Wijziging Reglement Cameratoezicht - provincie Groningen

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN

 

Gelet op artikel 6, eerste lid, sub f van de Algemene Verordening Gegevensbescherming,

 

Overwegende dat:

 

  • -

    Op 14 november 2022 het Reglement Cameratoezicht - provincie Groningen door Gedeputeerde Staten is vastgesteld;

  • -

    Nadien is gebleken dat het Reglement op drie onderdelen moet worden gewijzigd.

BESLUITEN

 

Vast te stellen als volgt:

Artikel I  

Het Reglement Cameratoezicht - provincie Groningen wordt gewijzigd als volgt:

 

A.

 

Artikel 7, derde lid komt te luiden:

 

  • 3.

    Het besluit tot plaatsing van een verborgen camera is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten en vindt altijd plaats na goedkeuring van de ondernemingsraad van 7de Provincie, die uiterlijk binnen 7 dagen reageert op een voorgenomen besluit."

B.

 

In artikel 8, eerste lid, wordt '6 dagen' vervangen door: 'vier weken'.

 

C.

In artikel 10, zevende lid, komt te luiden:

  • 7.

    De Beveiligingscoördinator informeert de domeinleiding van Organisatieondersteuning, de Functionaris Gegevensbescherming, de Concernfunctionaris Informatiebeveiliging en Gedeputeerde Staten over een verzoek om inzage en/of uitgifte. De Directie beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek, waarbij de Directie uitdrukkelijk rekening houdt met het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de Betrokkenen.

 

D.

De bewaartermijn zoals die luidt na inwerkingtreding van artikel B, geldt bij de inwerkintreding van deze wijziging voor verzoeken om inzage als bedoeld in artikel 9, eerste lid die zijn ingediend voor de inwerkingtreding en waarvan de beelden nog niet zijn gewist op grond van het artikel 8, eerste lid zoals die luidde voor de inwerkingtreding.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking de dag nadat deze is bekend gemaakt in het Provinciaal blad.

 

Toelichting:

 

Artikel D - Toelichting op de overgangsrechtbepaling

Deze bepaling regelt de toepassing van de nieuwe bewaartermijn zoals vastgelegd in artikel 8, eerste lid op situaties die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van de wijziging. Het uitgangspunt is dat het nieuwe regime van toepassing is, ook op reeds ingediende verzoeken om inzage op grond van artikel 9, eerste lid. Dit voorkomt dat betrokkene, ondanks inwerkingtreding van de wijziging, geconfronteerd wordt met de kortere termijn van voor de wijziging.

De bepaling bepaalt dat de nieuwe bewaartermijn geldt voor verzoeken die vóór de inwerkingtreding zijn ingediend, mits de betreffende beelden op dat moment nog niet zijn verwijderd op grond van artikel 8, eerste lid, zoals dat luidde vóór de wijziging. Daarmee wordt aangesloten bij de feitelijke situatie: indien de beelden nog beschikbaar zijn, wordt het nieuwe recht toegepast. Zijn de beelden reeds gewist, dan blijft het oude recht van toepassing.

Groningen, 9 december 2025

Gedeputeerde Staten van Groningen:

René Paas, voorzitter

Hans Schrikkema, secretaris

Naar boven