Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent commercieel handmatig Oesterrapen in de Waddenzee 2026-2029

GEDEPUTEERDE STATEN van FRYSLÂN:

 

Overwegende,

  • 1.

    dat in verband met de vergunningverlening voor het commercieel handmatig rapen van Japanse Oesters in de Waddenzee gewenst is beleid vast te stellen in het kader van een Natura 2000-activiteit;

  • 2.

    dat deze bevoegdheid aan gedeputeerde Staten van Fryslân toekomt op grond van art. 5.1, lid 1, sub e van de Omgevingswet in combinatie met artikel 4.6 van het Omgevingsbesluit en artikel 4:81, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 3.

    dat met de betrokken partijen, te weten Netviswerk en De Nederlandse Vissersbond (belangen behartigers van de vissers), Coalitie Wadden Natuurlijk 1 (gezamenlijke natuurorganisaties Waddengebied) en Ministerie van LVVN akkoord is verkregen over de verlenging van de meerjarige afspraken waarin ecologische en economische uitgangspunten voor een duurzame commerciële handmatig rapen van Japanse Oesters zijn vastgelegd;

  • 4.

    dat gedeputeerde staten op datum hebben besloten om:

    • a.

      in te stemmen met de onder 3 bedoelde meerjarenafspraken;

    • b.

      deze meerjarenafspraken te gebruiken als uitgangspunt voor het beleidskader bij de onder sub 1 bedoelde vergunningverlening;

    • c.

      gedeputeerde Kooistra te machtigen om de afspraken door ondertekening te bekrachtigen.

  • 5.

    dat de partijen mogelijkheden zien om het handmatig rapen van Japanse oesters op professionele basis een duurzame toekomst te geven en daarmee de kleinschalige visserij in de Waddenzee een bredere economische basis te bieden. Er is behoefte aan heldere afspraken betreffende de voorwaarden en vereisten voor het uitvoeren van een duurzame vorm van het handmatig rapen van Japanse oesters opdat de natuur daar geen schade van ondervindt. Het rapen van Japanse oesters kan lokaal leiden tot verstoring van foeragerende vogels en verandering van het habitat. Hierdoor is het vanuit de vereisten van Natura2000 noodzakelijk de activiteit zodanig te reguleren dat deze verstoring wordt geminimaliseerd. Bepaalde gebieden zijn van groter belang als rust- en foerageergebieden voor vogels dan andere. Het handmatig oesterrapen biedt belangrijke mogelijkheden voor aanvulling van inkomsten voor kleinschalige visserij in combinatie met andere seizoensgebonden kleinschalige visserij-activiteiten (zoals visserij op harder, paling en zeebaars) die door wisselende bestanden en/of herstelprogramma’s de mogelijkheid tot omschakelen vereisen.

  • 6.

    dat de partijen de gezamenlijke wens hebben om door middel van het vastleggen van meerjarenafspraken deze activiteit te reguleren. De uitwerking van deze afspraken komt onder andere terug in het raapplan.

Hebben besloten:

  • I.

    Deze beleidsregel vast te stellen;

  • II.

    te bepalen dat deze beleidsregel in werking treedt na kennisgeving hiervan in het Provinciaal Blad van 1-1-2026 tot en met het jaar 2029;

  • III

    te bepalen dat de Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van Fryslân houdende regels omtrent openstelling Oesterrapen in de Waddenzee 2019-2025 wordt ingetrokken per 1-1-2026.

Beleidsregel: Meerjarenafspraken handmatig oesterrapen

Gedeputeerde staten hanteren de volgende uitgangspunten voor de vergunningverlening voor het handmatig oesterrapen in het kader van de Omgevingswet (voor een Natura 2000-activiteit) en het daaraan gekoppelde en door de aanvrager op te stellen raapplan:

 

  • 1.

    De omgevingsvergunning geldt voor een periode van maximaal 4 jaar.

  • 2.

    De toegelaten deelnemers (zie artikel 9) worden vertegenwoordigd door Netviswerk (5 deelnemers) en de Nederlandse Vissersbond (9 deelnemers). Aan de twee identieke vergunningen zijn één Raapplan en één Toezicht- en handhavingsplan gekoppeld.

  • 3.

