Artikel I
De Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 wordt te wijzigen als volgt:
A.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsomschrijvingen ingevoegd:
bedrijfsgebouw: gebouw of gedeelte daarvan dat niet geheel of mede voor bewoning gebruikt wordt, waarin de onderneming van aanvrager haar bedrijfsmatige activiteiten feitelijk en rechtmatig ontplooit;
schade: schade als bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen;
- 2.
De begripsomschrijving van agrarische onderneming wordt vervangen en komt te luiden als volgt:
agrarische onderneming: landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 2 van de LVV;
- 3.
De begripsomschrijving van karakteristiek pand wordt vervangen en komt te luiden als volgt:
een in het aardbevingsgebied gelegen bedrijfsgebouw ten behoeve van de agrarische onderneming van de aanvrager of subsidieontvanger dat a) bij of krachtens de Omgevingswet als karakteristiek of beeldbepalend is bestemd dan wel b) een monument als bedoeld in de Erfgoedwet is;
- 4.
In de begripsomschrijving van Middag-Humsterland wordt “3.38” vervangen door: 3.82.
- 5.
In de begripsomschrijving van rollend materieel wordt na “ander rollend materieel” ingevoegd “of achter een tractor of ander motorrijtuig te hangen materieel”.
B.
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In het tweede lid, onder a, wordt “een gebouw” vervangen door: een bedrijfsgebouw.
- 2.
In het tweede lid, onder b, wordt na “fysieke schade” ingevoegd: aan een bedrijfsgebouw.
- 3.
Er wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
- 3.
In afwijking van de vorige leden behoort een agrarische onderneming niet tot de doelgroep van deze regeling indien:
- a.
de agrarische onderneming na 6 november 2020 is opgericht;
- b.
de agrarische onderneming na 6 november 2020 zich geheel of merendeels heeft gevestigd in het aardbevingsgebied;
- c.
de agrarische onderneming na 6 november 2020 door verwerving van aandelen of zeggenschap van meer dan 50 % in een voor of uiterlijk op 6 november 2020 in het aardbevingsgebied gevestigde onderneming op grond van artikel 4a samen met die onderneming als één onderneming aangemerkt wordt;
- d.
de agrarische onderneming waarvan de primaire landbouwproductie, de verwerking van landbouwproducten of de afzet van landbouwproducten na 6 november 2020 is gestart of is hervat; of
- e.
de agrarische onderneming in de drie boekjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de subsidie is aangevraagd, binnen de provincie Groningen per boekjaar gemiddeld minder dan € 75.000 omzet realiseert met haar:
- i.
primaire landbouwproductie; of
- ii.
verwerking van landbouwproducten.
- 4.
Het derde lid, onder a, is niet van toepassing als de na 6 november 2020 opgerichte agrarische onderneming na die datum door verwerving van aandelen of zeggenschap van meer dan 50 % overwegende zeggenschap heeft gekregen in een andere, reeds voor 6 november 2020 bestaande en in het aardbevingsgebied gevestigde agrarische onderneming, indien de overdragende partij of het merendeel van de overdragende partijen enerzijds en de overnemende partij of het merendeel van de overnemende partijen anderzijds bloedverwanten in de eerste graad van elkaar zijn en de agrarische onderneming sindsdien door deze bloedverwant of bloedverwanten wordt voortgezet.
- 5.
Het derde lid, onder c, is niet van toepassing als de in het derde lid onder c bedoelde verwerving van aandelen of zeggenschap van meer dan 50 % een gevolg is van een overdracht aan een of meerdere bloedverwanten in de eerste graad, en de agrarische onderneming sindsdien door een van deze bloedverwanten of meerdere van deze bloedverwanten wordt voortgezet.
- 6.
Met een bloedverwant als bedoeld in dit artikel wordt gelijkgesteld degene die op grond van artikel 5a Algemene wet inzake rijksbelastingen als partner van een bloedverwant wordt aangemerkt.
C.
Na artikel 4 wordt in paragraaf 1 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4a. Eén onderneming
- 1.
In het kader van deze regeling wordt een onderneming samen met één of meer andere ondernemingen als één onderneming aangemerkt indien sprake is van:
- a.
twee of meer ondernemingen die tot dezelfde groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 Burgerlijk Wetboek behoren;
- b.
twee of meer ondernemingen met tenminste eenzelfde maat of vennoot;
- c.
twee of meer ondernemingen met tenminste één uiteindelijk belanghebbende die in of over die ondernemingen middellijk of onmiddellijk een belang of zeggenschap van meer dan 25 % heeft;
- d.
een onderneming met haar partneronderneming of partnerondernemingen;
- e.
een onderneming met haar verbonden onderneming of verbonden ondernemingen; of
- f.
een onderneming die een rechtsopvolger is van een onderneming aan wie in het kader van deze regeling een subsidie is toegekend.
- 2.
