

 

B

Artikel 2.4 (Subsidievereisten) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In lid 1 onder d wordt ‘’die in totaal voor 75 hectare of meer subsidie natuurbeheer ontvangt of aanvraagt’’ verwijderd

  • 2.

    In lid 3 wordt “artikel 2,9 vierde lid, onderdelen a en d” vervangen door “artikel 2.9, vierde lid, onderdelen a, d, en e”.

  • 3.

    In lid 6 wordt ‘’, maar wél voor 75 hectare of meer subsidie ontvangt of aanvraagt,’’ verwijderd

C

Artikel 2.4a (EU richtsnoeren voor staatssteun) wordt als volgt gewijzigd:

In lid 2 wordt “steun” vervangen door “staatssteun”.

 

D

Artikel 2.6 (Hoogte subsidie) lid 1 en 2 komen als volgt te luiden:

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, wordt bepaald door het aantal subsidiabele hectares van het desbetreffende natuurbeheertype, en het aantal subsidiabele hectares, meters of stuks van het desbetreffende landschapsbeheertype, te vermenigvuldigen met de tarieven voor de desbetreffende jaren, en de bedragen voor elk jaar binnen de subsidietermijn bij elkaar op te tellen.

  • 2.

    Indien van toepassing wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verhoogd met:

    • a.

      de tarieven voor de monitoringsbijdrage per natuurbeheertype, vermenigvuldigd met het aantal hectares;

    • b.

      de tarieven voor de voorzieningenbijdrage, vermenigvuldigd met het aantal hectares;

    • c.

      de tarieven voor de toezichtbijdrage, vermenigvuldigd met het aantal hectares;

    • d.

      de tarieven voor de schapenbijdrage, vermenigvuldigd met het aantal hectares;

    • e.

      de tarieven voor de vaarbijdrage, vermenigvuldigd met het aantal hectares;

  • voor de desbetreffende jaren.

E

Artikel 2.9 (Verplichtingen van de subsidieontvanger) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In lid 4 onder c komt het woord “of” te vervallen

  • 2.

    In lid 4 onder d wordt het punt vervangen door “; of”

  • 3.

    In lid 4 wordt na onder d een nieuw onderdeel e toegevoegd: “e. dat in de subsidiebeschikking is bepaald voor zover dat een basis heeft in provinciaal natuurbeleid.”

F

Na artikel 3.7 (Subsidiehoogte) wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

Artikel 3.7a Herziening gemiddelde kosten per hectare

  • 1.

    Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan een subsidieontvanger een aanvraag indienen tot aanpassing van de in artikel 3.7, eerste lid, bedoelde gemiddelde kosten per hectare leefgebied.

  • 2.

    De aanvraag heeft betrekking op alle leefgebieden waarvoor reeds subsidie wordt ontvangen.

  • 3.

    De aanvraag kan worden ingediend in de aanvraagperiode voor het vierde, zevende, tiende, dertiende en zestiende jaar van het subsidietijdvak.

  • 4.

    De aanpassing, bedoeld in het eerste lid, kan per leefgebied niet hoger zijn dan het percentage dat als volgt wordt berekend:

    • a.

      aan de hand van de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, zoals door de subsidieontvanger ingediend voor het beheerjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de in het derde lid bedoelde aanvraagperiode wordt gepubliceerd, wordt het aantal hectares per activiteit dat in het betreffende leefgebied is uitgevoerd vermenigvuldigd met het tarief dat voor de betreffende activiteit is opgenomen in bijlage 4 zoals die bijlage luidde voor het beheerjaar waarin de in dit onderdeel bedoelde verantwoording is ingediend;

    • b.

      de uit onderdeel a resulterende bedragen worden per leefgebied opgeteld;

    • c.

      vervolgens worden per activiteit de in onderdeel a bedoelde hectares vermenigvuldigd met het tarief dat voor de betreffende activiteit is opgenomen in bijlage 4 zoals die bijlage luidt voor het beheerjaar waarvoor de in het derde lid bedoelde aanvraagperiode is opengesteld;

    • d.

      de uit onderdeel c resulterende bedragen worden per leefgebied opgeteld;

    • e.

      vervolgens wordt het verschil bepaald tussen het bedrag, bedoeld in onderdeel d en het bedrag, bedoeld in onderdeel b;

    • f.

      ten slotte wordt het verschil, bedoeld in onderdeel e, uitgedrukt in een percentage van het bedrag, bedoeld in onderdeel b.