    Het raapplan maakt integraal onderdeel uit van de omgevingsvergunning. Hierin wordt geregeld dat de activiteiten binnen de voorwaarden van de meerjarenafspraken worden uitgeoefend. In een vergunningvoorschrift wordt opgenomen dat het raapplan jaarlijks wordt geactualiseerd o.b.v. de meest recente gegevens van schelpdierenbanken uit het WOT programma2 en voortschrijdende inzichten omtrent de effecten van het rapen de Japanse oesters op het milieu van de Waddenzee.

  • 4.

    Het raapplan dient een sanctiereglement te bevatten waarbij op de naleving ervan wordt toegezien door een onafhankelijke commissie die door vergunninghouder wordt ingesteld.

  • 5.

    De deelnemers maken in het raapplan afspraken over de borging van de sanitaire kwaliteit.

  • 6.

    In het raapplan maken de rapers onderling nadere afspraken over de toegang tot de opengestelde gebieden.

  • 7.

    De partijen spreken af dat het raapplan specifieke ruimte biedt aan verschillende beheer- en raapstrategieën die worden begeleid door onderzoek. Het doel is om op basis van deze informatie te komen tot de uitwerking optimale strategieën. De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van een pilot met dit doel. Het bestuurlijk overleg adviseert het college van gedeputeerde staten van Fryslân over de aanpak en de benodigde inzet die gemoeid is met de pilot.

  • 8.

    Het college van gedeputeerde staten van Fryslân stelt jaarlijks het raapplan vast, op basis van het advies van het bestuurlijk overleg oesterrapen.

  • 9.

    Het aantal deelnemers in het raapplan wordt beperkt tot maximaal 14. Alle deelnemers die door de provincie Fryslân zijn toegelaten tot het rapen van oesters in de Waddenzee dienen het raapplan te ondertekenen voordat zij gebruik mogen maken van de OW-vergunning. De vergunning wordt verleend aan de twee vertegenwoordigende organisaties die gezamenlijk het raapplan beheren. De 14 deelnemers/ondertekenaars van het raapplan krijgen een op naam gestelde kopie van deze vergunning. Dat kan op naam van een natuurlijk persoon zijn of van een onderneming. De vergunning geeft toestemming voor het rapen van oesters door één natuurlijk persoon die met naam en toenaam is genoemd in de vergunning en het raapplan3 .

  • 10.

    Er mag niet geraapt worden in de permanent voor bodemberoerende visserij gesloten gebieden (kaart PKB Waddenzee), het referentiegebied bij Rottum, en in de artikel 2.45-gebieden in de periode dat zij zijn gesloten. Ook mag niet worden geraapt in de handkokkel A-gebieden. Deze laatste afspraak blijft gehandhaafd totdat uit een (tussentijdse) evaluatie blijkt dat van dit regime kan worden afgeweken. Eventuele tussentijdse wijzigingen in de begrenzing of het regime van bovengenoemde gebieden worden middels een wijzigingsbesluit doorgevoerd in de oesterraapvergunning.

  • 11.

    Op mosselbanken in opengestelde gebieden, die kwetsbaar zijn voor betreding of vanwege hun ligging of samenstelling van groot belang zijn voor (broedende of foeragerende) vogels, mag niet geraapt worden. Deze mosselbanken worden opgenomen in het jaarlijkse Raapplan. De afweging komt herkenbaar terug in de Passende Beoordeling.

  • 12.

    In het raapplan worden voorschriften opgenomen voor betreding op opengestelde banken om verstoring van vogels zoveel mogelijk te voorkomen.

  • 13.

    Het rapen mag uitsluitend handmatig plaatsvinden. De oesterrapers mogen alleen losse of enkelvoudige brokken oesters rapen. Het is niet toegestaan vlakdekkend de toplaag te verwijderen of los te maken en de basislaag van het rif moet intact blijven. Daarbij is het vanwege arbeidsomstandigheden toegestaan om gebruik te maken van eenvoudig handgereedschap zoals een rubberen mat ter bescherming van de knieën, een losse, draagbare verzamelmand of verzamelnet en een grijptang. Het gereedschap dient zodanig te zijn uitgevoerd dat het niet mogelijk is om ermee te harken of te slepen, teneinde beroering van de oesterbank te voorkomen. Ook mag er in geen geval gespit worden in de oesterbanken en is het gebruik van een lier om oesters mee los te trekken verboden. De verzamelmanden mogen niet over mosselbanken gesleept worden.

