Provinciaal blad van Overijssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 20755 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 20755 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijzigingen Subsidieregeling Energiefonds Overijssel 2024
A. In Hoofdstuk 1 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
Artikel 1.1.1: Begripsbepalingen
Tussen ‘krediet’ en ‘maatschappelijk rendement’ wordt de volgende definitie ingevoegd:
- lokaal energie-initiatief: een collectief van inwoners en eventueel lokale organisaties of lokale bedrijven met als doel om projecten uit te voeren die bijdragen aan de energietransitie in Overijssel;
Artikel 1.1.5: Strategische investeringen
In lid 2 sub a wordt ‘€ 125.000,-’ vervangen door ‘€ 50.000,-’.
B. In paragraaf 2.1 wordt het volgende artikel toegevoegd:
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de AGVV. De subsidie als bedoeld in:
C. In paragraaf 2.2 wordt het volgende artikel toegevoegd:
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de AGVV. De subsidie als bedoeld in:
D. In paragraaf 2.3 wordt het volgende artikel toegevoegd:
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 36ter van de AGVV.
E. In paragraaf 2.4 wordt het volgende artikel toegevoegd:
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 47 van de AGVV.
F. In paragraaf 2.5 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
In de definitie van ‘garantstelling’ wordt ‘de LEI’ vervangen door ‘het lokaal energie-initiatief'.
De definitie van ‘lokaal energie-initiatief (LEI)’ wordt verwijderd.
Artikel 2.5.9 komt als volgt te luiden:
De financiering van de in aanmerking komende kosten van de ontwikkeling van een energieproject voor de opwekking van hernieuwbare windenergie is alleen subsidiabel als door een publiekrechtelijke rechtspersoon een garantstelling is verleend van minimaal 80% van het totale aangevraagde subsidiebedrag.
G. In Hoofdstuk 3 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:
In lid 2 wordt ‘treedt paragraaf 2.5’ vervangen door ‘treden paragrafen 2.5 en 2.6’.
Er wordt een lid 3 ingevoegd, dat luidt:
In afwijking van het eerste lid treedt paragraaf 2.7 in werking op 1 januari 2026.
H. De volgende paragraaf 2.6 wordt ingevoegd:
Paragraaf 2.6: Bevordering hernieuwbare energie uit wind met lokaal eigendom
In deze regeling wordt met betrekking tot deze paragraaf verstaan onder:
hernieuwbare energie: energie opgewekt met installaties waarbij uitsluitend van hernieuwbare energiebronnen wordt gebruikgemaakt, alsmede het aandeel in calorische waarde van de met hernieuwbare energiebronnen in hybride installaties opgewekte energie die ook op conventionele energiebronnen werken. Hieronder valt ook hernieuwbare elektriciteit die wordt gebruikt voor „achter de meter” aangesloten accumulatiesystemen (geïnstalleerd samen met of als uitbreiding van de hernieuwbare installatie), maar niet elektriciteit die van dergelijke systemen afkomstig is;
Artikel 2.6.2: Vorm van de subsidie
In afwijking van art. 1.1.3 geldt dat een subsidie als bedoeld in deze paragraaf uitsluitend wordt verstrekt in de vorm van een geldlening.
Artikel 2.6.3: Subsidiabele activiteiten
De subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan uitsluitend worden verleend voor de in aanmerking komende kosten in een energieproject voor de realisatie van een of meerdere windmolens voor de opwekking van hernieuwbare windenergie.
Artikel 2.6.4: Strategische investeringen
In afwijking van artikel 1.1.5 lid 2 worden investeringen op basis van deze paragraaf niet aangemerkt als strategische investeringen, ongeacht de hoogte van de te verlenen subsidie.
Artikel 2.6.5: In aanmerking komende kosten
De in aanmerking komende kosten zijn de totale investeringskosten van de aanvrager voor de realisatie van een of meerdere windmolens voor de opwekking van hernieuwbare windenergie.
Artikel 2.6.6: Hoogte van de steun
In aanvulling op artikel 1.1.9 wordt de subsidie als bedoeld in deze paragraaf slechts verleend voor zover de totale steun die de aanvrager met betrekking tot dezelfde - elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende - in aanmerking komende kosten geniet, ongeacht of deze steun door het Rijk, andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen is verstrekt, niet hoger is dan:
Artikel 2.6.8: Aanvullende stukken bij de subsidieaanvraag
In aanvulling op artikel 1.2.2 bevat het projectplan ook:
Artikel 2.6.9: Kenmerken kredietovereenkomst
In aanvulling op artikel 1.1.13 wordt ingeval van een geldlening een rentekorting van maximaal 2% of 200 basispunten gehanteerd per jaar.
Artikel 2.6.10: Adviescommissie
In afwijking van artikel 1.2.5 worden alle subsidieaanvragen op basis van deze paragraaf voorgelegd aan de Adviescommissie.
Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 41 van de AGVV.
H. De volgende paragraaf 2.7 wordt ingevoegd:
Paragraaf 2.7: Verduurzaming maatschappelijk vastgoed
In afwijking van artikel 1.1.3 geldt dat een subsidie als bedoeld in deze paragraaf uitsluitend wordt verstrekt in de vorm van een geldlening.
2.7.3: Subsidiabele activiteiten
De subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt uitsluitend verleend voor de in aanmerking komende kosten voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed.
In afwijking van artikel 1.1.6 is de aanvrager een maatschappelijke organisatie.
2.7.5: In aanmerking komende kosten
De in aanmerking komende kosten zijn de totale kosten voor verduurzaming.
In afwijking van artikel 1.1.9 en in aanvulling op artikel 1.1.5 lid 2 is de hoofdsom van de lening minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000.
De verduurzaming van het gebouw voldoet aan de volgende voorwaarden:
2.7.9: Aanvullende stukken bij de subsidieaanvraag
Als de subsidie wordt verleend onder de Algemene De-minimisverordening, bevat de aanvraag in aanvulling op artikel 1.2.2 ook de volgende informatie: het totaal aan ontvangen De-minimissteun in de afgelopen 3 jaar. In de betreffende subsidieverlening of regeling van de verlenende medeoverheid is opgenomen of sprake is van De-minimissteun.
2.7.10: Kenmerken kredietovereenkomst
In aanvulling op artikel 1.1.13 wordt in de kredietovereenkomst opgenomen:
Als het gaat om het verduurzamen van een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum of een culturele instelling met een ANBI-status én er worden activiteiten aangeboden uitsluitend voor inwoners uit de buurt of gemeente dan is geen sprake van staatssteun. In alle andere gevallen is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Dit is een afwijking van artikel 1.1.12.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-20755.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.