  • 5.

    De aanvraag gaat per leefgebied vergezeld van een onderbouwing van het percentage waarmee de subsidieontvanger verzoekt de in artikel 3.7, eerste lid, bedoelde gemiddelde kosten per hectare leefgebied aan te passen, berekend overeenkomstig het vierde lid. In afwijking van het vierde lid, onderdeel c, mag de subsidieontvanger een tarief hanteren dat lager ligt dan het in dat onderdeel bedoeld tarief.

  • 6.

    Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gelijktijdig wordt ingediend met een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, onderdeel a of b, wordt eerst dit artikel toegepast.

  • 7.

    Een subsidieontvanger kan geen aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, tweede lid, onderdelen c tot en met e, indienen indien hij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid van het onderhavige artikel indient.

G

Artikel 3.10 (Subsidieverlening) wordt als volgt gewijzigd:

“kan” wordt vervangen door “kunnen”.

 

H

Na artikel 3.11a (Verplichtingen van de deelnemer) wordt het volgende artikel ingevoegd:

 

Artikel 3.11b Gebruik gegeotagde foto’s

  • 1.

    Ten behoeve van de controle op de naleving van voorwaarden en de uitvoering van het project kan aan de subsidieontvanger als bewijs daarvan een gegeotagde foto worden gevraagd als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2022/1173.

  • 2.

    De gegeotagde foto wordt binnen de gestelde termijn ingestuurd met een daarvoor door de minister beschikbaar gesteld middel.

I

Artikel 3.12 (Bevoorschotting en betaling), zevende lid, komt als volgt te luiden:

“Het uitrijden van vaste mest of bodemverbeteraars zijn elk ten hoogste subsidiabel voor eenmaal de oppervlakte van het betreffende perceel per kalenderjaar, ook al maakt de subsidieontvanger in dat kalenderjaar meerdere keren melding van het uitrijden van vaste mest of bodemverbeteraars op dat perceel.”

 

J

Artikel 3.12a (Voorziening liquiditeitsbehoefte subsidieontvanger) lid 1 komt als volgt te luiden:

  • “1.

    Om te voorzien in de onmiddellijke liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger, doen Gedeputeerde Staten, voorafgaande aan de in artikel 3.12 bedoelde voorschotbetaling, voor het betreffende jaar een betaling, waarbij geldt dat:

    • a.

      de betaling plaatsvindt tussen 16 oktober en 30 november van het kalenderjaar waarop de voorschotbetaling betrekking heeft;

    • b.

      de betaling 30% van de totale subsidie bedraagt die aan de subsidieontvanger per kalenderjaar is verleend;

    • c.

      Gedeputeerde Staten bij de voorschotbetaling, bedoeld in artikel 3.12, vierde lid, de betaling bedoeld in onderdeel a, in mindering brengen op het voorschot;

    • d.

      de aanvraag voor deze betaling gelijktijdig plaatsvindt met het indienen van de verantwoording als bedoeld in artikel 3.11 onder g.”

K

Artikel 3.13 (Wijziging subsidieverlening) wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In lid 3 onder a wordt na “artikel 3.4;” het woord “en” toegevoegd

  • 2.

    In lid 3 onder b wordt “; en” vervangen door een punt.

  • 3.

    Lid 3 onder c komt te vervallen.

L

Artikel 3.15 (Verlagen subsidies) komt als volgt te luiden:

“Gedeputeerde Staten geven uitvoering aan de artikelen 59, vijfde lid, 84, eerste lid, en 87 eerste lid van Verordening (EU) nr. 2021/2116.”

ARTIKEL II inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst;

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid treden Artikel I onderdelen F en K niet eerder in werking dan na goedkeuring door de Europese Commissie van de wijzigingen in de vijfde herziening van het Nationaal Strategisch Plan die betrekking hebben op het Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb);

  • 3.

    Artikel I, onderdeel L, werkt terug tot 1 januari 2025.

Aldus besloten in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 9 december 2025.

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

de secretaris,

de voorzitter,

Naar boven