Provinciaal blad van Noord-Holland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Holland | Provinciaal blad 2025, 20660 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noord-Holland | Provinciaal blad 2025, 20660 | ander besluit van algemene strekking |
Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 2 december 2025, [2459210/2459274], tot vaststelling van het Openstellingsbesluit met subsidieplafond van de Uitvoeringsregeling Europese Landbouwsubsidies Noord-Holland 2023-2027 voor het onderdeel Samenwerking integrale gebiedsontwikkeling (Openstellingsbesluit subsidie uitvoering samenwerking integrale gebiedsontwikkeling 2026)
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;
Gelet op de artikelen 1.2 en 2.6.1, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Europese Landbouwsubsidies Noord-Holland 2023-2027;
Hiervan is €2.456.000 afkomstig uit een nationale top-up. De overige €3.744.000,- zijn voor 43% afkomstig uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling en 57% provinciale middelen.
Gedeputeerde staten stellen de volgende nadere regels vast:
Openstellingsbesluit subsidie uitvoering samenwerking integrale gebiedsontwikkeling 2026
Verordening 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435).
Artikel 3 Integraal gebiedsplan
Een integraal gebiedsplan als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Uitvoeringsregeling, bestaat uit minimaal één van de volgende activiteiten:
Onverminderd artikel 1.6 van de Uitvoeringsregeling bevat een aanvraag om subsidie een integraal gebiedsplan met:
Onverminderd artikel 1.5 van de Uitvoeringsregeling wordt subsidie geweigerd indien de aanvraag wordt gedaan door een reeds bestaande samenwerking, tenzij de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd nieuw is voor de reeds bestaande samenwerking.
Artikel 8 Niet subsidiabele kosten
Overeenkomstig artikel 2.6.8 van de Uitvoeringsregeling komen kosten van investeringen van € 2.000.000,- of meer voor de aanleg of verbetering van infrastructuur niet voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van investeringen in het watersysteem die als doel hebben de waterkwaliteit te verbeteren.
Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger
Overeenkomstig artikel 2.6.11 en in aanvulling op artikel 1.15 van de Uitvoeringsregeling is de subsidieontvanger verplicht om de opgedane kennis en resultaten van het project gedurende de uitvoering van het project openbaar te maken via het Nationale en Europese EIP-netwerk, bedoeld in artikel 127 van Verordening 2021/2115 en andere geëigende netwerken.
Artikel 13 Subsidiearrangement
De regels inzake subsidie op basis van arrangement 3, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder c, artikel 1.18, derde lid en artikel 1.21 van de Uitvoeringsregeling zijn van toepassing.
Na ontvangst van de subsidieverleningsbeschikking ontvangt de aanvrager een voorschot van 50% van de verleende subsidie.
Haarlem, 2 december 2025
Gedeputeerde staten van Noord-Holland
A.Th.H. van Dijk, voorzitter
M.J.H. van Kuijk, provinciesecretaris
De uitvoeringsregeling Europese Landbouwsubsidies Noord-Holland 2023-2027 vormt de basis voor het verstrekken van NSP-subsidies door Noord-Holland. NSP staat voor Nationaal Strategisch Plan, dit is de Nederlandse invulling van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Dit openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Uitvoeringsregeling Europese Landbouwsubsidies Noord-Holland 2023-2027, hoofdstuk 2, paragraaf 6. Daarnaast zijn de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en slotbepalingen uit hoofdstuk 3 van de Uitvoeringsregeling ook van toepassing op een aanvraag.
Agrariërs en andere gebiedspartners worden middels deze subsidieregeling uitgenodigd en gefaciliteerd om met elkaar een integraal gebiedsplan uit te voeren, ter versterking van de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit. We verwachten dat door de partners in het gebied zelf aan het roer te zetten, de doelen op het gebied van klimaat, water en biodiversiteit sneller worden gerealiseerd dan wanneer individuele gebiedspartners afzonderlijk subsidie voor acties aanvragen en uitvoeren, of wanneer van bovenaf regels worden opgelegd. Door deze aanpak worden agrarisch ondernemers en andere gebiedspartijen uitgedaagd om de kansen in hun gebied zelf in kaart te brengen en vervolgens gezamenlijk acties te bedenken en uit te voeren om het gebied te versterken.