In het kader van deze regeling wordt met de aanvrager en de subsidieontvanger gelijkgesteld elke andere onderneming die gelet op het eerste lid met aanvrager en subsidieontvanger als één onderneming wordt aangemerkt.
- 3.
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a.
partneronderneming: partneronderneming als bedoeld in Bijlage I van de LVV;
- b.
rechtsopvolger: een onderneming die ontstaan is door aandelenoverdracht of door bij beëindiging, fusie of splitsing van één of meer andere ondernemingen en de activiteiten van die onderneming of ondernemingen geheel of gedeeltelijk voortzet;
- c.
uiteindelijk belanghebbende: uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2017;
- d.
verbonden onderneming: verbonden onderneming als bedoeld in Bijlage I van de LVV.
D.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
Het tweede lid, onder h, wordt vervangen door en komt te luiden als volgt:
- h.
advieskosten, voor zover deze meer dan 5 % bedragen dan het deel van het subsidiebedrag voor andere subsidiabele kosten dan advieskosten.
- 2.
Het derde lid wordt vervangen door en komt te luiden als volgt:
- 3.
Op de subsidiabele kosten worden in mindering gebracht:
- a.
de door de subsidieontvanger bij de uitvoering van het investeringsproject te realiseren inkomsten;
- b.
de door de subsidieontvanger ontvangen of te ontvangen schadevergoedingen, voor zover die betrekking hebben op een investering waarvoor de subsidie aangevraagd wordt en verstrekking van de aangevraagde subsidie zou leiden tot overcompensatie.
- 3.
Aan artikel 6 wordt een lid toegevoegd, luidende:
- 4.
Onder ‘overcompensatie’ wordt in dit artikel verstaan: de omstandigheid dat de aan een aanvrager of subsidieontvanger voor een investering verstrekte of te verstrekken subsidie vermeerderd met de schadevergoeding die met betrekking tot die investering door die aanvrager of subsidieontvanger is of wordt ontvangen, hoger is dan de met die investering gemoeide subsidiabele kosten.
E.
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In het eerste lid wordt “in de artikelen 4:35 en 4:35” vervangen door: in de artikelen 4:25 en 4:35.
- 2.
Het eerste lid, onder b, wordt vervangen en komt te luiden als volgt:
- b.
de aanvrager van de subsidie gelet op artikel 3 niet behoort tot de doelgroep van deze regeling;
- 4.
Het derde lid wordt vernummerd tot het tweede lid.
F.
Artikel 9, onder f, wordt vervangen en komt te luiden als volgt:
- f.
duidelijk of aannemelijk is dat de subsidiabele activiteiten niet worden uitgevoerd zoals in de aanvraag is vermeld of niet binnen vijf jaar na subsidieverlening gereed zijn.
G.
Artikel 9a, derde lid, komt te vervallen.
H.
Aan artikel 14 wordt een lid toegevoegd, luidende als volgt:
- 4.
Een voorschot wordt betaald in het kalenderjaar waarin de uitvoering van de subsidiabele activiteit start.
I.
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
- 1.
In het eerste lid wordt “de verwerking of de afzet van landbouwproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de LVV” vervangen door: de verwerking of afzet van landbouwproducten als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de LVV door de subsidieontvanger.
- 2.
In het tweede lid vervalt onderdeel c en wordt de puntkomma achter onderdeel b gewijzigd in een punt.
- 3.
In het derde lid wordt na "is verstrekt" ingevoegd: "start uiterlijk een jaar na subsidieverlening en.
- 4.
In de aanhef van het zevende lid wordt “bedoelde subsidie” vervangen door: bedoelde vergoeding.
J.
Na artikel 15 wordt in paragraaf 2 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 15a. Verzoeken om wijziging na subsidieverlening
- 1.
Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de subsidieontvanger na subsidieverlening maar voor subsidievaststelling door wijziging van de beschikking tot subsidieverlening instemmen met wijzigingen van ondergeschikte aard van het investeringsproject waarvoor de subsidie verleend is.
- 2.
Van een wijziging van ondergeschikte aard als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval geen sprake indien die wijziging tot gevolg zou hebben dat:
- a.
het investeringsproject niet meer voldoet aan dezelfde, in kolom 2 van een tabel uit Bijlage 1, opgenomen voorwaarde of voorwaarden als het oorspronkelijke investeringsproject;
- b.
de subsidie wordt verleend voor investeringen die aanvrager gebruikt voor andere of minder processen, procedés of toepassingen dan de investeringen waarvoor de subsidie oorspronkelijk is verleend;
- c.
het gewijzigde investeringsproject, indien daarvoor subsidie zou zijn aangevraagd, ingedeeld zou zijn geweest in een andere categorie als bedoeld in artikel 12; of
- d.
de aard of de omvang van een investering waarvoor de subsidie is verleend, met meer dan 25 % wijzigt; of
- e.
de totale subsidiabele kosten met meer dan 25 % of meer dan € 75.000 wijzigen.