  • 14.

    Na afloop van ieder kwartaal dient door de deelnemers aan de provincie Fryslân, een overzicht te worden gezonden, van de totale vangsthoeveelheden. Deze hoeveelheden worden met de overige partijen gedeeld.

  • 15.

    De aanlanding van oesters vanaf het water is uitsluitend toegestaan met een vaartuig dat staat ingeschreven in het Visserijregister.

  • 16.

    Verstoring van in het gebied aanwezige fauna dient altijd tot een minimum te worden beperkt. De vereisten vanuit het Beheerplan Natura 2000 zijn dan ook van toepassing op het oesterrapen en zullen door het bevoegd gezag als voorwaarden in de te verlenen Omgevingsvergunning (Natura 2000 activiteit) worden opgenomen. Daarnaast kan vanuit de Passende Beoordeling volgen dat additionele maatregelen noodzakelijk zijn. Deze additionele maatregelen worden opgenomen in de vergunning, dan wel in het raapplan.

Evaluatie en monitoring

Gedeputeerde staten hanteren eveneens de volgende uitgangspunten voor de vergunningverlening voor handmatig oesterrapen in het kader van de Omgevingswet (voor een Natura 2000-activiteit) en het daaraan gekoppelde en door de aanvrager op te stellen raapplan:

 

  • 17.

    De vergunninghouder dient mee te werken aan de jaarlijkse monitoring en aan de evaluatie van het raapplan. Jaarlijks worden de resultaten van de monitoring door Wageningen Marine Research van de schelpdierbestanden gepresenteerd met daarin de gegevens die relevant zijn voor doorwerking in het raapplan.

  • 18.

    Partijen achten het noodzakelijk dat de komende jaren nader onderzoek plaats vindt naar de invloed van het oesterrapen op het voorkomen en het foerageren op oester- en gemengde banken van wadvogels. Het onderzoeksproject “Een wereld te winnen” wordt de komende jaren uitgevoerd.

  • 19.

    Drie jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning die op basis van de hier genoemde meerjarenafspraken is verleend, is de tussentijdse evaluatie van deze meerjarenafspraken uitgevoerd. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân geeft opdracht voor het plan van aanpak voor de tussentijdse evaluatie. Het plan van aanpak wordt tijdig voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân beoordeelt op basis van de tussentijdse evaluatie en het daarop gebaseerde advies van het Bestuurlijk Overleg of een aanpassing van de vergunningvoorwaarden aan de orde is.

  • 20.

    Een half jaar voor het aflopen van de looptijd van de onderhavige meerjarenafspraken is een economische en ecologische evaluatie uitgevoerd van de in dit afsprakenkader vastgelegde maatregelen. Bij de ecologische evaluatie wordt gebruik gemaakt van het verrichte onderzoek zoals genoemd in artikel 18. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân geeft opdracht voor het plan van aanpak voor de evaluatie. Het plan van aanpak wordt tijdig voorgelegd aan het Bestuurlijk Overleg. De evaluatie vormt de basis voor de besluitvorming door het college van gedeputeerde staten van Fryslân over een volgende periode van meerjarenafspraken. Voor de bijbehorende vergunningverlening vanaf het jaar 2030 vindt door GS wederom een openstelling plaats, waarbij ondernemers hun belangstelling kenbaar kunnen maken middels een bedrijfsplan.

  • 21.

    Partijen spreken af dat tussen Partijen jaarlijks voor aanvang van het nieuwe seizoen een gesprek plaatsvindt waarin het rapen van oesters in het voorgaande jaar wordt geëvalueerd en vooruit wordt gekeken naar het volgende raapseizoen. Mocht door onvoorziene ontwikkelingen de passende beoordeling niet langer actueel zijn dan kunnen partijen vragen om een herziening van de gemaakte afspraken.

  • 22.

    De vergunninghouder zal jaarlijks de vangsten van het voorgaande jaar uitwerken en aan de partijen zenden.

Naar boven