Een samenwerkingsverband dat zich richt op een geografisch afgebakend gebied of thema kan van deze provinciale NSP-subsidie gebruik maken. Een samenwerkingsverband bestaat in elk geval uit één landbouwer en minstens één andere partij. Voor de hand ligt dat ook overheden als provincie, gemeente en waterschap, natuur- en landschapsorganisaties, ketenpartijen en andere organisaties en personen er onderdeel van zijn.
Het beoogde effect van een gebiedsplan dient zich integraal te richten op de Europese doelen voor klimaat, water, bodem, biodiversiteit en natuur. Ook verduurzaming van de landbouw dient integraal worden meegenomen. Verder sluit het plan aan op het beleid van de provincie, het waterschap en de gemeente. Wat betreft provinciaal beleid zijn onder andere de provinciale Omgevingsvisie NH2050, het Programma Landelijk gebied en het Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 van belang. Er dient duidelijk te worden aangegeven en onderbouwd op welke wijze het gebiedsplan bijdraag aan de doelen. Daarom is het wenselijk dat de relevante overheden direct betrokken zijn bij de planvorming/uitvoering de bepaling van de doelen van het gebiedsplan en mogelijk zelf partner zijn in het samenwerkingsverband in het specifieke gebied.
We streven naar een verbetering van de biodiversiteit, minder stikstofuitstoot, een klimaatadaptief en gezond water- en bodemsysteem, een beperking van en aanpassing aan klimaatverandering, minder bodemdaling, een sterke en duurzame agrarische sector en een beleefbaar landelijk gebied. Deze openstelling heeft als doel gebiedsinitiatieven die bijdragen aan deze doelen mogelijk te maken. Het is een pré als gebiedsplannen door innovatie bijdragen aan het realiseren van de doelen.
II. Artikelsgewijze Toelichting
Artikel 2 Subsidiabele activiteit
Subsidie is beschikbaar voor de uitvoering van het gebiedsplan. Een gebiedsplan is primair gericht op de volgende drie Europese doelen:
Een gebiedsplan kan vrij worden ingevuld binnen de kaders van deze openstelling. Een samenwerkingsverband kan een eigen plan op maat voor een gebied maken. Samenwerkingsverbanden kunnen middels één aanvraag, subsidie toegekend krijgen voor het uitvoeren van verschillende soorten activiteiten. Gebiedsplannen kunnen elkaar zowel geografisch als inhoudelijk overlappen. Om deze reden is voorzien in het voorkomen van dubbele financiering (zie artikel 1.5 van de Uitvoeringsregeling).
Het integrale gebiedsplan hoeft zich niet te beperken tot een of meerdere doelen binnen de reikwijdte van het NSP-GLB. Voorstelbaar is dat er een groter gebiedsplan is waarbij het GLB-aandeel één van de onderdelen is in de instrumentenkoffer en in de dekking van de kosten. Dit kan ook een provinciedekkend plan zijn, met een focus op bepaalde integraal samenhangende thema's zoals landbouwstructuurversterking, de aanpak van gezamenlijke mestverwerking, gebieds- of bedrijfsgerichte maatregelen ter voorbereiding op uitbreiding van agrarisch natuurbeheer, waterbeheersing/peilbeheer en groenblauwe dooradering in agrarisch gebied. Plannen die provincies, waterschappen, gemeenten, landbouworganisaties hebben buiten het GLB, en daarbij gebruikmakend van andere regelingen en financieringsbronnen kunnen in samenhang met het GLB worden ingezet.
Artikel 3 Integraal gebiedsplan
De uitvoering van het gebiedsplan kan bestaan uit de volgende subsidiabele activiteiten met bijbehorende steunpercentages:
|
Tenminste 75% van de subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan moet bestaan uit: |
Maximaal 25% van de subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan mag bestaan uit: |
|
|
Voorbeelden van subsidiabele kosten per onderdeel zoals hierboven genoemd:
Productieve investeringen groen- blauw of dierenwelzijn
Investeringen in bedrijfsmiddelen met een effect op de economische bedrijfsvoering en gericht op bijvoorbeeld water, biodiversiteit en biologische bestrijding, energie en klimaat, veehouderij en precisielandbouw. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regelbare drainage, agroforestry, elektrische machines of werktuigen, vergistingsinstallaties en mestverwerkingssystemen, emissiearme vloeren of precisiebemesting.
Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven
Investeringen op landbouwgrond die niet substantieel positief bijdragen aan de economische bedrijfsvoering of de waarde van het bedrijf. Het gaat bijvoorbeeld om investeringen op het gebied van watergebruik, investeringen voor het aanleggen van voorzieningen (o.a. plas-dras) voor weidevogelbeheer, de aanleg van landschapselementen, de aanleg van kruidenrijk grasland, de aanleg van greppels ten behoeve van waterkwaliteit. Meer concreet kan hierbij gedacht worden aan:
Bij kennisoverdracht gaat het om activiteiten voor het delen van kennis en ervaring met groepen landbouwers. Dit kunnen trainingen, workshops, coachingsactiviteiten, voorlichtingsacties of demonstraties zijn. Hierbij kan verder gedacht worden aan bewustwording en educatie over kringlooplandbouw en toekomstig boeren. Bijeenkomsten kunnen bijdragen aan kennisoverdracht. Mogelijke thema's voor kennisbijeenkomsten zijn: leren samenwerken met alle relevante partijen in het gebied om te komen tot doelsturing en gezamenlijk eigenaarschap, de doelen en opgaven in eigen gebied definiëren, onderzoeken hoe het draagvlak vergroot kan worden, leren wat datagedreven werken is en werken met concepten als participatieve monitoring met bijvoorbeeld citizen science sensoring.
Ontwikkelen en beproeven innovaties
Activiteiten voor het ontwikkelen, doorontwikkelen, beproeven of praktijkrijp maken van nieuwe concepten, producten of diensten dienend aan de doelen van het gebiedsplan. Hierbij kan gedacht worden aan het sluiten van kringlopen met een groep van landbouwbedrijven, ketenbenadering waaronder korte ketens, de omslag naar produceren voor biobased bouwen en promoten van de boer-burger dialoog.
De onderdelen a t/m d en f bedragen minimaal 75% van de totale subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan.
Onderdelen e en g bedragen maximaal 25% van de totale subsidie voor de uitvoering van het gebiedsplan. Tezamen vormen deze onderdelen het management voor de uitvoering van het gebiedsplan. Daarbij kan meer algemeen gedacht worden aan kosten voor de penvoerder, inzet van personeel, om de samenwerking en administratie te organiseren.
In elk plan dienen afwentelingsrisico's in beeld te worden gebracht en hoe hiermee wordt omgegaan.
De subsidie voor het in samenwerking uitvoeren van een integraal gebiedsplan kan worden aangevraagd door de penvoerder van het samenwerkingsverband dat het gebiedsplan gaat uitvoeren. De penvoerder moet gemachtigd zijn door alle deelnemers om het plan uit te voeren. Alle partners in het samenwerkingsverband kunnen medebegunstigden van de subsidie zijn.
Gelet op de rol van de provincie als subsidieverstrekker ligt het niet voor de hand dat de provincie de rol van penvoerder op zich neemt.
Een samenwerkingsverband bestaat uit meerdere partijen waarin minimaal één landbouwer vertegenwoordigd is en minimaal één van de volgende partijen:
In gebiedsprocessen is het voor draagvlak en synergie van belang dat er sprake is van gezamenlijk eigenaarschap. Het helpt namelijk als boeren betrokken zijn bij gebiedsplannen en als alle relevante overheidspartijen aan boord zijn.
Overheidspartijen kunnen deelnemer zijn van het samenwerkingsverband of ervoor kiezen om toezicht te houden op de doelen en resultaten van het gebiedsplan. Het is goed voorstelbaar dat een gemeente of waterschap de penvoerdersrol neemt. Het staat een samenwerkingsverband vrij om voor een andere penvoerder te kiezen.
Deelname aan een samenwerkingsverband kan voor een landbouwer bijdragen aan diens ontwikkelperspectief. Zo is het mogelijk dat investeringen in de inrichting van het gebied in de volgende programmaperiode van het GLB nieuwe mogelijkheden gaan bieden voor ANLb.