- 3.
Gedeputeerde Staten weigeren een aangevraagde wijziging van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen startmoment van de subsidiabele activiteit in ieder geval indien:
- a.
als gevolg van de aangevraagde wijziging het startmoment voor het moment van indiening van de aanvraag om wijziging komt te liggen; of
- b.
de aanvraag om wijziging is ingediend tussen 31 oktober en 1 januari van het daaropvolgende jaar.
- 4.
Op de beoordeling van een in dit artikel bedoelde aanvraag zijn de artikelen 5 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.
K.
Artikel 16a wordt vervangen en komt te luiden als volgt:
Artikel 16a. Overgangsrecht
- 1.
De regeling zoals die luidde op het moment waarop een aanvraag om subsidie is ingediend, is van toepassing op:
- a.
de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- b.
een verzoek om wijziging van de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- c.
een besluit tot wijziging of intrekking van de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- d.
de aanvraag om subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag;
- e.
een besluit tot subsidievaststelling volgend op de beschikking tot subsidieverlening gegeven op de in de aanhef bedoelde aanvraag.
- 2.
Indien bezwaar is gemaakt, beroep is ingesteld of hoger beroep is ingesteld tegen een in het eerste lid genoemd besluit, blijft de regeling zoals die ingevolge het eerste lid op dat besluit van toepassing was, van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is.
- 3.
Met een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in het eerste lid, onder d en e, is gelijkgesteld een beschikking tot subsidieverlening zoals deze luidt als gevolg van een besluit tot wijziging.
- 4.
Dit artikel is niet van toepassing op artikel 1, artikel 3 en artikel 15a.
L.
Artikel 16b komt te vervallen.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie ervan in het Provinciaal Blad.
Toelichting
Hieronder worden een aantal van de met dit besluit gewijzigde delen van de Regeling maatwerk investeringen Agroprogramma 2023 toegelicht.
Toelichting artikel 3, derde lid
Het Agroprogramma, en daarmee ook deze regeling, zijn een uitwerking van de op 6 november 2020 gemaakte bestuurlijke afspraken waarnaar in de considerans van de regeling verwezen wordt. Het uitgangspunt van deze regeling is, dat agrarische ondernemingen alleen tot de doelgroep kunnen behoren, indien zij op dat moment al als agrarische onderneming actief waren. Dit was in het tweede lid, onder a, van artikel 3 al tot uitdrukking gebracht en wordt nu in het derde verder expliciet gemaakt. Verder is een minimumeis voor de bedrijfsomvang van agrarische ondernemingen opgenomen, zie het derde lid onder e.
Toelichting artikel 4a
Met de in artikel 4a opgenomen regels kan voorkomen worden dat meerdere ondernemingen die onder meer gelet op staatssteunrechtelijke regels als één onderneming beschouwd moeten worden, meer dan eenmaal subsidie op grond van deze regeling kunnen ontvangen. Artikel 4a vervangt daarmee ook het nu vervallen artikel 8, tweede lid, en het nu eveneens vervallen artikel 9a, derde ld.
Toelichting artikel 9, onder f
In artikel 9, onder f, vervalt de weigeringsgrond dat de subsidiabele activiteit start binnen één jaar na verlening van de subsidie. Omdat bij indiening van een aanvraag nog niet duidelijk of en wanneer de aangevraagde subsidie precies verleend wordt, is het in de praktijk lastig om bij indiening van een aanvraag in te schatten of men inderdaad binnen één jaar na subsidieverlening met de subsidiabele activiteit kan starten. Door deze wijziging van artikel 9, onder f, kan een aanvrager er ook voor kiezen om na indiening van de aanvraag maar voor verlening al met de subsidiabele activiteit te starten. De aanvrager doet dit wel voor eigen risico: de aangevraagde subsidie kan immers geweigerd worden. Als dat gebeurt, kan de aanvrager bij een volgende openstelling geen subsidie meer aanvragen voor die subsidiabele activiteit.
Is een subsidie eenmaal verleend, dan moet een aanvrager uiterlijk een jaar na subsidieverlening (dus niet: binnen een jaar na subsidieverlening) gestart zijn met de subsidiabele activiteit. Dit volgt uit artikel 15, derde lid.
Toelichting artikel 15a
De subsidie wordt verleend voor een investeringsproject. Na subsidieverlening kan dat investeringsproject gewijzigd worden, mits nog steeds sprake is van hetzelfde investeringsproject als waarvoor de subsidie verleend is en de wijze waarop aangevraagde subsidies verleend worden, niet doorkruist wordt. Doet een dergelijke wijziging van ondergeschikte aard zich voor, dan kan de subsidieontvanger een wijziging van de beschikking tot subsidieverlening aanvragen. Het tweede lid van dit artikel beschrijft wanneer in ieder geval sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard van het investeringsproject.