Governance van het samenwerkingsverband
Wat in de praktijk goed blijkt te werken, is een governance met een stuurgroep, secretariaat en een uitvoeringsorganisatie waarbij de penvoerder faciliteert en regisseert.
Deze regeling gaat uit van een penvoerder die juridisch de eindverantwoordelijkheid kan dragen voor het samenwerkingsverband met de verschillende partijen. Omdat de penvoerder zorg draagt voor uitvoering van de afspraken die de stuurgroep van het samenwerkingsverband maakt, welke doelen, welke middelen, wie krijgt wat, ontzorgt de penvoerder het gehele gezelschap waarvan de partners anders ieder voor zich een aanvraag doen, niet weten of ze succes hebben en zelf de projectadministratie moet doen.
Een aanvraag voor subsidie voor de uitvoering van een gebiedsplan bevat als bijlage een integraal gebiedsplan met:
Daarnaast bevat de aanvraag een beschrijving van de wijze waarop het project bijdraagt aan provinciale doelen.
De aanvraag bevat als bijlage tevens een samenwerkingsovereenkomst waarin het volgende is vastgelegd:
Welke gebiedspartner namens alle partijen zal optreden als aanvrager (penvoerder). De penvoerder treedt op als contactorganisatie richting de subsidieverstrekker en de bevoegde controleautoriteiten. De penvoerder is tevens verantwoordelijk voor de inrichting van de projectadministratie en het rapporteren over de voortgang van het project conform de voorwaarden zoals gesteld door subsidieverstrekker. Controle van deze projectadministratie zal worden uitgevoerd door de bevoegde controleautoriteiten.
Op de aanvraagpagina bij RVO is een formulier beschikbaar wat gebruik kan worden voor het vastleggen van de samenwerkingsovereenkomst.
Uit artikel 1.5 van de Uitvoeringsregeling volgt o.a. dat subsidie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd wanneer voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is aangevraagd. Dit geldt ook voor de steun die is verstrekt in het kader van de door de minister van LVVN uitgevoerde subsidieregeling Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden.
De volgende kosten zijn subsidiabel:
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn berekend volgens de methode voor werkelijke kosten zoals omschreven in artikel 1.9a van de Uitvoeringsregeling.
De hoogte van de subsidie voor een project bedraagt de optelsom van de per product of activiteit bepaalde respectievelijk berekende subsidiabele kosten. Hierbij mogen de kosten voor voorbereiding en uitvoering van kavelruil en draagvlakontwikkeling of samenwerkingsactiviteiten niet meer bedragen dan 25% van de totale subsidiabele kosten.
De hoogte van de totale te verlenen subsidie bedraagt minimaal €125.000,- en maximaal €2.000.000,-.
Het toekennen van punten vindt per selectiecriterium op basis van de daarbij genoemde beoordelingsaspecten als volgt plaats:
Criteria voor het selecteren van subsidieaanvragen voor de uitvoering van een gebiedsplan:
diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen:
Nemen, naast landbouwers zelf, alle relevante gebiedspartijen deel aan het samenwerkingsverband, zoals overheidspartijen, natuur- en landschapsorganisaties, en kennispartijen? Denk aan een groep boeren in een gebied, een boerenorganisatie, LTO, agrarisch collectief, ketenpartners, erfbetreders, adviseurs, toeleveranciers, afnemers, grondeigenaren, en agrarische jongeren.
draagvlak voor het gebiedsplan:
Op welke steun, bijvoorbeeld van lokale overheidspartijen of lokale gevestigde andere ondernemers en partijen, kan de uitvoering van het gebiedsplan van de partners in het samenwerkingsverband rekenen en hoe is dit onderbouwd? Hoe divers is de opsomming van betrokken belanghebbende gebiedspartijen die draagvlak hebben getoond voor de uitvoering van het gebiedsplan?
effectiviteit van de activiteit:
Zijn bij de uitwerking van het doelbereik de zeven doelen van kringlooplandbouw1 meegenomen?
Hieronder wordt weergegeven welke wegingsfactoren bij welk selectiecriterium van toepassing is. Per selectiecriterium kan een score van 0, 1, 2, 3, 4 of 5 punten worden behaald:
|
Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen |
||||
|
Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen |
||||
Voor de rangschikking van alle aanvragen geldt dat een individuele aanvraag minimaal 60% van de maximaal te behalen score moet halen, wat betekent dat alleen aanvragen met een totaalscore van minstens 42 punten in aanmerking komen.
Er is sprake van een tender binnen deze openstelling. Voor de selectie van de gebiedsplannen die voor subsidie in aanmerking komen, is een adviescommissie samengesteld. De aanvragen worden gescoord aan de hand van selectiecriteria en vervolgens gerangschikt door de adviescommissie. Alleen de aanvragen met de minimumscore van 42 punten of hoger komen voor subsidie in aanmerking, voor zover het binnen het opengestelde plafond past.
Het doel van deze systematiek is om alle aanvragen onderling te vergelijken en de beste aanvragen uit het totaalaanbod te kunnen selecteren.
Aanvragen worden op volgorde van de rangschikking gehonoreerd. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben gekregen en de som van de aangevraagde bedragen dusdanig is dat het subsidieplafond wordt overschreden, dan vindt tussen hen een prioritering plaats op de afzonderlijke scores op de selectiecriteria in de volgorde: d, a, b, c, e, f, g.
Indien de aanvragen in het geheel een gelijk aantal punten hebben behaald, dus ook op de afzonderlijke selectiecriteria, dan wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald door loting. Het toekennen van de scores en de rangschikking vindt plaats door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 1.13 van de Uitvoeringsregeling.
Aansluiting op het Nationale Netwerk platteland en Europese EIP-netwerk draagt ertoe bij dat samenwerkingsverbanden gedurende het gehele project gebruik kunnen maken van beschikbare kennis en ervaring voor een hogere effectiviteit. Het doel hiervan is dat de kennis die opgedaan wordt tijdens de projecten door anderen gebruikt kan worden. Daardoor draagt deze kennis bij aan effectievere en innovatieve gebiedsplannen in Nederland en in Europa. Daarnaast kunnen via de netwerken interacties ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden, zodat deze elkaar kunnen versterken door een community te vormen.
De subsidieontvanger is verplicht om de resultaten van het project te delen via de hiertoe geëigende netwerken. Onder geëigende netwerken worden in ieder geval begrepen:
** Het Europees Innovatienetwerk voor de Landbouw (EIP-AGRI) werkt aan de bevordering van concurrerende en duurzame land- en bosbouw in Europa. Het EIP-AGRI-netwerk is onderdeel van het CAP Network van de EU. Elk project wordt gemeld aan dit Europese EIP netwerk.
*Met Groen Kennisnet, het kennisplatform van de groene sector in Nederland, is een speciale samenwerking aangegaan. Groen Kennisnet maakt voor elk Nederlands project een pagina aan om de plannen en eindresultaten te delen. Ook tijdens uw project kunt u resultaten delen via Groen Kennisnet. Groen Kennisnet neemt hierover contact met u op.
Artikel 12 Voortgangsverslag, deelbetaling en inhoudelijk verslag
Bij voorgangsverslagen, verzoeken tot deelbetaling en verzoeken tot vaststelling gelden rapportageverplichtingen. Deze verplichtingen worden opgelegd omdat de lidstaten verplicht zijn dergelijke gegevens aan te leveren bij de Europese Commissie.
Men dient onder andere te rapporteren over het aantal personen dat baat gehad heeft bij het gebiedsplan. Hieronder wordt het gerealiseerde aantal personen verstaan dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan de EIP-groep heeft geprofiteerd om betere duurzame economische, sociale, milieu- en klimaatprestaties en prestaties op het gebied van hulpbronnenefficiëntie te leveren.
Artikel 13 Subsidie-arrangement
Voor de verantwoording van de subsidie voor de uitvoering van een gebiedsplan geldt dat alle kosten waarvoor subsidie is verleend verantwoord moeten worden aan de hand van een inhoudelijk en financieel verslag. In feite vindt de verantwoording van de subsidie plaats op basis van daadwerkelijk gerealiseerde kosten.
Bij subsidieverlening wordt een voorschot van 50% van de verleende subsidie direct uitbetaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-20660.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.